Eerste Aarde - Kevin Francis Baker - E-Book

Eerste Aarde E-Book

Kevin Francis Baker

0,0
3,99 €

-100%
Sammeln Sie Punkte in unserem Gutscheinprogramm und kaufen Sie E-Books und Hörbücher mit bis zu 100% Rabatt.

Mehr erfahren.
Beschreibung

Vier mensen leven een ogenschijnlijk normaal bestaan, tot op een dag een mysterieuze man op social media verschijnt. Wanneer hij enkele huiveringwekkende voorspellingen doet - en deze uitkomen - hangen mensen over de hele wereld aan zijn lippen. Dat moment gebruikt hij voor een toespraak, waarin hij verkondigt dat de wereld waarin zij leven niet is wat hun altijd verteld is. Als tijdens zijn toespraak duidelijk wordt wat men wacht na de dood, breekt er een wereldwijde paniek uit die men tot het uiterste zal drijven om in leven te blijven.

Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:

EPUB
MOBI

Seitenzahl: 436

Veröffentlichungsjahr: 2024

Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



EERSTE AARDE

EERSTE AARDE

Door: KEVIN FRANCIS BAKER

Gepubliceerd in 2022

Uitgever: BAKER BOOKS

Cover design: KEVIN FRANCIS BAKER

Copyright © 2022 KEVIN FRANCIS BAKER/BAKER BOOKS

Alle rechten zijn gereserveerd.

www.kevinfrancisbaker.com

Van dezelfde schrijver:

VER VAN HUIS

EERSTE AARDE

SCI-FI THRILLER

Kevin Francis Baker

“Reality is merely an illusion, albeit a very persistent one.”

Albert Einstein

DEEL I

PROLOOG

‘Alles staat klaar,’ zei een nerveuze man vanachter zijn bureau. In de donkere kamer werd hij enkel belicht door de weerkaatsing van het licht van zijn beeldscherm. Zijn been wiebelde op en neer terwijl het leunde op zijn andere. Hij sprak tegen de man die bij het raam stond; een schim, afgetekend tegen de depressief grijze kleur van Utrecht. De man bij het raam rookte een sigaret en blies een wolk rook tegen de ruit voor zich, waar druppels regen elkaar horizontaal achterna zaten. Zijn gezicht werd geaccentueerd door het licht van de volle maan, die door een breuk in het wolkendek scheen, en zijn blik was strak gericht op het verlaten plein De Neude. De lichten in het kantoor waren al uit; medewerkers waren naar huis en de schoonmakers hadden hun ronde door het gebouw al gemaakt. Maar de twee mannen waren altijd de laatsten die vertrokken. De man bij het raam nam zijn laatste hijs en gooide de peuk in een kopje koud geworden koffie dat op de vensterbank stond. Hij zou hem weggooien voordat ze het gebouw verlieten, want roken was hier eigenlijk verboden, maar op dit moment stond hij het zichzelf toe. Hij was immers degene die ‘t hier voor het zeggen had. Hij keerde zich naar het bureau van de nerveuze man, die nog altijd wiebelend op zijn stoel zat, en hij nam plaats tegenover hem.

‘Oké, wie hebben we allemaal?’ vroeg hij.

De zenuwachtige man ging verzitten en schoof zijn bril, met dik montuur, tegen de brug van zijn neus. ‘We hebben twee, of laten we zeggen: drie vrijwilligers geselecteerd uit de tientallen die zich hebben aangemeld.’

‘De gelukkigen.’

De zenuwachtige man keek ongemakkelijk weg. ‘Hoe jij het wilt noemen natuurlijk.’

‘Dus we hebben in totaal vier rollen. Zijn ze al ingedeeld?’

De nerveuze man glimlachte: ‘We hebben natuurlijk jouw rol, één van de betere,’ begon hij en de man die duidelijk de leiding had knikte zijn hoofd goedkeurend, ‘dan hebben we de, laten we zeggen, “beetje-van-alles-rol,” de kameleon, voor de complete ervaring. Daarnaast hebben we nog de rol van de held, een echte rollercoaster ervaring: bang erin, moedig eruit. En ja, die laatste,’ eindigde de nerveuze man terwijl hij de blik van de leider vermeed.

De leider staarde de nerveuze man strak aan. ‘Nog bericht van de advocaten gehad?’

‘Ja, het is waterdicht, ons kan niets gebeuren.’

‘En de vier “stervers”?’

‘Waterdicht, zeker nu ze ook de verplichte veiligheidsband meekrijgen, ook al zullen ze niet begrijpen hoe deze werkt. We verwachten met hen geen problemen. Maar goed, je weet het niet.’

De leider stond op uit zijn stoel en wandelde terug naar het raam, waar hij nogmaals een sigaret op stak. Hij keek uit over een wenend Utrecht. ‘Morgen is het zover,’ zei hij, inmiddels in zichzelf gekeerd. ‘De laatste test. De volledige ervaring, zonder vangnet, zonder kennis van het nu.’ Hij dacht terug aan de eerste spruit van zijn idee, zeven jaar geleden. Toen was het nog maar een hersenspinsel. Toen leek het onmogelijk. Die jaren hadden hem twee keer zo oud gemaakt. Hij voelde het in zijn botten. Hij was moe. En de laatste test moest nog beginnen. Het was zijn fantasie, zijn droom. Ook al kleefde er menig risico aan. Het was baanbrekend, revolutionair! En dat was waar hij voor leefde. Volgende week om deze tijd zou alles duidelijk zijn. Dan was het klaar. Hij draaide zich om naar de nerveuze man die zijn nagels tot pulp aan het bijten was. ‘Moge het een interessante en succesvolle reis worden,’ zei de leider en hij trok een grimas, ‘behalve voor die laatste persoon dan.’

De nerveuze man haalde zijn schouders op en mompelde iets in de trant van: ‘vrijwillig.’ Beide heren keken elkaar aan in de ruimte waar vier stoelen stonden opgesteld, omringd door allerlei apparatuur. De kamer vibreerde van spanning en anticipatie, klaar voor de laatste test.

‘Licht ze in, morgenvroeg beginnen we.’

