Bidden Met Ikonen - Jim Forest - E-Book

Bidden Met Ikonen E-Book

Jim Forest

0,0
8,99 €

-100%
Sammeln Sie Punkte in unserem Gutscheinprogramm und kaufen Sie E-Books und Hörbücher mit bis zu 100% Rabatt.

Mehr erfahren.
Beschreibung

Boeken over ikonen zijn er te over, zowel binnen de Orthodoxe wereld als daarbuiten. Sommige zijn goed, andere zijn slecht, en weer andere zijn geleerd, diep theologisch of technisch. Dit boek verdient een warm welkom als een uitstekend, goed geschreven rechttoe-rechtaan werk over dit onderwerp, geschreven door een Orthodoxe leek. Dit is een heel persoonlijk verslag van de eerste ervaring van de schrijver en zijn vrouw met ikonen, en van hoe zij steeds meer gingen begrijpen welke plaats ikonen in hun gebedsleven innemen. De hoofdstukken over gebed bevatten veel bruikbaar advies.

De auteur merkt terecht op dat ‘zich druk maken over tijd een obstakel is voor gebed.’ Hij herinnert zich het verhaal van de Quaker ingenieur die in de jaren ’40 van de negentiende eeuw voor de Tsaar werkte. Een aantal boeren kwam hem opzoeken en toen zij het huis binnenkwamen zochten ze uiteraard eerst naar de ikonen om die te vereren. Het verwonderde hen dat zij er geen vonden. Na enige aarzeling bogen zij zich neer en vereerden een mooie Britse klok op de schouw. Forest becommentarieert: ‘In zekere zin hadden deze boeren gelijk. Ze hadden een machine gevonden die enorm veel macht heeft in de levens van “ontwikkelde” mensen.’ Het grootste deel van het boek bespreekt de diverse ikonen van de Heer en de grote feesten, en dan die van de Moeder Gods en de Heiligen.

Deze hoofdstukken staan vol rake opmerkingen, zoals deze over de geboorte van Christus: ‘Dit is niet de Messias zoals de Joden uit die tijd verwachtten – en ook niet de God die wij, Christenen van deze moderne wereld, verwachtten.’ Ik kan dit boek van harte aanbevelen, zowel als een helder en sprekend verhaal over de geschiedenis, vervaardiging, betekenis en gebruik van ikonen, en als een hulp voor gebed. Archimandriet Ephrem Lash.

Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:

EPUB

Seitenzahl: 325

Veröffentlichungsjahr: 2022

Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



Bidden met Ikonen

Jim Forest

Uitgeverij Orthodox Logos

Bidden met ikonen

Jim Forest

Oorspronkelijke titel:

Praying With Icons (revised, expanded edition),

Orbis Books, 2008 (978-1570757587)

Nederlandse vertaling van Bidden met ikonen:

L. Anciaux, Monique Spoor en Vincent van Buuren

© 2016, Uitgeverij Orthodox Logos, Nederland

ISBN: 978-94-92224-04-0

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Contents

Dankbetuiging

Inleiding

Deel I: Naar Gods beeld

Een beknopte geschiedenis van ikonen

De eigenschappen van ikonen

Het maken van een ikoon

Het gebruik van kleur in de ikonografie

Regels voor de ikonograaf

Gebeden van de ikonenschilder

Deel II: Gebed

Leren bidden

Bidden met lichaam en ziel

Deel III: Het gelaat van de Verlosser en ikonen van de moeder van Christus

Christus, Pantocrator: Heer van de Schepping

Toewijding aan de Moeder van Christus

De Moeder Gods van het Teken

De Moeder Gods van de Tederheid

Zij die de Weg Wijst

Deel IV: Ikonen van de Grote Feesten

De Aankondiging

De geboorte van Christus

De doop van Christus: Theofanie

Transfiguratie

De opwekking van Lazarus

De intocht in Jeruzalem

Het Laatste Avondmaal

De kruisiging

De Opstanding

De Hemelvaart

De nederdaling van de Heilige Geest

De Heilige Drie-eenheid

Het ontslapen van de Moeder Gods

Deel V: De heiligen

Toewijding aan de Heiligen

De aartsengelen

De HH. Joachim en Anna

De Heilige Johannes de Voorloper

De Heilige Nikolaas de Wonderdoener

De Heilige Martinus van Tours

De Heilige Gerasimos, Woestijnvader

Sint Joris en de Draak

De Heilige Sergej van Radonezj

De Heilige Serafim van Sarov

Nieuwe Martelares de Heilige Elisabeth

De Heilige Maria van Parijs

Heilige dwazen

Opmerkingen

Ikonen

Dankbetuiging

Ik ben diepe dank verschuldigd aan allen die mij geholpen hebben het verband tussen woord en beeld beter te begrijpen.

Als ik nooit Dorothy Day of Thomas Merton had ontmoet, was ik misschien altijd onverschillig gebleven voor ikonen. Dorothy had een speciale liefde voor de Orthodoxe Kerk met inbegrip van haar traditie van het bidden met ikonen. Merton stuurde mij regelmatig kaarten met reproducties van ikonen. Ook Henri Nouwen zijn wij bijzondere dank verschuldigd.

Zijn huwelijksgeschenk aan ons velen jaren geleden was een afbeelding van de Heilige Drie-eenheidsikoon, zoals die geschilderd is door de Heilige Andrei Rublev. Wij keken met veel meer aandacht naar deze ikoon dan zonder zijn enthousiaste uitleg het geval zou zijn geweest. Het leren bidden met ikonen heeft zich hoofdzakelijk binnen mijn huwelijk afgespeeld, dus is de rol van Nancy in dit boek van fundamenteel belang. Daarom is het aan haar opgedragen. Het leven in onze Russisch-Orthodoxe parochie van de Heilige Nikolaas van Myra in Amsterdam, was een andere primaire bron; ik denk hierbij in het bijzonder aan de invloed van twee priesters, Vader Alexis Voogd en Vader Sergej Ovsiannikov. Harry Isbell, met wie ik regelmatig correspondeerde terwijl ik dit boek schreef, was een andere bron van aanmoediging, inspiratie en steun.

