Hemeltjes! - Ernst Borse - E-Book

Hemeltjes! E-Book

Ernst Borse

0,0
11,99 €

Beschreibung

Hemels, Vooruitzicht of Luchtkastelen Ik had nooit gedacht dat de hemel werkelijk zou bestaan. Toen ik na de crash het Grote Licht tegemoettrad, was ik niet eens verbaasd dat het zo natuurlijk aanvoelde om een nieuw leven op te bouwen met alles waar ik op aarde geen tijd en geld voor had. Nu, na zo'n zevenhonderd jaar zwoegen in de zon heb ik geleerd hoe mooi de wereld in elkaar steekt en begrijp ik waarom ik als mens zulke domme dingen deed. Ik zie uit naar de komende duizend jaar met haar dagelijkse nieuwe ontdekkingen. Het is zo fijn dat ik hier nooit meer hoef te slapen om een materieel lichaam te onderhouden. Dacht ik… Gisteren sprak ik Ghandi en Mozart over hun ervaringen met de veranderde regels voor nieuwkomers…

Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:

EPUB

Seitenzahl: 432

Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0



Inhoud

Colofon 2

Inleiding 3

Hemeltjes! 6

Voorwoord 6

Good Heavens! 8

1. 10

Schilderachtig mooi 10

2. 13

Aan bed gekluisterd 13

3. 17

De ijle Lichtheid der Lichamen 17

4. 19

Een atoom zwaarder dan de zon (Jaar 2950) 19

Atomen, Bomen, Chromen en Dromen (Jaar 2951) 21

6. 23

De HersenSpin 23

7. <X>25

Hemelbestormers 25

8. <X>29

Full Impact 29

9. 31

Het Volk en haar Koningin 31

10. 39

In de Zwevende Hemel 39

11. 41

Vele handen maken mooi werk 41

12. 44

Honderd Levenspunten 44

13. 46

Scheppende Schaker 46

14. 48

Tijdelijke Tijdloosheid 48

15. 51

Erosie en Inspiratie 51

16. 54

Een nieuwe Dag, een nieuw Voornemen 54

17. 55

Een bijzondere dag 55

18. 57

Sikh met een sik 57

19. 59

Lied der Heilige Koeien 59

20. 62

Kamerheren en Kamelen 62

21. 66

Alles Andersom 66

22. 69

Ontsnapt uit Cockagne 69

23. 72

Nader tot Naomi 72

24. <18>75

Waarlijk bemind en bewonderd 75

25. 79

Toen ik kind was, dacht ik als een kind. 79

26. 82

Bluffen of boffen 82

27. 84

Anders 84

28. 85

Hemelhoge sprongen 85

29. 87

Muziek voor Minnaressen 87

30. 89

De Eeuwig stervende Ballerina 89

31. 90

De Zon- en Maanwerper 90

32. 91

Een extra arm 91

33. 92

Fantoompijn 92

33 ½ 93

Sam en Mo 93

34. 96

Waardevol Wachten 96

35. 97

Terug om te Troosten 97

36. 99

Mijn eigen verlanglijstje voor De Hemel 99

37. 100

Affinitive Aflossing 100

38. 102

Strandend Schip 102

39. 104

Serieuze Show 104

Losse Leugen Literatuur 108

40. 108

Ridder, Draak en Prinses 108

41. 110

Leeuw en Lam 110

42. 111

Ondersteboven 111

43. 113

De Wratwegwrijver 113

44. 114

Vurige Verdediging 114

45. 116

Blinded for the Devil 116

46. 119

De demente dominee 119

47. <+>121

Waarzeggers tegen weer en wil (Buchillon au Lac) 121

48. 126

Pelgrim door de Poort 126

49. 127

Liefde, Lust, Lof en Lajita 127

50. <+> <(*>129

Vergevende Vader (Voordat ik ga) 129

51. 138

De hongerige handhaver 138

52. 140

Herberg voor verloren pelgrims naar het paradijs 140

53. 141

Uit het water gevallen 141

54. 143

Onverwachte Thuiskomst 143

55. 147

De afvallige Atheïst 147

56. 149

De Twijfelgetuige 149

57. <18> <(*>153

Zeventig machtig mooie maagden 153

58. 158

Lijst met enkele Arabische namen. 158

59. <18> <(*> <X>160

Zeventig Ontmaagde Maagden 160

60. 165

De amicale Anti-chamber 165

61. <18> <(*>168

Honderd Helpende Handen 168

62. 181

Prinses van het witte paard 181

63. <X>184

Fragment van de 223e zitting voor heer Hitler 184

64. 188

Gebod tot Genieten Gerechtvaardigd 188

65. <+> <(*>193

Vrije Wil, tegen wil en dank 193

-65b 197

De Strafzaak 197

-65c 199

De Ongelovige Vrome 199

-65d 202

Hoogtevrees op weg naar een hemel 202

-65 e 204

Victor Hugo Victorieus 204

-65f 206

Atame 206

66. 213

Wiking naar Walhalla 213

67. 215

Lijst met enkele Germaanse namen 215

68. 216

Schepper & Zoon 216

69. 217

Voortijdig vertrek 217

70. 218

Zinkend de kerk uit 218

71. 219

Zelfmoord Verzekering 219

72. 221

Zelfmoord Manie 221

73. 223

Heilige Huisjes 223

74. 226

Zelfmoordcommando 226

75. <+>229

De dag dat Jezus niet kwam 229

76. 233

Tesla en de Neanderthalers 233

77. 239

Rose Poem 239

78. 241

Blozende Bloem 241

79. 243

Muziek voor Minnaars en Meester 243

80. 245

Verwekkers Vergeven 245

81. 247

Verwekt en Verloren 247

82. 250

Young and Beautiful 250

83. <X>251

Hemelschaduw 251

84. 252

Simply Heaven! 252

85. <+>254

Bekwame Bemoeienis 254

86. 257

Vrijheid, Variabelen en Visies 257

87. 260

Medium Martha 260

88. 262

De Domme Inbreker 262

89. 266

De Eeuwige Zeerovers Zeeën 266

90. 269

De Walvis 269

91. 272

De Eeuwige Jachtvelden 272

92. 274

Mooiste Moeder Dag Cadeau 274

93. 275

Warme Vriendschap 275

94a 277

De Mug 277

94b 277

Hartverscheurend 278

94c 279

Naar de Haaien 279

94d 279

Uit het Oog uit het Hart 279

95. 281

Pijn en Zijn, Leven en Beleven 281

96. 287

Eeuwig Heden 287

97. 289

Leeuwig Heden 289

98. 292

Hevig Eden 292

98b 294

De verboden vrucht vergeven 294

99. 296

Eeuwige Eden 296

100. <+> <(*>298

Adams en Eva’s 298

101. 300

Vertellingen van Abu (Bakr ibn Abid-Doena) en de rakkers 300

102. 304

Die eeuwige Pelgrims! 304

103. 306

Mo met geen van de 700 maagden 306

104. 308

Fatima en de veertig viriele virtuozen < (* >308

105. 310

Zaheerah en de Zeventig Zoete Zaadschenkers 310

106. 312

De Gouden Glimlach van de Gastheer 312

107. 320

Verdwaald en Verwonderd 320

108. 322

Lumineuze Lavastromen 322

109. <X>325

Dodelijk Dresden 325

110. 329

Nieuws Uit Nagasaki 329

111. <X>331

Enola Gay and Pride 331

112. 334

Wie ben ik? 334

113. 336

Qing Ming ding 336

114. 339

De Vierjarige Meester 339

109. <18>340

Verbazende Verleidingen 340

Colofon

Alle rechten op verspreiding, met inbegrip van film, broadcast, fotomechanische weergave, geluidsopnames, electronische gegevensdragers, uittreksels & reproductie, zijn voorbehouden.

