3,99 €
Dit is boek #2 in een nieuwe serie van mystery- en thrillerauteur Kate Bold. Alexa Chase (34), een briljante profiler van de Gedragsanalyse-eenheid van de FBI, was te goed in haar werk. Achtervolgd door alle seriemoordenaars die ze heeft gepakt, liet ze een indrukwekkende carrière achter zich om bij de U.S. Marshals te gaan werken. Als Deputy Marshal kon Alexa – fit, en even stoer als briljant – zich storten op een eenvoudige carrière waarin ze voortvluchtigen opspoorde en voor het gerecht bracht. Maar nu haar laatste zaak een groot succes was, hebben de FBI en de Marshals besloten om hun gezamenlijke taskforce permanent te maken. Alexa, die nog steeds worstelt met haar traumatische verleden en de PTSS van de jacht op seriemoordenaars, heeft geen keus: ze zal nu moeten samenwerken met een FBI-partner die ze niet mag en jacht moeten maken op seriemoordenaars wier jurisdictie verweven is met die van de U.S. Marshals. Alexa wordt gedwongen om datgene onder ogen te zien wat ze het meest vreest—in de geest van een moordenaar kruipen. Twee federale rechters worden vermoord, en schokkend bewijs wijst op het werk van een seriemoordenaar met een vendetta. Maar de rechters hebben tijdens hun lange carrières honderden mensen berecht en veroordeeld, en met een ellenlange lijst van verdachten is Alexa verwikkeld in een race tegen de klok om de moordenaar te vinden voordat hij een volgende rechter op zijn lijst vermoordt. En wanneer het volgende slachtoffer voor een schokkende wending zorgt, trekt dat alles wat Alexa dacht te weten in twijfel. Is dit werkelijk een vendetta? Of is deze moordenaar veel duivelser dan hij lijkt? Om deze duivelse moordenaar te vinden, zal Alexa moeten doen wat ze het meest vreest—zijn verknipte geest binnendringen, voordat hij opnieuw kan toeslaan. Het is een kat-en-muisspel op leven en dood, en de winnaar krijgt alles. Maar zal de duisternis haar volledig opslokken? Een meeslepende en huiveringwekkende misdaadthriller met een briljante en gekwelde Deputy Marshal, de serie is een zenuwslopend mysterie, boordevol non-stop actie, spanning, wendingen, onthullingen, en gedreven door een razend tempo dat je tot diep in de nacht de bladzijden doet omslaan.
Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:
Seitenzahl: 317
Veröffentlichungsjahr: 2025
HET MOORDGETIJ (EEN ALEXA CHASE THRILLER—BOEK 2)
EEN ALEXA CHASE THRILLER
KATE BOLD
HOOFDSTUK EEN
HOOFDSTUK TWEE
HOOFDSTUK DRIE
HOOFDSTUK VIER
HOOFDSTUK VIJF
HOOFDSTUK ZES
HOOFDSTUK ZEVEN
HOOFDSTUK ACHT
HOOFDSTUK NEGEN
HOOFDSTUK TIEN
HOOFDSTUK ELF
HOOFDSTUK TWAALF
HOOFDSTUK DERTIEN
HOOFDSTUK VEERTIEN
HOOFDSTUK VIJFTIEN
HOOFDSTUK ZESTIEN
HOOFDSTUK ZEVENTIEN
HOOFDSTUK ACHTTIEN
HOOFDSTUK NEGENTIEN
HOOFDSTUK TWINTIG
HOOFDSTUK EENENTWINTIG
HOOFDSTUK TWEEËNTWINTIG
HOOFDSTUK DRIEËNTWINTIG
HOOFDSTUK VIERENTWINTIG
HOOFDSTUK VIJFENTWINTIG
HOOFDSTUK ZESENTWINTIG
HOOFDSTUK ZEVENENTWINTIG
HOOFDSTUK ACHTENTWINTIG
HOOFDSTUK NEGENENTWINTIG
HOOFDSTUK DERTIG
HOOFDSTUK EENENDERTIG
Een ranchhuis in de Sonorawoestijn, vijf mijl ten oosten van Benson, Arizona
3 juli, 11 uur ’s avonds.
Rechter Antonio Rodriguez zat in zijn leunstoel en werkte wat papierwerk weg, terwijl op de achtergrond een sportkanaal ratelde. Het was zaterdagavond en eigenlijk had hij niet moeten werken, maar een rechter kwam nooit bij met de stapels papierwerk waarin het vak hem deed verdrinken.
Op dat moment was hij zich aan het voorbereiden op een moordzaak. Hoewel die pas over een week in zijn rechtszaal zou komen, had hij nu al een berg papierwerk te verstouwen. Verdedigingsverklaringen. Politierapporten. De verklaringen van het Openbaar Ministerie. Het bewijsmateriaal. Het leek eindeloos. In zekere zin wás het eindeloos, want hij moest eerst nog zes kleinere zaken behandelen, elk met hun eigen stapels papier, en het werk na het moordproces begon zich ook al op te hopen.
De gewone, alledaagse criminaliteit zoals dronken bestuurders en winkeldieven bezorgde hem al genoeg papierwerk, maar voor een moordzaak had je haast een bibliotheek nodig.
De telefoon op het bijzettafeltje zoemde. Hij pakte hem op. Een bericht van Carmen, zijn vrouw. Hij opende het en schoot in de lach.
Op de foto stonden Carmen en haar vriendinnen op het dek van een cruiseschip, in zomerjurken en strohoeden, proostend met glazen vol kleurige, fruitige cocktails. Op de achtergrond schitterde een felblauwe oceaan.
Rechter Rodriguez streek liefdevol met zijn duim over het beeld van de lachende vrouw, nog altijd stralend en mooi ondanks haar tweeënzestig jaar. Met haar trouwen en rechter worden waren de twee beste beslissingen van zijn leven geweest.
