De Schrijver van Wirholt
door
Fred. Zwarts
Kolofon
Tekst: Fred. Zwarts
Illustraties: Marco Zwarts
Eerste druk: april 2007
Ontwerp vormgeving: Fred. Zwarts
isbn: 978-90-8788-019-4
Coördinatie en technische realisatie:
Koninklijke bdu Uitgevers b.v., Barneveld
Tweede druk: december 2017
Omslag en vormgeving: Geert de Koning
Uitgegeven via
www.jongboek.nl.
Ebook januari 2018
Uitgegeven via
www.jongboek.nl.
Meer informatie en verwerkingsvragen op de
website www.wirholt.nl.
Wij hebben ons best gedaan om de rechthebbende(n) met betrekking tot de illustratie op de omslag te achterhalen. Ieder die meent dat zijn/haar materiaal zonder correcte bronvermelding hier is gebruikt, verzoeken wij om zich tot ons te wenden.
Behoudens uitzondering door de Wet gesteld mag zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende(n) niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd en/of openbaargemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, of anderszins, hetgeen van toepassing is op de gehele of de gedeeltelijke bewerking.
To see a World in a Grain of Sand
And a Heaven in a Wild Flower
Hold Infinity in the palm of your hand
And Eternity in an hour.
De aarde schuilt in een korrel zand,
het heelal in een bloemblad puur,
de oneindigheid in de palm van uw hand
en de eeuwigheid in een uur.
Auguries of Innocence
William Blake
De woording
Het begon allemaal toen de Schrijver Wirholt bedacht.
Wirholt was eerst nog ongestructureerd en leeg, maar broedend op de eerste gedachte vulde de Schrijver in zijn geest de lege plekken langzamerhand op en bracht er steeds meer structuur en detail in aan.
Er moet licht zijn, dacht de Schrijver. Hij overwoog dat hij zijn verhalen zich natuurlijk ook kon laten afspelen op plaatsen waar het altijd donker is: achterin een lange afgesloten grot, ergens in de diepzee, of op een afgelegen planeet, ver in het donkere heelal. Hij overwoog verschillende mogelijkheden zorgvuldig en welke gevolgen zijn beslissing zou hebben. Tenslotte besloot hij toch dat het beter was als de figuren in zijn verhalen elkaar zouden kunnen zien en van de kleuren zouden kunnen genieten. Ook de normale afwisseling van dag en nacht zou beter aansluiten bij zowel zijn eigen belevingswereld als die van de lezer, dan een permanente nacht of dag. Hij maakte enkele aantekeningen over zijn overleggingen en noteerde zijn besluit. Zo moest het worden. Hiermee was de eerste dag voorbij.
Er moet een blauwe hemel zijn met witte wolken boven een grote zee, dacht de Schrijver. Toen hij verder dacht, besloot hij dat er in sommige verhalen ook een dreigende lucht met zwarte wolken zou zijn, en luchten waaruit het water in stromen naar beneden zou komen. Ook dit noteerde hij. Zo moest het worden. De tweede dag was voorbij.
Er moeten grote continenten zijn tussen de zeeën, dacht de Schrijver, maar ook kleine eilandjes in de zee en meren in het land. De hele dag was hij bezig met het tekenen van kaarten. Hij tekende oceanen en landmassa's, woestijnen hier en oerwouden daar, gebieden met savannes en steppes, akkers en weilanden en grote steden op weer andere plaatsen. Toen hij eindelijk opkeek van zijn werk was het al donker geworden. De derde dag was voorbij.
Er moet een zon aan de hemel van Wirholt staan en 's nachts een maan en sterren, dacht de Schrijver. Hij kocht een computerprogramma waarmee hij de positie van zon en maan, planeten en sterren op een bepaalde plaats en tijd kon weergeven, zodat zijn beschrijving van de hemel consistent zou zijn. Na wat oefening kon hij zich hier goed mee redden. Toen was de vierde dag voorbij.
Er moeten allerlei dieren in de zee leven en vogels door de lucht vliegen, dacht de Schrijver. Hij leende wat boeken over zeedieren en vogels uit de bibliotheek en bestudeerde het leven en gedrag van deze dieren in het algemeen. Ook bedacht hij enkele nieuwe soorten die een rol in zijn verhalen zouden spelen, waarvan hij de eigenschappen vastlegde in zijn notitieboek. Zo ging de vijfde dag voorbij.
Er moeten ook landdieren komen, grote en kleine, snelle en langzame, tamme en wilde, dacht de Schrijver. Hij las enkele artikelen over het gedrag van grote zoogdieren en kleine insecten. Ook nu bedacht hij enkele nieuwe soorten, met eigenschappen die hij goed in zijn verhalen gebruiken kon. Hij noteerde dit zorgvuldig in zijn werkboek.