© 2020 novum publishing

ISBN drukuitgave:978-3-99064-484-3

ISBN e-book: 978-3-99064-485-0

Lectoraat:Jennefer Madhavi, Matty Busstra, Sandra Braakmann

Ontwerp Omslag: Ernst Borse

Lay-out & zetting:novum publishing, Ernst Borse

www.novumpublishing.nl

Inleiding

∆ Dedicated to my Dear industrious Jennefer For her continuous inspiration. To my dear parents Who supported me through all my projects, research, investigations, sidewalks and dreamlands. For their consolation once I leave this surface to investigate the Afterlifeland and go after the discovery of the eternal fields of happiness. To my dear brother Peter and Michael to show my appreciation for their presence in my life and the joy we shared in life’s-analyses. To Martine, my latest study-companion before going to Mars.☺

Ω I should write You a love song For You’ve been around so long I should sing You a love song But today I’m not that strong I might dedicate my life for ages to write a song of a thousand pages I would tell you I love you As I tried so oft’ before I would tell you I need you Though it’s me that shuts the door And I need you here beside me To prevent I’m going mad And I need your eyes to watch me Or I loose everything I had And you need to use my time Before I’m wasting it instead I should be writing a love song But I’m wasting so much time I’ve been trying for so long But it seems I’m out of rhyme I might dedicate my life to serve You And die for You if I would have to But I can’t find you a love song That meets my love for you The words come out so wrong Don’t know what’s false or true And I need you here beside me To prevent I’m going mad And I need your eyes to watch me Or I loose everything I had And you need to use my time

Hemeltjes!

Voorwoord

In deze verhalenbundel ontmoet u allerlei mensen die gestorven zijn, echt of zogenaamd. Met korte verhalen worden de belevenissen van bekenden en onbekenden van de schrijver geschetst in hun hemel, of hoe ze daar terecht zijn gekomen.

Wat houdt de mens bezig voordat hij sterft en wat verwachten gelovigen te ontvangen voor hun werk op Aarde. Welke beloning zou men rechtvaardig vinden voor een leven op Aarde vol met beproevingen. Is het Paradijs voorbehouden aan een enkeling die toevallig het ware geloof heeft ontdekt of is er ook plaats voor hen die op het verkeerde paard (God) gewed hebben.

Wat zou er mogelijk zijn als onze geest of ziel niet gevangen zou zijn in een materieel lichaam op deze Aarde? De wetenschappelijke inzichten rond 2010 hebben geholpen om een beschrijving te maken van zulk een spirituele wereld of een virtuele hemel.

De verhalen die wij horen van anderen geven geen garantie dat ook wij naar een fijne hemel zullen gaan. Evenmin betekenen de twijfels bij Agnosten, Bisschoppen, Dominees, Imams, Rabbijnen en Theologen, dat er niets zal zijn. Garanties tot de deur van de Hemel, zou de schrijver kunnen zeggen. Doch uitgaande van de duizenden verslagen van bijna-doodervaringen wereldwijd wordt hier een optimistisch beeld geschetst.

De verhalen zijn vooral geselecteerd voor gelovigen uit de monotheïstische tradities, waar de schrijver ervaring opdeed bij diverse rivaliserende religies en sektes. Uit deze verrijkende ervaringen koos de schrijver bovendien een aantal van zijn favoriete gebeden en religieuze teksten. Invloeden uit zijn evolutionair humanistische denkbeelden verbreden dit spectrum van paradijzen op een Aarde of in een cultureel gekleurde Hemel. Daarnaast is er ruimte gegeven voor eigen hemelbeelden of paradijselijke wensen in twee hoofdstukken. Atheïsten en antigelovigen kunnen zich hiermee wellicht een beeld vormen van wat er zich in het hoofd van een religieuze Homo Sapiens kan afspelen en waarom die zoveel moeite doet voor beloftes van een hemel

De wens is dat u, net als diverse andere mensen, geïnspireerd raakt door deze ongebruikelijke verhalen en de dood en het leven nu met verfriste moed in de ogen durft te kijken.

Good Heavens!

Vaak is Vergeven voor mij het Vurig verlangen naar vrede Vertrouwende dat mijn Vader’s Vrede De voornaamste is. Het leren Liefhebben van de langste rij bij de bakkerswinkel Gelovend in de belofte dat mijn Vaders Brood het beste biedt. Vergeven is mijn verlaten van de hulpeloze hoop op een fraaierVerleden Omdat de Tijd in Handen van mijn Heer mij hoopgevender is dan in eigen handen. De dolle uitdaging om een tedere toekomst te schrijven op de ontroerende ruïnes van mijn dromen Duldende dat Zijn Dromen Drastischer kunnen zijn dan de mijne. Het Omarmen van mijn menselijke mislukkingen en moeizame slagen Zijn Moederlijke Armen verbeeldende en Haar Mantel der Liefde voelende. Veilig en Vertrouwd in de Vesting van de grootste Vergever der Vergevenden.

Het Koesteren van de herinnering aan de keren dat mijn zandkastelen wegspoelden Mij beroepend op mijn Beroemde Schepper die de bekwaamste Bouwmeestervan de wereld is. Het Beminnen van de ingehouden boosheid op het Moment van de nipt gemiste boot Wetende dat mijn Gids over water kan lopen.

1.

Schilderachtig mooi

Het duurde even voordat het mij opviel dat ik alles zo gewoon vond. De rode en gele bomen tegen een blauwe lucht. De torenhoge spitsen van de volkspaleizen en godshuizen die glinsterden in het licht van de twee zonnen. De bont gekleurde vogels op gelijke afstand van elkaar op een lijn zittend, langs de witte muren van een lokale bibliotheek, boven de hoofden van vrolijk kwebbelende mensen die her en der over straat zweefden.

Mijn ogen knipperden in een reflex, bij het kijken over het glinsterende meer met zijn speelse fonteinen, hoewel het met deze ogen eigenlijk niet meer nodig was om te knipperen. Een kind komt naar mij toegerend op kleurrijke springschoenen en heft zijn hand op voor een high five. We raken elkaar met een heldere klap die mijn vingers doet tintelen. Het kind rent lachend verder de hoek van de straat om. Straat? Je kunt hier met blote voeten lopen, zo zacht voelt de grond aan! Ik kijk nog even naar het beeld van Columbus met Maria op de arm. Alles kan hier. Net als het beeld van daarstraks van een Boeddha in meditatieve houding met een maansikkel in de ene hand en een ster in de andere. Hier kan ik wel inspiratie opdoen voor duizend verschillende schilderijen. “Geef mij een penseel en een palet! Ik bid U, geef mij een penseel, want zoveel schoons ligt hier nog vast te leggen op doek, op canvas of op hout! Ik smeek U, geef mij een penseel!”

Maar niemand gaf mij er één…

Nog niet… Toen nog niet…

G.S.

Mijn Heer! Ik dank U omwille van Uw Namen: O God, O Barmhartige, O Erbarmer, O Alwetende, O Zachtaardige, O Grote, O Wijze, O Eeuwige zonder begin, O Eeuwig bestaande O Vrijgevige!U bent vrij van gebreken en beperkingen. Er is geen Heer als U. Dank voor Uw bescherming en bevrijding!O Meester der meesters, O Beantwoorder van smeekbeden, O Bezitter van goedheid, O Verheffer van rangen, O Schenker van overvloed, O Vergever van vergissingen, O Verwijderaar van tegenspoed, O Waarnemer van alle geluiden, O Inwilliger van verzoeken, O Kenner van alle geheimen en verborgenheden!U bent vrij van gebreken en beperkingen. Er is geen God dan U. Dank voor Uw bescherming en bevrijding!

2.

Aan bed gekluisterd

Ik lig op mijn rug en kan mij niet bewegen. Ik wil mijn mond opendoen en spreken om te zien of ik mijzelf kan horen, ter controle of dit een droom is of echt, maar het lukt niet. Ik lijk wel verlamd, maar ik voel geen pijn. Dit is nu de zevende keer dat ik een kijkje kon nemen in deze grens van leven en dood.

Jarenlang dacht ik dat dit momenten waren dat ik werkelijk op de rand van de dood balanceerde. Al die keren dacht ik dat mijn laatste minuut was gekomen en ik naar de hemel zou gaan zonder afscheid te hebben genomen van mijn vrienden. Ik was ervan overtuigd dat ik meer bijna-dood-ervaringen had gehad dan de mensen om mij heen die een hartfalen hadden meegemaakt en sindsdien onzeker waren over hun dagelijkse leven. Ook mijn leven stond jarenlang van uur tot uur op de grens van het aardse leven, onder meer omdat ik er van uitging dat mij overdag hetzelfde zou kunnen overkomen als hetgeen ik regelmatig op bed had meegemaakt: totale verlamming.

Later hoorde ik van mensen met soortgelijke ervaringen in bed. Mensen uit Amerika die op het moment van verlamming buitenaardse wezens aan hun voeteneind zagen staan of hen zelfs geheel onderzochten. Van mensen uit Azië hoorde ik dat ze tijdens deze verlammingsfase wezens zagen die met het dodenrijk verbonden waren en uit andere culturen werd men nog andere verschijningen gewaar.

Nog weer later werd mij uitgelegd dat mijn lichaam slechts op een grens van slapen en waken verkeerde zonder nabijheid van de dood. Mijn lichaam had te maken met een synchronisatieprobleem. In mijn slaap kon ik dromen van allerlei actie-scènes en hoe ik dan rende, sprong en vocht, zonder de ledematen van mijn fysieke lichaam te gebruiken. Een veiligheidsmechaniek in de mens voorkomt dat hij tijdens zijn dromen werkelijk zijn ledematen gebruikt. Mijn hoofd was dan af en toe al ‘wakker’, terwijl het veiligheidssysteem mijn ledematen nog niet toestond te luisteren naar mijn wil of te reageren op mijn behoefte.

Net als in de droom. In mijn geest kan het kloppen van de buurjongen op de slaapkamerdeur worden vertaald met een spannend verhaal over het kloppen van een losgeslagen zeilkatrol tegen de wand van de kapiteinshut van een Oost-Indiëvaarder in de storm.

In de hemel bemerkte ik hoe vrij het voelt om niet meer beperkt te zijn door het aardse lichaam. Mijn ledematen die zo traag reageren op mijn gedachten. De ledematen die zo traag zijn door de zwaartekracht op Aarde, door de stroomsnelheid van het bloed onder invloed van de luchtdruk en de vele veiligheidssysteempjes in ons zenuwgestel. Het lichaam functioneert prima onder aardse omstandigheden. Maar vergeleken met mijn hemelse snelheden is het zo traag. Ik vergelijk het met een partijtje voetbal. Wanneer je met twee teams op een grasveld speelt gaat dat heel anders dan wanneer je het spel drie meter onder water speelt. Het verschil tussen mijn spel in de hemel en dat op aarde is nog veel groter dan dat.

Ik kan nu met gemak allerlei dingen doen waar ik op Aarde niet eens van kon dromen.

G.S. 5 Vrede aan U. Ik prijs U omwille van Uw Namen: O Oneindig Barmhartige, O Gulle Schenker, O Rechtvaardige Schenker, O Meest Vergevingsgezinde, O Leidende Waarheid, O Majestueuze, O Gij, vrij van defecten en restricties O Toeverlaat der hulpbehoevenden, O Heer van de schenkingen en het woord, O Heer der zekerheid!U bent vrij van gebreken en beperkingen. Er is geen Heer als U. Dank voor Uw bescherming en bevrijding!

6 O Gij, voor Wiens grootheid alles buigt, O Gij, aan Wiens macht alles zich onderwerpt, O Gij, bij Wiens verhevenheid alles nietig wordt, O Gij, aan Wiens gezag alles gehoorzaamt, O Gij, aan Wiens heerschappij alles zich overgeeft, O Gij, voor Wie alles uit ontzag neerbuigt, O Gij, die de bergen, uit vrees voor U, doet splijten, O Gij, met Wiens bevel de hemelen bestaan, O Gij, met Wiens toestemming de Aarde standhoudt, O Gij, Die de ingezetenen van Uw rijk niet onderdrukt!U bent vrij van gebreken en beperkingen. Er is geen God dan U. Dank voor Uw bescherming en bevrijding

o

Bi. Jac. 12 Gezegend is de mens die verleidingen verduurt, Want wanneer hij beproefd is, zal hij de Kroon des Levens ontvangen, die beloofd is aan een ieder

3.

De ijle Lichtheid der Lichamen

Ik kan mij nog de verwondering herinneren die ik op Aarde had over de doorzichtigheid van de bloemen in het zonlicht, de bladeren aan de bomen waarvan zelfs de nerven doorschenen. Wanneer ik in de herfst de droge bladeren bijeenharkte rond het château en tot een meter hoge berg verzamelde, was een lichte bries voldoende om ze te doen dansen. Ik stak de berg aan en de vlammen verbraken alle verbindingen van de elementen. Een laagje as bleef achter als vage duiding van de plaats van de bladerberg. Een fractie aan materiaal die overbleef van de weelderige bladertooi van de platanen, kastanjes en eiken van de maanden ervoor. Zelfs wanneer ik tien bergen verbrand had, bleef er maar een beetje as over, die ik dan uitstrooide tussen de struiken.

