Radical Change - John Bakas - E-Book

Radical Change E-Book

John Bakas

0,0

Beschreibung

In Argentinië loopt een vreedzame demonstratie uit op een bloedige rel, waarbij de mensenmassa uiteengedreven en achtervolgd wordt. Een knappe jonge vrouw die tegen onrecht vecht, ziet een angstige vakantieganger tegen de muur staan. Al vluchtend pakt ze hem beet en sleurt hem met zich mee. Twee weken later zijn ze getrouwd. Haar kersverse echtgenoot keert terug naar Spanje, terwijl zij wacht op haar reisdocumenten. Ondertussen stuurt manlief zijn gierige vader om haar op te halen, met alle gevolgen van dien: knallende ruzies, verwensingen en een reis die haar bijna het leven kost. Ze neemt op een zeer geraffineerde manier wraak. Wie is toch deze rebellerende jonge vrouw?!

Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:

Android
iOS
von Legimi
zertifizierten E-Readern

Seitenzahl: 371

Veröffentlichungsjahr: 2014

Das E-Book (TTS) können Sie hören im Abo „Legimi Premium” in Legimi-Apps auf:

Android
iOS
Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



Radical Change

John Bakas

First edition, April 2014

© Brighton Verlag, Ober-Flörsheim  www.brightonverlag.cominfo@brightonverlag. com

Reproduction allowed only with permission of the publisher

All rights reserved

Cover: Astrid GaviniLayout, Graphic & Design:Ernst Trümpelmann, [email protected]

1. Milkshake

“Nana..nanaa..nana..nanaa..nana..nanaa..nana..nana..na naa.. nana..nanaa...”

Neuriënd en langzaam bewegend staat een vrouw voor de deur op de veranda, een baby in haar armen te wiegen. Door het opkomende zonlicht aan de horizon en haar wapperend golvend haar, gedragen door de spelende bries, is ze vanuit de woonkamer niet herkenbaar. Even verlegt ze het kindje en dan neuriet ze door, om haar baby in slaap te sussen. Ineens schudt de grond heftig. Haar gezang wordt verdrongen door luidruchtig motorgeronk. Het gevolg hiervan is dat een man van rond de veertig, lichtelijk verward wakker schrikt, tot de conclusie komt, dat hij ingedut is geweest en... heeft gedroomd. Zijn blik valt als eerste op een halflege fles in de hand van de jonge vrouw naast hem. De hangende haarslierten en diepe gleuven tussen de groene ogen vormen een decor van opgekropte onstuimigheid op het gezicht van deze nors voor zich uit starende madonna.

“Wees toch een beetje zuinig met het water”, fluistert hij vermanend tegen haar. “Straks is het op en de bus is niet eens halverwege de volgende stop.”

Met een ruk draait ze geïrriteerd haar hoofd naar de man naast zich waarbij het kastanjebruin haar, bij elkaar gehouden door een elastiek tot een slordige staart, een heftige slinger krijgt. Geërgerd en vooral uit protest, waarbij haar neusvleugels even bewegen, neemt zij demonstratief een grotere slok water.

“Ga jij maar weer pitten en laat mij met rust. Ik heb dorst!”, zegt ze verbeten. De man schudt mismoedig het hoofd.

“Ik heb nog niks gedronken”, beweert hij.

“Fijn voor je”, onderbreekt ze hem.

“Jij zou het ook vol kunnen houden of minder drinken. Anders moet ik straks weer water gaan kopen.”

“Ik vind het prima, dan koop je maar weer. Ik heb niet voor deze reis gekozen.”

“Ik heb jullie uitgelegd waarom.”

“Ja, het is goedkoper. Ik weet dat Armando Cavarel vreselijk gierig is. Dus liever deze lijdensweg.”

“Je moet mijn standpunt begrijpen, Vanu. Wees nou een beetje zuinig met het water.”

“Mando, ik drink als ik dorst heb! En ik heb dorst!”

“Allemaal verspild geld”, mompelt Armando teleurgesteld. Hobbelend en schommelend rijdt de stokoude voormalige schoolbus moeizaam voort over de onverharde weg door het eindeloos bergachtig landschap, met achterlating van een spoor van langgerekte stofwolken. Op het dak zit een hoop bagage vastgesjord en het is een wonder dat de body niet spontaan in honderden stukken uit elkaar valt. De motor loopt al geruime tijd onregelmatig en dreigt elk ogenblik de geest te geven met als verlossing de schroothoop.

Achter het stuur zit de chauffeur te dansen en te springen in het ritme van de hobbels en gaten in het wegdek. De reizigers ondersteunen onvrijwillig zijn voorkeur voor beweeglijkheid en protesteren vooral niet op deze lijdensweg, daar er ooit een eind in het vooruitzicht is gesteld.

De reis begon om 00.15 uur vanuit een dorp, 22 km van de stad Tinogasta in de provincie Catamarca in het noordwesten van Argentinië. De eindbestemming van deze volle bus is de stad Cordoba.

Af en toe rijdt een tegenligger voorbij. De ramen worden dan snel dichtgetrokken. Door de hitte in de bus worden ze even later weer opengeduwd waarna de stofwolk, hoewel uitgedund, naar binnen dringt. De busreizigers proberen dan hoestend en proestend hun longen zo goed mogelijk te behoeden voor verontreiniging. Echter, ze kunnen opgelucht adem halen als de bus weer op een stuk geasfalteerde weg rijdt.

Na verloop van tijd bereiken ze de plaats Patquia. Buiten de bebouwde kom stoppen ze een ahlf uur.Vanu staat met enkele vrouwen in de schaduw van een boom te praten.

“Ik kan hem wel wurgen en misschien doe ik dat ook. “Kind, beheers je. Zo kom je niet in Spanje”, zegt één van de vrouwen.

“Ik word gek van deze reis. Een binnenlandse vlucht? Nee, daar is hij te gierig voor. Met het vliegtuig naar Europa binnen een dag? Geen sprake van. Maar wel vier weken op zee met een groot passagiersschip. Dat is goedkoper, vindt hij.Verdomme, mijn handen jeuken om zijn strot dicht te knijpen.” De vrouwen giechelen en ongewild doet ze ook mee.

“Dit wordt een lange reis naar Buenos Aires, meid, sterkte toegewenst”, zegt een andere vrouw.

“Ik hoop dat hij water heeft gekocht. Ik verga van de dorst”, beweert Vanu.

“Hier, drink wat uit mijn fles”, zegt de eerste vrouw terwijl zij Vanu de fles toereikt.

“Hah, lekker… Dank je.”

“Houdt die vier weken op de boot vol, meisje. Als je in Spanje bent, kun je nog altijd tegen de draad ingaan. Jij bepaalt wat je wilt, laat hem maar met voorstellen komen.”

“Dat ben ik ook van plan. Ik zal hem met alle middelen bestrijden. Als ik onderweg maar niet uit mijn vel spring.” De vrouwen giechelen weer, waarbij Vanu haar hoofd in de richting van de winkel draait. “Daar komt meneer de krent aan. Oh, God... hij heeft water bij zich. Welke begenadigde wesp zou hem ineens gestoken hebben?”

De bus bereikt de stad Cordoba laat in de avond. De passagiers die verder naar Buenos Aires reizen, moeten hier in de stad overnachten. En natuurlijk zoekt Armando het goedkoopste pension om de nacht door te brengen. Om 06.00 uur in de ochtend stappen de passagiers in een gereedstaande comfortabele bus om hen naar de grote stad te vervoeren. Deze rit zal dus minder kwellend zijn dan de vorige.

Laat in de middag wordt Buenos Aires bereikt. De bus stopt bij het station, waarna Armando, Vanu en enkele anderen overstappen in een stadsbus die naar de haven rijdt. Na een half uur bereikt de bus het eindpunt dat binnen het havengebied ligt. Met hun bagage lopen Armando en Vanu tussen de menigte mee naar het gebouw waar tickets worden verkocht. Terwijl Vanu in de algemene ruimte toezicht houdt op de bagage, staat Armando in de rij bij de balie om tickets te kopen. Volgens Vanu duurt het vreselijk lang. Maar dan ziet ze hem met gebogen hoofd terugkomen. Vanu wordt onrustig. Gefronst blikt ze naar de naderende gierigaard.

“Nee, dit kan toch niet waar zijn...”, mompelt ze verschrikt.” “Alle cabines zijn bezet”, vermeldt Armando teleurgesteld. “Dan slapen wij maar op het dek”, klinkt ze vastbesloten. “Alle banken en ligstoelen zijn twee dagen geleden al uitverkocht.” “Jassus!”, klinkt het ontdaan. “Had je dan niet gereserveerd? Hoe kon je zo stom handelen!”

“Reserveren kost $ 20”, verdedigt hij zich.

“Is er dan niks vrij?”

“Slechts enkele bruidssuites.”

“En wat nu?”

“Wij gaan terug naar huis en wachten op de volgende boot.” “O nee, dat overleeft mijn moeder niet. En waarschijnlijk jij ook niet”, werpt ze dreigend tegen.“Dan néém je maar een bruidsuite. En ik wil niks horen over duur of goedkoop.”

“Dat wordt moeilijk, daarvoor moet je gereserveerd hebben”, klinkt het verdedigend.

“Dan lieg je maar alles bij elkaar. Ik ga niet terug! Ik wil naar mijn man!”

“Ik zal door de mand vallen als ik terugga. En je weet welke wetten en regels hier gelden. Dit is een streng katholiek land. Je moet getrouwd zijn voor een bruidssuite of een tweepersoonshut.” “Ik ken die schijnheilige zedenwetten en regels ook wel. En ik wil ook niet gearresteerd worden!” zegt ze venijnig.

“Ik wil geen risico lopen om twee jaar achter de tralies te verdwijnen. Zie je die twee agenten daar?”

“Jassus, moet ik dan alles zelf opknappen? Verdomme... kom mee... wij gaan naar een andere balie. Wacht... wacht… eentje wordt afgelost door een vrouw. Kom... kom snel, die andere rij is korter.” Ze haasten zich en staan als vierde in de andere rij. “Ik wil graag een tweepersoonshut”, klinkt Vanu vrolijk als ze aan de beurt is.

“Hebt u gereserveerd?”, vraagt de baliemedewerkster. “Ehhh... nnneee...”, antwoordt Vanu met open mond.

“Tweepersoonshutten zijn uitverkocht”, zegt de medewerkster. “O, jeetje... wat heeft u nog vrij?”

“Emmm... nog... enkele bruidssuites.”

“Wij nemen er één”, zegt Vanu haastig.

“Die moet u van tevoren gereserveerd hebben, mevrouw.” “Ooh, nee... mijn huwelijksreis gaat in rook op”, jammert Vanu. “Mijn droomcruise gaat naar de knoppen. Wat heb ik toch een pech in mijn leven.”

“Ja, ik kan er ook niks aan doen. Wist u dat niet?”

“Nee, dit is mijn eerste cruise. Kunt u alstublieft door de vingers kijken? Wij komen helemaal uit Catamarca.” Vanu’s mondhoeken trekken naar beneden.

“HHgggrem”, klinkt het keelschrapend van achter de balie. Ze kijkt even achterom. “Ik mag dit niet doen, maar... ik zal er één voor u bevestigen... O, hemel... die zijn ook weg... Spijt me.” Ze ziet de tranen over Vanu’s wangen rollen. “Emm, er is nog één optie over. Maar die kunt u waarschijnlijk niet betalen, de royal suite.” Vanu opent direct haar mond, zonder met de ogen te knipperen. “Die nemen we!”, zegt ze kordaat.

“Mag ik uw paspoorten en trouwakte alstublieft?” De paspoorten en de trouwakte worden krampachtig overhandigd. De barmhartige medewerkster schrijft de namen op de tickets. “Armando Cavarel en echtgenote Vanu Mendoza?”, vraagt ze voor de zekerheid onder het schrijven. Vanu knikt snel enkele keren achtereen. Met bonzend hart volgt ze haar handelingen. Hierna worden de paspoorten en de trouwakte teruggegeven. “Dat is dan bij elkaar $10.860. Om 17.00 uur kunt u aan boord gaan. Het diner is om 19.00 uur. Hoe wilt u betalen?”

“Mijn lieve man betaalt met zijn MasterCard, hé Mando...?”, klinkt het zangerig en poeslief, terwijl ze snel terzijde kijkt of Armando al een hartaanval heeft gehad. Ze hoort eerst slechts gesis. “Ehmm... Vanu?”, fluistert hij.“Kunnen wij niet liever...” “Oh, Mando, je hebt het mij beloofd”, onderbreekt ze hem met tranen in de ogen.“Deze cruise zou onze huwelijksreis worden. Schat, je houdt toch van me?”, klinkt ze wat harder om aandacht van anderen te trekken. Om verdere commotie te voorkomen graait Armando knarsetandend de MasterCard uit zijn zak. Vanu ziet hem eerst omkijken naar de agenten en daarna de betaling, nijdig en onhandig, verrichten. Ze omhelst hem hierna. “Je bent de liefste man ter wereld, Mando?”, schalt haar stem, terwijl hij andere glimlachende gezichten ontwaart. Zelfs de agenten lachen mee. Armando is stil, daar gaat zijn geld. Vanu klemt zijn arm vast en trekt hem kwekkend en opbeurend naar de uitgang. En als ze even later buiten staan verandert haar houding.“Ik heb honger en ik heb dorst”, klaagt ze nu met haar normale stem terwijl ze hem loslaat. “We kunnen toch even wachten? Over een uur gaan wij aan boord, dan krijg je gratis eten en drinken.”, zegt hij gebelgd.“Waarom zouden wij nog meer geld verspillen?”

“Oke, wacht jij hier maar rustig af, ik ga naar de overkant in dat eetcafé om voedsel te bedelen.”

Ze laat haar bagage staan en loopt prompt naar de overkant. “Vanu... niet doen, Vanu.. Vanu wacht, wacht... klerewijf.” Vanu hoort het gebrom niet en is al halverwege de overkant. Armando voelt zich noodgedwongen om haar te volgen, dus pakt hij met moeite alle bagage op en gaat haar achterna. Ze heeft al een bestelling gedaan, als hij binnen komt en haar ziet staan. Ze wenkt met haar hoofd zijdelinks terwijl ze twee bekers aangereikt krijgt. “Hij betaalt.” De bekers neemt ze mee. Ze loopt naar een onbezette tafel, ploft neer en laat een zucht ontsnappen. Bedrukt graait Armando geld uit zijn zak.

“Dat is dan samen $ 42,60”, zegt de medewerker achter de toonbank.

“$ 42,60! Waarom kan ik niet in peso’s betalen?”, gromt Armando zacht. Hij wendt zijn hoofd naar Vanu die de andere kant opkijkt. “Internationale haven, meneer. Alles wordt hier in dollars betaald”, antwoordt de hulp.

Nadat hij heeft betaald loopt Armando langzaam naar de tafel waar Vanu zit. Hij zet de bagage op de grond en schuift aan tegenover haar.

“Weet je hoeveel flessen water ik daarmee kon kopen?”, bromt hij kribbig. Ze schuift de tweede beker naar hem toe.

“Hier, deze is voor jou. Je hoeft geen water meer te kopen. Straks krijg je gratis genoeg water om er in te kunnen verzuipen”, beweert ze en zuigt een slokje op met het rietje.

“Allemaal geldverspilling en dit doe je opzettelijk. Geen wonder dat je geen cent bij je hebt. Ik zou graag willen...”, hij zuigt ook een slokje op,“dat.. hé...’t is lekker”, geeft hij toe en kijkt onderzoekend naar de beker.

“Nog nooit milkshake gedronken, Mando?”, vraagt ze grimmig. “Jassus, wat ben jij een vrek.” Ze kijkt hoofdschuddend naar de krent tegenover zich.“Dus je vindt het lekker?”

“Ja, ik vind het lekker. Maar het is zo vreselijk duur.”

“Waarom ik geen cent heb overgehouden, zal ik uitleggen. Ik heb de helft van al mijn geld aan mijn moeder gegeven. Van de andere helft heb ik kleren en make-up gekocht. De rest heb ik aan de bedelaars gegeven. En ik voel voldoening. Jij voelt niets. Je geeft nooit wat aan de armen”, beweert ze. Voordat Armando kan reageren, brengt de cafémedewerker de bestelling die Vanu heeft gedaan. “Hier is uw bestelling, mevrouw”, zegt hij en verwijdert zich. “Heb je ooit gebakken friet met vis gegeten?”, vraagt Vanu terwijl ze Armando gefronst aankijkt.

“Nee”, klinkt het ontkennend, “zijn ze ook zo lekker als die... milksh...”

“Milkshake”, verbetert Vanu hem.

“Ja, milkshake”, zegt hij haar na.

Armando en Vanu eten hun borden leeg. Af en toe kijkt ze hem bestuderend aan. Ze bemerkt dat hij lekker eet, ondanks dat hij een fortuin aan eten en drinken heeft betaald.

“Ik heb lekker gegeten en gedronken”, geeft Armando toe. “Ik ben blij dat je waar voor je geld hebt gehad. En ik ben blij dat wij door het oog van de naald zijn gekropen. Gelukkig hebben jullie dezelfde voornamen en gelukkig interesseerden de geboortedata haar niet. Je hebt grote risico’s genomen om op de bonnefooi te reizen. Je bent enorm stom geweest, Mando. En dat alleen maar om geld te besparen. Vertel mij, hoeveel geld heb je intussen bespaard?”

“Ik krijg een idee”, oppert hij.“Als wij die tickets retourneren, kunnen wij met het vliegtuig naar huis. Ik kom dan $ 6.000 goedkoper uit.” Vanu gaapt hem verbluft aan.

“Je bent een ongelooflijke idioot. Heb je ergens een annuleringsverzekering afgesloten? Is één van ons dood? Ligt één van ons in het ziekenhuis?”

“Nee...”, slaakt hij niet begrijpend.

“Je kunt het schudden. En weet je... ik onderneem niets meer. Het interesseert mij niet hoe jij geld wilt besparen, we zijn nu in elk geval onderweg naar huis.”

“Was je niet bang dat je hier zou stranden?”

“Bang? Ik bang? Luister, Mando... ik kon onmogelijk terugkeren naar huis. Je hebt zes weken bij ons gelogeerd zonder een cent bij te dragen. Je hebt je als een idioot en irritant gedragen. Terug naar huis? Nee, mijn moeder zou het niet overleven. En wat betreft bang, ik heb ontelbare keren met anderen gedemonstreerd tegen onrecht. Bij elke bloedige rel, heb ik gevochten tegen de oproerpolitie en tegen de ME. Ik ben nergens bang voor.”

“En als ik niet zoveel geld had of niet zou betalen?”

“Mando, zelfs iemand als jij met een MasterCard zou betalen. Ik zou vreselijke scènes hebben gemaakt, waarbij ik jou de grond in zou boren en ik zou je hebben gewurgd.”

Iets later lopen ze naar de kade voor de inscheping. Tussen de menigte klopt Vanu hem op de schouder.

“Hoeveel peso’s heb je over?”

“Eh... als ik gewisseld heb ontvang ik zeker € 3,10”, antwoordt hij. “Geef ze maar aan mij”, gebiedt ze terwijl ze haar hand ophoudt. Armando kijkt haar onbegrijpelijk aan, maar merkt ook dat anderen hem gadeslaan. Hij graait met tegenzin in zijn broekzak en overhandigt haar de peso’s. Vanu laat haar bagage staan. “Ben zo terug.” Ze snelt terug naar de vrouw die bij het eetcafé zit te bedelen en geeft haar alle peso’s. Armando staat verstomd naar deze kwelling te turen.

“Je hebt al het geld aan haar gegeven”, sist hij als Vanu weer in de rij bij hem staat.

“Een gift van mijn man, zei ik. Ze heeft jou heel veel geluk toegewenst, Mando.”

Grimmig om deze verspilling pakt hij woedend zijn bagage en doet een stap voorwaarts om aan te sluiten.

2. Met de dood bedreigd

De royal suite bevindt zich op de 10e etage, het hoogste dek op één na. De hoofdpurser, met twee bagagedragers, begeleidt Armando en Vanu naar de suite.

“Ik zal u voorgaan. Aan speciale gasten en vooral pasgetrouwde stellen op huwelijksreis wordt exclusieve service aangeboden”, legt de purser uit. “Op de avond bij de oversteek wordt er op volle zee een speciaal bal georganiseerd ter ere van het bruidspaar in de royal suite. Let op het prikbord in de lounge. Daar bevindt zich ook de eetzaal.” Ze nemen de lift naar boven, lopen door een korte gang en staan voor de deur van de royal suite. De purser haalt de deurpas tevoorschijn. Hij laat Armando en Vanu zien hoe ze de deur kunnen openen. “U steekt de card in dit gleufje en bij groen licht krijgt u toegang. Dat is alles. Kijk, de deur gaat heel gemakkelijk open. De hut is heel royaal en comfortabel. Er bevindt zich een groot ligbad en ook een douche, de wc is apart. De patrijspoorten in deze hut zijn groter dan de rest. En om onze gasten te verwennen hebben wij kort geleden twee ruime tweepersoonsbedden met springmatrassen geplaatst. Ziet u, er is ruimte genoeg. Er staan vier grote hang- en opbergkasten langs twee wanden. Deze bankstellen zijn nieuw en de tv ook. Wij hebben gekozen voor breedbeeld. Op de vloer ligt Perzisch tapijt. U kunt blootsvoets lopen. U kunt ook op het dek via de buitendeuren. U hebt twee telefoontoestellen ter beschikking. De kosten worden achteraf berekend als u de buitenlijn gebruikt. Veel plezier... en er ligt een kaart op de salontafel waarop de maaltijden zijn vermeld. De eetzaal bevindt zich twee dekken lager, heel gemakkelijk te vinden. Volg de bordjes. De boot vertrekt om 24.00 uur.Als u ons nodig mocht hebben, geef gewoon een belletje. Nogmaals, veel plezier.”

“Dank u wel”, zegt Vanu vrolijk.“Deze reis is een cadeau van mijn man. Hij houdt van de zee. Ik weet zeker dat hij heel veel plezier zal beleven.”

In de lounge wordt Vanu’s aandacht afgeleidt door een aangeklede pop in de etalage. Na het diner blijft ze bewonderend staan kijken naar de groene strapless jurk en de juwelen. Daarnaast hangt een beige broek en een bordeauxrood colbert voor de man. Armando is intussen verder gelopen. Als hij merkt dat Vanu is achtergebleven, komt hij even poolshoogte nemen.

“Ga je mee?”

“Eh... Ja”, antwoordt ze dromerig.

Om 24.00 uur vertrekt het schip, vaart de haven en de monding van de rivier uit en neemt de route naar het noorden. Na ongeveer vijf zeemijlen uit de kust gaan de passagiers hun hutten en slaapplaatsen opzoeken. Vanu gaat als eerste naar de badkamer. Armando legt zijn slaapkleren intussen op het bed. Wanneer hij uit de douche komt bemerkt Armando, dat hij zijn pyjama op het bed heeft laten liggen. Dus trekt hij dezelfde kleding weer aan die hij al twee dagen heeft gedragen. Hij doet de deur open en ziet Vanu voor zich staan. Ze duwt prompt een kussen en een deken in zijn armen.

“Hier, zoek maar een slaapplaats ergens op het dek.”

“Wat!”, roept hij verontwaardigd uit.“Op het dek? Maar, waarom?” “Je verdiende loon. Had je eerder moeten reserveren. Deze ruimte is van mij.”

“Van jou? Ik heb anders een fortuin hiervoor betaald! En die bedden liggen mijlen ver van elkaar!”, brult hij.

“Spreek ik misschien een vreemde taal, Mando? Verdwijn!”, krijst ze en duwt hem de deur uit.

“Je bent een gruwelijk vals kreng!”, buldert hij omkijkend. “Fijn, ik ben een vreselijk verwend kreng! Een gemene heks en een grote bitch!” Ze gooit de deur achter hem dicht.

“Wat een vreselijk mens...”, moppert hij rondkijkend. Links bevindt zich een smalle gang naar de buitendeur en in een hoek ontdekt hij een soort nis.

‘s Ochtends, rond zes uur, staat hij weer voor de dichte deur. Hij heft zijn hand op om op de deur te bonzen. Dan verschijnt er een grijns op zijn gezicht.

“Verrek, ik heb de deurpas nog in mijn zak”, fluistert hij. “En die feeks zal nog wel pitten. Ik zal haar dus lekker wakker maken.” Hij bonkt onophoudelijk op de deur totdat Vanu met dichtgeknepen ogen verschijnt.

“Wat ben jij in hemelsnaam aan het doen?”, zegt ze knarsetandend.“Ben je bezig iedereen een hartaanval te bezorgen?” “Welnee, ik ben bezig iedereen duidelijk te maken dat de gelukkige echtgenoot van de royal suite eruit is geschopt door zijn lieve, schattige echtgenote op deze prachtige droomcruise.” Hij loopt door en gooit zich op het bed met de deken over zich heen. Het lijkt alsof Armando net in bed ligt, wanneer hij Vanu’s stem hoort.

“Mando, wordt wakker, het is al laat en ik heb honger!” Zwijgend staat hij op en strompelt naar de badkamer. Even later is hij terug. Vanu staat met gekruiste armen en ergert zich om zijn slome bewegingen.“Kan het wat sneller, Mando?”, klinkt het zeurderig. “Natuurlijk, deze slaaf doet alles wat zijn meesteres hem opdraagt”, verklaart hij humeurig.“Al heeft hij een pissige nacht achter de rug.”

“Voor mij een kostelijke nacht.”

“Ik zie het al voor me, dit wordt een ellendige reis vol kommer en kwel.”

“Dat zal mij een zorg wezen, eigen schuld, dikke bult.” “Hij had er niet bij vermeld dat je harteloos, gewetenloos en doortrapt bent. In karakters verschillen jullie dag en nacht”, klaagt hij. “En hij had mij ook niet verteld dat hij een gierigaard, een vrek of een geldwolf zou sturen om mij op te halen!”, klinkt ze fel. “Ik merk het al, je zult hem snel onder de duim krijgen. En misschien jut je hem op tegen mij. Ik waarschuw je, zo‘n huwelijk houdt geen jaar stand. En dan ben je binnen de kortste keren terug bij je mama. ”

“Je zult wel raar op je neus kijken als het anders afloopt, Mando”, zegt ze nu rustig, “Armand’s liefde voor mij is oneindig. Ik krijg alles gedaan. En jij zult misschien ook nog wel voor mij kruipen.” “Dat heb ik al gemerkt. Laten we gaan, je vergíng toch van de honger?” Ze slenteren naar de lift.

“Mando, je gaat niet naar een begrafenis. Je bent op huwelijksreis, je geniet van deze cruise en je voelt je enórm gelukkig. Tover dus een opgetogen gezicht en gooi af en toe een glimlach naar je medepassagiers”, klinkt het honend terwijl ze uit de lift stappen. “Maar lieverd, ik spring al geruime tijd in de lucht van blijdschap, merk je dat dan niet?”

Elke keer als Vanu de eetzaal bezoekt staat ze stil voor de etalage om te dromen over de jurk. En elke keer hoort ze de stem van Armando:

“Ga je mee?”

“Wat een mooie jurk”, reageert zij eindelijk op de vierde dag. “Ja, maar veel te duur voor je”, antwoordt hij troostend. “Ja, maar wat fantastisch. Wat zouden ze daarvoor vragen?” “Misschien Є 15.000, of zelfs het dubbele”, antwoordt Armando. “Goh, dat verdien ik niet eens in een jaar”, zucht ze.“Was ik maar rijk.”

“Ga je nou mee?”

“Wacht dan, laat mij nog even dromen.”

De volgende ochtend voelt Vanu zich niet lekker. Na het ontbijt brengt Armando brood en thee voor haar mee. Moeizaam gaat het brood naar binnen. Maar de lunch wordt na tien minuten uitgespuugd. Daarna houdt ze niets meer binnen.

“Lieve hemel, je bent zeeziek”, merkt Armando op. “Blijf maar in bed tot je weer gewend raakt.”

‘s Nachts heeft ze vaker overgegeven. En de volgende dag ook. Ze ziet er beroerd uit. En elke keer als ze hem in de gaten krijgt, wordt ze woest.

“Verdorie! Moest ik per se met de boot naar Spanje? Ik ben zo ziek... ugh.” Weer komt er een golf maagsap naar buiten. Voor de zekerheid blijft Armando in de hut slapen op het ander tweepersoonsbed. Elke keer wordt hij wakker en haast zich naar Vanu. Telkens moet hij het spuugbakje leegspoelen. Op de tafel naast het bed staat een drank waarmee ze eventuele vochtverlies zou kunnen aanvullen. Maar helaas wordt alles naar buiten gespuugd.

“Ik denk dat je beter je best moet doen om iets binnen te houden”, merkt Armando op terwijl hij bij het bedeind staat. Dat had hij beter niet kunnen zeggen. Want ze pakt alle spullen binnen haar handbereik om hem ermee te bekogelen.

“Vervloekte klootzak!”, valt ze venijnig uit. “Moet ik lijden omdat jij zo nodig geld wilt besparen? Dit zet ik je betaald, ik pak je een keer terug, ik zal je... ughgr...” Ze geeft weer over.

De volgende nacht. Vanu is verzwakt. Armando blijft die nacht op en om midden in de nacht hoort hij haar kermen. Hij gaat een kijkje nemen.

“Vanu... Vanu?”

“Ohhh... ik wil dood... ik wil dood...”, kreunt ze met gesloten ogen. “Gooi me overboord, Mando, ik kan het niet meer verdragen... wurg me... ik wil niet meer leven...”

“Hier, drink een klein beetje sap.”

Mando tilt haar hoofd iets op en brengt de beker naar haar mond. “Nee, nee, ik ga weer overgeven... ik vermoord je, ik zweer het... ik maak je dood... ik zal je langzaam vergiftigen… ik schiet je dood... een kogel tussen je ogen... ik wurg je… ik steek een mes tussen je ribben... als ik deze reis overleef... let maar op...” Ze kreunt verder... Hij legt zijn hand op haar voorhoofd. Hij schrikt wel even. Ze heeft flinke verhoging. Armando loopt naar het telefoontoestel. Na enkele verbindingen krijgt hij de scheepsarts aan de lijn. “Ze heeft veel vocht verloren”, deelt de arts hem mede na een korte diagnose. “Uw vrouw krijgt door middel van een infuus vocht, voor de zekerheid ook antibiotica en een middel tegen zeeziekte toegediend. Morgenochtend zal de koorts zakken. Maar het lijkt mij beter indien u koude kompressen op haar voorhoofd legt. Ik laat ze u brengen. Over twee dagen kan ze proberen te lopen. Morgenochtend om 10.00 uur kom ik weer even kijken. En wees gerust, ze wordt niet meer zeeziek tijdens deze reis.”

Armando legt koude kompressen op het voorhoofd van Vanu. In feite doet hij alles om haar weer beter te krijgen. Hij geeft haar op advies van de dokter licht verteerbare voedsel. Ze ziet er inderdaad na twee dagen beter uit en hij haalt haar uit bed. Hij legt een arm onder haar schouder als ondersteuning bij het lopen. De ochtend daarna.Armando ligt licht te snurken, heel in de verte hoort hij een prettige stem.

“Mando, wordt wakker, het is al laat en ik heb honger.” Armando is opgelucht. Vanu is weer beter. Hij haalt ontbijt voor haar. Later neemt hij haar mee naar de buitenlucht. Na de lunch staat ze weer buiten bij de reling een frisse neus te halen. En ’s avonds gaat ze mee naar het diner. Ze wordt van alle kanten belaagd met vragen.

