2,99 €
Siza laat haar familie en haar bestaan op het platteland achter zich om in de leer te gaan bij de plaatselijke barones.
Op die manier hoopt ze ooit zelfstandig een inkomen te kunnen genereren, want op een echtgenoot die haar zal onderhouden, hoeft ze niet te rekenen.
Om voor elkaar te kunnen zorgen als twee vrouwen, volgt haar grote liefde Nesrin dezelfde opleiding bij de barones... Alle hoop op een mooie toekomst wordt echter al gauw de grond ingeslagen. Nesrin vertelt Siza dat er zelden iets wordt teruggehoord van de meisjes die de opleiding bij de barones voltooien.
En wat is die opvallende wolk van magie die rond Barones Bathory lijkt te hangen?
Siza en Nesrin zullen snel moeten handelen als zij hun eigen leven en dat van de andere meisjes willen redden.
Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:
Seitenzahl: 98
Veröffentlichungsjahr: 2022
Barones der doden
Britt Zwijnenberg
Barones der doden
is een uitgave van
De Boekenvos
Paperbackeditie via Dutch Venture Publishing
Copyright © 2022 De Boekenvos
Auteur: Britt Zwijnenberg
Omslagontwerp: Jen Minkman
Tekstredactie: Rianne Werring & Femke De Vos
Eerste uitgave februari 2022
NUR 285
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Titelpagina
Copyright Pagina
Proloog
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 9
Hoofdstuk 10
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 12
Hoofdstuk 13
Hoofdstuk 14
Met een kleine glimlach rond haar roze lippen kijkt Elizabeth toe hoe twee van haar bediendes het jonge meisje ondersteboven vasthouden. In dunne straaltjes stroomt het bloed uit haar afgehakte nek het witte, porseleinen bad in.
Ze laat haar adem ontsnappen en voelt de magie die in het bloed van het jonge meisje schuil gaat. Het is een tinteling in haar vingers, het gevoel van kracht en jeugdigheid. Straks wordt dat gevoel enkel sterker.
Hoe jonger het meisje, hoe puurder het bloed, hoe sterker de kracht die erin zit. Het bad van vandaag zal haar extra goed doen, want de dorpelingen hebben een meisje van amper tien jaar naar haar toe gestuurd.
Domme ouders... Ze komen hier nooit achter, blijven altijd geloven in het sprookje dat ze hen voorhoudt. Opstanden geven enkel stress en dat is slecht voor haar tere huid. Dan moet ze nog meer badderen.
‘Barones!’ De stem van Janos trekt Elizabeth uit haar overpeinzingen. De gespierde, zongebruinde jongeman legt het lijk voorzichtig op de zwarte tegels van de vloer, vlak naast het afgehakte hoofd, waarvan de grijze ogen naar het hoge plafond staren.
De rossige haren van het meisje zijn niet zo mooi rood als haar bloed. Niet zo diep, zo intens, zo golvend. Toch krijgen ze een gouden gloed in het licht dat door het enige raam in de kamer naar binnen valt. Een rond gat met het motief van een bloem in glas-en-lood.
Het zit te hoog voor één van de andere meisjes of de niet-ingewijde bediendes om doorheen te kunnen gluren wat hier gebeurt, maar groot genoeg voor de barones en haar helpers om precies te kunnen zien wat zij doen in het namiddaglicht.
‘Bedankt, Janos en Oliv,’ mompelt ze. ‘Het bad ziet er weer heerlijk en goedgevuld uit. Mooie textuur en kleur. Jullie hebben duidelijk niet veel water gebruikt om het aan te lengen. Drie meisjes, toch?’
Haar blik glijdt naar de eikenhouten kasten aan de muren, waar ze de gemummificeerde resten van haar jonge slachtoffertjes bewaart. Anderen kunnen het luguber noemen, maar zij ziet het als een eerbetoon voor hen die hun leven hebben gegeven om haar krachtiger te maken.
Misschien heeft ze op een dag genoeg kracht om de macht van haar man over te kunnen nemen en eindelijk te ontsnappen aan de ondergeschikte positie van de vrouw, altijd gedoemd tot huishoudelijke taken. Gelukkig is hij nu een aantal weken op handelsmissie, waardoor ze haar praktijken gemakkelijker ongezien kan uitvoeren.
‘Vier,’ antwoordt Oliv. Deze laatste is een extraatje. ‘Elke ochtend als ik haar kamer binnenkwam om haar te helpen met aankleden, bleef ze zeuren dat ze eindelijk aan haar opleiding wilde beginnen.’ Een kleine twinkeling verschijnt in Olivs ogen. ‘Hoe kon ik, als haar trouwe dienstmeisje, de grote wens van een klein meisje niet in vervulling laten gaan?’
