Erhalten Sie Zugang zu diesem und mehr als 300000 Büchern ab EUR 5,99 monatlich.
De verrassing is: in de dood sterft helemaal niets. Hoe dramatisch de dood ook kan lijken vanuit het standpunt van de schijnbaar levende, zo onbeduidend is hij als het gebeurt. Het is niets. Er is namelijk net zo min iemand die leeft, als iemand die sterft. Het complete drama van degene die leeft om zich door het leven heen te vechten, om eindelijk te ontdekken, eindelijk aan te komen, eindelijk te slagen - niets anders dan een droom. Opgelost. Ofwel luid en schel, of zacht en stil - wat blijft, is dat, wat alles is. Wat blijft, is het onbekende. Wat blijft is Zelf, dat onkenbaar is.
Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:
Seitenzahl: 158
Veröffentlichungsjahr: 2019
Das E-Book (TTS) können Sie hören im Abo „Legimi Premium” in Legimi-Apps auf:
A: Dat is niemand.
V: Wie is dan die 'niemand'?
A: Gewoon niemand.
Inleiding
Niet kennen
Het zoeken
Eenheid teweegbrengen
Niet erin
Om – te
Bevrijding
Eenvoud
Alles is leeg
De dood van Jezus
Uit het paradijs…?
Eindelijk alles goed
Oneness talks met Andreas
Echt
Bewust/onbewust
Vrede
Zelf-realisatie
Verlangen
Conditionering
‘Ik ben’
Verwoestend
Bevrijdend
Een gebeurtenis
In aanwezigheid
Kijken
Geen stof
Zorgen
Moeiteloos
Neuroses
Niets doen
Waar zelf
Uitstappen
Bewustzijn
Afwezigheid
Acceptatie
Relaties
Geen ervaren
Verruimd bewustzijn
Onbevredigend
Onschuld
Boodschap
Nu pas
Ik ben DAT
Echt
Zingeving
Bijna-dood
Eenvoudig
Op het pad blijven
Trauma, processen
Kansen
Focus
Staat van zijn
Diepe slaap
Alles is leeg
Dissociatie
Dood of levend
Reïncarnatie
Gewoon laten gebeuren
Eeuwig
Liefde
’s Morgens
Voorbestemd
Kloppend
Geen mensen
De dood
Aangekomen
Vrijwillig
Glimpen van ontwaken
Misverstand
Er is geen einde
Twee werelden
Intuïtief begrijpen
Ego verliezen
Zuivering
Ruimte en tijd
Gevoelens
Terugkeren?
Voor mij?
Einde ervaren
Leraren
Leraren 2
Goeroe?
Andere goeroe’s
Energetisch fenomeen
Overal ik
Eraan voorbij
Geen hulp
Verlichting onverdund
Sterven
Of – of
Bedreigend
Geen gebeurtenis
Niets nieuws
Onvoorstelbaar
Ophouden
Per saldo
Geen afgescheidenheid
Dit boek heeft je niets te bieden. Het kan je hoogstens iets afnemen, terwijl tijdens het lezen zelfs dat idee net zo denkbeeldig zal blijken, als het idee dat er iets mee te winnen valt. Nou ja, behalve een heleboel fantasiebeelden over jezelf en het leven, zou je jezelf kunnen verliezen. Je zou jezelf kunnen verliezen. Maar zoals ik al zei, gaat het hier natuurlijk om een verhaal. Want bij bevrijding gaat het niet om het einde van een bestaande werkelijkheid, maar in feite is je eigen bestaan al een verhaal.
Zoals je jezelf ervaart, besta je namelijk helemaal niet, àls je jezelf al ervaart. ‘Ik ben’ en ‘ik ervaar iets’ zijn een droom. Het ervaren van een subject-object realiteit lijkt op een kunstmatige werkelijkheid, een kunstmatige optelsom van realiteiten, die berust op de ervaring van een echt object door een echt subject. En dat is precies wat de beleving is van ‘ik ben’ en ‘ik ervaar iets’. In die beleving bestaan ‘ik’ – een persoon die hier en nu aanwezig is – en een situatie waarin ik me bevind. Dat is het mechanisme van afgescheidenheid. De meest subtiele vorm van afgescheidenheid is bewustzijn – een verfijnd ervaren van aanwezigheid, dat zichzelf als heel eigen, heel reëel ervaart, zij het onbekend.
Dit mechanisme – deze ervaring - is verbeelding. De werkelijkheid zoals die ervaren wordt, bestaat niet. Zichzelf als ‘iemand’ te ervaren, betekent, door de schijnbare gebeurtenis van het ervaren, afgescheiden te zijn van wat gebeurt. ‘Ik ben’ ervaart zichzelf als ‘hier en nu’ aanwezig, afgescheiden van de situatie waarin het zich denkt te bevinden. Deze schijnbare scheiding, die niet alleen slechts een idee is, maar een energetische ervaring, is de oorzaak van het gevoel onbevredigd te zijn en naar vervulling te willen zoeken. Het zoeken naar eenheid maakt deel uit van de droom van ‘ik ben’, net als het gevoel dat de eenheid verloren is geraakt. Het dilemma is, dat wàt het schijnbare ik ook ervaart, die ervaring in de beleving onbevredigend blijft, juist omdat het om een ervaring gaat. ‘Ik ben’ kan nou eenmaal alleen maar ervaren. Bevrijding, zoals die hier in dit boek besproken wordt, is niet het ontwaken uit de droom ‘iemand’ te zijn, maar het is het einde van die droom. Vanuit het standpunt van ‘ik ben’ is dat de dood – het einde van de ervaring van echte aanwezigheid, het einde van de ervaring ‘nu hier’ te zijn. Maar in het sterven blijkt dat er helemaal niets leeft. Er sterft niets in het sterven en er leeft niets in het leven.
De scheiding die ervaren wordt is denkbeeldig. ‘Ik ben’ is denkbeeldig. Niemand hoeft te vinden, want niemand is verloren geraakt. Dat ‘ik’ bevrijd moest worden, is de droom. Dat de bevrijding ligt in de oplossing van ‘mijn’ problemen, is de droom.
Dat ‘iets’ bestaat, is de droom. Als ‘ik ben’ opbrandt, brandt er niets op – en toch: wat blijft is alles. Wat blijft, is een volledigheid waaraan niets ontbreekt. Wat blijft, is dàt wat is. Wat blijft, is dat: niet-iets, dat verschijnt als dàt wat verschijnt. Het is het lezen van deze regels, het vasthouden van dit boek, deze gevoelens en gedachten – natuurlijk voor niemand.
Leven in vrijheid betekent leven in Niet-Weten – in de zin van Niet-Kennen, dat wil zeggen Niet-Ervaren. Want als niets als echt ervaren wordt, kan ook niets als echt gekend worden. Het energetische patroon van de subject-object ervaring lost op in het onbekende.
Vanuit het standpunt van het schijnbare ik mag dat dood en onwerkelijk lijken, maar ook hier zit de verrassing: de rijkdom van dat wat gebeurt, verbleekt volstrekt niet door het einde van degene die ervaart.
Alles vindt juist meer zijn juiste plek, namelijk van het schijnbaar werkelijke, naar het echt denkbeeldige. En ook dat neemt niets weg van dat wat schijnbaar gebeurt, maar geeft het zijn heelheid terug.
‘Jij’ bent namelijk degene die dàt wat gebeurt als imperfect ervaart, juist omdat je het alleen maar ervaart. Dit concretiseren van het nietreële, dit leven als kunstmatige realiteit, blijkt zo pijnlijk en onbevredigend te zijn, dat je er eindeloos aan probeert te ontkomen.
Natuurlijk is dat onmogelijk. Want het is niet een of andere droom waar je aan moet ontsnappen – je bent zèlf die droom. Het hele mechanisme dat ik net beschreven heb – ‘ik ben’, ‘ik ervaar iets’, ‘ik moet en kan vinden’ – is verbeelding. Het heeft geen eigen realiteit, en duurt enkel zo lang ‘het onbekende’ als zodanig verschijnt. Je leven hangt aan een zijden draad. Nou ja, zowel jij als je leven bestaan gewoon niet. Dus in feite hangt er helemaal niets.
Zo is het zoeken, het gevoel dat er nog iets ontbreekt, onderdeel van de ervaring ‘iemand’ te zijn. Het dilemma is, dat dit onbevredigend blijft, zelfs móet blijven. Het schijnbare ik zoekt iets wat echt is, in een realiteit die helemaal niet bestaat. Het vermoedt een reële situatie of een reële ervaring, ‘bevrijding’, hoewel zoiets helemaal niet bestaat, in een toekomst die er niet is en dus ook nooit zal beginnen.
Nog afgezien van het feit dat er iets is, dat zoekt, het schijnbare ik, dat ook niet bestaat zoals het zichzelf ervaart, namelijk als echt. Zo is en blijft de zoektocht gedoemd tot mislukken. Niet alleen omdat elk vinden fantasie is, maar ook de zoeker zelf.
Is dit dan een oproep om het zoeken achterwege te laten? Ja en nee.
Ja, want natuurlijk is, zoals hierboven beschreven wordt, elke zoektocht naar persoonlijke vervulling heerlijk en totaal tevergeefs; en nee, omdat er natuurlijk niemand is die het zoeken zou kunnen en moeten opgeven, omdat zoeken blijkbaar het onbekende is, dat als ‘zoeken’ verschijnt. Dus wie zou er iets opgeven, als dat wat verschijnt geen enkele zelfstandige realiteit heeft?
Dat betekent dat elke poging het zoeken op te geven, net zo goed gedoemd is te mislukken, omdat het hier ook weer zou gaan om een schijnbaar vergeefs zoeken. Ook hier vermoedt het schijnbare ik persoonlijke vervulling in het stoppen met zoeken, terwijl die niet bestaat, zoals al gezegd werd. Tja, je zou het een dilemma kunnen noemen, ook al is het ‘enkel’ schijnbaar.
Het dilemma van het schijnbare ik is, dat het gelooft dat het eenheid (of God) moet omzetten in iets anders. Het gelooft dat het òf om een ervaring gaat, òf om een persoonlijke realisatie. Natuurlijk kan het schijnbare ik niet anders – het enige wat het kent is op die manier te leven en ervaren – en toch is deze poging hopeloos tot mislukken gedoemd. Alle spirituele methodes en religies ontstaan uit de veronderstelling goddelijk te kunnen worden, of tenminste goddelijke gelijkenis te kunnen krijgen. Zo probeert het Christendom al 2000 jaar ‘liefde’ teweeg te brengen in de wereld – schijnbaar met matig succes.
Boeddhisten oefenen in gelijkmoedigheid; spirituele zoekers proberen onvoorwaardelijke liefde te ervaren, duurzaam stil te worden, conditioneringen op te lossen om in vrede en zonder eigenschappen te leven, zich niet te laten raken, om als onaangeraakt, verlicht ik boven alles te zweven. De zoeker waant zich daarbij in een ontwikkeling die bestaat uit stappen voor- en achteruit, succes en mislukken. Wat hij niet ziet, is dat hij ronddraait in cirkels. Al deze schijnbare successen gaan nou eenmaal niet om de ervaring ‘iemand’ te zijn, maar spelen zich allemaal alleen maar af binnen de denkbeeldige ervaring.
Ze zijn geen optelsom tot een echt ‘goed’, maar vluchtige en vooral lege ervaringen. Ze zijn leeg, omdat ze geen intrinsieke werkelijkheid hebben. ‘Ik ervaar iets’ is nou eenmaal een droom – een realiteit die helemaal geen realiteit is. En zo brengen ervaringen geen enkele bevrediging. ‘Ik ben’ bestaat enkel uit leven binnen zijn droomwereld, uit werken, zoeken en schijnbaar vinden. Dat elke zoektocht en elk vinden net zo denkbeeldig is als hijzelf, blijft in zijn ervaring verborgen. Als het echt zou zijn, zou het tragisch zijn.
Dat wat is, is ‘het’ maar het zit er niet in. Het zit er ook niet omheen, eronder of erboven. Het is dàt wat is. Het schijnbare. Het schijnbare ik vermoedt een scheiding tussen het absolute en het relatieve. Het gelooft dat dit absolute iets reëels is, achter dat wat hij ervaart. Zo vindt hij een god uit, een goddelijke intelligentie, een bron, een oergrond, de goddelijke vonk, een zuivere ziel – allemaal zaken die op de een of andere manier gescheiden zijn van dat wat het ‘ik’ als leven ervaart. Het dilemma is dat volmaaktheid helemaal niet ergens achter zit, maar alleen achter de ‘ik ben’ ervaring. Volmaaktheid ligt niet eens achter ‘ik ben’ en zijn eigen ervaring – want ook dat is ‘het’ – het lijkt alleen binnen zijn beleving ergens achter te liggen; maar ook dat is weer op zijn eigen manier volmaakt.
Je kunt niet ontkomen aan volmaaktheid, omdat je het bent. Maar zolang je bent, zal je het niet kunnen ervaren. Zitten is ‘het’, eten is ‘het’, spreken is ‘het’, denken is ‘het’. En zo is volmaaktheid niets minder dan dàt, wat is. Dat is het zonder ‘iets’ te zijn.
Nederigheid, inzichten, aanwezigheid, leren, waarheid, openheid – allemaal zaken die door spirituele leraren worden aangeraden; voorwaarden waaraan voldaan zou kunnen worden. Omstandigheden die men zou kunnen scheppen…. En waartoe? ‘Om… te’. Om verlicht te worden. Om verder te komen. Om, om, om. Maar ik vraag: welke voorwaarden stelt de dood? Wat kun je doen om hem te versnellen? Hoezo moet je hem moedig, waakzaam en open tegemoet stormen? Ik vraag me af waarom? Ik heb geen leer. Ik kan je nergens heen leiden. Ik noch jij bestaan. Er hoeft aan geen enkele voorwaarde te worden voldaan. Geen enkele situatie is de juiste, want situaties bestaan niet. Wat je ook doet, wat je ook denkt, dat is ‘het’. Dat is wat je zoekt, maar nooit zult vinden omdat het er al is.
Niets is afgescheiden, niets is ‘ergens anders’. Er is alleen maar dat, wat schijnbaar gebeurt. Niet terug te vinden, omdat het niet verstopt is. Niet waarneembaar, omdat het niet afgescheiden is. Leeg, want het is al alles.
Bevrijding, zoals die hier ter sprake komt, is je dood – de dood van de ervaring ‘iemand’ te zijn. Het lijkt op de laatste uitademing: het is altijd ontspannen.
Tot op dat moment kan het van alles zijn: strijd, overgave, acceptatie, afwisseling daar tussen, verdringing. Zelfs bij de laatste inademing veronderstelt het schijnbare ik nog de laatste uitademing te zullen overleven en daardoor naar het volgende moment te worden geleid.
Maar dat is niet zo, er leeft namelijk niemand. In de uitademing lost degene die tot dat moment overleefde op, ook al is het geen werkelijke dood. Hij lost op in de klaarblijkelijke helderheid van zijn verslaving aan illusie. Er was niemand in leven, en plotseling kan er ook niemand sterven. ‘Ik ben’ is een fantasie. Dat er iets kan sterven, hoort bij deze ervaring. Wat blijft, is dat wat is: schijnbaar bewustzijn zonder iemand die bewust is. Schijnbaar leven, zonder iemand die ervaart.
Wat blijft is dat wat is, onkenbaar, niet uit te leggen en te onderzoeken, niet in beweging, noch stilstaand, niet hier noch daar, niet iets, noch niets. Wat blijft is niet-iets.
Deze boodschap, die in zijn eenvoud niet te overtreffen is, kan niet worden omgezet in iets anders. Er valt gewoon niets om te zetten. Er is niets te doen en niets te laten. Er is al niemand die doet of laat.
Zodoende is dat wat gebeurt een val zonder richting, zonder begin en zonder einde. Daaruit ontwaken bestaat niet – ook het kwaad niet, dat het schijnbare ik tot aan het eind verwacht. Niemand heeft invloed op dit vallen zonder richting, niet van buiten, noch van binnen, omdat er simpelweg niemand is. Er is niets dat gescheiden is – niets dat erbuiten staat, noch iets dat erbinnen leeft. Zo zijn zowel God, een goddelijk bewustzijn, als de ervaring ‘iemand’ te zijn, het persoonlijke bewustzijn, verbeelding. Dat wil zeggen dat er ‘alleen maar’ dàt is, wat is. Dat is ‘het’, meer is er niet.
Het dilemma voor het schijnbare ik is, dat ‘wat is’ niet kenbaar is. Maar eerlijk gezegd, wie interesseert dat nou? En juist dat is het volgende dilemma voor het schijnbare ik: hij kan net zo vertrouwd raken met het inzicht dat de zoektocht tot hopeloos mislukken gedoemd is, als met het feit dat het voor hem totaal ontoegankelijk blijft. Door de ervaring afgescheiden te zijn – die natuurlijk denkbeeldig is – bestaat het natuurlijk ‘alleen maar’ uit onbevredigd zijn.
De schijnbare zoektocht ontstaat juist uit de ervaring afgescheiden te zijn.
Het heimwee naar eenheid kan noch door inzicht, noch door iets anders gestild worden. Het lost pas op in het schijnbare samensmelten – een samensmelten dat in feite helemaal niet plaats kan vinden, want de ervaring ‘ik ben’ is niet echt. Wat na dit schijnbare samensmelten, dat niets anders is dan het einde van het ervaren ‘iemand’ te zijn, overblijft, is niet te kennen noch te ervaren of wat dan ook – er blijft tenminste niemand over die versmolten is.