1

DE LAATSTE GEWONE DAG

De wekker ging. Jordan verroerde in eerste instantie geen spier tot hij langzaamaan besefte wat hij hoorde. Zijn wekker schreeuwde de start van een nieuwe dag, een nieuwe week. Maandag. Zijn gehele lichaam bleef liggen waar het lag, met het gezicht in het kussen, en de rest van zijn lichaam gedraaid als een wokkel. Enkel zijn arm rees en zwiepte wuivend voor de bewegingssensor om te zorgen dat het ding zijn kop hield. Het schellende geluid van zijn wekker was nog niet opgehouden of deze maakte plaats voor een luid gepiep, dat onder zijn raam vandaan kwam; een vuilniswagen die achteruit de parkeerplaats op reed. Jordan slaakte een diepe zucht en probeerde voorzichtig zijn ogen te openen, maar deze bleven op dusdanige wijze plakken dat het leek of er een dun plakkerig laagje een laatste strijd voerde om hem, met zijn ogen gesloten, van opstaan te weerhouden. Hij tilde zijn hoofd op en draaide deze naar de andere kant van zijn kussen en keek op de wekker, 07.00 uur. Wie had er ooit bedacht dat vrijwel alle medewerkers van een organisatie, ongeacht hun beroep, op dezelfde rare tijden moesten werken, van ‘s ochtends tot eind van de middag? Er was een duidelijk verschil tussen ochtendmensen en nachtmensen. De wetenschap had al lange tijd aangetoond dat het in de genen zat, gestuurd door een biologische klok en dat dit per persoon verschilde. Waarom moesten nachtmensen dan om zeven uur ‘s morgens hun bed uit om de dag te beginnen? En dat terwijl ze misschien pas om drie uur ‘s nachts in hun bed lagen? En begin alsjeblieft niet een debat dat laatstgenoemde nou juist het probleem is, dat was gewoon de tijd dat een nachtmens naar bed ging, punt uit. Maar goed, dit was niet de eerste maandag dat Jordan een dialoog hield met een denkbeeldig persoon. Sterker nog: een dialoog voeren met zelfverzonnen mensen in zijn hoofd was voor hem de normaalste zaak van de wereld. Hij praatte liever met iemand die pas kon antwoorden nadat Jordan al een tegenargument had klaarliggen. Op deze wijze kon hij de confrontatie vermijden zodat hij niet zijn woorden op de plaats hoefde te verdedigen.

Jordans arm was verder nog altijd het enige echt actieve onderdeel van zijn lichaam en deze graaide naar zijn telefoon. Hij had een bericht van Berend, de CEO van VIDZY, het sociale videoplatform waar hij voor werkte. De boodschap las: “Kom als de sodemieter naar kantoor zodra je dit leest!” Het was alsof iemand een emmer water in zijn gezicht gooide. Jordan sprong op uit zijn bed. Hoe laat was dit verstuurd? Bovenaan het bericht stond 04.36 uur vannacht. Dat was anderhalf uur nadat hij was gaan slapen. Had hij vannacht nog iets online gegooid? Hij had geen werk gedaan, althans niet dat hij zich kon herinneren. Hij had überhaupt niet geprogrammeerd. Voor de zekerheid ging hij toch even vlug naar de website van de videodienst om te zien of deze nog wel online was. Op de homepagina viel er niet direct iets te spotten en zijn hart begon iets rustiger te kloppen. Was dit hoe de maandag moest beginnen?

De vrachtwagen had zijn lading ingeladen en reed met rommelende motoren weer weg. Jordan liep door zijn kamer richting het goedkope koffieapparaat en gooide er een pad in. Hij drukte op de knop en nog voor de koffie was uitgedruppeld stond hij al aangekleed en wel naast het apparaat, klaar om naar kantoor te gaan. Zijn lange haren werden bij elkaar geraapt om in een lage staart te knopen en hij was klaar voor de dag. Althans, veel frisser ging hij niet worden, en dat was op dit moment wel zijn laatste zorg. De koffie dronk hij iets te heet weg waardoor hij zijn mond brandde en met een rauw en pijnlijk gehemelte schoof hij in zijn zomerjas, pakte hij zijn rugzak met laptop die naast de deur lag en rende de trap van het gebouw af.

Aangekomen op de begane grond, liep hij bijna een oude man omver. De man blokkeerde de uitgang van het huis.

‘Sorry, meneer Bakker,’ zei Jordan en hij bleef voor de man staan. De man glimlachte en stond daar met opgetrokken wenkbrauwen, in zijn badjas, met een krant onder zijn arm, te staren. Een vriendelijke glimlach opende als een bloem op zijn gezicht.

‘Jordan, knul, vanwaar de haast? Het is maandag.’

‘Werk, meneer Bakker,’ zei Jordan en zijn beleefdheid weerhield hem ervan om niet langs de man te sprinten. ‘Ik heb het geld al klaarliggen. Wilt u dat ik het nog even ga halen?’

Frederick Boudewijn Bakker was eigenaar van het pand aan de Springweg, waar Jordan zijn kamer huurde. Toen Jordan een kamer zocht, was hij een advertentie op internet tegengekomen, op een forum voor buurtbewoners van Utrecht-Centrum, waar een bejaarde man een kamer in zijn huis wilde verhuren nadat zijn vrouw was overleden. De advertentie, die heel aandoenlijk moest ogen had echter, door het noemen van het overlijden van zijn vrouw, een griezelig tintje gekregen. Het was dat een kamer in Utrecht vinden een bijna onbegonnen zaak was, anders had Jordan nooit op de advertentie gereageerd. Echter niets was wat het leek en het enige dat Jordan aantrof was een allervriendelijkste meneer die Jordan dat gaf waar hij zo naarstig naar zocht. Het was wat dat betreft een goede ruil want Jordan bracht de oude man hetgeen hij zo naar verlangde. Gezelschap. Ze raakten bevriend en Frederick Boudewijn, die zei dat Jordan hem Fred mocht noemen, werd als een soort tweede vader voor hem.

‘Laat dat geld maar wachten, dat heeft geen haast, jongen,’ zei Fred. ‘Werk je aan iets nieuws?’

Hoe oud meneer Bakker ook was, zijn jeugdige kijk op het leven maakte hem nieuwsgierig naar technologie en Jordan was voor hem als een raam naar die wereld. Jordan genoot ervan hem de verhalen te vertellen en de magie van zijn programmeerwerk op zijn laptop te tonen. Iets waar zijn ouders nooit geïnteresseerd in waren geweest.

Jordans blik vloog over de voordeur en Fred herkende de onrustige jongen die Jordan was wanneer hij er vandoor moest.

‘Ga, knul, we hebben het er later wel over.’

‘Heeft u nog wat nodig van de supermarkt?’

‘Eieren alsjeblieft, bedankt jongen.’

Jordan probeerde nonchalant de deur uit te lopen en eenmaal buiten op de Springweg wilde hij naar zijn fiets rennen. De lantaarnpaal waar hij hem gisteren aan vast had gemaakt, stond echter naakt voor hem; met het slot, dat de fiets eraan vast had gehouden, afgezakt en kapot geknipt op de grond eromheen. Alsof het een cirkel trok om de plaats van delict. Dit ga je niet menen, dacht Jordan en zonder erbij na te denken, begon hij langzaam richting de Oudegracht te lopen. Wanneer je een dergelijk bericht van je baas krijgt, is het verstandig om vooral niet te laat aan te komen en al helemaal niet met een verhaal, hoe waar dan ook, dat je fiets gestolen was. Toen hij het gezicht van een woedende Berend voor zich zag, begon hij sneller te wandelen, totdat zijn armen begonnen mee te deinen en hij uiteindelijk à la Usain Bolt de Oudegracht afrende richting het centrum, waar het hoofdkantoor van VIDZY zich bevond. Na enkele honderden meters en een kreet van “Kan je uitkijken!” later, begon hij te zweten en de rugzak met zijn laptop werd alsmaar zwaarder. Uithoudingsvermogen was een onbekend begrip voor Jordan die geen sport meer had beoefend sinds de middelbare school. De enige snelheid waar hij wat om gaf was die van zijn processor. Zijn longen voelden alsof ze in lichterlaaie waren gezet en een ijzersmaak vulde zijn mond. Toen hij twee straten van het kantoor verwijderd was, doemde er een auto achter hem op en hij maakte plaats om deze te laten passeren. Met de mouw van zijn zomerjas wreef hij het zweet van zijn voorhoofd en de wagen kwam nonchalant naast hem rollen. Jordan schrok toen hij zag dat het een politiewagen was. Had hij iets verkeerds gedaan? Hij probeerde door het raam van de wagen naar binnen te kijken, om contact te zoeken met de agent, maar de zon toonde Jordan enkel zijn eigen weerspiegeling in de ruit. Door de bolling van het raam leek hij op een zwetende puntpaprika. Jordan vertraagde zijn pas nu hij echt niet meer kon rennen en vroeg zich af of de politiewagen zou stoppen en of hij zou worden aangesproken. De wagen rolde een moment op looppas met Jordan mee. Hij voelde zich geïntimideerd en op dat moment trok de politiewagen met gierende banden op en scheurde hij de straat uit. Jordan vroeg zich af wat het te betekenen had. Hij zag het al voor zich: twee lachende en wijzende agenten, gierend om Jordans vertoning op de maandagochtend. Maar het voelde echter anders: alsof ze hem volgden, alsof hij bekeken werd, alsof Berend hen had gebeld om uit te laten zoeken waar Jordan bleef en of hij al bijna bij kantoor was.

