12,50 €
Het zeilschip Mary Celeste wordt in 1872 midden op de Atlantische Oceaan ontdekt. Het heeft volop voedsel en water aan boord en niets wijst op een ongeluk – maar de bemanning is foetsie. De laatste aantekening in het scheepsjournaal is tien dagen eerder geschreven, toen het schip 160 kilometer ten westen van de Azoren voer, op ongeveer 800 kilometer van de vindplek. Het raadsel van de Mary Celeste heeft het afgelopen eeuw velen onderzoekers gefascineerd. In het jaar 2000 woont de vrouwelijke nazaat Cindy (1972 - 2000) in Massachusetts. Voor haar studie geschiedenis onderzoekt ze scheepsrampen en ook die van haar voorvader. Een scheepsramp die 100 jaar voor haar geboorte plaatsvond. Op Santa Maria, een eiland in de Azoren, woont op dat zelfde moment een jongeman Alex (1970-2000). Na het overlijden van zijn moeder vind hij op zolder de dagboeken van zijn oma (1915-1992). Alex en Cindy vinden elkaar in het onderzoek naar hun familiegeschiedenis.
Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:
Seitenzahl: 206
Veröffentlichungsjahr: 2024
Mary Celeste
Mary Celeste
History Mystery
roman
Rensje Derriks
© 2024 Rensje Derriks
Auteur: Rensje Derriks
Ontwerp omslag: Rensje Derriks
Meer informatie: https://www.boekschrijver.com
Redactie en vormgeving binnenwerk: Wim Veelen
ISBN978 94 037 3769 0
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, geluidsband, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteur.
Familie is voor eeuwig verbonden
Elke familie heeft een
geschiedenis.
Uw familieverhaal,
mooi of traumatisch,
kan op u van invloed zijn.
Probeer het altijd
ten goede te keren.
Door de eeuwen heen zijn er gebeurtenissen die bij geschiedschrijvers meer vragen opwerpen dan antwoorden geven. Zo ook het verhaal van het schip Mary Celeste. Dit schip vaart in 1872 uit met kapitein Benjamin Briggs aan het roer. Hij heeft naast bemanning ook zijn vrouw en dochtertje van twee jaar aan boord. De Mary Celeste wordt na een paar weken dolende teruggevonden voorbij de eilanden van de Azoren. Het schip lijkt verlaten en tot op heden is het een mysterie wat er met de kapitein en bemanning gebeurd zou kunnen zijn. Het verhaal volgt me al sinds mijn tienerjaren. Ik heb er diverse onderzoeken over gelezen en langzaam kwam bij mij het idee om er een eigen verhaal over te schrijven. Een eigen fantasieverhaal schrijven over wat er gebeurd zou kunnen zijn…
Ik heb geprobeerd de situatie op de Santa Maria zo goed mogelijk te schetsen. Het eiland heb ik beschreven zoals ik erover gelezen hebt. Maar heel veel komt ook gewoon voort uit mijn fantasie. Mijn dank gaat uit naar mijn man Ernst en mijn zus Marijke en dochter Zoey. Zij waren mijn proeflezers en hebben mij geholpen het verhaal zo goed mogelijk op papier te zetten. Ik wens u veel leesplezier met mijn eerste boek.
Rensje Derriks
Swolgen, 25 december 2023
Voorwoord
Proloog
Verleden | 1865-1870
1870-1873
Heden | Cindy
Alex
Verdriet
Mams huisje
De ontmoeting
Het dagboek
Amazone
Heden en verleden
Muntthee en koekjes
Vissersfestijn
De ontdekking
Tijd voor actie
De dna-test
Afscheid
Thuiskomen
Epiloog
Overzicht
Stamboom
Vreemde verdwijningen, mysterieuze verschijningen, raadselachtige plekken… De geschiedenis zit vol onopgeloste raadsels. Wat is er eigenlijk precies gebeurd? Daarover buigen zich vele wetenschappers – en anderen – maar soms zijn de mysteries onoplosbaar. Als een echte romanticus wil ik dit mysterie een mooi einde geven.
