8,99 €
De tendens waarbij de begrippen goed en kwaad steeds meer gerelativeerd worden, zover zelfs dat ieder vergelijkingspunt met de meest fundamentele en meest vanzelfsprekende waarden van de menselijke en geestelijke ethiek dreigt verloren te gaan en waardoor de afbakening van de begrippen goed en kwaad helemaal vervagen, is voor de Christen een verraderlijke valkuil. Ook de ontgoocheling in onze eigen persoon door onze steeds weerkerende geestelijke kwalen kan een psychologische valstrik worden wanneer we in onze gevallen natuur gaan berusten.
Naar orthodox inzicht voltrekt de terugkeer van de mens naar God zich binnen en dr de Kerk, te weten door het sacrament van de biecht dat deel uitmaakt van wat we noemen metanoia, of de terugkeer.
Bij Markus 2, 17 lezen we: “Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar wel de zieke. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.” De priester, door zijn wijding in de apostolische opvolging, kan in de Naam van de Heer Jezus zonden ontbinden. Niet in een juridische eigenmacht, maar door de epiklesis, door het afsmeken en het nederdalen van de H. Geest. De biecht is geen tribunaal, maar het moment waarbij de zoon tot zichzelf komt en opstaat en beslist om naar zijn Vader te gaan en zegt: “Vader, ik ben niet waardig”. De biecht is het genadevol mysterie van de overvloedige barmhartigheid waarbij de Vader, die iedere dag op de uitkijk stond, zonder enige terughoudendheid Zijn kind omhelst en het in grote vreugde weer de feestzaal binnenleidt.
Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:
Seitenzahl: 106
Veröffentlichungsjahr: 2022
TERUGKEER
Berouw hebben en Biechten
Terugkeer tot God en tot Zijn Kerk
door
Archimandriet Nektarios Antonopoulos
Hegoumen van Hiera Mone Sagmata
Uitgeverij Orthodox Logos
Oorspronkelijke titel: “Return” (“Epistrofi”)
© 1993 P. Kyriakides – Akritas Publications S.A.
29 T. Plessa Str., 176 74 Kallithea, Athene, Griekenland
Tel: + 30 210 9334554
+ 30 210 9314968
Fax: + 30 210 9404950
Web: www.akritas.net.gr
Vertaling: Vincent van Buuren
Eerste Nederlandse Druk:
© 2012 Uitgeverij Orthodox Logos, Nederland
www.orthodoxlogos.com
ISBN: 978-90-811555-7-1
NUR – code: 700
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Inhoud
Woord vooraf (v. Silouan Osseel)
Proloog
1. De parabel van de verloren zoon
2. De zonde
3. De vruchten van de zonde
4. De weg van het berouw
5. Voorbereiding op de biecht
6. Schuld of droefenis
7. Zelfonderzoek en zelfkritiek
8. Belemmeringen, rechtvaardigingen, protesten
9. Staan voor onze geestelijke vader
10. Na het biechten
11. Boetedoeningen
12. Het gebed om vergeving
13. Berouw: een onvoltooide weg
14. Deelname aan het eucharistische maal
15. Het kruis van het berouw
Epiloog
Index van aangehaalde Schriftpassages
Index van aangehaalde geestelijke werken
Orthodoxe geestelijke literatuur over de biecht en geestelijk vaderschap
Archimandriet Nektarios Antonopoulos
Hegoumen van Hiera Mone Sagmata
Woord vooraf
Vader Archimandriet Nektarios werd in 1952 geboren te Maroussi in Griekenland, een voorstad van Athene. Hij studeerde theologie aan de universiteit van Athene, hij ontving de diakenwijding in 1976 en de priesterwijding in 1983. Sinds 1976 verblijft hij in het klooster van de Transfiguratie, waarvan hij de abt is, Hiera Mone Sagmata, op dertig kilometer van de stad Thiva. Hij publiceerde een zevental werken waaronder de in 1999 verschenen hagiografie van de in het jaar 2000 heilig verklaarde Aartsbisschop Lukas Voïno-Yasenetski, prelaat en chirurg (1877-1961). Voor dit werk kreeg Vader Archimandriet Nektarios Antounopolos de prijs van de Griekse Vereniging voor Christelijke letterkunde. In het voorjaar van 2011 had ik het voorrecht om vader Nektarios Antopoulos te ontmoeten in zijn klooster Sagmata op de top van een steile berg ongeveer honderd km ten noordwesten van Athene.
Wanneer men het boekje “Terugkeer” gelezen heeft en men ontmoet vervolgens de auteur dan is het opvallend hoe heel zijn persoon niet alleen doordrongen, maar zelfs een spiegel is van de barmhartigheid Gods, waarover hij in dit boekje schrijft. Door Gods genade gedreven en als begenadigd biechtvader getuigt hij niet alleen van een rijke sacramentele kennis, maar ook van een zeer diep psychologisch inzicht. In zijn betoog komt de verzoening met God, n.l. de vergeving van zonden natuurlijk op de eerste plaats, maar ook het tweede aspect van dit mysterie, n.l. de heling van de ziel, komt tot zijn volle recht in dit boek.