Mijn verwondering over de geringe dichtheid van de materie bleef terugkomen bij de vlinders die ondanks hun lichtheid een schaduw konden werpen op het pad voor mij.

Vergeleken met onze hemelse lichamen is al die aardse ijlheid echter behoorlijk massief te noemen.

Zoals ik op Aarde met verschillende ogen kon kijken, kan ik dat hier op zoveel meer manieren.

Op Aarde kon ik naar de vlinder kijken en de vorm van zijn vleugels waarnemen, zijn kleur en patroon. Of ik kon in het tegenlicht de aders herkennen of ik kon besluiten door de vlinder heen te kijken alsof die onbetekenend was. Hier in mijn deel van de Hemel kan ik mijn vrienden beschouwen in hun omhulsel zoals zij dat zelf verkiezen, of zoals ik ze wil zien in een bekende gedaante (met enige oefening). Het is inmiddels eenvoudig om door hen heen kijken naar wat er achter hen gebeurt. Daarenboven kan ik inmiddels hun intenties en ervaringen aflezen of met een InterView hun Levensloop bekijken. Nou ja, theoretisch dan. Ik ben nog maar een jonkie en het lukt mij nog niet altijd bij iedereen en ook nog niet op ieder moment en er blijven nog wat grijze gebieden. Maar als ik kijk naar de ‘oudjes’ hier, die kunnen echt ongelofelijke dingen doen en zo uitgebreid waarnemen!

7 O Vergever der vergissingen, O Verwijderaar van onheil, O Eindbestemming van alle hoop, O Gij, Wiens schenkingen overvloedig zijn, O Gij, Wiens giften uitgebreid zijn, O Voorziener van Uw schepsels, O Beslisser van de dood, O Gij Die het klagen hoort, O Gij Die legers stuurt, O Bevrijder der gevangenen,

U bent vrij van gebreken en beperkingen. Er is geen Heer als U.

Dank voor Uw bescherming en bevrijding!

4.

Een atoom zwaarder dan de zon (Jaar 2950)

Iedere dag leer ik zoveel, vanzelf, zonder moeite, in ontmoetingen en in stilte.

Iedere dag besef ik dat ik minder weet dan ik voorheen dacht.

Met ieder antwoord komen er twee vragen terug. Dat is sinds mijn eerste dag hier in de hemel niet veranderd. Ik heb de hoop niet opgegeven God ooit te leren kennen. Hij is zoveel grootser dan ik dacht. Ik geef mijzelf nog eens tweehonderd jaar.

In de kosmos dacht ik Hem te vinden. In het web van sterrenstelsels en superclusters. Maar het allergrootste bleek nog maar een klein deel van Zijn geest te zijn, als filamenten van een frontkwab in Zijn brein. Het leek eerder als de lijmdraden van de moleculen van een nagel van Zijn pink.

Ik zocht tussen de atomen, de quarks en de fotonen, maar het allerkleinste bleek nog veel te groot te zijn om Zijn energie te kunnen meten. Zijn scheppende kracht bleek in de droomgolven te zitten die de basis van de basis van de elementen bond.

Vanuit deze hemel kom ik niet in één van de andere universa. Zelfs de oudste hemelbewoners die ik hier trof hadden dit universum niet kunnen verlaten. Zoals je in het jaar 1000, op Aarde, een kaart van de Wereld kon hebben, maar niet in staat was naar de Noordpool of de Himalaya te reizen. Of in 2000 op een televisie de landing op de maan kon zien, maar er zelf niet heen kon vliegen. Of in 3000 in een holografische onderzeeër door de bloedvaten van een mede-Martiaan bewegen, doch altijd thuis of in de studio moest blijven.

Nu kan ik mij zo klein maken als ik wil. En mijn wil staat mij toe het formaat van een mier aan te nemen. Aan de andere kant kan ik niet groter worden dan een walvis, voor zover ik weet. Maar dat vind ik eigenlijk te vermoeiend, of ik zou misschien nog meer moeten oefenen. Toen ik Mozes een paar jaar geleden sprak kon hij gemakkelijk een Blauwe Vinvis spelen en iemand inslikken en weer elders uitspuwen. Hij kon zijn spijsvertering stilzetten en elk ander deel van zijn lichaam aansturen.

Maar ook hij kende niemand die veel meer kon dan dat. Alleen God kon een Zwart Gat vangen en naar een ander universum werpen. Ik zie het voor mij als een soort komisch stripverhaal.

Bi. 1Pet. 1:3 Blessed be the God and Father … Who according to His abundant Mercy … … to an inheritance incorruptible and undefiled And that does not fade away,

5.

Atomen, Bomen, Chromen en Dromen (Jaar 2951)

De interView* met Stefan bleef mij nog lang bij. Waarom was de kwaliteit van uitwisseling zo wisselend tussen de zielen in mijn eigen hemel? Deze interView bevatte uitzonderlijk helder beeld en gevoel. Bij de meeste ontmoetingen zijn de interViews een beetje mistig en moet je heel veel gissen. Inmiddels heb ik wel verklaringen, maar die deel ik wel een andere keer.

Toen ik stierf was ik nog maar 65 jaar oud. Dat was bijna 3000 Aardjaren geleden. Mijn gestel had destijds flink geleden onder de extreme omstandigheden op Mars tijdens de eerste jaren van kolonisatie. We konden allerlei atomen chemisch aan elkaar koppelen om water en zuurstof te maken, brandstof en bouwmateriaal, maar voor het herstellen van defecten in het menselijk lichaam had men nog een eeuw nodig. Ze begroeven mij op 100 meter van het Atrium van New Earth.

Daarstraks ontmoette ik Stefan die daar ook had gewoond en die liet zien dat mijn eerste Habitat in zijn tijd een museumstuk was in het koloniaal museum in NE. Zelf stierf hij 350 jaar oud. Hij interViewde mij de bomen die hij plantte in het kader van de Terra-vorming van de planeet. De Mensen en de Martianen konden gemakkelijk 1000 jaar oud worden in zijn tijd. Bijna elke cel was vervangbaar of verjongbaar. Hij overleed omdat zijn lichaam echt te veel onderdelen miste na het ongeluk, deze keer! Hij was al eens opnieuw in elkaar gezet na een crash met zijn raket op Mars. Maar bij werkzaamheden op Venus was hij in een poel vloeibaar lood terechtgekomen met zijn machine, en onherstelbaar beschadigd.

De overgang naar de hemel was voor hem eigenlijk niet zo groot. In ieder geval veel minder groot dan voor de Egyptenaar die ik van de week trof, die als landbouwer gewerkt had aan de bouw van de Grote Piramide van Giseh. Voor die boer was de hemel de eerste jaren eenvoudig gehouden om enigszins aan te sluiten bij zijn bevattingsvermogen. Hij kon zich nog herinneren dat het er herderlijk eenvoudig was en paradijselijk als in een koninklijke oase. In de loop der jaren leerde hij de hemel kennen als een eindeloze speelplaats met ongekende mogelijkheden waar hij op één dag meer leerde als in één jaar op Aarde.