Er moeten ook mensen komen, zoals wij, dacht de Schrijver. Mensen die kunnen overleggen, die hun eigen plannen kunnen maken en ernaar kunnen streven die ook uit te voeren. Van de hoofdpersonen in zijn verhalen maakte hij notities over hun lichaamsbouw, hun karaktereigenschappen en de omgeving waarin ze leefden. Daarmee was de zesde dag voorbij.
De Schrijver overzag zijn bedenksel en constateerde dat het alles had om overtuigende verhalen te kunnen vertellen.
Nu is het nog nodig dat de mensen van mijn bestaan weten en dat ze weten dat ik ze heb bedacht, dacht de Schrijver, want dat is het onderwerp van mijn boek.
Het zou niet de eerste keer zijn dat een schrijver zichzelf in zijn eigen boek ten tonele voert. Er waren eerder schrijvers geweest die zichzelf in hun boek een rol gaven. De Schrijver besefte dat het bijzonder ingewikkeld zou worden als hij dit verder zou uitwerken, maar het was nu juist zijn bedoeling dit het hoofdonderwerp van zijn boek te laten worden. Zover hij wist had nog niemand anders dat geprobeerd. Gemakkelijk zou hij kunnen verdwalen in een oerwoud van paradoxale problemen, of vast komen te zitten in een onontwarbare wirwar van niveaus in de vertellingen.
Toch besloot hij zijn plan door te zetten. De naam Wirholt leek hem zeer toepasselijk voor zijn bedenksel.
Om zijn plan ten uitvoer te brengen, zou hij beginnen de bewoners van Wirholt zelf het eerste hoofdstuk van het boek te geven, maar hoe zou hij dat doen? Lang piekerde hij daarover. Hij kon als Schrijver in Wirholt natuurlijk alles doen wat hem goed dacht. Hij kon de inhoud van dit hoofdstuk in een droom aan de mensen van Wirholt bekend maken, of het verhaal op grote platen voor iedereen zichtbaar uit de lucht laten komen. Er waren nog vele andere mogelijkheden, maar ze bevielen de Schrijver geen van allen. Zo kwam hij ertoe hiervoor niet het een of andere proces te gebruiken, maar de inhoud direct in het geheugen van de mensen te zetten, zonder te omschrijven hoe het er gekomen was. Zo wisten dus alle mensen van Wirholt direct in het begin, wie de Schrijver was, door wie ze bedacht waren. Als ik dit tot een goed einde weet te brengen, dacht de Schrijver, kan ik altijd nog een vervolg op het boek schrijven waarin ik nog meer over mijzelf aan mijn bedenksels bekend maak.
Nu was alles klaar. De verhalen van Wirholt konden beginnen!
Het ontwaken
Toen Kevan wakker werd had hij even tijd nodig om tot zichzelf te komen. Vreemd, daar had hij anders niet zo'n moeite mee. Hij had het gevoel dat deze dag bijzonder was, maar kon er niet zo gauw opkomen waarom. Wat was er aan de hand? Hij hoorde de vogels buiten op hun bekende lawaaierige manier de nieuwe morgen vol strooien met hun getjilp en gezang. Hij keek eens op de wekker. Het was nog vroeg. Dat heb je vaker in het voorjaar als het weer vroeg licht begint te worden. Hij zou nog wel even kunnen slapen. Toch zinde het hem niet dat hij niet kon bedenken waar dat vreemde gevoel vandaan kwam. Misschien hielp het om er niet zo bewust naar te zoeken en kon hij beter zijn gedachten op iets anders richten. Hij bedacht wat hij vandaag zou gaan doen. Het zou een spannende dag worden. De opgraving, waar ze vorige maand aan begonnen waren, begon interessante resultaten op te leveren. Er waren duidelijke sporen van een veldslag gevonden, waarschijnlijk uit de periode waarin het bronzen tijdperk overging naar het ijzeren tijdperk. Als werkelijk aangetoond zou kunnen worden dat het ging om de legendarische Slag bij Volle Maan, zoals sommigen vermoedden, zou het een opzienbarende ontdekking worden.
Hij moest toch weer in slaap gevallen zijn, want hij werd wakker doordat Brinda hem plotseling aanstootte.
'Hé, Kevan, word eens wakker.'
'Wat? Hoezo? Wat is er aan de hand?'
'Ik ben geloof ik een beetje in de war.'
'Wat is er dan? Voel je je niet lekker?'
'Dat niet, maar er is iets wat ik niet helemaal begrijp.'
'Dat is vreemd. Zoiets had ik een uurtje geleden ook. Maar ik kon er niet opkomen wat het zou moeten zijn.'
'Nou, ik lig er al een poosje over te piekeren en ineens weet ik het.'
'Zeg het dan. Ik ben reuze nieuwsgierig.'
'Goed dan. Moet je horen: ik besef ineens dat de Schrijver vandaag met zijn eerste verhaal is begonnen.'