Dokters, diva's en driftbuien - Cynthia van de Velde - E-Book

Dokters, diva's en driftbuien E-Book

Cynthia van de Velde

0,0
5,99 €

oder
-100%
Sammeln Sie Punkte in unserem Gutscheinprogramm und kaufen Sie E-Books und Hörbücher mit bis zu 100% Rabatt.

Mehr erfahren.
Beschreibung

Sjoukje is haar leven in het saaie dorp meer dan zat. Wanneer haar vriend haar een huwelijksaanzoek doet, realiseert Sjoukje zich dat ze niets liever wil... dan hun relatie beëindigen.
Halsoverkop vliegt ze naar Ibiza, waar ze aan de slag gaat als nanny. Haar nieuwe werkgever is niemand minder dan haar jeugdidool Stephen La Vender.
Heel even lijkt het eilandleven perfect. Tot de driftbuien van de kinderen, belachelijke eisen van ouders, en haar eigen lompheid tevoorschijn komen.
Dat ze voor het laatste regelmatig bij de knappe dokter Jesse zit, vindt ze stiekem niet erg. Hij is slim, onweerstaanbaar en alles wat Sjoukje niet meer wil.

 

Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:

EPUB

Veröffentlichungsjahr: 2024

Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



Dokters, diva’s en driftbuien

Nanny op wereldreis

Deel Een

Cynthia van de Velde

Dokters, diva’s en driftbuien is een uitgave van MH Books

Copyright © 2023 Cynthia van de Velde

Copyright © 2024 MH Books

Omslagontwerp: Miranda Hillers

ISBN

Paperback 9789492792518

Ebook 9791223035269

NUR 343

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

www.mhbooks.nl

Hoofdstukken

1. Oudejaarsavond

2. Gelukkig nieuwjaar

3. De vijfkoppige jury

4. Een nieuw begin

5. One happy family

6. (On)gelukje

7. De vuurdoop

8. Chaos

9. Geen weg terug

10. God straft meteen

11. Mini-manipulatie

12. Vijf minuten bedenktijd

13. Graffiti

14. Concurrentie

15. Ontmoet (nooit) je helden

16. Wen er maar aan

17. Confrontaties en spiegels

18. Metamorfose

19. Op oorlogspad

20. Stapavond

21. Kaviaar en parels

22. Keihard

23. Zoekopdracht

24. Feest

25. Om te schamen

26. Superzaadje

27. Eilandkoorts

28. Kerst

29. Op de rode loper

30. Showtime

31. Time flies when you’re having fun… Right?

Dankwoord

Also By

Nanny op wereldreis, deel 1

Dokters, diva’s en driftbuien

1

Oudejaarsavond

Goede gesprekken voeren is nooit mijn sterkste kant geweest. Ik ben een echte binnenvetter. Het liefst praat ik helemaal niet en hoop dan dat mensen begrijpen wat ik ze niet vertel. Nu weet ik ook wel dat het niet zo werkt, maar duidelijk zijn op de goede momenten lukt me gewoon niet. En ik kan je vertellen dat er heel wat te praten valt. Vooral op dit moment. Of eigenlijk, in de periode die hieraan voorafging, waardoor ik dit moment had kunnen voorkomen.

Maandenlang loop ik al rond met het gevoel in mijn hoofd dat ik niet gelukkig ben. Het begon met een irritatiepuntje, waardoor ik ging twijfelen. Alles wat je aandacht geeft, groeit. Dat is wat ze zeggen. Mijn irritatiepunten zijn gegroeid, op elk vlak, en nu sta ik op het punt een gigantische bom te laten ontploffen met alle woorden die ik al veel eerder had moeten uitspreken.

Ik woon in Hei- en Boeicop, een klein dorp. Het kneuterige dorpsleven heb ik nooit gezien als iets heel leuks. Als klein meisje droomde ik ervan om in een grote stad te wonen. De levendigheid, de mensen, avontuur op elke hoek van de straat. Hei- en Boeicop is altijd het tegenovergestelde geweest. De wereld lijkt een stukje kleiner, want alles wat er buiten het dorp gebeurt, is een ver-van-mijn-bed-show. Nu mag ik absoluut niet klagen over mijn jeugd. Alles was prima. Ik haalde goede cijfers, had speelgoed genoeg en een schat van een beste vriendin, Bettina. Toch heb ik vanaf het moment dat mijn ouders twintig jaar geleden besloten om Almere om te ruilen voor het boerse Hei- en Boeicop, het gevoel dat ik er niet thuishoor.

Mijn ouders wonen op loopafstand en ik zie ze standaard elke zaterdagmiddag klokslag drie uur. Na de boodschappen en de lunch. We eten een saucijzenbroodje, drinken thee en mijn moeder neemt met mij de laatste nieuwtjes door, terwijl mijn vader de puzzels uit de krant maakt. Mijn ouders zijn lieve mensen, maar echte gewoontedieren. Jarenlang zeuren ze al aan mijn hoofd dat ik echt aan mijn toekomst moet denken. En daarmee bedoelen ze dat ik aan de toekomst moet denken, die zij voor mij in hun hoofd hebben. Ze willen dat ik trouw met mijn vriend Robbie, een betere woonplek vind en dan het moederschap met open armen ontvang. Ik ben tenslotte al zevenentwintig en mijn biologische klok begint volgens mijn moeder te tikken. Bettina is daarin hun grote voorbeeld en iedere zaterdag tussen de eerste hap van mijn broodje en de laatste slok thee, moet er worden gezegd dat zij het perfecte leven leidt.

Voor Bettina is dat misschien ook wel zo. We kennen elkaar sinds de basisschool en na onze eerste kennismaking waren we al snel onafscheidelijk. We hadden slechts een half woord nodig om te begrijpen wat zich in het hoofd van de ander afspeelde. Bettina trouwde op haar negentiende met haar grote liefde Gertjan, de beste vriend van Robbie en we fantaseerden over geheime gangen onder onze huizen, zodat we altijd met elkaar verbonden waren. Die gang kwam er niet en onze verbinding naar elkaar toe werd ook steeds verder verstoord. Inmiddels heeft Bettina drie kinderen en is ze zwanger van het vierde. Haar leven lijkt op een circus waarbij zij tegelijkertijd de directeur, jongleur en dierentemmer is. Gertjan staat erbij als de clown. Hij is nodig voor het entertainment, krijgt het grootste applaus, maar kan alleen ballonnen opblazen. Als dat mijn toekomst moet worden met Robbie, dan wil ik het niet.

Om een duidelijker beeld te kunnen geven van mijn relatie met Robbie, moet ik erbij vertellen dat wij al zes jaar in een oude koeienstal wonen. En nee, de stank is niet weg te krijgen. Robbie en ik waren net twintig en op dat moment drie jaar een stel. Door een familiedrama werden Robbie en zijn tweelingbroers Jens en Siem plotseling wees. Naast het gemis van hun ouders hadden ze ook hard iemand nodig die ze kon helpen met de wasmachine aanzetten, het huis stofzuigen en aardappels schillen. Uiteraard stond ik klaar om te helpen. Ik was er dag en nacht voor Robbie en zijn broers, waardoor we min of meer besloten dat ik in huis zou komen wonen.

Het was vreselijk om Robbie verdrietig te zien. Al was het bijna nog erger om met Jens en Siem samen te leven. Het is alsof alles wat even uit hun gedachten verdwijnt, direct op de grond valt. Als ze niet werken hangen ze voor de televisie. Ik zie ze haast nooit bewegen, toch laten ze mij aan het eind van de dag achter met vieze kleding, vaat en etensresten. Daarnaast hebben ze ook de sociale vaardigheden van een prullenbak. En Robbie? Die snapt niet dat ik zo moeilijk doe. Robbie is eigenlijk een echte goedzak. Hij is nog steeds de jongen waarop ik tien jaar geleden verliefd werd. Alleen in dit geval bedoel ik dat niet positief. Hij is letterlijk nog hetzelfde. Vroeger vond ik het stoer dat hij geen verantwoordelijkheid nam voor zijn daden, lachte ik het hardst om zijn veel te flauwe grappen en kon ik verdrinken in zijn bruine ogen. Die ogen, net zoals zijn rossige haar, de sproetjes op zijn wangen en zijn guitige uitstraling, doen me al lange tijd niets meer.

Volgens mij is dat wel een goede samenvatting van waarom ik dringend met hem moet praten. Alleen is het daar nu te laat voor.

Op dit moment sta ik in een volle voetbalkantine. Waar een paar minuten geleden nog de harde muziek van het oud en nieuw feest klonk, is het nu oorverdovend stil. Robbie zit voor me, op één knie, en heeft me net in het gezelschap van het halve dorp ten huwelijk gevraagd. Iedereen is in afwachting van mijn jawoord. Mijn ingewanden maken salto’s in mijn buik door de oliebollen, de wijn laat mijn hoofd tollen en mijn hart gaat zo hard tekeer dat het lijkt te ontploffen.

‘Robbie, kunnen we even praten?’ Mijn stem klinkt zwak en zo voel ik me ook. Ik draai aan het zwarte diamantje in de ring die ik van oma heb geërfd. Het is een manier om mezelf te kalmeren. Robbie heeft zijn uitsloofmodus aanstaan en vertikt het om de microfoon weg te halen voor mijn gezicht.

‘Robbie, alsjeblieft,’ fluister ik deze keer iets dringender. Weer geen reactie.

O, lord, daar gaan we.

‘Nee.’ Mijn afwijzing klinkt als een vloek door de ruimte. Direct begint het geroezemoes. Robbie komt met grote ogen en een lijkbleek gezicht omhoog. Ik trek hem mee naar buiten. De kou voelt als een klap in mijn gezicht en ik ben direct nuchter.

‘Wat is dit nou, Sjoukje?’ Robbie kijkt me aan alsof ik een zeldzame aap ben. Volgens mij zijn we allebei in shock.

‘Het spijt me. Dit was niet de manier waarop ik het je wilde vertellen.’ De tranen lopen inmiddels over mijn wangen, toch voel ik me vooral opgelucht. ‘Ik heb geprobeerd met je te praten, Robbie. Over ons, maar je bent altijd druk of je luistert niet. We zijn geen geliefden meer. We zijn vreemden die noodgedwongen bij elkaar in de stal leven.’

‘Zie jij ons zo?’

‘Ik kan het niet meer. De stal, het dorp en wij samen.’

‘Waarom heb je niets gezegd?’

‘Dat wilde ik, maar we kunnen niet eens een normaal gesprek voeren. In eerste instantie had ik mezelf wijsgemaakt dat we slechts een pauze nodig hadden. Dat ik dingen op een rijtje moest zetten en het wel zou goedkomen. Met ons. Maar vanavond realiseerde ik me dat mijn gevoel voor jou over is.’

‘Heb je te veel gedronken, of zo? Wat zat er in die oliebollen?’ Hij lacht om zijn eigen grap. Door de zenuwen en de biertjes, mag ik hopen. Nu ik hier eindelijk mijn hart durf te luchten, staat hij me gewoon uit te lachen.

‘Ik heb het nog nooit zo helder gezien als nu. Ik heb gesolliciteerd op een andere baan en als ik mijn akkoord geef, mag ik in februari beginnen.’

‘Wat heeft een nieuwe baan met onze relatie te maken? Denk je dat het je uit deze vroegtijdige midlifecrisis gaat helpen?’