‘Hmm...’ mompelt Elizabeth peinzend. ‘In de lessen die ik geef, leek ze altijd rustig. Als je maar niet vergeet de ouders te betalen voor hun dochter. Ik wil geen lastige vragen omdat onze boekhouding niet klopt.’
Ze wijst haar bedienden dat ze één van de boeken op een bureau bij de deur mee moeten nemen. Daarin houden ze de namen, leeftijden en bedragen van alle meisjes bij, buiten het zicht van haar man, natuurlijk. Daarna stuurt ze hen met een wapperend gebaar van haar hand de kamer uit.
Ze wacht tot ze met het kasboek onder hun armen weglopen en de zware houten deur dichtvalt. Ze hoort hoe ze krakend en piepend de sleutel in het slot draaien. Een garantie voor privacy. Niemand zou een vrouw in haar badkamer moeten begluren.
Met de zachte, donkerblauwe stof van haar jurk ruisend om haar benen, loopt ze naar het bad, laat ze haar vingers over de rand glijden. De lichtblauwe wolk om haar heen pulseert met energie. Als ze goed kijkt, kan ze er een vinger uit opmaken. Een been, een neus, een paar ogen. In ieder geval zijn de vier meisjes straks niet alleen.
Ze zou willen dat ze deze geesten kon inzetten om de positie van haar man af te pakken, maar ze heeft hen vermoord en ze zullen zich waarschijnlijk tegen haar keren als ze het zou proberen. Nee, ze kan het beter bij bloedmagie houden en de woedende geesten zoveel mogelijk onder controle houden.
Kalm en beheerst laat ze haar linkervoet in het rood zakken. Als anderen het zouden zien, zouden ze haar misschien bang noemen, maar niets is minder waar. Elizabeth geniet van elk moment. Van de tinteling die de bloedmagie geeft zodra die haar lichaam intrekt, haar huid verjongt en soepel maakt, die kracht naar haar pezen en spieren stuurt.
Steeds verder zakt ze weg in de lichtrode vloeistof. Bloed, aangelengd met genoeg water om een compleet bad te vullen. Ze laat het mengsel in haar haren trekken, dat door deze behandeling veerkrachtig en glanzend wordt. Het bad is zelfs nog een beetje warm.
Met een tevreden zucht blijft ze liggen in de schemerige ruimte. Stofdeeltjes en schimmen van geesten glinsteren in het licht en de kasten en bureaus werpen schaduwen op de zwarte vloer. Wanneer het precies gebeurt, weet ze niet, maar ze voelt hoe de geesten van de vier meisjes met wie dit bad is gevuld, zich bij de rest voegen. Het is een gevoel dat ze het best kan omschrijven als prikkend en jeukend.
Ze trekt haar arm uit de rode smurrie en pakt het mes dat op een rond glazen tafeltje naast haar bad staat. Het ijzeren blad is scherp en zoemt van de magie. Het heft is ingelegd met parels, robijnen en andere waardevolle stenen.
Haar bloedmes. Gevuld met eeuwenoude dodenmagie, die jaren geleden door haar ouders is verboden, maar die zij nog steeds gebruikt. Het mes is in staat om de kracht uit het bloed van jonge meisjes te trekken wanneer ze worden geofferd. Het is haar waardevolste bezit. Ze laat het mes op haar buik rusten, zoals ze dat altijd doet tijdens haar bad.
De lichtblauwe wolk van tientallen geesten danst om haar heen. Voor altijd zijn ze aan haar verbonden, maar het is een offer dat ze graag overheeft voor de kracht en vitaliteit die hun bloed haar geeft. Kracht waarmee ze zich over een tijdje eindelijk onafhankelijk van haar man kan maken.
Gestorven door dit mes is verbonden aan dit mes. En dus aan haar. Dodenmagie op zijn krachtigst. Bloedmagie en geestenmagie gecombineerd.
‘Bedankt voor jullie offer,’ fluistert ze de donkere kamer in, voor ze zich helemaal onderdompelt.
Voor de laatste keer sla ik mijn armen rond mijn moeders bolle buik en tranen stromen over mijn wangen. Ik heb hier goed over nagedacht, blijf ik mezelf inpeperen, maar waarom voelt het zo verkeerd?
De zon schijnt en vogels fluiten alsof het de gewoonste dag van de wereld is. Alsof dit niet de laatste keer is dat ik mijn ouders zie. Verderop ratelt over de zandweg de koets die me mee zal nemen naar het paleis van baron en barones Bathory, hoewel op dit moment alleen de barones daar aanwezig is. Een week geleden is de baron met veel fanfare vertrokken op handelsmissie. De hoge eikenbomen in onze tuin zorgen voor verkoeling en de zoom van mijn simpele roze jurk wiegt mee op een zomerbries.
‘Ik ga je missen, Siza,’ fluistert mijn moeder in mijn donkere haar. Haar stevige vingers kroelen er doorheen. ‘Wij allemaal. Ik, je vader, Cassandra... Ook al is ze nu bij haar verloofde.’
Een steek van pijn. Gisteren heb ik al afscheid genomen van mijn oudere zus. Ze drukte me op het hart dat ik mijn gevoel moest volgen, dat ik de liefde achterna moest gaan, net zoals zij dat deed.
‘Je hebt er lang en goed over nagedacht,’ vertelde ze me, zittend op de rand van mijn bed, onze handen in elkaar gevlochten. ‘Nesrin heeft dit misschien in een halve dag besloten, maar jij hebt er een maand over nagedacht, alle voors en tegens tegen elkaar afgewogen.’
Ze drukte een kus op mijn wang, terwijl door het kleine raampje de laaghangende zon een gouden gloed over haar bronzen huid wierp. ‘Je maakt de juiste keuze en we staan allemaal achter je.’
Iets tot in de details plannen en het daadwerkelijk uitvoeren zijn twee compleet verschillende dingen. Ik begraaf mijn gezicht in mijn moeders boezem en als ik opkijk, zitten er overal natte plekjes op het katoen van haar bruine jurk.
‘Ik ga jullie ontzettend missen,’ mompel ik. Met een arm nog steeds rond mijn moeder geslagen, zoekt de andere mijn vader en ik trek ook hem in onze omhelzing. Zijn zwarte baardje en snor tintelen tegen mijn huid.
‘Je maakt de juiste keuze, lieverd,’ vertrouwt hij me toe, ook al merk ik dat zijn stem beeft. ‘Aangezien jullie twee meisjes zijn, is het alleen maar handig dat jullie allebei een inkomen hebben, aangezien het veel minder zal zijn dan dat van een man.’ Hij trekt me steviger naar zich toe. ‘Geef haar een dikke kus als je haar ziet. Jullie zijn zo lief samen...’
‘Pap...’ lach ik door mijn tranen heen.
‘Ach, mag ik nu ook al niet meer zeggen dat jullie schattig zijn samen?’ Hij knijpt in mijn wang en ik lach nog harder.
Tussen het gelach en het geborgen gevoel schuilt opnieuw die andere gedachte. De laatste keer.
Met een klap slaat de donkerbruine deur van het rijtuig dicht. De koetsier in zijn nette pak loopt richting de bok, waar een ingespannen zwart paard staat te trappelen om verder te lopen. Zo snel als ik kan, duw ik de fluwelen gordijntjes die mijn zicht belemmeren aan de kant.
Vaag hoor ik de voetstappen van de koetsier, maar mijn aandacht is nog bij het kleine huisje aan de hoofdweg van ons dorp. Arm in arm staan mijn ouders voor ons huis. Bij mijn vader lopen de tranen over zijn wangen, die mijn moeder teder van zijn gezicht veegt. Ze praten tegen elkaar, maar door het glas van het raam en de trappelende hoeven van het paard versta ik hun woorden niet.
Rook komt uit de bakstenen schoorsteen, ongetwijfeld van de zwartgeblakerde ketel die boven het vuur hangt. De ketel waar ons avondeten in pruttelt. Nee, verbeter ik mezelf, hún avondeten.
Gisteren heb ik voor de allerlaatste keer van mijn moeders kookkunsten genoten. Opnieuw schiet een steek door mijn buik en niet voor het eerst vraag ik me af of ik de juiste keuze heb gemaakt. Als een mantra herhaal ik me de woorden van mijn ouders en mijn zus.
Jij hebt er een maand over nagedacht, alle voors en tegens tegen elkaar afgewogen.
Geef haar een dikke kus als je haar ziet. Jullie zijn zo lief samen...
Met een schok zet de koets zich in beweging. Zand stuift op onder de houten wielen en al mijn aandacht gaat weer richting mijn ouders. Ik voel een onbeheersbare drang om hun gezichten voor altijd in mijn geheugen te prenten.