Verschillende mensen hebben dit boek, of delen ervan, in manuscript gelezen, en nuttig advies gegeven of verbeteringen voorgesteld; ik denk vooral aan Sally Eckert, Doreen Bartholomew, Bob Flanagan, Maria Hamilton, Margot Muntz, Mark Pearson, Ivan Sewter, Sue en Dana Talley, en aan mijn vrouw Nancy.

Een woord van waardering ben ik verschuldigd aan Archimandriet Ephrem Lash van het Klooster van de Heilige Andreas in Manchester, Engeland, wiens suggesties met betrekking tot de eerste uitgave van dit boek geholpen hebben in de voorbereiding van de herziene uitgave.

Ten slotte als laatste maar zeker niet de minste, dank ik Robert Ellsberg van Orbis Books. Ik zou nooit aan dit boek begonnen zijn, en het had zeker het daglicht niet gezien, zonder zijn aanmoediging en samenwerking. Het was Robert die met mij heeft samengewerkt om de eerste editie gedrukt te krijgen en het was Robert die deze herziene, uitgebreide uitgave voorstelde van een boek dat nu tien jaar in de handel is.

Jim Forest

2 Augustus 2007

Een woord van dank bij de Nederlandse uitgave van 2015

Deze tweede Nederlandse vertaling is gebaseerd op de tweede uitgebreide en herziene Engelstalige uitgave, gepubliceerd door Orbis Books in 2008. Mij speciale dank gaat uit naar allen die hebben geholpen met de tekst, in het bijzonder Monique Spoor die veel van het nieuwe materiaal heeft vertaald en Vincent van Buuren die de voetnoten vertaalde en de laatste versie heeft gecorrigeerd. Mijn dank gaat ook uit naar Uitgeverij Orthodox Logos, zonder wie deze uitgave niet tot stand was gekomen.

Jim Forest

Alkmaar, 13 augustus 2015

Inleiding

De weg van een individu naar ikonen

In 1962 zond Thomas Merton mij een zwart-witfoto, briefkaart formaat, van een ikoon van Maria met het Christuskind. De tekst aan de achterkant vermeldde dat het origineel was geschilderd in de Russische stad Novgorod in de zestiende eeuw. Tijdens de maanden die daarop volgden kwamen er nu en dan andere ikonenfoto’s, elk met een boodschap van Merton achterop. Hij zei niets over de afbeeldingen, ongetwijfeld omdat hij er van uitging dat die voor zichzelf spraken. Ik nam aan dat iemand een doos ikonenafbeeldingen aan de Abdij van Gethsemane had gegeven en dat Merton, als een daad van vrijwillige armoede, besloten had ze te gebruiken als correspondentiekaarten. Ondanks alle ikonenkaarten die hij mij in de loop van de maanden stuurde vernam ik tot mijn verbazing pas jaren later dat geen enkele andere kunstvorm door Merton zozeer gewaardeerd werd. Zij vormden zelfs de kern van zijn gebedsleven in zijn tienerjaren en speelden daarmee een belangrijke rol in zijn geestelijk ontwaken. 1

Pasen in Kiev 1988 (foto: Jim Forest)

In mijn ogen behoorden ikonen tot de kinderjaren van de kunst, terwijl de meesterwerken uit de Renaissance de volwassen verwezenlijking waren van het ongeletterde kind. Ik beschouwde nog steeds alle religieuze kunst voornamelijk als een vorm van illustratie of visuele meditatie. Ikonen schenen onnozel en amateuristisch, wachtende op de doorbraak van het perspectief en een meer realistische verlichting die de schilderingen een driedimensionale illusie zouden geven. Al was ik aan het worstelen om op een dieper niveau te leren bidden, en verlangde ik naar een meer levende ervaring van verbondenheid met God, ik had mij nooit kunnen voorstellen dat ikonen mij hierbij zouden kunnen helpen.

Tientallen jaren zijn voorbijgegaan sinds ik dat eerste kleine, ongewaardeerde geschenk heb ontvangen. Beetje bij beetje voelde ik mij aangetrokken tot ikonen, zodat ze nu, in de kerk en thuis, in het middelpunt van mijn leven staan. Het is een lange weg geweest, gaande van een vage belangstelling voor ikonen tot intiem met ze leven.

Een stap op die weg vond plaats tijdens mijn verblijf in de gevangenis in Wisconsin, een ‘sabbatsjaar’ dat mij overkwam toen ik had geholpen bij het verbranden van lichtingsregistratiepapieren op een zomernamiddag in 1968, op het hoogtepunt van de oorlog in Vietnam. 2 Dankzij de schakel tussen de gevangenisbibliotheek en de bibliotheek van de staatsuniversiteit, een connectie die helaas zelden voorkomt in de meeste gevangenisstelsels, kon ik werken lezen uit de Russische letterkunde waarvoor ik tijdens de voorafgaande jaren geen tijd had gehad – eerst de romans van Tolstoj, later die van Dostojevski en van andere schrijvers. Een van de belangrijkste boeken voor mij was Mijn kinderjaren, een autobiografisch werk van Maxim Gorki. Al ontging het geloof de volwassen Gorki, hetgeen hij schreef over zijn beminde en heilige grootmoeder geeft een opvallend beeld van het Orthodoxe geloofsleven, met inbegrip van een levendige beschrijving van het gebed – gesproken en stil, staande en knielend – met ikonen.

Als grootmoeder wakker werd zat zij lange tijd op de rand van het bed en kamde haar prachtige lange haar. Met op elkaar geklemde tanden schudde zij haar hoofd en rukte hele plukken lang, zwart, zijdeachtig haar uit en verwenste binnensmonds, om mij niet wakker te maken: ‘Naar de duivel met dit haar! Ik kan er niets mee beginnen!’