Hij stuurde haar een bericht terug. “Het lijkt erop dat je traditionele cruise voor de Vierde Juli goed verloopt. Laat je niet pikken door een papegaai zoals vorig jaar.”
Bijna meteen kwam er een bericht terug. “Veel plezier morgen met de jongens bij de wedstrijd. En STOP MET WERKEN! Het moet daar al elf uur zijn.”
Rechter Rodriguez lachte opnieuw. Na een leven samen kende ze al zijn smoesjes.
Hij stuurde een blozend gezichtje terug. “Stuurde een emoji” was toch het juiste woord? Dat moest hij zijn kinderen maar eens vragen, allebei net afgestudeerd en nu woonachtig in Albuquerque, waar meer kansen lagen. Benson was een klein stadje. Alle jongeren vertrokken zodra ze de kans kregen. Maar criminelen waren er nog genoeg.
Carmen had gelijk. Genoeg gewerkt voor vanavond. Hij legde zijn papieren opzij en zette het geluid van de tv harder. Het was bijna tijd voor zijn favoriete commentatoren om hun visie te geven op hoe de wedstrijd van morgen zou verlopen.
De deurbel ging.
“Wat de—?”
Een bezoeker? Op dit uur? Misschien had Larry verderop weer problemen met zijn auto. Hij had Larry’s oude barrel de afgelopen maand al drie keer moeten starten met startkabels. Of misschien had Irene, iets verderop in de straat, last met de buikkramp van de baby. De huizen in deze buurt lagen ver uit elkaar, iedereen had een paar hectare woestijn om van te genieten, maar mensen kenden elkaar en hielpen elkaar waar nodig.
Rechter Rodriguez hees zijn zware lichaam uit de leunstoel en liep zijn woonkamer uit, langs foto’s van zijn gezin in verschillende levensfasen, de hal in, waar hij het licht aandeed.
“Kom eraan!” riep hij. De bel ging niet nog een keer.
Hij draaide de deur op slot, want zelfs in het landelijke Arizona was het verstandig je deur op slot te doen, en opende hem.
Er stond niemand buiten. Het licht op de veranda brandde, een paar motten cirkelden om de lamp, maar in de lichtkring was verder geen beweging te zien. De voortuin, de grindoprit en de vaag zichtbare woestijn daarachter waren leeg.
Er trok een rilling door hem heen. Snel deed hij de deur dicht en draaide hem op slot. Er klopte iets niet. De kinderen in de buurt waren allemaal te klein of juist te groot voor zulke grappen. Dat betekende dat een volwassene het had gedaan.
Rechter Rodriguez deed het licht in de hal uit en liep, bij het schijnsel uit de woonkamer, naar een dressoir bij de voordeur waar hij een snubnose .38 bewaarde.
Carmen had er een hekel aan dat hij een wapen in huis had. Ze was een stadse meid uit Phoenix en was dat aspect van het plattelandsleven niet gewend.
Hij zou het jachtgeweer kunnen pakken dat hij gebruikte voor coyotes, maar dat was veel te onhandig om binnen te gebruiken en lag helemaal aan de andere kant van het huis, in de kast van zijn slaapkamer.
Met het pistool stevig in zijn hand, deinsde hij langzaam achteruit van de deur, zijn gedachten schommelend tussen bezorgdheid en het wegwuiven ervan. Het kon gewoon een grap zijn van een paar tieners die langskwamen, zoals die keer dat een stelletje jonge ettertjes een van de saguaro-cactussen op straat hadden beschilderd zodat het op een piemel leek. Of het kon iets serieuzers zijn.
Hij had tenslotte heel wat foute mensen achter de tralies gekregen.
Waarschijnlijk was het niets, dacht hij. Het zou zelfs een elektrisch probleem kunnen zijn. Dit huis was gebouwd in de jaren zestig. Het had zo zijn ouderdomskwaaltjes, net als hijzelf.
Er klonk een kraak uit het achterste deel van het huis, het onmiskenbare geluid van zijn achterdeur die openging.
Hij was vergeten die op slot te doen.
Rechter Rodriguez brak uit in het koud zweet. Wat nu? Zijn telefoon lag op het bijzettafeltje in de woonkamer. Die kon net zo goed op de maan liggen. Hij kon erheen gaan, maar de indringer zou hem kunnen horen en dan zou hij in het enige verlichte deel van het huis terechtkomen.
Beter om hier te blijven. Vanaf zijn plek kon hij de halfverlichte gang inkijken en tot in de keuken zien. Omdat daar geen licht aan was en er een lamp tussen hem en die kamer in scheen, kon hij er niet veel van zien. Verderop zag hij helemaal niets. Het kleine gangetje naar de achterste badkamer en de achterkamer, waar de achterdeur was, lag uit het zicht om de hoek.
Rechter Rodriguez spitste zijn oren om elk geluid van beweging op te vangen. De laatste jaren was hij wat slechthorend geworden, waarschijnlijk door dertig jaar lang schuldige criminelen die hem in de rechtszaal toeschreeuwden, om nog maar te zwijgen van de keiharde metal waar zijn jongste zoon in zijn tienerjaren en begin twintig zo van hield. Dus hij hoorde niets, al betekende dat niet dat er niets te horen viel.
Rechter Rodriguez wachtte. Een zweetdruppel liep langs zijn voorhoofd. Zijn hart bonsde in zijn borst, maar de hand die zijn pistool vasthield trilde niet.
Nog steeds kwam er geen geluid of beweging uit het achterste deel van het huis.
Had hij het zich allemaal ingebeeld? Hij was moe en, zoals Carmen hem voortdurend vertelde, overwerkt. De deurbel kon een grap zijn geweest, en daarna had zijn verbeelding het geluid van de achterdeur erbij verzonnen.
