Verloren Bloedband - Rensje Derriks - E-Book

Verloren Bloedband E-Book

Rensje Derriks

0,0
10,95 €

-100%
Sammeln Sie Punkte in unserem Gutscheinprogramm und kaufen Sie E-Books und Hörbücher mit bis zu 100% Rabatt.

Mehr erfahren.
Beschreibung

Wanneer Anna Beatrice Carola op zoek gaat naar haar zus heeft zij nog geen idee hoe dit haar leven op zijn kop gaat zetten. Anna is nuchter, meelevend en een echte regelaar. Als ze erachter komt dat haar biologische moeder is vermoord wilt ze weten wat er is gebeurd. Ze wil de waarheid achter de dood van haar biologische moeder achterhalen maar dat betekent dat ze, met gevaar voor eigen leven, onderzoek doet naar de bewijzen.

Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:

EPUB
MOBI

Seitenzahl: 355

Veröffentlichungsjahr: 2024

Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.


Ähnliche


<VERLOREN BLOEDBAND>

<VERLOREN BLOEDBAND>

<Rensje Derriks>

Auteur: Rensje Derriks

Uitgeverij: www.bookmundo.com

Coverdesign: © 2024 Rensje Derriks

ISBN: 9789403778969

© <Rensje Derriks>

VOORWOORD

Wanneer Anna Beatrice Carola op zoek gaat naar haar zus heeft zij nog geen idee hoe dit haar leven op zijn kop gaat zetten.

Anna is nuchter, meelevend en een regelaar.

Ze is wijs genoeg om zich niet mee te laten slepen met de emoties van haar zussen.

Ze wil de waarheid achter de dood van haar biologische moeder achterhalen maar dat betekent dat ze, met gevaar voor eigen leven, onderzoek doet naar de bewijzen.

Gelukkig weet één zus de weg in deze wereld en is de ander slim genoeg om de uitweg te vinden uit die gevaarlijke onderwereld.

Dit boek heb ik digitaal ingevoerd via bookmundo.com (v.h. mijnbesteller.nl) en via hen heb ik het uitgegeven.

Mijn dank gaat uit naar mijn man Ernst en mijn dochter Zoey, die mij de ruimte hebben gelaten om te kunnen schrijven, ondanks de drukke werkzaamheden in ons bedrijf.

Ook gaat mijn dank uit naar mijn proeflezers want zij hebben mij geholpen het verhaal zo goed mogelijk op papier te zetten.

Ik wens u veel leesplezier met mijn tweede boek.

Rensje Derriks

Swolgen, 01-12-2024

Inhoudsopgave

PROLOOG VERLEDEN

-I- HEDEN

-II-

-III-

-IV-

-V-

-VI-

-VII-

-VIII-

-IX-

-X-

-XI-

-XII-

-XIII-

-XIV-

-XV

-XVI-

-XVII-

EPILOOG

MOEDERLIEFDE

PROLOOG VERLEDEN

Op de hoge brug waaide het flink maar Johanna voelde het niet eens. De wind trok aan haar dunne jas die niet dicht kon door haar dikke buik.

Vanbinnen voelde ze zich al heel lang dood en ze verlangde naar de rust in haar lijf en leden.

Het leven was de laatste maanden te zwaar geworden waarbij ze zich verschrikkelijk veel zorgen had gemaakt om de kleine. Ze was alles verloren wat ze liefhad. Geen familie meer, geen man en geen baan meer. Zonder geld en een dak boven haar hoofd wist ze niet meer hoe ze verder moest, hoe ze zich hier nog kon uitvechten. Ze had ook geen enkele kracht meer om te vechten.

Het verkeer raasde langs haar heen maar ze zag alleen nog het water onder de brug dat vriendelijk en uitnodigend heen en weer klotste.

Het ongeboren kind in haar schopte flink maar ze schonk er geen enkele aandacht meer aan. Ze voelde zich alleen nog heel licht in haar hoofd en was in een apathische roes beland waarbij ze niets meer in zich op kon nemen.

Vanaf het begin dat ze het kind had gevoeld, had het ontzettend veel bewogen in haar buik. Dan schopte het tegen haar ribben en dan weer tegen haar blaas. De energie die het drukke kind tentoonspreidde kostte haar zelf te veel kracht.

Haar kind zou op de koude en natte straat geboren worden want ze had al maanden geen dak boven haar hoofd gehad. Ze sliep in een portiek of onder het treinviaduct of liep de hele nacht door de straten als de slaap niet wilde komen.

Doodmoe drukte ze haar hoofd tegen een spijl van de hoge brug en voelde het koude staal dat haar verhitte voorhoofd even afkoelde.

Ze had nu al een paar dagen niets gegeten en de honger knaagde fel.

De halve hamburger en lege boterham die ze de laatste keren gegeten had waren niet toereikend voor haar en haar kind.

Het was moeilijk om aan voedsel te komen nu de terrassen niet meer open waren. Er stonden geen restantjes eten meer op de tafels en in de vuilnisbakken vond ze te weinig om van te eten.

Maar ondanks dat er weinig voedsel beschikbaar was, was het kind in haar buik flink gegroeid de laatste weken.

Haar buik voelde verschrikkelijk opgezwollen en zat Johanna in de weg bij het slapen op straat.

Even drukte Johanna haar hand tegen haar buik en fluisterde zacht: “Het komt goed, schatje. Straks hebben we geen honger meer.”

Ze staarde in de diepe afgrond en het water onderaan de brug leek haar te roepen.

“Kom maar. Hier is geen pijn en geen honger meer.”

Even sloot ze haar ogen en probeerde haar tranen te onderdrukken. Toch voelde ze haar wangen nat worden en werd haar blik wazig door het zoute vocht.

Huilen kost energie en dat had ze niet meer maar de tranen bleven vloeien.