Vooral de chromatische veranderingen vielen hem op. In zijn Aardse leven eerst de gele woestijnkleuren en traditioneel rode en blauwe kleding, de eerste hemeljaren de doorschijnende kleuren van rode rozen en blauwe bergmeertjes, en recentelijk tot het infrarood van de kolkende stromen op Betelgeuze en het briljante blauw van de zonnewind in de ijskristallen op Titan.

Ik bleef nog lang in interView met Stefan en we waren in staat ver te dromen. De creaties waren sterker dan visioenen vanwege de vele details en de elkaar aanvullende inlevingen.

We spraken af om enkele van deze dromen te gaan realiseren.

* De interView, de kijk naar binnen bij de ander in een soort van 3D.

* InterViewen: Het kijken in het wezen van een ander met al zijn gedachten, beelden, geluiden, gevoelens en meer, door middel van een soort van Telepathie. De kwaliteit van zulk een interView kan sterk verschillen per geval. Oefening verbetert de snelheid en kwaliteit.

* Aardjaren: Er bestaan vele tellingen op aarde en in de rest van de kosmos. Hier wordt uitgegaan van de Amerikaanse zonnejarenkalender zoals die aldaar in de 19e– 21eeeuw worden gebruikt.

* Terravorming: Het realiseren van een aardse omgeving met aardse levensvormen op een andere planeet dan de Aarde.

* Titan: Planeet rond Saturnus

6.

De HersenSpin

Hoe weet ik nu of ik echt in de hemel ben of dat ik dit allemaal droom?

Ik voel mij levender dan in de kracht van mijn leven op Aarde. Ik denk helderder dan ooit en ik begrijp zoveel meer dan ik ooit dacht te kunnen bevatten. Ik voel mij goed, zo goed!

Ik sta hier met vier lijpe gasten met drie volle manen in het westen te wachten op het perfecte springtij voor een mega surf avontuur. De wind wakkert aan, zoals voorspeld. Toch ben ik er niet helemaal bij. Mijn gedachten maken een sprongetje opzij.

Hoe kan ik bewijzen dat ik nog leef, terwijl ik meen gestorven te zijn?

Toen ik nog aan de Aarde verbonden was en daar mijn leven leidde, kwam ik een tekst tegen die mijn leven veranderde. Ik leerde mij aan om te leven naar deze tekst: Alles wat ik op mijn pad tegenkom is daar op het juiste moment om mij te helpen. Ik geloofde toen nog in een God die mij begeleidde op al mijn wegen. Het hielp mij enorm om de tegenslagen in het leven als een spel te zien, waarbij ik telkens naar een nieuw niveau kon gaan. Net zoals de levels bij een game. Mijn brein raakte vertrouwd in het herkennen van patronen die bevestigden dat alles zinvol voor mij was. Dat hersenspoelen ging mij goed af. En als ik echt niets kon vinden ten gunste van mijzelf, dan kon ik wel bedenken hoe het gunstig kon zijn voor een medemens. En als dat ook niet lukte dan was ik er van overtuigd dat het voor het plezier was van de Gemeenschap der Heiligen die zich met practical jokes vermaakte. Ik verliet zo de angst om intens te leven, de angst om fouten te maken, de angst om slachtoffer te worden van iets of iemand. Later verliet ik dat geloof in God of in een Force. Ik analyseerde dat ik mijn brein had gedwongen om patronen te vinden in daagse zaken en in uitzonderlijke gebeurtenissen. Ik was nu zo goed geprogrammeerd dat ik dat vertrouwen in een goede afloop als een tweede natuur had eigengemaakt. Ik had mijn eigen gedachtenspinsels geweven met behulp van een bedreven HersenSpin.

Nu ik van het aardse lichaam verlost ben, twijfel ik dus of ik nu opnieuw in een eigen fantasiewereld leef, of dat dit nu wel echt is. Ik denk, dus ik besta… zouden sommige filosofen op Aarde zeggen, maar hier voelt dat anders. Als ik mijzelf knijp doet dat zeer. Maar dat is ook het geval als ik mij in mijn droom een pijnprikkel toedien. Alles lijkt hier zelfs echter dan op Aarde.

Fuck! Ik kom er niet uit!

Tot die tijd vermaak ik mij maar met mijn vrienden hier op het strand, vrienden die zich geen zorgen maken of ze wel echt bestaan of niet…

oDurf te falen, en faal niet te durven. Beter ten halve gekeerd, dan niet begonnen. o

7. <X>

Hemelbestormers

Deze keer ben ik midden in het geweld van een bestorming. De deur van het kasteel is groot, met dik smeedijzeren beslag en duizenden nagels in het dikke eikenhout. De ogen van mijn kameraden glanzen van enthousiasme, de pluimen op hun hoed wuiven, de kleurrijke kostuums lijken zo uit een portret van Rembrandt te komen. Behalve dan dat deze kledingstukken her en der gescheurd zijn, bevlekt met bloed, kruit en modder, een lust voor het oog…

De zware deur trilt en van boven wordt op ons geschoten…

“Iemand koffie?”

“Sodemieter toch op Frank, we zitten midden in een avontuur. We spelen nog even door!” Ik hoor instemmende kreten om mij heen en “één, twee, beuk!’ ‘één, twee, beuk!”

Jonathan valt naast mij neer met een deuk in zijn helm en twee pijlen in zijn lijf.

“Nou ik lust wel een bakkie hoor!” hoor ik Vincent van achter mij roepen, terwijl Gustaf voor mij getroffen wordt door brandende olielappen en gillend de gracht in springt.

Als ik mij verontwaardigd tot Vincent richt over zijn anachronistische opmerking, zie ik zijn arm afgerukt worden door een ontploffende granaat. Zelf wordt ik tegen de stormram geblazen. Snel krabbel ik overeind. Wauw! Hoe heeft Vincent die arm zo realistisch gefaked. Dat moet ik hem na afloop maar eens vragen. Maar nu is er geen tijd om de gedachten af te laten dwalen. Ik moet in het nú blijven. Er is geen tijd om naar gewonde kameraden te kijken. Eerst moet die deur ingebeukt worden. Versterkingen komen aangesneld om ons te ondersteunen. Musketten vuren op de mannen boven ons. Het kanon wordt op de deur gericht en wij maken plaats. De 20ponds kogel slaat een gat in de linkerkant van de deur. Een tweede schot wordt voorbereid. Ieder ogenblik kunnen wij nu naar binnen gaan stormen. Wij staan op scherp. Achter de deuren klinkt er gestommel en gerommel en direct na de inslag van de tweede kogel zwaaien de deuren opeens naar buiten open. Er stormt een groep blauwmutsen naar buiten met rapieren, sabels en spiezen, direct gevolgd door een zestal ruiters.

Ik laat ze lekker vechten met onze versterkingen en ren achter hen langs naar binnen, gevolgd door Peter, Judas en Ruud. Ik steek een blauwmuts overhoop en ren de trappen op naar de verschansingen. Ze hebben onze list nog niet door en bestoken onze kameraden. Vlak voordat ik boven ben ziet een van de wachters mij en schiet mij door mijn hoofd. Dit betekent niet alleen dat ik op slag dood ben, maar ook dat ik nog eens flink in de weg lig voor mijn kameraden die naar boven rennen. Pech!

