Erhalten Sie Zugang zu diesem und mehr als 300000 Büchern ab EUR 5,99 monatlich.
Martijn en zijn verloofde Heleen hebben in Drachten hun eerste huis gekocht en besluiten om over een half jaar te trouwen. Twee maanden voor hun huwelijk wordt Heleen vermist. Martijn is ten einde raad. Hij schakelt de politie in, die geen enkel spoor van Heleen meer kan vinden. Het begint erop te lijken dat ze haar verdwijning zelf heeft voorbereid. In de zoektocht naar Heleen blijken ontwikkelingen raakvlakken te hebben met zaken uit een ver verleden, die het daglicht slecht kunnen verdragen. Als de gebeurtenissen van vroeger openbaar worden, ontstaat langzaam een beeld wat er met Heleen gebeurd is. 'Verleden' is het eerst boek in de 'Tijd trilogie' en de voorloper van de boeken 'Heden' en 'Toekomst'.
Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:
Seitenzahl: 610
Veröffentlichungsjahr: 2024
Das E-Book (TTS) können Sie hören im Abo „Legimi Premium” in Legimi-Apps auf:
TIJD-TRILOGIE
VERLEDEN
Luit T. Molenaar
VERLEDEN
Er is een tijd om geboren te worden
en een tijd om te sterven
Auteur: Luit T. Molenaar
Omslagontwerp: Bureau Aandacht
Copyright: Fictie Verwoord
Jaar van uitgave: 2023
ISBN: 9789403726168
Restaurant Binnen bestaat werkelijk in Drachten en ik mag die naam gebruiken.
Naast diverse openbare gebouwen in Drachten en omgeving zijn alle locaties fictief. Straatnamen komen wel overeen.
De karakters van de personages komen geheel uit mijn fantasie voort.
Mocht je iets herkennen, glimlach dan hooguit.
Ik draag dit boek op aan
mijn echtgenote Titia
Ik hou van je, al meer dan veertig jaar
Amor
vincit omnia!
HOOFDSTUK I
Ontneem niemand zijn hoop;
ze kan het enige zijn dat hij bezit.
Hij had net de kosten afgerekend van het avondje uit in restaurant ‘Binnen’, van zijn vriend Ronald. Toen hij zijn pinpas uit het apparaat trok, zag hij haar; alleen, goed gekleed en gebruind. Ze zat aan een tafel bij het raam. Martijn had haar nog niet eerder gezien. Ze had mooie trekken en hij dacht dat ze ongeveer van zijn leeftijd was.
“Weet jij wie dat is, Ronald?” vroeg Martijn, terwijl hij met zijn hoofd naar de jonge vrouw bij het raam wees.
Ronald trok zijn schouders op. “Ik heb haar hier eergisteren voor het eerst gezien. En gisteren heeft ze hier ook gegeten.”
“Eergisteren?” vroeg Martijn, “Was ze hier toen ook al?”
Ronald knikte. “Een Amerikaanse creditcard op naam van ms. Smith.” Martijn borg zijn pinpas weer op en voelde zich ongemakkelijk. Twee weken geleden was zijn verloofde Heleen zomaar uit zijn leven verdwenen was. Hij hoopte dat alles nog goed kwam voor de trouwdatum. Hij wist niet waar hij aan toe was en daar was hij er erg gestrest onder. Heleen was als stewardess voor een vlucht naar New York vertrokken en niet meer teruggekomen.
“Heb je van de politie nog nieuwe informatie gekregen?” vroeg Ronald.
“Nee”, zei Martijn, “het wordt er alleen maar onduidelijker op. Er is nergens in buurt van New York melding van onheil. De politie van New York denkt dat ze haar verdwijning goed heeft voorbereid.” Sinds deze week voelde hij zich steeds ellendiger. Hij ging even op de barkruk zitten. “Ik kan me dat laatste nauwelijks voorstellen, Ronald. Alhoewel ik liever heb dat ze bij me weg is, dan dat er wat met haar is gebeurd.”
Ronald knikte. “Ik begrijp je, Martijn. Ik hoop dat je snel wat meer duidelijkheid krijgt.” Samen waren ze in gedachten verzonken.
“Ik ga toch maar naar huis”, zei Martijn, “ik ben vermoeider dan ik dacht.” Langzaam liep hij naar de deur toe. Hij kon een blik naar de vrouw niet tegenhouden. Zij had daar blijkbaar iets van gemerkt, want ze keek ook naar hem. ‘Wat een mooie ogen.’ Martijn voelde zich er verlegen door. Hij liep naar buiten, pakte zijn fiets en ging naar zijn huis, amper vijf minuten verder. Halverwege waren de ogen van de jonge vrouw alweer vervangen door die van Heleen.
‘Wat is er toch met je gebeurd, Heleen?’ vroeg hij zichzelf af, terwijl de tranen zich weer verdrongen in zijn rode ogen.
“Mam, pap, ik heb nieuws!”
Heleen kwam opgetogen de woonkamer van haar ouders binnen. Die zaten aan de tafel de krant door te spitten en werden zichtbaar gestoord door hun dochter. Heleen wist dat haar ouders gesteld waren op rust, op haar 29e wist ze zo onderhand hoe ze met hen om moest gaan, maar dit kon ze toch niet voor zich houden. “Martijn heeft me ten huwelijk gevraagd en ik heb já gezegd. We hebben al een datum geprikt.” Henri de Vries was verdiept in de onderhandelingen voor een nieuw kabinet, na de verkiezingen van de Tweede-Kamer afgelopen juni. Hij keek zijn dochter belangstellend aan. “Heeft Martijn je gevraagd? Hij is nog niet eens bij míj geweest om de hand van mijn dochter te vragen”, plaagde hij. Van hem kon Heleen die plagerij wel hebben.
“Martijn is verlegen en een nerd, dat had je toch niet verwacht, pa?”
Henri glimlachte. “Nee, dat had ik niet verwacht, wat jij Co?” vroeg hij aan zijn vrouw. Co was minder enthousiast dan haar man Henri, ze kon zich vaak storen aan zijn manier van doen.
“Gaan jullie in gemeenschap van goederen trouwen?” vroeg zij. Heleen voelde zich als door een wesp gestoken. “Gatverdamme mam! Wat een rotopmerking”, sneerde ze naar haar moeder. “Ik weet heus wel dat Martijn geen geld heeft en jullie ruim bedeeld zijn. Maar als ik moest kiezen tussen jouw geld en Martijn, dan koos ik voor Martijn. Ik kan ook gelukkig zijn zonder geld.”
Haar moeders ogen schoten vuur bij het verbale geweld van haar dochter. “Ik probeer blij voor je te zijn, maar een erfenis is voor jou, niet voor Martijn…” Verder kwam ze niet. Woedend en flink van slag beende Heleen de tuin in. Op weg naar haar werk was ze nog even bij haar ouders gereden. Ze had de reactie van haar moeder ergens wel verwacht en ze vroeg zich af of ze er niet beter aan had gedaan, om eind volgende week bij haar ouders langs te gaan. Na twee weken rondzwerven over de wereld had ze dan een paar dagen vrij. Nu ging ze geïrriteerd naar haar werk. Heleen was al een paar jaar werkzaam als stewardess bij de KLM. Na een korte carrière in de gezondheidszorg had ze de opleiding tot Cabin Attendent gedaan op Schiphol-Oost. Cabin Attendent is de formele benaming voor het beroep van stewardess. Met haar diploma hbo-v was dat niet de moeilijkste studie die ze gedaan had, maar wel het leukste.
“Heleen”, haar vader kwam naar buiten, “het is jullie weer gelukt!” zei hij bedrukt. “Vandaag binnen twee minuten ruzie over geld.”
“Ging het maar over geld, Henri”, zei Heleen, “maar het gaat over mijn leven!” Haar vader noemde ze bij de voornaam, iets wat ze bij haar moeder niet makkelijk deed, daar was de afstand te groot voor.
“Ik wil niet, zoals jij, gebukt gaan onder de geldzucht van mama.”
“Je moeder is geen held in emoties, Heleen, dat weet je”, zei Henri, “je boodschap dat je gaat trouwen roept nare herinneringen op uit haar jeugd.”
“Ja, dat weet ik allemaal”, zei Heleen, “maar ik ben er zo klaar mee. Ik wil gewoon eens een warme arm van mijn moeder om me heen, in plaats van een koude armband.” Heleen raakte bijna achter adem van de spanning die deze woorden bij haar opriepen.