De laatste tien meter liep hij strompelend richting de deur van het gebouw, niet wetende wat hij met zijn lichaam aan moest. Zijn armen gingen omhoog tot boven zijn hoofd om beter te kunnen ademen toen zijn hand plotseling werd geslagen door een jongen die achter hem vandaan de lucht in sprong en hem een high five gaf alsof hij iets bereikt had deze ochtend.

‘Wat is er met jou aan de hand? Ben je komen rennen?’ vroeg Jael, zijn collega en beste vriend sinds de middelbare school.

Jordan probeerde wat te zeggen, maar hij merkte dat hij met geen mogelijkheid iets uit kon brengen.

‘Rustig aan vriend, vanwaar de haast?’

‘Berend... app… sode… mieter…,’ kraamde hij uit en gaf het op terwijl hij langzaam ineen zakte en op de grond ging zitten, vrezend dat hij te ver was gegaan en dit zijn einde zou zijn. Hij hield zijn telefoon omhoog naar Jael zodat hij Berends app kon lezen.

Jael keek met een zorgelijke en ietwat treurige blik op hem neer. ‘Maak je niet druk om Berend, als iemand beter in Gods boekje staat ben jij het,’ zei hij en hij sloeg een kruis.

Jordans adem kwam langzaam weer terug. ‘Wat moet het toch heerlijk zijn om zo te geloven als jij. Dan zou ik me nooit meer zorgen hoeven maken.’

‘Is dat sarcastisch?’

Jordan haalde zijn schouders op, ‘Niet eens, ik kan wel wat geloof gebruiken op dit moment.’

‘Het geloof kan jou gebruiken,’ zei Jael en toen Jordan hem aankeek, schoten ze beiden in de lach.

‘Kom mee, dan gaan we kijken wat Berend van je wil.’

De lift naar boven duurde altijd lang, maar deze keer kon hij wat Jordan betrof niet lang genoeg duren. De gedachten aan zijn bed maakte hem bijna melancholisch en hij zwoer, zoals hij telkens weer tevergeefs deed, om hoe dan ook vanavond vroeg naar bed te gaan. De gedachte dat er mogelijk weer een fout in de software was gevonden, waar hij de rest van de dag mee bezig zou zijn, was een deprimerend vooruitzicht.

Jael klopte op zijn schouder, ‘Relax man, je weet zelf dat ze niet zonder je kunnen. Je hebt een machtspositie en daar moet je dankbaar voor zijn.’

‘Zo voelt het niet, als een machtspositie,’ zei hij stilletjes en wilde graag van onderwerp veranderen.

‘Hoe is het met Kira en de kids?’

Jael droeg de dromerige lach van een man die zijn doel in het leven had gevonden en van ieder moment genoot, ‘Jula en Nero waren uit logeren,’ zei hij opgewekt, ‘gisteren hebben we voor het eerst in lange tijd weer eens uitgeslapen.’

‘Je appte mij al om acht uur in de ochtend?’ vroeg Jordan.

‘Ja?’ vroeg Jael verontwaardigd, ‘In plaats van zes uur, dat is uitslapen, vriend. Twee uur extra.’

‘Volgens mij ging ik zaterdag om die tijd naar bed.’

Jael lachte, ‘Ik weet het, ik zie altijd hoe laat jij nog online bent geweest. Wat doe je rond die tijd? Werken?’

‘Ja, aan mijn soloproject of ik schrijf dan aan mijn blog.’

De liftdeuren gingen open. Jael gaf hem nog een por met zijn elleboog, ‘Houd je hoofd koel, we spreken elkaar straks bij de pingpongtafel, 10.00 uur?’

‘Ik kan niet beloven dat ik dan nog in leven ben, maar ik ga mijn best doen,’ zei Jordan. Hij liep rechts de lift uit, richting de technische afdeling. Jael was onderdeel van het Human Resources team en Jordan zou momenteel een moord plegen om een dag met hem te mogen ruilen. De glazen wanden in de ruimte gaven Jordan de kriebels en hij keek naar de grond, terwijl hij richting zijn plek liep, bang om iemand in de ogen te kijken en een praatje te moeten houden. Het pand was erg modern van binnen, muren met felle mintgroene en lichtblauwe kleuren van de VIDZY-huisstijl, met inspirerende kreten op de muur, glazen wanden die de ruimte verdeelden, overal beeldschermen met statistieken en groene planten die nep leken maar toch iedere week van water werden voorzien. Het enige wat er alleen ontbrak was een beetje privacy gezien het bestuur vond dat er voornamelijk open ruimtes gebruikt moesten worden voor goed collegiaal contact. Je kon merken dat de eigenaren geen programmeurs waren.

Hij rook een vleugje zweet toen hij bij zijn werkplek aankwam en een rilling liep over zijn rug bij de gedachte dat hij de rest van de dag als een naar zweet stinkende nerd zou worden aangezien. Hoewel, in ieder geval werd hij op de programmeerafdeling nog wel gewaardeerd. Hij zette zijn rugzak op zijn bureau en haalde zijn laptop eruit. Zijn ogen gleden voorzichtig naar links en rechts om te zien of er al enige beweging op de afdeling was, maar gelukkig was hij vroeg. Hij installeerde zijn laptop in het werkstation en besloot eerst een koffie te halen, maar op het moment dat hij zich wilde omdraaien, voelde hij een aanwezigheid alsof magere hein achter hem sloop; om hem op deze plek van kant te maken en hem naar het dodenrijk mee te nemen vanwege de sprint die hij vanaf zijn kamer naar kantoor had getrokken. Een droge, luid hoorbare slik kwam uit zijn keel en toen hij zich omdraaide, keek hij in het gelaat van een zeer geïrriteerde baas, bij wie de stoom vanuit zijn oren leek te komen.

‘Meneer Smits,’ zei Berend, terwijl Jordan iets achteruitdeinsde om de druppels speeksel te ontwijken. ‘Mijn kantoor, nu.’

‘Ja, meneer,’ piepte Jordan en hij sloop achter de brede, getrainde man aan richting de vergaderruimte.

Jordan stapte over de drempel en ging zitten, maar toen hij merkte dat Berend bleef staan, wilde hij weer gaan staan en halverwege zijn beweging twijfelde hij wat hij nou het beste kon doen in deze situatie, totdat Berend roder aanliep dan hij hem tot nog toe had gezien en Jordan maar besloot te gaan zitten en zich zo klein mogelijk te maken.

Berend sloot zijn laptop aan op de beamer en samen wachtten ze in een iets te lange stilte tot het beeld op het scherm zichtbaar werd. Toen het beeld aansprong zag Jordan tot zijn verschrikking de voorpagina van zijn eigen blog en een kneuzige foto van zichzelf aan de zijkant, waarop hij uit alle macht autoriteit probeerde uit te stralen en daar wanhopig in faalde. Het was zijn beste poging. Hoewel hij gelijk begreep dat de foto het minst van zijn probleem was.

‘Wat is dit?’ vroeg Berend.

‘Dit…, is mijn blog?’ zei Jordan vragend alsof hij dacht dat hij er misschien nog onderuit kon komen.

Berend hief zijn schouders met zijn handen schuin voor zich uit en gebaarde de vraag, “what the fuck?”

Jordan bleef stil.

‘En wat schrijf jij hier zoal op, meneer Smits, als ik vragen mag?’

Jordan zei nog altijd geen woord.

‘Oh, wacht het staat hier, “Hallo, mijn naam is Jordan, welkom op mijn blog waarin ik schrijf over mijn persoonlijke programmeeravonturen.”’

Dit klonk zoveel beter toen hij het ergens diep in de nacht had opgeschreven.

‘“En daarnaast geef ik mijn blik op de valkuilen van sociale media en wat het doet met jouw geluk.”’ Berend legde extra nadruk op de laatste paar woorden. Ditmaal gebaarde hij de vraag niet, maar sprak hij hem uit: ‘What the fuck?’

Jordans mond was zo droog als de Saharawoestijn en hij voelde zich als een lammetje dat naar het slachthuis wordt afgevoerd. De hele nacht had hij geschreven aan zijn blogpost over zijn programmeeravontuur waar al zijn eigen vrije tijd naar toe ging.

‘Ik werk aan een filter voor sociale media die…, content filtert op jouw gemoedstoestand.’

‘Het kan me geen reet schelen waar jij in je vrije tijd aan werkt. Een medewerker van VIDZY, een, jawel, sociale media platform, gaat niet in zijn vrije tijd dit soort propaganda uitgeven.’

‘Dit is niet wat propag…’

‘Ik bepaal wat dit is en wat dit niet is. Weet je hoe lang wij bezig zijn en hoeveel tijd en geld er gestopt wordt in het aantrekken van nieuw talent? En dan gaat een van onze beste mensen, die aanzien heeft in zijn kringen, dit soort shit verkondigen?’

Jordan wist niet goed wat hij moest zeggen en legde nu eigenlijk pas de link dat waar hij over schreef niet per se gunstig was voor het bedrijf waar hij zijn geld verdiende.

‘Het was niet mijn bedoeling…’

‘Jij haalt dit offline, punt. Je kan dit soort blogs beter gebruiken om posities te delen waar we collega’s voor zoeken, om iedereen hier een handje te helpen in plaats van je collega’s de rug toe te keren.’

Jordan knikte voorzichtig in zijn stoel. Hij zou een heel pleidooi kunnen geven over het feit dat dit zijn privé-eigendom was en dit allemaal was gecreëerd in zijn eigen vrije tijd en dat hij het recht had om een dergelijk standpunt in te nemen, maar zoals altijd bij Jordan bleef dit enkel een gedachte en kwam het niet veel verder dan dat.

‘Je hebt tot het einde van de dag om dit offline te halen, of nog beter, om het om te toveren tot een job board voor VIDZY en daarna wil ik dit nooit meer zien.’

‘Ja meneer.’

‘Luister, meneer Smits, je wordt gewaardeerd binnen deze organisatie voor je vaardigheden en jou ontslaan zal mijn laatste keuze zijn, maar dwing me er niet toe,’ zei Berend, empathie veinzend.

Jordan knikte en begon op te staan.

‘En nu weer aan het werk,’ zei Berend lachend en de verandering in toon gaf Jordan een vies en onheilspellend gevoel, alsof deze man een huls was gevuld met slijm die zich altijd maar vormde om het beste uit de situatie te halen. Het beste voor hem, het beste voor VIDZY.

2

HET INTERVIEW

Lindsey had een sollicitatieverleden met een slagingspercentage van honderd procent. Dat klonk feilloos en dat was het ook, maar wat ze er vaak niet bij zei was dat ze één keer had gesolliciteerd en dat ze bij het bedrijf in kwestie stage had gelopen. Ze kende de interviewer daar, hij was haar voornaamste fussball partner en haar slagingskans was daardoor aanzienlijk groter dan die van de andere kandidaten. De vacature waarvoor ze werd aangenomen was die van programmeur voor een grote supermarktketen. Dat was boeiender dan dat het klonk.

Lindsey’s vader had altijd geweten dat zij iets in de IT zou doen, aangezien, zo zei hij keer op keer tegen eenieder die er niet om vroeg, dat ze al computers bouwde toen ze pas vier jaar oud was. Het werd dan aan Lindsey overgelaten of ze haar vader corrigeerde door te vertellen dat de computers van karton waren met getekende gezichtjes erop. Toch was het al een voorteken, want terwijl ze op haar zesde leerde lezen en schrijven, zat ze al bij haar vader op schoot en typte verhalen op zijn laptop. Verhalen waren haar tweede passie en het een ging heel goed samen met het ander. Pas toen ze haar eerste computerles op school kreeg, waarin ze een programmaatje moest schrijven, raakte Lindsey echt verknocht aan de mogelijkheden van het programmeren. Thuis begon ze gelijk kleine programmaatjes te schrijven die bijvoorbeeld op haar vaders laptop openden wanneer hij deze aanzette. Dan verscheen er een boodschap van haar. Of een kort verhaal. De trotse blik in haar vaders ogen was iets dat ze iedere dag nog omarmde, ook al was hij drie jaar geleden overleden toen ze negentien was. Ze voelde een milkshake van nostalgie, verdriet en geluk in haar lichaam opwellen. Ze miste haar vader iedere dag en bleef denken aan de woorden die hij altijd zei wanneer ze een dergelijk gevoel had als kind: “Dat gevoel betekent dat het moment waaraan je terugdenkt een gelukkig moment is geweest. Daar moet je dankbaar voor zijn.” Ze glimlachte naar zichzelf in de spiegel en besloot dat ze klaar was voor de tweede sollicitatie van haar leven. Ging ze de honderd procent vasthouden of zou deze op brute wijze worden gehalveerd?

