Hoe men schilder wordt - Hendrik Conscience - E-Book

Hoe men schilder wordt E-Book

Hendrik Conscience

0,0
1,99 €

oder
-100%
Sammeln Sie Punkte in unserem Gutscheinprogramm und kaufen Sie E-Books und Hörbücher mit bis zu 100% Rabatt.

Mehr erfahren.
Beschreibung

In "Hoe men schilder wordt" verkent Hendrik Conscience de artistieke ontwikkeling van een schilder, vanuit de interne worstelingen tot de externe invloeden van de maatschappij en het kunstenaarschap. Het boek is geschreven in een heldere, didactische stijl die toegankelijk is voor een breed publiek, maar het beschikt ook over een gevoel voor poëtische beschrijving dat de schoonheid van de schilderkunst benadrukt. Conscience plaatst de ontwikkeling van de kunstenaar in de context van zijn tijd, waarbij hij zowel de sociale als de culturele normen van de 19e eeuw kritisch onder de loep neemt. Deze historische analyses geven het verhaal diepte en resonantie, waardoor het niet alleen een instructieboek is voor aspirant-schilders, maar ook een reflectie op de rol van de kunstenaar in de maatschappij. Hendrik Conscience (1812-1883) was een pionier van de Vlaamse letterkunde en een fervente pleitbezorger van de Vlaamse cultuur. Zijn betrokkenheid bij de Vlaamse beweging en zijn passie voor kunst en literatuur inspireerden hem om dit boek te schrijven als een gids voor degenen die willen creëren. Door zijn persoonlijke ervaringen en zijn observaties van het kunstenaarsleven, biedt Conscience niet alleen theoretische inzichten, maar ook praktische raadgevingen die zijn deskundigheid als schrijver en kunstenaar weerspiegelen. Dit boek is een must-read voor zowel beginnende als ervaren kunstenaars, evenals voor iedereen die geïnteresseerd is in de ontwikkeling van een optimale creatieve geest. Conscience's combinatie van praktische wijsheid en diepgaande reflectie biedt een inspirerende leidraad voor de zoektocht naar artistieke identiteit. Neem de tijd om je onder te dompelen in de wereld van de schilders, en laat je inspireren door de tijdloze lessen die zij bieden. In deze verrijkte editie hebben we zorgvuldig extra waarde gecreëerd voor uw leeservaring: - Een beknopte Inleiding plaatst de tijdloze aantrekkingskracht en thema's van het werk in perspectief. - De Synopsis schetst de centrale verhaallijn, waarbij belangrijke ontwikkelingen worden uitgelicht zonder cruciale wendingen te verklappen. - Een uitgebreide Historische context dompelt u onder in de gebeurtenissen en invloeden van die tijd, die de totstandkoming van het werk hebben gevormd. - Een grondige Analyse ontleedt symbolen, motieven en karakterontwikkeling om verborgen betekenissen bloot te leggen. - Reflectievragen nodigen u uit om persoonlijk in te gaan op de boodschappen van het werk en deze te verbinden met het hedendaagse leven. - Zorgvuldig geselecteerde Gedenkwaardige citaten benadrukken momenten van literaire genialiteit. - Interactieve voetnoten verduidelijken ongewone verwijzingen, historische allusies en archaïsche uitdrukkingen voor een soepelere en meer geïnformeerde leeservaring.

Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:

EPUB

Veröffentlichungsjahr: 2023

Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



Hendrik Conscience

Hoe men schilder wordt

 
EAN 8596547477167
DigiCat, 2023 Contact: [email protected]

Inhoudsopgave

I
II
III
IV
V

I

Inhoudsopgave

Ontdekking van een wonderbaar vernuft.—Huiselijke raad over de bestemming van een kind.—De Academie van Antwerpen door eenen werkman beschreven.—Schilderen is een lekker stieltje.

In een klein huisje, behoorende tot de St.-Andriesparochie te Antwerpen, zaten op eenen avond der maand Mei 1832, drie personen bij eene kleine blikken lamp te werken.

Eene oude vrouw was voor een kantkussen gezeten en wierp de ratelende bouten onophoudend door elkander, terwijl zij, met eene wonderlijke vinnigheid, de spelden over het kassen deed wandelen. Op haar gelaat glom die zoete welwillendheid, welke het aangezicht van sommige oude lieden met aantrekkelijkheid versiert, ondanks de diep gegravene rimpels.

Zij scheen welgemoed en liet zich den eentonigen arbeid niet verdrieten, aangezien dat zij van tijd tot tijd hare heesche stem tot het vormen van verschillende tonen poogde te dwingen en slepend een liedeken zong van haren jongen tijd. Dit liedeken scheen uit een enkel referein te bestaan en begon telkens met deze woorden:

En Coredommeken hy issere gesteurve.

Het onveranderlijk einde was:

Hy schreef daer in het zandDat zyn jonk hart verbrandt.

Nevens haar bevond zich eene jongere vrouw, fraai van gelaat en schoon van gestalte.

Zij was insgelijks bezig met kantwerken. Evenals de oude, droeg zij de gewone kleeding der arme burgers of werklieden van Antwerpen: een rozekleurig jak, eenen zwarten baaien rok en eene trekmuts van bevalligen vorm. Tusschen de kleeding der twee vrouwen was alleenlijk dit verschil, dat de oude met de groote bloemen der vorige eeuw behangen was, terwijl de jongere vrouw meer de hedendaagsche kleuren droeg, zijnde kleine bloemkens op gemengden grond.

De derde persoon, die zich in de kamer bevond, was een jongsken van omtrent elf jaar,—met een aangezichtje zoo zuiver en zoet als dit van een engeltje. Groote zwarte oogen, vol beweging en vol leven, stonden blinkend onder zijne lange wimpers, en losten als gitsteenen op de rozen zijner wangen uit. Zijn mondje, welks hoeken eenigszins achteruit getrokken waren, gaf aan zijne wezenstrekken eene uitdrukking, die geest en begrip aanduidde. Boven dit alles was een bosch van schoone krullende haren ingeplant; zoodat dit jongsken, rijk aan gezondheid en aan geest, waarlijk een schoon beeld van een kind was en geenszins de kenteekens der armoede droeg.

Dit kind zat bij de tafel en scheen met een potlood iets op een stuk papier te schrijven. Bij poozen hief hij het hoofd op, bezag met metende aandacht de oude vrouw en zette dan telkens eenen trek meer op het papier.—Men kon niets anders denken, dan dat hij de oude vrouw uitteekende of ten minste dit poogde te doen..... Er was in de blikken, die het kind op zijn papier en op de oude vrouw wierp, zooveel aandachtige navorsching, in zijne houding en op zijn gelaat zooveel ernstigheid, dat men niet kon twijfelen, of er lag in dien jongen geest een buitengewoon aanleg tot de kunsten van nabootsing. Eene andere omstandigheid kwam dit vermoeden nog versterken: wanneer men nauwkeurig de halfverlichte muren bezag, erkende men met verwondering dat er geene plaats genoeg om de hand te leggen overig was tusschen al de beelden van burgers, soldaten, katten, honden, vogels,—die, op eene zekere hoogte, ontwijfelbaar door eene kinderhand, met houtskool en rood krijt er op moesten geschetst zijn.

Gloeide er van dan af in den schedel van dit kind eene vonk van het vuur des vernufts?—Ontkiemde reeds in hem een zaad van kunstgevoel?

Nadat deze drie personen bijna een half uur in dezelfde houding waren blijven zitten, hoorde men in de Kloosterstraat de trommel van de taptoe slaan.

De jonge vrouw stond op, plaatste haar kantkussen op eenen stoel en sprak tot het kind:

Fransken[1], gij moet gaan slapen..... Kom, doe die papieren nu weg.

Fransken.—Och, moederlief, mag ik nog wat opblijven? Ik zal zoo stil zijn.

De Grootmoeder.—Kom, kom, Annemie[2], laat ons Fransken nog maar wat uit zijn bed.—Laat hem nog wat teekenen.

De Moeder.—Ja maar, als zijn vader thuis komt, zal het weer gekijf zijn..... En hij is nu al zoo lang bezig met dit papier. God weet heeft hij u alweer geen twintig keeren uitgeteekend!

De Grootmoeder.—Och, Annemie, als het kind zijn verzet daar nu in vindt, hoe kunt gij daar tegen zijn?

De Moeder.—Zie, Meken[3], gij zult ons Fransken nog bederven, gij! want gij ziet hem liever dan de appelen uwer oogen. Maar hij móét gaan slapen.—Kom, Fransken.

Gedurende die woordenwisseling had Frans, als een gehoorzaam kind, zijne stukjes papier bijeengeraapt en zijn potlood er in gerold. Dan tot eene kleine bedstede gaande, stak hij zijn teekenwerk met zorg onder het hoofdkussen, en kwam bij zijne moeder om ontkleed te worden. Dit gedaan zijnde, sprak de moeder tot hem: