In de bergen van Chianti - Diewertje Buijs - E-Book

In de bergen van Chianti E-Book

Diewertje Buijs

0,0
9,99 €

Beschreibung

Esmée van Beek is dertig jaar oud en getrouwd met Daan. Als culinair journalist reist ze door Europa om restaurants te verrassen en daarover te schrijven. Van haar moeder hoort Esmée stukje bij beetje meer over diens leven voor haar geboorte, en over de man die haar heeft verwekt. Tegelijkertijd blijkt ook de familie van Daan - ogenschijnlijk een harmonieus gezin - te kampen met familiegeheimen. Na een hartstochtelijke affaire in haar geliefde Toscane kiest Esmée ervoor haar huwelijk een nieuwe kans te geven. Maar Italië blijft trekken. Dan ontmoet zij Carolina. Is zij de sleutel tot de antwoorden waar Esmée zo naarstig naar op zoek is? In Carolina herkent zij verschillende familiale overeenkomsten, maar ook verschillen. In de bergen van Chianti is het eerste boek van Diewertje Buijs.

Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:

EPUB
MOBI

Seitenzahl: 215

Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0



Inhoud

Colofon 2

DEEL 1 3

ESMÉE 3

DEEL 2 30

ESMÉE EN DAAN 30

DEEL 3 89

MONTI DEL CHIANTI 89

Deel 4 131

Antonio 131

Colofon

Alle rechten op verspreiding, met inbegrip van film, broadcast, fotomechanische weergave, geluidsopnames, electronische gegevensdragers, uittreksels & reproductie, zijn voorbehouden.

© 2021 novum publishing

ISBN drukuitgave:978-3-99107-236-2

ISBN e-book:978-3-99107-237-9

Lectoraat:I. van Gerwe

Vormgeving omslag:Maciej Czekajewski, Sergey Kolesnikov | Dreamstime.com

Omslagfoto, lay-out & zetting:novum publishing

www.novumpublishing.nl

DEEL 1

ESMÉE

1.

‘Goedemorgen, meneer Vos. Ik ben Esmée van Beek, aangenaam. Bedankt voor uw uitnodiging.’

Hier zit ik dan voor een andere baan. Het valt eigenlijk wel mee met mijn zenuwen. Ik wil deze baan tenslotte wel. Al dat reizen voor het werk, dat kan nu echt niet meer. Mijn relatie gaat eraan kapot. Ik ben veel te vaak weg van huis. Daan vindt er niets aan om alleen thuis te zijn en ik heb hem te weinig laten zien dat ik echt van hem hou. Het is goed dat ik hier zit. Deze baan is goed voor mij.

‘Esmée, vertel eens wat jou aanspreekt aan deze baan bij ons tijdschrift. Wat weet je van ons blad?’

Shit, wat ik weet van dit tijdschrift? Uhm. Dat de redactie dicht bij huis is en het om een regionaal tijdschrift gaat. Daar gaat het mij om. Ik ben goed in wat ik doe. Te goed voor een dergelijk regionaal blad, maar toch wil ik het.

‘Hoe gaat u te werk, Esmée? Verrast u de restaurants het liefst onverwachts met uw komst? Of maakt u liever vooraf een afspraak met de chef-kok en de restauranteigenaar?’

Zonder een antwoord te verwachten, gaat hij verder. ‘Wij staan erom bekend dat we onverwachts te werk gaan.’

‘Hoe is uw kennis van de Nederlandse taal, Esmée? Maakt u gebruik van de spellingscontrole op uw computer? Wij hanteren hier deadlines van twee uur na de klus. Dat wil zeggen: u krijgt twee uur de tijd na uw restaurantbezoek om uw artikel te schrijven en in te dienen, zodat het direct gepubliceerd kan worden in het tijdschrift van volgende week. Kunt u tegen stress? Waaruit blijkt dat? Wanneer kunt u beginnen? Wat is de opzegtermijn van uw huidige baan? Nu werkt u bij…’ De man bladert in het tien pagina’s tellende cv voordat hij bovenaan mijn huidige werkgever vindt. ‘…het tijdschriftInternational Cuisine, nietwaar? Waarom solliciteert u nu bij ons, ons tijdschrift richt zich tenslotte enkel op deze regio.’

