De Naam van God - Elly Lagendijk - E-Book

De Naam van God E-Book

Elly Lagendijk

0,0
10,99 €

-100%
Sammeln Sie Punkte in unserem Gutscheinprogramm und kaufen Sie E-Books und Hörbücher mit bis zu 100% Rabatt.

Mehr erfahren.
Beschreibung

Het begon met een visioen, rechtsreeks vanuit de "andere" wereld de wereld van bovennatuurlijke aard die niet aan de aan ons bekende natuurwetten voldoet van goddelijke oorsprong waar God met de naam IK BEN, JAHWEH regeert met wonderen en tekenen de wereld van engelen de wereld waar wij vandaan komen die wij hebben verlaten de wereld van God, die zei: "Er zij licht" die het heelal deed ontstaan die onze aarde vorm gaf waar God mens en dier tot leven riep de wereld van waaruit God ons zijn "tien geboden" gaf hoe hij zag dat de mens ontspoorde en waar de "gevallen engel" macht over ons kreeg waar God spijt kreeg over zijn schepping toch een plan bedacht om ons te redden en als mens, als Jezus, op aarde kwam de wereld vanwaar Jezus weer zal terugkomen van waaruit God Zijn Plan zal voltooiïen en van de aarde weer een Paradijs gaat maken de wereld van God, die straks één wordt met deze aarde de wereld waar wij naar toe zullen terugkeren.

Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:

EPUB
MOBI

Seitenzahl: 417

Veröffentlichungsjahr: 2020

Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



Inhoud

COLOFON 2

DANKBETUIGING 3

VOORWOORD 4

INLEIDING 6

HOOFDSTUK 1 11

DE BIJBEL EN GODS PLAN 11

HOOFDSTUK 2 13

DE BIJBEL EN DE UITVERKIEZING VAN ISRAËL 13

HOOFDSTUK 3 18

DE BIJBEL, SCHEPPING EN EVOLUTIE 18

HOOFDSTUK 4 33

DE BIJBEL EN DE HOF VAN EDEN, ZONDEVAL, PARADIJS 33

HOOFDSTUK 5 50

DE BIJBEL EN HET OFFER VAN JEZUS CHRISTUS 50

HOOFDSTUK 6 58

DE BIJBEL EN HET DODENRIJK 58

HOOFDSTUK 7 89

DE BIJBEL, INCARNATIE, REÏNCARNATIE EN KARMA 89

Hoofdstuk 8 118

DE BIJBEL EN DE ENGELEN 118

HOOFDSTUK 9 138

DE BIJBEL, SATAN, GEVALLEN ENGELEN, DEMONEN 138

HOOFDSTUK 10 162

DE BIJBEL EN DE ‘OPNAME VAN DE GEMEENTE’ 162

HOOFDSTUK 11 179

DE BIJBEL EN WONDEREN 179

HOOFDSTUK 12 187

DE BIJBEL, ASTRONOMIE EN ASTROLOGIE 187

HOOFDSTUK 13 205

DE BIJBEL, BEWONERS VAN ANDERE PLANETEN 205

HOOFDSTUK 14 222

DE BIJBEL, JEZUS’ WEDERKOMST EN HET DUIZENDJARIGE VREDESRIJK 222

HOODSTUK 15 239

DE BIJBEL EN VEGETARISME 239

HOOFDSTUK 16 257

DE BIJBEL EN SEKSUALITEIT 257

HOOFDSTUK 17 269

DE BIJBEL EN ALVERZOENING? 269

HOOFDSTUK 20 276

DE BIJBEL EN ‘GOD ZIEN’ 276

BRONNEN 288

COLOFON

Alle rechten op verspreiding, met inbegrip van film, broadcast, fotomechanische weergave, geluidsopnames, electronische gegevensdragers, uittreksels & reproductie, zijn voorbehouden.

© 2020 novum publishing

ISBN drukuitgave:978-3-99064-827-8

ISBN e-book: 978-3-99064-828-5

Lectoraat:Ine van Gerwe

Vormgeving omslag: Bearvader | Dreamstime.com

Omslagfoto, lay-out & zetting:novum publishing

www.novumpublishing.nl

DANKBETUIGING

Een woord van dank aan allen, die op welke manier dan ook hebben meegeholpen of enthousiast de ideeën voor dit boek hebben aangehoord. Vooral dank ik mijn dochter, Elisabeth Lagendijk, die heeft geholpen om het geheel begrijpelijk te maken en mij heeft bijgestaan om het hoofdstuk over astrologie gestalte te geven.

VOORWOORD

De naam van God.

De eerste titel van dit boek is van groot belang. De naam van de God van de Bijbel, zoals Hij zichzelf bekendmaakt aan Mozes, luidt:JHWH.

En het betekent: ‘IK BEN’.

Deze ‘IK BEN’ is ‘HET ZIJNDE, HET BESTAAN, JHWHISdus; Hij bestaat.

Belangrijk: het begrip ‘god’ is een soortnaam. In het Onze Vader bidden we: Uw NAAM worde geheiligd. Dan is het ook nodig te weten wat Zijn naam dan wel is.

Het is deze God, JHWH, die zich aan de mensheid openbaarde inJEZUS.

Daarmee heeft God iets groots gedaan, want door Jezus’ offer aan het kruis wordt onze goddeloosheid tenietgedaan. Goddeloos, dat is letterlijk: zónder God – alles wat de mens doet zonder God is zonde, dat … mist het doel en brengt lijden voort. Zonden van verleden, heden en toekomst; dat is enigszins te vergelijken met hetgeen in het Sanskriet met het woord KARMA wordt aangeduid. Jezus neemt Gods boosheid vanwege onze zonden, ons karma op zich en daarmee de GEVOLGEN ervan. Dat wil zeggen: indien je dat aanneemt, indien je zijn offer aan het kruis aanneemt, indien jeJezus als redderaanneemt.

‘God en de oerflits, Jezus en het dodenrijk, de Bijbel en astrologie, God zien’.

Na herhaalde malen de Bijbel te hebben gelezen, ontdekte ik dat bovengenoemde onderwerpen wel degelijk een rol spelen, zelfs een belangrijke.

Als je hierover meer wilt weten, lees dan dit boek als een soort voorwoord, nog beter als een soort nawoord, maar lees vooral de Bijbel zelf. De Bijbel is geen sciencefiction, geen verhalenbundel, geen sprookjesboek, het is de geprofeteerde Waarheid, samengevat, gepropt bijna, in een boek van zo’n 1000–1500 bladzijden.

Om Gods Plan met ons te ontdekken is het belangrijk om de Bijbel in zijn geheel te lezen, van begin tot eind, van Genesis tot Openbaring. Het lezen gebeurt vaak stukje bij beetje, ook interessant, maar dan ontgaat je de Rode Draad – het Plan van JHWH met Zijn schepping.

Verwacht geen zoete roman, het gaat over strijd, lichamelijk en geestelijk.

