Inhoud
Colofon 2
Oma Jennie 3
De kleine beer 7
De naam van de kleine beer 15
Aan de grote tafel met een kopje thee 22
De auto en Zack 29
Zack en de tractor 38
Zack en de zonnebloemen 53
Gaat Zack Logeren? 67
Zack leert schilderen 70
Zack gaat naar Rotterdam 76
Colofon
Alle rechten op verspreiding, met inbegrip van film, broadcast, fotomechanische weergave, geluidsopnames, electronische gegevensdragers, uittreksels & reproductie, zijn voorbehouden.
© 2020 novum publishing
ISBN drukuitgave:978-3-99107-220-1
ISBN e-book: 978-3-99107-221-8
Lectoraat:Ine van Gerwe
Vormgeving omslag:J. van Klaveren
Omslagfoto, lay-out & zetting:novum publishing
Afbeeldingen: J. van Klaveren
www.novumpublishing.nl
Oma Jennie
Het is nacht. Oma Jennie ligt in haar bed, maar ze kan niet slapen.
De maan schijnt helder. Door een stukje open gordijn valt een verlichte streep maanlicht op het bed. Nadat oma zich wel drie keer omgedraaid heeft, stapt ze uit bed. Ze gaat naar de keuken en zet een ketel water op het vuur voor een kopje thee.
Even later gaat de fluit van de ketel. Oma schenkt het hete water in een glas en hangt er een builtje thee in. Ze gaat aan de grote tafel zitten waar haar naaimachine staat. Deze had ze de vorige dag laten staan. Ze nipt van haar hete thee en raapt de stukjes stof bij elkaar die op tafel liggen. Deze stukjes zijn over van de beer die nu naar haar kijkt.
Gisteren heeft oma een teddybeer gemaakt. Deze beer moet alleen nog een vestje hebben. Oma is van plan om dat morgen te gaan maken. Oma’s gedachten dwalen af. Zal ze van de restjes stof een heel klein minibeertje maken? Ze tekent op een klein stukje papier een minipatroontje van een beertje.
De stukjes stof passen daar precies op. Oké, zei oma, dat zal wel gaan. Ze knipt de stukjes stof heel precies uit. Kijk, daar liggen de armpjes, beentjes, oortjes en het lijfje op de tafel. Met naald en draad zet oma de stukjes stof aan elkaar vast. Even later ligt daar een heel klein minibeertje op tafel.
Hij moet wel lachen want daar houdt oma Jennie van! Een boze beer is niet leuk. Al de beren van oma hebben een vriendelijk gezicht! Allemaal mensen uit de omgeving vragen daarom aan oma of zij een beer voor hun pasgeboren kindje kan en wil maken, omdat ze zo vriendelijk kijken. Nu ligt er een heel klein minibeertje op tafel; deze kleine beer moet alleen nog een mond, ogen en een neus krijgen. Oma Jennie kijkt op de klok en geeuwt. Ik kan nog een paar uurtjes slapen, denkt ze. Ze doet het licht uit. Het is donker en stil in de kamer. Wat oma niet weet, is dat er vreemde dingen gaan gebeuren met het kleine minibeertje.
De kleine beer
Aan de hemel glinsteren zeven sterren. Ze branden van ongeduld. De Kleine Beer wil al heel lang naar de aarde en nu ziet hij zijn kans schoon. Daar op tafel bij oma Jennie ligt een klein beertje en die is precies goed, dacht de Kleine Beer. De oma die het beertje gemaakt heeft, is de oma waar je altijd wel zou willen logeren. Ze is altijd vrolijk! Dat heeft de Kleine Beer al lang vanuit de hemel gezien. Het moet nú gebeuren, voordat de zon opkomt, denkt de Kleine Beer. Je weet nooit wanneer er zich weer een kans voordoet. Het moet windstil zijn en er mogen geen wolken zijn. Daarom is het nu perfect, denkt de Kleine Beer, er is nu geen wolkje aan de lucht!
De Kleine Beer kijkt om naar de Grote Beer. Die fonkelt een stukje verderop. Die is zo bezig met fonkelen. “Ze zal het niet merken,” denkt de Kleine Beer. De Kleine Beer telt tot drie en laat zijn zeven sterren naar beneden glijden. Ze gaan sneller en sneller, de Kleine Beer wordt er duizelig van!
De melkboer wil melk gaan rondbrengen. Hij ziet verbaasd dat er zeven sterren vanuit de hemel, achter elkaar, naar beneden naar de aarde glijden. “Dat in deze tijd; het is nog niet eens augustus!” In augustus heb je een sterrenregen, maar zeven sterren achter elkaar, dát had hij nog niet eerder gezien!
Hij schudt zijn hoofd en kijkt nog een keer naar de hemel. Hij ziet niets. Hij schudt nog eens zijn hoofd. Hij had toch echt die sterren gezien, toch? Of had hij het zich verbeeld? Hij krabt zich onder zijn pet en pakt een fles melk. Hij moet opschieten, want zijn klanten willen verse melk bij het ontbijt. Fluitend volgt de melkboer zijn weg langs de deuren van zijn klanten. Bij elke deur zet hij een fles melk. Ook bij oma Jennie die nog heerlijk ligt te slapen.
Met zeven plofjes vloog het sterrenstof van de Kleine Beer in de teddybeer die op tafel bij oma Jennie lag. De kleine beer rekte zich uit en keek om zich heen. “Wat is het hier leuk,” dacht hij. Nu maar wachten op oma Jennie.