Het was een zomerse dag en ze droeg een pantalon met een blouse. Niet te netjes, want op een IT-afdeling was je al gauw overdressed, maar wel verzorgd, net als haar code. Ze stapte haar appartement uit en werd begroet door een warme en droge zomerdeken. Haar interview was pas over een uur dus ze had alle tijd om onderweg een koffie te halen en rustig naar het kantoor van VIDZY te slenteren. Ze bestelde een koffie to-go op de hoek tegenover het conservatorium en keek naar een groepje mensen dat daar stond, leunend op grote tassen die hun waardevolle instrumenten bevatten. Vooral de jongen met zijn gigantische cello viel op. Hij had lang haar en een nog langere jas en hij keek met een blik alsof hij de hele dag Vivaldi luisterde, of zich afvroeg wat zijn moeder die avond zou koken. Nee, hij had door dat hij werd bekeken, alsof hij een zesde zintuig had en zijn blik viel op Lindsey. Ze zag de gedaante van een poëet, een jongen die veel ouder was dan hij leek. Die woorden en muzieknoten naar zijn hand kon zetten en een ballade kon produceren waar menig vrouw voor zou bezwijken. Hij maakte een buiging haar kant op en reikte haar in de verte een hand toe alsof hij haar wenkte. Ze giechelde en wimpelde de avance af terwijl ze op haar horloge tikte dat de tijd haar niet toestond om zich te verliezen in de wereld van de kunsten. Een bries haalde haar uit haar dagdroom en de werkelijkheid liet zien dat de jongen ongeïnteresseerd naar haar staarde. Ze voelde zich betrapt. Vlug deed ze een korte buiging met haar mooiste glimlach, maar de jongen keek weg zonder ook maar de geringste bevestiging van haar aanwezigheid. Lindsey draaide zich vlug in schaamte om en liep een straat in richting de Domtoren. Daar was ze de vreemde interactie alweer vergeten. De straat was een pad richting de imposante toren die straalde als het eindpunt van een lange pelgrimstocht, waarvan deze straat de laatste loodjes leek. Het zicht van de gebouwen aan weerszijden, die naar de toren leken te wijzen, verwonderde haar keer op keer en het was haar favoriete straatje van heel de stad. De geur van warme broodjes deed haar maag beseffen dat ze te weinig had ontbeten en ze stapte het kleine bakkerijtje binnen om gauw nog een croissant te halen. Ze at deze iets naar voren gebogen zodat de kruimels niet op en in haar bloes zouden vallen. Toen ze de Oudegracht op wandelde, werd ze bijna van de sokken gelopen door een bezwete jongen, die als een bezetene voorbij scheurde alsof zijn leven ervan afhing. ‘Kan je uitkijken!’ riep ze de wapperende paardenstaart na, maar ze kreeg wederom geen enkel teken dat ze bestond. Was ik misschien overleden in mijn slaap en liep mijn geest nu door de stad, trachtend zich te mengen in het gewone dagelijkse leven? De gedachte was leuk, maar de croissant smaakte beter dan dat ze zich een spookcroissant kon voorstellen. Een bankje langs de gracht was de perfecte plek om rustig haar koffie te drinken zonder omver gelopen te worden. Toen ze eenmaal zat en naar het bruine water keek dat aan haar voorbij trok, werd ze plotseling - en voor het eerst sinds het besef dat ze een sollicitatie had - een beetje zenuwachtig. Het was niet zozeer dat haar onzichtbare verschijning een voorteken kon zijn dat ze voor het interview zou falen, maar het was iets dat ze op haar cv had gezet waardoor ze zich stiekem, zacht gezegd, een leugenaar voelde. Om haar slagingskans te vergroten had ze niet alleen van alles opgezocht over VIDZY en haar geschiedenis, maar tevens over haar interviewer Jael Jacobs. Na een kleine speurtocht online wist ze dat hij getrouwd was en twee kinderen had, dat hij licht neurotisch was op het gebied van orde en planning en dat hij iedere zondag met zijn gezin naar de kerk ging. Het laatste was iets wat je steeds minder tegenkwam, maar wat nog altijd een grote bindende factor was en ze had nonchalant ‘Christelijk’ op haar cv gezet bij interesses. Destijds leek het haar een slimme strategie, maar op dit moment, hier zittend aan de gracht, besefte ze de valkuil die ze voor zichzelf had gegraven. Wat als Jael haar daar vragen over ging stellen? Wat moest ze dan antwoorden? En hoe sprak je Jael überhaupt uit? Haar maag begon te draaien en ze moest diep inademen en weer uitblazen om zich niet mee te laten slepen in de spiraal van onzekerheid. Ze zou het proberen te ontwijken of zelfs negeren als dat nodig was. Over gelovig gesproken, dacht ze, en de video van de jezus look-a-like doemde op in haar geheugen. Ze was deze tegengekomen tijdens haar onderzoek naar VIDZY en het had haar zorgen gebaard. De man had een video geplaatst na de kettingbotsing van gisteravond en de plaatsingsdata vervangen door een tijdstip enkele uren ervoor. Zelf was hij niet betrokken bij de kettingbotsing want vanmorgen had hij een nieuwe vreemde video online gezet met iets over Atlantis. Daarbij zag ze hem zichzelf filmen in een grote royale tuin. Was hij een belangrijk persoon? Zou hij een lek hebben gevonden in het VIDZY-platform en de video online hebben gezet in de hoop dat hij een nieuwe internetsensatie zou worden? Als dit het geval was dan had het briljant geweest was het niet voor het feit dat hij een naar onderwerp ervoor gebruikt had. De gedachte aan een lek in het platform intrigeerde haar en ze kon niet wachten tot ze de code in kon duiken van een platform met zo’n populariteit. Het zou ook geweldig op haar cv staan.

‘Goedemorgen,’ zei een oude stem en Lindsey keek om. Een oudere vrouw stond daar met een kleine teckel die zijn behoeften deed tegen de lantaarnpaal voor het bruggetje naar de overkant.

‘Goedemorgen mevrouw!’ riep Lindsey enthousiast.

‘Wat zie je er prachtig uit, kind,’ zei de vrouw, ‘en zo zelfverzekerd,’ en Lindsey dankte haar voor haar gestrooide complimenten. ‘Je ziet eruit als een vrouw die de wereld gaat veroveren. Veel succes jonge dame en kom niet te laat op je interview he?’ zei de vrouw en Lindsey sprong op van het bankje en zag dat ze nog tien minuten had voor het interview begon. Ze merkte op dat de oudere vrouw al ruimschoots aan de overkant van de Oudegracht liep en ze dus weer aan het dagdromen was geweest. Ze gaf zichzelf een schouderklopje, ‘Blijf jezelf vooral complimenten geven, het komt goed,’ mompelde ze en ze liep richting het kantoor.