De ecclesiologische leerstelling van de Orthodoxe Kerk, dat er buiten de Kerk geen redding mogelijk is kan bij sommigen enige wrevel opwekken, maar in dit boekje is dit heel duidelijk onderbouwd in de ‘proloog’ en is iedere verdere toelichting een beetje gewaagd.
De Schrift zegt hierover: ’ Zoals het lichaam één is en veel leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, hoewel het er veel zijn, één lichaam zijn, zo is het ook met Christus’ (1 Kor. 12, 12 ).
Ieder lidmaat van de Kerk is een cel van het Lichaam van Christus, en hheel het lichaam heeft er baat bij dat de ledematen zo gezond mogelijk zijn. Maakt de arm of het been zich los van het lichaam dan zal dat lidmaat afsterven en het lichaam zal daaronder lijden. Het mysterie van de biecht is het herstel van de icoon van een ziek lidmaat, en alle ledematen van het Lichaam verheugen zich wanneer ze visueel waarnemen dat een lidmaat tot heling komt in het mysterie van de biecht.
Maar vaak gaat dit laatste belangrijk aspect teloor wanneer men de biecht als een soort geheime bijeenkomst ziet tussen de priester en de biechteling waar niemand anders weet van heeft. Voor de mens zal er tot zijn laatste dag slechts één uitweg zijn, n.l. de synergie tussen zijn persoonlijk diep berouw enerzijds, en de ongelimiteerde barmhartigheid Gods, anderzijds. Door een berouwvolle belijdenis, of met andere woorden door het naar buiten brengen in het volle licht van de werken van de prins der duisternis, neemt de mens afstand van de parasiet die in hem leeft; voor het Aanschijn van de Heer zijn God schikt de mens zich weer naar de Goddelijke orde, hij beleeft zijn verrijzenis en neemt terug zijn oorspronkelijk bedoelde plaats in de kosmos.
Augustus 2011
V. Silouan Osseel
Proloog
Vaak horen wij mensen om ons heen zeggen, en ook wijzelf doen vaak zulke uitspraken: “die en die is een goed mens” of, “die en die is een slecht mens”. Wij hebben, als het ware, de mensen onderverdeeld in “goede” en “slechte” mensen, en gebruiken dit als een meetlat waarlangs wij anderen beoordelen. Deze manier van denken is ontheologisch en in strijd met het ethos van de kerk. Allereerst omdat wij niet het recht hebben om anderen te oordelen die wij nauwelijks kennen, en dan alleen maar door hun uiterlijk gedrag, we kennen de diepten van hun hart niet. Ten tweede, omdat er voor de Kerk niet zoiets bestaat als “goede” en “slechte” mensen, maar alleen diegenen binnen, en diegenen buiten de Kerk. Binnen de Kerk is er de mogelijkheid om redding te vinden. Buiten de Kerk is dat niet mogelijk, zelfs niet als men een “goed” mens is. ‘Buiten de Kerk is er geen redding’ zegt de heilige Cyprianus.
Jezus Christus is niet in de wereld gekomen om een nieuwe filosofie te leren, of om een nieuwe religie toe te voegen aan die al bestonden. Hij liet zijn God-menselijk Lichaam achter, de Kerk, waarbinnen de mens gered kan worden. Daarom is het enige wat men moet doen, wanneer men ernaar verlangt om gered te worden, een lidmaat van de Kerk worden, om geënt te worden op het Lichaam van Christus. Onze eenwording met de Kerk wordt tot stand gebracht door onze doop. Door dit Mysterie (mysterion) verwerpen wij de duivel, zijn werken, zijn aanbidding, zijn duisternis, en worden wij verenigd met Christus, worden wij ledematen van zijn Lichaam, de Kerk. Met andere woorden, wij worden kinderen van God - de Vader, leden van Zijn eigen familie, broeders van andere christenen.
Binnen het gebied van de Kerk beginnen wij, door Gods genade, aan een geestelijke reis waarvan het einddoel is onze volmaking1, onze eenwording met God (theosis). Deze geestelijke reis wordt echter vaak onderbroken door onze nalatigheid en de zonde. Wij vergeten de gaven en liefde van God, wij vergeten de beloften die we deden bij de heilige doop, en wij keren terug naar de knechtschap van de zonde. De menslievende God echter, die onze onmacht kent, biedt ons de mogelijkheid om naar Hem toe terug te keren, heel nabij, om onze koers bij te stellen en onze wonden te laten genezen. Dit wordt mogelijk gemaakt door het Mysterie van het Berouw en de Biecht.
Helaas heerst er diepe onwetendheid rondom dit Mysterie, en is er ook misvorming en afkeer. Het Mysterie van het berouw is een wonderbaarlijke gave van God. Maar wij negeren deze gave, verachten of misbruiken hem, hetgeen ertoe leidt dat we on-verlost blijven. Al hetgeen er geschreven is op de volgende bladzijden is niet een geleerd theologisch betoog of verhandeling over het berouw. Van dat genre bestaan er aanbevelingswaardige en nuttige boeken bestemd voor diegenen die zich meer diepgaand met dit onderwerp bezighouden. Dit kleine boekje is allereerst bedoeld voor eenvoudige mensen, voor wie worstelen met hun verlossing, en het probeert in eenvoudige bewoordingen antwoord te geven op bepaalde vragen, te helpen door een ander perspectief en een juiste benadering te bieden van dit grote en menslievende Mysterie.
Archimandriet Nektarios
26 Januari, 1993
Gedachtenis van de H. Klemens
van Sagmata
1 Allusie op Mt. 5, 48: ‘Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is’.
1. DE PARABEL VAN DE VERLOREN ZOON
In onderstaande proeve zal de zeer mooie parabel, die van de verloren zoon2, ons tot gids dienen, waarin wij onszelf kunnen herkennen; het biedt een raamwerk van de reis die wij allen maken. Deze parabel wordt heel terecht het Evangelie der Evangeliën genoemd, en het is zeer juist gezegd dat zelfs indien we de evangeliën zouden verliezen, en alleen de parabel van de verloren zoon zou overblijven, dat voldoende is om de grenzeloze liefde van God voor de mensheid tot uitdrukking te brengen. Daarom geven veel uitleggers er de voorkeur aan om, in plaats van de “parabel van de verloren zoon”, te speken van de “parabel van de meedogende vader”.
Het belang van de parabel blijkt met name uit vier betekenisvolle momenten: 1) uit de gevolgen van de zonde – afvalligheid; 2) uit het berouw; 3) uit de grenzeloze liefde van God – de Vader; 4) uit de dorre “liefde” van de oudere zoon, die niet bij de geest van de kerk past.
‘Een man had twee zonen3. Nu zei de jongste van hen tegen zijn vader: Vader, geef mij het deel van het vermogen dat mij toekomt. En hij verdeelde zijn bezit onder hen. Niet lang daarna verzamelde de jongste zoon alles wat hij had en vertrok naar een ver land, waar hij zijn vermogen verkwistte door een losbandig leven. Toen hij alles had verspild, kwam er een zware hongersnood in dat land, en begon hij gebrek te lijden. Nu ging hij heen en kwam in dienst bij een van de inwoners van dat land; deze stuurde hem naar zijn akkers om varkens te hoeden. Nu had hij graag zijn buik willen vullen met de schillen die de varkens aten, maar niemand gaf ze hem. Toen kwam hij tot zichzelf en zei: Hoeveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik kom om van de honger! Laat ik opstaan en naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de Hemel en tegen u. Ik ben niet meer waard om uw zoon te heten, maar neem mij aan als een van uw dagloners. En hij stond op en ging op weg naar zijn vader.
En toen hij nog ver weg was, zag zijn vader hem en werd door barmhartigheid bewogen. Hij snelde op hem toe, omarmde en kuste hem liefdevol. Maar de zoon zei tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen de Hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten. Maar de vader gaf opdracht aan zijn knechten: breng het eerste gewaad en trek hem dat aan, doe een ring aan zijn vinger en schoeisel aan zijn voeten. En slacht het vetgemeste kalf en laten we eten en verheugd zijn. Want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden; hij was verloren en is weer teruggevonden. En ze begonnen feest te vieren.
Intussen was de oudste zoon op het land. Toen deze het huis naderde, hoorde hij welluidende klanken en dansmuziek. Hij riep een van de knechten en vroeg hem wat er aan de hand was. Deze antwoordde: Uw broeder is thuisgekomen en uw vader heeft het vetgemeste kalf laten slachten omdat hij hem gezond heeft terugontvangen. Toen werd hij kwaad en wilde niet binnenkomen. Zijn vader kwam naar buiten om hem te roepen. Maar hij antwoordde en zei tegen zijn vader: Zie nu eens, zoveel jaren heb ik u gediend en nooit uw gebod overtreden, maar gij hebt mij nooit ook maar een bokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u komt, die uw vermogen heeft verbrast met slechte vrouwen, hebt ge voor hem het vetgemeste kalf laten slachten! Toen zei hij tegen hem: Mijn kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is het uwe. Maar wij kunnen toch niet anders dan blij en verheugd zijn, want zie: uw broeder was dood en is weer levend geworden; hij was verloren is teruggevonden.’
__________
2 Deze parabel wordt alleen in het evangelie volgens Lukas geboden (Lk. 15, 11-32).
3 De vertaling is enigszins aangepast aan de eisen van het Grieks.
2. DE ZONDE
‘Vader, geef mij het deel van het vermogen dat mij toekomt.’