Dat zou alleen in de romantische droom van ‘ik ben’ gebeuren en het zou persoonlijke verlichting zijn – iets wat net zomin bestaat als ‘ik ben’ zelf.
Wat over blijft, is dat wat is: niet-iets. Maar omdat niet-iets in de ware zin van het woord niet iets is, is en blijft het het niet-kenbare.
Vermoed echter niet iets nieuws in het niet-kenbare, dat misschien ligt àchter dat wat schijnbaar gebeurt. Nee, het ligt er niet achter, noch ervoor.
Wat is, is dit: zitten voor een computer en deze regels lezen. ‘Jij’ zijn. Gedachten, gevoelens, een kamer, een elektrisch apparaat, dat is wat is en tegelijkertijd is het onkenbaar. Eerlijk gezegd is dat niet opzienbarend – het is gewoon zo, ongeacht hoeveel concepten en theorieën er over de aard van de werkelijkheid ontdekt worden.
Alles is, wat het is. Niets anders. Enkel dat. Alles is leeg – leeg in de zin van
‘zonder afgescheiden inhoud’. In tegenstelling tot wat het schijnbare ik veronderstelt, neemt dit ‘zonder afgescheiden inhoud’ niets weg; het lijkt juist alles meer in het juiste licht te zetten.
Leegte is de natuurlijke werkelijkheid – en daarmee bedoel ik niet slechts een onbevredigend panorama vanuit het waarnemende ‘ikperspectief’. Leegte betekent alleen maar dat alles weliswaar is wat het is, maar bovendien leeg aan inhoud. Dat dingen echt zijn, dus een eigen ‘inhoud’, een eigen essentie hebben, hoort bij de ‘ik ben’ droom. Dat leeft daarmee in een wereld van inhoud, die als zodanig helemaal niet bestaat. De bevrijding ligt in het ‘rechtzetten’, in de schijnbare erkenning van het niet-dingkarakter, oftewel het niet inhoudelijke van de dingen.
Als je deze leegte enkel van een afstand bekijkt, is die nietszeggend en hooguit interessant voor de zoeker die gevangen zit in het neutrale perspectief van de waarnemer. Die kan dan een poosje in deze ‘alles is zo leeg’ trend zitten, tot ook dit ‘beschouwen van de leegte’ hem van pure verveling de strot uitkomt.
De verrassing die hierin zit, is dat dit pure ‘alles is, wat het is’ niet alleen geen enkele afgescheiden inhoud heeft, maar tegelijkertijd dermate vervuld is met de kracht van het (absolute zo-)zijn, dat dàt wat verschijnt niet alleen leeg, weliswaar leeg, maar ook vervuld, dus vol is.
Het einde van ‘ik ben’ is de faillietverklaring van de spirituele zoeker.
Het is me niet gelukt mezelf te helen. Mijn poging een ander mens te worden is mislukt. Het is me niet gelukt te ontwaken. Het is me niet eens gelukt te overleven. In het schijnbare sterven wordt geopenbaard wat Jezus vermoedelijk bedoelde met ‘het eeuwige leven’ – iets wat hij weliswaar predikte tijdens zijn leven, maar pas aan het kruis meemaakte. “Vader, waarom heb je mij verlaten?” – de laatste uitroep van het schijnbaar verdeelde ik in het uur van zijn grootste nood. Aan het kruis, tijdens het meest donkere uur, op het moment van de grootste wanhoop, sterft in Jezus het geloof in God, die hij gepredikt had. In deze naakte, hartstochtelijke confrontatie sterft Jezus. Wat aan het kruis sterft, is het ‘ik ben’ en samen met het ‘ik ben’ sterft Jezus de spirituele leraar. Wat blijft is niets. Niet-iets.
De Heilige Geest, niet-iets. De ene Geest, die Huang Po misschien bedoelde. De ene Geest, die niets is en tegelijkertijd alles.
Bevrijding lijkt meer op de dood aan het kruis, ook al is er geen enkele noodzaak tot dit drama. De dood kan zacht zijn, en ondramatisch. De verrassing is: in de dood sterft er helemaal niets.
Hoe dramatisch de dood ook kan lijken vanuit het standpunt van de schijnbaar levenden, zo onbeduidend is het als het gebeurt. Het is niets. Er is namelijk net zo min iemand die leeft, als iemand die sterft. Het hele drama van degene die leeft om zich door het leven heen te vechten, eindelijk te ontdekken, eindelijk aan te komen, eindelijk te slagen – niets dan een droom. Opgelost. Zomaar. Aan het kruis, bij de bakker, thuis.