***

Jael zat naar zijn bureau te staren. De markers op het blad lagen netjes op een rij. Van links naar rechts, gesorteerd op de kleuren van de regenboog. Hij gebruikte de markers om verschillende elementen op een cv uit te lichten. Oranje: voor het markeren van opleiding, geel: voor het markeren van werkervaring, groen: voor vaardigheden en blauw: voor interesses. Hij hoefde op deze wijze maar naar een cv te kijken en hij wist meteen waar hij moest wezen. Het gaf een beetje kleur aan het vaak droge materiaal dat een omschrijving van een persoon moest voorstellen. Waarom waren cv’s eigenlijk zo saai vormgegeven? En waarom was een ‘papiertje’ letterlijk nog altijd de norm? Een vriend van hem, die recruiter is voor een marketing agency, stuurde hem ooit cv’s door van vormgevers. Dat was een genot voor het oog. Hoewel niet allemaal natuurlijk, maar het toonde je wel direct of de persoon gevoel had voor hetgeen je hem voor aan wilde nemen. Bij programmeurs was dat wel een ander geval. Jael tikte op zijn markers van links naar rechts en weer terug toen hij plotseling een reminder op zijn digitale agenda ontving. “Interview Lindsey Verstrate 9.30 uur”

Zijn hart begon sneller te kloppen. Het kwam bij Jael niet vaak voor dat een vrouw zich aanmeldde voor de rol van programmeur en hij was er aangenaam door verrast. Haar vaardigheden, zo markeerde hij met groen, waren een palet dat perfect aansloot op een huidige openstaande functie. Haar opleiding, gemarkeerd in oranje, toonde dezelfde opleiding als Jordan had gedaan en hij scheen haar vaag te kennen. De gele gehighlighte werkervaring sloot volledig aan bij het perfecte plaatje en dit deed Jaels hart altijd sneller kloppen, de perfecte kandidaat voor de moeilijk te vervullen positie. Het was echter pas toen hij de interesses las en de foto zag dat zijn hart nog net een tikkeltje sneller ging en hij was daar niet trots op. Haar interesses waren schilderen, waar Jael zijn rust in vond, maar nog belangrijker, ze was Christelijk. Het was iets wat niet vaak op een cv vermeld stond en al helemaal niet in de informatietechnologie. De lach op haar foto opende regelrecht zijn hart en hij werd er uiterst ongemakkelijk door. Hij schaamde zich telkens weer als hij dit gevoel ervoer; een verliefdheid op iemand die hij niet eens kende. Het was niet eens iets waar hij om gevraagd had. Hij was er niet naar op zoek. Nee. Hij was gelukkig getrouwd, met een fantastische vrouw en zij hadden samen een gezin met een zoon van zes, Nero, en Jula, een dochter van vier. Waarom werd hij zo getest? Waarom werd dit gevoel gegeven aan een man die alles al had op het gebied van liefde en daarvoor niks wilde ruilen. Wat kansloos.

Jael was diep in gedachten toen Freddy met zijn stoel naar zijn bureau schoof, ‘Hé man, hoe laat heb je met die chick?’ vroeg hij geïnteresseerd.

Jaels maag draaide en hij duwde de walging die hij bij Freddy voelde langzaam terug naar waar het vandaan kwam en probeerde hem helder te vertellen dat hij niet gediend was van zulke taal.

‘Jezus, wie heeft er in jouw cornflakes gescheten,’ zei Freddy en hij rolde met zijn ogen. ‘Je gaat toch niet dat gesloten kantoortje met haar gebruiken he? Om vieze dingen te doen? Die is namelijk bezet door Pieter. Jij zit in die daar,’ zei Freddy en hij wees naar een met glazen wanden afgezette open plek die zich als een aquarium van ongemakkelijkheid in het midden van de ruimte bevond. ‘Word je nou rood?’

Jael voelde zijn wangen gloeien als de zomerzon buiten tijdens lunch en toen hij Freddy in de ogen keek, zwoer hij dat Freddy rechtstreeks zijn ziel in staarde en zijn gedachten kon inzien als een tijdschrift in de boekhandel, zonder plastic eromheen.

‘Je bent verliefd,’ zei Freddy en zijn gelaat veranderde van verbazing naar pure extase. ‘Pieter!’

Pieter, de iets te hippe recruiter die vandaag weer erg zijn best had gedaan, kwam met een energiedrankje in zijn hand aangelopen en liet onbeschaamd een boer toen hij naast Freddy kwam staan.

‘Jael gaat vreemd,’ zei Freddy op serieuze toon tegen Pieter. ‘Hij gaat vreemd met die chick die zich had aangemeld en hij heeft zo een meeting met haar in “de vissenkom”.’

Pieter keek alsof zijn maandag niet beter had kunnen beginnen. ‘Jael, ik heb zoveel respect voor jou. Je hebt een gezin, je hebt God naar je hand, en je pakt de pussy wanneer je maar kan. Wat ben jij een gangster,’ toen keerde hij zich naar Freddy, ‘ik heb niks tot 10.00 uur dus ik kom hier naast je zitten en ga mijn denkbeeldige popcorn eten.

Jael wist dat Berend geen lieverdje was maar op dit moment zou hij een moord plegen om een dag met Jordan te mogen ruilen.

‘Ik heb medelijden met jullie,’ zei Jael en hij was blij dat de zin zonder hapering zijn mond uitkwam. ‘Als jullie het niet erg vinden ga ik me even voorbereiden. Dit is een belangrijke positie en aan de openstaande vacatures te zien denk ik dat jullie ook wel wat beters te doen hebben.’

Freddy keek naar Pieter. ‘Zo saai,’ zei hij en hij rolde terug naar zijn bureau. Pieter haalde enkel zijn schouders op en kneep zijn lege blikje energydrank fijn.

Wat was Jael blij dat hij het hoofd koel kon houden als het om die twee ging. Even dacht hij hoe het op kantoor zou zijn zonder deze twee duivels toen zijn telefoon ging, het was de receptie.

‘Je interview is er.’

Vlug zocht hij naar het juiste cv in de stapel en trok hem eruit. Ze staarde hem weer aan met die prachtige lach. Kriebels vormde zich in zijn buik, schuldgevoel bekroop hem in zijn nek en hij schoof het allemaal weg in de la van zijn zonden.

‘Hallo, meneer Jacobs,’ zei Lindsey toen Jael haar beneden ontving en zij zich voorstelde.

‘Welkom, en zeg maar Jael,’ zei hij terwijl hij haar de hand schudde. ‘Laten we de lift nemen, we zitten op de vierde verdieping.’

De lift waar hij net nog op zijn meeste gemak naast Jordan had gestaan zorgde nu voor een ongemakkelijkheid die hij voelde als er zonden om de hoek lagen. Hij dacht aan Kira en aan hun weekend samen. Hoe fijn het was om weer even terug te keren naar de tijd dat ze nog met zijn tweeën waren. Toen ze tijd voor elkaar hadden en ze niet in het gareel werden gehouden door de kinderen. De gedachte aan zijn vrouw verdween echter als een mirage in de woestijn toen hij de ietwat zoete geur rook die om Lindsey heen hing. De lift bereikte op dat moment net die hoogte waarin de stilte ongemakkelijk begon te worden en Jael vroeg de meest cliché vraag die hij even snel kon bedenken: ‘Kon je het makkelijk vinden?’

‘Ja, ik woon hier vlakbij, Mariaplaats,’ zei Lindsey.

Jael knikte geïnteresseerd. ‘Een vriend van mij, die hier ook werkt, heeft dezelfde studie als jij gedaan, hier op de Uithof.’

‘O, hoe heet hij?’

‘Jordan, Jordan Smits.’

Ze keek even rechts naar boven en schudde toen haar hoofd, aangevend dat de naam haar niets zei.