Wanneer het haar gelukt was haar haren te ontwarren, maakte ze vlug vlechten, haastte zich te wassen, kwaad brommend, en ging dan voor de ikonen staan, zonder erin geslaagd te zijn de irritatie van haar grote gezicht af te wassen, dat nog gerimpeld was van de slaap. En nu begon de echte ochtendreiniging, die haar onmiddellijk totaal verfriste. Ze richtte haar gebogen rug op, gooide haar hoofd in haar nek en keek vol liefde naar het ronde gezicht van de Heilige Maagd van Kazan, terwijl zij haar armen wijd uitstrekte, vurig kruistekens maakte en met hartstochtelijke stem fluisterde: ‘Heilige Maagd, gedenk ons in moeilijke tijden!’

Ze boog neer tot op de grond, richtte zich langzaam weer op en fluisterde dan weer vurig: ‘Bron van alle vreugde, zuiverste schoonheid, bloeiende appelboom...’ Ze bedacht bijna elke ochtend nieuwe woorden van lof en daardoor luisterde ik met nog grotere aandacht naar haar gebeden.

‘Dierbaar hemels hart. Mijn toevlucht en bescherming, Gouden Zon, Moeder Gods, red ons van het kwade, geef dat wij niemand beledigen en dat ik op mijn beurt door niemand, zonder goede reden, beledigd word!’

Haar donkere ogen glimlachten en ze leek weer jonger te worden terwijl haar zware hand met langzame bewegingen weer kruistekens maakte.

‘Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, arme zondaar, omwille van Uw eigen Moeder.’ 3

Ik las die bladzijden steeds weer opnieuw, en benijdde Gorki om zijn grootmoeder en de verloren cultuur waartoe zij behoorde – ik nam tenminste aan dat deze verloren was, begraven onder de Goelagarchipel. Ik ontdekte pas vele jaren later dat er nog mensen als Gorki’s geliefde grootmoeder leefden en nog steeds op ongeveer dezelfde manier baden. Gorki’s beschrijving van het fundamentele in de Orthodoxe spiritualiteit is heel goed opgemerkt: de naadloze samensmelting van het geestelijke met de lichamelijke handeling; de nadruk op lof; de erkenning van zuivere schoonheid als openbaring van God; en de bijzondere dankbaarheid voor Maria, die de poort werd voor de Menswording en de moeder van de Kerk.Een andere gebeurtenis die mij geholpen heeft ikonen te begrijpen, vond plaats op het einde van de jaren zeventig in België, verschillende jaren nadat mijn werk mij naar Nederland had gebracht om aan het hoofd te staan van de medewerkers van het International Fellowship of Reconciliation. Ik had deelgenomen aan een kleine conferentie in Antwerpen georganiseerd door Pax Christi International . Tijdens een pauze nam ik Vader Elias Chacour, een priester uit Galilea, mee om het huis te bezoeken van die zeventiende-eeuwse kunstenaar, Peter Paul Rubens. Het is een van de best bewaarde Renaissance huizen in Antwerpen – zo onbedorven dat de bezoeker zich kan voorstellen dat Rubens elk ogenblik kan thuiskomen.

Tegen het einde van ons bezoek stonden wij voor een groot schilderij van Rubens van de scheiding van de Rode Zee. Ik wachtte totdat Vader Elias mij zou vertellen wat hij ervan vond. Hij biechtte uiteindelijk op: ‘Het is te lawaaierig.’ In een flits realiseerde ik mij dat, ja, dit schilderij een geluidsband had van Cecil B. De Mille. Je kon de wateren zich horen scheiden, Mozes woorden van aanmoediging horen roepen, je kon zelfs het schreeuwen horen van de verdrinkende soldaten van Farao op het ogenblik dat de zee weer terug naar haar plaats stroomde om de vluchtende joden te beschermen. Het was verbazend dat mensen niet doof werden terwijl ze zo dicht bij het doek stonden.

Het idee dat een schilderij in termen van geluid kon worden beschreven was nieuw voor mij. Hetgeen Vader Elias had gezegd suggereerde ook de gedachte dat een schilderij niveaus van stilte kan overbrengen en dat men misschien bepaalde vormen van stilte zocht in kunst.

Een of twee jaar later terwijl ik logeerde bij vrienden in Birmingham, in Engeland, bezocht ik het Barber Institute, een klein museum voor kunst, waar de collectie meesterwerken chronologisch gerangschikt is. Kunstwerk nummer één was een Byzantijnse ikoon, die acht eeuwen oud was. Het gezicht van een heilige staarde mij aan vanaf het gouden paneel. Ik voel nog de verbazing die mij overrompelde toen ik in de zalige stilte van die ikoon werd binnengetrokken. Al had ik er begerig naar uitgekeken andere schilderijen te zien waarvan ik een glimp had opgevangen bij het binnengaan van het museum – Renoir, Van Gogh, Matisse, Chagall – het was moeilijk door te lopen. Merkwaardigerwijze gaf deze ikoon mij onverwacht het verlangen te bidden.

Daarop volgde een tweede openbaring: ik begreep dat de anonieme persoon (ikonen worden nooit ondertekend; men weet zelden wie een bepaalde ikoon gemaakt heeft) naar wiens werk ik keek, verdriet zou hebben als hij wist dat zijn paneel, waar zoveel bij gebeden was, beland was op een plaats die zo ver verwijderd is van de eredienst. Natuurlijk kan men bidden in een museum, maar musea zijn ontworpen om te kijken, niet om te bidden. Fysieke handelingen zoals een kruisteken maken zouden vreemd worden gevonden, terwijl het kussen van een ikoon, de normale manier om met ikonen om te gaan in de Orthodoxe Kerk, de alarmbellen van het museum zouden laten afgaan. Een museum nodigt niet uit tot de gebaren, de lichaamstaal die, vanuit een traditioneel christelijke optiek, bij ikonen en gebed hoort. Ikonen worden in een museum ook niet verlicht door hun gebruikelijke lichtbronnen zoals kaarsen of olielampen. Zulke zachte, flikkerende illuminatie raakt de toeschouwer met een intimiteit die elektrisch licht mist en die nog meer aanmoedigt om te bidden.