Verder hebben ze wel goed gevochten, maar ik moest met Vincent en Jonathan wachten tot de volgende ronde om weer mee te mogen doen. We konden ze alleen maar aanmoedigen vanuit onze gemeenschap der gevallenen, maar ja, dat helpt niet zo veel…

Vanaf de VIP-tribune kijken we in spanning naar de rest van het avontuur en hoe onze vrienden het er vanaf brengen. Gaandeweg raakt de tribune steeds voller en we zitten op het puntje van onze stoel bij het duel van De L’Autrait en Captain York op de muur van de kruitkamer.

Na vele ‘oh’s en ‘ah’s’is de strijd gestreden en gaat een aantal van ons naar de evaluatie.

Doe jij volgend decennium weer mee Vincent? Jazeker. Ik wil nog verder oefenen met het spectaculair neerstorten vanaf een toren. Ik heb al complimenten gehad van meester Tjun.

“Waarom willen jullie toch elke keer oorlogje spelen!?”, vraagt Elisabeth, met haar grijze haar, wijze rimpels en ondeugende ogen.

Hoezo ‘elke keer’. Ik doe nu voor de vierde keer mee en Judas nog maar voor de tweede. Mo is wel een echte Die-Hard. Die heeft pas geleden, geloof ik, zijn vijfhonderdste oorlog overleefd. “En een stuk of tienduizend keer niet!”, voegt Ruud toe. “Maar hij komt hier dan ook al 100duizend jaar!”, volgens Wladich. “Niet overdrijven hoor! Mo is van de vierde lichting van groep WTC, dus zo lang is dat nu ook weer niet. Bovendien heeft hij veel meer tijd besteed aan zijn Kosmologie en emoColorisatie. Er is niemand hier in onze regio die zoveel titels en graden heeft weten te verzamelen en hij heeft inmiddels zelf vele enthousiaste leerlingen. “En hij heeft 70 jaar op de berg van Zethara gezeten in volledige afzondering! Brrr, nou mij niet gezien! Ik ga nog liever zeventig keer verdrinken of 70 jaar bij Grizzomite in de bak zitten!”.

Elisabeth probeert het nog een keer: “Ik dacht dat het hoogste streven in de hemel was om zonder geweld en oorlog en ziekte te kunnen leven. Reeds op Aarde onderwezen vele wijzen de weg van de vrede zonder wapens”.

Mo rijkt zijn handen naar Elisabeth: “Er zijn verschillende stadia van zuivering liefje. Er zijn vele gebreken en obstakels die tussen ons en de volmaaktheid van onze Heer staan. Eén daarvan is angst. Er bestaan vele soorten van angst en enkele daarvan zijn wij hier aan het bestrijden. Dit lijkt op het Walhalla, of de Zaal der Moedige Gevallenen. Om de hoogste Heer te dienen mag je niet aarzelen uit vrees voor eigen ongemak of pijn. Dat doen wij hier. Iedereen vertrekt hier vroeg of laat vandaan zonder wapens en met een schat aan andere vaardigheden.

Elisabeth geeft toe dat zij dat zo nog niet gezien had. Met een zwierig gebaar geeft zij aan dat zij ons verlaat. “Nou, jullie lijden maar lekker samen, met jullie jongensspel, ik ga lekker met ons astro-clubje shopSurfen!” Elisabeth is nu weer even een meisje van 16 met vlechten. Alleen de ogen blijven onveranderd ondeugend en wijs.

Grüss Gott!

G.S. 8 O Heer van eerbetoon en lof, O Heer van eer en verhevenheid, O Heer van fierheid en onschatbare waarde, O Heer van belofte en trouw, O Heer van vergiffenis en tevredenheid, O Heer van goedheid en schenking, O Heer van oordeel en beschikking, O Heer van glorie en eeuwigheid, O Heer van vrijgevigheid en grootmoedigheid, O Heer van gratie en sublimiteit!

U bent vrij van gebreken en beperkingen. Er is geen God dan U.

Dank voor Uw bescherming en redding!

8. <X>

Full Impact

Na lang aandringen heb ik toch toestemming gekregen om van mijn laatste gevecht het kortetermijngeheugen terug te zien. Mijn Meester heeft namelijk geen enkel gat in Zijn geheugen. Hij hoeft Zijn ogen niet te sluiten voor dingen die te wreed zijn of te gruwelijk. Hij gaf mij nu eenmalig de kans om een volledig geheugen te ervaren. Ik speelde de scène nog eens over.

Ik stormde dus door de poort naar binnen om op de muur te komen vanwaar wij onze kameraden beter konden ondersteunen. Wanneer de muur in onze handen was, dan zou de vijand niets meer omlaag kunnen gooien of schieten. Ik laat de anderen dus lekker vechten met onze versterkingen en ren achter hen langs naar binnen, gevolgd door Peter, Judas en Ruud. Van buiten door het poortgebouw ben ik mij nu bewust van de verandering van licht en donker. Ik voel hoe de adrenaline mijn lichaam verandert. Mijn spieren vol bloed stromen. Bij het uitsteken van mijn rapier naar een blauwmuts, voel ik hoe zenuwen en spieren samenwerken in mijn armen en benen om een maximale stoot te geven. Ik voel een fractie van een tel weerstand op de punt van mijn rapier, wanneer hij het dichte wollen vest raakt en lichtelijk kromt. Direct daarna dringt de punt door de gevolde wollen vezels. Ik hoor ze scheuren terwijl de punt reeds voortgaat door het linnen hemd, de blanke huid en het vlees. Ik voel de druk in mijn schouder terwijl de punt een weg baant tussen de ribben en het kraakbeen met ongehoorde geluiden die mij veeleer verbazen dan verafschuwen in die flits van de tijd. De rapier dringt verder door en doorboort de rechter long met een schrapende klank tot halverwege. Dan trek ik mijn wapen reeds terug met een slurpend geluid en voel hoe mijn biceps en triceps samenwerken om snelheid te houden.