INLEIDING

Om dit boek te kunnen begrijpen, is het sterk aan te raden, om óf van te voren, dan wel naderhand de Bijbel te lezen. Hierbij is eenmaal echt onvoldoende, dit vanwege het feit dat er zo ongelooflijk veel in staat.

Dit boek is geschreven om de lezer belangstelling en liefde bij te brengen voor de Bijbel. En ook om te getuigen van Gods bemoeienis met ons. God is liefde; Hij is rechtvaardig en Hij kent goed en kwaad (Genesis 3:22).

Het is niet zozeer bedoeld als een wetenschappelijke/theologische verhandeling. De inhoud is ontstaan door het lezen van boeken op allerlei gebied; door ervaring, door uitwisseling van gedachten, door bezinning en bovenal door in gebed om de leiding van Gods Geest – de Heilige Geest – te vragen bij het schrijven ervan.

Het gehele boek door zal mijn uitgangspunt dan ook de Bijbel zijn. Mijn belangrijkste reden hiervoor is het feit dat ik ontdekte dat hetgeen door de profeten daarin is voorzegd, daadwerkelijk gebeurde, gebeurt enzalgebeuren.

Dit geeft de betrouwbaarheid van dit Heilige Boek aan.

God zelf laat het door de profeet Jesaja als volgt verwoorden:

Jesaja 46:8–11

“Gedenkt de eerste dingen van lange tijd geleden, dat Ik de Goddelijke ben, en er is geen andere god, noch iemand gelijk Mij; die van het begin af de afloop vertelt, en van oudsher de dingen die (nog) niet gedaan zijn;

Die zegt: Mijn raad zal tot stand komen en al Mijn welbehagen zal ik doen…”

Door middel van de profetieën uit de Bijbel bewijst God ons Zijn bestaan doordat ze uitkomen. Om dat te ontdekken is het noodzakelijk om de gehele Bijbel te lezen. Zowel het Oude als het Nieuwe Testament. Er loopt van Genesis tot Openbaring een rode draad en die wordt zichtbaar naarmate je je meer in de materie verdiept.

Terwijl de Bijbel dus mijn fundament is, wil ik de onderwerpen uit dit boek met een open en ruime geest behandelen. Op een manier die wellicht andere, nieuwe inzichten biedt, zonder dat er iets van Gods Woord wordt toegevoegd of weggelaten.

Uit het dagboek “Jezus Spreekt”, deel 2, citeer ik: “Onze geest kan niet worden samengeperst in de versleten kruiken van louter farizese tradities”.

Welnu, in die geest is dit boek geschreven.

De studie van de Bijbel is voor mij begonnen, nadat ik een rechtstreeks visioen van Boven ontving. Het ging als volgt:

Ik werd wakker en voor mijn ‘geestesoog’ verscheen een groot, wit scherm. Het werd langzaam van boven naar beneden uitgerold. En daarop kwamen deze tekens:DEUT: 28:2. Met verbazing keek ik ernaar – en toen verscheen het voor de tweede maal. Door mijn christelijke achtergrond wist ik dat dit een tekst aangaf uit het boek Deuteronomium in de Bijbel. Aangezien ik geen Bijbel in huis had, ben ik snel naar een boekwinkel gegaan en sloeg een Bijbel open bijDeuteronomium hoofdstuk 28 vers 2.

En tot mijn grote verwondering stond daar het volgende:

“En al deze zegeningen zullen over u komen, indien gij blijft luisteren naar de stem van JHWH, uw God”

In de tijd dat mij dit overkwam was ik verdiept in yoga en transcendente meditatie (TM). Hevig op zoek naar geestelijk leven. Weggegaan bij TM toen ik daar een leraar hoorde zeggen: “God bestaat niet”. Van binnen wist ik dat God wél bestaat.

Het visioen met de prachtige tekst sloeg in als een bom. Ik had allerlei boeiende, spirituele boeken gelezen, maar niet de Bijbel, dat wil zeggen:niet zelf. Wat ik van de Bijbel wist, was te danken aan mijn ouders, familie, onderwijzers, dominees, enzovoorts – uit mijn jeugd dus. En ik beschouw dit visioen dan ook als een zeer directe vingerwijzing van God, zoiets als… en nuBEN IK(weer) aan de beurt enMIJN BOEK…(de Bijbel dus).

Dit hoofdstuk uit Deuteronomium is feitelijk gericht aan de Israëlieten. InGenesis 35:9verschijnt God aan Jakob en geeft hem de naam Israël. God zal Israël zegenen als ze luisteren. Niet mis te verstaan! Gods liefde en Gods toorn komen voort uit Zijn rechtvaardigheid – hetvarenvan de juiste koers – en Hij verlangt dat van Zijn schepselen. Godzijdank liet Hij mij vers 2 zien, waar wordt gesproken over zegeningen! Duidelijk op voorwaarde dat ik luister en gehoorzaam.

Mijn verlangen was nu om Zijn Woord te gaan lezen, van Genesis tot en met Openbaring. En weer opnieuw, ik kreeg er niet genoeg van, er stond veel meer in dan ik als kind had gehoord, dan wel opgevangen, dan wel begrepen (van grijpen). Mijn verstand stond open om te vatten en te verstaan (vandaar verstand) hetgeen JHWH hierin heeft bekendgemaakt.

Ik besloot te gaan schrijven. Ik ontdekte namelijk dat de Bijbel ongelooflijk veel kennis verschaft over alle mogelijke onderwerpen. Ook over onderwerpen die, voor zover ik heb kunnen nagaan, niet of nauwelijks in kerken en/of christelijke lectuur worden behandeld. Onderwerpen waarvan ik vind, dat ze belangrijk zijn voor iedereen.

Per hoofdstuk behandel ik een onderwerp, alhoewel veel zaken elkaar overlappen en in meerdere hoofdstukken aan de orde komen.

Voor de goede orde, wil ik hier vermelden, dat ik voornamelijk de Bijbel van de Jehova’s Getuigen lees en gebruik. Alhoewel ik niet bij dit genootschap ben aangesloten, vanwege verschil in inzicht – zoals nu eenmaal helaas en vaak het geval is, ook al lezen we uit hetzelfde Woord, zijn er verschillende redenen voor mij om juist deze Bijbel te gebruiken.

Ten eerste vind ik het een goede vertaling, gemakkelijk leesbaar en men heeft getrouw de oude Hebreeuwse, Aramese en Griekse teksten geraadpleegd.

Bovenal zijn bepaalde eigennamen onvertaald gebleven, zoals JHWH (geschreven als Jehova), NEFILIM en TARTARUS (zie betreffende hoofdstukken).

De ‘wijzen’ of ‘koningen uit het oosten’, worden hier bijvoorbeeld terecht ASTROLOGEN (Mattheüs 2) genoemd – zij zagen immers in de sterren waar en wanneer Jezus geboren zou worden (zie betreffende hoofdstuk). En zo zijn er nog meer punten. Een sterk punt bijvoorbeeld van de Jehova’s Getuigen is dat ze weigeren te doden (“gij zult niet doodslaan”) en zij gaan dus niet in dienst. Ook het feit dat zij twee aan twee rondgaan om te evangeliseren (opdracht van Jezus).

