13,99 €
Angela Winfield is een van de beste strafrechtadvocaten in New York. Haar cliënt, een zeer vermogende man die na een ingediend hoger beroep snel vrij lijkt te komen, pleegt zelfmoord in zijn cel. Dat wordt algemeen gezien als een bevestiging van zijn betrokkenheid bij deze delicten. Maar niet in de ogen van zijn advocaten. Zij bijten zich vast in de spraakmakende rechtszaak. Vastberaden om de waarheid boven tafel te krijgen, vechten Angela en haar team, met gevaar voor eigen leven, om zijn onschuld te bewijzen. Ondanks moorden, moordaanslagen en bedreigingen bedenken Angela en haar collega's, samen met medewerkers van justitie een plan om de verantwoordelijke personen achter slot en grendel te krijgen. Er ontstaat een spannend spel tussen justitie en een criminele bende met veel macht en invloed.
Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:
Seitenzahl: 330
Veröffentlichungsjahr: 2022
Inhoud
Colofon 2
Chapter 1 3
Chapter 2 11
Chapter 3 15
Chapter 4 20
Chapter 5 23
Chapter 6 29
Chapter 7 32
Chapter 8 40
Chapter 9 83
Chapter 10 87
Chapter 11 89
Chapter 12 91
Chapter 13 97
Chapter 14 100
Chapter 15 107
Chapter 16 113
Chapter 17 116
Chapter 18 126
Chapter 19 127
Chapter 20 135
Chapter 21 165
Chapter 22 173
Chapter 23 184
Chapter 24 189
Chapter 25 195
Chapter 26 202
Chapter 27 205
Chapter 28 211
Chapter 29 215
Chapter 30 239
Chapter 31 249
Colofon
Alle rechten op verspreiding, met inbegrip van film, broadcast, fotomechanische weergave, geluidsopnames, electronische gegevensdragers, uittreksels & reproductie, zijn voorbehouden.
© 2022 novum publishing
ISBN drukuitgave:978-3-99131-250-5
ISBN e-book: 978-3-99131-251-2
Lectoraat:Ine van Gerwe
Vormgeving omslag:Casanowe, Javier Cruz Acosta | Dreamstime.com
Omslagfoto, lay-out & zetting:novum publishing
www.novumpublishing.nl
Chapter 1
Het leek een koude winteravond, er stond een stevige wind en ondanks de verlichting op de gebouwen was het erg donker. Ik wist eigenlijk niet meer hoe het kwam dat ik helemaal alleen op dit tijdstip door de stad liep.
Mijn hoofd bonkte. Het leek of ik was gevallen en weer opstond. Mijn ribbenkast deed ontzettend veel pijn.
Een taxichauffeur stopte en vroeg me of hij kon helpen. Geïrriteerd zei ik uit een stuk zelfbescherming en reflex‘nee, het gaat lukken.’
Maar eigenlijk ging het helemaal niet lukken. Waar kwam ik vandaan, waar ging ik heen? Een stukje verderop stond een bank. Met veel moeite kwam ik bij de bank en ging zitten. Hier zat ik een beetje uit de wind. Ik probeerde rustig te worden en me te herinneren waar ik was geweest. Kom ik van een feest waar ik te veel heb gedronken?
Maar dat kan helemaal niet, ik drink nooit te veel, ik voel me ook niet dronken, maar mijn hoofd bonkt nog verschrikkelijk. Misschien ben ik overvallen? Waar zijn mijn schoenen en mijn handtas? Ik heb niet eens een jas aan.
In de stad was het stil. Een zwerver lag te slapen op een kartonnen doos, met om zich heen een hele hoop plastic zakken met allerlei bij elkaar geraapte spullen. Ook lagen er een tiental lege halve-liter-bierblikken.
Ik hoorde de kerkklok vier keer slaan, wilde op mijn horloge kijken, maar dat was weg. Om me heen was het heel rustig. De plek waar ik zat, was een soort bouwput. Het leek of de straat gerenoveerd werd. Er zaten grote gaten in het zand op de plek waar de weg had gelegen. Het kwam op een of andere manier erg rustgevend over. Kon ik hier maar even gaan liggen en slapen, dacht ik. Mijn onderbewustzijn vertelde me echter dat ik verder moest, maar waarheen? Vroeg ik me af.
Wie ben ik. Waar ben ik? Ik begon me opnieuw af te vragen hoe ik hier terecht was gekomen. Mijn kleren, een mooi kort rokje en een sjieke bloes, waren vies en kapot. Ik schrok van het aanzicht, overal zaten bloedvlekken. Hoe kwam dit? Wat is er gebeurd? vroeg ik mezelf voor de derde keer. Ik kwam er nog steeds niet uit. Ook de handtas die ik normaal gesproken droeg, was weg en schoenen had ik ook niet aan.
Ik zocht verder in mijn kleren en plotseling voelde ik iets. Een sleutel? Ik haalde hem uit mijn zak. Er zat een oranje label aan met daarop het adres, Old Broadway 1115 en de naam Bertram. Waar is de sleutel van? En wie is Bertram?
Plotseling overviel me het gevoel van intense moeheid en ik besloot toch maar te gaan liggen. Voor ik het wist, was ik weggezonken.
In de verte hoorde ik geroezemoes en besloot mijn ogen voorzichtig open te doen. Er stonden vier jongemannen om me heen. Ze begonnen meteen vragen op me af te vuren. Wat er was gebeurd en waarom ik hier lag. ‘Kunnen we je helpen?’ Vrijwel direct zei ik:‘Nee, ik ben even gaan liggen maar ga weer verder, dankjewel.’ Het leek wel of een soort natuurlijk afweermechanisme zich verzette tegen hulp of indringers.
Hernieuwde paniek welde in me op. Waar moet ik naar toe, wat is er gebeurd? Hoe lang heb ik geslapen? Denk! Ik begon kritisch om me heen te kijken.
Aan de overkant van de straat stond een bord met een soort oude stadsplattegrond. Mijn gedachte was: hier blijven is geen optie. Het is te koud en gevaarlijk alleen op straat. Misschien geeft het bord me meer duidelijkheid waar ik ben en waar het adres is wat op het label staat.
Het viel niet mee om aan de overkant te komen. Overal lag zand, stenen en er stonden allerlei bouwhekken. Mijn voeten deden pijn en voelden koud aan zonder schoenen.
Het bord was vies en erg onduidelijk, bijna niet te lezen dus. Op de hoek van de straat stond een paal met daarop een straatnaam, Old Broadway. Gelijk dacht ik aan het sleutellabel in mijn zak en liep de brede straat in. Het was een mooie straat met luxe appartementengebouwen en verderop leek een park te zijn. Ik begon moeizaam de straat in te lopen, op zoek naar huisnummers.
Aan de linkerzijde stond een prachtig gebouw met een statige trap en stalen noodtrappen.
Het gebouw was goed verzorgd en er brandde nog licht. Het nummer was heel duidelijk te zien: 1000 – 1115. Het gebouw kwam me bekend voor. Was ik hier eerder geweest? Boven op de trap bij de voordeur lagen twee mooie zwarte schoenen met naaldhakken. Langzaam kwam de gedachte bij me op: Zouden dit mijn schoenen zijn?
Ik haalde de sleutel uit mijn blouse en stopte deze in het slot van de fraaie deur van het pand. Tot mijn grote verbazing hoorde ik een klik. Hij past! De deur ging soepel open en er kwam een aangename sfeer van een geweldig mooi classicistisch pand op mij af.
Het rook naar lavendel geurkaarsjes. Eenmaal binnen deed ik de deur direct achter mij dicht. Het leek verlaten.
Het was een ontzettend mooi en statig pand en in de hal werd het alleen maar mooier, in het midden was een prachtige, brede trap en rechts zag ik een lift. Het gevoel bij binnenkomst was meteen goed, het leek vertrouwd. Iets in me zei direct: pak de lift en ga op zoek.
Nadat ik op de knop had gedrukt, was de lift er snel. Het pand had tien verdiepingen en het bleek dat het huisnummer 1115 op de tiende etage was. In de lift zat een spiegel, ik schrok, mijn gezicht zat onder het bloed, het leek erop dat ik flink had gevochten. Mijn oog was dik en mijn nek zag helemaal rood alsof iemand me had proberen te wurgen.
Mijn rechterarm zat onder het bloed, het leek of ik uit een film kwam en iets verschrikkelijks had meegemaakt. Mijn lange blonde haren zaten eigenlijk nog best netjes en camoufleerden mijn dikke oog een beetje.
De deur van de lift ging open. Ik kwam in een hal uit met een aangename en rustige sfeer. Er stonden verse bloemen in een enorme vaas. Op deze verdieping bleken twee voordeuren en dus twee appartementen, nummers 1113 en 1115.
De sleutel paste natuurlijk op 1115. Ik opende de deur en deed hem direct weer achter me dicht.
In het appartement brandden overal kaarsjes en er speelde een rustig achtergrondmuziekje. De schoenen met naaldhakken legde ik op de grond. Wederom voelde ik me eigenlijk al meteen een beetje thuis. Op de grond vond ik een handtas. Misschien was deze wel van mij? Ik vond een telefoon en er zat een mapje in met pasjes allemaal met dezelfde naam: Angela Winfield. Verder nog een pas van een advocatenkantoor, sleutels van een Aston Martin.
Angela Winfield, advocaat, stond er op een stapeltje visitekaartjes.
Ik keek om me heen, er was niemand in de hal. De kolossale en prachtige woonkamer was geweldig mooi en rijkelijk versierd. Ik dwong mezelf goed te kijken en te zoeken naar aanwijzingen van wat er gebeurd was. Er stonden twee glazen op tafel waar nog een beetje wijn in zat. In de keuken stonden allerlei hapjes klaar en het leek of alles klaar stond voor een gezellige avond.
Ik vervolgde mijn weg door het appartement en kwam uit in een gastenslaapkamer. Het bed zag er beslapen uit en er lagen nog kleren van een man. Er lag een mooi pak op de grond, schoenen en een blouse. Het leek erop of de man haast had gehad om zijn kleren uit te doen. Aansluitend aan de slaapkamer leek er een badkamer te zitten, de deur stond een klein beetje open en er was nog licht aan.
Ik deed de deur open en viel bijna flauw. Er lag een man met een groot mes in zijn linkerborst. Ik raapte mezelf bij elkaar en keek nog eens. Hij kwam mij bekend voor, maar ik kon me niet herinneren wie hij was. De hele badkamer zat onder het bloed, de spiegel boven de wastafel hing scheef. Overal lagen toiletartikelen. Het leek of er een enorm gevecht had plaatsgevonden. Wat was er gebeurd?