Ik voel hoe mijn tenen, bal en hak over de trap treden, terwijl ik met alle kracht van mijn kuiten en bovenbenen omhoog gedreven word richting verschansing. Mijn blik is ruim opdat ik zowel de mannen langs de kantelen zie afsteken tegen de hemel, als dat ik de ongelijke treden voor mij zie verschijnen. Ik nader de laatste treden en ervaar een noodlotsbestemming die ik niet kan verklaren. Niemand van de blauwmutsen heeft ons nog opgemerkt, druk als zij zijn met het bestoken van onze kameraden buiten. Opeens draait een van de wachters zich om en richt zijn kruisboog op mij. Ik zie hoe zijn vingers de trekker overhalen en de boog zich ontspant, de pijl loskomt van de geleider en de pees kronkelt. Bijna op het zelfde ogenblik boort de stalen punt zich met een krakend geluid in mijn schedel vlak boven mijn rechteroog. Ik voel hoe splinters van het bot meedringen met het staal in de frontale cortex, verder glijdend door de pariëtale en occipitale cortex. Met een tweede schok door het hersenvlies en schedel naar buiten, versplinterde botdeeltjes rondspreidend tussen mijn verwilderde haren en in het gezicht van Peter die mij volgt. Ik zie hoe het hart nog hevig klopt, maar het licht in de ogen direct dooft nog voordat ik de pijn van de treffer ervaar. De enorme slagkracht van de pijl doet mijn voorover rennende lichaam overeind komen. De spieren in de benen worden niet meer aangestuurd en ik zak rechtstandig op mijn benen neer op de treden. Ik zie hoe Peter een moment twijfelt of hij mij op zal vangen, maar al snel besluit over mij heen te lopen. Ik voel nog hoe zijn voeten zwaar over mijn rug stampen, terwijl de meeste hersenen reeds gestopt zijn met signaalverwerking. Brrrr, wat een indringende ervaring! Ik voel hoe er bloed en slijm uit mijn achterhoofd in mijn kraag lopen en van voren in mijn oog. Nu begrijp ik waarom het een zegen is dat de mens is uitgerust met dat kortetermijngeheugen dat dit gedeelte geheel zou wissen. Ik betwijfel of ik nogmaals voor deze ervaring zal kiezen.

9.

Het Volk en haar Koningin

Ik herinner mij dat ik de kans kreeg om een paar eilandjes in het rijk van Koningin Yongtai Hou te bezoeken. Mijn heer had mij verzocht enige geschenken af te leveren aan enkele verre familieleden. Op het eerste eiland viel het mij op dat de mensen die ik ontmoette niet zo helder uit hun ogen keken, gehaast, bedrukt of los van hun omgeving. In de haven bijvoorbeeld waren er verschillende mannen en vrouwen die gewoon tegen mij opliepen, omdat ze mij niet zagen staan. Ze boden dan ook geen verontschuldigingen aan. Toch waren zij en ik op dat moment in dezelfde fysieke wereld aanwezig. Ik vroeg bij een winkel naar de familie Zhâng, en een vriendelijke mevrouw vertelde mij dat ze mij niet kon helpen, maar dat de gendarmerie zich twee straten verder bevond. Ik vroeg naar het welzijn van Koningin Yongtai Hou, maar toen verstrakte haar gezicht; “Wat gaat mij dat nu aan hoe het met haar gaat! Ik vind het belangrijker hoe het met mijn eigen kinderen gaat!” Ik deed mijn best om mijn verbouwereerdheid niet over mijn vriendelijkheid te laten domineren en vervolgde mijn weg naar de gendarmerie. De eerste wetsdienaar vond het nogal dom van mij dat ik geen adres had, maar de tweede officier trad mij vriendelijk tegemoet en slaagde erin om mij de juiste vragen te stellen. Ik wist nu met welke koets ik op mijn plaats van bestemming kon komen en bedankte de meneer hartelijk. Maar op mijn vraag naar het welzijn van de Koningin reageerde hij een beetje lacherig; “Nou meneer, en waar mag de Koning dan wel zijn? En bovendien word ik heus niet op de hoogte gehouden van het wel en wee van zo’n jong ding als‘Yonk’?

Een beambte achter een andere tafel reageerde in de trant van; “Zou Yonk vandaag niet naar het Jiao-ballet gaan? Ze is zo gek op die parasolletjes! Ha ha ha!”

Koetsier; “Die Yonk is een lieve meid hoor, maar ik vind eigenlijk dat ze niet moet leven van óns belastinggeld! Is mijn persoonlijke mening.” Ik neem plaats op de houten bank en neem mij voor om van het landschap te genieten. De koetsier heet Dong of zo en komt uit het oostelijk deel van het eiland. Hij vertelt aardige anekdotes over de passagiers die hij door de jaren heen vervoerd heeft en zo vliegt de tijd over allerlei wegen, bloeiende pruimenbomen en peren, kleine rotspartijen en watertjes, grote rijstvelden en kleurrijke mensen.

Onderweg eten wij iets in een herberg bij een tolbrug. Dong maakt een praatje met de tolwachter. Wanneer ik mij bij hen voeg onderbreekt hij het gesprek: Dit heerschap wil weten hoe het met Yonk gaat? Hoe vind je dat?”

Tolwachter: Komt u soms van een andere wereld meneer? Hier hebben we wel belangrijker dingen aan het hoofd. Dit hier is de oudste tolbrug van het eiland. Hier hebben zeer vaardige handwerkslieden, nijvere vakmannen en meesters aan gewerkt en die brengen nu hun geld op. We hebben in onze haven bekwame kooplieden, bereisde handelaren en ervaren kapiteins op onze schepen. Wij hebben geen bemoeienis van bovenaf nodig voor ons welvaren. Wij zouden liever autonoom zijn en gewoon doen met ons geld wat ons goeddunkt. Wij hebben het toch ook zelf verdiend!?” Ik betaal de tollenaar zijn deel en vervolg de reis met de koets over deze grote kloof.

Tegen de avond kom ik bij de familie Gang aan. Ze hebben het de hele dag over wat er allemaal mis gaat in het land en dat het de schuld is van de regering, van de buitenlanders, van de buren, van de jeugd, van de mannen, van de vrouwen… Het is misschien niet verbazend dat de mensen die ik vroeg, hun vorst nog nooit in levende lijve hadden gezien. In mijn slaap gaat het klagen maar door. Mijn dromen zijn onrustig. Het matras ligt comfortabeler dan thuis, maar ik zou toch niet willen ruilen!

De volgende dag kom ik na een lange dag reizen aan op het volgende eiland. De zon gaat onder op het moment dat ik aankom in de haven. Ik ben moe en hoop dat ik snel een acceptabele herberg kan vinden om mij neer te leggen. In de haven verwijst een matroos mij naar een schamel houten huisje op palen. Bij binnenkomst wordt ik hartelijk welkom geheten en naar mijn welstand gevraagd. Ik vertel het doel van mijn reis en uit mijn wens om hier de nacht door te mogen brengen indien de prijs acceptabel is voor de beurs die ik heb meegekregen. Een kamertje boven op zolder mag ik voor een schappelijke prijs betrekken. Ik bestel een eenvoudige maaltijd en informeer naar het welbevinden van de vorstin. De herbergier vertelt vol trots dat Koningin Yongtai Hou hier vier jaar geleden geweest is en men haar heeft mogen trakteren op een boeket Yongtai-rozen, speciaal voor haar gekweekt door een echtpaar hier vlakbij. De dochter van de herbergier komt op blote voetjes naar beneden om haar pa goede nacht te kussen. Zij groet mij met een ondeugende glimlach. “En ik heb onze Koningin Yongtai Hou een wollen tasje mogen geven met borduurwerk. Daar heb ik een heel jaar elke dag aan gewerkt! De koningin vond hem heel mooi!” Er klinkt zo veel charmante trots in de beschrijving van de ontmoeting, dat ik haar durf te vragen wat zij van de vorstin vindt. Ze begint spontaan een liedje te zingen:

“Ik kwam ‘s nachts langs een brug gegaan Maar de planken waren stuk Toen kwam de koningin met lichte maan. Dat was een grote geluk! Haar koets is daar van’t hout ontdaan Het hout werd plank na plank na plank Zo maakte zij voor mij ruim baan, Daarvoor zing ik haar dank.”