‘Ik heb geen midlifecrisis. Je bewijst maar weer eens precies dat mijn keuze de beste is.’ Verwoed veeg ik de tranen van mijn gezicht.

Robbie staat onnozel naar me te kijken en tekent met zijn schoen een lijntje in het zand. ‘Ik ben geschrokken, dan zeg ik dingen die ik niet meen. Ik had geen idee. Ik wilde met je trouwen.’

‘Natuurlijk ben je geschrokken. Dat snap ik. Het bevestigt alleen wel dat wij onze toekomst compleet anders zien. Jij wil trouwen, ik wil weg.’ De woorden klinken hard en pijnlijk, nu ik ze voor het eerst hardop uit mijn mond hoor komen.

‘Waar ga je werken?’ vraagt hij vertwijfeld.

Ik slik de gigantische brok in mijn keel weg. Het kan zomaar zijn dat ik hem na mijn antwoord van de grond moet rapen.

‘In Spanje. Ik ga werken als nanny voor de kinderen van Stephan La Vender.’

‘Wat?’ Zijn mond valt open. Hij schudt hevig zijn hoofd.

‘Ze waren op zoek naar een nanny. Ik stuurde mijn motivatie en mijn cv in. Na een aantal gesprekken lieten ze me weten dat ze voor mij kozen.’

‘Heb je dat allemaal achter mijn rug om gedaan?’

‘Ik wist nog niet zeker of ik het zou doen. Eerst was ik vooral nieuwsgierig. Na elke ronde waar ik door was, ging ik dieper nadenken. Ik weet dat het een grote schok is, maar dit leven is niets voor mij. Ik ben niet gelukkig hier.’

‘Jij bent echt gek geworden. Ik ga terug naar binnen en als ik straks thuiskom, ben je weg. Ik hoef je niet meer te zien.’ Hij draait zich om en beent kwaad weg.

Shit. Dat ging verschrikkelijk.

De lucht die een paar minuten geleden nog heerlijk fris aanvoelde, is nu ijskoud. Ik sjok in mijn rode glitterjurk door de berm naar de boerderij. Eenmaal in de stal aangekomen, knip ik de felle tl-verlichting aan. Ik kijk de ruimte rond. Robbies kleding ligt in een prop op de bank, zijn bord staat nog op tafel en zijn schoenen hebben moddersporen achtergelaten op de vloer.

Ik pak een weekendtas uit mijn geïmproviseerde kledingkast en stop er wat ondergoed in, mijn bullet journal en mijn verzameling washitape en gekleurde gelpennen. Mijn paspoort haal ik uit het laatje van mijn nachtkastje en daarmee denk ik dat ik alles wel heb.

Uit mijn tasje haal ik mijn telefoon en besluit dat het nu of nooit gaat zijn. Ik zoek tussen mijn contacten naar Stephan La Vender en vergeet even alle drama dat zonet heeft plaatsgevonden. Dat ik zijn nummer heb, is nog steeds onwerkelijk. Ik hoor de telefoon overgaan en probeer me een voorstelling te maken van zijn oud en nieuw.

‘Hé Sjoukje. Jou had ik niet verwacht op dit tijdstip.’

‘Sorry dat ik stoor, maar ik heb een keuze gemaakt. Ik kom graag voor jullie werken.’

‘Dat is fantastisch. Wanneer kun je hierheen komen?’

‘Het liefst zo snel mogelijk.’

Een paar minuten is het stil aan de andere kant van de lijn. Mijn hoofd daarentegen niet.

‘Sjoukje, ik heb gekeken. Heb je veel koffers nodig?’

‘Nee, alleen handbagage.’

‘Je zou morgen kunnen komen. Er is eind van de middag een vlucht, waar nog plek is. Als je wilt, kan ik een ticket voor je boeken.’

‘Morgen is goed.’

‘Heb je vervoer om naar Schiphol te komen?’

‘Dat is geen probleem. Ik kan een taxi nemen.’

‘Alles kun je uiteraard declareren. Zodra het is gelukt stuur ik je de vluchtgegevens door en zorg ik dat je morgenavond wordt opgehaald.’

Voordat ik hem kan bedanken, heeft hij al opgehangen. Een mengeling van angst en opwinding gaat door me heen. Ik ga dit gewoon echt doen.

2

Gelukkig nieuwjaar

Om Robbies wens te respecteren heb ik direct na mijn telefoongesprek met Stephan een taxi gebeld. Mijn ouders zouden mij niet begrijpen en misschien zelfs tegenhouden als ik hen vertelde wat ik van plan ben en ook Bettina durf ik niet onder ogen te komen. Tijdens de rit naar Schiphol heb ik een hotelkamer geboekt. Ondanks de overheersende angst voor het onbekende, kijk ik ontzettend uit naar mijn nieuwe avontuur. Om de stap te vieren heb ik een kamer geboekt in het Hilton Hotel. Volgens mij kun je een week naar Turkije voor dat geld, maar ik mag mezelf best verwennen.

Om half twaalf check ik in bij de receptie van het hotel. Een jongeman neemt mijn bagage van me over en hij begeleidt me naar mijn suite op de negende verdieping. De kamer is kleiner dan ik had verwacht voor het geld dat ik ervoor heb betaald. Er is een kleine zithoek, er hangt een televisie aan de muur en het bed ziet er uitnodigend uit. Vanuit mijn ruitvormige raam kijk ik uit over de luchthaven. In de verte zie ik wat siervuurwerk, maar verder is het niet heel levendig rondom het vliegveld. Nadat ik de kamer heb goedgekeurd, laat de jongen mij alleen achter. Ik open de minibar en haal er een flesje champagne uit. Het is tenslotte oud en nieuw. Ik zet de televisie aan en luister naar de oudejaarsconference. Alle woorden gaan langs me heen. Het aftellen begint. Om precies twaalf uur neem ik een slok van mijn champagne. Ik kijk naar mijn reflectie in het raam en mompel ‘gelukkig nieuwjaar’ naar mezelf. De feestdagen kunnen mij gestolen worden, maar deze keer heeft het een andere lading. Nu hoop ik dat het voor mij wel een gelukkig nieuwjaar gaat worden. Dat is dan ook meteen mijn goede voornemen.

Met de wekservice van het Hilton is niets mis. Om klokslag acht uur staat er, zoals ik had verzocht, iemand aan mijn deur.

Na mijn glas champagne ben ik vrij snel naar bed gegaan. Ondanks het feit dat ik heerlijk lag, kon ik maar moeilijk in slaap vallen door de adrenaline die door mijn lijf gierde.

Het kamermeisje brengt me mijn ontbijt en excuseert zich vriendelijk. Langzaamaan komt het besef van mijn besluit binnen. Ik durf mijn telefoon niet te bekijken, bang voor alle berichten die ik ongetwijfeld heb ontvangen. Hoe zal het met Robbie gaan? Wat zou Bettina op dit moment van me vinden? En zouden mijn ouders het nieuws al gehoord hebben? Nog heel even steek ik mijn kop in het zand. In ieder geval totdat ik voorbij de douane ben.

Na een warm bad check ik uit en vervolg mijn reis naar de vertrekhal op Schiphol. Daar gaat alles pas echt beginnen. Met trillende handen geef ik mijn paspoort aan de vrouw achter de incheckbalie. Ze draagt zoveel make-up dat het wel een masker lijkt.

‘Zo, naar Ibiza? Lekker, hoor,’ zegt de dame, terwijl ze wat aan het intikken is.

Ik knik. Het liefst vertel ik haar mijn hele verhaal, al zit ze daar vast niet op te wachten.

‘Ja, het is mijn eerste keer vliegen en ik weet niet of ik nog terugkom.’ Het komt er wanhopig uit en eerlijk gezegd voel ik me ook zo.

‘Je kunt het erger treffen dan Ibiza.’

Het stelt me gerust en ik zet een geforceerde glimlach op. Ze wijst me de weg naar de gate. Hoewel ik weet dat er niets te vinden gaat zijn in mijn tas, werken de douanemedewerkers me flink op mijn zenuwen.

Er valt een last van mijn schouders als ik mijn tas aan de andere kant van de controle van de band mag pakken. De grootste opluchting is op dit moment nog wel dat niemand me vanaf nu nog kan tegenhouden. Ik ontgrendel mijn telefoon, die is ontploft. Bettina, Robbie en mijn moeder hebben me meerdere keren gebeld en geappt. Stephan vraagt om een bevestiging. Hij is de enige die ik een bericht stuur voordat ik mijn telefoon uitzet.

In de kiosk dwaal ik rond om de tijd te doden voor het boarden. Ik probeer de gebeurtenissen van de vorige avond op een rijtje te zetten, wat me alleen maar onrustiger maakt. Uiteindelijk loop ik met drie knuffels voor de kinderen en de nieuwste thriller van Nicci French naar de kassa, waar ik me laat verleiden door een klein flesje wijn. Vooral om mezelf moed in te drinken voor mijn nieuwe, onzekere avontuur.

Het beeld dat ik bij een vliegveld heb, klopt niet. Als een van de weinigen dwaal ik naar de gate, waar een kleine groep mensen zit. Anders dan de drukte die ik verwachtte.

Het vliegen is minder eng dan ik in mijn hoofd had. Eenmaal op Spaanse bodem, voorbij de douane, ga ik op zoek naar de uitgang. Zoals afgesproken met Stephan word ik opgehaald. Een grote man met een zonnebril op houdt een A4-tje vast met mijn naam erop. Zwaaiend baan ik me een weg naar hem toe. De grote man zou niet misstaan in een James Bond-film. Zulke mooie exemplaren hebben wij niet op het platteland.

‘English please. You’re Sjoukje?’ Ik lach om de manier waarop hij mijn naam uitspreekt.

‘Yes, and what’s your name?’

Mijn Engels is niet wat het hoort te zijn op mijn leeftijd. Op de middelbare school haalde ik met een 5,6 net een voldoende. Het luisteren gaat prima, maar tussen de manier hoe ik in mijn hoofd Engels praat en hoe het daadwerkelijk uit mijn mond komt, zit een groot, zorgwekkend verschil.

De knappe tropische verschijning stelt zich voor als Blas. Braaf loop ik achter hem aan de aankomsthal uit. Ik doe onderweg een poging om een gesprek met hem aan te knopen, wat niet meevalt. Zijn Engels moet nog slechter zijn dan dat van mij.

Het is jammer dat het al donker is, tegen de tijd dat we voor de poort van Villa Dreamvender staan. Als in een film rolt het hek voor ons open en wordt een lange oprit zichtbaar. Mijn ogen worden groot en ik grinnik om de naam van het huis. Toch moet ik toegeven dat wanneer een optrekje zo gigantisch is, het zijn eigen naam verdient.

De vele spotjes verlichten de villa. Toch kan ik niet wachten om alles in daglicht te zien. Hoewel Stephan en zijn vrouw Lillian veel van hun privéleven prijsgeven op social media, wordt de villa nooit in beeld gebracht. Zonde, want hij is prachtig. Blas stopt de auto en nog steeds onder de indruk stap ik uit. Mijn oog valt op een perk met daarin een gesnoeide struik die op het moment het meest lijkt op een paard met overgewicht. Als een gehoorzame pup volg ik Blas via de witmarmeren trap naar de voordeur. Verwachtingsvol kijk ik hoe hij de sleutel in het slot steekt.

‘Kids sleep,’ zegt hij en hij brengt zijn vinger naar zijn lippen. Het is al bijna tien uur en het zou geen goed teken zijn als de kinderen nu nog wakker waren, ook al is het nieuwjaarsdag. De voordeur gaat open en ik moet mezelf knijpen om te geloven dat ik echt in het huis ben van wereldster Stephan La Vender. Vanaf het moment dat mijn vrouwelijke hormonen zich begonnen te ontwikkelen was ik smoorverliefd op de Hollywood-acteur.

Iedere film, elke scène waarin hij speelde, kon ik dromen. En dat deed ik. Ik fantaseerde over onze toekomst. De paparazzi zouden ons adoreren. De knappe wereldster, die verliefd werd op een onbekend meisje uit een dorp. Alsof ik met een koekenpan tegen mijn hoofd werd geslagen, haalde Lillian me twaalf jaar geleden uit die droom. Het andere onbekende meisje uit een dorp. Ze werd in een klap, letterlijk, wereldberoemd. Tijdens de première van Stephans nieuwe film Always and Forever stond ze aan de verkeerde kant van de deur, die ze vol tegen haar gezicht kreeg. Iedereen kon zien hoe Lillian tegen de vlakte ging. Wat was ik jaloers op haar, zelfs met een blauwe, gebroken neus. Stephan zocht haar later thuis op en bood zijn excuses aan. De rest is geschiedenis. De twee gingen daten, terwijl honderden meisjes baalden dat zij niet aan de verkeerde kant van de deur stonden.

Lillian bleek een blijvertje en genoot van de media-aandacht. Twee jaar later trouwden ze. ‘De vrouw van’ bleek ambities te hebben voor een zangcarrière, die plots wel van de grond kwam. Misschien was ik bevooroordeeld en lichtelijk jaloers, maar ik was geen fan van Lillian. Ik was geen fan van haar pornoblonde haar, niet van haar grote blauwe ogen die altijd keken alsof ze vreselijk nieuws hadden gehad, en al helemaal niet van haar zogenaamd prachtige stem die klinkt als een smurf met astma. Inmiddels zijn we drie kinderen, vijf films voor Stephan en twee cd’s voor Lillian verder. En nu, nu sta ik hier in de hal en ga ik gewoon voor hun kinderen zorgen. Met moeite onderdruk ik een gil. Wat een rare eerste indruk zou ik daarmee maken.

Mijn ogen schieten alle kanten op. Ik weet niet of ik eerst naar de glimmende marmeren vloer, de gigantische kroonluchter of mijn nieuwe werkgevers wil kijken. Vanuit een andere kamer hoor ik voetstappen en mijn hart verraadt de spanning die ik voel. Lillian glimlacht naar me en laat haar spierwitte tanden zien. Met grote passen komt ze naar me toe gelopen. Haar ogen zijn groot, haar wimpers zijn jaloersmakend lang en haar perfect gekrulde blonde haren vallen nonchalant over haar schouders. Ik voel me het lelijke eendje tussen de zwanen met mijn ontplofte, pluizige krullen en mijn goedkope jurk.

‘Schat,’ fluistert ze. Als Stephan de hoek komt omlopen, sta ik nog steeds als een kamerplant op de mat bij de voordeur. Daar is hij dan, mijn vroegere liefde. Ondanks ons eerdere gesprek voelt alles onwerkelijk nu ik in zijn huis sta.

‘Ha, Sharon. Wat fijn dat je er bent.’ Stephan geeft me een slap handje en bekijkt me van top tot teen.

‘Dank jullie wel dat ik onverwachts eerder mocht komen. En ik heet toch Sjoukje.’ Het liefst sla ik mezelf voor mijn kop. Ik heet toch Sjoukje. Alsof ik vorige week even Sharon heette, maar het niet goed beviel.

‘O, neem hem niet kwalijk. We hebben een lichtelijke kater van ons oud en nieuw feestje. Ik ben bekaf.’

Lillian trekt me in een omhelzing, waardoor haar penetrante bloemige parfum mijn neus binnendringt. Ze begeleidt me de keuken in, die eruitziet alsof hij in een showroom staat. In het Spaans zegt ze wat tegen Blas, die ons als een schaduw is gevolgd. Niets van het gesprek is voor mij te volgen, maar uiteindelijk neemt Blas afscheid en blijven Lillian en ik achter. Ik giechel ongemakkelijk en moet mijn best doen niet te staren naar alles om me heen.

‘Zullen we de rondleiding morgenochtend doen? Het was een korte nacht en de kinderen zullen weer vroeg wakker zijn.’ Mijn droomprins komt zuchtend om de hoek bij ons staan. Hij blijkt een botte boer te zijn en kapt onze eerste kennismaking bruut af. Wel met een adembenemende glimlach. Hij geeft Lillian een kus op haar mond, groet mij nogmaals en verdwijnt dan via de grote wenteltrap uit het zicht.

‘Sorry. Mannen. Je kent het wel.’ Ze haalt nietszeggend haar schouders op en lacht naar me.

Ze moest eens weten.

‘Ja, mijn vriendje is hierin ook nooit zo goed.’

‘O, heb je een vriend? Leuk, hoelang al?’

‘Ex-vriend.’ Mijn ogen worden waterig en om mijn tranen te verbergen laat ik een grote gaap zien, die misschien nog wel beschamender is dan een huilbui van iemand die net haar hele leven op zijn kop heeft gezet.

Na een ongemakkelijke stilte knikt Lillian en gaat ze me voor naar de geïmproviseerde logeerkamer die aan de keuken grenst. Er staat een tweepersoonsbed met een grote verzameling kussens. Verder lijkt de kamer gebruikt te worden als kantoor, want overal liggen mappen, papieren en boeken. Lillian leent me een pyjama en wijst door het raam naar een tuinhuisje, dat morgen voor me wordt klaargemaakt. In het donker is het moeilijk te zien, maar het lijkt op een van de zovele tuinhuisjes waarin in romantische films het meeste drama, liefde en verdriet plaatsvindt.

Nadat Lillian zeker vier keer heeft gevraagd of ik echt alles heb voor de nacht, ga ik in het koude, vreemde bed liggen. Het is stil, anders stil dan in Nederland en toch spelen er zich honderden gesprekken af in mijn hoofd. Gesprekken die ik heb gevoerd, gesprekken die ik zou willen voeren en gesprekken waarvan ik wens dat ik ze nooit had hoeven voeren.

3

De vijfkoppige jury

Voor mijn gevoel heb ik geen oog dichtgedaan. Achter de deur hoor ik het geroezemoes en gegiechel van kinderen. Voor hen ben ik waarschijnlijk op dit moment een soort monster in de kast, klaar om vrijgelaten te worden.

‘Sjoukje?’

Het is Lillian en zo te horen staat ze vlak achter de deur. Ik spring uit bed en loop naar het raam om naar mijn reflectie te kijken. In mijn haar zouden vogels gemakkelijk een nest kunnen bouwen en de mascara van de vorige dag zit zelfs op mijn voorhoofd.

‘Een momentje,’ roep ik terug, terwijl ik mijn haar bij elkaar bind met het elastiek dat om mijn pols zit. Ik wrijf de uitgelopen mascara weg, trek mijn pyjama recht en zucht diep voor ik de deur open.

Alsof het een Instagramfoto is, staat het gezin netjes naast elkaar.

‘Welkom,’ zeggen ze in koor. Lillian trekt me naar zich toe en omhelst me meteen stevig. Al dat geknuffel is wel iets waaraan ik moet wennen.

‘Ik vind het zo leuk om hier te zijn,’ zeg ik om de aandacht van mijn gestaar af te wenden.

‘Vanaf nu hoor je bij het gezin.’ Stephan trekt me naar zich toe en geeft me drie zoenen. De stoppels van zijn baard schuren langs mijn wangen en als ik nog niet goed wakker was, zou ik dat nu zeker zijn. De kinderen staan nog steeds netjes in een rij naast elkaar en kijken me met grote ogen aan. Ik zet mijn liefste glimlach op en draai mijn ring rond om mijn vinger. Dit is het moment van de waarheid. Als de kinderen me niet leuk vinden, zit ik binnen een week weer in het vliegtuig naar Nederland. Geen idee waar ik dan naartoe moet, aangezien ik niet echt op een nette manier ben vertrokken.

De oudste, Lola, is een prachtig meisje om te zien. Ze heeft schitterende, heldergrijze ogen. Ze is een echt prinsesje met haar dikke wimpers en haar lange blonde haar. Dat laatste heeft ze overduidelijk van haar moeder. Ik glimlach, zak iets naar beneden en steek mijn hand naar haar uit. Ze pakt hem vast, kijkt me achterdochtig aan, maar uiteindelijk zegt ze haar naam. Wanneer ik zeg dat ze een prachtige meid is, komt er een klein lachje. Haar broertje staat inmiddels te springen op zijn plek en trekt aan de hand van zijn moeder. Ik zak nog iets verder om Lola’s broertje een hand te geven, die overal naar kijkt behalve naar mij.

Hij mompelt iets wat waarschijnlijk zijn naam moet zijn. Ik kan me voorstellen dat hij veel voor elkaar krijgt bij zijn ouders. Met zijn blauwe ogen en bruine haar lijkt hij in niets op zijn oudere zus.

‘Ik bijt niet, hoor. Ik eet geen kinderen,’ zeg ik in de hoop het ijs te breken. Hij begint hard te lachen en vraagt of ik wel volwassenen eet. Ik grap dat ik het meestal bij aardappelen, groenten en vlees houd. Na mijn praatje krijg ik een hand van Bowie en nu zegt hij duidelijk zijn naam. Lionel, het jongste kind van de familie La Vender, is een mini-Stephan. Lillian heeft flink gepronkt met hem op Instagram.

Hij is een mengelmoesje van Bowie en Lola en staat dromerig naar buiten te kijken. Lionel geeft me een slap handje en is daarna weer afgeleid. Dat hij zijn eigen naam misschien nog niet eens kan uitspreken zou weleens de reden kunnen zijn dat hij niets zegt. Hij heeft me in ieder geval begroet en daar neem ik voor nu genoegen mee.

Blas blijkt naast chauffeur ook de butler te zijn in huis en ineens verschijnt hij in de keuken. Hij fluit en de kinderen volgen hem naar een grote kamer. Een soort speelparadijs dat haast twee keer groter is dan de stal waar ik vandaan kom. Lillian zegt iets in vloeiend Spaans tegen Blas en niet veel later zitten de kinderen aan een tafel te knutselen. Lillian en Stephan nemen me mee voor een rondleiding voordat Blas het ontbijt serveert. Ik ga echt een plattegrond nodig hebben om niet te verdwalen.

Iedere ruimte waar we komen ziet er gelikt uit en nergens is maar een vlekje, pluisje of andere rommel te zien. Een van de luxeproblemen is dat er drie woonkamers zijn. Wel hebben ze allemaal een andere naam. De eerste kamer, de chill, is knus. Er staat een crèmekleurige loveseat, een donkerbruine fauteuil en er ligt een pluizig, beige kleed op de vloer. Op een crèmekleurig dressoir staat een televisie en verder is de kamer gevuld met prullaria, die waarschijnlijk zo duur zijn dat ik er niets van kan betalen. Op de muur hangen portretten van alle drie de kinderen, genomen op hun eerste verjaardag. Zo naast elkaar zijn de gelijkenissen toch goed te zien. Op de andere muur hangt een foto van Lillian en Stephan, gemaakt tijdens hun bruiloft. De foto herken ik en heb ik veelvuldig op internet zien voorbijkomen, waardoor het haast voelt alsof hij uit mijn eigen collectie komt. Lillian vertelt dat de kinderen hier eigenlijk niet komen, maar ze hier vooral pers en vrienden ontvangen.

De tweede kamer, de living, is haast twee keer zo groot. De halve kamer wordt in beslag genomen door een enorme grijze U-vormige bank. In deze kamer is geen televisie, waardoor het nu al mijn favoriete kamer is van het huis. Ik ben niet tegen tv kijken, maar wel tegen het gejengel van kinderen om het kijken. De momenten dat kinderen iets kijken, zijn het ergste nog niet, maar als ze erachter vandaan komen veranderen ze in ontvlambare monstertjes. Er staat een gigantische eikenhouten kast waarin alles van de kinderen staat. Door de glazen schuifdeuren is de tuin te zien, die gigantisch is. In de kamer staat een schooltafeltje met vier kinderstoelen. Het zou me niets verbazen als ik de meeste tijd hier zal doorbrengen als we niet buiten zijn. Stephan vertelt dat de derde kamer, de guestroom, eigenlijk nooit gebruikt wordt en dat ik daarvan mag gebruikmaken als ik geen zin heb om in mijn kamertje te zitten. Maar aangezien zelfs het toilet eruitziet als een luxe badkamer, kan ik niet wachten om de binnenkant van mijn tuinhuisje te zien.

Boven is het niet minder luxe en het verbaast me hoeveel ramen er in het hele huis zijn. Godzijdank hoef ik die niet schoon te houden. De slaapkamers van de kinderen zijn enorm. Lola heeft een echte meisjeskamer met veel roze en glitters. Ze heeft het bed waarvan ik als meisje droomde. Onder haar hoogslaper staat een bureau met een knus zithoekje en boven haar bed hangt een klamboe. Niet zo’n goedkope doek die je na één keer draaien los hebt, maar een sierlijk gordijn, waarin ze helemaal kan verdwijnen. Haar plafond bestaat uit honderden kleine lichtjes die staan voor de sterren op de nacht dat Lola geboren werd, legt Lillian trots uit.

Bowie heeft een stijlvolle junglekamer. Geen onrealistische lachende olifanten, maar warme kleuren en een gave muurschildering. Zijn collectie potloden neemt een hele muur in beslag en elke mogelijke kleur is te zien in de rekken die normaal gesproken gebruikt worden voor gereedschap. Het pronkstuk is zijn bed, wat eigenlijk een jeep is. In de achterkant kan hij slapen en het stuk waar je normaal zit, is een bureau.

Lionels kamer lijkt op een filmset. Achter zijn bedje staat een grote filmklapper met ernaast een Golden Globe met zijn naam erop. Zijn muur is versierd met de letters Hollywood en aan de andere kant staan silhouetten van paparazzi met zogenaamd flitsende camera’s. Als je daar als kind ’s nachts geen nachtmerries van krijgt… Overal staan tierelantijntjes die te maken hebben met films, camera’s en Hollywood.

‘Nou, daar heeft een hoop werk in gezeten,’ is alles wat ik kan uitbrengen nadat ze me beiden aanstaren, wachtend op mijn reactie.

‘We laten ze spelen, zodat wij rustig kunnen kennismaken. Wanneer ze eenmaal doorhebben dat je er voor hen bent, is het gedaan met de rust,’ zegt Lillian wanneer we weer in de keuken zijn.

Blas heeft voor ons de tafel gedekt, die staat vol met broodjes, fruit, gebakjes en verse koffie en thee. In Nederland dronk ik alleen thee op mijn werk en thuis deden we nog weleens gek met een sapje. De koffie hier lijkt rechtstreeks van vers geplukte koffiebonen te komen en ik begrijp eindelijk waarom mensen er zo van houden. De smaak is zoveel intenser, hier denk ik wel aan te kunnen wennen.

Het gesprek komt ongemakkelijk op gang en na de verplichte feitjes gaat het over de kinderen. Stephan en Lillian beschrijven Lola als een temperamentvol zesjarig meisje dat gek is op de media. Ze krijgt les van Ivy, een jonge Nederlandse vrouw die de opleiding tot lerares heeft gevolgd, maar zichzelf niet dag in dag uit in een saai klaslokaal zag zitten. Als lerares van de kinderen van sterren op een eiland als Ibiza lijkt me dat het allesbehalve saai is. Volgend jaar, wanneer Bowie zes wordt, gaat hij daar ook naartoe. Naast de normale lessen, krijgen ze van Ivy mediatraining. Daarnaast doen ze aan toneel, krijgen zang- en dansles en leren hun gevoelens te uiten door middel van schilderen, muziek of schrijven. Ivy’s werk klinkt waanzinnig.

Inmiddels hebben de kinderen door dat er hier iets te eten valt en Lola heeft haar engelengezichtje opgezet om haar vader en moeder ervan te overtuigen dat ze een cakeje verdient. Lillian kijkt mij afwachtend aan, alsof ik op het punt sta te gaan schreeuwen dat cake ongezond is. Ik haal mijn schouders op en lach naar Lola en Lillian. De boze, dreigende blik die Lola mij geeft, zou niet misstaan in een horrorfilm over een bezeten kleuter.

‘Ik denk dat er vandaag een goede reden is voor een klein feestje en daar hoort iets lekkers bij, toch?’ Lola laat een lach zien en kijkt daarna weer onschuldig naar haar moeder.

Lillian knikt en geeft Lola toestemming om iets te pakken van het bord. Alsof ze uitgehongerd is, pakt ze een cakeje en stopt dat zonder enige moeite helemaal in haar mond.