“Wanneer gaan jullie trouwen?” probeerde haar vader de spanning wat te reduceren. “En waar gaan jullie wonen?”
“9 februari, papa” zei Heleen, “en we hebben een huis gekocht aan de Stationsweg.” Henri was nu verbaasd. “Gekocht, kunnen jullie dat betalen dan?”
Heleen keek haar vader meewarig aan. “Ook met weinig geld kun je dromen waarmaken, papa”, zei ze. “We gaan het helemaal opknappen en als het klaar is gaan we trouwen en er wonen.” Henri voelde de dolksteek van zijn dochter wel, het was lang geleden dat hij zich zorgen over geld hoefde te maken.
“Op het salaris van Martijn en van mij kunnen we een hypotheek én een bouwdepot afsluiten. Volgende week is de hypotheek rond”, zei Heleen trots. “Alles wat we ooit van jullie krijgen is meegenomen”, vulde ze vilein aan. “Nou, ik ben wat afgekoeld, wil je mama de groeten van me doen? Ik ga naar Schiphol. Moi.”
Heleen vertrok via de achtertuin naar haar auto. Sinds twee maanden had ze een Alfa Mito gekocht van twee jaar oud. Heleen hield wel van het sportieve uiterlijk en had een model gekocht met een stevige motor. De 1,4 liter motor leverde 150 pk. Van Amersfoort naar haar appartement in Amstelveen was niet zo ver meer, grijnsde Heleen. Daar zou ze zich omkleden en dan door gaan naar Schiphol. Over zes uur zou ze opstijgen.
Martijn zat nog na te genieten. Vanmorgen had hij Heleen ten huwelijk gevraagd. Toen hij wakker was geworden, had hij voor hun beiden een ontbijtje op bed gemaakt, hij bracht Heleen weleens vaker een ontbijtje, hijzelf hield er niet van om in bed te eten. Vaak als Heleen een paar dagen wegging voor haar werk, maakte hij het haar ’s morgens gezellig. Nu kwam hij binnen met het dienblad. Heleen lag nog te slapen en omdat ze het blijkbaar warm had, lag de deken naast haar. Martijn genoot altijd van die aanblik. Heleen was een lange vrouw van ruim een-meter-tachtig, met blond kortgeknipt haar en ze had een goed figuur, vond Martijn. Hij genoot ervan als ze haar stewardessen kleding aanhad, dat was sexy en opwindend. Zoals veel vrouwen die hij kende had Heleen zelf wel wat af te dingen op haar uiterlijk.
Ze was bezig wakker te worden en rekte zich net uit, toen Martijn de kamer in kwam. Haar lange benen, slanke buik en mooie borsten zag Martijn graag en als ze zich uitrekte leek het wel of hij naar een film keek. Heleen droeg ’s nachts nooit meer dan een onderbroekje, als ze die al aan had. Een paarse string bedekte vanmorgen een klein deel van haar lichaam.
“Hoe laat moet je vanmiddag op Schiphol zijn?” vroeg Martijn.
“Zeg, ik ben de hele dag nog vrij, lekkere jongen en jij vraagt wanneer ik moet werken!” reageerde Heleen quasi geïrriteerd.
“Nou ja”, zei Martijn, “ik hoop niet dat je snel weg moet want ik heb wat tijd nodig”, waarbij hij met een schuin oog naar de klok keek.
“Ik lig nog na te genieten van gisteravond.” Martijn was altijd wel in voor een vrijpartij met Heleen. Zeker als ze net thuis was van twee weken vliegen en eenzaam in hotels slapen. Dan haalden ze ‘de schade van de afgelopen week goed in’, zoals ze dat noemen als ze een twee weken niet hebben kunnen vrijen. Maar vóórdat Heleen weer vertrok was het voor Martijn altijd lastiger. Afscheid nemen vond hij moeilijk en Heleen wist dat. Dat ze gisteravond hadden kunnen vrijen, was voor Martijn een overwinning op zijn probleem met afscheid nemen. En nu stond hij daar met twee bordjes, twee eitjes en naast een kop thee, een kop koffie. Martijn zette het dienblad bij het bed neer en deelde de spullen uit. Heleen zei niets maar genoot van het moment. ‘Wat is er aan de hand?’ vroeg ze zichzelf af.
Martijn raadde haar gedachte. “Dat is een verrassing hé, dat ik bij je in bed kom ontbijten!” Heleen kende haar vriend langer dan vandaag. Hij was een nerd, een intellectueel die met emoties weinig raad wist. Onverwachte dingen waren niet aan hem besteed. Rust, reinheid en vooral regelmaat waren belangrijke kenmerkten van hem. Toch hield ze van deze man; van zijn passie voor architectuur, van zijn brede kennis, zijn ‘gewoon’ zijn, zijn nuchterheid en zijn aperte weerzin tegen rokkenjagen. Het was juist dat laatste waardoor Heleen haar vriend had ontdekt. Omdat haar ouders veel geld hadden, had ze altijd wel vrienden om haar heen. Iets waar ze overigens een gloeiende hekel aan had, ze had liever echte liefde dan baar geld.
Heleen had Martijn voor het eerst gezien in een restaurant, toen ze met vrienden op een vrijdagavond uit was. Hij zat aan de bar met een biertje, en iets in hem trok haar aan. Hij was lang, gespierd, had mooie kaaklijnen en blauwe ogen. En toch was het geen James Bond-type. Zijn kleding, zijn haardracht en zijn bril verraadden de nerd in hem. Heleen, die al wat op had, bedacht zich niet en liep op hem af. Dat was meer om haar vrienden te klieren, dan om die jongen te leren kennen. ‘Een lekkere meid met veel geld, de hoofdprijs dus’ was hun motto. Dat Heleen daar zo langzamerhand tabak van kreeg zou hen spoedig duidelijk worden.
“Dag lekkere jongen”, zei ze. Ze ging naast de man op een kruk zitten en sloeg een arm om hem heen. Met een schuin oog keek ze haar vrienden aan.
“Ik ben geen lekkere jongen”, zei de man, “ik ben Martijn en wil je je arm van mijn schouders halen. Ik houd daar niet zo van.” De ontremming die Heleen tot deze actie had aangezet verdween even snel als de glimlach van het gezicht van Martijn. Dat was ze duidelijk niet gewend. Martijn pakte zijn biertje op en dronk rustig verder. Daarna draaide hij zich weer om naar Heleen. “Ik zou het op prijs stellen als je je eerst voorstelt.”
Heleen werd helemaal warm. “Ik ben Heleen de Vries, hier uit Drachten en jij?” vroeg ze.
“Ik ben Martijn Terpstra, ook hier uit Drachten, wil je wat drinken?” Heleen was direct weer op de hoede.
“Alhoewel je misschien aantrekkelijker bent als je minder alcohol drinkt.” Heleen kwam weer in de comfortzone en bekeek Martijn met een keurende blik. “Wat weet jij van aantrekkelijkheid?” zei ze.
“Aantrekkelijkheid zit vanbinnen, Heleen”, zei Martijn, “en dat wordt lelijk door te veel alcohol.”
Heleen voelde zich niet op haar gemak omdat al haar vrienden naar haar keken, maar toch was ze erg nieuwsgierig geworden naar Martijn. Twee weken later was ze hem weer tegengekomen, ze had zich eerst voorgesteld en toen een arm om hem heen geslagen.
“Dag Martijn, ken je me nog?”
“Dag Heleen, wat ben je mooi.” Heleen was nuchter en had hem gelijk begrepen, ze was reddeloos verloren. Na drie maanden waren ze bij elkaar thuis geweest en nog eens drie maanden later hadden ze samen geslapen.
Hun eerste kennismaking was anderhalf jaar geleden en nu zat hij, met een verrassing, naast haar in bed. Toen ze hadden gegeten wilde Heleen uit bed gaan om onder de douche te stappen. Martijn tilde zijn hand op, ten teken dat ze moest blijven zitten. Onder zijn kussen haalde hij een klein doosje tevoorschijn en liep om het bed heen naar Heleen toe. Ze volgde hem met haar ogen en zag Martijn voor zich neerknielen. Tranen biggelden over haar wangen; daar zat hij, haar Martijn, die schuchter voor haar op de knieën zat, zich eigenlijk geen raad wetend met de situatie. Haar Martijn, die zo anders was dan haar ouders, zo puur, zo vol liefde. Haar Martijn ging haar ten huwelijk vragen. Ze viel hem op de rand van het bed om de hals.
