Het laatste gesprek - Marc Koning - E-Book

Het laatste gesprek E-Book

Marc Koning

0,0

Beschreibung

Hij drukt een knop in en zegt: '911, wat is uw noodgeval?' 'Er is iemand in huis,' fluistert een vrouw. 'Kun u dat alstublieft herhalen, mevrouw?' zegt Max, terwijl hij zijn volume hoger zet. 'Max? Ben jij dat? Er is iemand in huis. Help ons.' Max denkt de stem te herkennen. 'Gabriella? Ben jij dat?' 'Ja, ik ben het. Help ons.' 'Wat gebeurt er?' vraagt Max aan zijn vrouw. 'Haal diep adem en vertel langzaam wat er aan de hand is.' 'Er is een inbreker binnen,' fluistert ze. - Wat gebeurt er als de echte wereld verstrengeld raakt met een verzonnen wereld? - Een begrafenisondernemer komt in de problemen, waarna hij samen met zijn vrouw tot het uiterste gaat om zijn schuld af te lossen. - Een vermoorde vrouw wier dood op spectaculaire wijze gewroken wordt. - Mensen die hun hebzucht niet beheersen als ze al hun wensen uit kunnen laten komen. Deze en andere voorvallen voeren de spanning hoog op in Het laatste gesprek, een bundel met negen verhalen die nog lang in je hoofd zullen blijven ronddwalen.

Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:

Android
iOS
von Legimi
zertifizierten E-Readern
Kindle™-E-Readern
(für ausgewählte Pakete)

Seitenzahl: 417

Veröffentlichungsjahr: 2023

Das E-Book (TTS) können Sie hören im Abo „Legimi Premium” in Legimi-Apps auf:

Android
iOS
Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



HET LAATSTE GESPREK

VERHALEN

MARC KONING

Copyright © 2023 Marc Koning

Alle rechten voorbehouden.

Eerste druk 2023

Uitgever: CKO Media

Omslag: De Ontwerpzolder

Druk: Pumbo

ISBN 978 94 6481 349 4

ISBN e-book 9789403708805

NUR 303

www.marckoning.nl

DANKWOORD

MAB voor aanmoediging en proeflezen

INHOUD

Een laat huwelijkscadeau

Vel

Scheikundeles

Het laatste gesprek

Stekken

Fix

Storm

De afbetaling

Levende legende(s)

Over de auteur

EEN LAAT HUWELIJKSCADEAU

‘Jammer dat ze hier ook niets hadden,’ zegt Kaitlyn Johnson, terwijl ze de autoradio zachter zet.

Haar man Hunter draait van de parkeerplaats de weg op. ‘We hebben gewoon geen geluk. Ergens moet een tafel zijn die voor ons is gemaakt.’

‘Hier konden we ook al niet lekker eten. Er zijn alleen maar frietzaken. Bij de vorige stop konden we tenminste nog lekker eten.’

‘Gelukkig hebben we nog een derde portie gedeeld. Zo redden we het wel tot het avondeten.’

Kaitlyn zucht. Na een korte pauze zegt ze: ‘Maar wat moeten we nu met die tafel? We zijn al zo lang op zoek. We rijden vandaag zelfs speciaal een eind om. Maar ook bij deze grote woonboulevard zijn we niet geslaagd. En bij de eerste stop vonden we zelfs helemaal niets.’

‘Ja, het valt mij ook tegen,’ zegt Hunter. In de achteruitkijkspiegel ziet hij het logo van een grote frietketen. ‘De paar dingen die ze wel hebben, zijn niet mooi. Er worden te veel onnodige franjes toegevoegd. Het lijkt wel of niemand onbewerkt hout kan waarderen. Waarom moet alles toch gelakt worden?’

‘Ja, terwijl dat onbewerkte juist zoveel sfeer geeft. Het zou perfect samengaan met onze open haard in de woonkamer.’

‘Originele oude open haard, die een rustieke sfeer geeft aan de kamer,’ zegt Hunter. ‘Dat zei de makelaar tenminste.’

‘Ja, had hij maar meteen verteld waar je een bijbehorende tafel kunt vinden,’ zegt Kaitlyn lachend. ‘Bij ons in de buurt kunnen we niets vinden. En nu lukt het hier ook al niet.’ Ze haalt haar schouders op. ‘Misschien moeten we teruggaan naar de meubelmaker. Hij had mooie spullen.’

‘Dat wordt dan door de zure appel bijten,’ zegt Hunter.

‘Hij was inderdaad duur. Maar we kunnen wel precies laten maken wat we willen.’

‘Ik stel voor om op de terugweg ook bij een paar winkels te stoppen. Het is iets verder omrijden, maar daar hebben we morgen tijd genoeg voor. Ik denk dat we langs drie of vier winkels kunnen gaan, als we ’s ochtends weer vroeg vertrekken.’

‘En als we dan nog steeds niets vinden?’ vraagt Kaitlyn.

‘Dan blijft de meubelmaker over.’

‘Hmm, ik weet het niet. Het zal vandaag wel laat worden. Ik weet niet of ik daar morgen wel fit genoeg voor ben.’

Hunter sluit aan in de rij bij een verkeerslicht dat op rood staat. ‘We kunnen er een hoop geld mee besparen.’

Kaitlyn denkt hier even over na. ‘Laten we het dan maar doen,’ zegt ze uiteindelijk en ze zet de autoradio weer harder.

Hunter stopt de auto in de straat van de vriendin van Kaitlyn.

‘Morgen wordt een lange dag, als we op de terugreis nog meer omrijden,’ zegt Kaitlyn.

‘Denk maar aan al het geld dat we besparen. Dat kunnen we goed gebruiken voor de rest van de inrichting.’

‘Je hebt gelijk, dat is de moeite waard. Dan kunnen we eindelijk die tafel van de tuinset uit de woonkamer weghalen. Die is mij inmiddels een doorn in het oog geworden.’

‘Ach, iedereen begint zo.’ Hunter lacht en zegt: ‘Veel plezier bij de driedubbele verjaardag.’

‘Dank je.’

‘Ik ga inchecken. Jij rijdt vanavond nog steeds met Jennifer mee naar het hotel?’

‘Ja, haar man komt ons ophalen. Ze komen ook van ver, net als wij. Zij zijn hier al een dag en blijven nog een paar dagen. Ze hebben een korte vakantie om deze viering van de verjaardagen heen gepland. Ik bel je zodra we vertrekken.’ Kaitlyn geeft Hunter een kus. ‘Veel plezier in de stad. Misschien herken je nog wat, na al die verbouwingen die hier zijn geweest.’

‘Dat denk ik wel,’ zegt Hunter. ‘Het is lang geleden dat ik hier op school zat, maar niet alles kan veranderd zijn.’

Kaitlyn stapt uit en ziet haar vriendin al bij de auto staan om haar te verwelkomen.

‘En hoe bevalt het getrouwde leven, mevrouw Johnson?’ vraagt de vriendin. ‘Fijn om je alweer zo snel te zien.’

Ze zwaaien allebei naar Hunter en lopen naar binnen.

Hunter loopt langs de ingang van de ondergrondse parkeergarage. De auto is geparkeerd en hij is ingecheckt bij het hotel. Het hotel is in het centrum van de stad, waardoor alles lopend bereikbaar is.