Verleden | In 1872 vaart een schip de haven van New York uit. Aan boord zijn schipper Benjamin Briggs, zijn vrouw en dochtertje van twee jaar en een zevenkoppige bemanning. Het schip Mary Celeste wordt voorbij de eilanden van de Azoren teruggevonden zonder één levende ziel aan boord.
Heden | In Massachusetts, Amerika woont de vrouwelijke nazaat van Arthur Briggs, Cindy, geboren in 1972. Zij is geschiedkundige en wetenschappelijk onderzoeker. Ze onderzoekt diverse scheepsrampen uit de geschiedenis en ook de mysterieuze verdwijning van de bemanning aan boord van de Mary Celeste, het schip van haar voorvader. Een scheepsramp die precies 100 jaar voor haar geboorte plaatsvond. En op Santa Maria woont een jongeman Alex, geboren in 1970. Het verhaal van de Mary Celeste kent hij van de verhalen van zijn oma Mary (1915-1992). Hij werd geboren 100 jaar na de geboorte van zijn betovergrootmoeder Sophia. Het verleden van hun familie brengt ze uiteindelijk samen.
Amerika had een roerige tijd achter zich. In het jaar 1865 was president Lincoln door acteur Booth in zijn hoofd geschoten tijdens een avondje uit in het theater. De jaren voor zijn dood hadden in het teken gestaan van de Civil War, de grote Amerikaanse Burgeroorlog. De Noordelijke Staten, verenigd in de Union onder leiding van Abraham Lincoln, stonden in deze oorlog tegenover de Zuidelijke Staten, welke aangesloten waren bij de Confederatie. De strijd ging om de slavernij en de afschaffing ervan. Booth had gehoopt dat de Confederatie zou winnen als de drie machtigste mannen van de Union uit de weg geholpen waren.
Echter, na deze laffe daad sloten de Zuidelijke Staten zich een voor een bij de Union aan en werd slavernij uiteindelijk verboden. Dit was een positieve gebeurtenis maar voor veel gezinnen niet de allerbelangrijkste. In veel families waren de zonen na de grote Amerikaanse Burgeroorlog niet meer thuisgekomen. Veel mannen die hun gezin moesten onderhouden kwamen niet terug van het slagveld. Daardoor vervielen veel gezinnen in armoede. In de jaren die daarop volgden probeerden de meeste Amerikanen de armoede het hoofd te bieden en hun land weer op te bouwen. In sommige families echter kwamen er meer tragedies voor dan in een dramatisch toneelstuk. Je zou toch denken dat het niet mogelijk was om zoveel ellende in één familie te hebben.
Arthur Briggs kende vele tragedies in zijn leven. Zijn leven werd getekend door zijn verdrietige familiegeschiedenis en de crisissen die Amerika nog te wachten stond.
Zijn intens verdriet werd onbewust doorgegeven aan de volgende generaties.
Arthurs vader, Benjamin T. Briggs, was altijd zeeman in hart en nieren geweest. Benjamin zat, net als zijn broer Olivier, op de koopvaardijvaart en was een zeer respectabele koopvaardijschipper die bekend stond als een aimabele man. Door zijn vriendelijke karakter en zijn eerlijkheid werd hij zeer gerespecteerd door iedereen die met hem samen werkte. Zijn vrouw Sarah Elizabeth Cobb, de moeder van Arthur, moest haar man daardoor vaak voor lange tijd missen. Maar ze prees zichzelf elke dag gelukkig dat ze in de Amerikaanse Burgeroorlog niemand in haar naaste familie had verloren.
De dag na hun huwelijk was Ben, zoals Benjamin ook werd genoemd, alweer op zee voor enkele maanden en toen zijn zoontje Arthur in 1865 kwam hij maar net op tijd naar huis om bij de geboorte van zijn zoon te zijn. En nu was Arthur alweer vijf jaar oud. In de afgelopen jaren hadden Ben en Sarah nog twee kinderen gekregen, maar hun tweede zoontje werd slechts zes maanden oud en hun dochtertje slechts twee maanden. En nu was Sarah weer hoogzwanger. Ze had haar man gevraagd deze keer thuis te blijven omdat deze zwangerschap haar zeer zwaar viel nadat ze haar twee kinderen had verloren. Bovendien was de baby in haar buik was een zeer onrustig kind dat haar nachtenlang wakker hield.