“Natuurlijk wil ik met je trouwen”, snikte ze. Martijn was overdonderd, dagenlang had hij zich op dit moment voorbereid. Hij had geoefend met het openmaken van het doosje en nu hing Heleen hem snikkend om de hals, terwijl het doosje op de grond lag. Hij wist dat de ring die hij had gekocht niet meer was dan een symbool. Heleen was gewend aan dure sieraden, dat zou hij haar nooit kunnen geven. Ooit had hij dat tegen haar gezegd. “Heleen, wat voor ring moet ik kopen als ik jou ten huwelijk wil vragen?”
Haar antwoord was even eenvoudig als verbluffend. “Eentje waar ik jou in kan zien. In al mijn sieraden zie ik euroteken ’s.” Dat de ring nu op de grond lag, was eigenlijk de plek waar die op dit moment hoorde. Het ging om hen, niet om een sieraad. Martijn genoot. Bijna kon hij huilen van geluk.
“Wanneer wil je met me trouwen?” vroeg Heleen, toen ze weer rechtop in bed zat.
“Over zes maanden”, antwoordde Martijn resoluut, “dan is de verbouwing klaar en hebben we vakantie in ons eigen paleisje en dan Valentijnsdag in romantisch Verweggistan.”
Heleen corrigeerde met een olijke blik. “Dat is over víjf maanden, Martijn, niet over zes maanden.” Uiteindelijk waren ze pas heel laat aangekleed en Heleen was op weg naar haar werk. Onderweg zou ze nog even bij haar ouders langs om het nieuws te brengen. Ze zou daar een uurtje blijven en dan door naar Schiphol.
Martijn ging op weg naar zijn werk. Hij werkte op een architectenbureau op projectbasis. Daarnaast had hij een afspraak dat als Heleen vrij was hij minder werkte dan wanneer zij aan het werk was. Heleen werkte twee weken op en ruim een week af. In dat ritme kon Martijn heerlijk mee.
Nu Heleen weer aan het werk ging, moest hij weer aan de bak. Zijn baas had gisteren gebeld of hij vanmiddag al wat kon doornemen. Zijn makelaar had een project waar nogal wat haken en ogen aan zaten en die had zijn baas gevraagd ernaar te kijken. Martijn werd vaak ingezet om lastige zaken uit te zoeken. Creatief was hij niet echt, maar creatief met problemen was hij wel. De deadline naderde en Martijn kon zijn kunsten weer vertonen. Hij ging met plezier naar zijn werk.
Vyra Smith zat met haar man Kenneth in de tuin in hun woonplaats St. Albans. Ze was behoorlijk kwaad. En van Vyra kon je veel goeds zeggen, maar als ze kwaad was, dan was het hommeles.
Kenneths dochter had haar het bloed onder de nagels vandaan gehaald. Sinds haar achttiende verjaardag, nu drie maanden geleden, was haar stiefdochter bijna onhandelbaar. En daarover moest ze haar hart luchten. Zowel Vyra als Ryeen waren vrouwen waar Kenneth van hield. Zijn dochter leek qua karakter op haar moeder, een stevige persoonlijkheid en Ryeen was hard op weg haar hierin te evenaren. Margareth McJohn, de eerste vrouw van Kenneth en moeder van Ryeen, was vlak na de geboorte van Ryeen overleden. Vyra Sanchez had hij in die periode leren kennen. Vijftien jaar geleden, drie jaar na het overlijden van Margareth, waren Kenneth en Vyra getrouwd. Vyra had met haar karakter een zus van Margareth kunnen zijn, alhoewel ze uiterlijk in niets op haar leek. Ryeen en Vyra leken uiterlijk dan ook helemaal niet op elkaar. De afgelopen maanden had Kenneth de spanning tussen de twee vrouwen al wel gezien, maar liet het bewust op zijn beloop. Hij vond het niet nodig tussen beiden te komen; zijn dochter en zijn vrouw konden samen best een conflict konden oplossen.
Kenneth keek naar zijn vrouw, blijkbaar was er een hobbel waar ze niet overheen kwam.
“Ik word zo moedeloos van Ryeen, Kenneth”, brieste Vyra. “Sinds ze achttien is, is ze steeds meer geïnteresseerd in haar echte moeder, dat zal je niet ontgaan zijn.” Kenneth knikte, eigenlijk verbaasde het hem niet.
“Waar ik last van heb, is dat ik in toenemende mate een tweederangs moeder word. Ik dacht dat ze de pubertijd al redelijk achter zich had”, vervolgde Vyra. “Alhoewel ik niet haar echte moeder ben, heb ik haar wel als mijn eigen dochter opgevoed. Ryeen was er net, toen ik je leerde kennen.” Kenneth keek zijn vrouw rustig aan. Het proces waarin zij nu zat, was ook niet eenvoudig.
“Ryeen is bezig met haar identiteit, Vyra en in dat stukje van haar groei ben jij niet interessant.” De vroegere luchtverkeersleider was gewend duidelijke taal te spreken. Kenneth had de aanslagen op het WTC in 2001 van dichtbij meegemaakt. Nadien had hij niet meer gewerkt en sinds een maand was hij met vervroegd pensioen. “Ik heb jullie al een poosje zien modderen en ik dacht dat ik er goed aan deed jullie het zelf te laten oplossen.” Als Kenneth zo sprak, kwam de autoriteit van de luchtverkeersleider in hem sterk naar voren. Vyra had dat altijd erg aantrekkelijk gevonden, maar nu baalde ze ervan dat Kenneth haar liet ploeteren. Ze had zijn hulp nodig.
“Ik ben niet een van je ondergeschikten”, bitste ze hem toe, “ik ben je vrouw en onze dochter keert zich tegen me.” Vyra kon fel zijn, ze had Kenneth altijd met de benen op de grond gehouden. In zijn werk als verkeersleider waren snelle analyses, heftige beslissingen en kritische beoordelingen van zijn personeel van levensbelang voor de luchtvaart. Vyra zorgde er voor dat hij thuis gewoon man en vader was. Kenneth had een gevoelige snaar geraakt. Als analyticus had hij onvoldoende rekening gehouden met de gevoelens van zijn vrouw. Die had, omdat hij in die periode als piloot veel in de lucht zat, zijn dochter Ryeen in haar jonge jaren eigenlijk grotendeels opgevoed. Om thuis meer rust te krijgen, had hij een baan gezocht in de luchtverkeersleiding op het JFK-vliegveld. Kenneth begreep dat alles omdat Vyra sprak van ‘onze dochter’. Hij liet het achterwege om haar erop te attenderen dat ze zich vergiste. Als hij de komende nachten op de bank wilde slapen, moest hij dat vooral zeggen, hij kende zijn Vyra langer dan vandaag.
“En zeg niet dat ze mijn dochter niet is”, zei Vyra. Ze leek iets ontspannener en de twinkeling in haar ogen gaf Kenneth het gevoel dat ze zijn gedachten kon lezen.
“Dan hoef ik gelukkig niet op de bank te slapen”, dacht Kenneth hardop.
“Is het probleem al opgelost dan?” zei Vyra. “Ik waarschuw je.”
“Ik ga je helpen”, zei Kenneth, nu weer serieus. “Ik heb op de zolder nog persoonlijke spullen uit de jeugd van Margareth opgeslagen. In de jaren dat we alles van Margareth uitzochten heb ik dat uiteindelijk niet weggegooid. Ze is toch een deel van mijn leven geweest en ik had het er moeilijk mee.” Kenneth ‘s ogen raakten vochtig. Niet het gemis aan Margareth raakte hem het meest, maar de machteloosheid die hij bij zichzelf voelde bij de manier waarop ze uiteindelijk overleed. “Ik ben nu blij dat ik de spullen niet weggedaan heb. Ik kan Ryeen erin laten kijken. Misschien helpt het haar te zoeken naar zichzelf.”
Vyra herinnerde zich dat ze samen veel spullen van Margareth hadden uitgezocht. Ze had er nooit op gelet of Kenneth die spullen weggegooid had.
Herinneringen uit de periode dat hij Margareth leerden kennen en dat ze trouwden stond in een album in de werkkamer van Kenneth.
Kenneth stond op, gaf zijn vrouw een speelse kus op haar voorhoofd, liep naar de achterdeur en ging op weg naar de zolder.
***
Toen Kenneth de trap opliep hoorde hij de muziek die Ryeen graag aanhad. Rock en Metal waren de ingrediënten waarop Ryeen graag haar muzieklijst met de nodige decibellen liet horen. Kenneth vroeg zich nog altijd af, hoe je deze hoeveelheid decibellen kon combineren met studeren. Tegelijkertijd merkte hij dat zijn dochter door deze muziek blijkbaar inspiratie kreeg, want haar cijfers logen er niet om. Het laatste jaar van de High School deed ze net als alle jaren ervoor, zonder veel problemen, zonder veel leren en met veel plezier buiten schooltijd. Bij de kamer van zijn dochter klopte hij aan de deur. Alhoewel deze open stond, was dat voor Kenneth een gewoonte; het was de kamer van zijn dochter en hij respecteerde de privacy die ze had.
“Hé, pa”, zei Ryeen, “ik had je niet horen aankomen.” Kenneth draaide zijn hoofd kort naar de geluidsboxen en maakte een draaiende beweging met zijn pols. Het verbaasde hem dat de boxen niet van de muur denderden. Ryeen begreep de hint en draaide in de gelijke beweging, als die haar vader net gemaakt had, de muziek zachter.
“Ik wil je boven wat laten zien”, zei Kenneth tegen Ryeen. Hij draaide zich om en liep naar de zoldertrap. De muziek ging weer harder. ‘Dat is nieuw’, dacht Kenneth bij zichzelf en genoot van het moment. Hij liep terug naar de deur, klopte nog een keer en herhaalde zijn draaiende polsbeweging. Daarbij keek hij ditmaal niet naar de boxen, maar naar zijn dochter. Er lag een glinstering in haar ogen.
“Excuses voor de onduidelijkheid. Ik had je niet verteld, dat ik je nú iets wil laten zien”, zei Kenneth. Aan zijn gezicht was de pret af te lezen.
Ryeen vloog van de stoel af en sprong haar vader om de hals. “Wat ben je toch een geweldige vader!” zei ze. Kenneth kon de neiging onderdrukken om zijn dochter op te tillen en naar boven de dragen. Vroeger bracht hij zijn dochter altijd zo naar bed. Fysiek zou hem dat nog steeds geen moeite kosten, maar ze had zo weinig kleding aan dat hij het ongepast vond deze actie uit te voeren. Kenneth had in zijn loopbaan te veel ellende gezien van mannen die de grens van het betamelijke overschreden hadden en de gevolgen ervan nog moesten dragen. Hij had zich aangeleerd die grens niet op te zoeken. Kenneth zette haar weer neer, zei dat het op zolder iets frisser was dan op de eerste verdieping en liep naar boven. Ryeen volgde hem twee tellen later; de muziek was uit en ze had een joggingbroek aangetrokken.
“Ik wil je iets vertellen over je moeder”, begon Kenneth.
“Vyra is mijn moeder niet”, reageerde Ryeen fel.
“Ryeen!” Kenneth had haar naam slechts met een lichte stemverhoging uitgesproken, maar het was voor Ryeen duidelijk genoeg. Kenneth werkte niet meer, maar zijn gezag voelde voor Ryeen nog steeds als heel natuurlijk.
“Ik zei: ik wil je iets vertellen over je moeder. Je hoeft mij niet uit te leggen, dat Vyra je moeder niet is”, zo haalde Kenneth de angel uit de opmerking van Ryeen, terwijl hij zijn ogen op zijn dochter gericht hield. “Vyra is al zeventien jaar als een moeder voor je. Zonder haar was jij niet geworden, wie je nu bent.” Vader en dochter lieten de woorden even zakken. Soms hadden ze even een clash nodig om lastige zaken te bespreken.
“Je was amper een paar dagen oud toen je moeder aan de complicaties van de zwangerschap overleed. Die was waarschijnlijk te zwaar voor haar lichaam en ze ontwikkelde daarom het HELLP-syndroom. Drie weken voor de geboorte is ze opgenomen. Na de bevalling kwam ze op de ICU te liggen; haar lever functioneerde slecht en de nieren begaven het. Later begreep ik dat een de schildklier verantwoordelijk was voor haar sterven. Ze had geen schijn van kans.” Ryeen wist dat haar moeder in haar eerste levensjaar was overleden. Maar de manier waarop, daar had haar vader haar niet eerder over verteld. Hij had sowieso weinig over zijn eerste vrouw verteld. Misschien kwam dat door de drukte van zijn werk en de aanslagen op de Twin-Towers, nu twee jaar geleden, die hem mentaal gesloopt hadden.
“Ik heb gemerkt dat je haar graag wilt leren kennen”, zei Kenneth tegen zijn dochter.
“Pap…” begon Ryeen.
“Ik ben niet blind”, viel hij Ryeen in de rede, “ik heb jou met Vyra al een poos zien ruziën. Wat mij betreft verdient deze moeder het niet om zo door jou behandeld te worden.” Kenneth liet zijn woorden in de ruimte van de zolder rusten. “Ik hoop werkelijk dat jullie de energie vinden om samen door één deur te kunnen. Ik kan jullie daar echt niet bij helpen.”
Ryeen keek door het zolderraam naar buiten. De indringende blik van haar vader werd haar even te veel. Hij behandelde haar nooit echt als een kind, maar nu voelde ze toch even een afstand met hem. Niet onplezierig, merkte ze. Ze mocht wel gewoon zijn kind zijn.
“Wat wilde je me vertellen, papa?” Ryeen had de boodschap van haar vader verwerkt en keerde terug naar het onderwerp waarvoor ze blijkbaar op zolder zaten.
Kenneth kon voorkomen dat een gevoel van trots aan hem te zien was, zijn dochter had de nodige genen van hem meegekregen. “Ik heb hierboven twee dozen staan met spullen van je moeder die ik al tien jaar geleden zou weggooien, maar dat heb ik uiteindelijk niet gedaan. Net sprak ik met Vyra over jou -ze wist niet goed meer wat ze aan je had- en toen schoten mij die dozen te binnen. Misschien heb je er wat aan, om zo je biologische moeder te leren kennen.”
Ryeen keek haar vader aan. Ze had al wel gedacht dat Vyra met hem zou gaan praten. Op een op andere manier had ze zich de laatste maanden behoorlijk aan haar geërgerd. Waarom, dat kon ze eigenlijk niet goed verklaren. “Wat zit er in die dozen dan?” vroeg ze aan Kenneth.
“Nou”, zei hij, “de herinneringen aan onze tijd samen staan beneden in mijn werkkamer. In deze dozen zitten de spullen van voor die periode. Heb je even tijd?” vroeg hij aan Ryeen. Hij wilde haar graag heel veel vertellen, maar dan moest ze niet op de wip zitten. Ryeen schoof naast hem op de kleine bank op zolder. ‘Wat kon je zonder woorden veel zeggen’, bedacht Kenneth zich. “Ik heb je moeder uiteindelijk maar kort gekend. Lang genoeg om te weten dat ik met haar wilde trouwen, maar te kort om haar echt te leren kennen.” Kenneth zag zijn vrouw voor zich en voelde zijn dochter tegen zich aan. ‘Ze heeft ook de nodige genen van haar moeder’, mijmerde hij. In ieder geval had ze uiterlijk veel van haar weg. Lang, slank, doordringende ogen, een brede mond en mooie hoge jukbeenderen. “Je moeder was mooi, intelligent, en woonde in New York toen ik voor het eerst ontmoette. Ze was enig kind en haar ouders waren al overleden, maar je moeder was allerminst alleen op de wereld.” Kenneth moest even zijn herinneringen uit 1981 aanboren. “Ik had mijn vliegbrevet al binnen en voor mijn rating voor IR en VFR was ik net geslaagd. Omdat ik verkeersvlieger wilde worden was ik bezig met de opleiding MEP en MCC; ik was dus weinig thuis. Margareth werkte in het Holiday Inn Jamaica/Queens, dat als thuisbasis diende voor stewardessen en piloten die bij JFK-Airport een paar dagen vrij hadden. Daar heb ik je moeder leren kennen. Een mooie tijd, we hadden altijd de beste kamers in haar hotel.” Kenneth glimlachte bij deze laatste woorden. “Sommige dingen vergeet je niet”, zei hij raadselachtig. “Het punt was alleen”, vervolgde Kenneth, “dat je moeder er toen gewoon was terwijl het leek of ze geen verleden had. Dan heb je ook weinig om aan je nieuwe vriend te laten zien. Ze leefde in het nu.” Ryeen keek haar vader even aan.
