Dubbel Rauw - Astrid Hacking - E-Book

Dubbel Rauw E-Book

Astrid Hacking

0,0
19,99 €

-100%
Sammeln Sie Punkte in unserem Gutscheinprogramm und kaufen Sie E-Books und Hörbücher mit bis zu 100% Rabatt.

Mehr erfahren.
Beschreibung

Dubbel Rauw gaat over de emotionele aardbeving die het overlijden van Astrid Hacking's man bij haar teweegbrengt. Tijdens deze kwetsbare periode van rouw wordt Hacking onverwacht geconfronteerd met de herbeleving en herontdekking van haar traumatische jeugd. Hacking vertelt over hoe haar gevoelens gecombineerd worden. Hoe ze elkaar beïnvloeden. Wat dat met haar doet. En hoe uiteindelijk het leven weer beter wordt. Anders, maar wel met perspectief. Beide trauma's lopen door elkaar heen, er zit geen chronologie in het verhaal. Hacking beschrijft emoties en gebeurtenissen die er in dit proces toe doen op het moment dat ze haar gesteldheid bepaalden. Astrid Hacking hoopt met dit boek anderen, die worstelen met hun eigen historie, te helpen. Zij gunt hun erkenning en liefde voor zichzelf.

Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:

EPUB
MOBI

Seitenzahl: 111

Veröffentlichungsjahr: 2022

Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



Inhoud

Colofon 2

Voorwoord 3

Het verhaal van de dood van mijn broertje 24

Mijn verhaal van de dood van mijn broertje 25

Nawoord 92

Colofon

Alle rechten op verspreiding, met inbegrip van film, broadcast, fotomechanische weergave, geluidsopnames, electronische gegevensdragers, uittreksels & reproductie, zijn voorbehouden.

© 2022 novum publishing

ISBN drukuitgave:978-3-99131-047-1

ISBN e-book: 978-3-99131-048-8

Lectoraat:Daphne Hoebée

Vormgeving omslag:Ellen Hendrix

Omslagfoto, lay-out & zetting:novum publishing

Foto’s binnendeel:Astrid Hacking

www.novumpublishing.nl

Voorwoord

Dit is mijn verhaal. Het heeft nog geen begin, nog geen eind. Ik heb geen idee hoe het uiteindelijk afloopt en welk pad ik nog moet bewandelen om een soort eindstation te bereiken van waaruit ik verder kan. Ik heb daarbij een beeld van het laatste station van een berglift. Dat is nooit op de top, je moet nog een stuk klimmen om de top te bereiken maar als je daar eenmaal bent ligt de wereld letterlijk en figuurlijk aan je voeten.

In de kwetsbare toestand waarin ik me nu al een paar maanden bevind dacht ik dat ik mezelf zou moeten uitvinden als een ander mens. Niet meer als de helft van een stel. Ik begin nu steeds meer te denken dat ik geen ander mens moet worden, maar – eindelijk – mezelf. Wat dat is weet ik echt nog niet, het is een avontuur. Maar ik weet nu dat ik in de loop van mijn leven in delen uit elkaar ben gevallen, en dat ik moet proberen die delen met elkaar te verbinden, te laten samenwerken, elkaar te laten erkennen en van elkaar te leren houden. Om ooit zover te komen zal ik nog door dalen, diepe dalen moeten gaan maar ik weet dat ik daar de kracht voor heb. Ik ben niet alleen, ik heb D en E die mij helpen, bij wie ik mag instorten en ook weer opkrabbelen. Bij wie ik eindeloos mag praten, die mij geloven en mijn emoties omarmen. En natuurlijk mijn meisjes. De drie die ik al ontmoet heb en degenen die nog verborgen zijn. En, in een heel andere dimensie, natuurlijk W. Hij vangt mij op als ik val. Nog steeds, ook nu nog.

In dit verhaal speel ik de hoofdrol, het gaat over mij. De belangrijkste mensen in mijn leven zijn ook in dit proces belangrijk, aanwezig, maar het gaat niet over hen of over mijn verhouding met hen, alleen als dat voor het verhaal belangrijk is. Dus even kort vooraf: Ik ben getrouwd met W, hij was de liefde van mijn leven. Na 43 jaar is hij gestorven, nu een half jaar geleden. Mijn dochter D is mijn geschenk. Mooi, lief, eerlijk, confronterend als het moet en koesterend als het kan. En dan E. Het kan geen toeval zijn dat zij op mijn pad gekomen is. Met haar heb ik aangedurfd wat ik eerder nooit wilde en wat ik in mijn samenzijn met W ook niet in therapeutische zin als nodig zag. Wij ontmoeten elkaar op alle niveaus en ze helpt me bij iedere stap op de weg die ik nu afleg. Zelfs als ze niet bij me is weet ze hoe het met me gaat, weet ze wat ik nodig heb en kan me daarmee helpen. Zonder haar zou ik nooit aan dit traject begonnen zijn. Dan was ik een vrouw met verdriet om haar overleden geliefde en zou ik alle energie die ik overhad nodig hebben om mijn verdedigingslinies, die ik in mijn leven heb opgebouwd, te repareren en in stand te houden. Dat had gekund, maar dan zou ik mezelf nooit gevonden hebben. Dan was ik iemand anders geworden, niet mezelf. Dus hoe moeilijk ook, hoe pijnlijk, hoe verwarrend, het is goed.

W, mijn geliefde, op anderhalve week na 43 jaar mijn man, is dood. Op 21 april 2020 gleed hij uit het leven. In mijn armen. En sindsdien staat mijn leven dus op zijn kop. Dit verhaal is mijn verhaal niet zonder zijn verhaal.

Begin oktober kreeg W de uitslag van het bevolkingsonderzoek darmkanker en er bleek bloed in de ontlasting te zitten. Een scopie dus, drie weken later. Dat wachten was slopend en dan wordt de mogelijkheid dat je overlijdt opeens iets heel anders dan een scenario voor de verre toekomst. Praten, lachen, huilen, optimisme, fatalisme, alles gebeurt. Gelukkig was de uitslag van de scopie relatief goed. Goedaardige poliepen die meteen verwijderd werden maar ook diverticulitis. Dat is een ontstekingsproces in uitstulpinkjes van de darm die iedereen op latere leeftijd krijgt. Natuurlijk enorme opluchting. Geen kanker, en diverticulitis is oplosbaar. Wel lastig maar je kan er stokoud mee worden. En dat verklaarde ook al zijn symptomen. Vermoeidheid, gebrek aan eetlust, misselijk, gasvorming in de buik (die dan ook steeds dikker werd), diarree, en een enorm gebrek aan energie. Maar we zouden dat varkentje wel wassen. In die tijd ben ik ook gaan koken, dat had ik nooit eerder gedaan maar hij was er te moe en te ellendig voor en bovendien is koken ook niet echt een optie als je steeds misselijk bent. Ik maakte steeds dingen die hij lekker vond, en die pasten bij zijn aandoening (een hele zoektocht met google). Hij at wel wat ik hem voorzette maar eigenlijk alleen kleine bordjes. En nog meer inleveren, de wereld werd nog kleiner. Ik moet hier wel even zeggen wat ik van dat laatste vond. In de eerste plaats was dat proces zo geleidelijk dat je er gewoon in mee gaat. En ik dacht ook steeds dat het wel weer anders zou worden als we de juiste formule gevonden hadden om zijn energieniveau weer op te krikken en zijn symptomen te bestrijden. En ik hield van hem en dan doe je dat gewoon. Maar het was wel moeilijk.

Gelukkig leek het rond de feestdagen te kenteren, en vanaf het begin van het nieuwe jaar leek het toch weer vooruit te gaan. Tot carnaval. Mijn kleinzoon had geen idee wat carnaval was. Oplossing: bij opa en oma logeren, optochten bezoeken, ver­kleden, feest gaan vieren. W heeft al die dagen in bed gelegen, hij was te moe. En carnaval ging niet door vanwege de enorme harde wind en ook de beginnende coronapandemie. Ik ging op zondag met D en kleinzoon naar de Ikea, om maar even weg te zijn. En onderweg ben ik helemaal ingestort. Ik kon het niet meer aan. Ik trok aan een dood paard, hij werkte niet mee, ik moest alles alleen doen, hij deed niets meer, en ik had ook nog een baan. Kortom, de overbelaste mantelzorger die nog niet doorhad dat hij het echt niet kon, dat er geen sprake meer was van een keuze. En wat ik echt niet vertrouwde was dat zijn buik steeds dikker werd. Ik twijfelde eraan of dat echt wel gas was, en als dat inderdaad niet zo was dan kon het wel eens ernstig zijn. Maar hij wilde niet naar de dokter, het zou wel overgaan. De dag erna ging D naar huis en heb ik tegen W gezegd dat ik een afspraak bij de huisarts ging maken, of hij wilde of niet. En toen hij zei dat dat een goed idee was ging ik me pas echt zorgen maken. De afspraak was op 5 maart 2020.

Er was een vervangende huisarts die W onderzocht, erg zorgelijk keek en ook zei dat dit wel eens serieus zou kunnen zijn. We moesten een afspraak maken voor een echo in het ziekenhuis en de week erna terugkomen. Onze eigen huisarts kreeg dit te horen, bemoeide zich ermee, wilde W de volgende ochtend zelf zien, en heeft direct de internist gebeld. En ja hoor, meteen naar de SEH. Die dag heeft hij allerlei onderzoeken gekregen en uiteindelijk was de diagnose ernstige orgaanschade (nieren, lever, darmen). En – jawel hoor – zwaar ondervoed. Door te weinig eten maar ook doordat de organen niet meer deden wat ze moesten doen. Prognose: ernstig maar niet levensbedreigend. Met een flinke aanpassing van de levensstijl en door onder begeleiding te bewegen weer in een betere conditie te komen, zou hij geen 100 worden maar wel nog een flink aantal jaren een goed leven kunnen hebben. En laat dat nou net de dag zijn dat in dat ziekenhuis besloten was dat als je elkaar maar geen hand gaf we de corona wel de baas zouden blijven. Maar diezelfde corona was wel reden om hem niet op te nemen vanwege het risico op besmetting in het ziekenhuis. Ik was het daar niet mee eens, ik vond dat ze hem wel moesten opnemen en met sondevoeding zijn ondervoeding bestrijden (het niet eten was dus geen kwestie van niet willen maar echt van niet kunnen) maar daar kon geen sprake van zijn. Hij zou een oproep krijgen voor een poliklinisch consult bij een internist en voor aanvullend onderzoek. Binnen twee weken.