Vanbinnen was ze leeg en haar ledematen voelde slap aan. Met veel moeite trok ze haar lichaam voort.

Ze wist niet meer hoe en wanneer ze op de reling terecht was gekomen. Ze haalde een paar keer diep adem en sloot haar ogen.

“Kom maar.” Riep het water. “Hier voel je niets meer.”

Nog eenmaal haalde ze heel diep adem.

Ze liet de spijl van de brug los, ademde uit en liet zich vallen.

-I-HEDEN

Johanna hoorde de slaapkamerdeur niet open en dicht gaan. In gedachte was ze niet in het heden, niet in haar eigen woonkamer, maar vijfentwintig jaar terug in de tijd. De periode waarin ze op een verschrikkelijk dieptepunt van haar leven zat. Hoewel het nu iets beter ging, was dat toch het moment waarop haar leven anders had kunnen verlopen.

Het was vandaag de dag waarop ze, zoals elk jaar, terugdacht aan haar leven dat er toen heel anders uitzag. Ze was zichzelf toen bijna kwijtgeraakt en ook haar ongeboren kind.

Dankzij een oplettende wandelaar was ze gered. Op dat moment kon ze de man daarvoor niet dankbaar zijn.

Maar gelukkig had ze haar leven na jaren weer op de rails gekregen. Haar kind had ze nooit gezien want ze hadden haar (of hem) na de geboorte afgenomen.

Ze had ook nooit geweten of het nou een jongetje of meisje was geweest.

Wel wist ze dat het kind gezond op de wereld was gezet tijdens een keizerssnee, die ze had gehad. Dat had de verpleegkundige, die haar toen bijstond, haar vertelt. Maar de verpleegkundige had nooit willen vertellen wat het was geworden. Volgens de arts in het ziekenhuis zou het beter zijn geweest voor haar om deze bevalling achter zich te laten en vergeten dat ze een kind had gebaard. Maar hij had geen moederhart gehad en wist niet hoe het aanvoelde om een kind te verliezen dat je negen maanden bij je had gedragen.

Haar hart huilde elk jaar, en eigenlijk elke dag, weer om dit verlies.

Met gesloten ogen zat ze, diep in gedachte verzonken, aan de eettafel en speelde gedachteloos met haar pen.

Ze schrok op toen ze een hand op haar schouder voelde.

"Waar zit je met je gedachte, lief?”

Met roodomrande ogen keek Johanna naar de man voor haar. De man waar haar hele hart naar uit ging.

Henk leerde ze enkele jaren terug kennen en hij was haar grote liefde. Elk jaar weer probeerde hij haar door deze zware periode heen te krijgen. Ze hoefde hem niet aan deze zware dag in haar leven te herinneren. Nooit vergat hij dat deze dag voor haar een zware dag was. Ze was hem dankbaar dat hij dan altijd rekening met haar hield.

Hij schudde zijn hoofd en zei:

"Zeg maar niets. Het is de geboortedag, nietwaar?”

Ze knikte en zuchtte diep.

"Wil je alleen zijn? Of ga je lekker even mee naar buiten? Om je hoofd leeg maken of zo?”

"Nee, dank je. Ik blijf vandaag liever binnen. Ik heb totaal geen behoefte aan andere mensen om me heen.”

"Blijf dan maar lekker zitten.”

Zuchtend keek hij op de klok. Hij had een gat in de dag geslapen. Het feest gisteravond was ook wel erg heftig geweest.

“Het is al ver voorbij lunchtijd en ik ga ervan uit dat je nog niets gegeten hebt. Ik zal wat klaar maken.”

Ze glimlachte voorzichtig.

Hij kende haar beter dan wie dan ook. Ze vergat namelijk te eten als ze druk bezig was.

Henk liep naar de open keuken en zette vast een ketel met water op voor een kopje thee. Hij haalde twee borden uit de kast en het brood uit de trommel.

Johanna kwam bij hem staan en leunde met haar linker heup tegen het aanrechtblad. Ze zag dat zijn ogen bloeddoorlopen waren van de zware nacht. Zijn grijze haar zat door de war en zij moest de neiging onderdrukken om haar hand door zijn haar te halen. Hij hield er niet van als ze hem probeerde te corrigeren alsof hij een klein kind was.

“Dank je wel dat je me vanochtend beschermde tegen Marcello.”

“Ik weet dat hij erg onredelijk kan zijn maar jij kan ook soms iemands bloed onder de nagels vandaan halen, lieverd.”

Schuldbewust staarde ze naar de keukenvloer.

“Deze vloer mocht wel eens gedweild worden,” bedacht ze.

Om Henk niet meer te herinneren aan het voorval van vanochtend stapte ze over op een ander onderwerp.

“Ik ben van de week bij Tanja geweest. Je weet wel, mijn hulpverlener.”

Henk knikte maar ging onverstoorbaar door met waar hij mee bezig was. Hij was met een knorrende maag wakker geworden en snakte naar een boterham.

“Ik moet van haar mijn levensverhaal op papier zetten. Volgens haar kan ik dan alles beter verwerken. Maar volgens mij heb ik het allemaal al wel een beetje verwerkt.”

“Ik denk dat er nog heel wat verdriet bij je zit. Dat moet je toch eens loslaten. Als schrijven daarmee helpt moet je dat maar doen.”

Johanna keek door het keukenraam naar buiten en probeerde haar gevoelens op een rijtje te zetten.

Weer knikte Henk en hij hoorde weer die diepe machteloze zucht.

"Ze dacht dat jij me geslagen had vorige week,” zei ze. “En hoewel ik het ontkende zag ik aan haar gezicht dat ze met niet geloofde. Alhoewel ze zei dat ze me wel op mijn woord geloofde.”