Allemaal vragen waar ik liever geen antwoord op zou hoeven geven. Ik wil niet weg bij mijn huidige baan. Daan en ik hebben samen besloten dat het beter is als ik vaker thuis ben en dus niet meer ga reizen voor mijn werk. Hij mist me.

‘Meneer Vos, ik heb jarenlang met veel plezier en passie over de wereld gereisd voor mijn werk. Nu zou ik graag wat vaker thuis willen zijn, bij mijn man en mijn ouder wordende moeder. Mijn man en ik willen een gezin gaan beginnen,’ zeg ik met de grootst mogelijke overtuiging in mijn stem.

‘Oh ja, want hoe oud bent u nu? 30 jaar, nietwaar? Dat is inderdaad een leeftijd waarop je andere keuzes gaat maken in het leven.’ Een glimlach en een kort lachstuipje volgt.

Hij moest eens weten. Ik wil helemaal geen gezinnetje nu en misschien wel nooit. Ik wil wel reizen, maar ik kan niet meer reizen. Italië is een heerlijk land. Daar ligt mijn passie. Ik ben verliefd op…

‘Naar welk land reist u het liefst voor uw huidige tijdschrift?’

Reisde….Welk landreisdeik het liefst naartoe.

‘Naar Italië, meneer Vos. Prachtig land, voortreffelijke keuken. Verder hoef ik niet te reizen, Italië is het helemaal voor mij.’

’Oh ja, prachtig land. Persoonlijk geniet ik graag van Toscane, in de zomer met mijn gezin. Zo mooi daar in Toscane.’

Hm, knik ik instemmend. Ik wou dat hij ophield over Italië.

‘Esmée, tot zover mijn vragen aan jou. Dan wil ik jou nu de gelegenheid geven om vragen aan ons te stellen. We hebben nog twee minuten, voordat de volgende kandidaat komt. Wat wil je van ons weten?’

‘Welke secundaire arbeidsvoorwaarden mag ik verwachten als ik bij u in dienst treed?’

Totaal geen dringende vraag, maar ja, het is beter om iets te vragen. Dat komt beter over.

Na een kort zakelijk antwoord schudt Esmee de hand van de man tegenover haar. Ze kijkt hem nog even recht in de ogen aan, dat komt tenslotte goed over. Ze pakt haar tas van de stoel naast haar en loopt het pand uit.

Wat heb ik hier toch een hekel aan. Nou ja, het zit erop, nu kan ik er niets meer aan veranderen. Ik hoor vanzelf wat hun beslissing is.

Ik heb niet gevraagd wanneer ik de uitslag hoor. Vandaag nog? Morgen? Of pas na het weekend?

Verdorie, nu moet ik voortdurend gefocust zijn op mijn telefoon. Ik was er toch niet goed genoeg bij met mijn hoofd. Verdorie!

‘Dag mam. Fijn dat ik bij je kan komen eten vanavond. Ik vind het maar niets om voor mezelf te koken als Daan niet thuis komt eten. Wat eten we vanavond?’

‘Dag kind. Ik dacht maar weer eens gehaktballetjes in tomatensaus te maken voor ons. Daar hield je toch zo van vroeger?’

‘Ik heb berehonger. Lekker, mam.’

Ik ben door mijn moeder alleen opgevoed. Ik heb geen vader. Tenminste, zo zeg ik dat als er naar gevraagd wordt. Hij was er nooit en mijn moeder heeft mij ook niet verteld dat hij er ooit wel is geweest voor haar. Al zolang ik mij kan herinneren, ben ik alleen met mijn moeder. Mijn vroegste herinneringen zijn van mijn moeder als ballerina. Mijn moeder heeft en had vroeger lang haar dat ze altijd strak achterover gekamd had in een paardenstaart of in een knot. Eén middag in de week had ze geen training of uitvoering en dan zag ik haar nog wel eens met haar haar los. Ze had dan slag in haar haar en het krulde volumineus rondom haar hoofd. Ze is een mooie vrouw. Ze heeft een parmantige loophouding met een kaarsrechte rug en lange rechte nek. Als zij stil staat ergens, staat ze immer met haar hakken tegen elkaar aan en haar tenen naar buiten wijzend. Ze heeft de neiging om een kniebuiging te maken als ze mensen de hand schudt alsof ze de koning een hand geeft. Daar heb ik nooit veel van begrepen. Ik heb het haar ook nooit nagedaan. Ik ben meer van de omhelzing en de drie zoenen op de wang. Mijn moeder heeft hard moeten werken om een goede ballerina te kunnen worden, heeft ze mij altijd verteld. Haar leven ging niet over rozen. Dieet, zes dagen in de week trainen en meerdere uitvoeringen per week, soms ver van huis. Ze moest goed voor haar lichaam zorgen. Haar lichaam was haar instrument. Daar verdiende ze haar geld mee.

‘Hoe is je sollicitatiegesprek gegaan? Daar moest je vandaag toch naartoe?’

‘Ach ja, ging wel. Ik zou niet weten waarom ze mij niet nemen. Ik heb inmiddels zoveel schrijfervaring. Ik ben vergeten om te vragen wanneer ik iets kan horen van ze. Ik heb geen idee of ik het morgen of volgende week pas zal horen.’

‘Dat is niet zo slim van je dan, om dat niet even te vragen na afloop. Dan zit je steeds in spanning, misschien wel voor niets, als ze volgende week pas van plan zijn om te bellen,’ zei mijn moeder opbeurend.

‘Tja. Dat is waar.’

2.

‘Hoe gaat het tussen jou en Daan? Zitten jullie weer een beetje in rustiger vaarwater samen?’

‘Nou mama, ik weet het niet, hoor. Ik mag dan wel degene zijn die vreemd is gegaan, maar dat heb ik dan eigenlijk ook niet zomaar gedaan? Er moet toch iets zijn bij Daan, waardoor ik de fout in ben gegaan? Misschien mis ik wel wat bij Daan. Tussen ons. Waarom vindt hij het normaal om met zijn vrienden te gaan stappen en dan ’s ochtends vroeg mij een berichtje te sturen dat hij bij Joost blijft slapen. Ben ik daar dan de halve nacht voor wakker gebleven? En dan komt hij tegen het eind van de ochtend weer eens een keer thuis. Ik mag hem nog niet eens vertellen hoe mijn avond is geweest, want dan heeft meneer een kater. Ik heb soms fantastische reizen naar het buitenland. Dan zit ik in goede restaurants aan de andere kant van de wereld en als ik daar dan van thuiskom, vol met verhalen, is het enige wat hij wil weten: Es, wat wil je eten vanavond? Ik maak zoveel mee en ik zou er zoveel over kunnen vertellen, in geuren en kleuren. Het interesseert hem niet eens. Mam, ik doe echt mijn best om onze relatie te redden. Misschien als ik nou deze nieuwe baan krijg en vaker ’s avonds thuis ben en minder avonturen meemaak, misschien wil hij dan naar me luisteren.’

Ping. Een berichtje op mijn telefoon. Het is Daan.

‘Hoe was je gesprek, schat? Blijf lekker bij je moeder vanavond. Ik ben waarschijnlijk laat thuis.’

‘Zullen we er een fles rode wijn bij opentrekken, mam? Ik hoef voorlopig nog niet weg.’

‘Mmm, mama, die gehaktballetjes zijn echt heerlijk. Ik vraag me wel af waarom ik vroeger zo hield van die tomatensaus. Eigenlijk hou ik helemaal niet van tomaten. Gehakt en tomaten zijn ook maar een vreemde combinatie. Toch hou ik er van. Dat is best apart, vind je ook niet? Met een goede slok kruidige rode wijn is alles lekker te maken.

Mama, kon mijn vader vroeger goed koken? Heb ik de interesse voor het eten en het schrijven over eten misschien van hem?’

‘Schatje, ik weet het niet. Zolang heb ik hem niet gekend. Ik weet hoe vervelend je het vindt als ik je dit zeg, maar het is niet anders. Ik heb hem leren kennen in de tijd dat ik grote successen had met het nationaal balletgezelschap. Ik stond iedere avond op de planken. Ik kan me niet herinneren dat ik zo vaak met hem heb gegeten. Trouwens gehaktballen met tomatensaus of iets dergelijks culinairs mocht ik helemaal niet eten. Daar zaten te veel koolhydraten in voor een ballerina als ik. Gehakt zonder saus en verder alleen groente, dat was mijn avondeten. Daar heb ik hem niet mee kunnen verleiden.’

‘Waarmee dan wel, mam? Jullie hebben toch wel een tijdje iets gehad voordat je zwanger raakte van mij?’

‘Als wij elkaar in de ogen keken, wisten we allebei al genoeg. Meer hadden wij niet nodig, schatje. Tussen ons bestond een overweldigende chemie, dat we alleen maar in elkaars buurt hoefden te zijn om te weten dat het goed zat. Hij vond het wel heel vervelend dat ik er ’s avonds bijna nooit was voor hem. Ik stond bijna iedere avond op de planken, daarna was er vaak nog een borrel met de leden van het balletgezelschap en moest er veel gerepeteerd worden voor toekomstige balletuitvoeringen, dus ik kon niet veel tijd met hem doorbrengen. Ik was pas 20 jaar. Hij was 24 jaar. Ik was er nog niet aan toe om mijn balletcarrière al op te geven voor een man en een gezin, daarvoor had ik nog zoveel te ontdekken en mee te maken in het leven. Totdat ik zwanger bleek van jou. Ik wist meteen dat ik je wilde. Je vader had het zich allemaal wat anders voorgesteld. Hij wilde een gezinnetje beginnen. ’s Avonds thuis zijn om voor jou te zorgen in een dorpje in Italië, een negen-tot-vijfbaan. Hij wilde het allemaal. Ik zag dat niet zitten. Nog niet. Ik wist wel zeker dat ik jou wilde, maar niet zoals hij het wilde. Hij besloot bij mij weg te gaan nog voordat jij geboren was. Hij heeft jou nooit gezien. Ik heb nooit meer wat van hem gehoord. Ik had ook geen adres of iets om hem te kunnen laten weten dat hij een dochter had.’

‘Het was zijn keuze.’

‘Jij was mijn keuze,’ zegt ze zonder op te kijken van haar bord pasta met tomatensaus. In één hakbeweging snijdt ze een gehaktballetje doormidden en prikt haar vork in een helft ervan.

‘Ik nam je mee naar mijn repetities. Je sliep tijdens het doornemen van mijn nieuwe choreografieën of er waren altijd wel aardige collega’s die op je wilden passen wanneer ik repeteerde. Je was ook een gemakkelijke baby. Je huilde bijna nooit en je kon het met iedereen meteen goed vinden. Ik heb de eerste vijf jaar van je leven toch mijn voorstellingen kunnen dansen en jij groeide op in een inspirerende en flexibele omgeving. Ik denk dat je daar nu nog de vruchten van plukt met al je reizen voor je werk. In de tijd dat je vriendjes en vriendinnetjes te spelen had en ging hockeyen in de weekenden was ik ook wat vaker thuis. Voor grote rondreizende voorstellingen werd ik niet meer gevraagd. Ik werd ook een dagje ouder. In de balletwereld ben je nou eenmaal op je dertigste al een senior. Zo was ik steeds vaker thuis en kon ik met jou mee naar hockey en naar schoolactiviteiten.

Wanneer je liefdesverdriet had van je eerste vriendje op je veertiende was ik er voor je om je te troosten en om je te vertellen dat hij toch nog niet jouw grote liefde was. Jouw liefdesverdriet kon hartverscheurend zijn.’

‘Met Daan ging dat trouwens wel anders, Esmée. Vroeger was je een open boek als je liefdesverdriet had. Je vertelde me alles, tot in detail. Nu ben je veel geslotener. Hoe is je relatie met Daan dan anders dan je liefdes hiervoor? Je vraagt me de laatste tijd ook veel meer over je vader, valt me op. Hoe komt dat?’

‘Het is al twaalf uur mam, tijd om naar huis te gaan,’ onderbreek ik haar.

‘Nu zal Daan toch wel thuis zijn.’

Ik moet zoeken naar mijn fietssleutel. Ik ben mijn sleutels voortdurend kwijt. Ik laat ze overal slingeren. Ik grijp in mijn rechter broekzak, maar voel niets. Ik voel in mijn linker broekzak. Ook niets. In mijn jaszakken dan.

‘Dag mam,’ en ik kus haar op haar linkerwang daarmee haar brilmontuur ontwijkend. Het zal niet de eerste keer zijn dat ik mijzelf prik in mijn moeders montuur.

‘Ik spreek je later, het was weer fijn om bij je te zijn. Doei.’ Terwijl ik mijn jas aantrek, steek ik mijn handen in de jaszakken. Ook niets. Nog maar een keer in mijn rechter broekzak voelen, en dan helemaal tot op de bodem van de zak. Gevonden!

Tegen de wind in fiets ik naar huis. Het is een kwartiertje fietsen, net lekker om even uit te waaien en de alcohol te laten zakken, zodat die uit mijn hoofd is. Thuis tref ik Daan aan. Hij is in slaap gevallen voor de tv. Ik maak hem wakker en vraag hem mee naar boven te gaan. We vallen allebei als een blok in slaap.

3.

‘Hoe gaat het met je, Esmée?’

‘Met mij goed, maar met Daan niet zo. Ik vind dat hij het zelf heeft veroorzaakt dat ik me tot een ander aangetrokken ben gaan voelen. Als hij mij eens wat beter zou begrijpen en me gewoon mijn reizen zou laten maken, dan zou ik ook nooit interesse hebben gekregen in een andere man. Hij dreef mij recht in de armen van die andere man.’ Ik meen wat ik zeg.

‘Is dat zo? Waar was je dan naar op zoek? Wat kon deze man jou wel geven, wat Daan jou niet heeft gegeven, Esmée?’ vraagt Natasja aan mij.

Natasja is al enige jaren samen met haar Jeroen. Hij wilde niet trouwen en wel kinderen met Natasja. Zij wilde eerst trouwen, voordat ze aan kinderen wilde beginnen. Vier jaar geleden hebben ze een feest gegeven om te vieren dat ze een samenlevingscontract zijn aangegaan met elkaar en vier maanden later vertelde Natasja dat ze zwanger was, al twaalf weken. Twee jaar later volgde nummer twee. Natasja en ik kennen elkaar al sinds de basisschool. Zij behoorde tot de populaire kinderen van de klas. Waarom dat zo was, ontging mij. Ze ging veel om met jongens van de klas boven ons. Onze klas en hun klas hadden tegelijk pauze en we speelden op hetzelfde schoolplein. Een van die jongens liep altijd met ons mee naar huis tot twee straten voordat we thuis waren; daar moest hij rechtdoor en wij sloegen af, de straat in. Toen we in de laatste klas zaten, wist Natasja iedere dag wel een smoes te bedenken waarop de jongen toch maar even besloot mee naar haar huis te lopen. Iedere dag kreeg ze het weer voor elkaar. Toen we later naar de middelbare school gingen, kreeg ze al snel vaste verkering. Met die jongen heeft ze het jaren later uitgemaakt om met haar huidige Jeroen verder te gaan. Natasja trok de aandacht van de jongens met haar slanke figuur, blauwe ogen en lange wimpers die ze van nature had, waardoor het net leek alsof ze je voortdurend verliefd aankeek. Ze moest steeds knipperen anders zakten de lange wimpers haar voor de ogen.

‘Ik had het gevoel dat deze man mij al kende. Dat hij precies wist hoe ik in elkaar stak, door alleen nog maar in mijn ogen te kijken,’ geef ik als antwoord na enige overdenkingen.

‘Ik kwam thuis bij hem, ik voelde warmte bij hem. Al was hij niet eens een man die veel zei, net zo min als Daan, maar toch… dat was ook niet nodig. Ik kon hem alles vertellen. En vooral ook: hij luisterde ademloos naar mijn reisverhalen. De landen waar ik ben geweest, wat ik heb meegemaakt, wat ik heb gegeten en hoe ik er dan over schrijf. Deze man luisterde echt naar mij. Ook hij sprak vol passie over eten. Hij had een prachtig Italiaans accent als hij voor ons beiden in Italië van de menukaart bestelde. Alleen daarvan viel ik al in katzwijm. Hij sprak zo mooi zijn talen. En dat was juist de grap. We spraken niet zoveel. De taal van de liefde was vaak al genoeg. De hartstocht spatte ervanaf. Iedere keer weer.

‘Iedere keer?’ herhaalt Natasja. ‘Hoe lang heeft die affaire geduurd?’

‘Ik denk wel een jaar alles bij elkaar. Na een aantal reizen naar Rusland en Duitsland, werd ik vaste correspondent voor de culinaire contacten in Italië. Hierdoor kwam ik iedere maand wel een paar dagen in Italië terug en sprak ik met hem af, waar in Italië ik ook moest zijn. Voor zover ik van hem begreep had ook hij een baan waarvoor hij regelmatig in Italië moest reizen en hij verbleef dan steeds in een vakantiehuisje in de bergen, vertelde hij. Zo kon hij ook ongestoord steeds een paar dagen van huis wegblijven.

‘Wat trok jou in hem aan? Naast de fysieke aantrekkingskracht? Mijn ervaring is dat de fysieke aantrekkingskracht na een relatief korte tijd ook weer dooft, dus er moet nog iets anders zijn geweest waardoor je je tot hem aangetrokken voelde.’

Natasja heeft me wel eens verteld dat ze bij een eerder vriendje weg wilde, maar niet goed wist hoe ze het hem duidelijk kon maken. Ze vluchtte toen in de armen van een ander vriendje, maar lang heeft het niet geduurd. De lol was er zo vanaf, toen bleek dat hij haar niet trouw was.

‘Tja, zijn sterke gevoel voor rechtvaardigheid en zijn zorgzaamheid, denk ik. Hij was goudeerlijk en sprak zo liefdevol over mij. Zo ben ik ook opgevoed en hier herkende ik mijzelf enorm in. Het was alsof ik thuiskwam.’

‘Was hij precies dat wat Daan niet is voor jou?’ vraagt ze.

‘Weet ik niet, zou kunnen dat Daan ook wel zorgzaam is en op zich is hij ook eerlijk. Tenslotte ben ik degene die vreemdgegaan is, niet hij. Dat zou Daan nooit doen. Daan zou voor mij door het vuur gaan. Hij doet alles voor me als ik het hem vraag, daar gaat het niet om. Ik snap eigenlijk ook niet waarom ik hem dit heb aangedaan. Ik heb hem gekwetst.’

Natasja kijkt op haar horloge. ‘Ik moet gaan, Esmée. Ik heb nog meer te doen vandaag.’

Ze loopt mee naar haar voordeur en geeft me drie zoenen.

‘Tot snel weer!’

Ik loop de deur uit bij Natasja en ga op zoek naar mijn fietssleutel. Ik heb mijn hele tas al doorgespit voordat ik iets hoor piepen. Dat moet mijn sleutelhanger zijn met het piepende rubberkuikentje eraan. Ik heb mijn sleutels dus echt in de tas zitten. Nu moet ik ze nog te pakken krijgen. Ja, daar heb ik ze. Ik steek de sleutel in het fietsslot. Ik had niet het losse hangslot gebruikt, dus dat scheelt weer wat gesleutel. Ik fiets in een snel tempo de stad door. Als ik de deur van ons appartement opendoe, valt me op dat ik niet heb opgemerkt of de auto van Daan voor de deur staat. Zou hij al thuis zijn?

‘Hoi schat, ik ben thuis,’ roep ik. Ik krijg niet meteen een reactie. ‘Hallo!’ roep ik nogmaals.

Ik besluit nog een film te kijken voordat ik naar boven ga.

Daan slaapt al. Ik kruip naast hem en val snel in slaap.

4.

‘Goedemorgen, schatje. Lekker geslapen?’ zeg ik opgewekt.

‘Wat zullen we gaan doen vandaag? Ik heb zin om erop uit te gaan.’ stel ik voor.

‘Ik blijf liever thuis. Ik moet de administratie nog doen en de planten op het balkon verdienen ook wel weer eens een beurt voordat de winter zijn intrede doet. Doe jij de boodschappen? Ik heb wel zin in een lekker stukje vlees vanavond. We kunnen een filmpje huren. Ik heb gisteravond wel weer genoeg adrenaline opgedaan voor het hele weekend. Vanavond wil ik met mijn meisje alleen doorbrengen. Oké? Dan ga ik nu naar boven.’

Hij geeft me een zoen alsof hij vindt dat het erbij hoort, gewoon routine. Er springt geen vonk over. Zucht. Wat zou hij nou voelen? Dat hij vanavond intiem met mij op de bank kan zitten en dat hij mij daarmee voor zich wint? We zijn er nog lang niet, hoor. Onze relatie is hiermee nog niet op de rit.

Dus mijn man zit boven de administratie te doen. Wat zal ik dan eens gaan doen?

Ik pak mijn fiets en rij door de wijk richting het huis van Natasja aan de rand van het centrum. Ik tref haar niet thuis aan en besluit haar een berichtje te sturen met mijn telefoon.

‘Hi Natasja. Ik sta bij jou thuis voor een kop koffie, maar helaas ben je er niet. Jammer! Misschien een andere keer. Zullen we een datum prikken?’

Thuis neem ik een bad. Die boodschappen kunnen wel wachten. Daan heeft me niet nodig. Met mijn hoofd op een kussentje op de rand van het bad en een extra hoeveelheid badschuim droom ik weg naar Italië.

In de ambiance van een Italiaans restaurant zit hij op mij te wachten. Zijn warme glimlach straalt me tegemoet en zorgt ervoor dat ik het liefst in zijn gespierde armen weg wil kruipen. Veilig en liefdevol in zijn armen. Hij stelt voor om een fles witte wijn erbij te bestellen. De avond duurt lang, maar in zijn nabijheid voelt het goed. Dit mag nog wel uren duren. Ik vertel hem over mensen die ik heb ontmoet tijdens mijn interview in het restaurant. Hoe koud en ongeïnteresseerd sommige mensen kunnen zijn, terwijl ze het dan wel over hun eigen restaurant, hun levenswerk hebben! Ik kan dat slecht begrijpen. Hoe kan iemand zo zonder passie voor zijn eigen levenswerk leven? Ook mijn Italiaanse minnaar tegenover mij kan zich er niets bij voorstellen hoe iemand zonder passie in zijn bestaan kan leven. ‘Een mens doet niets in zijn leven voor niets of zonder hoger doel.’

Het klinkt zo oprecht als ik het hem hoor vertellen. Hij heeft meer levenservaring dan ik. Mijn moeder kan me nu ook nog altijd dergelijke levenslessen meegeven die ik met beide handen aanpak. Antonio is een fijne gesprekspartner. Die nacht besluit ik bij hem te blijven. Als een blok val ik in zijn armen in slaap.

De volgende morgen word ik met een gelukzalig gevoel wakker. Kon het maar altijd zo blijven zoals het nu is.

6.58 uur. Ik spring uit bed, trek dezelfde kleren aan die ik gisteren aan had bij mijn interview en stap in de eerste taxi die ik voorbij zie komen. Nog even een ontbijtinterview in datzelfde restaurant, en dan kan ik in het vliegtuig terug mijn artikel schrijven. Dit keer bezoek ik ook nog even het toilet van het restaurant. Het zegt ook wat over de properheid in het algemeen als het toilet schoon is. Wellicht kan ik aannemen dat het dan ook voor de keuken geldt.

‘Dag geliefd Italië. Ik hoop je snel weer te zien.’

Ik schrik. Het water in het bad raakt mijn lippen. Ik kom omhoog uit het water en draai de kraan dicht.

Ping… mijn telefoon licht op.

‘Ha S, goed idee. Wat dacht je van dinsdagmiddag? Dan zijn de kinderen op school en heb ik alle tijd voor ons. Hoor van je!’

Ik stuur een berichtje terug.

‘Fijn, alleen dinsdagmiddag ben ik met mijn moeder een dagje uit. Wat vind je van woensdagavond? Ik breng de wijn mee.’

‘Is goed. Zie je dan.’

Heerlijk om een vriendin te hebben die tijd voor je maakt en met wie ik alles kan bespreken.

Mijn baas belt. Of ik maandag naar Noorwegen wil gaan voor een culinair congres. Dat doe ik.

‘Het is wel een meerdaags congres. Je bent dan waarschijnlijk donderdagochtend pas weer in Nederland. Ik heb graag je artikel dan donderdagmiddag uiterlijk om 14.00 uur in mijn mailbox, dan kan het nog gepubliceerd worden in de editie van volgende week.’