En daar zaten we dan. Thuis. Hij was al een slechte slaper en nu lukte dat helemaal niet meer. Hij viel pas tegen de ochtend in slaap. Ik ben toen parttime gaan werken. Vroeg, en aan het eind van de ochtend weer thuis, zodat ik er was als hij weer wakker werd. Maar nog steeds hadden we een beetje hoop. De afspraken in het ziekenhuis gingen niet door (corona dus) en het consult met de internist zou telefonisch plaats vinden. Onhandig want W was slechthorend en dan is telefoneren niet het beste communicatiemiddel dus het gesprek werd door mij gevoerd namens hem. De internist kon eigenlijk nog niet echt iets zeggen, dat kon hij pas als er een paar keer bloedonderzoek was gedaan en de waarden zouden stabiliseren (goed of slecht). De week erna bloed prikken en dan weer een telefonisch consult. En daar ga je dan, met een doodzieke man, in een uitgestorven ziekenhuis naar de bloedprikdienst. Een ziekenhuis waar je zo graag geholpen zou worden, maar waar niemand tijd en aandacht voor je heeft want ja, corona dus. Bij het tweede telefonisch consult, dus twee weken nadat we op de SEH waren, heb ik de internist gevraagd wat ik moest doen met de aversie van W tegen eten. Hij wilde niet en ik dacht als ik je niet aan het eten krijg ga je gewoon dood aan ondervoeding. Een bizarre vraag aan een arts die je nog nooit gezien hebt, die mij nog nooit gezien had maar ook zijn patiënt niet. En zijn antwoord was: mijn beste advies op dit moment is om hem aan te laten geven wat hij wil en daarnaar te handelen. En dat ik me niet kon voorstellen hoe het is om zo ontzettend, eindeloos vermoeid te zijn als mijn man nu was. En dat sloeg bij mij in als een bom, dat was het doodvonnis. Toen ik W dit vertelde was hij gek genoeg niet verdrietig, in paniek of wat dan ook, alleen maar opgelucht. Hij hoefde niet meer. Ook hij wist wat dit betekende maar hij voelde zich eindelijk rustig. En dat bleef zo. Nog een week later had ik weer contact met de internist en heb hem gesmeekt om dan in ieder geval een fysiek consult te regelen omdat mijn man aan het doodgaan was. Maar nee, van dood gaan was nog geen sprake, dat was helemaal nog niet aan de orde. We zouden hier best bovenop komen. Over twee weken weer bloed prikken. En ja, corona hè? Wat voelde ik me in de steek gelaten.

Ik heb toen de huisarts gebeld. Die was net terug van een vakantie die langer had geduurd dan gepland want hij zat in een land waarvan de grenzen sloten toen hij er was, corona dus. Hij is diezelfde middag gekomen. Hij heeft W uitgebreid onderzocht en is daarna bij ons gaan zitten en vroeg aan W “weet je hoe dit af gaat lopen?” Ja, zei W, ik ga dood. Ja, zei de huisarts, dat is zo. En dat was de tweede keer dat ik bij W een soort van opluchting zag. Het hoefde niet meer. De huisarts kon en wilde geen termijn geven maar we moesten als indicatie denken aan een jaar of meer, dat hing ervan af wat de restcapaciteit van zijn organen was en of behandeling zou aanslaan. En toen wisten wij al dat dat niet zo was. Wij wisten dat we op weg waren naar een snel einde. We hebben toen afgesproken dat de huisarts de begeleiding van de internist zou overnemen. Wel nog periodiek bloed prikken, maar dan aan huis, en hij kwam zelf om de paar dagen langs.

W bleef vanaf toen steeds meer in bed liggen. Eten was alleen nog tomatensoep, aardbeien met slagroom en ijs. En dat was het. Drinken was een probleem want zijn nieren hadden veel vocht nodig maar zijn lever kon maximaal 1,5 liter per dag aan. Daar was hij erg mee bezig. Natuurlijk was D van alles op de hoogte en we hadden veel contact. Om de paar dagen zag ze hem via facetime en zag ze hoe hard hij achteruitging. Op 15 april is ze gekomen, voor één dag. Die dag was de huisarts er ook en ze zei tegen hem dat ze die avond naar huis ging maar alleen om spullen op te halen om lang te kunnen blijven. Hij heeft haar dat afgeraden, omdat het nog lang niet zover was. Maar ook hier wisten wij beter. Vrijdag 17 april is ze teruggekomen en gebleven. Ik had voor haar en haar zoontje vlak bij een huisje gehuurd zodat we allemaal iedere dag ook wat tijd voor onszelf hadden. Dat hadden W en ik ook nodig.