In een soort reflex deed ik de lamp uit en de deur dicht, liep naar de woonkamer en ging met de handtas op de bank zitten, deed met de afstandsbediening de muziek en alle lampen uit. Alleen het leeslampje bij de bank liet ik aan. Plotseling voelde de omgeving opnieuw vertrouwd en was het net of ik hier al vaker was geweest.
Ik opende de handtas en haalde de telefoon eruit, opende het scherm met mijn vingerafdruk en keek naar de belgeschiedenis. De laatste die ik gebeld had was een nummer met daarbij de naam Bertram. Bertram!
In de handtas zat een paspoort, Angela Winfield. Daarop staat ook een adres: Old Broadway 1115. Plotseling wordt alles zwart en ik val om op de bank.
Ik word wakker door een irritant geluid, met een stevige hoofdpijn. De telefoon gaat. Het voelt of er een trein over me heen is gereden. Toch neem ik de telefoon aan, in het menu staat Papa en ik zeg verdwaasd ‘uh…hallo.’
‘Hallo Angela,’ zegt de stem aan de andere kant, ‘wat klink je raar, gaat alles goed?’
Ik kom er met mijn gemompel niet helemaal uit en zeg: ‘Ik weet het niet, ik voel me niet zo lekker.’
‘Maar Angela, we zouden vandaag toch samen naar meubeltjes gaan kijken voor in mijn huis? Of wil je het uitstellen naar volgende week zaterdag?’
‘Ja graag, ik denk dat ik iets verkeerds heb gegeten gisteravond. Ik bel je vanmiddag terug.’
‘Oké Angela dat is goed, ik hoor het nog van je. Tot later.’
Angela, dat ben ik dus. Angela Winfield, Advocaat.
In de keuken pak ik een flink glas vruchtensap, neem een paar paracetamoltabletten en ga in de douche van blijkbaar mijn eigen badkamer. Onder de douche bedenk ik wat er allemaal gebeurd is. Ik voel op mijn hoofd een hele dikke bult. Waarschijnlijk ben ik gevallen en dat verklaart misschien mijn hoofdpijn en vergeetachtigheid. Ik was me uitvoerig, smeer mijn lichaam in met bodylotion en kijk in de spiegel. Mijn oog is nog wat dik, maar het lijkt er niet op dat er verder nog sporen zijn van geweld of een vechtpartij. Mijn ribben zijn pijnlijk maar de pijnstillers beginnen hun werk al goed te doen. Verder maak ik me op, doe makkelijke kleren aan en zet een overheerlijke kop koffie. Ondertussen ruim ik de hapjes die nog in de keuken staan op en was de glazen af, eigenlijk ziet het ernaar uit of er niets is gebeurd. Ik voel me steeds meer thuis en op mijn gemak.
Plots denk ik weer aan de man en misselijkheid welt in me op.
Maar wie is die man in de badkamer van mijn logeerkamer? Heb ik hem binnengelaten? Waarom kan ik mij niets herinneren?
Er ligt een iPad op de keukentafel. Hij ontgrendelt vanzelf wanneer ik ernaar kijk. Ah, gezichtsherkenning, denk ik.
Ik kijk naar de ingekomen mail. Het komt allemaal weer meer en meer bij me terug hoe mijn leven eruit ziet.
Een aantal mails gaan over juridische kwesties, daar zal ik later naar kijken. Een mail van een vriendin Sally, kijk ik ook later naar. Maar belangrijker is mijn agenda.
De hele week staan er afspraken bij de rechtbank en op kantoor van Dudley, Winfield en Brand Advocaten.
Op afgelopen vrijdag avond staan er geen afspraken, alleen om 21.00: B. bij mij.
Nu wordt het weer lastig, wie is B? Moet ik dan toch even naar de badkamer gaan om te kijken wie de man is? Ik besluit om er heen te lopen. Hij ziet er bleek uit maar verder is er niets veranderd. Weer zegt mijn gevoel dat hij me bekend voor komt. Ineens weet ik het en ik sla mijn handen voor mijn mond. Mijn ademhaling is zwaar en stokt af en toe. Mijn hart klopt in mijn keel en ik begin te zweten. Ik weet verdomme wie dit is. Het is Bertram Brand van ons advocatenkantoor. Een van de partners van mijn advocatenkantoor. Langzaam komt de vrijdagavond weer terug.
Chapter 2
Vrijdagmorgen 8 november
Na het ontbijt ga ik met de lift naar de parkeergarage in ons gebouw en stap in een van de mooiste auto’s die er staan. Een Aston Martin Vanquish S.5.9 V12. Ik rijd ontspannen naar het advocatenkantoor van mij en mijn partners: Dudley, Winfield en Brand Advocaten. Wij zijn een van de beste advocatenkantoren van New York. Als team zijn we erg succesvol omdat we elk ons eigen vakgebied hebben en elkaar perfect aan vullen.
Vandaag staat er een belangrijke zaak op het programma, we hebben besloten vanwege de omvang van deze case dat ik die samen doe met mijn zakenpartner Bertram Brand.
Aangekomen op het kantoor in het financial district zet mijn chauffeur de auto weg en ga ik naar de 15everdieping van ons pand op Broadway. Mijn secretaresse brengt me een kop koffie, lekker sterk, met een beetje suiker en melk. Ik neem nog even de zaak door, die om 14.00 uur op de rechtbank dient.
Onze cliënt wordt verdacht van seks met minderjarigen en is een van de meest machtige mensen in New York. Hij is al veroordeeld en zit nog steeds vast. Een borgsom werd niet toegestaan omdat geld voor onze cliënt niets meer voorstelt. We zijn direct in hoger beroep gegaan en dit beroep dient vandaag.