Met in iedere hand een koffie baanden hij en Lindsey zich een weg door de ruimte in de richting van het aquarium en Jael voelde alle ogen op hem gericht. Hij wist dat dit zich volledig in zijn belevingswereld afspeelde, maar zo gaat dat met onrealistische angsten. Hij dacht het middelpunt te zijn op het moment dat hij zich het meest schaamde: het moment dat hij zondigde.

Toen ze tegenover elkaar zaten merkte hij dat hij langzaam ongemakkelijker werd en hij vroeg zich af of zijn gezicht rood kleurde. Zo voelde het wel namelijk. Jael keek opzij en zag Freddy met een brede grijns naar hem staren, achteroverleunend, alsof hij niks beters te doen had. Freddy maakte een gebaar en stak zijn wijsvinger door de cirkel die hij maakte met de duim en wijsvinger van zijn andere hand. Als dit toch je recruiters waren, hoe hopeloos was dan het soort mensen dat je binnenhaalde?

Tot Jaels verbazing verliep het gesprek erg soepel en dit kwam mede door de interesse van Lindsey in de open positie. Het leek alsof zij het werk voor hem deed en er was geen enkele aanmerking te bedenken waarom zij niet geschikt zou zijn, althans dat was tot haar volgende vraag.

‘Er is wel een punt,’ zei ze, ‘waar ik graag meer over wil weten.’

Jaels hart begon sneller te kloppen, maar ditmaal van gezonde spanning van het bijna binnen hebben van zo’n geschikte kandidaat en hij nodigde haar uit alles op tafel te leggen.

‘Ik vroeg me af of jullie op de hoogte zijn van een mogelijk lek binnen jullie systeem?’

Jael trok zijn wenkbrauwen op. ‘Een lek?’

‘Nou ja, gisterochtend stond er een filmpje online van een man die deed alsof hij een kettingbotsing op de A27 voorspelde.’

Jael voelde dat hij in onbekend water werd getrokken en hield niet van die positie, waarin hij niet volledig op de hoogte was van wat er speelde. Jordan had hem niks verteld over een mogelijk lek.

‘Sorry, hij voorspelde een kettingbotsing?’

‘De video was ’s ochtends geplaatst, althans dat stond onder de video, en diezelfde avond was er een kettingbotsing op de A27 met drie doden.’

Had hij dat gemist? Hij dacht terug aan de chaotische avond gisteren toen de kinderen net weer terug waren van Kira’s ouders. Een moment waarop de honderden impulsen die de kinderen voortbrengen je beroven van alle rust die je ervoor gehad had. En ook deze ochtend waarbij hij Nero om 8.15 uur op school afzette en Jula om 8.30 uur bij de opvang, waarna hij vervolgens direct naar kantoor was gehaast.

‘Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar niet van op de hoogte ben. Waarom denk je dat er een lek in het platform zit?’

‘Zijn voorspellende video is zogenaamd een aantal uur voor het ongeluk uitgebracht. Tenzij hij een waarzegger is, moet er met de plaatsingstijd gesjoemeld zijn.’

‘Vreemd, ik zal dit doorgeven aan de IT-afdeling. Momenteel ben ik zelf niet op de hoogte van een lek.’

‘Die man is er druk mee, vanmorgen had hij een nieuwe video geüpload. Daarin stelt hij de vraag: ‘Wat is de overeenkomst tussen La Palma en Atlantis?’ Geen idee wat dat te betekenen heeft. Heel vreemd maar ook heel onheilspellend, enge vent.’

‘We houden het in de gaten. Je komt de gekste dingen tegen, dat moet ik toegeven, maar dat is tevens een weerspiegeling van de maatschappij.

‘Soms voelt het alsof wij mensen alleen in staat zijn tot leed en bedrog,’ zei Lindsey en Jael zag een verhaal schuilgaan achter de woorden.

‘Meer mensen zouden de weg van God moeten kiezen,’ zei Jael en hij speurde voorzichtig naar een reactie van herkenning op Lindsey’s gezicht. Deze bleef uit.

Het gesprek viel stil en Jael keek in de richting van Freddy’s bureau en zag dat hij elke interesse in het gesprek verloren had en hij schoot een elastiekje naar Pieter die vijf meter verderop met zijn hoofd op zijn bureau lag, waarschijnlijk vanwege weer een weekend alleen maar uitgaan. Gelukkig zou Lindsey op de IT-afdeling komen te zitten als ze werd aangenomen dacht hij en niet tussen deze twee zielige vertoningen.

Lindsey leek na te denken en verbrak toen de stilte, ‘Als het aan mij ligt, neem ik de baan,’ zei ze met een lach nog mooier dan op haar cv. Jael keek haar dromerig aan.

‘Fantastisch, dan ga ik al het papierwerk in orde maken.’

***

Lindsey voelde de opluchting over haar heen komen en was God dankbaar, dacht ze sarcastisch, dat Jael niet had doorgezet over het geloof. Het kon bijna niet anders dan dat ze de baan had. Het moment dat ze door het kantoor richting de vreemde glazen ruimte liepen, had ze zich erg zenuwachtig gevoeld. Alsof alle ogen op haar gericht waren. Nou was ze wel enigszins gewend wat aandacht te trekken onder haar collega’s, maar veelal waren dit verlegen ogen die gauw wegkeken als haar blik die van hen kruiste. Hier voelde dat anders, maar waarschijnlijk was het haar op hol geslagen verbeelding. Ze wilde net de deur uitstappen toen Jael de trap af kwam rennen.

‘Lindsey wacht,’ riep hij en hij overhandigde haar een kaartje.

‘Dit is van mijn collega Jordan. Misschien wil je jouw zorgen vast met hem delen, over het lek. Mogelijk is hij er niet van op de hoogte. Ga er maar vanuit dat je er binnenkort zelf aan kan werken als het bestaat.’

Ze pakte het kaartje aan en stopte deze in haar broekzak. ‘Bedankt, ik zal hem contacteren,’ zei ze en ze wilde zich net omdraaien toen Jael verder ging.

‘Lindsey?’ vroeg hij en ze keek hem aan. Hij ontweek haar blik en keek verlegen naar de grond. ‘Nee, sorry, dat komt later wel.’

Lindsey glimlachte, draaide zich om en liep de zon in.

3

VOORSPELLINGEN

Het balletje schoot over en weer. Jael sloeg de bal met ferme kracht op de hoek van de tafel en Jordan kon enkel een schim van een poging maken om de bal te raken. Daar waar de ochtend van beiden niet bepaald goed van start was gegaan, had Jael zich weten te herpakken en het met succes afgesloten.

‘Je krijgt er een top collega bij,’ zei hij. ‘Ik heb net met haar getekend.’

‘Haar?’

‘Ja, er komt eens wat meer diversiteit op jouw afdeling. Ze heeft dezelfde opleiding als jij gedaan.’

‘Ik weet niet of dat veel goeds belooft,’ zei Jordan met neerhangende schouders terwijl hij het balletje van de grond raapte.

Jael legde zijn batje neer. ‘Kop op man, dit is niet het einde van de wereld. Kan je je blog niet anoniem voortzetten?’