“Ze was de tijd dus vooruit”, merkte ze op. “Leven in het nu is in opkomst. Mindfulness heet dat, geloof ik.” Kenneth keek opzij naar zijn dochter. ‘Altijd creatief denken’ merkte hij tevreden op ‘zou ze dat van mij hebben of van haar moeder?’
“In die dozen zitten spullen uit de periode dat ze aan het Santa Barbara City College in Californië de opleiding tot hotelmanager deed. In 1975 werkte in het hotel waar wij elkaar leerden kennen en heeft ze zich opgewerkt tot manager. Dat is ze gebleven tot ze overleed.” Kenneth stond op, pakte van de vliering twee dozen en zette ze voor Ryeen neer. “Ik hoop dat je hier kunt vinden, wat je zoekt over je moeder.” Kenneth en Ryeen zaten nog een poosje rustig boven. Daarna pakten ze allebei een doos en gingen naar beneden, Kenneth voelde zich behoorlijk moe. In de herinneringen zaten hoogtepunten en dieptepunten. Het was al even geleden dat hij zo met het verleden bezig was geweest. Beneden had Vyra het nieuws aan. De strijd om het presidentschap in november zal uiteindelijk gaan tussen G.W. Bush en John Kerry. Het beloofde een hete zomer en gure herfst te worden.
De smartphone van Martijn zoemde. Een WhatsApp haalde hem uit zijn gelukkige droom over Heleen! Die ging vertellen hoe het bij haar ouders was. Hij las het bericht door.
“Fuck!” riep hij door de kamer. “Kon ze daar nu niet even mee wachten?” Heleens vader en moeder verschilden nogal van karakter. Heleen kon het redelijk goed met haar vader vinden, met haar moeder kon het vaak donderen. Martijn kon er niet goed achter komen waar de schoen wrong. Heleen kon soms erg fel reageren op haar moeder. Niet dat hij haar ongelijk gaf, integendeel. Maar of het verstandig was? Heleen ’s ouders waren redelijk vermogend en alhoewel hij Heleen niet voor het geld wilde trouwen, was het geen onplezierige gedachte dat er voor de toekomst geld beschikbaar was. Heleen was er naar Martijn altijd duidelijk over geweest. ‘Ik heb liever jou, dan het geld van mijn ouders’, zo betoogde ze altijd als ze het over een eventuele erfenis hadden. Blijkbaar is geld, als je er eenmaal aan gewend bent, niet altijd leuk meer. Hoe dan ook, Heleen was blijkbaar maar erg kort bij haar ouders geweest, want ze was alweer op weg naar haar appartement in Amstelveen. Een stewardess moet binnen overbrugbare afstand van Schiphol wonen. Omdat Heleen graag in het noorden wilden blijven wonen, had ze met haar werkgever afgesproken, dat ze ‘twee weken op en anderhalve week af’ zou werken. Voor die twee weken op had een ze klein appartement in Amstelveen. Als ze dan een nacht in Nederland was, hoefde ze niet een hotel te boeken, maar kon ze naar haar eigen plekje gaan. Martijn was er ook weleens geweest; je moest wel erg veel van elkaar houden om er met z’n tweeën te wonen. ‘Dat was niet echt een probleem’, grinnikte Martijn bij zichzelf. Martijn vond Heleen in haar stewardessen outfit heel erg sexy. Als hij haar weleens ophaalde van Schiphol en ze samen naar Amstelveen gingen was het niet verstandig dat hijzelf reed. ‘Op de weg letten’ en ‘afgeleid worden door een sexy stewardess’ was voor hem een slechte combinatie van zou onverstandig zijn. Heleen reed dan en gedroeg zich vervolgens zo professioneel in het verkeer, dat het haar vriend nog meer opwond. Heel veel ruimte hadden ze dan niet nodig om te opgekropte energie op elkaar los te laten.
Een nieuw bericht herinnerde hem aan Heleen en haar moeder.
binnenkomend whatsapp bericht
‘Ik was zo pisted off, dat ik aan Henri gevraagd heb mama de groeten te doen en ben zo in de auto gestapt’
“Toe maar, een goed idee om voor je huwelijk het contact met je moeder op scherp te zetten”, zei hij smalend.
Zijn telefoon ging over. ‘Nog meer? Ga toch gewoon werken.’
Martijn en nam de telefoon op. Het was hun makelaar en financieel adviseur Van Vlier, die hem belde en hem terugbracht naar minder heftige zaken.
‘Hoop dat het nu klaar is,’ dacht Martijn.
***
Heleen had de auto even op een parkeerplaats gezet. Ze had wel tegen haar vader gezegd, dat ze was afgekoeld, maar dat ze zo tegen haar moeder tekeer was gegaan, had haar meer aangegrepen dan ze wilde toegeven. Ze moest even haar ei kwijt aan Martijn.
Op haar telefoon toetste ze: ‘Bezoek aan mijn ouders een drama. Ik ben uit mijn slof geschoten toen mijn moeder vroeg of we in gemeenschap van goederen gingen trouwen. Eindelijk haar de waarheid verteld.’
Toen ze weer weg wilde rijden, typte ze nog even, hóe ze bij haar ouders was weggegaan.
De vijfentwintig jarige Ryeen had de man rood zien worden bij haar aanblik. Niet dat deze man haar type was, maar ze had sterk de indruk gekregen dat de uitbater en hij het over haar hadden gehad en daar lag een kans. Ze was in Drachten op zoek naar informatie en uit ervaring wist ze dat, als anderen in verlegenheid werden gebracht, ze de meeste informatie en hulp kon verkrijgen. Ze stond op en liep naar de uitbater. “Hallo, ik ben Ryeen Smith”, zei ze in het Engels. Dat ze ook Nederlands sprak was nu niet aan de orde. ‘Dat is voor later’, dacht ze. Ronald schakelde over naar het Engels en vroeg wat hij voor haar kon betekenen.
“Ik ben hier niet bekend”, zei Ryeen. Ondertussen pakte ze een foto uit haar handtas, die ze aan Ronald liet zien. “Dit moet in Drachten zijn”, vertelde ze. Ryeen draaide de foto om en liet een handgeschreven geschreven tekst zien. Drachten, 1968, Anna van Velsen; Absens Carens stond erop geschreven. Ronald pakte de foto met een vragende blik.
“Mag ik hem nog eens zien?” zei hij en draaide het plaatje weer terug. Op de foto was een laan te zien, met aan de rechterzijde een kerk. Voor die kerk liep een jonge vrouw.
“Dat zal Anna dan zijn”, zei Ronald quasi slim.
“Ik ben niet naar haar op zoek, maar naar die straat.” Ryeen toverde een vriendelijk gezicht tevoorschijn.
“Ik zou zweren dat het de Stationsweg was”, zei Ronald, “maar ik kan die kerk niet plaatsen. Zegt jou dit wat?” vroeg Ronald in het Nederlands aan een gast aan de bar.
“Dat is de Noorderkerk aan de Stationsweg, maar die is zo’n vijftien jaar geleden gesloopt”, zei de man.
Bij het horen van de naam ‘Stationsweg’ kon Ryeen haar enthousiasme nauwelijks onderdrukken. “Hoe kom ik daar?” vroeg ze.
“Die man die net naar buiten liep, die woont op de Stationsweg”, vertelde Ronald enigszins ongemakkelijk. “Misschien treft u hem buiten nog aan en kan hij u de weg wijzen.”
Ryeen zette haar volgende stap. “Zou hij me herkennen? Om hem zomaar aan te spreken?” Ryeen liet haar opmerking in de lucht hangen en keek Ronald recht in de ogen aan.
“Eh”, begon Ronald, “hij vroeg net of ik wist wie u was. Achteraf had hij blijkbaar beter even kunnen wachten.”
‘Ik weet genoeg,’ dacht Ryeen. ‘Ik ben blijkbaar opgevallen.’ Ze bedankte Ronald en liep snel naar buiten.
Henri liep weer naar binnen, de gedachten bij zijn dochter. Nog niet eerder had hij haar zo nijdig gezien. Heleen kon een opgewonden standje zijn, maar ze had meestal niet de moed om werkelijk een conflict met haar moeder aan te gaan. Waarom ze dat nu wel deed, daar kon hij alleen maar naar gissen. Maar dat zijn dochter nu ging trouwen en samen met Martijn een huis had gekocht, gaf hem een trots gevoel. In de woonkamer bracht zijn vrouw hem weer in de realiteit van tien minuten geleden.
“Mijn vraag was toch geen reden voor Heleen om zo tegen mij tekeer te gaan?’ vroeg Co.
Henri keek zijn vrouw aan. “Wat denk je zelf?” waarmee hij de vraag weer bij haar neerlegde.
“Och, jullie tweeën zijn altijd al vier handen op één buik geweest. Waarom neem je het toch altijd voor haar op?”
Henri had geen zin in deze discussie. “Ik heb tegen Heleen gezegd dat het jullie weer is gelukt om binnen twee minuten ruzie te hebben. Dit keer over geld.” Henri maakte aanstalten om de huiskamer weer te verlaten “By the way, Heleen vertelde net dat ze ook al een huis hebben gekocht in Drachten aan de Stationsweg of zoiets.” Toen hij zijn jas had aangetrokken, keek hij nog even door deur naar Co. “Als je denkt dat ik van jullie geruzie geniet, heb je het behoorlijk mis. En als je me zoekt, ben ik even een straatje om.” Hij vertrok naar buiten, terwijl Co keek hem ernstig nakeek.
Ron van Vlier zat op zijn kantoor om de laatste zaken van de aankoop van het pand op de Stationsweg door te nemen. De laatste hobbels in de hypotheekaanvraag voor Martijn Terpstra en Heleen de Vries waren genomen. Ron en Martijn kenden elkaar sinds kort en hij wist dat Martijn interesse had in een oud huis. Toen bewoners aan de Stationsweg zich bij hem meldden om hun huis te verkopen, had hij direct Martijn gebeld. Zo vlug en met zo weinig kosten had hij zelden een huis verkocht. Het was de tweede keer dat hij bij de verkoop van dít huis betrokken was. De eerste keer, vele jaren geleden, zat nog in zijn geheugen gegrift. Toen zag alles er sowieso anders uit, hij was toen net als makelaar begonnen en voor een eerste opdracht was het een ingewikkelde klus. Ron herinnerde het zich weer toen hij het pand voor de geest haalde, hij had zelfs nog zwart-wit foto’s van veertig jaar geleden. Hij wist ook nog dat het huis toen al niet goed onderhouden was. De weduwe Jansen had er gewoond, een statige vrouw die financieel onafhankelijk was. Deze vrouw was overleden, ze had geen familie meer en liet haar huis daarom aan haar kostgangster na. Deze bijzondere nalatenschap moest na haar overlijden nog notarieel bevestigd worden en daar was hij persoonlijk bij betrokken geraakt. Die erfgename verkocht niet veel later het huis. Van Vlier had dat allemaal diep in zijn geheugen weggestopt, maar toen hij met Heleen en Martijn het huis ging bezichtigen kwam dat allemaal weer boven water. Er was niet écht veel veranderd, had Ron gemerkt, de huidige bewoners hadden er ook weinig onderhoud aan gepleegd.
Ron pakte zijn telefoon. Hij zou Martijn gelijk bellen om de zaken af te ronden, dan konden de stukken naar de notaris. Hij hoopte dat het de laatste keer was dat dit huis onder zijn verantwoordelijkheid verkocht werd, maar je wist maar nooit. Door financiële malaise was er flink gat in zijn pensioen geslagen, waardoor hij nog een jaar of wat moest werken. Hij was nu de pensioengerechtigde leeftijd al gepasseerd.
Ryeen zat in het laatste jaar van de High School en was druk bezig een vervolgopleiding te kiezen. Volgend jaar zomer kon ze starten. Ryeen had vele interesses, maar tot nu toe had dat nog niet geleid tot een beroepskeuze. Vanwege het werk wat haar vader vroeger deed, woonde ze met haar ouders niet ver van JFK-airport af. Alles wat met luchtvaart te maken had, kreeg daarom altijd meer dan gemiddelde belangstelling van haar.
Ryeen keek naar de dozen met spullen van haar moeder, haar vader was alweer naar beneden gegaan. Het nieuws was op de tv en Ryeen wist dat hij graag de ontwikkelingen rondom de presidentsverkiezingen volgde.
Ze zat daar met een dubbel gevoel; blij, dat ze met Kenneth open over haar biologische moeder- en over Vyra had kunnen praten. Hij had blijkbaar in de gaten waarom ze zo tegen Vyra aanliep, zelf had ze dat nog niet eens zo door. De blijheid werd getemperd omdat ze nu informatie had gekregen waar ze voor haar gevoel nog helemaal niet aan toe was. Ze durfde dat niet tegen haar vader te zeggen, het onderwerp ‘Margareth’ was voor hem ook een gevoelig onderwerp. Mysterieus bijna.
Ryeen keek weer naar de dozen. Haar vader had verteld over het hotel waar hij haar moeder leerde kennen en dat prikkelde haar daarom. De dozen leken te zeggen dat er niet alleen informatie over het verleden van haar moeder te vinden was, maar ook informatie over haar toekomst. Ze maakte ruimte op haar bureau en zette de eerste doos erop. Ze kon de deksel eenvoudig openmaken. Ryeen zag diploma’s van het Santa Barbara City College op naam van Margareth McJohn uit 1973. Ze had vier jaar over de studie gedaan, een jaar langer dan normaal. Een folder van de opleiding zat er nog in.
**Wanneer je een internationale carrière in hotelmanagement nastreeft, heb je ervaring in het buitenland nodig. Een HBO- of universitaire opleiding Hotelmanagement in het buitenland volgen, is daarom een goede start van je carrière. Je wordt opgeleid voor leidinggevende functies in de hospitality sector en bouwt tegelijkertijd aan een internationaal netwerk. Gastvrijheid en sociale vaardigheden spelen een grote rol in deze sector, evenals talenkennis en praktijkkennis. Tijdens de studie Hotelmanagement leer je alles op het gebied van dienstverlenende organisaties als hotels, restaurants en recreatiebedrijven.**
Ryeen had zelf ook wel aan die opleiding gedacht. Ze vond studieboeken, sollicitatiebrieven naar-, en aanstellingsbrieven van het Holiday Inn Jamaica/Queens voor de functie van receptioniste en later voor de functie van assistent-manager en weer later manager. ‘Esso Jamaica wegenkaarten uit 1963’ veel foto’s en drie gesloten enveloppen.
De catalogus en de studieboeken van het Santa Barbara trokken haar aandacht. Het nam haar onverwachts mee in een studiekeuze. ‘Hier had haar moeder ook uit gelezen’, dacht ze geëmotioneerd. Ze had net de film in de bioscoop gezien “13 going on 30” over een dertienjarig meisje dat wakker wordt als iemand van dertig. Ze zag die film voor zich en voelde zich een beetje de hoofdrolspeelster, al was zij dan achttien jaar en geen dertien.
Ryeen bladerde door de catalogus en de studieboeken. Voor het eerst zag ze het handschrift van haar moeder. Ze kreeg het gevoel alsof er een band ontstond met iemand die ze helemaal niet kende.
Martijn legde de telefoon weer neer na het gesprek met hun adviseur. De zaken eindelijk waren rond. Nu moesten ze een datum te prikken voor de overdracht bij de notaris. Daarvoor had hij contact met Heleen nodig. Hij hoopte dat hij haar nog kon bereiken, zodat de agenda’s afgestemd konden worden. Martijn rekende vlug uit hoelang het nog duurde voordat ze aan boord ging. Tot die tijd had ze de telefoon altijd aanstaan. Hij toetste haar nummer en liet de telefoon overgaan. Het feit dat de telefoon overging en niet direct in antwoordapparaat modus ging, was hoopgevend.
“Met Heleen”, hoorde Martijn in zijn oor, “ik sta op het punt in te stappen, wat kan er niet wachten?”
‘Wat leuk je te horen’, vertaalde Martijn haar woorden met een glimlach.
“De spullen voor de hypotheek zijn rond en we kunnen tekenen bij de notaris”, zei Martijn, “kunnen we de agenda’s afstemmen?”
Een zucht vertelde hem dat Heleen haar aandacht er niet echt bij had. “Het is nu woensdag, over anderhalve week ben ik weer thuis. De week daarop kun je afspreken. Zet maar op de WhatsApp, dan lees ik het wel. Groetjes.” Martijn was blij dat hij toch even gebeld had. Heleen hield er niet van op haar werk gestoord te worden, maar op deze manier had hij kostbare weken gewonnen en konden ze nog voor de herfstvakantie de acte laten passeren bij de notaris. Midden volgende maand begonnen de vakanties van de scholen in midden Nederland. En dat was al over ruim vier weken.
***
Uiteindelijk was het op 25 september gelukt. Martijn en Heleen hadden getekend bij de notaris en hadden de sleutel van hun huis. In de weken dat Heleen de wereld rondvloog, had Martijn contact met de aannemer gehad om de verbouwing voor te bereiden. De afspraken over wat ze zelf zouden doen en wat de aannemer zou doen, had de prijs van de verbouwing kunnen drukken. In ieder geval zouden Martijn en Heleen met hun vrienden zelf de sloopwerkzaamheden doen. De aannemer kon daarna met de opbouw beginnen. Ook bij de opbouw zouden ze, daar waar het kon, helpen met kleine klusjes. Trots liepen Martijn en Heleen door hun paleisje. Nou ja, dat moest het nog worden. Heleen was er tevreden over dat ze dit alles had kunnen doen zonder de hulp van haar ouders. Ze zou ze graag laten zien, waartoe ze in staat was.
Met hun vrienden storten ze zich op de sloop van de bovenverdieping. Heleen had de volgende week nog een paar dagen extra vrij kunnen krijgen, dus die kon nog het nodige doen, ook als Martijn maandag alweer moest werken. Veel sloopwerk hadden ze kunnen verzetten. Het was zo strak georganiseerd, dat de resterende werkzaamheden goed door Heleen alleen te doen waren. ‘s Avonds kwam Martijn dan nog helpen en daarna hadden ze het gevoel dat ‘het na hard werken goed rusten was’.
Toen Heleen op haar laatste vrije dag de woning betrad, was er nog één kamertje dat voorbereid moest worden voor de verbouwing. ‘Het gaat je niet in je kouwe kleren zitten’, dacht Heleen, behoorlijk moe van de ongebruikelijke werkzaamheden. Bijna was ze blij, dat ze morgen weer even gewoon aan het werk kon. ‘Nog vier muren te gaan’, dacht Heleen en stortte zich op de eerste. Links onderin zat het oude gipsplaat behoorlijk vast en moest ze met een koevoet te werk gaan. Heleen had gezien hoe de jongens dat deden en zette de koevoet tegen de muur. Met een sloophamer sloeg ze er op los. Zodanig, dat de muur achter de gipsplaten beschadigd raakte. Ze kreeg er de pest in en deed de rest van de muren aanzienlijk voorzichtiger. Nu de laatste muur klaar was en ze de meeste troep had opgeruimd, bekeek Heleen de schade die ze veroorzaakt had. De stenen achter het deel wat ze kapot gemaakt had, leken wel nieuwer dan die van de rest van de muur. Toen begreep Heleen waarom ze juist dit deel had kunnen beschadigen. Het zat gewoon los; ze kon er drie stenen zo uit halen. Daarna keek ze tegen een klein doosje aan. ‘Nostalgie’, dacht Heleen, die wel gevoel en interesse voor historische informatie had. Het kistje kon ze makkelijk uit de bergplaats pakken, het zat helemaal onder het stof. Heleen zette zich met de rug tegen de muur en opende het doosje. Ze was enorm verbaasd, in het doosje lagen juwelen. Heleen, die bekend was met dure ringen, kettingen en oorbellen kon zo wel zien dat dit geen goedkoop spul was. Ook lagen er enkele foto’s en een enveloppe van de Boerenleenbank in. ‘Jeetje, dat is wel even geleden. Wanneer zijn Raiffeisenbank en de Boerenleenbank gefuseerd tot de Rabobank?’ vroeg ze zich af. Heleen had in haar leven nog nooit een Boerenleenbank gezien, dat zou betekenen dat het minimaal zo’n dertig jaar geleden moest zijn. ’Dertig jaar word ik dit jaar’, dacht Heleen, ‘en nu eindelijk een eigen huis en een man. Burgerlijk leven in aantocht’. Ze deed het doosje dicht, stopte het in een plastic zak en nam het mee naar huis, om ‘de nostalgie’ aan Martijn te laten zien. Bovendien wist ze niet wie de eigenaar van dat doosje eigenlijk was. In ieder geval wilde ze uitzoeken wie de eigenaar gewéést was. Heleen trok haar jas aan en liep naar buiten. Voordat ze de deur dicht trok keek ze trots nog even naar binnen. Voorlopig zou ze hier de eerste zestien dagen niet zijn. ‘De arbeid roept’, mijmerde ze.
Aan de overkant van de straat stond iemand naar haar te kijken, toen Heleen de deur achter zich sloot.
Ryeen kon de studieboeken van haar moeder eindelijk wegleggen. Ze was er zo enorm door gefascineerd geraakt, dat ze de tijd en haar planning vergeten was. Haar moeder had veel opmerkingen over de studie in de kantlijnen gezet, hierdoor had ze haar onbekende moeder al aardig leren kennen. Voornamelijk het eerste jaar van de studie was het erg moeilijk voor haar geweest. Dat jaar had ze over moeten doen. Ryeen had de passie van haar moeder gezien, het doorzettingsvermogen om de studie toch af te maken. Diezelfde kenmerken had ze teruggevonden in de informatie die ging over de periode dat zij in het hotel werkte. Ryeen had gezien dat haar moeder in haar boeken en schriften verscheidene talen had geschreven, die zijzelf niet kende. Blijkbaar was talenkennis noodzakelijk om hotelmanager te zijn. En Ryeen dacht dat hotelmanagement een saai vak was! Ze zag nu veel meer een complexe functie, die veel uitdaging in zich had. Lange tijd had ze geen idee gehad wat ze zou gaan doen na haar middelbare school. Ryeen had vele interesses, maar geen ervan leken voldoende voor een carrière. Het maakte haar steeds ongemotiveerder om haar school af te maken en daar had ze last van, merkte ze nu.
Haar vader had er al regelmatig opmerkingen over gemaakt. “Ryeen, heb je enig idee wat je na je examen gaat doen?” zei hij drie maanden geleden. Kenneth maakte altijd duidelijk welk onderwerp hij aanroerde. “Studeren of werken?” Het was voor hem geen optie dat zijn dochter na haar examen het bijltje erbij neer zou gooien.
Ryeen moest hem het antwoord schuldig blijven. En tot aan vanmorgen nog had ze geen antwoord. Ze merkte dat haar vader de keuze aan haar liet, maar diep in haar hart had ze graag wat steun van hem. Tegelijk was ze erg trots op, dat hij haar leven niet wilde sturen.
Nu kreeg ze steun uit een hoek die ze niet voor mogelijk had gehouden. Haar echte moeder wees haar een weg. Een conflict met haar stiefmoeder had iets heel bijzonders opgeleverd. Ryeen was benieuwd wat haar vader daar van zeggen zou en wat Vyra ervan vond.
Toen Henri terugkwam van een korte wandeling, kon hij alles weer wat relativeren. Voor Co en Heleen was het lastig om elkaar los te laten en dat ging met forse strubbeling gepaard. Henri hoopte dat beide vrouwen iets volwassener zouden kunnen reageren. Hij realiseerde zich maar al te goed dat híj een man was. Dat maakte veel verschil, overwoog hij. Vrouwen konden zo emotioneel reageren, zuchtte hij. Alhoewel hij Co niet als emotioneel had leren kennen. ‘We zijn dit jaar 34 jaar getrouwd’ Hij zag haar nog zo voor zich. Co had een lastige jeugd gehad, was toen ze 13 jaar was uit huis geplaatst en had in menig opvanggezinnen gezeten. Jacoba was zeer zelfstandig en liet niet over zich heen lopen. Haar jaren in de pleeggezinnen hadden haar dat wel bijgebracht.
