15,99 €
Jan Michiels (1957) was op jonge leeftijd tot aan het einde van zijn loopbaan werkzaam als politieofficier in zijn geboortestad Mechelen. In de aanloop naar de terroristische aanslagen op de luchthaven in Zaventem en het metrostation Maalbeek op 22 maart 2016 zag Michiels ontwikkelingen die hem zeer veel zorgen baarden. In Oprecht getuigenis beschrijft hij de 'grove fouten en nalatigheden' waarvan hij getuige was tijdens zijn dienst en die zijn geloof in de rechtsstaat ernstig aan het wankelen brachten. Zozeer dat hij besloot niet langer te kunnen zwijgen. Oprechte getuigenis geeft daarnaast een beeld van hoe de moslimmaatschappij zich in Mechelen in die periode ontwikkelde. Met de uitgave hoopt de auteur 'een steen(tje) in de rivier te hebben verlegd'.
Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:
Seitenzahl: 249
Veröffentlichungsjahr: 2022
Inhoudsopgave
Colofon 6
Toewijding 7
Citaat 8
Verantwoording 9
I - Vreemdelingenbeleid bij de politiediensten in Mechelen 11
Het prille begin (1960–1980) 11
De vuile of loden jaren (de tachtiger jaren van de vorige eeuw) 15
Periode 1980 tot 2001 16
Het ontstaan van de cel Vreemdelingen in 2001 20
Strategisch seminarie in het sportpark De Nekker 21
De periode 2001 tot 2015 22
Overzicht van de aanpak van fenomenen 25
Illegaliteit 25
Conclusie 26
Nazichten samenwoont 27
Conclusie 28
Nazichten artikel 9 bis van de vreemdelingenwet 15.12.1980 29
Conclusie 31
De zaak Melikan Kucam 31
Mensenhandel 32
Conclusie 36
Schijnhuwelijken 37
Conclusie 39
Naturalisaties 39
Projectmatige aanpak 40
Huisjesmelkerij 41
Project De moslima’s, later Al Kandil 44
Werking op de werkvloer 48
Sociaal-culturele achtergronden van Maghrebijnen 50
Rodain y pensait, Malines le fait 51
II - De Mechelse Mahgreb-gemeenschap 55
Moskee aan de KORTE Penninckstraat 56
Moskee in de Zelestraat 58
Moskee El Buraq in de G. De Ceuninckstraat 60
De Mechelse moskee aan de G. Gezellelaan 68
Kinderpornografie 69
Al Ikhlaas moskee aan de Tervuursesteenweg in Zemst–Hofstade 70
III - Racisme & diversiteit bij Mechelse politie 74
Racisme, discriminatie, en haatmisdrijven – begripsbepalingen 74
Is racisme meetbaar bij de politie? 74
Politievakbonden klagen over racisme bij de politie van Mechelen (voorjaar 2016) 77
Jouw kleur staat me niet aan (zaak Jinnith Beels) 78
De zaak hoofdinspecteur K. 80
Is de Mechelse politie racistischer dan andere korpsen? 81
Het Centrum voor gelijke kansen – het later Unia 85
Bad practices in Mechelen 86
Thin blue line Belgium 88
IV - Radicalisering in Mechelen 90
Onderzoek in 2007 naar radicalisme in het arrondissement Mechelen door C.S.D. Mechelen 90
Voorbereiding onderzoek radicalisme lokale politie Mechelen 91
Demografische gegevens van Mechelen 94
Gebruikte methodologie 96
Beeldvorming 100
Resultaten en evolutie 101
Gerechtelijk onderzoek radicalisme 104
Rechts radicalisme 107
Extremisten in Mechelen? 108
Bomaanslag tegen de politie in Mechelen … 110
V - Verantwoorde politionele infogaring of informatiehuishouding 115
Begripsomschrijvingen 115
Bronnen 116
Zachte informatie 116
Informanten/tipgever 117
Geclassificeerde informatie onderzoeken 117
Informatiedragers 117
Verwerken, analyseren en exploiteren van de informatie 118
Veiligheidsmachtiging 121
Beeld van de infogaring en infostroom bij de politie Mechelen bij aanvang van de Syrië-crisis 121
De waarheid van het blokkeren van de informatierapporten 125
Twee eclatante voorbeelden van manipulaties van zachte info uit het Mechelse 126
Rol van het parket bij het niet doorsturen van de r.i.r.’s 130
Houding van de parlementaire onderzoekscommissie inzak het niet doorsturen van de r.i.r.’s 131
Terugblik 135
Valentijnsnacht 2016 136