Echter op verschillende voor mij essentiële punten kan ik niet met hun Bijbeluitleg meegaan. Het past niet in dit boek om hier verder op in te gaan. Bovendien, het is nu eenmaal zo, dat Bijbeluitleg door middel van welke vertaling ook, al 2019 jaar verschillende visies oplevert.

De Bijbel zegt hierover dat we de totale werkelijkheid van God pas zullen zien als we Hem van aangezicht tot aangezicht ontmoeten. Nu is het nog vaag, en zien we als door een metalen spiegel.

Persoonlijk ga ik ervan uit, dat in al die vertalingen de Bijbel uiteindelijk één weg wijst:de weg naar God via Jezus.

Allerlei spirituele wegen kunnen een mens een heel eind op weg helpen, echter zij leiden niet tot het hoogste doel. De Bijbel leert ons dat elk mens uiteindelijk zal moeten buigen voor het offer van Jezus aan het kruis. Daar is de weg gebaand, de TERUGWEG naar de Vader.

Er staat geschreven dat degene die via een andere weg probeert binnen te komen, is als een dief die via de achterdeur komt. Deze zal worden uitgeworpen. Toch, en dat is één van de redenen voor het schrijven van dit boek – uitgeworpen, ja, om het opnieuw te proberen, hetzij in dít leven, hetzij in een ander leven, hetzij via het dodenrijk. Want ook daar wordt het evangelie gepredikt, zie het hoofdstuk over Het Dodenrijk.

HOOFDSTUK 2

DE BIJBEL EN DE UITVERKIEZING VAN ISRAËL

In hoofdstuk 1 lezen we dat God een plan heeft met ons en in dit hoofdstuk zullen we zien dat Zijn plan gestalte krijgt via het geslacht van Abraham, Izaäk en Jakob. Uit dit geslacht wordt ten slotte Jezus geboren. Jezus wordt verwekt,geschapendoor Gods Geest, de Heilige Geest. De Bijbel vermeldt nadrukkelijk dat Jozef en Maria in ondertrouw zijn en nog géén gemeenschap met elkaar hebben. Vandaar dat er sprake is van de ‘maagdelijke geboorte’.

De engel GABRIËL, Gods boodschapper, verschijnt om dit alles te vertellen; eerst aan Maria en daarna aan Jozef. Later kregen zij ook sámen kinderen op de natuurlijke manier. Jezus kreeg broers en zusters.

Maagdelijke geboorte – onmogelijk? – niet voor God: Hijzelf schiep immers in beginsel de mens. Wij kunnen geen eicellen of zaadcellen scheppen, wel gebruiken/misbruiken. Let op dat onderscheid – iets uit niets scheppen of iets uit iets bestaands maken.Schéppen uit niets, máken uit iets.

Uitverkiezing – een beladenwoord. Dat niet alleen, want als je door God wordt uitgekozen voor een bepaald doel, word je hiermee beladen, letterlijk en figuurlijk. Uitgekozen, uitverkoren zijn, wil zeggen dat God iemand of ook een heel volk kiest om Zijn plan te verwezenlijken. Zijn plan dus om de mensheid die is afgedwaald, weer met zich te verenigen, te verzoenen – door hetzoenoffer van Zijn Zoon.

De oorspronkelijke betekenis van verzoenen is: weer in orde maken. God wil het weer in orde maken met ons. De Bijbel is HÉT BOEK, waarin dit wordt geopenbaard.

De naam Israël wordt aan Jakob gegeven te Pniël, alwaar God hem aanraakt.

Israël betekent‘grote man Gods’.

De Israëlieten zijn de nakomelingen van Jakob, later gesplitst in de twee stammen van Juda en Benjamin (van Juda komt de naam Joden) en de tien stammen van Israël.

In de loop der eeuwen zijn de Israëlieten over de gehele wereld verstrooid. De reden hiervoor is geweest: ongehoorzaamheid aan Gods wetten – vandaar het beladen, belast zijn met de uitverkiezing.

Een belangrijk teken van de terugkomst van Jezus op aarde zal zijn dat het nageslacht van Jakobs zonen – Ruben, Simeon, Levi, Juda, Dan, Naftali, Gad, Aser, Issaschar, Zebulon, Jozef(Juda) en Benjamin – weer terugkeert naar het hun door God beloofde land Israël. Dit is sinds tientallen jaren een bijna dagelijks gebeuren, de terugkeer van honderden en duizenden joden uit allerlei landen.

Een ander teken is de verspreiding van het evangelie wereldwijd; evenals de strijd in en om Jeruzalem. Jezus zal terugkeren vanaf de Olijfberg en via de nu gesloten Oostpoort binnengaan. Er zal dan weer een tempel voor JHWH zijn. De tijd van zijn komst weet niemand.

InMattheüs 24lezen we:

“Van die dag en dat uur weet niemand iets af, noch de engelen, noch de Zoon, dan de Vader alleen. Want net zoals de dagen van Noach waren, zo zal de tegenwoordigheid van de Zoon des Mensen zijn. Want zoals zij in de dagen vóór de vloed waren; zij aten en zij dronken, mannen huwden vrouwen en zij werden ten huwelijk gegeven tot op de dag waarop Noach de ark binnenging, en zij sloegen er geen acht op totdat de vloed kwam en hen allen wegvaagde, zo zal de tegenwoordigheid van de Zoon des Mensen zijn”.

De Bijbel wijst nadrukkelijk op het voor iedereen onbekende tijdstip en ook op het verschijnen van valse messiassen. Als een groep of een enkeling beweert: “Dan en dan komt de Messias”, kunnen we er zeker van zijn dat diegene niet Jezus is en dat de profetie niet van God komt.

In het boek Genesis staat de geschiedenis van Abraham en Sarah. Een geschiedenis die tot op de dag van vandaag van buitengewone betekenis is.

God bezoekt Abraham en Sarah en belooft hun een zoon. Het duurt echter zo lang, dat Sarah ongeduldig wordt en haar slavin aan Abraham geeft. Daaruit wordt dan Ismaël geboren. Ismaël betekent:“God hoort”.Dertien jaar later verschijnt God wederom aan Abraham en belooft dat Sarah over een jaar een zoon zal baren. Een wonder aangezien Sarah niet meer menstrueert en op hoge leeftijd is. Na dat jaar wordt de wettelijke zoon Izaäk geboren. Izaäk betekent:“grote man Gods”.

(In verband met de belofte van een kind over een jaar – zie het hoofdstuk over reïncarnatie).

InGenesis 17 vers 18–22staat Gods belofte aan Abraham omtrent deze twee zonen.