Sinds ze uit huis geplaatst was had Jacoba nooit meer contact met haar ouders gehad. Pas na hun dood kreeg ze te horen dat haar vader en moeder een vermogen hadden vergaard en haar dat hadden nagelaten. Althans, dat veronderstelde ze; op haar 23e verjaardag had Jacoba van een notaris in Leeuwarden een brief gekregen over een erfenis, een rekeningnummer op haar naam en een bankpasje. Er stond een bedrag op die rekening, waardoor ze de rest van haar leven niet afhankelijk was van anderen.
De laatste vier jaren voordat hij haar leerde kennen woonde ze redelijk stabiel in Amersfoort. Hij was achtentwintig en Jacoba een jaar jonger toen ze elkaar in 1974 hadden leren kennen. Jacoba den Goede heette ze. ‘Hij had de goede gevonden’, zei hij vaak tegen zichzelf. Dat alles lag nu meer dan 35 jaar achter hem. In gedachten vergeleek hij Heleen met Co en zag enige overeenkomsten. De lengte had ze van haar moeder, de lichaamsbouw meer van hem.
Henrie liep de kamer in en trof Co achter de computer aan. Google-Maps, zag hij vlug en keek over haar schouder mee.
“Weet jij welk nummer ze hebben gekocht?” vroeg Co. Blijkbaar had zij de rust ook weer gevonden. “Ik ben toch wel nieuwsgierig naar het huis wat ze gekocht hebben, jij niet?”
Henri had die nieuwsgierigheid nog niet, zo moest hij bij zichzelf erkennen. “Ik weet niet welk nummer, hoe lang is die weg?” vroeg hij aan Co.
Die draaide haar hoofd om en glimlachte. “Even en oneven van 1 tot ruim 200.”
Henri schoot wat te binnen. “Kijk eens op internet”, zei hij, “misschien kun je daar wat op vinden.” Co zocht een site op, toetste het adres in en drukte op enter. Vijf huizen stonden er te koop.
“Kijk, dat is toch beter te overzien”, zei Henri. “Het huis moest helemaal gerenoveerd worden, zei Heleen vanmiddag tegen me.” Co bekeek de kenmerken van de huizen een voor een en hield twee huizen over, de nummers schreef ze op.
“We kunnen Heleen ook bellen”, stelde Henri voor.
Co draaide haar hoofd naar de klok. “Die zit al in de lucht, niet meer bereikbaar.” Henri wist dat het niet handig was om Martijn te bellen. Het gevoelige punt van het geld lag hem nog vers in het geheugen. En als Co wat wilde weten, dan zocht ze dat altijd zelf op. Ze kwam er wel achter waar Heleen ging wonen, daar maakte Henri zich geen zorgen over. Hij maakte zich over het algemeen weinig zorgen, merkte hij genoegzaam op.
Martijn fietste op de Stationsweg, nadat hij bij ‘Binnen’ was vertrokken. “Wat is er toch met je gebeurd, Heleen? ” vroeg hij zichzelf nogmaals af.
‘Ik dacht dat ik je kende.’ liet Martijn zijn gedachten de vrije loop. ‘Ik vraag je ten huwelijk, huilend zeg je “ja”, we kopen een huis, verbouwen de boel rigoureus en als dat aardig opschiet ben je ineens weg, van de aardbodem verdwenen.’ Martijn liet de afgelopen weken de revue passeren; Heleen moest met kerst en de jaarwisseling werken. Net als in de zorg, de politie en de brandweer moeten er ook diensten in weekenden en op feestdagen gedraaid worden. Dat gaat gewoon door. Heleen was achttien december voor zestien dagen vertrokken. Na de kerst werd hij gebeld door de KLM; Heleen was, tussen twee vluchten door, zesendertig uur vrij. Ze had in haar vaste hotel in New York ingecheckt, maar was daar vervolgens niet meer gesignaleerd. Omdat de rekeningen altijd door de KLM werden voldaan, heeft het hotel niet gereageerd op haar afwezigheid, die waren gewend aan het grillige rooster van de stewardessen. Pas toen Heleen zich niet meldde op het vliegveld en er van haar geen ziekmelding was, is alarm geslagen. Contact met het hotel leverde niks op. Daarom werd Martijn gebeld, wist hij misschien waar zij kon zijn? Martijn herinnerde zich het telefoontje nog.
‘Met de Groot van de KLM, bent u de verloofde van Heleen de Vries?’ De eerste de beste van de KLM wist hem te vertellen dat hij over een paar weken zou gaan trouwen! Hij zou die woorden nooit meer vergeten. Martijn werd er nog beroerd van. De man van KLM vertelde dat iedereen die het hotel verliet langs de foyer moest lopen, maar Heleen was niet op de camera’s in de foyer geregistreerd. Martijn dacht aan de datum die naderde, de dag dat ze zouden trouwen. Hij kreeg het emotioneel flink voor de kiezen. En nog was er helemaal niets bekend, behalve dan dat ze een arts in Bangkok had ontmoet. Die onzekerheid, die dodelijke onzekerheid, was voor Martijn het ergste. Omdat er in New York geen aanknopingspunten waren met een misdrijf, was vermissing niet aan de orde. Men ging ervan uit dat Heleen zelf de keuze had gemaakt uit zijn leven te verdwijnen.
Martijn kwam, nog diep in gedachten, bij zijn woning aan. De verbouwing was bijna klaar. De vogel had zijn nestje gebouwd en kon zijn vrouwtje verwelkomen. Martijn barstte in huilen uit bij zijn laatste metafoor. Snel ging hij naar binnen om alleen te zijn, hij wilde door niemand gezien worden. Door zijn huiluitbarsting hoorde Martijn de WhatsApp niet, die op dat moment op zijn smartphone binnenkwam.
‘Wat is er toch met je gebeurd, Heleen?’ Allerlei emoties raasden door zijn hoofd. Martijn had vanwege deze ontwikkelingen weer contact met zijn ouders gehad. Sinds hij de kerkkeuze van zijn ouders niet meer volgde, was het contact moeizaam. Heleens ouders, die het ook zwaar hadden, boden aan om financieel bij te springen als het niet meer lukte. Zij hadden aangeboden het huis voor de waarde ná verbouwing van Martijn te kopen, zodat hij het kon huren en daarmee goedkoper uit was. Maar daar was hij nog lang niet aan toe. Hij was wel blij dat er zo’n vangnet was als het financieel toch mis zou gaan. Want als Heleen wegbleef, zouden ook de inkomsten van Heleen wegvallen. Geef de KLM eens ongelijk; als je niet komt werken, ontvang je op enig moment ook geen loon meer.
Binnen was het qua temperatuur wel beter als buiten, maar met een paar graden vorst bleef het niet altijd comfortabel als de kachel uit was, alhoewel het huis nu goed geïsoleerd was. Hij deed de thermostaat van de kachel omhoog. Martijn was bekaf, maar hij had niet de illusie te kunnen slapen.
‘Wanneer komt de rust nu eindelijk eens?’ snikte Martijn.
Toen hij de tv aanhad, ging hij op de bank liggen en keek rustig naar het nieuws. Het weerbericht kreeg hij niet meer mee, toen sliep hij al. Opnieuw kwam er een WhatsApp binnen op zijn telefoon.
Heleen liep met de plastic tas naar haar auto, legde die voorzichtig op de bijrijdersstoel neer en startte de auto. ‘Verdorie, ik moet er wel aan wennen om hier weg te rijden.’ Er was ronduit slecht overzicht over de weg. Heleen keek in de spiegel, reed iets naar voren en keek naar achteren. Haar aandacht werd even getrokken door een vrouw aan de andere kant. Ze viel haar op, omdat ze stilstond en haar kant op keek. De hoed, de bril en de laarzen waren modieus, maar konden ook zomaar 40 jaar geleden gedragen zijn. ‘Grappig,’ dacht Heleen, ‘dat mode altijd weer terugkomt.’ Inmiddels was de weg vrij, gaf ze gas en stuurde haar auto de weg op. Toen ze thuiskwam, was Martijn al met het eten bezig.
“Zo, dat waren mijn vrije dagen, morgen weer aan het werk”, zei ze tegen hem en kuste hem op de wang. “Kan ik me eerst nog even douchen, ik stink naar zweet?”
Martijn keek naar de pannen op het fornuis. “Het eten is met een kwartier klaar. Voor jou doen wordt dat snel douchen.”
Heleen had pretogen. “Ik kan ook lang douchen en me niet aankleden. Wat eten we, wortels?”