Oma werd wakker: “O, is het al zo laat!” Ze glijdt uit bed en schuifelt naar de keuken waar ze een ketel met water op zet. Ze loopt naar de deur en pakt de fles melk die de melkboer bij de deur heeft gezet. “Een kopje oploskoffie zal me goed doen,” denkt oma. Ze heeft een zwaar hoofd van de diepe slaap waar ze, na het maken van haar kleine minibeer, in was weggezakt. Het kleine beertje kijkt over de rand van de naaimachine, die op tafel staat. “Waar blijft oma Jennie nou?” Maar daar moet de kleine beer nog even op wachten.
Oma heeft haar kopje koffie op en gaat lekker in bad. Ze heeft een drukke dag voor de boeg. Na het bad wil ze boodschappen gaan doen. Daarna is ze van plan om in de middag de beertjes af te maken. Maar eerst gaat oma het vestje maken van de grote beer, want die wordt vanavond opgehaald.
Oma kijkt op tafel naar de kleine beer; wat ziet ze nu? De kleine beer is van kleur veranderd! “Hoe kan dit nu,” vraagt oma Jennie zich af. Ze loopt naar het kleine beertje toe en pakt hem op. Ze draait het beertje om en om, verder ziet oma niets anders dan dat de kleur veranderd is. De grote beer die op tafel staat, is nog precies hetzelfde. “Nou ja,” denkt oma, “okergeel is ook een goede kleur. Maar het is wel raar.” Het zit oma niet lekker. Ze zet de kleine beer weer op tafel en pakt de boodschappentassen. “Als ik straks thuiskom, maak ik de beren af. Dan krijgt de kleine beer de neus, mond en ogen.” Oma Jennie kan niet wachten om eraan te gaan beginnen! Eerst gaat ze boodschappen doen, ze heeft namelijk een heel lijstje dat ze moet afwerken.
Oma Jennie start haar auto en rijdt naar de supermarkt. In de supermarkt pakt ze een karretje en doet daar snel alle boodschappen in. Ze heeft een beetje haast, ze wil namelijk graag naar huis. Oma krijgt het kleine beertje maar niet uit haar hoofd. Bij de kassa legt ze de boodschappen op de loopband om ze af te rekenen. Oma is zo met haar gedachten bij het kleine beertje, dat ze zonder afrekenen weg wil lopen! “Heee,” roept de kassière, “mevrouw, u vergeet af te rekenen!”
“O sorry,” zegt oma blozend, “ik zit met mijn hoofd ergens anders.” Na het afrekenen pakt oma de boodschappen en holt naar de auto, oma wil zo snel mogelijk naar huis. Ze wil heel graag verder werken aan de beertjes.
Thuis aangekomen kijkt oma eerst op de tafel waar de beren liggen. De kleine beer is nog steeds okergeel. Eerst de boodschappen opruimen, denkt oma, daarna aan de slag!
Na het opruimen van de boodschappen, gaat oma Jennie aan tafel zitten en pakt ze naald en draad. Ze maakt de ogen, de neus en natuurlijk ook de mond. Bij de mondhoeken zorgt oma ervoor dat ze iets omhoog staan, zodat de beer lacht en een vriendelijk gezicht heeft. Bij het maken van een berengezicht is het altijd afwachten hoe een gezicht wordt. Elke beer is anders en elk berengezicht is ook anders. Oma vindt dit het leukste van beren maken, want dan krijgen ze een ziel. Zo, nog een laatste steek en dan is het gezichtje van de kleine beer klaar. “O, wat een schatje ben jij,” denkt oma Jennie. Ze zet de kleine beer in de boekenkast: “Zo, kleine beer, jij mag hier zitten.” De kleine beer vindt het een mooie plek. Toch is hij vastbesloten om meer te gaan bekijken. De kleine beer vindt alleen dat het voor nu wel even goed is, hij heeft tenslotte een lange reis achter de rug. Het is misschien wel even verstandig om rustig aan te doen. Kleine beer gaat lekker zitten en dommelt weg.
Boven in de hemel heerst er paniek; de sterrenwacht heeft alarm geslagen omdat er zeven sterren uit de hemel verdwenen zijn, ze zijn gewoon helemaal weg! Het sterrenteken de Kleine Beer is weg! Alle professoren zijn met spoed opgeroepen om zich hierover te buigen; het is een raadsel! Bij NASA gaan ze zelfs een groot onderzoek doen!
Wat niemand weet, is dat de Kleine Beer heerlijk ligt te slapen in de boekenkast van oma Jennie!
De naam van de kleine beer
Oma Jennie zit aan de grote tafel met een grote stapel boeken voor zich. Het zijn boeken met namen voor jongens en meisjes. In het boek staan ook de betekenissen van de namen. Oma vindt het belangrijk dat een beer een goede naam krijgt. De knuffelbeer staat keurig bij oma op tafel. Naast de knuffelbeer ligt een rol cellofaan, een klos touw en een stapel labeltjes. Oma pakt de knuffelbeer en legt die in het cellofaan, knipt een stukje van het touw en schrijft een naam die ze voor de knuffelbeer verzint, op het label. Aan de achterkant van het label komt de naam van oma Jennie, zodat iedereen weet wie de beer gemaakt heeft. “Zo,” denkt oma, “het is de 25stebeer, dus dan krijgt hij als beginletter van zijn naam de 25steletter van het alfabet, dus deze beer krijgt de letter ‘Y’.“
Oma opent het boek met de namen voor jongens en meisjes en zoekt achterin bij de letter ‘Y’. “Dat wordt moeilijk,” denkt ze. Al gauw valt haar oog op de naam Yentl. De naam Yentl betekent ‘beleven’. “Die past wel bij de beer,” denkt oma.