“Daarna zei Abraham tot de ware God: “O, dat Ismaël toch voor uw aangezicht mocht leven”! Waarop God zei: “uw vrouw Sarah baart u inderdaad een zoon en gij moet hem de naam Izaäk geven. En ik wil Mijn verbond met hem oprichten als een verbond tot onbepaalde tijd voor zijn zaad na hem. Maar wat Ismaël betreft, ik heb u gehoord. Zie! Ik wil hem zegenen en wil hem vruchtbaar maken en wil hem zeer, zeer vermenigvuldigen. Hij zal stellig twaalf oversten voortbrengen, en ik wil hem tot een grote natie doen worden. Maar Mijn verbond zal ik met Izaäk oprichten, die Sarah u volgend jaar op deze bestemde tijd zal baren”.

Samenvattend:

ISMAËL  – wordt gezegend en zal zeer talrijk worden.

IZAÄK  – is degene met wie God Zijn verbond zal oprichten.

ISMAËL  – geboren door menselijk ingrijpen/ uit ongeduld over Gods belofte, uit Hagar, de Egyptische slavin.

IZAÄK  – geboren door Gods ingrijpen – om Zijn belofte gestand te doen – uit Sarah, de wettelijke, de vrije vrouw.

Uit het nageslacht van Izaäk worden Jozef en Maria geboren, die Gods Zoon zullen grootbrengen.

De nakomelingen van deze twee zonen stonden destijds en staan nog steeds tegenover elkaar.

We lezen hierover in Genesis 16 vanaf vers 11:

“Voorts zei JHWH’s engel ook nog tot Hagar: ‘Zie gij zijt zwanger, en gij zult stellig een zoon baren en moet hem de naam Isamaël geven; want JHWH heeft omtrent uw ellende gehoord. Wat hem aangaat, hij zal een zebra (soms vertaald door ezel) van een mens worden. Zijn hand zal tegen iedereen zijn, en de hand van iedereen zal tegen hem zijn; en voor het aangezicht van al zijn broeders zal hij verblijf houden”.

Het zijn de Ismaëlieten (onderling) en de Israëlieten, en de strijd zal uitlopen op de laatste strijd,de strijd om Jeruzalem.Deze strijd gaatGod zelf veroorzaken, aanvoeren en winnen.Jeruzalem – stad van de vrede. Let op, er zal eerst nog eenschijnvredekomen. Terwijl ik dit schrijf (oktober 2000 – herhaling oktober 2019) zien we op het nieuws hoe de strijd steeds oplaait en hoe de leiders hun best doen om de vrede te bewerkstelligen. Deze vrede zal tijdelijk zijn.

Nadat God met zijnhemellegeroverwonnen heeft en zo de weg heeft vrijgemaakt, zal Jezus verschijnen –zijn tweede komst naar onze aarde.

Iedereen zal hem zien, hij verschijnt op de wolken, zoals hij destijds ook terugging naar zijn Vader. Deze wolk is een soort energiewolk, waarin Jezus zich manifest maakt, zichtbaar voor onze ogen.

(Zelf mocht ik tweemaal zoiets aanschouwen, vandaar dat ik het weet en mag/kan doorgeven).

Jezus zal gaan regeren op aarde – bekend in de Bijbel alshet 1000-jarige Vrederijk.Hij gaat vrede brengen tussen deze twee broers én vrede op aarde.

De Wederkomst is het op één na laatste onderdeel van Gods Plan. Het laatste deel is het eindoordeel, uitmondend in eennieuwe hemel en een nieuwe aarde,waarin alle ellende, ziekte, kwaad en dood verdwenen zal zijn.

Paulus schrijft hierover en vertelt ons het onvoorstelbare, namelijk dat ten slotte de hele schepping verlost zal worden van devergankelijkheid/sterfelijkheid.

De Bijbel wekt ons op om altijd waakzaam te zijn en naar Jezus’ Wederkomst uit te zien.

Belangrijke tekenen van de Wederkomst:

Het evangelie over de hele wereld verkondigd;

Israël weer zelfstandige staat;

Israëlieten van over de hele wereld terug naar Israël;

Israël bloeit op – wijngaarden, bossen, landbouw, veeteelt, bloemen, planten, fruit;

Jeruzalem weer hoofdstad;

Vijanden rondom – oude vijandschap tussen Izaäk en Ismaël;

Jeruzalem –“zwaar te torsen steen voor alle natiën” – (Zachararia 12:3).

Vermoedelijk zal iedereen die het ‘moet’ meemaken dan op aarde zijn.

HOOFDSTUK 3

DE BIJBEL, SCHEPPING EN EVOLUTIE

In de Bijbel begint het scheppingsverhaal aldus:

Genesis 1:

“In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu bleek vormloos en woest te zijn en er lag duisternis op het oppervlak van de waterdiepte; en Gods werkzame kracht (Gods Geest) bewoog zich heen en weer over de oppervlakte van de wateren. Nu zei God: ‘ER ZIJ LICHT”

Nota bene – eerst komt het licht en dan de knal, zoals bij onweer, dus geen oerknal als begin, maar eenOERFLITS.

In het vorige hoofdstuk zagen we hoe God de persóón Abraham uitkoos, en het vólk Israël. Hier zien we hoe God de planéét aarde uitkiest om Zijn Plan ten uitvoer te brengen. Terwijl er alleen al in ons zonnestelsel ontelbare planeten zijn, die een ontwikkeling als de onze gehad zouden kunnen hebben. Ik kom daarop, omdat op verschillende plaatsen in de Bijbel wordt gezegd, dat door Jezus’ offer de héle schepping van de sterfelijkheid verlost zal worden.

Dus ook andere planeten met mogelijke bewoners? Zie voor meer informatie het hoofdstuk over andere planeetbewoners.

De Bijbel vermeldt uitdrukkelijk dat God de hemel en de aarde in zes dagen schiep. De wetenschap heeft berekend dat dit proces nu al veertien miljard jaar aan de gang is. Nogal een groot verschil en ik kan daar onmogelijk een uitspraak over doen.

Allereerst wil ik beklemtonen dat God almachtig is en in staat om alles in zes dagen tot aanzijn te roepen. God spreekt en het IS er. Ten tweede zijn de dagen genoemd in de Bijbel ook altijd gewoon dagen, zoals wij die kennen, dagen van 24 uur, ongeveer 365 dagen per jaar. En ook een jaar duurt nog steeds even lang als in de tijd dat de Bijbel werd geschreven – de tijd die de aarde nodig heeft om haar baan om de zon te lopen. Aan de andere kant geloof ik ook dat de wetenschap berekeningen heeft gemaakt, waarvan we mogen aannemen dat ze betrouwbaar zijn. We komen hier op het vlak van goddelijke almacht en menselijk kunnen. Er is ongetwijfeld slechts één Waarheid. Degene die dat weet, is God. Voorlopig denk ik dat de Bijbel ons vooral het begin van het ontstaan van DEZE aarde en haar bewoners bekendmaakt en het daaraan voorafgaande openlaat (vergelijk: woest, ledig).