Onze verdediging richt zich erop dat er geen bewijs is en tot dusverre zijn er alleen maar geruchten over zijn drugs-, drank- en seksverleden. Het is een zakenman met een goedlopend bedrijf waarmee hij een groot vermogen heeft opgebouwd en behoort tot de rijkste personen van New York. Onze cliënt houdt vol dat er een complottheorie tegen hem gaande is en dat andere machtige mensen uit de stad hem uit de weg willen ruimen. Onze cliënt gaat vandaag bij de rechtbank verklaringen afleggen tegen een aantal kopstukken uit het bedrijfsleven, vooral over hun seks- en drugsvoorkeuren. Helaas is er wel een jongedame die onze cliënt ervan beschuldigt door hem misbruikt te zijn. Deze jongedame was op dat moment 17 jaar oud, wat het voor onze cliënt niet makkelijker maakt.
Het bewijs tegen deze beschuldiging hebben we verzameld en we kunnen dus zorgen dat onze cliënt wordt vrijgesproken van deze aantijging. Vreemd is wel dat mijn zakenpartner Bertram de laatste tijd steeds meer gaat twijfelen en bang is dat onze client toch de spil in het web is van kindermisbruikers. Waarom deze omslag? Dit is niets voor Bertram.
Onze cliënt zit op dit moment in de cel, maar dat zal hoe dan ook niet lang meer duren.
Ik ga naar het kantoor van Bertram om de laatste puntjes op de i te zetten.
We hebben afgesproken dat hij de verdediging vandaag doet en dat ik hem assisteer als er complexe problemen ontstaan. Dit is zeker mogelijk want we weten nog niet alles over de bewijsstukken van de jongedame en haar advocaten.
Tijdens het overleg worden we gestoord voor een belangrijke mededeling van mijn secretaresse; de officier van justitie is aan de telefoon met het dringende verzoek hem te woord te staan.
De officier van justitie begint zijn verhaal. ‘Mevrouw Winfield, ik heb een zeer trieste mededeling. Het is erg moeilijk om te bevatten maar uw cliënt Bill Iron heeft zojuist zelfmoord gepleegd in zijn cel. Kunt u zo snel mogelijk naar de gevangenis komen om het een en ander te bespreken?’
Verschrikkelijk. Zelfmoord. Mijn hart slaat over. Althans zo lijkt het. Ik kijk Bertram aan en ook hij schrikt als hij mij aan kijkt. Blijkbaar ziet hij aan mijn gezicht dat er iets goed mis is.
Er zijn nog een aantal formaliteiten af te ronden, zegt de officier van justitie. Verder wil hij informatie van ons over de cliëntbesprekingen, met name over de verklaringen van onze cliënt en de complottheorieën die we in het overleg hebben besproken met onze cliënt. Ik zeg tegen hem dat we nog een uurtje nodig hebben en we dan direct naar hem toe komen.
Nadat ik heb opgehangen, licht ik snel Bertram in en overleg ik met hem over de gevolgen van de dood van onze cliënt. Wij hebben namelijk informatie ontvangen over een aantal grote spelers die mogelijk bij het misbruikschandaal betrokken zijn. Hoewel we geheimhoudingsplicht hebben, kunnen we de informatie van onze cliënt, die we toch al in de zaak zouden gebruiken, aan de officier van justitie ter beschikking stellen. Maar we willen dan vooraf een goede deal sluiten voor onze cliënt.
Dit is goed voor diens nabestaanden, tenslotte zijn wij daar als advocatenkantoor alleen maar bij gebaat.
Onze chauffeur haalt ons op en we worden binnen een half uur afgezet bij de gevangenis in Manhattan, waar we met de directeur hebben afgesproken.
Volgens de directeur is het zeker dat hij zelfmoord heeft gepleegd. Met een laken vastgeknoopt aan de deurknop heeft hij zichzelf door verstikking verhangen.
Na het overleg gaan we naar de officier van justitie. Namens de nabestaanden vragen we opheldering hoe het kan gebeuren dat in een zwaarbewaakte gevangenis een gedetineerde zelfmoord kan plegen. Wij hebben namelijk grote twijfels bij dit verhaal. Er waren zeker geen signalen vanuit onze cliënt die wezen op een dergelijk plan of zelfs het vermoeden dat hij dit van plan was.
Het moet toch onmogelijk zijn dat de federale autoriteiten dit hebben kunnen laten gebeuren.
De officier van justitie gaat in elk geval de zelfmoord goed onderzoeken. Volgens onze theorie zou deze cliënt nooit zelfmoord plegen. Er was namelijk geen reden voor; hij had voldoende bewijs tegen een aantal prominenten. Daarnaast zit er overduidelijk een luchtje aan deze zaak. De betreffende dag werd onze cliënt niet bewaakt door een van de vaste bewakers. Er was een andere bewaker ingevallen omdat er een collega ziek was. Is deze zelfmoord in scène gezet? En had de invaller daar iets mee te maken?
Na het bezoek aan de officier van justitie gaan we weer naar ons kantoor waar een gesprek met de familie van onze cliënt plaatsvindt. Ons onderzoek gaat door en we gaan op verzoek van de familie een aanklacht indienen tegen de gang van zaken in de gevangenis.
Samen met Bertram neem ik even een pauze en we gaan buiten een rondje lopen. Onderweg stoppen we bij een kraam vlak bij ons kantoor waar we de beste hotdog van New York eten. Maken een praatje met de verkoper en nemen nog een flinke kop koffie.