VI - Federale taskforce Syrië 139
VII - De vatting van Salah Abdeslam en de aanslagen in Zaventem en Brussel 143
18 maart 2016 143
De aanslagen 143
VIII - Onderzoek Comité P 145
Inleiding 145
De behandeling van mijn eerste klacht 146
Behandeling van mijn tweede klacht 148
IX - De parlementaire onderzoekscommissie 152
Bekendmaking van het eindverslag van de parlementaire onderzoekscommissie 152
Goedkeurig commissieverslag in de kamer van volksvertegenwoordiging 153
Gemiste kans 155
Het Kanaalplan 157
Evaluatie op politioneel luik van het Kanaalplan 158
Parlementaire opvolgingscommissie 160
X - De zaak Dreyfus anno 2016 162
I have a dream … 162
9 augustus 1988 164
Amsterdam … 166
België 166
Vlaamse stoverij 167
De flikken 168
Uitbouw van de loopbaan bij de Mechelse politie 168
Ontstaan problematiek 170
De dropping van de ’verlichte’ manager 173
Ziekteverlof en vertrekt uit de politiezone Mewi 175
Kandidatuur bij de federale cel terro 177
Het vernemen van misschien wel cruciale info 179
In het oog van de storm 181
Klacht met burgerlijke partijstelling 183
Verschijning voor de parlementaire onderzoekscommissie op 5 december 2016 183
Werkhervatting 184
Prelude tot strafonderzoek naar inspecteur Hamid A. 184
De schaamte voorbij 185
Tuchtprocedure/deelname het Frontex-project 190
XI - De Pers 192
Hoe omgaan met de pers? 192
Persvrijheid in Mechelen? 194
Hoe gebruik je een perslek met een mengeling van correct en fake news om een karaktermoord te plegen? 194
Al Jazeera 196
XII - Hoge Raad van Justitie 198
XIII - Resultaten van de gevraagde onderzoeken bij de Hoge Raad van de Justitie en het Comité P 199
XIV - Epiloog 204
XV - Bedanking 207
Michiels, Jan 208
XVI - Bijlagen 209
Colofon
Alle rechten op verspreiding, met inbegrip van film, broadcast, fotomechanische weergave, geluidsopnames, electronische gegevensdragers, uittreksels & reproductie, zijn voorbehouden.
© 2022 novum publishing
ISBN drukuitgave:978-3-99131-200-0
ISBN e-book: 978-3-99131-201-7
Lectoraat:Ine van Gerwe
Vormgeving omslag:Pascal Deloche | Dreamstime.com
Omslagfoto, lay-out & zetting:novum publishing
www.novumpublishing.nl
Bronvermelding afbeeldingen:
P. 1 ©: artikel uit weekblad Knack toestemming tot gebruik journalist en hoofdredacteur Knack
P. 2 ©: eigen foto
P. 3-4 ©: artikel uit weekblad Knack toestemming tot gebruik journalist en hoofdredacteur Knack
P. 5-6 ©: artikel uit krant De Standaard copywright via n.v. License 2 Publih (Brussel)
Toewijding
Opgedragen aanALLEslachtoffers van terroristisch geweld, waar ook ter wereld.
Héél speciaal voor:
De slachtoffers van de aanslagen op de luchthaven van Zaventem en het metrostation van Maalbeek.Voor Hamid, Rahma en hun kinderen; zij hebben veel geleden en verdienen rechtvaardigheid, rust, respect en geluk.En ten slotte ook voor mijn lieve echtgenote Els en mijn familie die me steeds onvoorwaardelijk hebben gesteund tijdens deze helletocht.Citaat
We hebben ons tijdens onze politionele loopbaan steeds laten leiden door drie adagia:
Het denken mag zich nooit onderwerpen,
noch aan de macht, noch aan personen,
noch aan een belang, noch aan om het even wat …
uitsluitend aan de feiten zelf.
Want zich onderwerpen betekent
het einde van alle denken!
(Henry Poincarré)
en:
Diegenen die zeggen dat één standaard zou moeten
worden toegepast inzake de eigen burgers,
maar een andere zou moeten
worden gebruikt inzake vreemdelingen,
vernietigen de gemeenschappelijke
samenleving van het mensenras.
(Cicero)
en ten slotte:
”La vérité existe. On n’invente que le mensonge”1
(Georges Braque, FranseFauvistische schilder)
1 Vertaling: De waarheid bestaat, de leugen wordt uitgevonden
Verantwoording
Waarom, dit boek?
Daags na de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 besloot ik dit boek te schrijven. Ik had het al wel overwogen, maar het schrijven van een boek leek wel een modetrend. Nu, ik voel me zeker geen trendvolger, wel het tegengestelde. Wat trok me dan over de streep? Mijn beslissing om het toch te doen, kan ik bundelen in drie grote redenen, namelijk:
Welk was de reden waarom nauwkeurige informatie over een mogelijke schuilplaats van de meest gezochte terroristen ter wereld maanden opzettelijk werd achtergehouden vanuit Mechelen?Hamid A. was de politieman die de cruciale informatie aanleverde en hij werd niet gewaardeerd. Wel integendeel, hij werd gepest door de mensen die opzettelijk zijn informatie achterhielden. Je kan zijn lotgevallen gerust vergelijken met die van Alfred Dreyfus uit de negentiende eeuw waar ook xenofobie de drijfveer was!De zaak zal ons voeren tot in de hoogste kringen van dit land vooral op politioneel vlak, maar ook op justitieel en politiek vlak … De feiten zijn grof, goor, een rechtsstaat onwaardig.
Ten slotte wil ik ook pogen een beeld te geven van hoe de politie omging met migratie, van de jaren zestig van de vorige eeuw tot na de aanslagen in Zaventem en Maalbeek.Deze terugblik is gebaseerd op onze ervaring als politieofficier in het provinciestadje Mechelen. Er wordt ook een beeld gegeven hoe de moslimmaatschappij in het Mechelse zich ontwikkelde in die periode. Het levert ons een uniek stukje geschiedenis op.
Veel Mechelaars hebben geen flauw benul hoe de moslimmaatschappij zich hier ontwikkelde.
Tot slot voor hen die iets meer willen weten over mezelf.
Ik ben een vierenzestigjarige, geboren en getogen Mechelaar. Vanaf begin 1979 tot en met 2017 ben ik onafgebroken in dienst geweest van de gemeentelijke politie van Mechelen. Ook na de politiehervorming van 1-4-2001 ben ik Mechelen gebleven als lid van de lokale politie. Ik ken het reilen en zeilen in Mechelen, in de algemene zin van het woord.
Ik heb jarenlang gezwegen in de pers uit respect voor het onderzoek. Maar na al die jaren van zwijgen, wordt het tijd de keerzijde van de medaille te tonen. De lezer moet dan zelf maar oordelen. We gaan geen blad voor de mond houden, maar man en paard noemen en in een aantal gevallen ook bewijzen tonen.
De menselijke schade was groot: 32 mensen lieten het leven en we gaan kijken of de aanslagen misschien te voorkomen waren. En heeft de politie lessen getrokken uit de feiten, zodat ze beter zijn voorbereid?
Soms zal de tekst cursief zijn. Dit om reden dat we niet volledig vrijuit kunnen spreken zonder iemands veiligheid in gevaar te brengen of ons beroepsgeheim te schenden.
We rekenen op uw begrip.
I - Vreemdelingenbeleid bij de politiediensten in Mechelen
Het prille begin (1960–1980)
Over dit beleid kunnen we kort zijn. In de jaren zestig en zeventig van vorige eeuw bestond het beleid er enkel in dat de verblijfs- en vestigingsdocumenten van de vreemdelingen in orde waren, meer niet. De werklui werden ”gastarbeiders” genoemd. Ze werden naar onze streken gehaald om hier te werken, ontvingen hun loon en dat was het dan. Men had geen verdere ondersteuning of begeleiding. Deze zou broodnodig zijn geweest, zeker gezien de lage opleidingsgraad van de inwijkelingen en het verschil in cultuur.
De lokale bevolking was niet voorbereid en de ”gastarbeiders” evenmin. Er ontstonden spanningen tussen beide groepen. De inwijkelingen waren enkel mannen, die na de zware labeur ook wel wat ontspanning wilden en zich gingen vermaken in o.a. cafés. Hier ontstonden de eerste wrijvingen met de lokale bevolking en werd een beroep gedaan op de politie. Uit deze periode dateren de ranzige kartonnen bordjes met de tekst:”Défendu aux Nord Africains”.
De politionele tussenkomsten bestonden toen nog in het beslechten van caféruzies, die meestal werden beëindigd met het overbrengen van de ”gastarbeiders” naar het toenmalige commissariaat in de Lange Schipstraat. Van mijn vader, die toentertijd inspecteur–wachtoverste was, vernam ik later dat deze interventies meestal werden opgelost door de inwijkelingen administratief te weerhouden tot de openbare rust was weergekeerd of tot ze ontnuchterd waren. Hij vertelde me ook dat de sukkelaars steeds in de houding ”geef acht” sprongen. Als ze werden aangesproken, luidde hun antwoord: ’Oui, mon chef’ of ’Non, mon chef’ of ’Pas compris’. Tolken waren praktisch niet beschikbaar en er werd langs beide zijden op los geïmproviseerd.
In de tweede helft van de zeventiger jaren was er welgeteld één beëdigde tolk, de in Mechelen legendarische zuster Andrea2.
Deze zuster had zendelingswerk gedaan in Marokko en sprak Berbers, en door haar jarenlange verblijf in Marokko kende de zuster de gebruiken en gewoontes van het thuisland van onze ”gastarbeiders” zeer goed. De kloosterlinge respecteerde en begreep deze mensen op een correcte wijze. De migranten vonden in de zuster een bondgenote die hun problemen trachtte op te lossen. Maar zoals aan elke medaille was er ook een keerzijde. Zuster Andrea was een godsvruchtige vrouw en drinken, vechten, huiselijk geweld of, erger nog, overspel konden volstrekt niet. O wee, de Marokkaanse man die zich schuldig maakte aan één van deze misdrijven. De mannen hadden meer schrik van de zuster dan van de rechter. Toen ik als beginnend wachtofficier begin jaren tachtig van de vorige eeuw een relatief zwaar geval van huiselijk geweld binnen een Marokkaans gezin te behandelen kreeg, smeekte de man me op zijn knieën niet ”de zuster” te vorderen, als tolk. Hij zou royaal een tolk uit Antwerpen betalen … Ik heb de man moeten teleurstellen. Hij heeft de donderpreek van de zuster in het Berbers moeten doorstaan tot het bittere einde toe.
Ik herinner me nog een plezierige anekdote: ik diende een Marokkaanse bestuurder te verhoren die met zijn voertuig achter op een ander voertuig was ingereden in de Rue d’ Aarschot aan het noordstation te Brussel. De man ontkende in alle toonaarden, het was zijn voorganger die achteruitreed. Zuster Andrea vond de uitleg van de man nogal ”raar” en vroeg me wat nadere uitleg. Ik heb de zuster dan uitgelegd, dat de straat zeer gekend was voor raamprostitutie. De man kreeg een heftige uitbrander in het Berbers en verklaarde nederig dat hij ”per ongeluk” in het voertuig van zijn voorganger had gereden.
Zuster Vernaeve is ons spijtig genoeg veel te vroeg ontvallen, dit midden in de jaren tachtig. Zij liet op dat ogenblik een grote leemte achter, zowel voor de toenmalige Maghreb-gemeenschap als voor de politie en justitie. Zuster Vernaeve vroeg voor haar diensten aan Vadertje Staat nooit enige vergoeding, alle kosten vielen ten laste van haar baas (pro Deo). Alle Maghrebijnen uit de eerste generatie en de politiemensen van de gemeentelijke politie Mechelen denken zeker met een warm nostalgisch gevoel terug aan de zuster en haar verdiensten.
Zoals reeds gezegd, beperkte het politioneel vreemdelingenbeleid zich in de eerste jaren enkel tot wettelijk in regel zijn met de verblijfskaarten. Politiemensen in opleiding moesten instuderen hoeveel soorten verblijfskaarten er waren en aan welke voorwaarden men moest voldoen om een kaart te krijgen. Hoe met migranten moest omgegaan worden, was geen politionele prioriteit. Woorden als diversiteit en acculturatie moesten nog uitgevonden worden.
In de jaren 1960-70 waren het vooral mannen alleen die naar hier kwamen om te werken. Het plan was aanvankelijk om slechts tijdelijk te blijven om te werken en nadien terug te gaan naar het thuisland. Ook wanneer er geleidelijk aan gezinnen werden gevormd, werd ook nog gedacht dat het verblijf in België niet permanent zou zijn. De integratie werd hierdoor niet bevorderd.
Door de eerste oliecrisis in 1973, waar de OPEC-landen3de oliekraan hadden dichtgedraaid, veranderde het wereldbeeld. In België en in gans West-Europa vond men dat de migratie uit het zuiden moest stoppen, men had het saturatiepunt bereikt, meende een grote groep. Door de crisis was er ook geen werk meer voor de gastarbeiders. In 1974 werd een strenge migratiestop ingevoerd en ontstonden de eerste ideologische migratiedebatten.
In Mechelen was de stedelijke vreemdelingendienst sinds zijn oprichting in de jaren zestig van de vorige eeuw tot 2001 ondergebracht bij de gemeentelijke politie. Dat dit gebeurde voor zo’n lange periode is eerder uitzonderlijk. Het vreemdelingenregister behoort namelijk tot het domein van de bevolkingsdienst.
Voor de politie was de Mechelse opdeling wel handig, zo hadden we als politiedienst de volgende voordelen: alle vreemdelingen waarvan de verblijfskaart verlopen was, moesten langs het commissariaat komen, en hierdoor konden we een quasi perfecte controle op de verblijfs- en arbeidsvergunningen uitvoeren. Wij hadden 24/24 toegang tot het vreemdelingenregister.
Er waren op de vreemdelingendienst steeds twee politieagenten werkzaam, die hierdoor een jarenlang expertise en een vertrouwensrelatie opbouwden.
In die jaren waren er drie politiediensten actief. De rijkswacht, toen nog een onderdeel van het leger met districten en brigades verspreid over het hele grondgebied van het rijk, de gerechtelijke politie met één eenheid in elk gerechtelijk arrondissement, en de gemeentepolitie waar ik deel van uitmaakte.
Sommigen onder u zullen zich afvragen: wat deden de vroegere rijkswacht en gerechtelijke politie in Mechelen op het vlak van politioneel vreemdelingenbeleid? Wel, ik kan hierover kort en bondig zijn door de befaamde quote van de wielrenner Alberto Contador te citeren: ’0,00 00 00 00 00 5’. Verdere commentaar overbodig.
Het ligt hier niet in mijn bedoeling om een polemiek te beginnen met de oud-rijkswachters. Ik moet ruiterlijk toegeven dat de quote van de wielrenner op andere domeinen dan weer kon gelden voor de oud-gemeentepolitie. In Mechelen kwamen op zeer regelmatige basis zowel de rijkswacht als de gerechtelijke politie info inwinnen bij de wijkpolitie en de vreemdelingendienst.
Migratie is en was als het ware een levende materie, migranten zochten steeds een weg om niet in de illegaliteit terecht te komen. Hierdoor doken er steeds nieuwe fenomenen op, waar noch de politie, noch de maatschappij concrete en correcte antwoorden op had (schijnhuwelijken, asiel, artikel 9 van de latere Vreemdelingenwet, enzovoorts).
De vuile of loden jaren4(de tachtiger jaren van de vorige eeuw)
Op politioneel vlak was deze periode toch wel bijzonder. In het begin van de jaren tachtig voelden we nog sterk de gevolgen van het toenmalig politiek extremisme, zeg maar politiek terrorisme uit de jaren zeventig. Je kan gerust de toenmalige angst vergelijken met de angst en onrust die er heerste tijdens de opkomst van het kalifaat. Er was angst voor de aanslagen, politieke moorden en ontvoeringen.
De belangrijkste politieke terroristen waren: de Rote Armee Fraction (West-Duitsland), Action Directe (Frankrijk ), de ETA (Spanje), de Rode Brigades (Italië), de I.R.A. (Verenigd Koninkrijk) en ten slotte de C.C.C. (Cellules Communistes Combattantes) in ons land. De terroristen pleegden in Europa talrijke aanslagen en moorden. Zelfs in het kleine Groothertogdom Luxemburg werden bomaanslagen gepleegd. De zaak is daar gekend als het bommeleeër5dossier. Op deze wijze creëerden ze een sfeer van angst en onzekerheid, deze terroristen opereerden in landen van oorsprong. Er waren ook wel bindingen tussen deze groepen onderling, zo was er een link tussen de C.C.C. en het Franse Action Directe. Het bestrijden van dit fenomeen was de absolute politionele topprioriteit.
In die periode stak ook nog een ander monster de kop op, namelijk de terreur van de bende van Nijvel. Uit de loop van hun wapens kwam veel ”lood” en er vielen onschuldige slachtoffers.
Ik herinner me nog levendig deze periode, de bende sloeg meestal in het weekend toe. Als piepjonge wachtofficier deed ik toen regelmatig weekenddiensten en ik diende mijn toenmalige assistent tijdens de weekends af te staan voor acties. Hij was toen een van de beste of misschien wel de beste schutter van ons korps.
Het weekend na de bloedige aanslagen in Aalst waren we beiden van dienst. Hij lag gewapend met het enige scherpsschuttersgeweer dat we hadden op het dak van het Mechelse Delhaize-filiaal en ik deed mijn wachtdienst.
Uiteraard werden de activiteiten van de bende van Nijvel binnen politiemiddens druk besproken. Iedereen binnen de politie was ervan overtuigd dat deze bloeddorstige moordmachines uiterst koelbloedig te werk gingen en supergoed waren in de omgang met wapens. Menig politieman had de innerlijke overtuiging dat de leden van deze zogenaamde bende niet behoorden tot de reguliere misdaadscene maar daarbuiten stonden.
Later ontstonden er geruchten over de betrokkenheid van politiemensen, deze geruchten werden steeds sterker en wezen in de richtingen van de rijkswacht.
Feit is zeker dat deze daden ook wel een extremistische, ja zelfs een terroristisch signatuur droegen.
Periode 1980 tot 2001
Met de korte uiteenzetting over de jaren van lood wilden we een tijdsbeeld geven waarin de politie werkte. Het hoeft geen betoog dat de multi-culturaliteit in dit tijdsbeeld geen gunstige voedingsbodem vond. Algemeen gesproken zag men het meer als een last dan als een meerwaarde. En toch was dit decennium belangrijk, namelijk om twee redenen:
het invoeren van de vreemdelingenwet op 15 december 1980en
de aanstelling van een Koninklijk Commissaris voor het Vreemdelingenbeleid.Maar laten we beginnen bij het begin.
De vreemdelingenwet van 15 december 1980 was een echte mijlpaal en bood aan de administratie en politiediensten op verblijfsvlak, een antwoord op een deel van de toenmalige problematieken. Wat er leefde binnen de migrantengemeenschap was zeker nog geen issue op politioneel vlak, niet in Mechelen en ik meen te mogen stellen evenmin op federaal vlak. Daar zou pas verandering in komen in 1989, met de aanstelling van een koninklijk commissaris6voor migrantenbeleid. Maatschappelijk werd de aanstelling van de koninklijk commissaris niet in brede kringen gedragen, dit geldt zeker ook binnen politionele middens …
Ondervonden wij eerstelijns politiemensen op straat iets van deze aanstelling? Neen, niet echt, ik herinner me nog levendig dat ik en mijn ploeg naar een korte opleiding moesten gaan, uitgaande van de koninklijk commissaris. Mijn (onze) politiemensen vonden het geen leuk vooruitzicht. Ik moest toen enkele malen tussenbeide komen wegens ”ongepaste” opmerkingen van politiemensen. Over de opleiding circuleert een filmpje op Facebook.7Het filmpje is zeer leerrijk over hoe de politie dacht en handelde over migranten. Eerlijkheidshalve moet ik wel toegegeven dat de cursus niet echt boeiend was, men kon deze omschrijven als amateuristisch en vol goede bedoelingen, maar dat was het dan ook. Politiemensen kregen geen tools om hun omgang met de Marokkaanse gemeenschap te verbeteren en deze gemeenschap bleef ook in de kou staan. Ook vanuit hun middens kwamen niet echt toenaderingspogingen.
Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 kregen we nog een sterke migratie vanuit het voormalige Oostblok. Op het terrein werd het voor de politiediensten nog complexer. Het fenomeen huisjesmelkerij kende een explosieve groei. Ook maatschappelijk groeiden de problemen.
Een tegenreactie was zwarte zondag in 1991. In mijn omgeving kon ik vaststellen dat er een aantal collega’s keken in de richting van het toenmalige Vlaamse Blok. We moeten hier niet flauw over doen, sommigen trachten een uitleg te geven door deze tendens uit te leggen als een frustratiereactie. Maar voor alle duidelijkheid: het 70-punten-programma van deze partij werkt niet oplossend, wel integendeel.
De oprichting van het centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding in 1992 zou een dam hebben moeten opwerpen tegen de steeds groeiende maatschappelijke onverdraagzaamheid. Of ze daarin geslaagd zijn, zullen we verder in dit boek bespreken.
In Mechelen zag men als centrumstad de asielzoekers toestromen, onze stad ligt op de as Brussel-Antwerpen juist in het midden. De asielzoekers werden in de buurt van het station opgewacht door huisjesmelkers, die hun contractjes aanboden voor een kamer en hen verder begeleidden naar het OCMW (Openbaar Centrum voor maatschappelijk welzijn). Vervolgens brachten ze deze mensen naar hun ranzige kamertjes. De asielzoekers werden dan aan hun lot overgelaten, de huur voor de kamer werd toen rechtsreeks op de rekening van de huisbaas/huisjesmelker gestort door het OCMW. Sommigen van hen werden slapend rijk, ze ontvingen enkele duizenden euro’s per maand. Deze vorm van mensenhandel floreerde zeer goed in de grote steden. De stedelijke politie en vreemdelingendienst hadden een perfect zicht op dit fenomeen in onze stad. De reden hiervoor was simpel, de asielzoekers moesten zich aanbieden met het huurcontract om ingeschreven te worden. We moeten toegeven dat er noch op politioneel, noch op administratief vlak veel gedaan werd. Het zou nog enkele jaren duren voor men dit fenomeen ging aanpakken.
Midden de jaren negentig werd gans het land opnieuw zwaar geschokt door de affaire Dutroux.
Het politieapparaat daverde andermaal op haar grondvesten en kreeg terecht bakken kritiek over zich heen. Een parlementaire onderzoekscommissie onder leiding van Marc Verwilgen kwam tot het besluit dat één van de toenmalige politionele blunders het niet-uitwisselen van cruciale informatie was, dit met verschrikkelijke gevolgen …
Merkwaardig dat bijna twintig jaar later een identiek scenario zou gebeuren.
De zware politionele crisis op het einde van vorige eeuw luidde het einde in van de gemeentepolitie, de gerechtelijke politie en de rijkswacht.
We wensen ook nog even aan te stippen dat Mechelen door sommigen in die periode werd omschreven als het ”Het Chicago aan de Dijle”. Ik heb bijna 40 jaar onafgebroken in Mechelen gewerkt als politieman en dit op alle echelons. In het verleden moesten we als politiemensen onze lippen stoïcijns op elkaar houden als zulk fake news de wereld werd ingestuurd.
Voor de eeuwwisseling had Mechelen problemen. Maar deze problemen waren niet groter of kleiner dan andere centrumsteden, het behoorde gewoon tot het tijdsbeeld.
De Chicago aan de Dijle-vergelijking en de opkuis van Sint Jans Molenbeek zijn kwakkels. Het is het werk van mensen, die situatie misbruiken in plaats van ze echt te willen oplossen. Het richtte schade aan en loste niets op!
Voilà, ik heb mijn punt gemaakt en op nu naar de geïntegreerde politie.
Op 1 april 2001 ontstond de nieuwe geïntegreerde politie waarvan ik deel mocht uitmaken.
Het ontstaan van de cel Vreemdelingen in 2001
Enkele maanden na het creëren van de geïntegreerde politie werd ik in het najaar van 2001 diensthoofd van de wijkpolitie van Mechelen.
Op dat ogenblik zeker niet het meest begeerde postje in het hervormde politielandschap, wel integendeel. Men zag het als een uitboljob. De wijkpolitie werd beschouwd als het ouderlingenthuis van de politie. Er werd neergekeken op de wijkpolitie; de functie van rechercheur was en is zeer gegeerd. Dit had verschillende oorzaken, rechercheurs genoten goede vergoedingen, ze opereerden in burgerkledij en onderzochten alleen belangrijke zaken. Wijkinspecteur was en is nog steeds één van de minst aantrekkelijke jobs, zonder rijkelijke vergoedingen. De wijkagent was en is nog steeds de meid voor alle werk. Men kan de wijkagent gerust de ”de allochtoon” in het politielandschap noemen. Daarbij kwam nog dat enkel de gemeentelijke politie-ervaring had met de wijkwerking. Wijkwerking behoorde niet tot het takenpakket van de voormalige rijkswacht en gerechtelijke politie. Beide hadden op dit vlak geen expertise.
In de pers werd door politici de wijkagent opgevoerd als een belangrijke actor tussen de bevolking en de autoriteiten. Zowel op bestuurlijk als juridisch vlak. Men had een tijdje voor de politiehervorming overwogen om met een sterke financiële premie de functie van wijkagent aantrekkelijker te maken.
Wat bleek na de hervorming; de grote denkers die de politiehervormingen hadden uitgewerkt, waren de wijkpolitie totaal vergeten. Oompje wijkagent stond alleen verkleumd in de kou … Het hoeft geen betoog dat deze verlichte geesten niet uit de gemeentepolitie kwamen.
Alvorens mijn kandidatuur te stellen als diensthoofd van de wijkpolitie had ik enkele lange gesprekken met mijn vader, gepensioneerd wijkinspecteur.
Bij mijn aanstelling als diensthoofd heeft hij me bij de opstart van de wijkwerking binnen lokale politie Mechelen, nog enkele jaren kunnen steunen tijdens de moeilijke beginperiode.
Het belangrijkste punt uit onze brainstorm was en is dat een goede wijkwerking zeer sterk met de diversiteit van de maatschappij rekening moet houden. Heel gemakkelijk gezegd, maar dit uitvoeren in een maatschappij, die sterk getraumatiseerd is, dat was iets anders. De zwarte zondag8en de aanslagen van 9/11 zorgden als het waren voor maatschappelijke ”traumatische syndromen”.
Dergelijke feiten hadden invloed op alle lagen van de maatschappij en versterkten de segregatie.
In deze periode was er binnen de wijkpolitie een klein groepje inspecteurs die zich bezighielden met de thematiek van diversiteit.
Strategisch seminarie in het sportpark De Nekker
In het voorjaar van 2004 startte in het sportpark De Nekker een strategisch seminarie in opvolging van het eerste strategisch seminarie in het domein Planckendael.
In dit seminarie werd het eerste zonaal veiligheidsplan(zvp) van de politiezone Mechelen gefinaliseerd.
Na lobbyen en promoten van ons werk en inzichten op het domein van de vreemdelingenthematiek, kon ik een deel van mijn toenmalige collega-officieren overtuigen dat de thematiek opgenomen werd in het zonaal veiligheidsplan als één van de prioriteiten. Dit liep niet van een leien dakje, het woord diversiteit lokte bij sommige collega’s een allergische reactie. Er werd dan maar geopteerd voor correcte toepassing van de vreemdelingenwet. Ik dacht toen ”what’s in a name”. Ik had het gehaald, zij het maar met de hakken over de sloot.
Ik was en ben de toenmalige korpschef Van Daele Ronny en een deel van mijn toenmalige collega’s nog altijd dankbaar voor hun inzicht, begrip en de geboden kans. Ik heb deze met twee handen vastgegrepen en nooit meer losgelaten.
Samen met twee collega’s schreven we het zonaal actieplan ”Politioneel vreemdelingenbeleid in de zone Mechelen 2005-2008”.
De fenomenen van dit Mechelse actieplan waren illegale immigratie, schijnhuwelijken en de responsabilisering van de allochtone en autochtone gemeenschappen.
Het nationale veiligheidsplan (N.V.P.) behandelde de fenomenen: illegale immigratie, mensenhandel, mensensmokkel en terrorisme.
Het grote verschil tussen de twee plannen was het feit dat wij in Mechelen bruggen wilden bouwen naar de allochtone en autochtone gemeenschappen en hen zagen als volwaardige partners. En voor alle duidelijkheid: ik bedoel hier strikt vanuit onze politionele werking.
De periode 2001 tot 2015
Wanneer in de vijftiger, zestiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw migratiestromen9op gang kwamen, ontstonden er specifieke fenomenen, die hieraan gelieerd waren. Dit zowel bij de inwijkelingen als bij de oorspronkelijke bewoners. De studie van de fenomenen die ontstaan bij het samensmelten van twee culturen noemt menacculturatie. Dit woord heeft een sleutelpositie gehad binnen de werking van de cel Vreemdelingen van de lokale politie Mechelen.
Binnen de cel hadden we ons voorgenomen een vroege detectie van de fenomenen uit te werken met uiteraard oog voor de daders en ook voor de slachtoffers. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, we hadden hiervoor sterke externe partners nodig. Van bij het begin van onze werking werd gestreefd naar het uitbouwen van netwerken en het aantrekken van vertrouwensmensen bij de gemeenschappen in Mechelen.
Hoe gingen we dit aanpakken? Wel, hiervoor gingen we ons verdiepen in de sociaal- culturele achtergronden van de Maghrebijnen. Wanneer we deze basiskennis vergaard hadden, konden we het gedrag van deze mensen veel beter kaderen en begrijpen. Wij probeerden hen uit te leggen hoe politie en justitie werkten. Hierdoor groeide het wederzijds respect en vertrouwen. Dan kwam de volgende stap die moeilijkste was.
Ons wettelijk referentiekader vergelijken met het Maghreb-referentiekader en dan tot een gezamenlijk referentiekader te komen. Dit lijkt misschien gemakkelijk, maar in de praktijk is dit moeilijk.
In onze opstartfase konden we rustig onze inzichten in de praktijk brengen, dit met vallen en opstaan. Soms waren we ontgoocheld in onze partners, een andere keer zij in ons. Maar we kunnen met gerust gemoed stellen dat we nooit ons vertrouwen in elkaar verloren. Pas na enkele jaren begon onze werkwijze zijn eerste vruchten af te werpen. Wanneer ons project op kruissnelheid kwam, hadden we uitstekende relaties uitgebouwd met de Mechelse Maghreb-gemeenschap.
Het hoeft niet gezegd te worden dat deze visie een langetermijnvisie betrof. De politionele wijkwerking en de cel Vreemdelingen waren hiervoor uitermate geschikt als laagdrempelige eerstelijnspolitie.
Maar zoals aan elke medaille was er ook een keerzijde; aan deze wetmatigheid konden we niet ontsnappen. Het was geen sant in eigen land zoals het spreekwoord zegt. We kregen tegenwind van een groep mensen die het polariserend model ”wij/zij” hanteerden; hun onterecht verwijt was dat we te dicht bij de Mahgreb gemeenschap stonden.