Het Bijbelse scheppingsverhaal gaat samengevat als volgt verder.

1edag – De Bijbel begint op machtige wijze te vertellen dat God alles schept/tot aanzijn roept, Hemel en aarde, licht en duisternis, dag en nacht.

2edag – Scheiding tussen de wateren onder het uitspansel en de wateren boven het uitspansel; het uitspansel heet hemel.

3edag – Wateren onder de hemel in één plaats verzameld tot zeeën, waardoor het droge land tevoorschijn komt, de aarde; dan komt er gras, zaaddragende plantengroei, bomen die vruchten dragen waarin zaad is, alles naar eigen soort/aard.

4edag – Hemellichten, die dienen om scheiding te maken tussen dag en nacht en tottekenenen om tijdperken en dagen en jaren vast te stellen (zie hoofdstuk over astronomie en astrologie); het grootste hemellicht om te heersen over de dag en het kleinste om te heersen over de nacht.

5edag – Levende zielen in het water, zeemonsters en vliegende schepselen in het uitspansel allen naar eigen soort/aard, en ook huisdieren, zich bewegend gedierte, wild gedierte, alles naar zijn soort/aard. God zegent hen en zegt: weest vruchtbaar en wordt tot velen.

6edag – Mensen naar goddelijk voorbeeld als man en vrouw.

7edag – voltooiïng, rust, zegen en heiliging van de dag.

Voor een juist verstaan van wat volgt, citeer ik de schepping van de mens op de 6edag, zoals deze is beschreven in

Genesis 1 vanaf vers 26:

“Verder zei God: ‘laten Wij de mensen maken naar ons beeld, overeenkomstig onze gelijkenis’ … en God ging ertoe over de mens te scheppen naar Zijn beeld, naar Gods beeld schiep Hij hem; als man en als vrouw schiep Hij hen. Voorts zegende God hen en God zei tot hen: ‘Weest vruchtbaar en wordt tot velen en vult de aarde en onderwerpt haar…’”.

Opvallend is hier dat God spreekt over ‘Wij’ en ‘Ons’. Dat zou kunnen betekenen dat Hij spreekt over Zichzelf in meervoud, maar ook dat Hij spreekt namens Zichzelf en Jezus en de andere Godenzonen. Want in het Nieuwe Testament inKolossenzen 1 vers 15staat namelijk dat Jezus de eerstgeborene is van heel de schepping en dat door bemiddeling van hem alle dingen zijn geschapen, zowel in de hemelen als op de aarde!!. En wat betreft andere goden/zonen van God, daar is een apart hoofdstukje aan gewijd, zoals bv inJob 1 vers 6.

Maar dan, inGenesis 2 vers 5begint het opnieuw met de schepping van planten en mens, heel merkwaardig. Ikzelf zie het tegenwoordig zo: God ontwierp Zijn hele plan in oervorm, in een kosmisch ei, waarin alles in potentie aanwezig was en daarna gaat Hij het vormgeven. De vraag, wat was er eerder de kip of het ei, kan dan beantwoord worden met: noch de kip, noch het ei,deideewas er het eerst, de idee van de kip in oervorm, het ei. Vergelijk het met een beeldhouwer: het idee ontstaat in zijn bewustzijn, dan maakt hij een ontwerp en vervolgens geeft hij er vorm aan in de materie of ook: een architect bedenkt een gebouw, tekent het ontwerp, en tot slot wordt het opgetrokken uit ‘stof’, uit materie. Zo ook met de schepping, ze is opgebouwd uit een idee (causaal, vanuit de oorzaak), uit een blauwdruk (astraal, van sterrenlicht) en uit een stoffelijk deel (basaal, vaste grond). Uit de astronomie weten we dat alles is opgebouwd uit sterrenstof, ook wij. In Genesis lees je dat ook, eerst licht, warmte, beweging, kracht, aminozuren, microben, cellen enzovoorts. Langzaamaan ontstaat op deze manier uit ‘chaos’ orde.

Uit de oosterse kennis omtrent de materie leren we dat de ‘stof’ is opgebouwd uit de elementen Aarde, Water, Vuur, Lucht en Ether, van grofstoffelijk naar fijnstoffelijk. En dat is hier van belang om de twee scheppingsverhalen te begrijpen. De eerste vier elementen vinden we weer terug in de astrologie. Het lijkt achterhaald om deze elementen te noemen, echter het tegenovergestelde is naar mijn idee waar.

Ik las hierover in verschillende boeken en één ervan is “De Involutie” van Aris Otzen. Vernieuwend en verhelderend omschrijft hij hoede ziel zich in de materie ‘inwikkelt’en deze gebruikt voor zijn verdere ontwikkeling om ten slotte weer terug te keren in God.

Heel belangrijk en interessant in dit verband is wat er in Prediker staat,Prediker 12gaat over het zwakker worden van het lichaam op een heel dichterlijke manier en dan in vers6 t/m 8 het volgende:

“… voordat het zilveren koord wordt verwijderd, en de gouden schaal wordt verbrijzeld, en de kruik bij de bron wordt gebroken, en het scheprad voor de regenput verbrijzeld is. Dan keert het stof terug tot de aarde, net zoals het geweest is, en de geest zelf keert terug tot de ware God, die hem gegeven heeft”.

Hier dus ook vijf ‘omhulsels’, ook genoemd de ‘aura’.

Koord – etherSchaal – luchtKruik – vuurScheprad – waterStof – aarde

En ook die laatste zin, dat de geest terugkeert tot God, hoe mooi, hoe geweldig.

Iets dergelijks, nog veel sterker, lees je in

1 Korinthiërs 15:2

“Wanneer echter alle dingen aan Hem onderworpen zullen zijn, dan zal ook de Zoon zelf zich onderwerpen aan Degene, die alle dingen aan Hem onderwierp, opdat God alles zij in allen”

Even terug naar de tekst uit

Genesis 2:5

“Er was nog geen struik of plantengroei ontsproten want er was geen regen en er was geen mens om de aarde te bebouwen, wel was er een nevel die uit de aarde opsteeg en de bodem drenkte en daarom ging God ertoe over de mens te vormen uit stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten waardoor deze een levende ziel werd. God plaatste de mens in een tuin in Eden, tegen het oosten…”.

We zien hier dat God nu een mens vormt uit ‘stof’ en later vormt Hij de ‘mannin’ uit een rib van de mens, terwijl we in het eerste gedeelte uit Genesis lazen dat God de mens schept naar Zijn beeld, als man en als vrouw. Aangezien de Bijbel zegt dat God geest is, zou het kunnen zijn dat er aanvankelijk sprake was van geestelijke wezens. Wij waren toen geestelijk en nog niet stoffelijk. Adam is dan het eerste stoffelijke wezen – mogelijk van fijnstoffelijke, etherische stof. Want pas na de zondeval wordt de mens grofstoffelijk – hij krijgt dan pas de naam Adam en Adam zelf geeft zijn vrouw nu de naam Eva, omdat zij de moeder moet worden van al wat leeft. Bovendien krijgen Adam en Eva na de zondeval dan een huid (zoals dierenvellen) zoals wij die nu ook hebben.

Tussen haakjes: inGenesis 5is sprake van een soort combinatie van deze twee verhalen, waardoor mijn stelling ongegrond zou kunnen zijn. We lezen daar:

“Dit is het boek van Adams geschiedenis. Op de dag waarop God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis van God. Als man en als vrouw schiep Hij hen. Daarna zegende Hij hen en gaf hun de naam Mens, op de dag waarop zij geschapen werden”.

Mijn gedachtengang volgend zou je kunnen zeggen dat hier sprake is geweest vandegeneratie, in plaats van evolutie.De mens was eerst goddelijk, geestelijk en werd toen als fijnstoffelijk wezen in de Hof geplaatst en na zijn ongehoorzaamheid aldaar werd hij grofstoffelijk – gebonden aan de materie en onderhevig aan haar wetten. Net als wij nu nog steeds.

In tegenstelling tot hemelse wezens, die onze materie kunnen ‘binnenkomen’ omdat ze niet aan de natuur- wetten gebonden zijn.

Het eerste scheppingsverhaal deelt dan mee hoe de Schepper de ‘blauwdrukken’ van alles ontwierp, het zaad, de kiem, de mogelijkheid en dat dit een bepaalde periode duurde en via een bepaalde volgorde verliep. Hierdoor wordt het Bijbelse scheppingsepos de geschiedenis van wat genoemd kan worden ‘het evolutieproces’. Waarbij ik er vanuit ga, dat Degene die dit proces in gang zette, GODZELF is. De Bijbel zegt:“Het zichtbare werd geschapen uit het onzichtbare”.God en de plaats, de dimensie waar Hij vertoeft is voor onze stoffelijke ogen immers onzichtbaar. Visioenen nemen we waar met onze ‘geestelijke’ ogen – dan wordt ons een blik gegund in die andere wereld. De blauwdruk ging dus vooraf aan het oer-zaad, waaruit alles is ontstaan, waaruit alles is geëvolueerd, waaruit alles is ONTwikkeld, gegroeid, gevormd, het zaad kreeg uiteindelijk vormen. Alles naarzijn soortvolgens het plan van de Schepper. De Bijbel stelt heel duidelijk dat God alles geschapen heeft naar zijn soort; alles volgens een eigengenetische code.De menselijke code is inmiddels in kaart gebracht (februari 20001). In oor/oer-sprong is alles opgebouwd uit dezelfde vier stoffen: Adenin, Guanin, Cytosin en Thymin. Dit zijn de bases voor al wat leeft. Hoe opvallend dat het eerste Bijbelboek dat woordGENin zich heeft, het bestond al voordat de mensheid besefte wat dat kon inhouden.GENesis is het verhaal van het ontstaan van alles dat is, tot aan de menselijkeGENeratie toe. Volgens Darwin zijn we geëvolueerd van de ene soort naar de andere, dus van mineraal, naar plant, naar dier, naar mens. Echter volgens de Bijbel schiep God alles naar soort, naar het bijbehorendGEN. Wat we wel kunnen zien, is dat er per soort verandering kan plaatsvinden, dat er mutaties, veranderingen, aanpassingen mogelijk zijn.

De wetenschap noemt het begin van het heelal dus de oerknal, de oersoep, maar verder dan dat komt zij niet! Wie veroorzaakte die oerknal, wie legde alle potentie erin? De oersoep was echter al ‘zichtbare’ materie. En dat is wat wetenschap onderzoekt, het zichtbare, het materiële. We hebben instrumenten die het kleinste van het kleinste zichtbaar of aantoonbaar maken. Ook weten we inmiddels dat deeltjes soms overgaan in golven, in energie. Sommigen geloven dat God energie is. De Bijbel leert ons nu juist dat God de Schépper is van energie en dat Hij eenPersoonlijkheidis met alle eigenschappen die de mens ook heeft. Want hoe zouden wij naar Zijn beeld kunnen zijn geschapen als personen, terwijl God energie is of een krachtbron. Hij isbron/ontwerpervan alle krachten, niet die kracht zelf. Een kracht zelf heeft geen persoonlijkheid, geen ego, geen ik. Het woord ‘Persoon’ komt van ‘een eigen geluid’ (son) hebben. God sprak en het was er, God gebruikte de juiste klank/ het juiste woord om alles tot stand te brengen. “In den beginne was het Woord”.

Met de huidige Nano-kennis, zitten we nog steeds op materieel niveau, hoe interessant ook.

Darwin heeft op het laatst van zijn leven erkend dat er een Schepper MOÉST zijn, heb ik met ontroering gelezen. Zoals we kunnen zien, is het niet schepping óf evolutie maar schepping én evolutie, én degeneratie. God schiep alles naar zijn soort/aard en naar soort kan er ontwikkeling plaatsvinden.

Die oerknal moet toch ook ergens vandaan zijn gekomen. De wetenschap heeft ontdekt dat het heelal nog steeds uitdijt. Er is dus een begin geweest en of er een einde is … ? De Bijbel beschrijft in het BoekOpenbaringdat de elementen zullen smelten en dat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zullen komen.

In dit verband is het belangrijk dat God zichzelf aan Mozes bekendmaakt als JHWH – IK BEN, van ZIJN, Hij IS, hij is deoerzaak, de veroerzaker. Hij veroorzaakt te worden. Een volgende vraag zou kunnen zijn: zou God zichzelf veroorzaakt hebben? Riep Hij zichzelf tot bewúst zijn Bewustzijn – een interessant woord – wij mensen zijn ons bewust(weten) dat wezijn. Geschapen naar Gods beeld. Vraag: zou God zichzelf veroorzaakt hebben? Riep Hij zichzelf tot bewustzijn, tot bewúst zijn, werd Hij zich bewust dat Hij (er) was? Geen idee, gaat onze pet te boven. Belangrijk voor ons is, dat Hij zichzelf openbaart in de Bijbel door middel van Zijn schepping. JHWH, de Schepper, de IK-BEN van alles dat IS.

Ten onderscheid: de mens kan dingen maken. Dat wil zeggen: hij is in staat iets te maken uit de in het heelal aanwezige materie/energie. Ook als we bijvoorbeeld klonen fabriceren, hebben we daarvoor ingrediënten nodig die al bestaan. De Schepper laat dingen ontstaan uit het niets. Het Latijn heeft twee woorden die hier interessant zijn:genitum (geboren) en factum (gemaakt).In het woord genitum zit weer het woordGENen in factum herkennen we fabriek/maaksel.

De Bijbel beschrijft in het boek Johannes, dat door middel van hetwoordvan God leven is ontstaan. God zegt: er zij licht en hetis, God zegt: er zij eenkosmosen het is, God zegt: er zijtijden het is, enzovoorts.

De wetenschap leert dat ons heelal zo’n veertien miljard jaar geleden is ontstaan; licht dat toen ontstond, bereikt ons nu pas. We kijken dus in het verleden. Dit feit wordt iets grijpbaarder als we beseffen dat het licht van onze zon er acht minuten over doet om de aarde te bereiken. Licht verplaatst zich met een snelheid van 300.000 km per seconde. Ongelooflijk knap wat de wetenschap ONT-dekt, waar zij de beDEKking vanaf haalt. Als de wetenschap oog heeft voor wat Genesis vertelt, datGod (JHWH) DE Schepper is van de tijden datalle wetten die zij blootlegt, er door God zijn ingelegd,dan heeft zij een fundament om op te staan en op te bouwen.

Of je nu de wet van Archimedes, of van Newton of die van Einstein neemt, zij hebben die wettennietbedácht, zij hebben die wettenont-dekt. Het zijn Gods wetten, die Hij heeft bedacht om de kosmos te laten functioneren zoals ze functioneert. Omdat God de wetten en ook de tijd schiep, staat Hijzelf boven wetten en tijd en gebeurt alles voor Hem in hetnu.

Daarom ook kunnen profeten in de toekomst zien, zij zien dan wat God hen láát zien in een tijd die er voor ons nog niet is – wel voor Hem. Vandaar dat Hij in de Bijbel de toekomst kan openbaren, en ook verleden en heden, dat maakt dat boek dan juist ook zo onvoorstelbaar belangrijk.

Al die levensvragen: wie zijn wij, waar komen we vandaan, waar gaan we naar toe, wat is de zin van alles – voor zover ik weet is er maar één boek dat volledige antwoorden geeft – de Bijbel dus. Of die antwoorden ons altijd aanstaan, is een andere kwestie.

Even terzijde: er zijn mensen, bijvoorbeeld yogi’s, die door het uitspreken van het juiste woord/klank in staat zijn iets te ‘scheppen’. Datgene wat zij scheppen is iets dat al bestaat zoals bijvoorbeeld goud. Zij zijn in staat om uit de overal aanwezige energie, materie te vormen. Materie waarvan de kiem al door God in de schepping is gelegd en bovendien schiep God die energie.

De mens kan nog geen grassprietje scheppen, ja we kunnen het maken, ONT-wikkelen vanuit één grascel of het DNA. Zo kunnen we tegenwoordig van alles kloneren; schapen, honden enzovoorts. We zullen echter altijd iets uit de schepping gebruiken/nodig hebben. We kunnen slechts imiteren, zoals ook satan dat kan en in de eindtijd zal gaan demonstreren.

Kloneren van mensen – ik zie daar niets goeds in. Het doet me denken aan de torenbouw van Babel, waaroverGenesis 11als volgt schrijft vanaf vers 5:

“Toen daalde JHWH neer om de stad en de toren die de mensen hadden gebouwd, te zien. Daarna zei JHWH: ‘Zie! Zij zijn één volk en er is één taal voor hen allen, en dit beginnen zij te doen. Wel, nu zal niets van wat zij wellicht van plan zijn te doen, onbereikbaar voor hen zijn. Kom dan! Laten wij afdalen en daar hun taal verwarren, opdat zij niet naar elkaars taal luisteren’. Bijgevolg verstrooide JHWH hen vandaar over de gehele oppervlakte der aarde”.

En aangezien we nu wereldwijd het Engels als taal gebruiken, proberen we weer een toren te bouwen tot in de hemel; willen we weer God zijn, voor God spelen en rommelen met Zijn wetten.

De Bijbel leert ons dat de mens geschapen is naarGods Beeld en Gelijkenis,zelfsgoddelijkis, dus wij zijn áls God en we zijn tot veel in staat, maar wezijnnietGod.

Voorbeeld: een zelfportret van Rembrandt is áls Rembrandt, lijkt op hem, maaris nietRembrandt. Wij kunnen met de geschapen materie tegenwoordig bijna alles doen wat we willen. Het punt is, dat als dat niet is volgens Gods wil en plan, hetduivelsevormen en uitwerkingen kan aannemen. Neem de computer, een super middel om het evangelie te verspreiden, maar ook een super middel voor zijn tegenstander. De tegenstander, de duivel – volgens JHWH zijn wij nog beïnvloedbaar door hem als we niet oppassen tot aanhet einde der tijden.

Even terug naar de OERKNAL – of beter – naar de OERFLITS, in gang gezet door God. Het komt er eenvoudigweg op aan of je dit gelooft, aanneemt of niet. Of je gelooft of aanneemt dat God de veroorzaker ervan is. En of je gelooft dat het God zelf is, die in de Bijbel en in Zijn schepping tot ons spreekt. Als je begint met dat te geloven, ben je de oerflits en de wetenschap voorbij. De vraag waar God vandaan komt, is dan misschien iets dat we zullen weten als we Hem ontmoeten. En dát we Hem zullen ontmoeten is één van de beloftes die Hij in de Bijbel bekendmaakt.

Er is een vers in de Psalmen, waarin degene die NIET in God gelooft, een dwaas wordt genoemd.

Psalm 14:1

“De persoon zonder verstand (de dwaas in andere vertalingen) heeft in zijn hart gezegd: er is geen God”.

En in de brief aan deRomeinen 1:19 en 20zegt God dat wij Hem moeten herkennen in de schepping:

“Omdat hetgeen omtrent God bekend kan zijn, openbaar is onder hen, want God heeft het hun openbaar gemaakt. Want Zijn onzichtbare hoedanigheden worden van de schepping der wereld af duidelijk gezien, omdat ze worden waargenomen door middel van de dingen die gemaakt zijn, ja, Zijn eeuwige kracht en Godheid, zodat zij niet te verontschuldigen zijn”.

Dat is wat God zegt tegen de ongelovigen!!

Boeiend dat de wetenschap ook spreekt over ‘aannames’. We kunnen aannemen wat we willen – dat wat God ons openbaart en ook hetgeen de wetenschap ons leert. Persoonlijk vind ik het belangrijk om het één niet van het ander te scheiden, maar juist te zoeken naar de raakvlakken en overeenkomsten. Een geweldig voorbeeld hiervan vind ik wat de archeologie aan restanten van enorme dieren heeft gevonden. Hierover spreekt namelijk het boekJob in hoofdstuk 40 vanaf vers 50:

“Zie toch deBehémoth,die Ik heb gemaakt, net zoals ik u gemaakt heb. Groen gras eet hij net als een stier. Zie toch, zijn kracht schuilt in zijn heupen. En zijn dynamische energie in zijn buikspieren. Hij buigt zijn staart als een ceder; de pezen van zijn dijen zijn ineengevlochten. Zijn beenderen zijn koperen buizen; zijn sterke beenderen zijn als stangen van gesmeed ijzer.Hij is het begin van Gods wegen; zijn Maker kan zijn zwaard naderbij brengen, want de bergen zelf leveren hem hun opbrengst. En ook al het wild gedierte van het veld speelt daar. Onder de doornachtige lotusbomen legt hij zich neer. In de schuilplaats van riet en de moerassige plaats. De doornachtige lotusbomen houden hem afgeschut met hun schaduw; de populieren van het stroomdal omringen hem. Indien de rivier geweldig tekeergaat, maakt hij zich niet in paniek uit de voeten. Hij is vol vertrouwen, ook al zou de Jordaan losbreken tegen zijn muil. Kan iemand hem voor zijn ogen vangen? Kan iemand met strikken zijn neus doorboren?”.