‘Daar is het nu een beetje te laat voor.’

‘Hij heeft ergens wel een punt,’ zei Jael en hij zag dat Jordan zijn opmerking als een genadeslag leek op te vangen.

‘Echt waar? Nu?’ vroeg Jordan beledigd.

Jael haalde zijn schouders op. ‘Kijk ik deel je visie hoor begrijp me niet verkeerd, maar als we wat willen veranderen moeten we het van binnenuit doen. Gooi het op in het volgende managementoverleg.’

Jordan grinnikte hopeloos en schudde zijn hoofd.

‘Wat?’ vroeg Jael.

‘Ik kan dat soort dingen niet, dat weet je.’

‘Voor jezelf opkomen?’

Jordan haalde wederom de schouders op en liet ze met een diepe zucht zakken en Jael zag dat zijn ogen een waterig laagje begonnen te produceren.

Jael liep naar hem toe en sloeg zijn arm over Jordans schouder. ‘Luister man, je hebt veel te verduren gehad het afgelopen jaar, die hele situatie met je moeder, geef jezelf wat speling, je gaat maar door. Misschien moet je meer achter de computer vandaan komen.’

‘Nou klink je net als m’n moeder,’ zei Jordan en hij voelde dat de lucht met die opmerking wat klaarde.

‘Kom vanavond bij ons thuis, Kira maakt haar befaamde Moussaka. Dat zouden de kids ook leuk vinden. Nero heeft net die nieuwe Nintendo gekregen, dan kan je hem even inmaken.’

Jordan maakte een beweging om onder zijn oksel te ruiken, ‘Ik stink en ben momenteel niet bepaald een gangmaker.’

‘Je hoeft niemand te zijn die je niet bent, je bent Jordan, mijn bro! Jula heeft nog zwemles om 17.00 uur dus laten we om 18.00 uur bij ons thuis afspreken, goed?’

Jordan knikte instemmend.

De rest van de maandag voelde aan als een onbeklimbare berg. Jordan moest bekennen dat er die dag weinig productiefs uit zijn handen kwam. Hij klikte enkele keren tussen de tabbladen van het VIDZY-platform en zijn eigen blog. Telkens als zijn blog tevoorschijn kwam, keek hij weer in zijn eigen gelaat en het voelde alsof zelfs de pixels er ongemakkelijk van werden. Het was pas toen Miguel langs hem liep - en hem vertelde dat hij een goed stuk had geschreven die nacht - dat hij nog enige voldoening voelde voor zijn “solo programmeeravontuur.” Als zoveel mensen dezelfde visie als Jordan hadden met betrekking tot sociale media, waarom zat iedereen er dan hopeloos in vast? Waarom moest hij zijn blog dan verwijderen?

De deur van Berends kantoor vloog open en de afgetrainde man kwam langs Jordans bureau gelopen. Hij keek naar Jordan, maakte twee vuurwapens met zijn handen en een klikkend geluid. Jordan voelde de smerige kogels van nepheid zijn borstkas raken en een moment waande hij zich in een droomwereld waarin hij een wapen tevoorschijn haalde en Berend op de knieën zou krijgen. Van de gedachte alleen al moest hij lachen. Hij zou nooit iemand neer kunnen schieten. Bij hem zou het ook niet verder komen dan een wapen als handgebaar. Waarom was het schieten, met je hand als wapen, eigenlijk altijd als grap bedoeld? Hij kon zich niet voorstellen dat deze handeling iemand kwaad kon maken, terwijl je eigenlijk uitbeeldde dat je diegene van het leven beroofde. Hij maakte een wapen van zijn hand. Eerst met één loop maar hij maakte er een dubbele loop van door ook zijn middelvinger te gebruiken. Hij boog zijn duim meerdere malen. Pang, pang, pang. Hij zuchtte, hij moest hier weg. De verveling was onverdraaglijk. Hij kon zich niet concentreren door een combinatie van slaapgebrek en diepe teleurstelling dat hem de mond gesnoerd werd. Op dat moment kreeg hij een berichtje van zijn vader binnen: “Het gaat weer wat beter met je moeder. Ze heeft een goede dag. Misschien kunnen we binnenkort met zijn drieën hier eten. Liefs papa.” Jordans maag draaide om. Hij voelde een grote afstand tussen hem en zijn ouders. Al sinds hij computers ontdekte, merkte hij een kloof tussen zijn jeugd en nu. Zijn ouders waren de meest niet-technische mensen die hij kende. Hij was volkomen verliefd op technologie. Zoveel zelfs dat de buitenwereld voor hem soms dagen niet bestond. Alleen wat er online gebeurde, drong tot hem door. Het was waarschijnlijk waarom hij en meneer Bakker zo goed klikten. Die kon geen genoeg krijgen van Jordans technologische avonturen. Maar Jordans vader dacht daar heel anders over. Hij had zijn vader twee maanden terug een telefoon voor zijn verjaardag gegeven en hem geprobeerd uit te leggen hoe deze werkte en welke mogelijkheden de telefoon hem te bieden had. Hij toonde hem verschillende sociale mediakanalen en vertelde hem dat als hij weer eens niet van zich liet horen hij hier altijd te vinden was. Het was de tweestrijd in hem als het ging om sociale media. De valkuil van de verslaving tegenover de lijnen naar elkaars leven. Het was voor hem de enige manier om zijn ouders nog een beetje op de hoogte te houden van zijn dagelijkse bezigheden. Zijn vader wilde in principe niks met technologie te maken hebben en enkel tegenover elkaar praten, maar Jordan kon niet iedere week naar de Duitse grens rijden om in Ter Apel zijn ouders te bezoeken. Hij stuurde zijn vader terug dat hij gauw langs zou komen. De laatste keer dat hij er was geweest had zijn moeder hem niet meer herkend en het beangstigde hem om dit wederom onder ogen te moeten komen. Een leegte, die hij in zich had gevoeld, alsof zijn leven een leugen was geweest. Ook al moest hij proberen om rationeel na te blijven denken, het viel hem niet mee.

De klok sprong op 17.00 uur en Jordan had geen zin om nog een minuut langer aanwezig te zijn. Hij pakte zijn spullen en stapte naar buiten waar hij zich besefte dat hij lopend terug moest. De warmte buiten was beklemmend en hij begon te zweten zodra hij een stap in het zonlicht zette. Hij rook de warme zomerlucht en terwijl hij langs de gracht liep, keek hij omhoog naar de wolken. Alles leek een moment te vertragen en het leek alsof de wereld om hem heen stil stond. Alsof hij de enige was die bewoog door een stilstaand decor. Hij hoorde enkele vogels fluiten en het klonk hem vreemd in de oren. Het viel hem op dat hij zich zelden echt bewust was van zijn omgeving. Van de wereld waarin hij leefde. Plotseling voelde hij een eenzaamheid over hem heen vallen. Hij liep nog even richting de supermarkt om vervolgens zijn weg naar huis te maken, zoals elke andere dag, om daar de uren in stilte, in het donker weg te tikken, waarbij de enige verlichting van zijn beeldscherm kwam. Op dat moment herinnerde hij zich de eetafspraak die hij met Jael had gemaakt en hij voelde zich opgelucht.