Stephan roept Bowie en Lionel. Hoe verlegen ze net ook leken, nu er eten te halen valt zijn ze er als de kippen bij. Bowie kijkt me met grote ogen van top tot teen aan. Ik wacht tot een van de kinderen of de ouders het gesprek weer op gang brengt, maar het enige hoorbare is het smakken van Lionel.

‘Ik heb nog iets voor jullie meegenomen,’ zeg ik wanneer alle ogen op mij gericht zijn. Ineens staan alle drie de kinderen voor mijn neus. Snel loop ik naar mijn logeerkamer en pak de tas waarin de knuffels zitten.

‘Zie het maar als een soort kennismakingscadeau. Ik wilde iets meenemen, omdat ik zo blij ben dat ik hier ben en voor jullie mag komen zorgen. Hopelijk gaan we met elkaar een hoop mooie avonturen beleven.’

Lola is als eerste bij me en ze kijkt me nieuwsgierig aan. Bowie en Lionel volgen niet veel later. Ik houd de tas open en Lola pakt er een kattenknuffel uit. Degene die ik eigenlijk ook had uitgekozen voor haar. Lionel pakt een haai en daardoor blijft er alleen nog een leeuw over voor Bowie. Bowie staat op en neer te springen met in zijn ene hand de leeuwenknuffel en in zijn andere hand zijn cakeje.

‘Leeuwen zijn mijn lievelings. Die wilde ik ook.’

Lillian bekijkt het hele tafereel met een grote glimlach en ik voel me enigszins opgelucht nu ik de eerste goede punten heb gescoord bij de kinderen. Lola komt na wat geheimzinnig gefluister met het voorstel om nu mijn kamer te gaan bekijken. Nadat Lionel grondig is gepoetst en er nergens meer bruine chocoladevlekken kunnen achterblijven, volg ik de stuiterende kinderen naar mijn kamer.

Kamer? Ik bedoel mijn gigantische tuinhuis. Mijn mond valt alweer open en ik weet niet wat ik het eerst wil bekijken. Het is vanaf de buitenkant schattig met de witte muren, het oranje dak en de fleurige viooltjes die zachtjes dansen in de wind. Binnen is alles strak en lijkt het uit een woonmagazine te komen. Aan luxe kom ik niets tekort, want mijn badkamer heeft zelfs een jacuzzi en een sauna. Ik kan me zo voorstellen dat ik op mijn vrije dagen het bubbelbad pas uitkom wanneer de rimpels op mijn vingers staan en het water ijskoud is geworden.

Het tuinhuis is groot genoeg voor een gezin en heeft zelfs een keukentje. Er staat een hoekbank met een hoop kussentjes en een dekentje dat eruitziet alsof je erin wil gaan wonen om er nooit meer uit te komen. Er staat een boekenkast tegen de muur, gevuld met fleurige boeken die allemaal romans lijken te zijn. De slaapkamer lijkt op mijn oude slaapkamer, maar dan met een luxe boxspring, een rieten schommelstoel en een kledingkast, waarvoor ik precies nul kledingstukken heb om in op te bergen. Stephans gezicht staat ernstig wanneer hij me bekijkt en mijn mening vraagt.

‘O, het is geweldig. Ik kan niet geloven dat ik hier mag verblijven.’

‘Dus het bevalt je?’

‘Het is perfect.’

In mijn enthousiasme gooi ik mijn armen om zijn nek en kus hem op zijn wang. Om het nog erger te maken, bots ik als een agressieve kangoeroe tegen Lillian op in een poging haar ook te omhelzen. Welkom in mijn wereld, waarin ik nog veel moet leren, maar op dit moment nog steeds de boerentrien ben en overal aan moet wennen.

4

Een nieuw begin

De familie La Vender heeft mij achtergelaten in de villa, wat nog steeds onwerkelijk voelt. Natuurlijk moeten er nog dingen geregeld worden en daarbij moeten we het contract nog doornemen, maar eindelijk heb ik de eerste stap gezet om mijn droom achterna te gaan. Lillian, Stephan en de kinderen gaan vandaag op familiebezoek en het geeft mij de kans om mijn hoofd helder te krijgen. Lillian heeft me een stapel oude kleding gegeven die er nog beter uitzien dan mijn eigen nieuwste kleding en wanneer ik die in de kledingkast heb gelegd, plof ik neer op de bank.

Mijn nieuwsgierigheid wint het van het plan om mijn telefoon te laten uitstaan. Mijn ouders zullen inmiddels op de hoogte zijn en zijn vast niet blij met mijn keuze. Het wachten duurt een eeuwigheid en na een update stromen de berichten binnen. Gemiste oproepen, mails en veel WhatsAppberichten.

Bettina is geschrokken en hoopt dat ik in orde ben. Van mijn moeder heb ik geen bericht, maar die zal wel de schrik van haar leven krijgen als ze ontdekt dat ik weg ben. Nadat ik Robbies berichten heb gelezen zet ik uit frustratie het apparaat weer uit. Nu zijn bier is uitgewerkt is hij weer zijn onnozele zelf. Hij vraagt voor de duidelijkheid of we nog bij elkaar zijn, of hij mijn auto mag lenen en of ik wel boodschappen heb gehaald. Nu ik zijn domme reactie lees, vind ik het vooral jammer dat ik niet eerder bij hem ben weggegaan. Maandenlang liep ik al te piekeren over mijn relatie, mijn baan en mijn toekomst. Terwijl ik tevergeefs mijn best deed om met Robbie te praten, raakte ik steeds verder verwijderd van hem. Mijn gedachten broeiden door en het kostte me alle moeite van de wereld om me niet zo verbitterd te voelen. Een nutteloze ruzie, twee maanden geleden was voor mij de druppel.