Je ziet toch zo een sauriër voor je na deze beschrijving?

En danJob 41 vanaf vers 1:

“Kunt gij de Leviathan met een vishaak optrekken, of kunt gij met een touw zijn tong neerhouden? Kunt gij een bies in zij neusgaten steken of kunt gij met een doorn zijn kaken doorboren? Zal hij veel smekingen tot u richten, of zal hij zachte woorden tot u spreken? Zal hij een verbond met u sluiten, dat gij hem tot onbepaalde tijd tot slaaf moogt nemen? Zult gij met hem spelen als met een vogel, of zult gij hem vastbinden voor uw jonge meisjes? Zullen compagnons over hem sjacheren? Zullen zij hem verdelen onder handelaars? Zult gij zijn huid vol zetten met harpoenen, of zijn kop met visserssperen? Leg uw hand op hem. Denk aan de strijd. Doe het niet weer. Zie! Iemands verwachting omtrent hem zal stellig bedrogen uitkomen. Ook zal men alleen al bij de aanblik van hem neergeslingerd worden. Niemand is zo vermetel dat hij hem zou prikkelen. En wie is het die zich voor Mij krachtig staande kan houden? Wie heeft Mij eerst iets gegeven, dat Ik het hem zou moeten vergelden? Wat onder de gave hemel is, behoort Mij toe. Ik zal niet het stilzwijgen bewaren over zijn delen, noch over de aangelegenheid van machtsbetoon en de bevalligheid van zijn afmetingen. Wie heeft de oppervlakte van zijn kleding opgelicht? Wie zal in zijn dubbele kaak binnendringen? Wie heeft de deuren van zijn aangezicht geopend? Zijn tanden rondom zijn schrikwekkend. Groeven van schubben zijn zijn hoogmoed – gesloten als met een nauwsluitend zegel. Ze sluiten dicht op elkaar en zelfs geen lucht kan er tussenkomen. Elk is nauw samengevoegd met de ander. Ze grijpen in elkaar en kunnen niet worden gescheiden. Zijn niezen zelfs straalt licht uit. En zijn ogen zijn als de stralen van de dagenraad. Uit zijn muil gaan bliksemflitsen, zelfs vuurvonken weten te ontsnappen. Uit zijn neusgaten komt rook tevoorschijn, als uit een smeltoven die zelfs met biezen in brand is gestoken. Zijn ziel zelf zet kolen in vlam en zelfs een vlam komt uit zijn muil tevoorschijn. In zijn nek zetelt sterkte, en voor hem uit huppelt de wanhoop. De plooien van zijn vlees sluiten werkelijk vast aaneen. Ze zijn als een gietsel op hem, onbeweeglijk. Zijn hart is gegoten als steen, ja gegoten als een onderste molensteen. Door zijn oprijzen worden de sterken verschrikt; door de consternatie worden zij verbijsterd. Wordt hij overvallen, dan blijkt zelfs geen zwaard bestand, noch speer, schicht of pijlpunt. Hij acht ijzer als louter stro, koper als louter verrot hout. Een pijl jaagt hem niet weg; de slingerstenen zijn voor hem in louter stoppels veranderd. Een knots is als louter stoppels geacht, en hij lacht om het geratel van een werpspies. Als puntige scherven van aardewerk, zo zijn zijn onderste delen; hij breidt een dorswerktuig uit op het slijk. Hij doet de diepten koken net als een pot; de zee zelfs maakt hij als een zalfpot. Achter zich laat hij een pad schitteren; men zou de waterdiepte voor grijsheid houden. Op het stof is zijns gelijke niet, hij die gemaakt is om onverschrokken te zijn. Al wat hoog is, ziet hij. Hij is koning over alle majestueuze wilde dieren.”

Wat betreft de Behemóth, opmerkelijk wat God hierover zegt:‘hij is het begin van Gods wegen.’

Bijbel en wetenschap ontmoeten elkaar hier op verbluffende wijze!

een belangrijk onderscheid tussen wat de Bijbel zegt over de schepping en haar evolutie en wat degenen zeggen die alleen in evolutie geloven, is dit: volgens de Bijbel is de schepping na de zondeval van de eerste mensen onderhevig geraakt aan verval, ziekte, sterfelijkheid. De schepping heeft sinds die tijd wel voortbestaan waarbij een bepaalde fysieke, materiële ontwikkeling/evolutie plaatsvond, echter onze ware goddelijke, geestelijke aard is juist gedegenereerd. En Gods tegenstander, satan – de gevallen engel Lucifer – die tot ongehoorzaamheid aanspoorde –, heeft nog steeds macht over ons. Door deze ongehoorzaamheid is de hele menselijkegeneratie via overerving belast met de onvolmaaktheid. Trouwens de Bijbel spreekt over de ernstige gevolgen voor de gehele schepping door deze daad. Volgens de Bijbel wordt daardoor dan ook elk mens in zonde geboren. Dat duurt voort, totdat de schepping uit haar barensnood(!) verlost wordt en de zonen en dochters van God openbaar zullen worden. Dan komt de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waarin alles eindelijk weer volmaakt zal zijn. Die zonen en dochters zijn degenen die hun zonden (hun karma) hebben laten wegwassen door hetoffer van Gods Zoon, Jezus Christus, de door God Gezalfde.

Bijvoorbeeld ‘Evolutionisten’ en de ‘New Age’-aanhangers nemen aan dat de mens via natuurlijke selectie vanaf een eerste ‘impuls’ en op eigen kracht steeds volmaakter zal worden en dat op den duur de hele schepping daardoor op een hoger plan komt, totdat alles weer goddelijk is. De uitkomst lijkt hetzelfde, maar Jezus zegt uitdrukkelijk:“IK BEN DE WEG, DE WAARHEID EN HET LEVEN, NIEMAND KOMT TOT DE VADER DAN DOOR MIJ.”

En dit alles heeft nu juist met die zondeval te maken (het van God afgekeerd zijn).

Aangezien ikzelf in reïncarnatie geloof (zie het betreffende hoofdstuk) en dat ook in de Bijbel duidelijk terugvind, neem ik aan dat God in Zijn barmhartigheid ons meerdere en verschillende kansen biedt om de juiste weg te zoeken en te vinden.

HOOFDSTUK 4

DE BIJBEL EN DE HOF VAN EDEN, ZONDEVAL, PARADIJS