Het is vroeg in de middag en hij is op weg naar het beursgebouw. Er is een beurs over de periode van tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, de jaren 40 en 50. Vooral de oude films vindt hij interessant. Het maakt hem niet uit op wat voor medium ze staan. Dvd, dia, tape. Hij kan ze allemaal afspelen. Ook is hij altijd op zoek naar oude filmposters. Vooral originele posters, als ze te betalen zijn.

In de tijd dat hij nog regelmatig in deze stad kwam, was het beursgebouw er nog niet. Het is een van de nieuwe bouwprojecten geweest. Het ligt een stukje buiten het centrum. Onderweg valt hem op dat er veel is veranderd. Zijn oude school, die vlak bij het bos was, is er niet meer. De stad is een stuk groter geworden, veel groter dan hij verwachtte. Deze hele buurt is niet meer herkenbaar. Er zijn verschillende winkelstraten bij gekomen. Boven de winkels zijn vaak woningen gebouwd.

Het duurt niet lang of hij is bij het beursgebouw. Naast het gebouw ligt een enorm parkeerterrein. Hunter vraagt zich af of het beursgebouw en het parkeerterrein op de plaats liggen van het bos. In de buurt is verder geen groen te zien. Nergens bomen of struiken. Afgaande op de gebouwen die hij nog wel herkent, lijkt het erop dat hier het bos was. Maar hij kan de locatie niet precies bepalen. Hoe is het mogelijk dat ik niet precies weet waar het bos is geweest, denkt hij.

Op zijn horloge ziet Hunter dat hij nog een paar uur de tijd heeft, het is pas net middag.

Bij de ingang koopt hij een kaartje en dan loopt hij langzaam langs de stands. Sommige mensen zien eruit alsof ze zo uit de jaren 40 komen. Hij vraagt zich af of ze er in het dagelijkse leven ook zo bij lopen. Af en toe maakt hij een praatje met een medebezoeker. Iemand die in de stad woont, vertelt hem dat het beursgebouw er al bijna drie jaar staat.

Eenmaal bij de stands met films aangekomen, kijkt hij door de vele bakken met films op diverse media.

Voor hij vertrekt om te gaan eten, koopt Hunter twee oude filmposters. Hij hoopt dat Kaitlyn er geen bezwaar tegen heeft als hij ze ophangt in de studiekamer.

Hunter zit lekker rustig in een restaurant waarvan de muren volhangen met kleine schilderijen en enkele grote kleden. Het geluid van de andere klanten wordt daardoor goed gedempt.

Op de kaart op zijn mobiele telefoon ziet hij al snel waar de overige meubelwinkels zich precies bevinden. Ze waren afgevallen voor de heenreis, omdat andere winkels meer op de route lagen. Hij zet een markering bij de winkels en nog voordat het hoofdgerecht wordt gebracht, heeft hij een route voor de terugreis uitgestippeld.

De ober brengt zijn gerecht en de geur ervan laat zijn maag rammelen. Hunter kijkt de ober na terwijl hij door de klapdeuren naar de keuken verdwijnt.

Tijdens het eten denkt hij terug aan zijn vorige vrouw, Destiny. Aan hoe ze veranderde en daardoor zijn leven ook veranderde.

Ze waren high school sweethearts. Het duurde niet lang voor ze na hun schooltijd trouwden, maar tijdens het huwelijk ging het snel mis. Haar gedrag veranderde en hij maakte een slippertje.

Met professionele hulp hebben ze geprobeerd dat achter zich te laten, maar ze heeft het hem nooit meer vergeven. Ze wilde echter ook niet scheiden. De situatie werd steeds pijnlijker en hij had het gevoel klem te zitten.

Het slippertje groeide echter uit tot een verhouding en later wilde hij alleen nog maar bij zijn vriendin zijn.

Omdat Destiny niet wilde scheiden, zag hij geen uitweg meer en besloot hij zijn vrouw te vermoorden.

In de daaropvolgende weken kwam het plan vanzelf tot hem. Hij hoefde alleen nog maar te wachten op een goed moment om het plan uit te voeren.

Hunter neemt een hap en kijkt naar een stel dat binnenkomt.

Vier jaar geleden is het gebeurd. Ze stonden samen buiten te praten met de buurman. Op een gegeven moment ging Destiny naar binnen om zich om te kleden. Ze ging deze avond lopend naar de sportclub voor haar maandelijkse volleybalwedstrijd.

De buurman was nog buiten toen ze vertrok. Hunter zag van achter het gordijn dat ze elkaar groetten. Dat kwam Hunter goed uit. De buurman was nu een getuige die haar zag vertrekken en bovendien wist de buurman dat Hunter thuis was.

Vervolgens is hij via de achterdeur vertrokken, zodat de buurman hem niet zag. Hij heeft zijn vrouw onderweg opgepikt met een smoesje en heeft haar vervolgens vermoord. Dat was moeilijker dan hij had verwacht, maar het was nodig om zijn vrijheid terug te krijgen. Spijt heeft hij er nooit van gekregen.

Haar lijk heeft hij in de nabijgelegen stad begraven. In het bos, niet ver van waar ze samen op school hebben gezeten. Ze wandelden regelmatig in het bos.

Aan de rand van een klein open stukje grond stond een boom die al snel haar lievelingsboom werd. Het was duidelijk een oude boom, met een dikke stam en in de zomer een volle, groene kruin.

In de boom hadden ze op een middag een hart met een H en een D gekerfd. Het hiervoor gebruikte mes begroeven ze bij de boom. Onder de boom was een holle ruimte. Ze lieten het mes daarin vallen en gooiden grond en takken over het door henzelf gemaakte gat.

‘Hunter en Destiny voor altijd,’ zeiden ze tegen elkaar, terwijl ze terugliepen naar de school.

Bij deze boom heeft hij haar begraven. Misschien kon ze zo haar favoriete boom voeden.

Hij vroeg zich af of dit nu was waarvoor ze beiden voorbestemd waren. De ene persoon dood en begraven, de andere persoon schuldig aan het plegen van een moord. Stond deze toekomst hun altijd al te wachten?

De holle ruimte onder de boom maakte het verbergen van haar lijk gemakkelijk voor hem. De laag grond die hij eroverheen had geschept, zorgde ervoor dat ze goed was weggestopt. Hij was niet bang geweest dat iemand haar hier ooit zou vinden. En ze was inderdaad nooit meer gevonden. Nadat hij haar als vermist heeft opgegeven, heeft de politie nooit echte vorderingen gemaakt met het onderzoek. Ze was spoorloos verdwenen. Het onderzoek bleef geopend, maar ze vertelden hem dat de kans dat hij haar ooit zou terugzien klein was.

Bij toeval zag hij een aantal maanden later in het online register van de overheid dat zijn status ‘ongehuwd’ was. Zijn vrouw werd nergens meer genoemd.

Hij wilde hier meer van weten en belde naar de gemeente, waarbij hij zich voordeed als een van de agenten die meewerkte aan het onderzoek naar de verdwijning van Destiny. Men kon hem niets over haar vertellen.

Het was alsof ze nooit had bestaan, hij was vrij.