Heel even bleef het mes boven de boterham stilhangen en nadat hij de boterhammen had doorgesneden, draaide Henk zich naar haar toe.

"Waarom doe je dan gewoon geen aangifte!?”

Henk zei het dan wel maar hij wist dat ze dat niet zou doen, al was het om hem te beschermen. En het zou er voor hem niet goed uitzien als Marcello ervoor werd beschuldigd en opgepakt. Hij wist dat hij daarvoor zou moeten bloeden en dat wist Johanna ook.

Johanna schudde haar hoofd.

"Nee. Vorige keer geloofde ze me daar ook niet. En zolang ik niets kan bewijzen ga ik niet naar het politiebureau.”

Henk trok haar tegen zich aan en pakte haar stevig beet. Hij legde zijn voorhoofd op haar kruin en kreunde zacht.

"Sorry, dat ik je hierin meegesleept hebt. Misschien moeten we gewoon afstand nemen van elkaar en elkaar niet meer zien.”

Ze hadden het daar al eens eerder over gehad maar beiden hielden te veel van elkaar om de ander los te laten.

"Blijf bij me! Ik kan er niet tegen om nog iemand te verliezen.” Zei ze zacht.

Zo bleven ze nog een tijdje staan en toen rechtte Henk zijn rug en pakte de borden met boterhammen van de aanrecht en liep naar de eettafel. Met ingehouden adem keek Johanna toe hoe hij keek naar haar vol gekladderde papieren, die op de eettafel lagen.

Maar Henk schoof ze, blindelings, opzij. Opgelucht haalde ze weer adem.

Henk hoefde het niet te lezen wat Johanna had geschreven want hij wist al wat erop stond. Johanna had hem haar levensverhaal ooit eens verteld en het deed hem veel pijn dat zij in haar leven zoveel verdriet had meegemaakt. En door zijn schuld zat ze nu weer diep in de penarie. Hij voelde zich schuldig maar kon niet veel aan hun situatie veranderen.

“Ik ben begonnen mijn levensverhaal op papier te zetten maar vind het erg moeilijk om de juiste woorden te vinden.”

Henk legde zijn hand op haar smalle hand die koud aanvoelde.

“Neem de tijd, lieverd. De woorden komen vanzelf”

Johanna knikte maar diep in haar twijfelde ze of het haar wel zou lukken.

Henk legde zijn handpalm tegen haar wang en streelde de blauwe plekken, die nu alle kleuren van de regenboog hadden.

"Sorry.” Zei hij zachtjes.

“Niet doen. Ik heb er zelf om gevraagd. Speel je met vuur dan kun je je verbranden.”

Henk had al snel begrepen dat onder haar zachte uiterlijk een harde tante school. Ze was soms verschrikkelijk eigengereid en erg koppig.

Als ze iets in haar hoofd haalde dan kreeg je dat er niet zomaar uit. Zoals zij zich stellig had voorgenomen hem te helpen om zijn foute vrienden eigenhandig uit zijn leven te krijgen. Maar ze wist ook dat hij in de macht was van deze criminelen die nergens voor terug deinsden. Hoe vaak hij haar ook waarschuwde voor deze nietsontziende gasten, zij sloeg zijn raad steeds in de wind. Ze was te vastberaden om een uitweg te vinden voor hem.

Om haar te beschermen zou hij eigenlijk bij haar weg moeten gaan, haar vergeten maar hij kon niet zonder haar. En zij wilde ook niet zonder hem.

Ze namen naast elkaar plaats aan de eettafel en in stilte aten zij hun broodje. Johanna dacht aan haar onbekende kind en feliciteerde hem of haar in gedachte. Haar moederhart huilde omdat ze begreep dat ze haar kind nooit zou zien. Het was al zolang geleden. Als haar kind het echt had gewild dan had zij of hij allang naar haar gezocht.

Henk zijn gedachte was alleen maar bij het uitbundige feest van gisteravond en vroeg zich een beetje schuldig af of hij wel echt zijn maten zou willen verlaten voor Johanna. Zonder deze mannen zou zijn leven er heel anders uitzien en zou hij minder geld te besteden hebben. Hoe zouden ze dan met zijn tweeën kunnen overleven? Van haar salaris alleen konden ze echt niet rondkomen. Hij zou echt niet kunnen zonder de luxe die hij zich nu kon veroorloven.

Na de lunch deden ze samen de afwas en werd er nog steeds geen woord gesproken. Beiden zaten met hun gedachten op een andere plek dan bij elkaar.

Henk merkte op dat Johanna vandaag wel heel erg onrustig was maar weet dat aan de datum. Het was namelijk vandaag precies 25 jaar geleden dat ze bevallen was van een baby. Een baby die na de geboorte van haar was weggenomen. Ze was toen door de raad van kinderbescherming uit de ouderlijke macht gezet en had haar kind, na de bevalling, nooit mogen zien.

Op deze dag had ze het dus elk jaar erg moeilijk en dan wilde ze het liefst alleen zijn. Hij had zelf geen kinderen gehad en wilde haar best wel begrijpen maar vond in zijn hart dat ze gewoon meer moest genieten van haar eigen leven.

“Wanneer zou ze dit nu eens allemaal achter zich laten en gewoon weer gaan genieten van het leven.” Dacht hij bij zichzelf.

Maar hij zou dat nooit tegen haar zeggen want dat zou ze hem nooit vergeven.

Johanna zag dat Henk haar aan zat te staren en voelde zich een beetje ongemakkelijk onder zijn blik. Ze moest het hem vertellen wat ze vannacht gedaan had maar als hij te veel wist dan was hij weer te chantabel, wist ze. Aan de ene kant wilde hij met haar verder maar aan de andere, begreep ze, wilde hij zijn maten ook niet loslaten. Maar als ze verder met hem wilde dan moest hij zijn criminele vrienden uit zijn leven bannen. Ze kon zo niet verder leven en had besloten de keus niet aan hem te laten maar er alles aan te doen om straks een rustiger leven op te bouwen.