De volgende grote stap voor mij was mijn eerste reis naar Rusland in de herfst van 1983. Hoewel de Russen nog bezig waren de antireligieuze repressie van de Sovjet tijd te boven te komen, was ik er in Moskou steeds weer getuige van hoe Orthodoxe christenen leven met ikonen, ermee omgaand met een vitaliteit, intimiteit en een warmte die mij met verbazing en waardering vervulden – om maar niet te spreken van een zekere afgunst, want ik kon mij niet voorstellen zelf zo vrij, openhartig en expressief in het gebed te zijn als zij. Voor gelovige Russen leek er geen grens te zijn tussen het fysieke en het geestelijke leven.

Ik begon te begrijpen dat ikonen niet slechts het kerkgebouw verfraaien, maar veel meer zijn dan versieringen en ook veel meer dan een middel tot onderricht zonder woorden, een bijbel voor de ongeletterden, zoals het soms neerbuigend verklaard wordt door wereldlijke waarnemers. Ikonen helpen om de grenzen tussen tijd en ruimte uit te wissen. Ze hielpen mij de nabijheid te voelen in plaats van de afstand tussen de gebeurtenissen en de mensen die erop afgebeeld waren. Zelfs wanneer er geen liturgie aan de gang was, was de kerk gevuld met de activiteit van gebed, veel ervan in verband met ikonen. De mensen die bleven staan bij bepaalde ikonen leken dikwijls dierbare vrienden te groeten. De vele kaarsen die overal in de kerk flakkerden waren ruw geschat even veelvuldig als de kussen die aan de ikonen gegeven werden. Op een zondag, terwijl ik een dienst bijwoonde in wat toen één van de grootste functionerende kerken in Moskou was, hoorde ik een Protestantse bezoeker uit het Westen in het Engels zeggen: ‘Een mooi gezicht – jammer dat het allemaal afgoderij is.’ En toch was het duidelijk dat de ikonen zelf niet aanbeden werden maar eerder als vensters dienden met Christus en de gemeenschap der heiligen. Natuurlijk zijn Christus en de heiligen ons nabij, met of zonder ikonen, maar men kon zien hoe ikonen ons helpen alles te overwinnen wat het bewustzijn in de weg staat dat wij leven in de aanwezigheid van God en te midden van een ‘wolk van getuigen’.

Maar toch bleef ik nog een aantal jaren een toeschouwer, al leefden Nancy en ik met een prachtige reproductie van Rublev’s Oudtestamentische Heilige Drie-eenheidsikoon die Henri Nouwen ons als huwelijksgeschenk had gegeven. Ze had een ereplaats in ons huis en ze voegde iets nuttigs toe aan de dagelijkse atmosfeer, maar de plaats waar ze hing was nog geen plaats van gebed.

In de lente van 1985 had ik verlof van mijn werk voor het International Fellowship of Reconciliation. Ik was uitgenodigd om les te geven en te studeren aan het Oecumenisch Instituut van Tantur, een door het Vaticaan geïnitieerd centrum voor onderzoek en interkerkelijke dialoog bij Bethlehem op de weg naar Jeruzalem.

Toen Nancy en ik er kwamen hoopten we eigenlijk in Jeruzalem een geschilderde ikoon te vinden, en dat deden wij ook. Tijdens onze allereerste dag in de Oude Stad werd onze blik getrokken door een kleine ikoon van Maria en het Christuskind, in de etalage van een sombere winkel bij de Poort van Jaffa. De Palestijnse eigenaar vertelde ons dat de prijs honderd dollar was – een tamelijk bescheiden bedrag voor een ikoon, maar het leek ons toen meer dan wij konden betalen. Wij aarzelden, en niet alleen vanwege onze povere financiële middelen. Er waren andere winkels in Jeruzalem, vol met ikonen, maar zelfs onze onervaren ogen konden zien dat de meeste ervan in massaproductie vlug geschilderd en in ovens kunstmatig ‘verouderd’ waren. Wij besloten ons niet te haasten en week na week, elke keer als wij voorbij die winkel kwamen keken wij met dankbaarheid naar die ene ikoon – en opeens was ze weg en toen waren wij verdrietig.

Een week later ging ik de winkel binnen en vroeg de eigenaar of hij iets had dat erop leek. ‘Iets dat er op lijkt! Ik heb de ikoon zelf. Niemand wou haar, ik heb haar daarom uit de etalage gehaald.’ Hij had haar gauw gevonden. Ik vroeg hem de ikoon voor mij te bewaren, gaf hem een briefje van tien dollar en keerde de volgende dag terug met de rest. Ik wikkelde de ikoon in een katoenen doek en ging ermee terug naar Tantur.

Gezegend door dat kleine ikoontje veranderde ons appartement volkomen. Ik herinner mij hoe ik het zorgvuldig uitpakte terwijl Nancy een kaars aanstak. Hoe kan men een ikoon beter ontvangen dan door te bidden? Dat was duidelijk. Maar welke gebeden? We lazen het Te Deum uit het Anglicaanse gebedenboek. Wij lazen Maria’s Magnificat. Wij hadden pas enkele dagen daarvoor een joods gebedenboek gekocht en nu vonden wij daarin gemakkelijk enkele geschikte gebeden tot de Schepper van het heelal. Wij lazen de tekst van de Vredeslitanie uit de liturgie van de Heilige Johannes Chrysostomos. Wij zongen een protestantse hymne die Nancy geleerd had als kind, aangezien zij was grootgebracht in de Nederlandse Hervormde Kerk. Nog nooit was er van een dienst zo’n hutspot gemaakt, zo’n onhandig Marx Brothers-begin; maar wat er op dat ogenblik aan gratie ontbrak, werd meer dan goedgemaakt door dankbaarheid voor de ikoon die nu ons huis sierde.