Hunter heeft zijn toenmalige vriendin, zijn huidige vrouw Kaitlyn, nooit over Destiny verteld. Ze weet niet dat hij eerder getrouwd is geweest, laat staan dat hij zijn eerste vrouw heeft vermoord.

Hij ontmoette Kaitlyn tijdens zijn werk als vertegenwoordiger. Daarvoor was hij regelmatig van huis en kwam hij vaak in dezelfde steden.

Na de verdwijning van Destiny heeft hij een halfjaar gewacht. Na verloop van tijd kwam het onderzoek van de politie stil te liggen en is hij bij Kaitlyn ingetrokken. Na een paar jaar zijn ze getrouwd en gingen ze op zoek naar een nieuwe woning.

Het dessert smaakt Hunter goed terwijl hij aan zijn nieuwe vrouw Kaitlyn denkt. Het begin van hun relatie was wat rommelig door de moord, maar toen dat eenmaal voorbij was, ging alles zoveel beter dan vroeger. Soms lijkt ze in haar doen en laten wel wat op de oude Destiny. Toen hij dat voor het eerst besefte, schrok hij ervan. Nu is hij iedere keer weer blij met deze tweede kans die hem gegeven is.

Hij is nooit meer in de verleiding gekomen om een slippertje te maken. Bovendien reist hij niet meer zoveel. Hij werkt nog bij hetzelfde bedrijf, maar hij heeft nu een leidinggevende functie op het hoofdkantoor.

Na het dessert bestelt Hunter een cappuccino. Hij kijkt weer toe hoe de ober door de klapdeuren verdwijnt. Vervolgens neemt hij de andere mensen in het restaurant in zich op.

De ober brengt zijn bestelling en verdwijnt weer.

Zijn telefoon trilt en hij ziet dat Kaitlyn hem een foto van een tafel heeft gestuurd. Bij het bericht staat dat ze de tafel wil kopen en dat ze het er vanavond over moeten hebben.

Hunter bekijkt de foto en drinkt van zijn cappuccino.

Hij bedenkt ineens dat hij zich vanmiddag in het beursgebouw misschien wel precies boven zijn eerste vrouw bevond. Of in ieder geval boven wat er van haar over is. De bouwprojecten zijn niet lang na de moord begonnen. Nu dit nieuwe gebouw boven op haar begraafplaats is gebouwd, is hij er echt zeker van dat ze nooit meer wordt gevonden.

Hij drinkt zijn cappuccino op en rekent af. In opperbeste stemming geeft hij een royale fooi, neemt een van de pepermuntjes en vertrekt naar de bioscoop.

Op de hotelkamer gooit Hunter de kaartjes van de beurs en de bioscoop in de prullenbak. Bij de bioscoop was het minder druk dan hij had verwacht bij een vertoning van zo’n klassieke film. Het lijkt wel of de mensen geen smaak meer hebben.

Net als met meubels, denkt hij.

Hij zapt langs de kanalen die beschikbaar zijn op de tv die aan de wand hangt. Af en toe blijft hij even ergens hangen. De praatprogramma’s zijn niet interessant, dus die zapt hij snel weg. De films die hij tegenkomt zijn te modern voor hem, totdat hij een zwart-witfilm vindt. Hij blijft kijken en langzaam worden zijn oogleden zwaarder.

Hunter schrikt wakker van zijn telefoon. Hij neemt snel op.

‘Schat, we zijn over tien minuten bij het hotel,’ zegt Kaitlyn.

‘Oké,’ zegt Hunter. ‘Ik zie jullie beneden.’ Hij zet de tv uit en gaat naar de ingang van het hotel.

Na een paar minuten verschijnt zijn vrouw met haar vriendin Jennifer. De man van Jennifer loopt achter hen aan. Gezamenlijk besluiten ze nog wat te drinken in de bar van het hotel.

Iedereen heeft een drankje voor zich staan en vertelt wat hij of zij deze dag heeft gedaan.

Hunter vertelt over de beurs en de bioscoop. Niemand kent de film die hij heeft gezien.

‘Dat is toevallig. Ik ben vanmorgen ook naar die beurs geweest,’ zegt de man van Jennifer. ‘Ik zag op het laatste moment een folder van de beurs bij de receptie in het hotel. Ik ben naar een lezing over Alexis de Tocqueville geweest.’ Hij vertelt over het liberalisme van De Tocqueville en hoe in de lezing zijn gedachtegoed in verband werd gebracht met de oorlog en de democratie.

Hunter luistert geduldig naar het verhaal. Hij is blij als Jennifer uiteindelijk het woord neemt. ‘Lag het aan mij of was de band nou echt zo slecht?’

Kaitlyn verslikt zich bijna in haar drankje. ‘Dat lag niet aan jou,’ zegt ze lachend en ze pakt haar telefoon. Ze speelt een paar video’s af die ze van de band heeft gemaakt en iedereen moet erom lachen. ‘En hier heb ik wat foto’s van het eten dat van het dienblad afgleed.’ Op de foto’s staat een vrouw wier broek onder de tomatensoep zit. ‘Arme Anna,’ zegt Jennifer hoofdschuddend. De laatste foto herkent Hunter. Het is de foto die Kaitlyn eerder deze avond naar hem heeft gestuurd. ‘Die tafel is echt mooi, Hunter,’ zegt Jennifer. ‘Je zou morgen op zijn minst even moeten gaan kijken.’

‘Ze hebben die tafel in de stad bij een van de nieuwe winkels gekocht,’ zegt Kaitlyn. ‘Ze waren er helemaal weg van. Maar thuis vonden ze dat hij niet paste in hun moderne kamer.’

‘En terugbrengen kon niet meer,’ vult Jennifer aan. ‘Bij ons zou hij ook niet tot zijn recht komen. Bij jullie denk ik wel. Kaitlyn heeft nog wat foto’s van jullie woonkamer laten zien. Daar staat hij denk ik heel mooi.’

‘Het is echt precies wat we zoeken,’ zegt Kaitlyn. ‘Je kunt de tafel twee keer zo breed maken door hem uit te schuiven. Onder het bovenblad zitten twee stukken die je opzij kunt schuiven. Die klikken dan met een slim mechanisme omhoog en vast, zodat ze op dezelfde hoogte zitten als het vaste blad.’ Ze kijkt op naar Hunter. ‘Zullen we morgen gaan kijken?’

Hunter kijkt nog een keer goed naar de foto van de tafel en zegt dan: ‘Ik vertrouw op jouw smaak. Als jij overtuigd bent, laten we het dan maar gewoon doen.’

‘O, geweldig. Ik stuur meteen een bericht om te laten weten dat we hem morgen komen ophalen.’

Iedereen bestelt nog een laatste drankje en Kaitlyn kijkt regelmatig op haar telefoon.

Als ze naar bed gaan, heeft Kaitlyn nog geen antwoord gekregen. ‘Het is al laat,’ zegt ze tegen Hunter. ‘Iedereen is vast al naar bed.’

‘We kunnen de tafel ophalen,’ zegt Kaitlyn de volgende ochtend. Ze legt haar telefoon naast zich neer.

‘Eindelijk zijn ze op,’ zegt Hunter. ‘Hoe vaak heb je nu al naar je telefoon gekeken? We hebben het ontbijt nog niet eens op.’

‘Hmm, niet zo vaak.’ Kaitlyn glimlacht. ‘Ik leg hem nu weg, ik weet wat ik wilde weten.’

‘Dan hebben we eindelijk een tafel gevonden, dat is mooi nieuws. Hoe laat kunnen we gaan?’

‘Ze zei dat ieder moment goed was, ze zijn toch al op.’ Kaitlyn neemt een hap van haar ontbijt, kauwt even en zegt met halfvolle mond: ‘Laten we na het ontbijt onze spullen inpakken en uitchecken. Dan zijn we er halverwege de ochtend. We hebben daarna nog een lange rit naar huis voor de boeg.’

‘Oké,’ zegt Hunter. ‘Waar zijn Jennifer en haar man eigenlijk?’

‘Ik weet het niet, ik vermoed dat ze nog slapen. Maar dat geeft niet, ik spreek haar binnenkort wel weer.’

Bij de jarige gastvrouw van gisteren staat de tafel in de gang. Haar man en zoon hebben de tafel uit elkaar gehaald, zodat hij gemakkelijker vervoerd kan worden.

‘Hij is in het echt nog mooier dan op de foto,’ zegt Hunter. Hij gaat met zijn hand over het ruwe, onbewerkte hout.

‘Ik wist wel dat je hem mooi zou vinden,’ zegt Kaitlyn tevreden.

Samen met de zoon van de vriendin leggen ze alle onderdelen in de auto. Voor de zekerheid kijken ze nog een keer goed na of ze alles hebben. Het bovenblad, de poten, de uitschuifbladen, de bouten en moeren, alles is aanwezig.

‘Wat zijn de bladen zwaar,’ zegt Hunter. ‘Zelfs de poten zijn zwaarder dan ik verwachtte.’

‘Dat is degelijkheid,’ zegt de vriendin, die door de deuropening aan komt lopen. ‘Gelukkig past alles in één keer.’ Ze geeft een paar stukken piepschuim aan. ‘Hiermee kun je alles vastzetten, zodat het niet tegen de achterruit komt.’

Hunter stopt de stukken tussen de tafel en de achterruit en sluit de achterklep.

‘Dan gaan wij aan de lange reis terug beginnen,’ zegt Kaitlyn. Samen met Hunter neemt ze plaats in de auto.

‘Hmm, het zicht naar achteren is niet best,’ zegt Hunter. ‘Als we daar maar geen bekeuring voor krijgen.’

‘Zelfs met bekeuring heb je de tafel nog voor een koopje,’ zegt de vriendin. ‘Beschouw het maar als een verlaat, tweede huwelijkscadeau.’

‘Nogmaals bedankt,’ zegt Kaitlyn, die haar raam naar beneden heeft gedaan. ‘We vinden hem mooier dan de broodrooster die we de vorige keer kregen.’ Ze zwaait door het open raam.

Lachend rijdt Hunter weg en via de buitenspiegel ziet hij dat de vriendin hen uitzwaait. Als ze uit beeld is verdwenen denkt hij: ze moest eens weten. Een tweede huwelijkscadeau, maar ook voor een tweede huwelijk.

‘Laten we hier het fruit van het hotel opeten,’ zegt Kaitlyn. Ze gaat op een bankje voor een van de meubelwinkels zitten. ‘Dan kunnen we bij de volgende stop weer naar die plek waar we op de heenweg zo lekker hebben gegeten.’

‘Dat is een goed idee,’ zegt Hunter. ‘Dat was veel beter dan wat we hier kunnen krijgen. Vreemd dat ook hier alleen maar frietzaken zijn.’

‘Het is lekker dat we rechtstreeks naar huis kunnen rijden. Dat is fijner dan omrijden om nog een aantal meubelwinkels te bezoeken.’ Kaitlyn pakt een appel uit de tas. ‘En we hebben nog geen bekeuring gekregen.’

‘Als dat zo blijft,’ zegt Hunter, ‘dan hebben we de tafel inclusief het lekkere eten voor een koopje.’

Kaitlyn overhandigt haar man de tas met fruit. ‘Eindelijk hebben we een tafel gevonden. Wat ben ik blij dat we niet naar die dure meubelmaker gaan.’

Hunter pakt een sinaasappel en zegt: ‘Dat is inderdaad een mooie meevaller en dat gaan we straks vieren met een lekker etentje.’

Kaitlyn lacht en neemt een hap uit haar appel.

Hunter zet de borden van het ontbijt in de vaatwasser, terwijl Kaitlyn de rest van de spullen van de oude tuintafel haalt. ‘Goh, het is al tien uur geweest. We zijn laat opgestaan,’ zegt Hunter.

‘Het is gisteren ook erg laat geworden,’ zegt Kaitlyn. ‘Ik was wel aan uitslapen toe.’

‘Als we de tuintafel nou wat aan de kant schuiven, dan kunnen we de onderdelen van de nieuwe tafel hier op de grond leggen.’

Kaitlyn knikt. ‘Ik zal eerst boven een paar oude dekens halen. Die kunnen we op de grond leggen, zodat er niets beschadigt.’

‘Oké, dan kijk ik alvast wat ik uit de auto kan halen,’ zegt Hunter. ‘Met de zware spullen wacht ik tot je terug bent. Die moeten we met ons tweeën doen.’

‘Goed, ik zie je zo in de garage.’ Kaitlyn snelt met twee treden tegelijk de trap op.

‘Pff, ik ben blij dat alles binnen ligt,’ zegt Hunter. ‘Wat een gewicht.’

‘Anders ik wel,’ zegt Kaitlyn. ‘Wat een verschil met de tuintafel.’

De oude tuintafel staat in de hoek van de kamer. Ernaast staan de twee opgerolde filmposters van de beurs tegen de muur. ‘Waar zullen we beginnen?’

‘Hmm, we hebben het niet handig aangepakt,’ zegt Hunter. ‘We hadden het bovenblad meteen op zijn kop moeten leggen. Op deze manier kunnen we de poten er niet onder vastmaken.’

‘Ik zal morgen wel mijn armspieren voelen, denk ik.’ Kaitlyn zucht. ‘In ieder geval zijn we beneden helemaal klaar als dit staat. Dan kunnen we ons verder concentreren op de kamers boven.’

‘Dan kunnen we de kamers eindelijk gaan verven. De tuin is voorlopig wel goed.’

‘Inderdaad, de tuin is volgend jaar weer aan de beurt. Gelukkig hebben we wel de slaapkamer alvast gedaan.’ Kaitlyn pakt het bovenblad vast. ‘Daardoor kon ik net lekker uitslapen. Klaar om te draaien?’

Met zijn tweeën draaien ze het bovenblad om. Ze maken de zijkanten die onder het bovenblad komen vast en schuiven de uitschuifbladen erin.

Dan gaat de telefoon van Kaitlyn. ‘Hoi,’ zegt ze. ‘O, hoi. Ja, we zijn net bezig.’ Ze gebaart naar de telefoon en loopt de kamer uit.

‘Zeker een van haar vriendinnen van gisteren,’ mompelt Hunter.

Hij zet wat muziek op en werkt alleen verder. De poten van de tafel zitten vrij snel op hun plaats.

Per stuk valt het gewicht wel mee, denkt hij. En hoe nu verder? De tafel is helemaal in elkaar gezet, maar ligt ondersteboven. De vier poten wijzen omhoog. In de deuropening roept hij naar Kaitlyn. Ze antwoordt niet. Hij wacht even en hoort dan dat ze nog steeds boven aan het bellen is. Hij loopt terug naar de tafel en probeert in te schatten of hij hem in zijn eentje goed kan neerzetten. Als het kantelen lukt, kunnen ze tussen de middag meteen hun eerste lunch aan de nieuwe tafel eten. De stoelen passen er weliswaar niet goed bij, maar dat mag de pret niet drukken. Dat zou een leuke verrassing zijn, denkt hij. Bovendien hoeft ze dan niet nog een keer mee te tillen.

Uit een van de vensterbanken pakt hij zijn mok en hij neemt een slok koffie. Hij bekijkt de open haard en stelt tevreden vast dat de tafel er perfect bij past. Ze hadden geen betere tafel kunnen vinden. Hij neemt nog een slok en zet de mok terug in de vensterbank.

Dan loopt hij naar de tafel, pakt het bovenblad aan één kant beet en tilt het omhoog. Voorzichtig zet hij de tafel op zijn zijkant. De vier poten steken opzij. Wat een gewicht, zo alles bij elkaar, denkt hij. En dat was nog maar het makkelijke deel. Nu volgt het moeilijke deel. Met zijn hand schudt hij een keer aan alle vier de poten om zich ervan te verzekeren dat ze stevig vastzitten. We hebben een goede tafel gekocht, denkt hij. Die poten houden het wel. Hij loopt naar zijn mok en terwijl hij hem leegdrinkt, besluit hij de tafel verder te kantelen.

Voorzichtig schuift Hunter de tafel over de eronder liggende dekens. Het bovenblad staat aan de kant van de open haard en de poten wijzen de andere kant op. Twee poten raken de grond, twee poten hangen min of meer horizontaal in de lucht.

Hij pakt de stukken piepschuim die ze gebruikt hebben om de tafel te vervoeren en rolt er dekens omheen. Deze legt hij op de plaats waar de twee bovenste poten gaan neerkomen. Als de tafel te zwaar voor hem is om zachtjes neer te zetten, dan wordt op deze manier de klap opgevangen.

Hij gaat tussen de open haard en de tafel staan, pakt met beide handen de bovenkant van het blad beet en tilt de tafel moeizaam een stukje op. Het is net ver genoeg om met zijn voet de laatste twee stukjes piepschuim onder de rand de duwen. Nu kan hij met zijn handen de onderkant van het blad beetpakken en de tafel optillen. Het eerste stuk gaat goed en hij verplaatst een hand naar de bovenkant van het blad.

De tafel bereikt nu bijna het punt waarop de zwaartekracht het overneemt. De tafel valt dan verder en zal op vier poten staan.

Zo voorzichtig mogelijk probeert Hunter de tafel voorbij het kantelpunt te laten gaan. Maar als de tafel dat punt voorbij is, gaat het hem te snel. Ondanks de dekens met piepschuim die hij eronder heeft gelegd, wil hij niet dat de tafel te hard neerkomt.

Dit balanceren is lastiger dan ik dacht, denkt hij. Hij trekt de bovenkant van de tafel een stukje terug om het nog een keer te proberen. Hij zet zich opnieuw schrap en glijdt uit. Zijn voet glipt van de rand, zo de open haard in. In een reflex knijpt hij zijn handen samen om zich ergens aan vast te klampen. Met zijn hele gewicht trekt hij daardoor aan de tafel. De tafel is nog niet over het kantelpunt en valt met hem mee. Hij valt met zijn hoofd tegen de bovenste stenen rand van de open haard en de tafel valt op hem, met de rand van het bovenblad op zijn keel. Hunter valt verder tot hij op de grond ligt. De tafel glijdt naar beneden en komt op zijn borstkas tot stilstand.

Een zijkant van de tafel raakt de vloer, de vier poten wijzen in de lucht. Het hele gewicht van de tafel drukt op zijn ribben. Hij ligt ongelukkig en de klap tegen zijn hoofd heeft alle kracht uit zijn spieren laten verdwijnen. De tafel is zo zwaar dat hij hem niet van zich af kan duwen.

De klap van het blad moet iets beschadigd hebben in zijn keel. Hij heeft geen pijn, maar kan geen geluid uitbrengen. Of het geluid is zo zacht dat hij zichzelf niet eens kan horen. De muziek in de kamer staat niet hard, maar hij komt er in geen geval bovenuit.

Hij probeert te bewegen, maar door zijn gespartel lijkt de tafel zwaarder te worden.

Zijn situatie wordt hem pijnlijk duidelijk: totdat iemand hem komt helpen, zit hij klem.

Op het moment dat zijn keel pijn begint te doen, krijgt Hunter een idee. Als hij de vuurpook pakt, kan hij daarmee op een stuk ijzer van de open haard slaan. Op die manier kan hij de aandacht van Kaitlyn trekken. Zelfs als ze aan het bellen is, moet ze dat horen.

Hij reikt naar de vuurpook, maar zijn vingers redden het niet, hij komt een aantal centimeters tekort. Met veel moeite probeert hij zijn lichaam richting de vuurpook te schuiven. De tafel drukt echter onverstoorbaar zwaar op zijn borst. Met zijn vingers haaks op de vloer trekt hij zich in de richting van de vuurpook. Hij raakt de vuurpook aan. Nog even en ik kan de vuurpook in mijn hand laten rollen, denkt hij. De toppen van twee van zijn vingers buigen om de vuurpook.

Dan kraakt er iets, alsof er een stuk hout van de tafel afbreekt. Hij kijkt op en ziet dat een van de tafelpoten niet meer naar het plafond wijst. De poot is omgebogen en wijst naar hem terwijl het uiteinde in tweeën splijt. De poot wordt langer en klemt met het gespleten uiteinde zijn arm vast op de grond. Vervolgens schuift de poot zijn arm weg van de vuurpook. De vuurpook blijft op zijn plek liggen, Hunter heeft hem niet meer kunnen pakken.

Van een tweede tafelpoot vervormt het uiteinde op dezelfde wijze. Deze poot zet zijn andere arm naast zijn lichaam vast.

Hij spartelt en de twee laatste tafelpoten klemmen op vergelijkbare wijze zijn benen vast op de grond. Hij kan niets meer bewegen, hij kan alleen zijn handen en voeten een stukje opzij draaien.

De tafel ligt met een van de brede zijden bij zijn hoofd. Een van de uitvouwbladen begint te schuiven. Een zijde van het blad komt omhoog en glijdt over het andere uitvouwblad. Het blad schuift naar het midden van de tafel.

Ik zie geen geleiderail, denkt Hunter. Hoe kan dit? Waarom valt het blad niet op de grond? Het mechanisme werkt alleen als het blad naar buiten geschoven wordt. Hoe kan het naar binnen schuiven?

Als het uitvouwblad in het midden is, stopt het en begint het naar beneden te schuiven. In de hoek van het blad staat een logo. Dat is vast een logo van een winkel of een merk, denkt Hunter. Waarom denk ik aan een logo terwijl er iets gebeurt wat niet kan?

Het blad komt tegen zijn keel en blijft langzaam zakken. Het stopt op het moment dat zijn keel een stukje wordt dichtgedrukt.

Hij maakt vuisten met zijn handen en probeert te schreeuwen. Het weinige geluid dat hij uit kan brengen, bereikt echter niet eens zijn eigen oren.

Het tweede uitvouwblad begint ook te schuiven. Net als het eerste uitvouwblad schuift het naar het midden van de tafel. In de hoek van dat blad staat ook een logo. In het midden stopt het, waarna het langzaam naar boven schuift. Ook zonder geleiderail, denkt Hunter. Wat gebeurt hier? Dit kan toch niet? Het eerste uitvouwblad duwt zo hard op zijn keel dat hij steeds moeilijker kan ademhalen.

Hij voelt dat het blad van vorm verandert. Het gedeelte tegen zijn keel wordt smaller en voelt ineens koud aan. Omdat hij zijn hoofd niet ver genoeg kan buigen, ziet hij niets. Maar het hout voelt als metaal. Hij heeft het idee dat er een mes tegen zijn keel wordt gedrukt. Het lijkt zelfs scherp, scherper dan hout volgens hem kan zijn.

Hunter is bang dat zijn keel nog zwaarder beschadigt. Hij voelt niet dat er uit een kleine snee in zijn huid druppeltjes bloed verschijnen.

Het tweede uitvouwblad stopt met schuiven als het helemaal boven de tafel uitsteekt. Het zweeft los in de lucht, parallel aan het eerste uitvouwblad. Hij merkt ook niets van de druppeltjes bloed die van zijn keel op de grond druppen.

Paniekerig maakt hij steeds sneller vuisten met zijn handen, die hij vervolgens meteen weer opent. Zijn ogen zijn gefocust op het logo in het tweede uitvouwblad. Het is geen logo, maar een beschadiging.

Er is iets met de vorm van die beschadiging, denkt Hunter. Waar ken ik die vorm van?

Het tweede uitvouwblad valt naar beneden. Als het neerkomt op het eerste uitvouwblad gaan zijn handen open.

Het laatste wat Hunter ziet voordat het houten mes diep in zijn keel doordringt, zijn het hart en de initialen van hemzelf en zijn vorige vrouw, gekerfd in het hout van haar lievelingsboom.

VEL

1

Nick schuift het treinkaartje richting de klant. ‘Alstublieft.’ Er trekt weer een naar gevoel door zijn hand. Het is eenzelfde soort tinteling als hij de laatste tijd vaker heeft.

‘Dank u wel. Ik ben blij dat het nog steeds mogelijk is om aan het loket te kopen.’ De treinreiziger pakt het gekochte kaartje. ‘Anders sta je hier met een lege mobiel en kun je niets beginnen. De volgende keer koop ik het kaartje weer online, voordat ik van huis vertrek.’

‘Dat is wat we altijd aanraden,’ zegt Nick. ‘Het voorkomt vervelende situaties. Of u neemt een ov-chipkaart.’ Hij wrijft zijn handen over elkaar. ‘Goede reis, meneer.’

‘Dank u wel,’ zegt de reiziger en hij loopt richting de perrons.

Nick kijkt naar beneden. Langzaam maakt hij een paar keer een vuist. Zijn vingers buigen minder goed, maar de tinteling verdwijnt gelukkig.

De laatste tijd is zijn hele lichaam ’s ochtends een beetje stram. En het lijkt steeds iets erger te worden. Ook vanmorgen ging het uitlaten van de hond weer moeizaam. Zelfs het lopen ging slecht.

Hij staat op en schuift zijn stoel aan. Vandaag heeft hij ook overdag last. Dat is voor het eerst. Het overtuigt hem ervan dat het langzaamaan steeds erger wordt.

Hij klopt op het scherm van het loket naast hem. Hij gebaart naar een collega en deze knikt als teken van afscheid.

Nick draait zich om en gaat naar huis. Gelukkig voelen zijn benen op dit moment goed. Vanmiddag heeft hij weer een groep van zijn andere baan en dan zou kramp erg ongelegen komen.

Met de laatste hond van de groep loopt Nick naar huis.

Ondanks de weersverwachting is het droog gebleven. Alle andere honden zijn weer thuisgebracht.

Zijn hondenuitlaatservice loopt eindelijk goed. Zo goed zelfs dat hij zijn parttimebaan achter het treinloket niet meer nodig heeft. Maar de afwisseling is leuk. Hij heeft fijne collega’s en zolang het met de roosters nog te combineren is, wil hij graag beide baantjes aanhouden.

Eenmaal bij zijn voortuin aangekomen, trekt de hond aan de lijn terwijl hij richting de voordeur loopt.

‘Rustig, Rocky, rustig toch,’ zegt Nick.

Als ze binnen staan, maakt hij de riem los. Hij sluit de deur en de hond rent naar de drinkbak.

Nicks spiegelbeeld kijkt hem aan. Zijn vel staat strakker dan ooit. Hij trekt een wang naar beneden. Zijn vel rekt iets uit. Maar niet zoveel als eerder, er is duidelijk minder rek over. Hij laat zijn wang weer los.

Hij zoekt naar de kraaienpootjes die, ondanks zijn jonge leeftijd, rondom zijn ogen zaten. De lijntjes zijn er niet meer. Als hij geen last had van tintelingen en stramheid, zou hij denken dat zijn huid gezonder wordt.

Hij draait opzij. De onderkant van de spiegel komt tot zijn onderste ribben. Hij gaat op zijn tenen staan en kan dan zijn buik in de spiegel zien. Zijn buik is platter terwijl zijn gewicht gelijk gebleven is. Hij lijkt ook wat meer op oude foto’s van zichzelf. Alsof hij jonger wordt. Het is onmogelijk, dat weet hij, maar de gedachte doet hem glimlachen.

Hij moet de tintelingen goed in de gaten houden, beseft hij.

Hij kijkt nog een keer van dichtbij naar zijn gezicht. Zijn oog valt op een plek boven de rand van zijn T-shirt. Er zit een rood plekje op zijn keel. Dat plekje heeft hij niet eerder gezien. Hij weet niet hoe het daar komt. Hij kijkt de rest van zijn keel na, maar er zijn geen andere plekjes. Het is een klein plekje. Hij moet opletten, of het plekje erger wordt of juist vanzelf verdwijnt. Hij kijkt nog een paar keer goed naar zijn gezicht en nog eenmaal naar zijn platte buik. Als hij tevreden is, verlaat hij de kamer om de hond te eten te geven voordat hij zijn eigen eten gaat klaarmaken.

Nick loopt met de hond het park in. Rocky logeert al een week bij hem. Ze maken eerst een ommetje voordat hij Rocky terugbrengt naar zijn baasje, Oscar.

Oscar is regelmatig voor zijn werk een paar dagen de stad uit en heeft Nick gevraagd of hij op Rocky wilde passen.

Een hond voor langere tijd in huis nemen is iets wat hij liever niet wil doen. Hij antwoordde dat hij alleen een uitlaatservice heeft. Hij wil de honden op een en dezelfde dag ophalen en weer terugbrengen. Hij runt namelijk geen pension. Na wat aandringen van Oscar heeft hij toch aarzelend ja gezegd.

In de praktijk was het hem erg meegevallen. Hij kon het goed combineren met zijn andere werk. Bovendien werd hij goed betaald voor deze extra service. Alles bij elkaar was hij erg blij met deze vaste klant.

In het park is het rustig. Nick gaat op een bankje zitten, terwijl Rocky een beetje rondloopt voor zover de lijn dat toelaat.

Rocky is niet de gemakkelijkste hond. Vanmorgen had hij een drukke bui, zoals hij wel vaker heeft. Oscar zei dat alle honden van een jaar oud dat af en toe hebben. Oscar zei ook dat hij zelf blij was dat Rocky tenminste niet vaak blaft; daardoor kon hij de drukke buien beter verdragen.

Maar nu is Rocky rustig en heeft Nick mooi de kans om even te zitten. Hij schraapt met zijn voet een cirkel in het dunne gras voor het bankje.

Het ging vanmorgen niet heel goed met hem. Zijn hele lichaam voelde weer stram aan. Deze ochtend ging het uitlaten van een groep honden moeizaam. Zijn vingers kon hij slecht bewegen, waardoor hij een paar keer een lijn heeft laten vallen. Gelukkig renden de honden niet weg, ze bleven allemaal netjes bij elkaar.

Na alle andere honden te hebben teruggebracht, ging hij weer met Rocky naar huis. Hoe dichter ze bij het huis kwamen, hoe harder Rocky aan de lijn ging trekken. Luisteren wilde hij niet meer en eenmaal binnen rende hij meteen naar de eetbak.

Nick schraapt een kruis in de grond.

Hij doet alles voor brokken, denkt Nick. Hij gaat ook steeds meer eten, het lijkt te veel voor hoe groot hij is.

Met zijn voet maakt hij een tweede cirkel, en vervolgens een tweede kruis en een derde cirkel.

‘Kom, Rocky, je gaat weer naar je echte baasje.’ Nick staat op. Langzaam buigt hij zijn vingers tot hij de riem goed vastheeft. Met zijn voet maakt hij met twee lijnen het boter-kaas-en-eierenspeelveld af. Dan loopt hij samen met Rocky verder door het park. Hij hoopt dat door de wandeling zijn stramheid afneemt.

Nick staat weer voor de spiegel en kijkt naar het rode plekje op zijn keel. Teleurgesteld stelt hij vast dat het plekje groter is geworden.

Het lijkt op een schaafwond, denkt hij. Hij gaat met een vinger over het plekje. Het doet geen pijn.

De laatste paar dagen is de stramheid alleen maar erger geworden. Maar vanmorgen ging het na de wandeling in het park beter.

Verder voelt hij zich goed, hoewel het met de tintelingen in zijn handen op en af gaat. Het duurt nu allemaal al erg lang, denkt hij. De stramheid kan reuma zijn. Ik moet er maar eens naar laten kijken door de huisarts. Die kan dan ook meteen naar het rode plekje kijken.

Hij balt zijn handen tot vuisten en besluit dat het beter is om te weten wat het is. Reuma zit ook in zijn familie, maar hij weet niet of zoiets erfelijk is. Misschien kan hij dat eerst nog uitzoeken, voordat hij een afspraak maakt.

Hij kijkt nog een keer in de spiegel en wrijft weer over het rode plekje. Van het plekje voelt hij niets. Dan gaat er een hevige tinteling door zijn hand, waardoor hij die snel terugtrekt van het plekje. Hij staart even naar zijn handen en beseft dat hij het niet langer meer kan uitstellen. Of het nou reuma of iets anders is, ik moet ernaar laten kijken, denkt hij. Hij zucht en loopt naar zijn mobiel om een afspraak met de huisarts te maken.

2

Nick strekt met moeite zijn arm. Hij legt het tijdschrift met interieuradviezen terug op de tafel. Bij zijn eerste bezoek aan de huisarts waren er veel mensen aanwezig in de wachtruimte. Nu is hij gelukkig de enige.

De huisarts deed de vorige keer een uitgebreid onderzoek. Hij vertelde Nick dat het geen reuma was. Hij dacht niet aan een huidprobleem, maar juist aan iets wat onder de huid zit, iets met de botten. Maar voor het stramme gevoel had ook de huisarts geen verklaring. Toch kreeg Nick een recept voor medicijnen mee.

Ondanks de medicijnen zijn Nicks klachten twee weken later nog niet verbeterd.

De assistente steekt haar hoofd over de balie en zegt dat hij naar binnen kan.

‘Bedankt,’ zegt Nick. Langzaam duwt hij zich omhoog uit de stoel. Hij haalt diep adem en beweegt zich naar de kamer van de huisarts.

‘Goedendag,’ zegt de huisarts, terwijl Nick de kamer in loopt. ‘Je stramheid is zo te zien niet verbeterd.’

‘Nee, helaas niet,’ zegt Nick. ‘Het is naar mijn idee zelfs slechter geworden.’

‘Ben je afgevallen?’ De huisarts doet een stap naar achteren. ‘Weet je wat? Ga maar meteen even op de weegschaal staan.’

De weegschaal laat hetzelfde gewicht zien als bij het vorige bezoek.

‘Nee, geen verschil,’ zegt de huisarts. ‘Dan lijkt het maar zo. Ik kijk meteen even naar het plekje in je nek.’

Nick gaat op de behandeltafel zitten en de huisarts gaat met een handschoen over het plekje in zijn nek.

‘Het plekje is groter geworden,’ zegt Nick.

‘Ja, inderdaad.’

De huisarts maakt een doekje vochtig en gaat ermee over het rode plekje. ‘Het doet me denken aan hoe de huid eruitziet na een dermabrasiebehandeling.’

Nick kijkt de huisarts vragend aan.

‘Dat is een cosmetische behandeling met een soort schuurpapier, waarbij de bovenste laag van de huid wordt weggeschuurd. Nadat de huid weer genezen is, ziet iemand er jonger uit.’ De huisarts kijkt hem even goed aan. ‘Jij ziet er ook jonger uit, naar mijn idee.’

‘Dat denk ik zelf ook weleens,’ zegt Nick. ‘Maar schuurpapier? Dat klinkt niet fijn. Ik moet er niet aan denken.’

‘Het kan ook niet in de nek. Er moet bot onder de huid zitten, anders kun je niet genoeg druk uitoefenen.’

‘Dat klinkt nog niet beter.’

De huisarts lacht. ‘Maar de plek lijkt er wel een beetje op. Een schaafwond die vrij diep is.’

De huisarts laat zijn blik omhooggaan vanaf Nicks nek, tot hij hem aankijkt. ‘Van dichtbij lijkt je gezicht strakker te staan. Misschien lijk je daardoor wat jonger. Kun je eens met je ogen knipperen?’

Nick knippert met zijn ogen.

‘En iets verder dicht.’

Nick knippert nog een keer. ‘Zo zijn ze toch helemaal dicht?’

De huisarts pakt een kleine zaklamp en zegt Nick nogmaals te knipperen en nu zijn ogen dicht te houden. Hij schijnt met de zaklamp in het gezicht van Nick en zegt: ‘Zie je iets?’