Zij glipt nu snel de trap op naar boven en ik word aan tafel geserveerd. “Weet u dat prins Xun Wang morgen naar onze bibliotheek komt? Er is een nieuw boek over de kracht van woorden en iedereen is zo nieuwsgierig! Vorige maand was koningin Yongtai Hou nog bij de familie van de omgekomen visser langs geweest aan de andere kant van het eiland. Ze doet dat zo mooi onopvallend… De hele nacht droom ik van lieve mensen en muziek.

De koetsier is niet zo spraakzaam. We hebben al een uur door een wisselend landschap gereden en ik weet nog niet veel meer dan dat hij Wu heet. Het eiland is eigenlijk precies gelijk aan het vorige eiland. Bergen en velden, rotsen en beken, bloesems en waslijnen, armen en rijken, geplaveide- en hobbelige wegen, grote en kleine huizen, oude en jonge mensen. Toch voelt het landschap anders aan. Wanneer ik hem vraag naar de vorstin, begint hij enthousiast te vertellen. Zijn vrouw offert iedere dag drie bloemen in de rivier voor Koningin Yongtai Hou en haar gezin en de regering. Zelf heeft hij eens een pakje voor Hare Hoogheid mogen wegbrengen in de vorige koets. De bank uit die koets staat nu bij zijn schoondochter in de keuken! Hij vertelt over de verschillende dorpen waar hij in zijn leven mensen en goederen afleverde en ophaalde en hoe ieder jaar een ander dorp de eer kreeg van een koninklijk bezoek. Vorig jaar had de meisjesschool een prachtig borduurwerk gemaakt en het knapenkoor een nieuw lied gebracht dat daarna door het hele land populair geworden is. In de maanden voorafgaand aan de grote dag werden de wegen en tuinen opgeknapt, in de laatste weken nog alle dakgoten geschrobd, wagens en karren geverfd, paardenhoofdstellen verfraaid en bloembakken geplaatst.

De laatste dagen was iedereen vlijtig en lustelijk bezig met ramen lappen, naar de barbier gaan en nieuwe kleding naaien voor alleman.

Zelfs Zhuang de zwerver, kreeg een nieuw wollen pak.” Ik onderbreek zijn verhaal en wijs op een vlag die uithangt bij een huisje op het veld. Hij legt uit dat het de gewoonte is om bij ieder geluk dat een persoon of gezin ten deel valt, men de Koningin daarvoor bedankt met vlagvertoon. “Bijvoorbeeld bij de geboorte van een kind of als iemand voor een meesterproef is geslaagd of…” “Hoezo!?” onderbreek ik hem, “Wat heeft de Vorstin gedaan om haar te bedanken? Die man heeft toch op eigen kracht dat examen gehaald?! En dat kind dat geboren wordt, dat is toch een natuurlijke zaak waar Koningin Yongtai Hou geen enkele invloed op heeft?!” De koetsier glimlacht. “U bent van een ander koninkrijk naar ik meen, en niet vertrouwd met onze tradities en ons gedachtegoed. Welnu, ik zal u een toelichting geven. Heeft de ambachtsman niet de kans gekregen een opleiding te volgen doordat er vrede heerst en er scholen zijn? Wij zouden de dienaren van de koningin kunnen bedanken, maar dienaren staan nu eenmaal onder de vorstin en hebben trouw beloofd aan vorst en volk. Dus in plaats van de minister van onderwijs te danken, of de generaal van het leger, danken wij haar die hen allen in dienst heeft.” Terwijl ik luister valt het mij op dat er eigenlijk op heel veel plaatsen wel een kleine of grote vlag uithangt.

“En wat de baby’s betreft. Zullen de ouders niet verheugd zijn dat hun kind hier geboren is en niet in een immorele omgeving? Zullen de ouders niet trots hun kind willen zien opgroeien in een land waar de mensen in vrede leven? Zouden zij niet de vlag uithangen omdat zij weten dat de chirurgijns en zusters voor hen klaar staan waneer er complicaties op zullen treden of als het kind ooit spelenderwijs gewond raakt?” Ik moet toegeven dat ik dat nog niet eerder zo gezien had: “Hangen de mensen hier dan ook een vlag uit als het brood duurder wordt, of wanneer de belasting verhoogd wordt, als hun kinderen in het leger moeten of als de koe van de buren geslacht wordt?” De koetsier spreekt nu op ferme toon: “U denkt misschien dat wij hier niet zo wijs zijn door onze Vorst in alles te prijzen, maar ik vraag u: Is het onverstandig om te dromen? Is het onrealistisch om geluk na te streven? Is het kinderlijk om van de mensen volwassenheid te verwachten? Ik zeg u: zij die op eigen gewin uit zijn en eigen comfort zullen vroeg of laat teleurgesteld worden, maar zij die alles met elkaar willen delen zullen gelukkig zijn. Zij die eigen eer nastreven zullen vroeg of laat van hun voetstuk kunnen vallen, maar zij die in alles de Vorst eren en dankzeggen zullen delen in de glorie van het koninkrijk.” Ik word helemaal stil van de welbespraaktheid van deze stille koetsier. Is dat allemaal indoctrinatie geweest of is dit een authentieke reactie van deze burger? Ik kan niet meer uitbrengen dan een bedankje voor zijn toelichting.

In sommige dorpen zijn er straten waar iedereen wel lijkt te vlaggen. “Beste koetsier, ik kan mij niet voorstellen dat in elk van die huisjes met een vlag een kind geboren is of een examen gehaald. Welke andere redenen kan men hebben om blij of dankbaar te zijn?” De koetsier moet nu in deze smalle straten goed zijn aandacht erbij houden en zegt dat hij buiten het dorp zal antwoorden. “Als de broodprijs stijgt, betekent dit vaak dat de boeren harder werken dan normaal om het volk van voedsel te voorzien. De belasting wordt nooit verhoogd. Er worden vrijwillige sur-plus bijdragen gevraagd in geval van nood of algemeen belang. In de praktijk schenken wij altijd veel meer dan er nodig is voor de ingreep. Komt het niet uit het volk, dan wel vanuit de handelskantoren, coöperaties of beroepsverenigingen. Onze kinderen zijn trots om te mogen dienen voor volk, vaderland en vorst. Dat kan zijn als soldaat, maar ook als brandweer, als minister, als zuster of broeder, diplomaat of koninklijk koopman. Wij zijn bereid ons leven te geven en redden daarmee een veelvoud aan levens!” Ik doe mijn mond open om iets te zeggen, maar hij gaat door. “En als de buurman zijn koe slacht voor een groot feest, bijvoorbeeld omdat zijn zoon teruggekeerd is, zouden dan niet alle mensen in de omtrek mede verheugd zijn? Meneer, ik vraag u: Indien uw broeder of zuster een feest geeft, komt u dan ook niet met een geschenk langs? Deelt u dan niet van harte in de vreugde met wijn en rijke spijze? Zo ook wij: