Libelle - Marie Christine ten Doesschate - E-Book
10,99 €

-100%
Sammeln Sie Punkte in unserem Gutscheinprogramm und kaufen Sie E-Books und Hörbücher mit bis zu 100% Rabatt.

Mehr erfahren.
Beschreibung

Libelle is een bijzonder meisje: ze kan niet alleen vliegen, ze kan ook praten met dieren, kabouters, elfjes en… met haar hart. Haar hart is haar allerbeste vriendin; haar hartsvriendin. Zij staat altijd voor Libelle klaar. Als Libelle naar haar hart luistert, dan voelt zij zich gelukkig. Maar Libelle staat niet altijd open voor het advies van haar hart. Soms luistert ze naar een andere stem; die van haar plaaggeest! En die vindt het heerlijk om onrust te stoken. Libelle komt terecht in allerlei situaties, alledaagse en heel spannende. Maar naar wie luistert ze dan? Naar haar plaaggeest of naar haar hart? Voor kinderen van ongeveer 4 tot 9 jaar, als voorleesboek of om zelf te lezen.

Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:

EPUB
MOBI

Seitenzahl: 103

Veröffentlichungsjahr: 2020

Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



Inhoud

Colofon 2

Voorwoord 3

1 4

Libelle 4

2 7

Stille taal 7

3 13

Droom 13

4 18

In de wolken 18

5 23

Bella 23

6 30

An 30

7 39

Opruimen 39

8 48

Lot 48

9 56

Lapje 56

10 63

Eerste schooldag 63

11 72

Klaasje 72

12 83

Voor Elise 83

13 92

Gekneusde vleugels 92

14 101

Het Grote Hart 101

15 107

Droom komt uit 107

16 116

Joliefje 116

17 123

Vergeven 123

18 132

Vroeger, heel lang geleden 132

19 141

Vertrouwen 141

20 152

Zonnige zusjes 152

Dankwoord 154

Colofon

Alle rechten op verspreiding, met inbegrip van film, broadcast, fotomechanische weergave, geluidsopnames, electronische gegevensdragers, uittreksels & reproductie, zijn voorbehouden.

© 2020 novum publishing

ISBN drukuitgave:978-3-99064-859-9

ISBN e-book: 978-3-99064-860-5

Lectoraat:I. van Gerwe

Vormgeving omslag:Joke Rijneveen

Omslagfoto, lay-out & zetting:novum publishing

Illustraties: Joke Rijneveen

www.novumpublishing.nl

Voorwoord

Door liefde laten leiden,

is leven in het licht.

Voor mijn kinderen en kleinkinderen

1

Libelle

Er was eens een heel bijzonder meisje. Toen ze geboren werd, straalde ze zoveel liefde en schoonheid uit dat haar ouders haar niet één, maar twee namen gaven:Lieve Belle.

Er was nog iets bijzonders aan dit pasgeboren meisje: ze had vleugeltjes. Haar papa en mama waren ervan overtuigd dat hun dochtertje een engeltje was. Wat waren ze blij met haar!

Toen Lieve Belle opgroeide bleek ze haar vleugeltjes ook te kunnen gebruiken. Lieve Belle kon vliegen! Haar ouders waren daar niet altijd even blij mee. Soms bleef ze heel lang weg en dan waren ze ongerust. Lieve Belle had het ook zo druk, dat ze vaak de tijd vergat. De tijd gaat snel als je leuke dingen doet.

Ze vloog niet alleen met de vogels in de lucht, maar ze speelde ook met de elfjes, kabouters en dieren in het bos. Het bos lag vlak achter hun huis en naast het huis was een weiland waar vier andere vriendjes van Lieve Belle stonden: twee paarden met hun twee veulens.

Lieve Belle kwam dus vaak te laat thuis. Haar ouders stonden dan buiten naar de lucht te kijken, zochten haar in het bos of bij de paarden. Ze riepen dan steeds: ‘Lieve Belle Lieve Belle Lieve Belle… thuiskomen!!’ Als vanzelf werd de naam Lieve Belle afgekort tot: Libelle.

Voortaan werd het lieve, mooie meisje met de vleugeltjesLibellegenoemd.

2

Stille taal

Libelle woonde met haar ouders in een lief wit huisje met een rood pannendak. Hun huis stond midden in de natuur en ze hadden geen buren. Libelle ging nog niet naar school en zij kende geen andere kinderen. Het liefst speelde ze buiten. Libelle vond regen, sneeuw en wind niet erg. Alleen kon ze dan niet vliegen. Dat was wel jammer, want vliegen… daar werd ze héél blij van.

Libelle vond het ook heerlijk om buiten op de grond te spelen. Ze kroop dan voorzichtig op haar knietjes samen met de spinnetjes en lieveheersbeestjes door de tuin of ze fladderde er vlak boven met de vlinders en de bijen. Ze danste met de kabouters en de elfjes of ze ging paardrijden. Maar wanneer ze samen met de vogels vloog, dan voelde ze zich het gelukkigst. Dan straalde ze als de allermooiste zon.

Nu denk je misschien: ‘Wel jammer dat Libelle niet met haar vriendjes kan praten!’ Maar weet je… dat kon ze wél! Zij hadden hun eigen taal. Een taal zonder woorden. Een taal zonder geluid. Ze hoefden niet met hun mond te spreken en ook niet met hun oren te luisteren. Door elkaar aan te kijken konden ze elkaars gedachten lezen: ze zagen dan plaatjes in hun hoofd, zoals in een droom.

Zo voelden ze elkaar aan en wisten ze wat de ander wilde zeggen. Het was een stille taal die alle dieren, kabouters en elfjes kenden. En… Libelle kende die taal óók. Mooi hè!

Libelle had een vriendinnetje, dat deze taal ook sprak. Zij was niet zomaar een vriendin, nee het was haar allerbeste vriendin. De liefste vriendin van de hele wereld. Ze bespraken alles met elkaar, ze deelden lief en leed. Het gebeurde ook weleens dat Libelle niet naar haar wilde luisteren. Haar vriendin wachtte dan geduldig totdat Libelle weer aandacht voor haar had. Nooit zou ze Libelle in de steek laten. Zij zou er altijd voor haar zijn… altijd… echt altijd! Als Libelle gelukkig was, dan straalde haar vriendin. En als Libelle bang, verdrietig of boos was, dan gaf zij haar heel veel liefde en zei: ‘Vertrouw erop, lieve schat, alles komt goed!’ Dan voelde Libelle zich gerustgesteld. Haar vriendinnetje was er in goede en slechte tijden. Zij gaf haar kracht. Samen met haar kon Libelle zijn wie ze werkelijk was. Samen met haar kon ze alles mooier maken. Weet je wie haar vriendinnetje was…? Haarhart! Zij was haar hartsvriendin.

Het hart spreekt ook de stille taal, de taal van gedachten. De gedachten van het hart zijn altijd lief. Als je naar je hart luistert, dan voel je je altijd gelukkig.

Helaas, Libelle luisterde soms naar een andere stem, de stem van haarplaaggeest. Die sprak ook de stille taal, maar haar gedachten waren niet lief en zij plaagde haar altijd. En als Libelle ongelukkig was, maakte zij haar nog ongelukkiger. Als ze bang was, dan zei haar plaaggeest: ‘Het leven is gevaarlijk. Ga je maar verstoppen.’ Als ze verdrietig was, zei ze: ‘Niemand vindt jou lief. Ga maar in een hoekje zitten huilen.’ En als Libelle boos was, zei de plaaggeest: ‘Niemand luistert naar jou. Ga maar heel hard gillen, misschien dat ze je dan wél horen.’ Ja… soms luisterde ze naar haar plaaggeest en geloofde ze haar ook. Libelle deed dan wat de plaaggeest zei. Maar daarna voelde zij zich nog ongelukkiger en eenzamer.

Als ze zich zo ellendig voelde en geen tranen meer over had, dan zocht Libelle een stille plek op. Dan… hoorde ze vanbinnen een lieve stem: ‘Libelle, Libelle…’ Haar hart zei dan: ‘Ik hou áltijd van jou, ook als je bang, verdrietig of boos bent. Ik zal je helpen zodat jij je weer gelukkig voelt.’ En écht waar: door naar haar hartje te luisteren, voelde zij zich altijd gelijk weer wat beter. Niemand anders kon haar zó goed troosten als haar hart. Zij was haar allerliefste vriendin. Libelle wilde eigenlijk alleen nog maar naar haar hart luisteren. Ze wist dat dát niet altijd even makkelijk zou zijn, want steeds weer wist de plaaggeest op een slimme manier haar aandacht te trekken.

3

Droom

Het was een fantastische lentedag: een mooie strakblauwe hemel met een stralende zon en de temperatuur was heerlijk, niet te warm en ook niet te koud.Mama stond in de tuin het natte wasgoed op te hangen. De waslijn was aan de ene kant vastgemaakt aan het huis en aan de andere kant aan de appelboom. Ze was blij, want met dit mooie weer zou de was wel snel droog zijn.

Libelle lag te slapen in haar nest bovenin de appelboom. Ja, de vogels hadden speciaal voor haar een nest gemaakt. Ze zijn daar heel lang mee bezig geweest. Het was een hele klus om al die takjes te verzamelen. Een kindernest is groter dan een vogelnest.

Twee vogels zaten op de waslijn te wachten tot de roze handdoek droog was. Mama had de vogels al een paar keer weggejaagd, omdat ze bang was dat haar schone wasgoed onder de vogelpoep zou komen. Al vrij snel was de handdoek droog en, toen mama even niet keek, plukten ze met hun snavels de handdoek van de waslijn en vlogen ermee naar het nest, waar Libelle lag te dromen. Ze legden de zachte, roze handdoek als een dekentje heel voorzichtig over Libelle heen. Ja, de vogels zorgden altijd heel goed voor Libelle… lief hè!

Libelle droomde over Omaatje. Zij was de oma van haar mama. Toen Libelle nog heel jong was overleed zij. Toch herinnerde Libelle haar nog goed. Ze had kort grijs haar en rimpels. Ze kon niet meer goed zien en horen en ze zat in een rolstoel, omdat ze niet meer kon lopen. Omaatje was echt héél oud.

Libelle herkende haar direct, ook al zag ze er in haar droom héél anders uit dan vroeger toen ze nog leefde: ze had nu lang blond haar en een zachte gladde huid. Ze droeg nu geen bril en ook geen gehoorapparaat. Omaatje zong en danste. Ze droeg een lange witte jurk van heel dunne stof en ze had bloemen in haar haar. Ze zag er helemaal niet dood uit, maar springlevend. Wat was dit een geruststelling voor Libelle. Toen Omaatje doodging vond ze dat best wel eng, al zei haar hart dat alles goed zou komen.

Opeens zag Omaatje Libelle staan en ze lachte naar haar. Ze gingen samen in het bloemenveld zitten. De bloemen hadden de schitterendste kleuren: roze, paars, geel, oranje en rood. Boven hen stond een zon die goud licht uitstraalde.

Omaatje vertelde Libelle over haar leven na de dood. Ze zei dat, ook al zag zijer nu anders uit, haar hart nog precies dezelfde was als op aarde. Haar overleden familieleden, vrienden en dieren waren nu ook bij haar. Ze voelde zich gelukkig!

Na een fijne tijd samen geweest te zijn, zei Omaatje: ‘Libelle, jij gaat nu terug en misschien zie ik je weer.’

Libelle werd blij wakker. Ze zou deze mooie droom nooit meer vergeten. Ze dacht: ‘Wat is het toch fijn dat je in dromen ook de stille taal kunt gebruiken.’

Ze deed de handdoek om haar hals en vloog naar beneden. Ze rende de keuken in en riep: ‘Mama, mama… ik heb jouw oma gezien en alles gaat goed hoor met haar, ze is héél gelukkig!’ Mama was blij, maar ook omdat de handdoek weer terecht was.

4

In de wolken

Libelle lag in haar bedje te slapen. Papa en mama sliepen ook nog. Het was heel vroeg in de ochtend. Het was niet meer pikdonker, maar ook nog niet licht. De eerste zonnestralen lieten zich al zien. Twee vogels zaten op de vensterbank van haar slaapkamerraam. Ze waren aan het fluiten en hoopten dat Libelle wakker zou worden.

En… dat lukte! Libelle rekte zich uit en gaapte. Ze was nu klaarwakker en zag haar vriendjes. De ene vogel zei in de stille taal: ‘Goedemorgen slaapkop, kom je buitenspelen?’ Libelle maakte ook geen geluid toen ze vroeg: ‘Ja leuk, wat gaan we doen?’ ‘Wij willen graag verstoppertje in de lucht spelen, heb jij daar ook zin in?’ vroeg de andere vogel. ‘Wat een goed idee’, zei Libelle.

Libelle trok snel een broek en een warme trui aan. In de trui zaten aan de achterkant twee gaten. Nee, de trui was niet kapot. Die gaten waren er voor haar vleugels. Ze pasten daar precies doorheen. Mama had die trui speciaal voor Libelle gebreid… Handig, hè? Ze deed ook een paar warme sokken aan. Zo, Libelle was klaar om met de vogels mee te gaan.

Ze deed haar raam wat verder open en vloog samen met haar vriendjes de lucht in. De zon stond nog heel laag en kleurde de lucht in een zacht oranje, paarsroze kleur. Wat was dat mooi! Libelle werd helemaal warm vanbinnen. Haar hart was gelukkig. Ze vloog achter de vogels aan, maar kon ze niet bijhouden. Vogels kunnen veel sneller vliegen. Opeens was ze haar vriendjes kwijt. Waar waren ze nu? Ze werd ongerust, maar toen hoorde ze haar hart zeggen: ‘Jullie zouden toch verstoppertje spelen?’ Libelle antwoordde: ‘Oh ja… dankjewel lief hartje van me!’ Ze was helemaal vergeten dat ze niet zomaar een stukje gingen vliegen, maar dat ze een spelletje zouden gaan spelen.

Libelle ging achter de wolkjes kijken en hoopte dat ze haar vriendjes zou vinden. Het ene wolkje zag eruit als een boom, het andere wolkje leek wel een gezicht en weer een andere wolk was net een krokodil.