Nick opent zijn mond, maar weet niet wat hij moet zeggen en maakt dus geen geluid.

‘Je oogleden gaan niet helemaal dicht,’ zegt de huisarts.

‘Ik zie het licht, ehm, als door een klein spleetje.’

‘Voelt je gezicht strakker aan?’

‘Nee, het voelt normaal.’

‘Hmm. De huid gaat normaal juist losser zitten als je ouder wordt. Wat is er aan de hand?’

‘Wat is het?’ vraagt Nick.

‘Ik weet niet wat het is,’ zegt de huisarts, terwijl hij naar zijn bureau loopt. ‘De medicijnen hebben niets gedaan, je toestand is zelfs een beetje verergerd.’

Nick neemt plaats aan de andere kant van het bureau en zegt: ‘En wat gaan we nu dan doen?’

De huisarts schuift zijn toetsenbord naar zich toe. ‘Dit is iets waar ik je niet bij kan helpen.’ Hij begint te typen. ‘Er moet een specialist naar kijken. Ik ga je doorverwijzen naar het ziekenhuis.’

‘Hoeveel testen willen jullie nog doen?’ zegt Nick. ‘We blijven iedere keer maar nieuwe testen doen.’

‘Om eerlijk te zijn, ik kan geen nieuwe testen meer bedenken,’ zegt de dermatologe in het ziekenhuis. ‘We hebben alle testen al gedaan. We weten dat het niets met de botten te maken heeft. Maar wat het wel is, daarover tasten we in het duister.’

‘Maar waarom ben ik dan hier? En wat moet ik dan nu doen? Gewoon maar wachten tot het vanzelf overgaat? Voorlopig helpt dat nog niet, er zit geen verbetering in.’

De specialiste kijkt hem aan en zegt: ‘Afwachten is inderdaad het enige wat je kunt doen. Maar ik heb je niet voor niets langs laten komen. Er is iets wat ik met je wil bespreken.’

Nick draait met zijn bureaustoel van links naar rechts en weer terug. Het valt hem op dat er in deze kamer dezelfde geur hangt als bij zijn huisarts.

‘Hier in het ziekenhuis weten we niet wat we nog voor je kunnen betekenen,’ zegt de specialiste. ‘Maar ik heb contact gehad met een collega die ik al van jongs af aan ken. Toen we klein waren woonden we in dezelfde straat. We hadden allebei dezelfde interesses en zijn beiden arts geworden.’ De specialiste draait met haar bureaustoel opzij en maakt een vaag gebaar naar een wereldkaart die aan de muur hangt. ‘Hij werkt ver over de grens en komt binnenkort voor een korte periode hiernaartoe, zodat we ervaringen kunnen uitwisselen. Ik heb jouw casus ter sprake gebracht.’

‘En hij weet wat het is?’ vraagt Nick.

‘Nee. Niet precies. Maar hij had wel een idee. Een sterk vermoeden zelfs.’

‘En wat is het dan?’

‘Hij werkt met kleine groepen mensen die ver van de bewoonde wereld wonen. Hij heeft daar met ziektes te maken die wij hier niet kennen.’

‘Maar als ik daar niet geweest ben, dan kan ik zo’n soort ziekte niet hebben.’

‘Misschien niet. Maar hij vertelde over de symptomen en het heeft er veel van weg. Misschien is het iets wat erop lijkt. Dat is voor nu onze aanname.’ De specialiste pakt haar aantekeningen erbij. ‘Het gaat om een ziekte die niet veel voorkomt, ook niet in het gebied waar mijn collega werkt. En hier kennen we de ziekte niet, zoals je al begrijpt. Deze ziekte zorgt ervoor dat de huid krimpt. Hij heeft een paar keer iemand met deze ziekte gezien, maar heeft er geen verklaring voor.’ De specialiste laat een pauze vallen en kijkt Nick aan. ‘Hij heeft er ook geen behandeling voor. Hij kon me vertellen dat het meestal, helaas, steeds erger wordt.’

‘De huid krimpt?’ zegt Nick.

‘Ja, de huid krimpt en gaat daardoor steeds strakker staan. Dat is precies wat bij jouw ogen is gebeurd.’

‘En meestal wordt het erger en er is geen behandeling voor.’

‘Dat is inderdaad wat hij zei.’ De specialiste krabbelt iets bij haar aantekeningen.

Nick staart naar het bureau van de specialiste. ‘Maar zonder behandeling kunnen we nog steeds niets doen.’

‘En daarvoor ben je hier,’ zegt de specialiste. ‘Omdat de ziekte niet vaak voorkomt, heeft mijn collega inderdaad geen medicijn. Maar hij heeft wel een experimenteel medicijn.’

‘Experimenteel?’

‘Ja, dat is het beste wat hij heeft op dit moment. En het beste wat ik je op dit moment kan bieden.’ De specialiste kijkt Nick weer aan om zich ervan te overtuigen dat ze zijn aandacht heeft. ‘Omdat we geen andere testen meer kunnen afnemen, is dit het enige wat ons rest.’

‘Maar hoe weet ik of het medicijn werkt?’ zegt Nick.

‘Dat weten we niet totdat we het proberen.’

‘En als het niet werkt?’

‘De kans is klein dat het schade aanricht. Maar ik moet er eerlijk bij zeggen dat we het niet kunnen uitsluiten. Als je het wil proberen, vraag ik je ook eerst een vrijwaring te tekenen.’ De specialiste pakt een formulier van haar bureau en schuift het naar Nick.

‘Dus ik ben een soort proefkonijn?’

‘Ik wilde het woord niet gebruiken, maar ik denk dat het fair is om het zo te noemen.’ Ze pakt een plastic potje uit een bureaula. ‘Omdat wij ervan overtuigd zijn dat het geen schade kan aanrichten, mag je het experimentele medicijn meenemen. Na het tekenen van de vrijwaring, welteverstaan.’

‘En als ik het niet wil nemen?’ vraagt Nick.

‘Dan neem je het gewoon niet. Ik raad je ook aan om er eerst rustig over na te denken.’

Nick denkt na. ‘ Dan heb ik het medicijn wel al in huis als het erger wordt.’

De specialiste knikt. ‘Het enige wat we vragen, is dat je mij op de hoogte houdt als je besluit het medicijn te nemen. Dan kunnen we jou monitoren. En mijn collega is natuurlijk ook zeer geïnteresseerd in het verloop.’

Nick knikt op zijn beurt.

‘Zodra mijn collega hier is, wil ik ook dat jullie elkaar ontmoeten. Hij kan je meer vertellen over de werking van het medicijn. En hij kan je ook meer vertellen over de gevallen die hij eerder heeft meegemaakt.’

‘Als het tot die tijd nog redelijk met me gaat, dan kan ik ook pas daarna beginnen met het medicijn. Het is een fijn idee om hem eerst te spreken, voordat ik met het experiment begin.’

De specialiste knikt weer.

Nick pakt het formulier en leest het door. ‘Ik wil het graag meenemen. Als ik me slechter ga voelen, dan wil ik het denk ik proberen. En anders wil ik graag wachten tot ik uw collega heb gesproken.’