Niets is mooier in deze drukke stad dan toch zo midden op Broadway een rustmoment te pakken. Het is een verademing eens niet met mijn telefoon bezig te zijn.
Bertram haalt me uit mijn dagdroom en zegt: ‘Angela, mag ik je wat vragen?’
‘Ja natuurlijk, Bertram,’ reageer ik verrast. Hij spreekt me normaal nooit aan op deze toon. ‘Ik zou je graag willen uitnodigen vana…’ Plotseling stopt er een auto.
Chapter 3
Mijn flashback eindigt abrupt en ik bevind me weer in de woonkamer. Ik kan me steeds meer herinneren, de spraakmakende zaak, het overlijden van onze cliënt. Maar waarom was Bertram hier en waarom ligt hij met een mes in zijn borst in de badkamer van mijn logeerkamer?
Wat ga ik nu doen, heb ik hem vermoord? Mijn kleren zaten immers onder het bloed en hij ligt in mijn appartement.
Maar ik heb helemaal geen reden om hem om te brengen, hij is – ‘was’ corrigeer ik mezelf – een hele fijne collega. Onze verstandhouding op het werk was zakelijk en erg goed. Wij hebben geen relatie en kwamen ook nooit bij elkaar over de vloer.
Het beste is dat ik nu de politie ga bellen, maar direct bedenk ik me. Ik ben nu wel erg verdacht; ik heb hem laten liggen, maar hij was immers al overleden. Zijn kleren liggen overal en het lijkt erop dat we hier samen een feestje hebben gevierd. Zelf kon en kan ik nog steeds niet helemaal goed en helder denken. Wat zal de politie zeggen? De sporen op mijn kleren zijn duidelijk. Staan mijn vingerafdrukken op het mes in zijn borst? Zit zijn lichaam vol met mijn DNA-sporen? Forensisch onderzoek zal dat allemaal uitwijzen. Maar stel dat ik het niet heb gedaan? Hoe ga ik dat bewijzen?
De beste advocaat die mijn verdediging kan doen, ligt vermoord in mijn badkamer.
Mijn leven gaat door, zeg ik tegen mezelf en ik wil bewijzen dat ik dit niet heb gedaan. Dat is voor nu de beste uitgangspositie. Vanuit de gevangenis gaat dat niet lukken en sta ik erg zwak. Daarnaast moet ik nu echt iets doen om mijn geest helder te krijgen om me alles weer te herinneren. Dan pas kan ik erachter komen wat er precies is gebeurd.
In elk geval lijkt het mij verstandig dat ik alle mogelijke bewijzen ga vernietigen, zei mijn nog niet helemaal scherpe onderbewuste.
De badkamer laat ik dicht, deze gebruikte ik toch al niet. Die werd alleen soms gebruikt als mijn vader hier kwam logeren. Ook Sally, mijn beste vriendin, gebruikt hem wel eens. Ik besluit om de logeerslaapkamer op te ruimen en te gaan poetsen, het beddengoed en mijn kleren te wassen, stofzuigen alle deuren en ramen wassen. Kortom, ik moet flink aan de slag.
De stofzuigerzak vernieuw ik en stop de andere in een vuilniszak. Eigenlijk viel het best mee. De kleren heb ik met handschoenen aan afgeborsteld en op de badkamer gehangen. Ik poets nog wel even het handvat van het mes schoon. Na het poetsen van de slaapkamer open ik alle laden en kasten zonder handschoenen zodat er toch weer overal mijn vingerafdrukken op zitten.
Het gemak, de rust en vooral de akelige efficiency waarmee ik de badkamer heb schoongemaakt begrijp ik van mezelf niet helemaal goed. Waarschijnlijk komt dit omdat ik al zoveel strafzaken heb behandeld dat het een soort automatisme is.
Er was verder voor zover ik me herinner niets bijzonders te zien in de ruimtes van mijn huis. Er was in eerste opzicht niets weg en niets kapot.
Maar nu, hoe verder?
Ik besluit mijn vader te bellen.
De telefoon gaat over en mijn vader neemt op.‘Hoi Angela, hoe gaat het nu?’ hoor ik aan de andere kant klinken. ‘Het gaat gelukkig al een stuk beter! Ik wil vanmiddag toch nog even langskomen, de meubeltjes doen we dan volgende week oké?’
’Ja, is goed. Ik ben nu thuis, ik zie je straks,’ antwoordde hij.
Ik doe een nette jurk aan en pak de lift naar de parkeergarage. Voordat ik ga, gooi ik de vuilniszak nog in de stortkoker, voor de veiligheid heb ik mijn zojuist gewassen kleren er ook maar bijgedaan, want vandaag wordt de container geleegd.
De deur van de garage gaat open en ik kom in een van de mooiste parkeergarages in de stad. Er klinkt muziek op de achtergrond, er zitten mooie kleuren op de muren en om de betonnen kolommen is een soort gordijnstof gewikkeld dat op en neer waait als je er voorbijloopt. Ik loop naar mijn plaats in de parkeergarage, maar… tot mijn grote verbazing sta ik voor een lege plek. Mijn Aston Martin is weg! Het verhaal wordt steeds ingewikkelder. Het duizelt me. Waar is hij heen? Heb ik hem ergens achtergelaten?
Om nu niet te veel aandacht te trekken, loop ik naar buiten en pak een taxi.
Mijn vader woont na het overlijden van mijn moeder alleen in hun huis in de wijk Queens. Hij is het helemaal aan het opknappen en vond het daardoor ook tijd om eens te kijken naar nieuwe meubelen. Hij was eraan toe om afscheid te nemen van een groot aantal herinneringen waaronder alle meubeltjes die ze samen hebben gekocht.
De taxi stopt voor de deur en mijn vader komt al naar buiten en kijkt mij een beetje ongerust aan. ‘Wat is er aan de hand? Je oog is dik.’
‘Ja pap, ik ben denk ik ergens tegenaan gelopen. Ik voelde me vanmorgen vreselijk, maar nu gaat het wel weer. Zullen we eerst even een rondje door het park lopen? Daar ben ik wel aan toe.’
Mijn vader is een vlotte zestiger en een paar jaar geleden gestopt met werken toen mijn moeder ziek werd. Hij heeft haar afgelopen jaren uitvoerig en liefdevol verzorgd tot ze een jaar geleden overleed na een gelukkig niet al te lang ziekbed. Ze heeft een fijn en goed maar te kort leven gehad. Mijn vader heeft het nu inmiddels kunnen verwerken nadat hij het er een hele tijd erg moeilijk mee heeft gehad en is nu weer volop met zijn hobby’s bezig. Hij knapt oude auto’s op en verkoopt deze weer op veilingen.
Nu was het dus tijd voor de renovatie van hun huis vlakbij Cunningham Park. Hij woont er prachtig en zal hier zeker nog lang blijven wonen.
Onder het wandelen vraagt hij waarom ik niet met de Aston Martin ben gekomen.
‘Pap, ik voelde me niet lekker en vond het veiliger om met de taxi te komen. Maar het gaat nu al een heel stuk beter. Zullen we straks thuis bij je even opzoeken waar we volgende week zaterdag gaan kijken naar de meubeltjes?’
‘Ja, is goed.’
De rest van de wandeling vroeg hij er niet meer naar.
We kwamen terug bij zijn huis en dronken nog een kop koffie. Daarna vond ik het fijn om nog even met hem in de tuin te werken. Een beetje knippen, snoeien, grasmaaien. Even ontspannen en nergens over nadenken.
Mijn vader stelde voor om nog een glaasje wijn te drinken. ‘Want je bent toch niet met de auto,’ zei hij. Hier was ik ondertussen echt wel aan toe.
Plotseling gaat mijn telefoon. Het is mijn vriendin Sally Miller, ik antwoord automatisch met een berichtje. ‘Ben nu even niet beschikbaar, bel je later’ en sluit de telefoon.
‘Pap, ik ga zo de taxi bellen. Ik ga weer naar huis om een beetje uit te rusten en te genieten van een ontspannen weekendje.’
Op hetzelfde moment verscheen er een WhatsAppbericht van Sally op mijn scherm. ‘Ik breng je auto zo weer terug, zet hem binnen en leg de sleutel in de gang op het kastje!’
Had ik mijn auto uitgeleend? Daar weet ik ook al niets meer van. Toch luchtte het wat op, Sally had hem mee! Maar dan overspoelt een gevoel van paniek me weer als ik denk dat er nog iemand in de badkamer ligt. Als Sally daar maar niet komt. Ik stel mezelf gerust, ze legt vast alleen de sleutel binnen op de kast neer. Sally komt vaker bij me dus dat komt hopelijk goed.
Het duurde erg lang voor de taxi kwam. Gelukkig bleek de taxichauffeur, toen hij er eindelijk was, een aardige man. Van mijn vaders voordeur tot aan mijn appartement heeft hij gepraat over zijn kinderen, zijn taxi en over zijn vrouw die in het onderwijs zit gehad. Een welkome afleiding, gezien ik nog steeds ongerust was over wat Sally in mijn huis zou kunnen aantreffen. Hij zet me netjes voor de deur af en ik geef hem een flinke fooi – iets wat in New York heel erg gebruikelijk is – en bedank hem voor fijne rit naar huis.
Chapter 4
Uit de auto stapt de minister van Justitie.
‘Goedemiddag mevrouw Winfield en meneer Brand, kunnen we nog even opnieuw met elkaar overleggen vanmiddag?’ zegt hij. ‘Het lijkt dat er haast bij is.’
Samen lopen we met een aantal van zijn veiligheidsmensen naar ons kantoor en bespreken uitvoerig alle zaken. We zijn er allemaal van overtuigd dat er iets meer aan de hand is dan beweerd wordt.
Hij maakt ons duidelijk dat het belangrijk is dat we de namen van de eventueel bij deze zaak betrokken mensen bekendmaken zodat hij een vervolg kan geven aan de zaak van onze cliënt. Het mag niet zo zijn dat door het overlijden van onze cliënt de zaak voor alle nabestaanden stopt en hoopt dat we daaraan mee willen werken.
Standaard is het zo dat alle informatie van onze cliënt tot de geheimhoudingsplicht behoort, maar voor ons is de zaak nog niet afgedaan. Voorlopig hebben wij ook nog veel vragen over de dood van onze cliënt, waarbij we sterk twijfelen of het wel zelfmoord was.
‘Minister, wij hopen dat u op dit moment begrip heeft voor de nu ontstane situatie en spreken af dat we er snel op terug komen. Voor nu gaan we eerst een onderzoek opstarten naar het overlijden van onze cliënt. Als het allemaal zeker is dat het zelfmoord is geweest dan zullen we u zo snel mogelijk benaderen om door te spreken wat we voor u kunnen betekenen.’
Onze cliënt heeft ons wel degelijk vertrouwelijke informatie gegeven die we nu uiteraard niet kunnen delen met de minister of de openbare aanklager.
Onze cliënt maakte zich zorgen om zijn toekomst. Een groot aantal belangrijke mensen speelden een rol in zijn leven; op feestjes kwam hij vaak in contact met de bestuurders van onze stad en van ons land.
Ook was hij bevriend met een bestuurder van een van de grootste internetbedrijven van de wereld. Aan ons heeft hij verteld dat deze persoon helemaal niets met de misbruikzaak te maken heeft; hij was een hele goede vriend en investeerder die hij een paar keer per jaar sprak. Als hij in de stad was, maakte hij gebruik van zijn appartement. De man hield wel van mooie vrouwen zoals Bill dit verklaarde, maar dat wil zeker niet zeggen dat hij er misbruik van maakte. Wel genoot hij van de aandacht die hij soms kreeg.
Zakelijk gezien is het natuurlijk goed dat je contacten hebt met mensen van de categorie ‘rijksten der aarde’ dus dit was eigenlijk meer eigenbelang dan vriendschap. Maar deze man heeft nooit met misbruik in welke vorm dan ook te maken gehad; dit was een duidelijk onderdeel van zijn verklaring die we toentertijd op tape hebben vastgelegd.
Daarnaast hebben we gepland dat zijn levenspartner, Kelly Smallstorm, ook op korte termijn onder ede wil verklaren dat haar vriend niets met misbruik van jonge dames te maken heeft.
Natuurlijk zou het kunnen zijn dat iemand een bedreiging in onze cliënt zag, maar hoe iemand het voor elkaar krijgt om hem in de gevangenis te vermoorden en het op zelfmoord te laten lijken, is erg ongeloofwaardig. Dat is voor zover bekend nog nooit gebeurd. Het hele verhaal betekent ook dat zijn levenspartner misschien wel gevaar loopt, zij is een heel belangrijke getuige in dit verhaal.
Helaas is ze na de eerste veroordeling van haar partner met de noorderzon vertrokken. Op dit moment weet niemand waar ze is en hoe we haar kunnen bereiken. Er gaan geruchten dat ze naar het buitenland is vertrokken, maar er is nergens een signaal teruggevonden dat ze een vlucht heeft geboekt.
Gezien de verklaring van onze cliënt is ze waarschijnlijk erg bang dat ze haar als verantwoordelijke zullen zien voor het samenbrengen van de jonge vrouwen en de machtige vrienden van Bill Iron.
De informatie die wij van onze cliënt hebben ontvangen is dermate ernstig dat een groot aantal hoogwaardigheidsbekleders justitie op bezoek zullen krijgen. Het is hierbij niet uit te sluiten dat er vooral nu, nadat bekend wordt dat onze cliënt is overleden, meer beschuldigingen zouden kunnen volgen uit zijn netwerk.
Het is zeer waarschijnlijk dat er vandaag een persbericht verschijnt en de kranten ermee vol staan.
Op dit moment moeten wij een communicatieplan opzetten en bespreken wat we eventueel vandaag aan de pers zullen melden. Als wij ervoor zorgen dat er een korte en bondige verklaring komt, voordat de pers met een ander verhaal komt, voorkomen we misschien een hele hoop ellende voor zijn familie en vrienden.
Chapter 5
Nadat de taxichauffeur wegrijdt, voel ik me opeens weer heel erg moe. Bij mijn appartement aangekomen is het inmiddels bijna donker.
Ik loop de trap op en stap in de lift die me snel boven brengt. Wanneer ik de voordeur open schrik ik verschrikkelijk, op de grond ligt Sally met een mes in haar borst.
Het enige wat ik nog weet is dat ik achteroverviel, daarna is alles zwart.
De buurvrouw praat tegen me terwijl ik op de grond zit bij de voordeur. Haar man heeft blijkbaar de politie aan de telefoon en de sirenegeluiden komen steeds dichterbij.
Binnen enkele minuten wemelt het van de politie, wordt alles afgezet en zit ik bij mijn buren aan tafel met een agent te praten. Ik kom niet uit mijn woorden. En kan niet uitleggen wat er is gebeurd. De agent vraagt of ik even wil gaan liggen. Uiteindelijk besluit ik dat te doen. Wat overkomt me toch allemaal de laatste dagen?
Na een half uurtje komt er een alleraardigste rechercheur, meneer Green, op me af en vraagt hoe het met me gaat. Ik zeg verdwaasd. ‘Ik weet het niet, wat is er allemaal gebeurd?’
‘Mevrouw Winfield, zou u een aantal vragen willen proberen te antwoorden?’ antwoord hij.
‘Ja natuurlijk.’
‘Waar kwam u vandaan toen u thuiskwam?’
Ik legde hem uit dat ik bij mijn vader was, we hebben koffiegedronken, op internet meubeltjes uitgezocht, in het park gewandeld en in de tuin gewerkt, een glaasje wijn gedronken en daarna ben ik met de taxi naar huis gegaan.
Inspecteur Green vroeg of hij met mijn vader en het taxibedrijf mocht bellen om dit te checken. ‘Natuurlijk, geen probleem,’ antwoord ik. Ik voeg hieraan toe dat dit ook allemaal op mijn creditkaartgegevens terug te vinden is.
‘Hoe komt het dat uw vriendin dood in uw hal ligt?’ vervolgt de rechercheur.
‘Dat weet ik niet. Ik kwam thuis, deed de deur open en ze lag daar ineens.’
‘Wat kwam uw vriendin doen?’
’Ze heeft mijn auto geleend en teruggebracht. Ik heb een half uurtje geleden een telefoontje gehad, maar ik was nog bij mijn vader. Dus ik heb haar een bericht gestuurd dat ik zo zou terugbellen. Kort daarna kreeg ik een WhatsAppje dat ze hem terug zou brengen en de sleutel op het kastje zou leggen.’
‘Heeft u ruzie gehad met uw vriendin?’
‘Nee, Sally is mijn beste vriendin. Eigenlijk mijn enige echte vriendin. Ik heb haar vandaag niet gesproken.’
‘Leent u uw auto wel vaker uit?’
‘Nee eigenlijk niet.’
‘Heeft u verder nog iets wat u ons wil vertellen?’
‘Nee, op dit moment niet. Wat is er gebeurd?’ probeer ik nog eens.
‘Wij verwachten dat uw vriendin vanuit de parkeergarage is achtervolgd door iemand die de auto wilde stelen. Uw auto is namelijk niet in de parkeergarage. Dus deze is waarschijnlijk door de overvaller meegenomen. Het spijt ons dat uw vriendin is overleden. Kan het misschien zijn dat iemand dacht dat u het was en men u wilde overvallen? U lijkt namelijk erg veel op uw vriendin.’
Ik antwoordde kort, ‘Nee, dat is onmogelijk, ik heb geen vijanden.’
‘We hebben inmiddels uitgezocht wie u bent en het zou natuurlijk kunnen zijn dat iemand dacht dat er wel iets te halen zou zijn bij een vooraanstaande advocate. Of misschien wilden ze alleen maar uw auto weghalen. Natuurlijk is dit alleen maar giswerk. We zijn nu met man en macht op zoek naar uw auto. Omdat u hier al even bent hebben we uw woning verzegeld. De forensische dienst gaat zo uw woning verder onderzoeken en de sporen veiligstellen. Heeft u nog andere huisgenoten?’
‘Nee, ik woon hier alleen.’
‘Zijn er verder nog dingen die u aan ons wil vertellen?’
‘Nee, op dit moment niet, Inspecteur Green.’
‘Oké, dan laten we u voor nu even met rust, zodat u bij kunt komen van dit drama. Kunt u vanavond ergens anders slapen? Het lijkt ons niet verstandig dat u hier blijft. Bovendien zijn we nog wel even bezig met alle sporen te verzamelen.’
‘Ja, ik kan wel bij mijn vader slapen, daar kom ik net vandaan.’
‘Oké, geen probleem. Vindt u het goed dat ik u daar naartoe breng? Dan kunnen we onderweg nog even verder praten.’
‘Ja graag. Vindt u het goed dat ik eerst nog even mijn collega bel om hem de situatie uit te leggen?’
‘Ja zeker.’
Ik had me bedacht om meteen Mike Dudley te bellen wanneer ik daar de ruimte voor kreeg.
Nu inspecteur Green toch zijn collega belt is dit het goede moment.
Gelukkig wordt er snel opgenomen.
‘Goedenavond, met Mike Dudley.’
‘Mike, met Angela.’
’Hoi Angela.’
’Mike, kan ik je even vertrouwelijk spreken? Er is hier namelijk bij mij thuis van alles gebeurd, het hele huis loopt vol met politie en ik wil je eerst spreken.’
‘Angela, je weet het: zeg verder niks. Ik kom eraan en wat er ook gebeurt, houd je mond.’
‘Oké, natuurlijk, zal ik doen, fijn dat je zo snel kunt komen.’
Ik zeg tegen de inspecteur dat mijn collega Mike er binnen een kwartiertje zal zijn. Ondertussen was hij nog even in overleg met de forensische dienst.
Mike woont ook in het financial district dus zijn chauffeur had hem meteen opgehaald waardoor hij er binnen vijftien minuten was. Chauffeurs in onze stad staan immers altijd paraat en wachten standaard op de hoek van iedere straat.
Wanneer Mike aan komt lopen, vraagt hij meteen aan mijn buren of hij eventjes ergens apart met me kan praten.
‘Natuurlijk,’ zei de buurvrouw, ‘dat is geen probleem.’ Op dat moment komt Inspecteur Green er nog even tussendoor en stelde zich voor aan Mike.
‘Mevrouw Winfield, om u nog even bij te praten, we hebben uw hele huis nagelopen en gecontroleerd. Het lijkt erop dat er verder niemand in uw huis is geweest. Ik kan u dus al een beetje geruststellen – ondanks het verschrikkelijke verlies van uw vriendin – dat er geen aanwijzingen zijn dat er verder iets weg is. Waarschijnlijk is ze overvallen en ging het alleen maar om uw auto.’
‘Oké, dank u wel.’
Nu begreep ik er helemaal niets meer van. Waar is Bertram? Hebben ze nog niet in de badkamer gekeken? Het gevoel bekroop me dat ik onmiddellijk weer in zou storten.
Mike merkte dit en stelde me op mijn gemak. Ik barstte in tranen uit. Wat is er allemaal aan de hand. Ze hebben mijn vriendin vermoord! Ze heeft mijn auto geleend terwijl ik niet eens meer weet dat ik hem heb uitgeleend en nu is ze dood!
‘Wil jij mij naar mijn vader brengen?’ vraag ik aan Mike. ‘Ik wil hier onmiddellijk weg. Ik wil niet meer met inspecteur Green praten. Het wordt me allemaal te veel.’