Nou, hij ging hier niet eindeloos wachten tot het antwoord vanzelf kwam.
Langzaam begon hij door de gang richting de keuken te sluipen. Om de paar stappen bleef hij staan, zijn oren gespitst op elk geluid van beweging. Nog steeds niets. Hij raakte er steeds meer van overtuigd dat zijn geest hem parten speelde. Een inbreker zou geen huis uitkiezen waar een lamp brandde, de tv lawaai maakte en er een auto voor de deur stond. Een junk die iets wilde stelen om aan zijn volgende shot te komen, zou een hoop herrie hebben gemaakt.
En geen van beiden zou op de bel hebben gedrukt.
Rechter Rodriguez had over heel wat inbraakzaken geoordeeld, en hij kon zich niet één geval herinneren waarin de indringer zich van tevoren had aangekondigd.
Dus ja, het zat waarschijnlijk allemaal in zijn hoofd.
Toch hield hij zijn vinger op de trekker, voor het geval dat.
Bij de deuropening van de keuken aangekomen, stak hij zijn hoofd om de hoek en keek rond in het schemerige vertrek. Niemand. Het korte gangetje naar de achterste badkamer en achterkamer was bijna pikzwart.
Hij bleef even staan, turend in het donker en wenste dat hij niet zo’n pietje-precies was als het om stroomverbruik ging. De meeste mensen lieten meer lampen aan.
Moest hij het licht in de keuken aandoen? Nee, dat zou de indringer alleen maar waarschuwen, als er al een indringer was. Rechter Rodriguez had zich behoorlijk stil weten te verplaatsen. De indringer dacht waarschijnlijk dat hij nog steeds in de woonkamer zat te tv-kijken.
Rechter Rodriguez haalde langzaam en geruisloos adem en begon door de keuken te sluipen, waar het vaag rook naar de diepvrieslasagne die Carmen voor hem had achtergelaten om vanavond op te warmen.
Hij bereikte de deur aan de overkant en hield stil. Nog steeds geen geluid. Om het hoekje turend, zag hij de donkere contouren van de badkamer- en achterkamerdeuren, beide open, aan de linkerkant van de gang.
De achterdeur kwam uit op de achterkamer, waar behalve een paar kamerplanten en wat dozen met oude dossiers weinig stond. Niets dat de moeite van het stelen waard was. Hij voelde geen tocht, dus de deur was dicht. Had de indringer toch koudwatervrees gekregen en was hij vertrokken?
Waarschijnlijk was er helemaal geen indringer.
Toch moest hij het zeker weten.
Rechter Rodriguez zette een stap de gang in.
Een flits links van hem. Een donkere gestalte schoot de badkamer uit. Een kort, zwak lichtschijnsel op metaal.
Toen een brandende pijn in zijn pols. Het pistool viel op de grond.
Rechter Rodriguez schreeuwde het uit en deinsde achteruit de keuken in.
De donkere figuur volgde, maakte nog een uithaal met het mes.
Met moeite wist Rechter Rodriguez zijn arm op tijd op te tillen om zijn gezicht te beschermen, en voelde opnieuw een hete pijnscheut over zijn onderarm. Hij schreeuwde, draaide zich om en rende de gang in, hopend de voordeur te bereiken en de straat op te komen, waar hij om hulp kon roepen.
Hij kwam nauwelijks twee meter ver.
Weer een haal over zijn rug. Hij hapte naar adem, wankelde, maar bleef doorgaan, tot halverwege de gang, recht tegenover de verlichte woonkamer, waar een diepere snede hem op zijn gezicht deed vallen.
Hij draaide zich om. De gestalte boog zich over hem heen, kwam in het licht van de woonkamer.
Rechter Rodriguez verstijfde. Hij herkende dat gezicht.
In een flits herinnerde hij zich alles van die zaak, en wist dat hij niet op genade hoefde te hopen.
Het mes flitste omlaag, stekend.
Het mes kwam omhoog, druipend van het bloed, en ging weer omlaag.
En weer.
En weer.
Binnen twee minuten lag rechter Antonio Rodriguez uit Benson, Arizona, met wijd opengesperde ogen in een plas van zijn eigen bloed, starend naar het plafond terwijl de wereld om hem heen vervaagde.
Het laatste wat hij hoorde, nadat de achterdeur dichtsloeg, was zijn telefoon die zoemend afging in de woonkamer.
Hij zou nooit de foto zien van zijn vrouw die hem een welterustenkus toeblazend stuurde.
East Jersey State Prison, Woodbridge Township, New Jersey
4 juli, 10 uur 's ochtends
Deputy Marshal Alexa Chase wachtte terwijl een gevangenisbewaarder haar door een deur van zware stalen tralies liet. Haar uniform plakte aan haar lijf terwijl het zweet uit al haar poriën gutste. De betonnen gang was koel, maar Alexa kon niet ophouden met zweten.
Toen de deur openging, liepen zij en een tweede bewaker een korte gang in die eindigde bij een identieke deur.
De eerste deur viel achter hen dicht. De gevangenisbewaarder die haar vergezelde, schoof zijn riem recht—zwaar van het pistool, de wapenstok en de pepperspray—en knikte naar zijn collega via de beveiligingscamera. De tweede deur klikte open. Alexa veegde stiekem haar zweterige handpalmen af aan haar uniformbroek.
Daarachter lag een gang met aan weerszijden zes cellen. Allemaal bezet. Aan het einde stond een rode plastic stoel, precies in het midden van de gang geplaatst, buiten het bereik van beide cellen. De gevangenisbewaarder en Alexa liepen ook midden over de gang. Alexa keek rechts en links, hield de gevangenen scherp in de gaten.
Zij hielden haar net zo scherp in de gaten—gezet, getatoeëerde mannen die op hun britsen zaten of heen en weer liepen in hun kleine cellen. Stil. Waakzaam.
De East Jersey State Prison was een zwaarbeveiligde gevangenis, waar enkele van de meest gewelddadige criminelen van de staat vastzaten. En zij was helemaal uit Phoenix overgevlogen om de gewelddadigste gevangene van deze afdeling te zien.
Bruce Thornton, beter bekend als de Jersey Devil.
Enkele jaren geleden, toen ze nog Special Agent Alexa Chase van de FBI was, had ze Thornton gearresteerd nadat hij een reeks moorden had gepleegd in de Pine Barrens van New Jersey. Het was haar zwaarste zaak tot nu toe geweest—geen enkel patroon in de moorden, behalve de algemene locatie. De slachtoffers waren mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden en rassen. De meesten waren elders ontvoerd en naar het uitgestrekte bosgebied gebracht, op één ongelukkige wandelaar en een andere pechvogel van een jager na, die er al waren. Sommigen waren neergestoken. Anderen waren doodgeschoten of gewurgd. Een meisje van tien was levend begraven.
Ze kon geen patroon ontdekken, geen modus operandi, behalve het overduidelijke psychologische belang van de plek zelf. Want behalve dat het een dichtbegroeid dennenbos was waar je makkelijk een lijk kon verstoppen, was het ook de plek van de beruchte Jersey Devil, een legendarisch wezen met leerachtige vleugels, een geitenkop, klauwachtige handen, gespleten hoeven en een gevorkte staart.
De media hadden dit natuurlijk al opgepikt en de moordenaar omgedoopt tot de Jersey Devil. Aanvankelijk hadden de lokale politieagenten het verband afgedaan als onzin, denkend dat de dader de Barrens alleen gebruikte omdat het zo uitgestrekt en onoverzichtelijk was. Genoeg andere criminelen hadden dat immers ook al gedaan. Alexa dacht daar anders over.
Ze dook in de overlevering van de Jersey Devil—waar het wezen was gezien, hoe het zijn slachtoffers besprong, de verschillende theorieën over zijn oorsprong. Het feit dat het niet bestond, deed er niet toe. Het was de legende die telde.
Want ze kreeg het gevoel dat de moordenaar zijn eigen legende probeerde te scheppen.
Haar onderzoek bracht haar op talloze dwaalsporen, van volksverhalen tot satanisme, van ecologie tot psychedelica, van geschiedenis tot cryptozoologie. Het was een verontrustende, maar fascinerende reis geweest.
Maar het leverde haar het patroon op van hoe hij de lichamen verspreidde, en het stelde haar in staat te voorspellen waar zijn volgende ontvoerde slachtoffer naartoe gebracht zou worden om te worden afgemaakt.
Twee dagen kamperen in het koude, natte dennenbos werden beloond met de verschijning van Bruce Thornton, met een doodsbang jongetje van elf aan zijn hand. Toen ze uit haar schuilplaats sprong, gaf Thornton zich over, met een glimlach op zijn gezicht en een triomfantelijke glans in zijn ogen. Zijn legende was al geboren.
Alexa had die glans gezien en had hem bijna gedood. Ze had haar pistool geheven, recht op zijn hoofd gericht, en was begonnen de trekker over te halen.
Bruce Thorntons glimlach werd alleen maar breder.
En ze was gestopt, en had hem in plaats daarvan gearresteerd.
Het was de grootste spijt van haar leven.
Ze had hem willen doden. Nee, ze had hem moeten doden. Een vreselijke, dierlijke drang in haar wilde deze roofdier opjagen en hem laten zien dat hij zelf slechts prooi was.
Nog maar een paar weken geleden had ze bijna opnieuw toegegeven aan de verleiding, bij een seriemoordenaar genaamd Drake Logan. Ook daar had ze spijt van dat ze hem niet had gedood.
Dus was ze hierheen gekomen, om de duivel uit haar verleden onder ogen te zien.
De gang leek zich eindeloos uit te strekken, de rode plastic stoel leek steeds verder van haar weg te schuiven terwijl ze liep en liep, eindeloos, door een gang die niet langer kon zijn dan vijftig meter.
Uit de verste cel klonk een zacht gefluit, een valse, melodieloze aaneenschakeling van noten. Het duurde even voordat Alexa het herkende.
Bruce Springsteens “Night with the Jersey Devil.” Bruce Thorntons favoriete nummer.
“Fluit dat verdomde deuntje de hele verdomde dag,” mompelde de cipier naast haar. “Je zou denken dat hij na al dat oefenen eindelijk eens zuiver zou fluiten.”
Alexa zette haar schouders recht en liep de laatste paar stappen tot ze voor de cel stond.
Bruce Thornton was geen bijzonder gezicht. Seriemoordenaars waren dat zelden. Zittend op zijn bed achter in de cel, in oranje gevangeniskleding en sloffen, leek hij nog steeds sprekend op de werkloze loodgieter die hij was geweest toen Alexa hem oppakte.
Slechts één meter achtenzeventig lang, met dunner wordend blond haar boven een groot voorhoofd, priemende blauwe ogen die nooit stil stonden, een foute snor die hij nooit fatsoenlijk bijwerkte, en een gedrongen lichaam waar tien jaar gevangenisvoedsel de nodige kilo’s aan had toegevoegd—hij was bepaald geen inspirerend figuur voor iemand die een legende wilde worden.
En toch was het hem gelukt. Er waren talloze boeken over hem geschreven. Verschillende websites gewijd aan zijn misdaden. Minstens vijf documentaires.
Over haar had nooit iemand een boek geschreven. Ze was slechts een voetnoot in die boeken en op die websites, en ze had alle verzoeken voor interviews voor de documentaires afgeslagen. Ze vertrouwde de bedoelingen van de makers niet.
Nee, de echte helden in de ogen van die mensen waren de roofdieren die hier opgesloten zaten. Walgelijk.
“Hallo, Special Agent Chase,” zei hij, terwijl hij haar een grijns toonde en zijn scheve, door het roken vergeelde tanden liet zien. “Ik zou opstaan en je een hand geven, maar Roy hier zou me meteen peppersprayen.”
“Daar kun je donder op zeggen,” zei Roy, de gevangenisbewaarder. Hij wendde zich tot Alexa. “Ik ben vlak om de hoek.”
Hij liep weg. Alexa nam plaats op de rode plastic stoel, die zo gammel was dat hij een beetje doorzakte onder haar gewicht. Hier viel geen wapen van te maken.
“Ze is een lekker ding,” klonk er een stem achter haar.
Thornton fronste. “Rustig, Rick.”
Alexa draaide zich om en zag een grote blanke man die lui op zijn brits lag, zijn hand op zijn kruis. Diepe acnelittekens ontsierden zijn gezicht. Hij schonk haar een grijns met een groot gat tussen zijn tanden, maar zijn ogen lachten niet mee. Helemaal niet.
“Mijn fout, Bruce. Ik blijf wel hier zitten en fantaseren.”
Alexa draaide zich weer naar Thornton. Ze had liever een privégesprek gehad met de seriemoordenaar, maar daarvoor had ze een officieel bezoek moeten veinzen, iets wat ze niet in de administratie van de Amerikaanse Marshals wilde laten opduiken. Thornton mocht om veiligheidsredenen niet naar de bezoekersruimte, dus moest zij naar hem toe komen. De gevangenisdirecteur had de regels voor haar opgerekt, in de hoop dat ze hem wat inzicht zou geven in zijn gevaarlijkste gevangene.
Daar was Alexa voor gekomen. Inzicht.
Thornton haalde zijn schouders verontschuldigend op. “Rick is nogal een vrouwenversierder.”
“Hierbinnen in elk geval niet,” zei Alexa, zonder de moeite te nemen Rick nog eens aan te kijken.
De seriemoordenaar grijnsde. “Maar je zou zijn dossier eens moeten lezen. Voor hij werd opgesloten, had hij de tijd van zijn leven.”
Rick grinnikte.
Alexa wierp Thornton een vernietigende blik toe. “Laten we het over jou hebben.”
Weer die glimlach. “Je bedoelt over ons.”
Hij wierp een veelbetekenende blik rond in zijn cel. Alexa was zo gefocust geweest op de man die ze al die jaren geleden had gearresteerd, dat ze niet had opgemerkt dat het interieur van de cel volledig bedekt was met tekeningen.
De meeste waren grof, getekend op gevangenispapier met houtskool en waskrijt. Ze toonden verschillende voorstellingen van de Jersey Devil, of duistere bossen met demonische ogen die in de wolken boven dreven. Andere lieten Bigfoot of het Monster van Loch Ness zien, of vreemde geesten die door spookhuizen of donkere wouden zweefden.
“Heb jij die gemaakt?”
“De meeste wel.”
“Sommige zijn in een andere stijl,” merkte Alexa op, terwijl ze wees naar een paar aan de rechterwand, middelmatige portretten van Thornton zelf.
“Fans. Ik krijg veel fanmail.”
Een bittere smaak vulde Alexa’s mond. Er was een hele subcultuur van mensen die correspondeerden met seriemoordenaars in de gevangenis. Ze stuurden hen brieven, boeken, geld voor de kantine, zelfs huwelijksaanzoeken.
Het was ziek. Gewoon ziek.
Sterker nog, na de arrestatie van de Jersey Devil werd de FBI overspoeld met haatmail. Het meeste was geschift geklets over hoe ze een groot ritueel had verstoord waarmee Thornton de mensheid naar een hoger bewustzijnsniveau wilde brengen. Andere brieven waren directe bedreigingen aan Alexa zelf.
Die werden opgevolgd en de schrijvers gearresteerd.
Ze keek weer naar Thornton, het oude gevoel van spijt kwam tienvoudig terug.
“Je hebt het meesterwerk gemist,” zei hij, terwijl hij wees.
Aan de overkant hing een tekening in Thorntons grove stijl. Alexa knipperde met haar ogen. Ze zag zichzelf, van onderaf gezien, fier en trots staand in een open plek in het bos, sterren als een krans om haar hoofd, terwijl ze een enorm pistool op de toeschouwer richtte.
Hoewel Thornton allesbehalve een kunstenaar was, had hij duidelijk extra tijd gestoken in deze tekening. De gelijkenis was behoorlijk goed, en er zat kracht in het beeld. Ze oogde dominant, zelfverzekerd, bijna groter dan de omringende dennen.
“Zo herinner ik me je altijd,” zei Thornton met een glimlach. “Je zag er zo sterk uit, als een wrekende geest. Een banshee of een Walkure.”
“Meer als een FBI-agent die je te pakken had.”
Met gevangenen kon je seksuele intimidatie het beste meteen de kop indrukken.
Maar Thornton leek daar niet op uit. Hij ging bewonderend verder: “Zie je hoe ik je bijna net zo groot als die dennen heb getekend? Zo zag je eruit. Vijftien meter hoog. Jij pakte me terwijl de rest van de FBI, de boswachters, de staatspolitie en een dozijn verschillende lokale politiekorpsen als kippen zonder kop rondrenden.”
“Ze letten niet op de folklore.”
Thornton schudde zijn hoofd. “Nee, dat deden ze niet. Ze deden de hele Jersey Devil-connectie af als een verzinsel van de pers.”
Daarom was Thornton zo moeilijk te pakken geweest, en was hij niet ontoerekeningsvatbaar verklaard. Hij had er bewust voor gekozen om zijn misdaden te koppelen aan een lokale legende over een monster dat in de Pine Barrens van New Jersey zou leven, om zo naam te maken. De locaties en methodes van de moorden verschilden, maar Alexa had een patroon ontdekt in de manier waarop ze aansloten bij de oude legendes. Ze had dat verband pas kunnen leggen nadat ze zich had ondergedompeld in allerlei duistere kennis, ontsproten aan bijgelovige en verwrongen geesten. Het had haar geestelijke gesteldheid flink aangetast.
Met haar pistool op deze man gericht, die op het punt stond een ontvoerd kind dood te steken, was het alleen maar erger geworden.
Ze had hem bijna neergeschoten. Niet omdat hij zich verzette bij zijn arrestatie, of omdat hij een direct gevaar vormde voor het kind—integendeel, zodra ze zich kenbaar had gemaakt liet hij zijn mes vallen en stak zijn handen in de lucht—maar gewoon omdat ze het wilde.
Nee, moest. Al die roem, al die aandacht, zelfs bewondering. Terwijl zij een anonieme dienaar van de wet bleef, een verdachte in de ogen van een groot deel van de bevolking. Ze wilde hem uitwissen. Bewijzen dat zij de sterkste was.
Natuurlijk hebben alle politiemensen weleens gefantaseerd over het pijn doen van criminelen die ze arresteren. Dat is nu eenmaal de schaduwzijde van de menselijke natuur. Maar zij was veel verder gegaan dan iemand ooit zou mogen, en trok zich pas op het allerlaatste moment terug omdat het kind toekeek.
Ze wist zeker dat als het kind er niet was geweest, ze het wel had gedaan.
En ze had er elke dag spijt van gehad dat ze Thornton niet had gedood, al die jaren daarna. Spijt dat ze niet had bewezen dat ze sterker was dan hij.
En dat berouw had haar aan haar moraal doen twijfelen, aan haar waardigheid om een badge te dragen.
Thornton staarde naar de tekening.
“Zo trots,” fluisterde Rick vanuit de andere cel. “Ik kijk altijd naar die tekening en denk: ‘Die trots zou ik je zo kunnen afnemen.’”
“Je zult nooit meer een vrouw aanraken,” zei Alexa zonder hem aan te kijken. “Denk daar maar eens over na.”
“Jij hebt geen stijl, Rick,” zei Thornton, met een rode kleur. “Jij bent gewoon een ordinaire boef.”
“En jij dan niet?” vroeg Alexa, terwijl ze een wenkbrauw optrok.
Thornton hield zijn hoofd schuin. “Waarom ben je hier? Je hebt me nooit eerder bezocht. Bezig met oude tijden ophalen? Ik zie dat je nu hulpsheriff bent. Ik heb ook over je gelezen in de krant. Je hebt Drake Logan gepakt. Twee keer.”
“Ik wilde weten hoe het met je ging.”
Zodra Alexa het zei, besefte ze hoe slap dat klonk, en hoe onwaar het was. Ze was hier niet voor hem, maar voor zichzelf. Ze moest de confrontatie aangaan met deze man die het duister in haar had losgemaakt, een duisternis die alleen maar sterker was geworden tijdens de jacht op Drake Logan.
Thornton leek ook niet overtuigd. Hij bestudeerde haar een moment terwijl Alexa ongemakkelijk op haar stoel verschoof.
“Ja, je leek wel een wrekende engel toen je binnenstormde bij mij en die jongen. Man, ik dacht echt dat je me zou vermoorden. Ik had nooit gedacht dat ik ooit nog iemand zo fel zou zien kijken. Hier heb ik het in elk geval niet meer gezien. Oh, er zitten hier genoeg stoere jongens, genoeg gevechten en kerels die het moeten ontgelden, maar die echte woede, die echte kracht, die heb ik alleen zo sterk bij jou gezien.”
Alexa wendde haar blik af. Hierheen komen was een vergissing geweest.
Bruce Thornton, die zijn droom had waargemaakt om de levende belichaming van de Jersey Devil te worden, grinnikte.
“Nee, ik dacht echt niet dat ik ooit nog zo iemand zou zien. Maar het is toch gebeurd. Op tv, in de recreatieruimte, niet zo heel lang geleden.”
Verdorie. Ik weet al wat er komt.
“Je zag eruit als een kampioen toen je die vent die Drake op je afstuurde in elkaar sloeg. En die blik in je ogen! Wauw. Precies dezelfde blik die je me gaf in de Pine Barrens, al die jaren geleden. Wat een aanblik. Je had de hele recreatieruimte aan de grond genageld, iedereen met open mond. Sommigen hier hebben een hekel aan je, velen hebben zelf ook klappen van de politie gehad, maar zelfs zij moesten je bewonderen.”
“Ik heb gepast geweld gebruikt.”
Thornton lachte. “Gepast geweld voor een wrekende engel. Ach, je kunt mij niet voor de gek houden, Alexa. Het publiek mag dan aan jouw kant staan, en de media ook. Jij bent de heldin die de grote, boze Drake Logan heeft gepakt, maar ik weet, en jij weet, dat je genoot van die aframmeling.”
“Wedden dat haar slipje nat werd,” zei Rick vanuit de cel achter haar.
Thornton wierp hem een vernietigende blik toe. “Rick, hou je kop dicht, anders gebeurt er iets waar je niet blij van wordt.”
“Je doet net alsof ze je vriendin is,” snoof de verkrachter/moordenaar.
“Nee, ze is mijn idool. Net als Drake Logan, mensen tegen wie je opkijkt.”
“Drake is de man,” gaf Rick toe.
“Hij is niets meer dan een ordinaire moordenaar,” zei Alexa tegen hem. “En nu krijgt hij waarschijnlijk de dodelijke injectie.”
Thornton hield zijn hoofd schuin en keek haar aan. “Op het nieuws zeiden ze dat jij de arrestatie hebt verricht. Is dat waar, of was dat alleen maar om je beter te laten lijken na dat filmpje?”
“Ik heb hem gearresteerd,” zei Alexa trots.
“Jij en een heleboel anderen,” snoof Thornton. “Want als je alleen met hem was geweest, nadat hij je partner had vermoord en zo, wed ik dat je hem had afgemaakt, net zoals je dat bij mij wilde doen.”
Alexa keek hem recht aan. “Ik was alleen met hem, en ik heb hem niet gedood. Ik heb hem overmeesterd, geboeid, zijn rechten voorgelezen en hem in hechtenis genomen.”
Thornton tskte. “Ach, Alexa. Nu zit je in een lastig parket. Nu heb je twee spijtgevallen, mij en hem.”
“Het enige waar ik spijt van heb, is dat ik jullie niet eerder heb gepakt. Maar ik ben blij om je hier te zien wegrotten.”
Thornton lachte. “Wat me niet doodt, maakt me sterker. Dat zei Drake Logan. En het klopt. Door ons te pakken heb je alleen maar onze reputatie geholpen. Die achtervolging van jou met hem door het hele zuidwesten maakt zijn geschriften alleen maar populairder.”
“Zijn geschriften zijn in elke gevangenis van het land verboden,” zei Alexa.
Thornton haalde zijn schouders op. “Net als drugs. En toch zijn we er dol op, op Drake’s werk.”
“Jullie kunnen zijn essays onmogelijk in je cellen verstoppen, maar voor de zekerheid laat ik ze doorzoeken.”
“Je vindt toch niks. We hebben hier een man met een fotografisch geheugen. Was accountant. Briljante vent. Heeft miljoenen verduisterd. Nooit voor gepakt, maar hij dacht dat zijn baas en diens vrouw hem doorhadden, dus heeft hij ze allebei vermoord. Daar is hij voor gepakt. Blijkbaar was hij beter in verduisteren dan in moorden. Hoe dan ook, hij kende al Drake’s geschriften uit zijn hoofd voordat hij hier binnenkwam. Hij draagt ze voor aan ons. In ruil daarvoor mag hij rustig douchen.”
“Ik zal het de directeur zeker vertellen.”
“Ik heb de details veranderd. De directeur vindt hem toch niet.”
Alexa stond op. Dit was een vergissing geweest.
“Ik laat jullie achter bij jullie cel en jullie douches. Ik ga naar buiten, frisse lucht inademen, naar de zonsondergang kijken en misschien genieten van een lekker, groot, koud glas bier.” Alexa rekte zich uit. “Ah, vrijheid!”
Thornton lachte alleen maar en klapte in zijn handen. “Goed gedaan! Steek het mes er maar in. Dat is wat je graag doet, Alexa. Dat is wie je bent. Ga nu maar naar buiten en zoek een nieuwe moordenaar. Ga maar, en haal je nog een spijtgeval op de hals. Hé, als je geluk hebt, help je misschien wel mee aan het ontstaan van een nieuwe legende!”
Ze had nog steeds geen antwoord op Thorntons vraag wat ze hier eigenlijk uit hoopte te halen. Ze had gewoon haar verleden onder ogen willen komen. En dan? Zou het duister dan op magische wijze verdwijnen? Zou ze haar fouten uit het verleden eindelijk kunnen begraven? Eindelijk wat rust vinden?
Nu voelde ze zich nog ellendiger dan daarvoor.
Thorntons applaus volgde haar, galmend door het cellenblok terwijl ze vertrok.
Maar ze vertrok niet echt, en de Jersey Devil bleef niet. Een deel van haar zou hier achterblijven, en een deel van hem zou altijd bij haar zijn.
Misschien kon ze die bittere waarheid begraven in haar werk. Maarschalk Hernandez had gezegd dat hij een grote zaak voor haar had als ze morgen terugkwam. Misschien zou het oplossen daarvan helpen. Misschien zou iets goeds doen in de wereld het slechte gevoel over zichzelf kunnen compenseren.
Misschien.
U.S. Marshals Field Office, Phoenix, Arizona
De volgende dag
Alexa had zich nog nooit zo goed gevoeld over teruggaan naar haar werk na een vakantie.
De ontmoeting met de Jersey Devil had haar niet de innerlijke rust en afsluiting gebracht waar ze op had gehoopt, maar het had haar wel weer helemaal gemotiveerd om boeven te vangen. Mensen als Thornton hoorden achter de tralies, en er waren genoeg mensen als Thornton die dat nog niet waren.
Misschien kon ze daar de komende dagen voor een paar boeven verandering in brengen. Haar baas, maarschalk Juan Hernandez, had gezegd dat hij een nieuwe opdracht had voor de experimentele samenwerking tussen de U.S. Marshals Service en de Federale Opsporingsdienst. Nadat ze de vorige avond was teruggevlogen van de oostkust, had Alexa wat slaap gepakt en stond ze vroeg op om naar Phoenix te gaan en te horen wat haar volgende uitdaging zou zijn.
Het publiek zou zich het kantoor van de U.S. Marshals in Phoenix misschien voorstellen als een oud adobe huis, of een stoffig houten gebouw aan de rand van de woestijn, een paar revolverhelden achteroverleunend op hun stoelen met hun voeten op de reling, handgerolde sigaretten rokend en onder de rand van hun cowboyhoed uitkijkend over de woestijn.
Misschien was dat honderd jaar geleden zo, maar tegenwoordig zat het kantoor van de Marshals aan 111 West Monroe St., in een glazen en stalen wolkenkrabber midden in de grootste stad van het zuidwesten. De Marshals deelden het gebouw met een aantal hightechbedrijven, advocatenkantoren en financieel adviseurs. Op de begane grond zat een dure bar waar Alexa nog nooit was geweest. Haar uniform zou daar uit de toon vallen tussen al die pakken en waarschijnlijk de sfeer bederven.
Ze hield in elk geval haar cowboyhoed. Het beste wat je kunt dragen tegen de Arizonazon. Die dure pakken moesten zelf maar weten of ze huidkanker wilden krijgen. Zij kleedde zich naar het klimaat.
Alexa liep in vol ornaat het gebouw binnen—blauwe broek, blauw overhemd met “Deputy US Marshal” in witte letters op de rug, een Glock automatisch pistool in het holster aan haar riem, en de zespuntige ster die haar mentor, wijlen Robert Powers, bij haar beëdiging op haar had gespeld. De koele tegels in de lobby klakten onder haar cowboylaarzen.
De beveiliger bij de balie vroeg om haar legitimatie en liet haar toen door. Iedereen bij de balie kende haar, maar het beveiligingsbedrijf hield de touwtjes strak in handen en je moest altijd je ID laten zien, zeker als het detectiepoortje begon te piepen vanwege je wapen, je uitschuifbare wapenstok, je grote bus pepperspray en je handboeien.
Ze zag haar tijdelijke partner van de federale recherche, speciaal agent Stuart Barrett, zitten in een van de comfortabele stoelen in de lobby, bladerend door een automagazine. In het standaard federale pak leek hij op veel van de andere zakenlui die door de lobby liepen, behalve dan dat hij geen aktetas bij zich had en de kenmerkende uitstulping van een schouderholster onder zijn jasje zichtbaar was. Stuart was een breedgeschouderde, wat kleine man met kortgeknipt blond haar, blauwe ogen en een rond, jeugdig gezicht waardoor hij er een paar jaar jonger uitzag dan zijn daadwerkelijke drieëndertig.
Stuart legde het tijdschrift weg en stond op.
“Ik hoorde je binnenkomen,” grapte hij, terwijl hij haar hand schudde en naar de metaaldetector wees. “Dat ding is echt irritant.”
“Hoe gaat het met je?” vroeg Alexa. Ze had hem twee weken niet gezien en het deed haar goed hem weer te zien.
Dat verbaasde haar een beetje, want hij had geen beste eerste indruk gemaakt. Bazig, arrogant, totaal niet thuis in het Westen, en ogenschijnlijk niet de scherpste van het stel. Maar bij de zaak rond Drake Logan was hij meteen vol aan de bak gegaan en hoewel hij nog steeds het verschil niet wist tussen een toncactus en een tarantula, had hij zich ontpopt tot een scherp denker en een taaie vechter.
Stuart glimlachte naar haar. “Ik moest terug naar Quantico om mijn bureau leeg te maken en mijn appartement op te zeggen. Daarna ben ik hierheen gereden.”
“Je bent helemaal het land doorgestoken met de auto?”
Hij klaarde op. “Ja, het was geweldig. Door het Zuiden gereden en allerlei slagvelden uit de Burgeroorlog gezien, daarna door Texas en New Mexico. Jeetje, West-Texas is saai.”
“Je houdt niet van honderden kilometers vlakke leegte?”
“Ugh. Ik dacht dat ik er nooit doorheen zou komen. Stel je voor dat je dat vroeger te paard moest doen.”
“Eigenlijk heb ik dat een paar jaar geleden te paard gedaan.”
“Jij bent niet goed snik. Kom, laten we je baas opzoeken.”
Ze namen de lift omhoog. Terwijl de lampjes een voor een oplichtten bij elke verdieping, vroeg Stuart: “En, hoe was je vakantie?”
“In het weekend op de familieranch gereden. Stacy meegenomen.”
“Ik wed dat zij het geweldig vond.”
Stacy was een dertienjarig buurmeisje met alcoholistische ouders. Alexa zorgde vaker voor haar dan haar eigen ouders deden.
“Ze heeft van elke minuut genoten. Mijn vader en broers zijn dol op haar, dus ze werd de hele tijd in de watten gelegd.”
Stacy had genoten van alle aandacht; ze vond het niet eens erg om haar deel van het werk op de ranch te doen. Nu alleen nog Alexa zover krijgen dat ze haar de afwas liet doen nadat ze die had gebruikt. En haar huiswerk laten maken zonder dat ze er elke avond bovenop moest zitten.
De lift pingde en de deur ging open. Ze liepen door een voorruimte waar een receptioniste hen inschreef en doorstuurde naar het kantoor van maarschalk Hernandez.
Hoewel het kantoor van haar baas modern was ingericht en uitkeek over de wolkenkrabbers van het centrum van Phoenix, zag maarschalk Hernandez eruit als een echte cowboy.
Of beter gezegd, een vaquero, de Spaanse cowboys die dit gebied doorkruisten voordat het in 1848 door de Verenigde Staten werd ingenomen na de overwinning op Mexico.
Maarschalk Hernandez was een gedrongen Mexicaans-Amerikaanse man met een volle snor, doorregen met grijs net als zijn kortgeknipte haar. Diepe zorgenrimpels stonden permanent in zijn verweerde gezicht gegrift, maar die rimpels vouwden zich tot een glimlach toen hij Alexa zag.
“Je ziet er uitgerust uit na je vakantie, hulpsheriff.”
Schijn bedriegt. Ik had eerst Thornton moeten opzoeken, en pas daarna naar de ranch moeten gaan.
“Ik ben helemaal uitgerust, meneer.”
Hij schudde haar hand, daarna die van speciaal agent Barrett. “Goed om jou ook te zien, speciaal agent. Zijn jullie klaar voor een nieuwe opdracht?”
“Ja, meneer,” zeiden ze tegelijk.
“Mooi. Ga zitten. Jullie hebben een grote klus voor de boeg en moeten meteen aan de slag.”