Wij toonden de ikoon later aan een Rooms-Katholieke priester die de Orthodoxe Kerk bewonderde en verstand had van ikonen. Hij vertelde ons dat het een Russische ikoon was die de ‘Moeder Gods van Vladimir’ genoemd werd omdat het prototype ervan zich vele jaren in de Russische stad Vladimir had bevonden voordat zij naar Moskou werd gebracht. Hij vermoedde dat onze kopie ongeveer drie of vierhonderd jaar oud was, misschien meer. ‘Tijdens de negentiende eeuw kwamen tienduizenden Russische pelgrims naar Jeruzalem; velen het grootste deel van de weg te voet,’ zei hij. ‘Waarschijnlijk heeft een van hen deze ikoon meegebracht en is ze nooit mee terug naar Rusland gegaan.’ Hij vertelde dat ze veel meer waard was dan wat wij ervoor hadden betaald en dat wij haar alleen hadden gekregen als een geschenk van de Moeder Gods.

Ik heb geen idee of hij gelijk had over de ouderdom van de ikoon, de afkomst of de geldwaarde ervan voor verzamelaars. Het doet er niet toe. Maar dat het een geschenk van Maria aan ons was, daar had hij zeker gelijk in.

Wij hadden een grens overschreden. De glazen muur die tussen ons en de ikonen had gestaan was opgeheven.

Toen wij later in het jaar terug in Nederland waren, had Nancy een droom over een ikoon, die wij allebei beschouwden als nog een geschenk van God. Nu en dan praten wij er zelfs nog over. Dit is wat Nancy vertelde over haar ervaring:

Ik dreef op een vlot stroomafwaarts op een rivier die het landschap doorsneed. Het water stond heel laag en de oevers van de rivier waren hoog, zodat ik staande op het vlot aan geen van beide kanten over de steile oevers heen kon kijken. Het was een schitterende zomerdag. Maar ik kon het geluid horen van ontploffende bommen aan weerszijden van de rivier en ik kon de helle flitsen in de lucht zien, dezelfde helle flitsen die veroorzaakt worden door nucleaire wapens. Ik reisde door een gevechtszone.

Er waren nog meer mensen op het vlot. Ik weet niet wie zij waren. Maar terwijl wij langzaam verder voeren op de rivier, te midden van de vreselijke ontploffingen, realiseerde ik mij plotseling dat als wij op het vlot een stille, vreedzame kalmte zouden bewaren, het ons zou lukken verder te varen naar een veilig gebied. Ik trachtte dus mijn medereizigers te kalmeren, vooral door mijn eigen voorbeeld. Ik stond op het vlot, naar voren kijkend, in de richting waarin het bewoog en plotseling verscheen er aan de boeg de ikoon van de Zaligmaker. Ik realiseerde mij dat als wij onze blik op die ikoon gericht zouden houden en langzaam en rustig ademen, en boven alles, stil zouden blijven, wij door de gevechtszone zouden komen.

Het was een ontzaglijk kalmerende droom en ik trek er nog steeds lering uit. De droom vond plaats in een tijd dat er een algemeen gevoel was van onmiddellijk gevaar van een nucleaire oorlog. Mijn leven is echter nog steeds vol van de angsten waarmee elke bewuste persoon moet leven. Maar de waarheid van die droom – dat wij door de tijd heen reizen en dat wij onze blik gericht moeten houden op Christus – is steeds bij mij.

De volgende dag vonden wij een briefkaart met een reproductie van de ikoon uit haar droom – het was de Zaligmaker van Zvenigorod, soms ook Christus de Vredestichter genoemd, een vijftiende-eeuwse ikoon toegeschreven aan de Heilige Andrei Rublev die na de communistische revolutie ernstig beschadigd en bijna vernietigd werd (zie kleurenillustratie). Het grootste deel van de ikoon is uitgewist, behalve het gezicht van Christus. Nancy hing de reproductie aan de muur boven ons bed waar hij sindsdien altijd is blijven hangen.

Na haar droom kregen wij als geschenk van een gast een kleine handgeschilderde ikoon van de Verlosser, de eerste handgeschilderde ikoon die wij kregen. Zij was van Griekse oorsprong, maar onze gast had haar in Rome gevonden. Zij was lange tijd in ons bezit, maar is sindsdien cadeau gegeven aan vrienden die vlakbij wonen. Zij fungeert nu als een band tussen onze twee families.

Als ik niet op reis ben, begint en eindigt mijn dag voor onze ikoon uit Jeruzalem en de andere die een voor een hun weg naar ons hebben gevonden. Elke avond voordat Nancy en ik naar bed gaan, zeggen wij samen onze gebeden op voor onze ikonenplank; wij gebruiken de traditionele Orthodoxe gebeden die wij uit het hoofd geleerd hebben sinds wij opgenomen werden in de Orthodoxe Kerk in 1988.

Soms komt het in mijn hoofd op dat ik op het ogenblik van de dood, onze ikoon van de Moeder Gods van Vladimir voor ogen zal hebben – een troostende gedachte. Op andere ogenblikken maak ik mij zorgen dat zij gestolen zal worden, of dat ons huis zal afbranden met alle ikonen. Dan denk ik eraan dat zo’n verlies niet belangrijk is. Ik zou de kleine ikoon van Christus en Zijn moeder die in 1985 bij ons gekomen is missen, maar zij is zozeer een deel van mij geworden dat ik er op geen enkele manier van kan worden gescheiden. Elke ikoon heeft trouwens ontelbare zusterikonen en slechts een heel geoefend oog kan ze uit elkaar houden. Geen enkele ikoon kan werkelijk verloren gaan.

Jim Forest

Deel I: Naar Gods beeld

Een beknopte geschiedenis van ikonen

Deze is het beeld [in het Grieks ikoon] van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van de gehele schepping.

Kol.1:15

Hetgeen … wat wij hebben gehoord, wat wij met onze ogen hebben gezien, wat wij mochten aanschouwen en met onze handen mochten betasten … verkondigen wij ook aan u.

1 Joh. 1:1-3

Christendom is niet alleen de openbaring van het Woord van God maar ook het Beeld van God. 4

Leonid Uspensky

Wij zijn de enige schepselen die een visuele weergave maken van de dingen die wij belangrijk vinden. Als wij vrienden of familieleden ontmoeten die wij enige tijd niet gezien hebben, vertellen wij ze niet alleen wat er gebeurd is sinds de laatste ontmoeting, wij laten hun ook foto’s zien. Thuis hebben wij zulke foto’s in albums en op ons computerscherm.

Dit is een karaktertrek die bijna schijnt terug te gaan tot de tijd van Adam en Eva. De prehistorische schilderingen die zijn gevonden in de Chauvet grot in Vallon-Pont-d’Arc in Frankrijk, maken deel uit van de getuigenis van deze dimensie van het mens-zijn. Het is niet verbazingwekkend dat zij die Christus gezien hebben zich ingespannen hebben om zich te herinneren hoe Hij er uit zag.

‘Wij hebben immers ook de beeltenissen zijner apostelen, van Petrus en Paulus, en van Christus zelven, in kleuren geschilderd, met eigen ogen aanschouwd,’ vertelde Eusebius in zijn Kerkgeschiedenis, geschreven aan het begin van de vierde eeuw.5 Op bezoek in Caesarea Philippi in Galilea, zag hij ook een eeuwen oud bronzen beeld van de Zaligmaker staan voor het huis van de vrouw die door Christus genezen was van haar bloedvloeiing.6 Eusebius’ getuigenis is des te belangrijker omdat hij een van degenen is die vonden dat religieuze beelden eerder bij het heidendom hoorden dan bij de Kerk.

De eerste ikoon werd, volgens oude verslagen, gemaakt toen koning Abgar van Osroëne, stervend aan melaatsheid, een boodschap liet brengen aan Jezus, smekend naar Edessa (een stad die tegenwoordig in Turkije ligt) te komen en hem te genezen. Christus haastte Zich toen naar Jeruzalem, naar Zijn kruisiging, en Hij zond Koning Abgar een genezend geschenk. Hij drukte zijn gezicht op een linnen doek, zodat het vierkante stuk stof de afbeelding van Zijn gezicht droeg. De wonderbare ikoon bleef tot de tiende eeuw in Edessa en werd toen naar Constantinopel overgebracht. Nadat de stad geplunderd was door de Kruisvaarders in 1204, verdween hij totaal. Wij kennen deze ikoon alleen door kopieën die bekend staan als de ‘Niet Met Handen Gemaakte’ of het ‘Heilig Aangezicht’. De ikoon wordt tot op heden vaak nageschilderd.

In de westerse Kerk wordt een soortgelijk verhaal in verband gebracht met Veronica, een van de vrouwen die Jezus troostten toen Hij het kruis droeg. Zij bood Hem een doek aan om het bloed en het zweet van Zijn gezicht af te wissen en ontdekte toen dat Zijn beeltenis er op wonderbare wijze op stond. In Jeruzalem aan de Via Dolorosa staat een gebouw dat nog in verband gebracht wordt met Veronica; er woont nu een gemeenschap van de Kleine Zusters van Jezus die, zeer toepasselijk, geld verdienen door de verkoop van ikonenreproducties geplakt op olijfhout.

De Evangelist en arts Lucas wordt beschouwd als de eerste persoon die een ikoon geschilderd heeft.7 Er worden drie ikonen van de Moeder Gods aan de Heilige Lucas toegeschreven, in één geval op het hout van de tafel waaraan Christus’ moeder en de Heilige Johannes hun maaltijden gebruikten. De bekendste is de ‘Moeder Gods van Tederheid’ waar op het kind Jezus zijn gezicht drukt tegen dat van zijn moeder. Deze werd geschonken in 1155 aan de recent gedoopte Kerk in Rusland door de Patriarch van Constantinopel en omdat die werd bewaard in de kathedraal van Vladimir, is die bekend geworden als de Moeder Gods van Vladimir. Een ander, de ‘Hodigitria’ genoemd, wat betekent ‘Zij die de Weg wijst’ is meer formeel en toont Maria die haar jonge kind voorstelt aan de toeschouwer. Tenslotte wordt aan Lucas een ikoon toegeschreven van de Moeder Gods Maria in gebed, met uitgestrekte armen; deze ikoon ziet men soms in Orthodoxe kerken in het heiligdom boven het altaar. De plaats van deze ikoon dicht bij het altaar helpt ons herinneren dat de Moeder Gods Maria de brug werd die hemel en aarde verbindt.

Ikonen zijn vaak bedekt met vele lagen verf omdat latere ikonenschilders door overschildering werk hebben laten herleven dat met de tijd door de walm van kaarsen te donker of te beschadigd was geworden. Pas aan het begin van de twintigste eeuw hebben ikoon restaurateurs een veilige manier gevonden om overschilderingen te verwijderen en de originele ikoon weer zichtbaar te maken. Misschien bevinden zich op de allereerste laag verf van sommige ikonen penseelstreken van de hand van de Heilige Lucas. Of misschien ook niet. Bijna alle oude ikonen werden vernietigd tijdens de vervolgingen van de eerste drie eeuwen van het christendom, of tijdens de vervolgingen van de ikonoklasten in de achtste en negende eeuw, terwijl vele anderen verloren zijn gegaan ten gevolge van brand, aardbevingen en vandalisme. Wat wij in vertrouwen kunnen zeggen is dat ikonen aan ons overgeleverd zijn die getrouwe getuigen zijn van het werk van ikonografen uit de vroege generaties van de Kerk.

Hoewel veel van de meeste vroege ikonen verloren zijn gegaan is het verbazingwekkend hoe veel christelijke afbeeldingen de tijd van de vroege Kerk hebben overleefd, voornamelijk in de Romeinse catacomben en begraafplaatsen, maar ook op andere plaatsen van Klein-Azië tot Spanje. Dit zijn hoofdzakelijk muurschilderingen -eenvoudige en sobere afbeeldingen, gemaakt met een paar penseelstreken in een beperkte hoeveelheid kleuren en die taferelen voorstellen als Christus die een lam draagt, de drie jongelingen God lovend in de vuuroven, de opwekking van Lazarus, de ark van Noë, het eucharistisch maal, en symbolen zoals een vis, een lam of een pauw. De catacomben zijn er getuige van dat, vanaf de eerste dagen van de Kerk, waar christenen ook baden, zij getracht hebben een visuele omgeving te scheppen die hen herinnerde aan het Koninkrijk Gods en hen hielp bij het gebed.

In Rome zijn er ook veel vroege ikonen overgebleven in een meer ontwikkelde stijl, maar dit zijn vooral mozaïeken die dus een meer monumentaal karakter hebben, een soort openbare christelijke kunst die pas mogelijk werd in de vierde eeuw na de tijd der vervolgingen. In de kerk van Santa Maria Maggiore, een van de grootste vroege kerken van Rome, bevinden zich mozaïeken uit de vijfde eeuw, maar omdat ze zo hoog op de muren aangebracht zijn, zal de doorsnee bezoeker een verrekijker nodig hebben om de details te kunnen zien. Een mozaïek toont Abraham en Sara met hun drie engelachtige gasten – een gebeurtenis die Christelijke theologen zijn gaan herkennen als een vroege openbaring van de Heilige Drie-eenheid. De grote, heldere mozaïekikonen boven en achter het altaar zijn echter gemakkelijk te zien en zijn diep ontroerend, waar in het midden Christus getoond wordt die Zijn moeder kroont. Van de andere kerken van Rome waar indrukwekkende voorbeelden te zien zijn van de ikonografie uit het eerste millennium, wil ik vooral de kerken noemen van de Heiligen Cosmas en Damianos, de Sint-Jan van Lateranen, Santa Sabina, Santa Constanza, San Clemente, Santa Prassede, Santa Agnese fuori le Mura, Santa Maria in Trastevere, en San Paolo fuori le Mura.8

De belangrijkste verzameling van vroege ikonen die tot in onze tijd bewaard zijn gebleven bevindt zich in het woestijn klooster van de Heilige Catharina diep in de woestijn aan de voet van de berg Sinaï. Hier treffen we portret-ikonen aan van Christus en van de apostel Petrus, beiden door kunsthistorici gedateerd als zesde eeuws. Ze zijn allebei van een bijna fotografisch realisme. De stijl heeft veel gemeen met de Romeinse en Egyptische portretschilderkunst uit het klassieke tijdperk. Het zijn waarschijnlijk hetzelfde soort ikonen als waar Eusebius het over had.

Of er nu wel of niet originele ikonen overgebleven zijn uit de apostolische tijd, het is toch indrukwekkend te zien hoe vrome ikonenschilders, generatie na generatie, getracht hebben getrouwe kopieën te maken van vroegere ikonen, wat heden ten dage nog steeds gebeurt. Zo zijn de afbeeldingen van Christus en de voornaamste apostelen herkenbaar van de ene eeuw op de volgende, niettegenstaande dat er soms veranderingen in stijl zijn. Wij weten bijvoorbeeld dat Petrus dik krullend haar had, terwijl Paulus kaal was. Een van de vroegste afbeeldingen die bewaard zijn gebleven is een medaillon van de Heiligen Petrus en Paulus, beiden in profiel, die nu onderdeel vormt van de verzameling van het Vaticaans Museum in Rome. Maar het belangrijkste is, dat de herinnering aan het gezicht van Christus bewaard is gebleven: een man van vroeg middelbare leeftijd, met bruine ogen, een doordringende blik, stijl donkerbruin haar tot op Zijn schouders, een korte baard, olijfkleurige huid, en regelmatige gelaatstrekken van het Semitische type.

Zoals in onze tijd ikonen een twistpunt vormen, zo was er ook in de vroege Kerk een geschil. Tertullianus, Clemens van Alexandrië, Minucius Felix en Lactantius waren vroege tegenstanders van ikonen. Eusebius was niet de enige die vreesde dat de kunst van het heidendom, de geest van het heidendom in zich droeg, terwijl er anderen waren die bezwaren hadden op grond van het oudtestamentische verbod op beelden. Uiteindelijk was het christendom geboren in een wereld waarin veel kunstenaars bezig waren met godsdienstig, politiek en wereldlijk werk. Afgodenverering was een normaal onderdeel van het heidense religieuze leven. Zo merken wij dat tijdens de eerste eeuwen, onder de vele onderwerpen van onenigheid onder de christenen, ook verdeeldheid bestond over vragen van religieuze kunst en de plaats ervan in het geestelijk leven. Het is veelzeggend dat sommigen van hen die onwillig waren Christus te aanvaarden als mens geworden God, ook afkerig waren van ikonen.

Bij alle theologische twisten vanaf die tijd tot op heden, staat de brandende vraag centraal: Wie is Jezus Christus?

Sommigen beweerden dat Jezus gewoon een man was van zulk een voorbeeldige goedheid dat Hij door God als een Zoon werd aangenomen. Dit idee verder ontwikkelend, geloofden anderen dat God Jezus de Galileeër zo overweldigde dat Zijn mensheid stilaan werd opgenomen in de godheid. En dan waren er ook, die redeneerden dat Jezus alleen maar in schijn een mens van vlees en bloed was maar dat Hij in werkelijkheid zuiver geest was; daar het vlees onderhevig is aan hartstochten, ziekten en bederf, beweerden zij dat God nooit vlees zou kunnen worden. Zij die aan dit geloof vasthielden verwierpen de dood van Jezus aan het kruis – een puur geestelijk wezen is onsterfelijk – en verwierpen daarmee ook de verrijzenis. Een wezen dat niet kon sterven had het niet nodig om te verrijzen na de dood.

Het orthodox Christelijke antwoord – dat de Tweede Persoon uit de Heilige Drie-eenheid mens geworden is in de schoot van Maria, dus dat Jezus tegelijk waarlijk God en waarlijk mens is – was voor veel mensen én te eenvoudig én te radicaal. Hoe kan de almachtige God dat wat pijn kan lijden en dood en bederf kan ondergaan, bekleden met godheid?

De discussie over dit vraagstuk en alle implicaties ervan stond centraal tijdens de zeven Oecumenische Concilies van de Kerk die gehouden werden in de eerste acht eeuwen van het christelijk tijdperk. Al werd de Orthodoxe leer reeds samengevat in het credo van het eerste Oecumenische Concilie gehouden in Nicea vlak bij Constantinopel in 325, heeft het nog eeuwen geduurd voordat de Kerk de invloed kon afschudden van de ketterijen die, op allerlei wijzen, de menswording ontkenden. In feite gaan deze oude conflicten met hernieuwde kracht door in onze tijd.

Elke kerkelijke synode die de ikoon erkende, erkende in feite opnieuw de menswording. Zo veroordeelde het Quinisext Concilie in Trullo van 692 ‘bedrieglijke schilderijen die het verstand verderven door schandelijke gevoelens te prikkelen’, maar erkende het de ikoon als een spiegel van genade en waarheid. Dit concilie verklaarde: ‘Opdat iedereen zou zien wat volmaakt is, zelfs met behulp van afbeeldingen, besluiten wij dat vanaf heden Christus onze God moet worden voorgesteld in Zijn menselijke vorm.’

De twisten over ikonen bereikten het kookpunt in de achtste en negende eeuw, in de tijd dat de islam met grote snelheid terrein aan het winnen was in gebieden die voorheen christelijk waren geweest. In 725 beval keizer Leo III, niettegenstaande het verzet van patriarch Germanus van Constantinopel en van paus Gregorius II van Rome, de verwijdering van ikonen uit de kerken en de vernietiging ervan. Misschien hoopte hij dat zijn bevel de verdere verspreiding van de islam zou tegengaan, die fel gekant was tegen afbeeldingen op plaatsen van eredienst. Veel ikonenschilders uit Byzantium vluchtten naar Italië om bescherming te zoeken bij de paus. In deze tijd ondergingen velen die volhardden in het Orthodoxe geloof, verlies van hun bezittingen, gevangenschap, mishandelingen en zelfs verminkingen.

Sommige ikonoklasten beweerden dat afbeeldingen van Christus, daar ze hem alleen maar lichamelijk voorstelden, Zijn godheid verminderden door slechts zijn mensheid te tonen. Het kan zijn dat een gunstig gevolg van het ikonoklasme was dat ikonenschilders naar betere manieren zochten om de verborgen, geestelijke werkelijkheid met verf voor te stellen, in plaats van slechts de fysieke kenmerken van de voorgestelde persoon.

Er zijn natuurlijk vele andere vroege verdedigers van de ikonen, waaronder de Heilige Basilios de Grote in de vierde eeuw, die het elementaire principe leerde dat ikonen stichtelijke afbeeldingen zijn, die niet als doel op zich dienst doen maar als bruggen. Hij introduceerde een belangrijke in woorden uitgedrukte verduidelijking. Ikonen worden niet aanbeden – alleen God word aanbeden – maar eerder vereerd. Zelfs de verering die aan een ikoon wordt gegeven, wordt niet gegeven aan het materiaal dat de afbeelding vormt of ondersteunt, maar eerder aan het levende prototype. Een ikoon kussen van Christus is Christus Zelf kussen. Dit onderscheid werd ook gemaakt in de vierde eeuw door de heilige Augustinus, bisschop van Hippo in Noord Africa, zoals hij schreef in De Civitate Dei:

Want dit is de eredienst die toebehoort aan de Godheid; en om deze eredienst in een enkel woord uit te drukken, aangezien er mij geen Latijnse term te binnen schiet die voldoende exact is, zal ik mijzelf helpen … met een Grieks woord. Latreia, telkens als dit woord in de Schrift voorkomt wordt het weergegeven door het woord “dienst.”Maar deze dienst die vervallen is aan mensen, en waarover de apostel [Paulus] schrijft dat dienaren zich moeten onderwerpen aan hun eigen meesters [Ef. 6:5], wordt meestal aangeduid door een ander Grieks woord douleia, terwijl de dienst die aan alleen God wordt bewezen door aanbidding altijd, of bijna altijd, latreia wordt genoemd …9

De theoloog die het beste het gebruik van ikonen in het christelijk leven heeft verdedigd in de tijd van het ikonoklasme, is de Heilige Johannes van Damascus (676-749), een monnik en dichter, die door de ironie van het lot veilig was voor de vervolgingen van de ikonoklastisch Keizer: zijn klooster van Mar Saba, in de woestijn ten zuidoosten van Jeruzalem, lag op islamitisch grondgebied, dus buiten bereik van het keizerlijk edicten. Hier schreef hij zijn verhandelingen Tegen hen die de heilige ikonen smaden, waarin hij redeneerde:

Want zouden wij van de onzichtbare God een beeld maken, dan zouden wij werkelijk zondigen... Maar niets van dat alles doen wij. Want nu wij van God, die vlees is geworden en op aarde in het vlees is gezien en onder de mensen heeft verkeerd uit onuitsprekelijke goedheid, en de natuur, de stoffelijkheid, de vorm en de kleur van het vlees heeft aangenomen, de afbeelding vervaardigen, dan misleiden wij onszelf geenszins.