Henk mocht dus niet weten wat ze gedaan had. Hij had het al verschrikkelijk gevonden dat ze van de week ruzie had gemaakt met Marcello, de bendeleider.

Johanna vocht als een leeuwin om Henk uit de klauwen van deze criminele groep te krijgen maar ze begreep dat dat haar ook wel heel wat ellende zou bezorgen.

Hopelijk zouden ze over een niet zo lange tijd in rustig vaarwater terecht komen wanneer Marcello achter slot en grendel zou zitten. Dan zou Henk alleen maar blij zijn met de stappen die zij had ondernomen.

Johanna had, naar aanleiding van haar gesprek met Tanja, voor zichzelf besloten dat ze, naast haar levensverhaal ook haar getuigenissen zou op schrijven en deze beiden bij Tanja inleveren. Als haar nu iets zou overkomen dan had ze in ieder geval iets op papier gezet. Zoals wie er bij de groep van Marcello hoorde en wat ze de laatste maanden hadden uitgespookt.

Er liep een koude rilling over haar ruggengraad en de angst, om wat er met haar kon gebeuren, sloeg haar om het hart.

Had ze er wel goed aan gedaan om de spullen van Marcello te ontvreemden?

Alhoewel ze het niet echt ontvreemd had, want het pistool van Marcello lag nog steeds in zijn eigen huis. Alleen niet op de plek waar hij het één, twee, drie zou kunnen vinden.

Gisteravond hadden ze een uitbundig feest gehad bij Marcello thuis. En hoewel Marcello haar totaal niet mocht, kon hij niet om haar heen toen Henk haar had meegenomen.

De groep had die week een flinke buit binnengehaald bij een flitskraak. Maar helaas, had Johanna begrepen, was er daarbij ook een dode gevallen en dat was niet de eerste keer geweest.

Maar niemand van de groep was er echt rouwig om geweest en dus had Marcello een uitbundig feest gegeven met veel drank en drugs.

Johanna vond het maar niets al die drank en drugs maar ze zag dat Marcello haar steeds argwanend in de gaten hield.

Om maar niet al te veel op te vallen deed ze alsof ze met alles meedeed. Maar als ze dacht dat niemand keek verdween de alcohol snel in de gootsteen of in die enorme plantenbak die in de hoek van de kamer stond.

Tegen de ochtend lag iedereen laveloos en stoned in en om het huis. Tijdens het feest waren de ene na de andere bravoure praatjes naar boven gekomen. Johanna had verbijsterd toegekeken dat sommige er maar wat trots op waren wat ze uitgespookt hadden.

Ze hadden ingebroken of mensen bedreigd en haar buurman Hans was zelfs aan het pochen over hun laatste vette buit. Hij had smuilend gezegd dat die ene vent bij hun laatste overval niet eens een kogel kon opvangen.

Ze begreep dat hij wel de meest agressieve van het stel was maar ook Marcello kon er wat van. Hij had die nachts nog met een pistool staan zwaaien om iedereen te imponeren met zijn agressieve gedrag. Hans had er hard om moeten lachen en riep nog dat het pistool een kogel mistte en dat deze bij die vent van de bank was achtergebleven.

Johanna zag dat Henk schaapachtig meelachte maar als hij naar haar keek las zij berouw in zijn ogen.

Tijdens het zwaaien met het pistool had Marcello vooral haar extra lang met een waarschuwende blik aangekeken. Ze was vreselijk bang voor hem maar probeerde net te doen alsof ze niet had gezien dat hij naar haar keek. Ze acteerde als een Oscar-winnende actrice dat ze flink kachel was en lalde vrolijk mee met Henk. Marcello vernauwde zijn ogen toen ze niet reageerde op zijn intimidatie maar draaide zich daarna toch maar van haar af.

Ze was de enige die nog nuchter en helder van geest was toen het feest in de kleine uurtjes langzaam stilviel. De laatste paar uur had ze zich rustig in een hoekje van het raamkozijn teruggetrokken om niet op te vallen. Johanna keek naar buiten, naar de sterren die nu langzaam vervaagden.

De zon zou over niet zo'n lange tijd weer opkomen en eigenlijk verlangde ze naar haar eigen gezellige huisje. Ze zag dat Henk nog steeds van de wereld was en hij kon haar dus nog niet naar huis brengen.

Ze wilde hem liever ook niet hier alleen achterlaten.

Ze stond op en zwierf door het huis terwijl ze over allerlei mensen heenstapte die niet eens merkten dat zij er rondliep.

Op de salontafel lagen enkele lege en halfvolle zakjes drugs en diverse bundeltjes geld. Ernaast lag onbeheerd het pistool van Marcello.

Johanna keek er even naar, maar draaide zich om en liep naar de keuken voor een glaasje water.

In de keuken stond ze stil door het raam te kijken en dronk haar glas water leeg. En langzaamaan kwam er toen een vastberadenheid over haar.

Marcello zou Henk en haar nooit levend laten wegkomen uit deze organisatie, begreep ze nu wel ondertussen. Als ze eruit wilde stappen dan moesten ze het misschien wel met hun leven bekopen.

Ze dacht terug aan het moment, vijfentwintig jaar terug, toen ze op het punt had gestaan om uit het leven te stappen en daardoor bijna haar baby erin had meegenomen.

“Nee, Ik ben niet meer bang voor de dood. Ik ben meer bang om zo verder te leven” bedacht ze.

Het schuldgevoel over haar zelfmoordpoging, waarbij ze bijna haar kind had vermoord, droeg ze altijd bij zich en dat gevoel zou nooit meer verdwijnen.

Ze bleef dat haar leven lang met zich meedragen. En elk jaar werd dit schuldbesef zwaarder en zwaarder.

Misschien zou ze haar schuldgevoel hierbij kunnen inleveren door te zorgen dat deze criminelen achter slot en grendel zouden verdwijnen.

Dan had ze in ieder geval toch nog iets goeds gedaan in dit leven.

Ze liep terug naar de kamer en keek om zich heen. Iemand snurkte heel hard en pufte bij zijn uitademing. Voor de rest was het stil. Er was nog niemand wakker maar ze hoorde wel iemand kreunen.

Ze begreep dat ze nu snel moest reageren want het zou niet lang duren voordat de één na de ander weer bij zou komen. Ze pakte dus snel van de salontafel twee kleine zakjes, waar nog wat drugs inzat en 2 bundeltjes met geld.

Bij het pistool twijfelde ze even maar toen pakte ze het resoluut op.

De zon stond al ver boven de horizon toen er langzaam weer leven in de gasten kwam. Ze vertrokken één voor één met een flinke kater naar huis om daar verder hun roes uit te slapen.

Om geen argwaan te wekken bleef Johanna met haar hoofd in haar handen op de grond zitten, naast Henk, en kreunde alsof ze nog steeds bezopen was.

Ze voelde hoe Henk haar oppakte.

"Kom schat, we gaan naar huis.” Zijn stem klonk rauw van de drank. Ze gromde maar, als een soort van antwoord maar durfde hem niet rechtstreeks aan te kijken. Hij had het namelijk altijd zo gauw door als ze niet oprecht was.

Op dat moment hoorde ze Marcello in de huiskamer hard brullend schreeuwen en de angst greep haar bij de keel. Dit was het moment waar het ging om wie de sterkste zou zijn.

Natuurlijk stormde Marcello meteen op haar af want alleen zij was degene geweest die ooit tegen hem in had durven gaan.

"Waar is het?” Schreeuwde hij tegen haar en pakte haar ruw bij de bovenarm. Ze kreunde hard en sloeg haar handen voor haar oren.

"Zachtjes” zei ze kreunend. "Oh, mijn hoofd...”

Ze probeerde te doen alsof ze zich verschrikkelijk ziek voelde van de drank en gelukkig zag ze erg wit om haar neus. Maar dat was meer van de angst.

"Wat is er?” Vroeg Henk schor. "Wat ben je kwijt?”

"Mijn pistool! Mijn pistool is weg! Iemand heeft het gejat en ik verdenk jou ervan!”

Dreigend stond Marcello tegenover haar en ze kromp ineen. Hij wilde haar arm beet pakken en in haar gezicht slaan. Net als hij vorige week ook had gedaan toen ze ruzie met hem had gemaakt.

Ze had toen geëist dat hij Henk losliet en hem niet meer meenam op rooftocht.

Hij had haar heel hard uitgelachen en zij was daarop verschrikkelijk boos geworden. Maar niemand had Marcello ooit tegengesproken en al helemaal niet ruzie met hem gezocht. Want als je dat zou doen dan wist je dat je ervoor zou moeten boeten.

Dus had hij haar hardhandig een paar klappen verkocht en haar bij de keel gegrepen en haar toegesnauwd dat ze zich niet met zijn bende moest bemoeien. Henk had erbij gestaan en toen niets gezegd en haar alleen hoofdschuddend aangekeken.

Maar gelukkig kwam Henk nu wel tussenbeide want hij zag ook wel in dat Johanna niet in staat was zichzelf te verdedigen.

"Marcello, je ziet toch dat ze nog steeds bezopen is. Misschien heeft iemand anders hem wel gejat. Waar zou Johanna hem in godsnaam moeten laten? In haar BH of zo?”

Marcello vertrouwde haar duidelijk voor geen meter en eiste dus dat ze haar BH uittrok om te bewijzen dat ze hem niet onder haar kleren had zitten.

De handen van Marcello gleden tergend langzaam onder haar shirt, in haar broek en over haar hele lichaam. Ze voelde zijn vieze dikke vingers haar aftasten terwijl hij haar onderzoekend bleef aankijken. En hoewel ze van binnen duizend doden stierf, probeerde ze te doen alsof ze nog te dronken was om er wat van te vinden.

Ze probeerde daarbij ook nog de blikken van de andere aanwezigen, die halfdronken en met lodderige ogen de situatie aanschouwden, te negeren.

“Ja, ze had dit jaar die gouden Oscar als beste actrice wel mogen winnen.” Dacht ze gruwend.

Omdat Marcello niets vond duwde hij haar hardhandig van zich af waarbij ze heel hard op de grond terecht kwam.

Grommend liep hij van haar weg en trok diverse andere personen van hun plek af en eiste dat zij het hele huis gingen afzoeken naar het pistool.

Johanna was op haar stuitje gevallen en toen ze overeind probeerde te komen, kon ze nauwelijks op haar benen staan van de pijn en viel terug op de grond.

Henk trok haar daarom omhoog en ondersteunde haar verder naar de voordeur.

Ze hoefde nu niet meer te doen alsof ze over haar toeren was want dat was ze nu echt na de pijnlijke val. De tranen liepen over haar wangen maar ze probeerde Marcello en zijn gang niet te laten merken hoe zeer ze van slag was.

Stil zat ze naast Henk in zijn auto en liet zich naar huis rijden. Af en toe keek hij opzij naar haar verbeten gezicht maar zei verder niets en schudde alleen maar af en toe zijn hoofd.

Thuis gekomen stapte Johanna gelijk onder de douche en probeerde het gevoel van Marcello's onderzoekende handen van zich af te spoelen.

Nee, ze was gelukkig nu niet verkracht zoals toen ze jong was maar het voelde wel net zo.

Terwijl zij snel naar de douche liep, gooide Henk zijn colbertje over de stoel en liet zich zonder verder uit te kleden op haar bed vallen. Meteen viel hij in een diepe, droomloze, slaap en snurkte alsof er hele bossen gekapt moesten worden.

Toen Johanna de kraan dicht deed en hem nog steeds hard hoorde snurken sloop ze zachtjes, met haar handdoek om haar lichaam geslagen, op haar tenen de badkamer uit. Ze sloop naar de stoel waar Henk zijn jasje overheen hing.

Voorzichtig trok zij de twee kleine zakjes drugs uit zijn binnenzak en stopte deze bijna geruisloos in een theepot die achterin de keukenkast stond.

Ze liep terug en greep opnieuw naar de colbert van Henk. In zijn linker jaszak, waar al heel lang een gat onderin zat, had ze een bundeltje geld gestopt.

Even stopte Henk met snurken en was het muisstil. Dus liet ze snel zijn jas los en bleef heel stil staan en hield haar adem in. Maar hij begon daarop bijna meteen weer hard te snurken.

Voorzichtig pakte ze het geld en liep weer naar de keuken en stopte het geld in een boterhamzakje. Ze haalde de stinkende vuilniszak uit de emmer en legde het zakje onderin en zette de druipende zak terug in de emmer, bovenop het geld. Ze was nu helemaal op van de zenuwen vooral omdat ze wist dat Marcello haar vanaf nu af aan nog meer in de gaten zou houden.

Ze had hem net bij het weggaan nog tegen Henk horen zeggen dat als hij erachter zou komen wie de dader was, deze de volgende dag niet zou halen.

Tussen de middag, terwijl Henk nog steeds zijn roes uitsliep, was Johanna druk bezig om het achterovergedrukte geld en de drugs een betere verstopplaats te geven.

Ze regelde een kluis in een voormalig bankgebouw, dat op de hoek, aan het marktplein stond.

De bank zelf was al jaren weg en er zat nu een postorderbedrijf in het gebouw. Maar de kluizen hadden ze echter intact gelaten en die kon je nog steeds via het bedrijf huren.

Ze wilde alle bewijzen verdelen over verschillende locaties zodat ze niet gelijk alles kwijt was als Marcello erachter kwam, en dus deed ze ook hier een deel van de drugs en het geld in.

Ze had er tevens een briefje bij gestopt waarop stond waar dit geld vandaan was gekomen. De kluissleutel legde ze thuis bij het andere deel van het geld, onderin de vuilnisbak. Hopelijk keek niemand onder die stinkende vuilnis.

Haar pan met pasta van gisteravond leegde ze in de vuilniszak. Pasta met rode saus... niemand die daar met zijn vingers in zou gaan zitten roeren.

De rest van de middag hield ze zich bezig met haar levensverhaal want dat zou ze, zoals beloofd, aan het einde van de middag inleveren bij Tanja.

Henk was, nadat hij laat in de middag wakker werd, gelukkig teruggegaan naar zijn eigen huisje dus kon ze ongestoord verder gaan met haar verhaal.

Tanja zat al op haar te wachten toen Johanna, net voor sluitingstijd, haar kantoor binnenliep. Tanja was één van de begeleiders van Bureau Hulpverlening en had Johanna enkele jaren intens begeleid nadat ze weer op straat was beland en geen geld meer had voor eten. En hoewel ze officieel nu al vele jaren niet meer bij de hulp- verlening liep, verzorgde Tanja nog steeds haar administratie. Omdat Johanna dat aan Tanja gevraagd had omdat ze dat zelf nooit goed had kunnen doen.

Dus kwam ze nog wel één keer in de maand langs zodat ze Tanja ook op de hoogte kon houden hoe het nu met haar ging. De twee vrouwen hadden hierdoor een vriendschap ontwikkeld en dus spraken ze soms af na werktijd of dronken ze samen wat in het café tegenover het kantoor.

Johanna had tot nu toe geen gemakkelijk leven gehad maar sinds ze bij de hulpverlening had gelopen had ze haar leven weer een beetje op orde gekregen. Ze had een baan als kamermeisje gekregen en hoe simpel die ook was, ze was er gelukkig mee

Sindsdien ze had ook een klein huisje voor haarzelf gekregen.

Dus eindelijk geen koud viaduct of een brug meer boven haar hoofd maar een echt dak. Geen kartonnen doos meer om in te slapen maar een heerlijk matras met warme dekens.

Tijdens die periode in haar leven was Tanja met recht haar redder geweest en was er een soort van vriendschap ontstaan.

Johanna was Tanja eeuwig dankbaar dat ze haar nooit had laten vallen nadat de hulpverlening stop was gezet.

Bij binnenkomst zag Johanna de opwinding al op het gezicht van Tanja.

“Raad eens!” Riep Tanja. “Raad eens wie op zoek is naar jou?”

Johanna haalde haar schouders op.

"Je dochter!” Riep Tanja en sprong op van haar stoel en kwam dribbelend achter haar bureau vandaan. Ze trok Johanna uit de stoel, waar zij net vol ongeloof was neer geploft en sprong van blijdschap op en neer.

"Ze wil je dolgraag zien.”

Johanna stond er stil en stijfjes bij en langzaam drong de waarheid tot haar door.

Ze voelde hoe de opwinding bij haar binnen drong en haar ogen begonnen te glanzen van ingehouden tranen.

"Dus ik heb een dochter!?” zei ze zacht. Ze liet zich opnieuw neervallen in de stoel en probeerde haar gedachtes te ordenen.

“Een dochter.” Fluisterde ze nogmaals zacht.

Ze had al zo vaak aan haar kind gedacht en had gedacht dat ze nooit meer erachter zou komen wat er met haar baby gebeurd was. En door de vele tegenslagen was ze de hoop verloren dat ze haar kind ooit nog zou kunnen ontmoeten.

"Vertel!” eiste Johanna gespannen.

Tanja begon over de brief van een adoptiebureau die binnen was gekomen. En omdat de hulpverlening-instantie Johanna's post nog steeds behartigde was deze bij Tanja binnengekomen.

De vraag was of Johanna haar dochter wilde zien omdat Anna, haar verloren dochter, dat zelf ook graag wilde.

Verdwaasd zat Johanna in haar stoel.

“Ik wil haar dolgraag zien. Komt er dan toch een einde aan mijn ellende?” Met vragende ogen vol tranen keek ze Tanja aan.

Ze voelde de hoop weer in haar hart terugkomen. De hoop om haar kind, dat ze al zolang geleden verloren had, te ontmoeten.

Tanja begon te vertellen over wat ze van Anna wist en Johanna kon alleen maar trots zijn op haar kleine meid. Nou ja, klein. Ze was nu alweer vijfentwintig jaar oud dus niet zo klein meer.

Ze had dus een dochter. Met een glimlach om haar mond luisterde ze naar de woorden van Tanja.

Niemand in het ziekenhuis had in die tijd willen vertellen of ze een zoon of dochter had gebaard en waar de kleine was heen gegaan. Ze hadden haar resoluut uit de ouderlijke macht gezet omdat ze tijdens haar zwangerschap dakloos was geworden en vlak voor de bevalling, uit wanhoop, een zelfmoordpoging had ondernomen.

In die tijd had ze niemand gehad waar ze op terug kon vallen en eenmaal uit het ziekenhuis was de straat opnieuw haar thuis geweest.

Maar dankzij Tanja had ze een baan als schoonmaakster in een hotel gekregen.

Tanja had tevens voor haar een huisje gevonden en nu had Johanna zelfs wat spaargeld op haar rekening. Niet veel, maar toch...

Hopelijk kon haar dochter nu toch een beetje trots op haar zijn.

Tanja beloofde om een ontmoeting te regelen via het adoptiebureau en Johanna schreef een korte brief voor het adoptiebureau dat ze akkoord ging met een ontmoeting. Het leven zou ten goede keren. Toch?

"Had ze nu een verkeerde beslissing genomen dat ze de spullen van Marcello ontvreemd had? Wat als Marcello straks van haar dochter zou weten? Wat zou hij dan doen? Of wat als haar dochter straks ook in dit criminele circuit terecht kwam door haar?”

Ze moest thuis maar even gaan nadenken wat ze nu moest doen. Wilde ze Henk nog wel helpen om van zijn maten af te komen? En kon ze Henk nu toch maar beter loslaten.

Ze wilde liever niet dat haar dochter risico's zou lopen door haar beslissing.

Ze mocht haar dochter Anna niet meetrekken het verkeerde milieu in omdat haar moeder omging met verkeerde mensen.

Was het beter om haar dochter toch niet te ontmoeten, nu zij pas nog besloten had een grote crimineel erbij te lappen.

Haar leven bleek weer niet zo gemakkelijk te zijn als ze gehoopt had dat het zou worden. Maar nu zou ze niet meer voor zichzelf kiezen maar voor haar onbekende kind en diens veiligheid.

“Ik zal met haar een afspraak maken voor jou, Johanna. Wil je haar hier ontmoeten? Of wil je haar bij jou thuis ontvangen?"

Johanna moest er even over nadenken wat ze wilde. Thuis zou ze verder nadenken wat ze moest doen.

Ze kon haar dochter bij haar thuis uitnodigen maar wat als de ontmoeting stroef zou lopen? Dan zou ze zich erg ongemakkelijk voelen.

Maar Henk mocht dit nog niet weten. Want als Henk aan Marcello zou verraden dat zij een dochter had dan was Anna niet meer veilig.

“Doe maar hier. Als ik niets weet te zeggen of als zij niet wil praten dan kan jij ons helpen.” besloot Johanna.

“Dat is goed.”

Dankbaar keek Johanna naar Tanja. Ze was echt een goede vriendin geworden waar ze op terug kon vallen.

Johanna gaf haar de envelop met de papieren, waar het eerste deel van haar verhaal op stond, af en gaf aan dat ze binnenkort met het tweede deel zou komen.

Haar levensverhaal opschrijven was toch emotioneler geweest dan ze had verwacht en daarom had ze besloten het in twee delen op te schrijven.

Bij het weggaan gaf ze Tanja een dikke knuffel en voor het eerst in jaren voelde ze zich echt gelukkig.

Thuis gekomen bleef het gevoel van euforie nog een tijdje hangen dus ging ze dus gelijk verder met het opschrijven van wat zij beleefd had nadat ze bevallen was.

Haar leven op straat en hoe ze bij de hulpverlening terecht was gekomen. Ze schreef over Henk, haar grote liefde en dat haar gelukgevoel alleen maar groter was geworden toen ze hoorde dat haar dochter haar wilde ontmoeten.

Wel voelde ze een angst diep van binnen omdat het geluk in haar leven nooit lang had geduurd.

De volgende ochtend ging ze verder met het tweede deel van haar levensverhaal. Ze las eerst even terug wat ze gisteren al had opgeschreven.

“Dit verhaal was niet veel mooier dan het eerste deel.” Dacht ze.

Johanna had na haar bevalling en nadat ze uit de ouderlijke macht was gezet, een tweede instorting gehad en was tijdelijk opgenomen geweest in een psychiatrische inrichting.

Geen enkele dag kon ze vergeten wat er gebeurd was in die periode. Ze had haar kind nooit mogen zien na de bevalling.

Mijn god, wat mistte ze haar kind, haar onbekende baby, elke dag zo verschrikkelijk.

Ze kreeg manische aanvallen maar dankzij de medicatie die ze kreeg kwam ze uiteindelijk weer geestelijk in balans.

Na het ontslag uit de inrichting had ze niets of niemand om op terug te vallen.

Ze werd naar het Bureau voor hulpverlening gestuurd en daar trof ze Tanja. Sindsdien kwam haar leven in rustiger vaarwater.

Maar dat was alleen zo rustig gebleven totdat Henk in haar leven kwam.

Johanna wist nog precies hoe ze elkaar hadden leren kennen.

Ze zaten beide op hetzelfde terras en de jonge serveerster had hun drankje per ongeluk verwisseld. Ze kwamen in gesprek en na een poosje kregen ze een relatie.

Johanna stopte even met schrijven en zuchtte terwijl ze terugdacht aan de laatste maanden.

Henk had van jongs af aan bij een criminele organisatie gezeten en hoe hij ook probeerde hij kwam er niet los van.

Ze begon met een lijstje waarop ze de namen van de leden van deze organisatie, die zij kende, noteerde.

Ook probeerde ze de vele overvallen, waarvan zij wist dat ze gepleegd waren door deze leden, in chronologische volgorde te zetten. Als laatste schreef ze over de doden die gevallen waren bij de laatste overvallen. Wie deze moorden op zijn geweten had wist ze niet maar ze verdacht Marcello ervan.

Johanna legde haar pen neer. Ze overzag het verhaal en wist dat ze nu een keuze had gemaakt. Ze wilde graag voor één keer iets goeds doen in haar leven.

“Haar dochter had haar niet meer nodig.” bedacht ze. “Misschien zou haar dochter haar ook nooit als moeder zien. En al helemaal niet als iemand waar je trots op kon zijn. Ik ben zelf niet eens trots op mijn leven.”

Ze tikte nerveus met de pen op het papier.

Als je criminelen tegen je in het harnas jaagde dan weet je dat het risico zeer groot was dat je nooit meer terug kon naar je rustige, veilige, leventje.

Johanna staarde voor zich uit en probeerde haar beslissing voor zich uit te schuiven.

Opeens schoof ze resoluut haar stoel naar achter. Het tweede deel van haar levensverhaal stopte ze bij de foto's van vroeger, die haar zus haar ooit toegezonden had toen ze in de inrichting zat.

Hierna pakte ze een envelop uit haar dressoir en stopte er de dubbelgevouwen papieren met de informatie over de criminele groep in.

Johanna pakte haar jas en sleutels en stapte de deur uit.

Ze sloot de deur achter zich en draaide zich om en botste tegen haar buurman aan.

“Waar gaan die beentjes zo snel heen?” Siste hij. De rillingen liepen over haar rug.

Deze enge vent zat bij de groep van Marcello en was de zoon van mevrouw Bolhoed. Deze lieve vrouw had geen idee wat haar zoon allemaal uitspookte en met wie hij omging.

En al helemaal niet dat hij Johanna vaak stalkte of dat hij vaak seksistische opmerkingen tegen Johanna maakte. Het ergste was dat hij haar vaak met zijn handen probeerde aan te raken, zelfs als Henk erbij was.

Ze moest het, volgens Henk, niet zo nauw nemen met Hans. Hij bedoelde het goed maar ondertussen kreeg Johanna er de rillingen van.

Snel schoof ze, zonder een woord te zeggen, langs hem heen. Ze vertikte het hem aan te kijken en liep zo snel mogelijk de straat uit. Op de hoek keek ze nog wel even om en zag hem nog steeds staan, leunend tegen haar voordeur, met een grijns op zijn gezicht.

Snel liep ze twee straten verder, waar het politiebureau zat.

Voor het bureau keek ze nog wel even om zich heen of iemand haar volgde. Maar ze zag niemand en stapte toen snel door de deur.

Bij de balie vroeg ze naar de dienstdoende inspecteur.

“Hij is helaas niet aanwezig, mevrouw. Kan ik een boodschap aannemen voor hem?” Vroeg de agent, achter de balie.

Johanna overhandigde hem de envelop met haar getuigenissen en vroeg hem deze snel over te dragen aan de inspecteur.

De agent knikte en legde de envelop op de stapel papieren naast hem.

Johanna staarde er even naar.

“Zou hij de envelop wel afgeven? Of zou hij die straks gewoon weggooien zodra ze haar hielen had gelicht? Ze moest erop vertrouwen dat het goed kwam.”

“Geeft u de envelop wel zo snel mogelijk af! Niet kwijtraken, hoor!”

Weer knikte de agent.

Heel langzaam liep Johanna van de balie weg en hoopte dat alles goed zou komen. Bij de deur keek ze nog even om maar de agent zat alweer over zijn computer gebogen.

Vanaf het moment dat Johanna de deur uitliep van het bureau had ze het gevoel dat ze gevolgd werd. Ze keek om zich heen maar zag niemand die op haar lette. Toch voelde ze zich niet helemaal op haar gemak.

De zon was langzaam verdwenen achter de hoge flatgebouwen en ze voelde dat het een koude nacht zou worden. Ze rilde en trok haar jas dichter.

De straat was leeg toen ze richting haar voordeur liep en omdat ze in gedachte verzonken was zag ze de man niet die vanuit een portiek aan de overkant naar haar keek. Toen ze de sleutel in het slot stak voelde ze opeens iemand achter haar staan en iets scherp dat in haar zij stak.

“Wat deed jij daar op het politiebureau? Ga jij je vrienden soms verraden?”

De stem klonk bekend en ze probeerde zich snel naar hem om te draaien.

De man schrok van die beweging en stak haar met zijn scherpe lemmet in haar zij.