De herfst was in aantocht en het zou ook wel een keertje fijn zijn om ‘s winters thuis te zijn bij zijn familie. Na de dood van president Lincoln was het zeer onrustig in diverse Amerikaanse steden en de vrouwen in het gezin Briggs waren ongerust geworden door de vele opstootjes in de winkelstraten. Dus besloot Benjamin thuis te blijven en er voor zijn vrouw te zijn. Ze woonden bij zijn ouders, opa Nathan en Oma Sophia, in Rose Cottage in New Bedford, Massachusetts. Rose Cottage was een mooi, groot familiehuis dat opa zelf gebouwd had. Ze hadden sinds hun huwelijk altijd bij zijn ouders ingewoond omdat Benjamin vaak op zee was. Zijn moeder, Oma Sophia, was voor Sarah een fijne steun geweest. Vooral in de moeilijke tijd toen ze hun kindjes hadden verloren.
Het was de hele dag al regenachtig en de wind blies hard om het huis. Het was zo’n gure dag waarop iedereen lekker bij de open haard zat te lezen, te spelen of te breien. Opa Nathan vond het slechte weer een goed excuus om op zijn kantoor wat administratie te doen, liet iedereen bij de open haard achter en liep de koude gang op. Op zijn kantoor brandde er gelukkig ook een open haard. Toen het ook nog begon te onweren sloot Nathan de gordijnen om het slechte weer buiten te sluiten. De tuin was door de storm een grote chaos omdat er takken rond waaiden en de stoelen van het tuinmeubilair waren weggewaaid. Opa Nathan besloot eerst de tuin in te gaan om de stoelen te redden voordat hij zich over de cijfers van zijn accountant zou buigen.
In de huiskamer zagen ze de regen tegen de ramen slaan en de familie kon alleen maar genieten dat ze lekker droog en warm binnen zaten. Arthur was daar echter te onrustig voor en wipte op zijn stoel. Bij een harde onweersklap sprong hij van schrik uit zijn stoel.
‘Waar is opa?’, vroeg Arthur aan niemand in het bijzonder.
‘Op zijn kantoor’, zei oma.
Arthur dribbelde op zijn kleine beentjes naar het kleine kamertje linksachter in de gang.
‘Opa, opa!?’, riep kleine Arthur. Opa Nathan was altijd zijn speelmaatje geweest en bij hem had hij zich altijd veilig gevoeld, vooral omdat papa niet altijd thuis was. Maar er kwam geen antwoord uit de kamer en Arthur keek om de hoek van de deur. Hij zag opa Nathan niet zitten op zijn grote bureaustoel, waar hij normaal gesproken met zijn neus boven een grote berg papieren zat. De huishoudster was net bezig de gangkast te ordenen en zei: ‘Je opa was net nog in de tuin bezig.’
Arthur liep naar de bijkeuken waar zijn regenlaarzen stonden en zijn regenjas hing. Hij wurmde zich in zijn kleine laarsjes en trok zijn brandweerrode jasje aan. Hierna liep hij via de keuken naar buiten. Het regende nog steeds grote druppels en de wind trok aan zijn jasje maar het onweer was weggetrokken. Je hoorde het ergens in de verte nog wel donderen, maar in de tuin werd het alweer wat lichter doordat de wolken uiteen gingen en een waterig zonnetje tevoorschijn kwam. Bij de eikenboom zag Arthur wat liggen en hij dacht dat het een dier was. Vrolijk door de plassen springend liep hij erheen maar het dier bleef stilliggen. Plots bleef hij staan en staarde naar de figuur die daar lag. Aan de grond genageld bleef hij staan en met grote ogen keek hij naar zijn opa, die met zijn gezicht in de modder lag.
‘Opa?’ Hij voelde aan dat er iets niet klopte. ‘Opa?’, riep hij nogmaals zachtjes.
Even twijfelde hij nog maar rende toen zo snel mogelijk naar binnen, waar iedereen, onbewust van wat er gebeurd was, zat te keuvelen bij de warme open haard.
‘Opa!’, riep Arthur hard. Oma draaide zich om en zag haar kleinzoon met een druipende jas in de deuropening staan. Ze wilde net zeggen dat opa op kantoor was maar zag aan het verschrikte gezicht van Arthur dat er iets aan de hand was.
‘Opa ligt in de tuin!’ Er liepen plots tranen over zijn wangen. Iedereen sprong op en rende de tuin in, maar Arthur bleef staan waar hij stond en sloot zijn ogen toen hij zijn oma hoorde gillen. Opa was geraakt door de laatste bliksemflits en had het niet overleefd.
De dagen erna verliepen in een stilte waarin iedereen alleen iets zei als het nodig was. Zelfs Arthur was stil en hij bleef nu het liefst binnen zitten en bij mama op schoot. ‘s Avonds, als hij in zijn bedje lag, hoorde hij zijn ouders in de slaapkamer naast de zijne zachtjes fluisteren. Hij hoorde ze overleggen wat er nu moest gebeuren.
Na de begrafenis zaten zijn ouders, oma en oom Olivier en zijn vrouw die net getrouwd waren om de eettafel. Benjamin had begrepen dat er nog veel te regelen viel om het huis te behouden en was blij dat hij had besloten om deze winter thuis te blijven. Sarah was een maand na de begrafenis uitgerekend maar de kleine kwam natuurlijk eerder. De spanning had de weeën opgewekt en eigenlijk was Sarah wel blij dat de kleine iets eerder kwam. Deze zwangerschap was veel te zwaar geweest. In het huishouden van Rose Cottage was er hierdoor een andere dynamiek gekomen. Er was het grote verdriet om het verlies van Nathan maar ook de blijdschap om de kleine Sophia.
In het nieuwe jaar 1871 besloot Benjamin samen met zijn broer Olivier op de wal op zoek te gaan naar werk. Maar er was veel werkeloosheid dus was het moeilijk om werk te vinden. Na de mislukte aardappeloogst in Ierland was de immigratie van veel Europeanen op gang gekomen. De toestroom was niet meer te stuiten want Amerika werd door veel Europeanen gezien als het land met de onbegrensde mogelijkheden. Maar de banen lagen ook hier niet voor iedereen voor het oprapen, waardoor er steeds meer mensen in armoede belandden.
Toen er zich opeens een mogelijkheid voordeed om een goedlopende ijzerzaak over te nemen grepen Ben en Olivier die met beide handen aan. Ze waren nooit bang geweest om hard te werken en hadden altijd goed kunnen samenwerken. Benjamin en Olivier waren van dag één druk bezig geweest met de zaak en deze liep eigenlijk meteen hartstikke goed. De eerste spoorlijn in Amerika werd in die periode aangelegd zodat er weer banen waren voor de immigranten. Benjamin en Olivier hadden hiervoor veel materieel en gereedschappen kunnen leveren. Ook de grote brand in Chicago vorig jaar en die van Boston dit jaar, waarbij de steden bijna helemaal van de kaart waren geveegd, bracht hen veel werk en klanten. De steden moesten opnieuw worden opgebouwd en ook hier was veel gereedschap en ijzerwaren voor nodig. Ze konden daarom ook tevreden op het eerste anderhalf jaar terugkijken. Beiden hadden het ook nog vaak over hun verlangen naar de zee maar praatten er nooit over waar hun vrouwen bij waren. Voor mannen als Benjamin en zijn broer was de zee in hun hart de grootste liefde in hun leven. Maar de belofte breken die zij aan hun vrouwen hadden gedaan, ging tegen hun gevoel van trouw en oprechtheid in. Ondanks zijn belofte om niet meer te varen, kon Benjamin het niet laten aandelen te kopen in een klein koopvaardijschip, de Mary Celeste. Eigenaar James was hij tegengekomen in zijn winkel en deze had hem verteld over zijn nieuwste aankoop.
‘Ik heb het schip kunnen kopen en nu ben ik voor de eerste tocht op zoek naar een financierder. Met een gerespecteerde kapitein aan boord zal men sneller geld willen investeren. Dus zou jij de kapitein willen zijn op mijn schip?’, vroeg James aan Benjamin.
James had in de haven veel gehoord over deze vriendelijke man en de verhalen over Kapitein Briggs waren alleen maar zeer positief geweest. Natuurlijk begon het zeemanshart van Benjamin harder te kloppen toen de vraag werd gesteld.
‘Ik moet enkele vaten alcohol naar Italië brengen. Het schip zal slechts drie tot vier maanden weg zijn. Ik vroeg me af of jij interesse hebt om mijn kapitein te worden?’
‘Ik heb hier mijn business dus dat gaat echt niet’, antwoordde Benjamin. Zijn bedrijf en zijn gezin hadden hem hier nodig maar wat zou hij graag dit aanbod met twee handen aanpakken! Maar dat kon gewoon niet. Ben keek naar zijn broer, die had meegeluisterd, maar die schudde zijn hoofd en haalde vertwijfeld zijn schouders op. De vrouw van Olivier was net zwanger van hun tweede kind en ze zou het hem nooit vergeven als hij nu weg zou gaan voor een paar maanden. Maar beide broers begrepen van elkaar dat hun verlangen om ja te zeggen, groot was.
‘Nee, dat gaat echt niet’, herhaalde hij, maar ik wil best investeren in je schip. Want dit zijn toch de gemakkelijkste tochten om geld op te verdienen. En bij de bank je geld inleggen is tegenwoordig een zeer groot risico geworden.’
Er werden in die tijd op zulke grote schaal leningen afgesloten dat de banken de rente voor leningen flink verhoogd hadden. Sparen bracht nu totaal niets meer op en de beste manier om je geld toch zijn waarde te laten behouden was beleggen in goederen of gebouwen.
Zoals ze die middag hadden afgesproken, klopte James dezelfde avond bij Benjamin thuis aan. Hij had de beloofde zakelijke papieren meegenomen en ze zouden op het kantoor van opa Nathan de zaken doornemen. Sarah had het verhaal van haar man tijdens de avondmaaltijd aangehoord. Ze had het vuur in zijn ogen weer zien oplaaien. Het vuur zoals hij dat vroeger ook altijd had gehad voordat hij weer naar zee ging. Maar dat vuur was de laatste maanden gedoofd en vaak zat Benjamin urenlang in zijn luie stoel stil voor zich uit te staren. Ze wist waar hij dan aan dacht en dat er ooit wel een moment zou komen dat hij weer voor een paar maanden afscheid van haar zou nemen. De huishouding liep nu weer op rolletjes en oma Sophia was er altijd als er iets zou zijn. Dus Sarah zou hier echt niet alleen voor staan als Ben weg zou gaan.
Toen ze die avond langs het kantoor van Nathan liep hoorde ze haar man hard lachen. Ze bleef even staan luisteren naar de opgewonden stem van haar man die nu weer op zijn praatstoel zat. Hij zat altijd vol met fantastische verhalen over de zee en kon iedereen aan het lachen maken en het verhaal uitbeelden als een acteur. Maar de laatste maanden was hij zeer stil geweest en had hij weinig gelachen. Oh, wat had ze zijn aanstekelijke lach vreselijk gemist.
Sarah lag al in bed toen haar man bij haar in bed kroop.
‘Slaap je al?’, vroeg hij.
‘Hmmm’, antwoordde ze.
Hij kroop tegen haar aan en sloeg zijn arm om haar heen. Ben viel toen snel in slaap maar Sarah lag nog een hele tijd wakker. Ze zag de verandering in de houding van Benjamin. Het vuur, dat lachen en haar zo liefdevol omarmen in bed... Dat was de man waar ze ooit verliefd op was geworden. Niet die stille, wegkijkende en serieuze man die ze de laatste maanden om haar heen had gehad.
Twijfels overvielen haar. Ze moest hem loslaten als ze oprecht van hem hield maar kon ze dat ook? Wilde ze dat wel? Kon ze het aan om elke nacht alleen in bed te stappen en niet te weten waar hij op dat moment met zijn schip rondvoer? Het was echt geen kwestie van vertrouwen, want Benjamin was zeker te vertrouwen! Daar twijfelde ze geen moment aan. Alleen die immense zee...
De volgende dagen bekeek Sarah Benjamin van een afstandje. Ze zag zijn twijfel, zijn verlangen maar ook zijn liefde voor haar en haar kinderen. Hij zou haar nooit zomaar in de steek laten, wist ze. Ze nam haar besluit en toen de kinderen naar bed waren en Benjamin in de tuin zat, trok ze haar stoute schoenen aan.
‘Dag, lieverd.’
Ze zette een borreltje voor hem neer. En kwam bij hem zitten.
‘Hé! Waar heb ik dat aan verdiend?’ Hij knipoogde olijk. ‘Hebben we iets te vieren?’
‘Misschien wel.’ Ze moest even nadenken over haar woorden want ze wist dat hij niet zomaar zou toegeven. ‘Ik vind dat je het aanbod van James moet aannemen.’ Vragend keek Benjamin haar aan. ‘De zaak draait goed en je bent toe aan een zeevaart. Ik heb je moeder hier, dus kun je gerust een paar maanden weg. Natuurlijk wil ik liever niet dat je een lange tocht van een jaar of langer onderneemt. Maar deze reis is te overzien.’
Benjamin keek haar stil aan. Ze zag dat hoop, weigering en verlangen met elkaar streden.
‘Ik heb je beloofd...’
'Weet ik. Maar soms verandert de situatie en dan moeten we ons gewoon even aanpassen. En financieel is het beter als je zelf het schip vaart. Scheelt weer een salaris voor een andere kapitein.’
Het bleef stil tussen hen. Als hij echt niet had gewild was hij tegen haar ingegaan maar ze zag de radertjes in zijn hoofd ronddraaien. Wel of niet gaan, hij woog alle voors en tegens tegen elkaar af.
‘Denk erover na. Laat me maar weten wat je gaat doen.’
Ze stond op, gaf hem een kus op zijn hoofd en liep langzaam naar binnen.
Benjamin bleef peinzend in de tuin zitten tot het te donker werd en de prikkende muggen hem deden besluiten naar binnen te gaan. En weer kroop hij die avond tegen haar aan. Hield haar nog steviger vast dan de vorige keer.
Ze wist daarom dat hij zijn besluit had genomen en een traan viel vanuit haar ooghoek op haar kussen.
Een week later kwam James langs voor overleg en weer trokken de twee mannen zich terug op het kantoortje. Sarah had de kinderen eindelijk in bed gekregen. Ze was doodmoe van die twee druktemakers. Ze stond voor het raam naar de tuin te kijken en drukte haar verhitte voorhoofd tegen de koude ruit aan. Ze schrok toen Benjamin plots achter haar stond. Ze keek naar de grote grijns op zijn gezicht. Het is dat ze van die man hield anders had ze die grijns ervan afgeslagen.
‘Ga je mee?’, vroeg Benjamin.
‘Mee? Waar naar toe?’ Waar had haar man het over?
‘Italië...’ Ze keek hem niet begrijpend aan. ‘Je hebt altijd naar Italië gewild en we kunnen hier een soort huwelijksreis van maken. Die hebben we nooit gehad.’
Ze liet het even tot zich door dringen maar schudde toen haar hoofd.
‘Het zou heel leuk zijn, maar ik heb hier twee kinderen rondlopen. Ik kan je moeder er echt niet mee opzadelen. Die twee zijn samen niet te handhaven...!’
‘Dan nemen we de kinderen mee.’
‘Maar Arthur moet naar school. Hij is leerplichtig.’
‘Dan nemen we alleen Sophia mee. Zij gaat nog niet naar school en zij kan wel weg. Dan blijft Arthur bij oma.’
Even was ze stil.
‘Maar de kapiteinshut is niet gemaakt voor een gezinnetje. Het gaat niet.’
‘Dan passen we de hut aan’, klonk ineens de stem van James. ‘De Mary Celeste vertrekt pas in november.’
Verschrikt keek Sarah op. Had James daar al die tijd gestaan? Ze keek weer naar haar man. Ergens kriebelde het in haar. Ze wilden graag samen even weg en dan ook nog naar Italië, het land van de romantiek…
Ze zuchtte diep en knikte. ‘Eerst moeten we het je moeder vertellen. En alleen als zij het goed vindt gaan we mee.’
Ergens voelde ze twijfel maar ze zag aan zijn gezicht en zijn springen dat haar man dolgelukkig was. Ze moest hard lachen om de gekke kapriolen die hij maakte van blijdschap.
‘Tuur! Tuur!’
Arthur hoorde zijn kleine zusje roepen vanuit haar slaapkamer. Het was al acht uur geweest dus eigenlijk had ze allang moeten slapen. Hij keek bij haar om de hoek van de deur en zag haar rechtovereind in haar ledikant staan. Een klein straaltje licht kwam door de gordijnen heen en viel op haar bedje.
‘Moet je niet slapen, kleine’, zei hij, quasiboos.
‘Kuff! Kuff!’, riep ze wanhopig.
Hij wist wat dat betekende maar hield zich van de domme. ‘Wat wil je van me?’ Grijnzend keek hij naar zijn kleine zusje.
‘Kuff!’, zei ze dwingend terwijl ze haar armen uitstrekte.
‘Nou, Voor deze keer dan’, knipoogde hij, liep naar haar bedje toe en knuffelde haar. Hij keek nog eens goed naar zijn kleine zusje. Sophia Mathilde zou morgen met hun ouders een grote reis maken naar Italië. Helaas kon Arthur niet mee want hij mocht school niet missen. Dus bleef hij thuis in Massachusetts waar zijn oma, de moeder van zijn vader, op hem zou passen. Wat zou hij die kleine missen. Dat had hij nooit gedacht toen ze net geboren was. Hij herinnerde zich dat zijn moeder Sarah hem een paar jaar terug vertelde dat hij een broertje of zusje zou krijgen. En Arthur had gehoopt op een broertje. En wat was hij teleurgesteld geweest toen het een zusje bleek te zijn. Maar dit kind had al snel zijn jonge hartje veroverd met haar lieve glimlach en waar Arthur ging daar liep zijn zusje niet ver achter. Toen Benjamin en Sarah zijn zusje Sophia Mathilde voor de eerste keer lieten zien was hij boos geworden en was hij hard weggerend. In zijn eigen hoekje achter in de tuin huilde hij tranen met tuiten en schopte boos tegen wat steentjes aan. Hij had dus geen klein broertje gekregen met wie hij kon spelen en ravotten. En dat deed hij zo graag… Op school had hij een vriendje maar die durfde zijn kleding niet vies te maken, bang voor ruzie thuis. Zelf klom hij graag in bomen en speelde het liefst bij de waterkant met zijn bootje. Dat had hij voor zijn zevende verjaardag gekregen en hij nam het overal mee naar toe. Maar het liefst speelde hij ermee in bad en in de sloot achter hun huis. Graag had hij het ook nog mee naar school genomen maar daar hadden zijn moeder en de leraar een stokje voor gestoken. Net als zijn vader wilde hij de grote zeeën gaan bevaren en vreemde landen bezoeken. Zijn vader, die hij niet zo veel zag omdat hij op de grote vaart zat, was een grote man met een grote indrukwekkende snor en een lage basstem. Hij kon niet wachten zelf groot te zijn en met zijn vader mee te varen.