“Hoe is het nu met u, mevrouw?”

“Voelt u zich nu goed, mevrouw?”

“Oh, wat leuk, ze is er weer...” Een ouder echtpaar komt naar haar toe. “En, meisje,” vraagt de vrouw,“gaat het nu wel?”

“Ja, redelijk, dank u wel”, antwoordt Vanu vriendelijk. “Goed zo meid, je man was enorm bezorgd om jou. Eet goed en sterk aan, daaaag meisje.”

“Dag, mevrouw”, groet Vanu terug en terwijl de oudjes zich verwijderen blikt ze vragend naar Armando.

“Ja, ze hebben je gemist”, fluistert hij.“Ik heb ze over je ziekte verteld.”

De volgende dag vóór de lunch neemt hij haar mee naar het voorste gedeelte van de boeg. De wind speelt heftig door haar losse haren. Vanu kijkt over de reling en ziet voor de boeg van het schip dolfijnen razend snel vooruit zwemmen. Ze heeft lol, ze lacht... “Kijk, kijk, Mando… dolfijnen... ze zwemmen voor het schip uit! Kijk dan toch.! Oh wat grappig.!” Armando kijkt over de reling, maar heeft toch meer aandacht voor haar schaterlach en gegrinnik. “Kijk, daar gaan ze weer, daar gaan ze weer.!” Ze schatert het uit. Giechelend wendt ze haar hoofd om en ze merkt dat hij haar bewonderend aankijkt.“Wat...?”

“Dit is voor het eerst dat je lacht, sinds ik je ken. Je hebt plezier. Je hebt een smakelijke lach en je gegiechel klinkt als muziek in mijn oren. Ik heb de indruk dat je helemaal geen kreng bent. En ik denk dat je toch een goede keus bent. Ik ben erg blij. Je schaterlach zal thuis als een concert klinken en je glimlach en uitstraling als een zonnetje in huis schijnen. En bewegen met je neusvleugels voordat je wat zegt, vind ik toch zo schattig. Je ziet er anders uit met losse haren.”

Ze knippert enkele malen snel met de wimpers.

“Je overdrijft wel.”

“Nee echt, ik meen het. En knipperen met je ogen, goh... je bent een verdomd knappe griet, Vanu! Armand heeft dus toch goed gekozen.Werd hij gevloerd door je ogen, je glimlach en dat bewegen of spelen met je neusvleugels? Kán niet anders. Ik zou jullie graag gelukkig willen zien. Maar ach, helaas zal ik dat niet lang meemaken.”

“Hoezo? Ga je dan weg bij ons...?” vraagt ze met een verbaasde blik.

“Ach, alle troefkaarten liggen eigenlijk in jouw handen. Kijk... een schot tussen de ogen is zeer effectief. Een mes tussen de ribben houdt de dood enigszins langer buitenhuis. En wurgen?... Ppuhhh... dat kan minuten duren, maar langzaam vergiftigen kan wel dagen tot weken duren.”

Vanu is al lichtelijk aan het giechelen en enkele keren verbergt ze haar mond met de hand om niet in lachen uit te barsten. Ze schraapt haar keel.

“Misschien laat ik je wel langer leven.” Ze giechelt en kijkt af en toe over de reling.

“Kijk eens aan”, vervolgt Armando. “Ik had toch ongelijk, je hebt een goed hart en je bent bijzonder barmhartig. Zal ik een milkshake voor je halen?”

“Eén voor jou en één voor mij”, verbetert ze hem.

“Je overtreft jezelf.” Hij slentert weg. Vanu kijkt hem na. “Sukkel...”, fluistert ze... Ze heeft het niet in de gaten dat twee jonge mannen haar benaderen. Enkele passagiers staan of wandelen buiten gehoorafstand.

“Zozo, jongedame.” Vanu draait zich om. “Ik ben Marcello en hij is Stefano. Het schijnt dat je erg eenzaam en ongelukkig bent met die bejaarde. Met ons heb je zeker plezier. Ga mee naar mijn hut. Met z’n drieën beleef je hemelse grillen. Geloof me, je weet niet wat je mist en je krijgt $ 500 op de koop toe. Nou, daar kan je geen nee tegen zeggen.”

“Laat mij met rust”, zegt ze serieus,“maak dat je weg komt.” “Ach ach, wij kennen dit spelletje al. Je zegt nee, maar meent ja...” “Ik zeg, rot op en laat mij met rust.”

“Dus je gaat wel mee, kom maar.” Daarbij pakt Marcello haar bij de arm. Vanu trekt zich los en sist nogmaals woedend en met afkeer:

“Raak me niet aan, maak dat je wegkomt, verdomme...” Ze kijkt over hun schouders of ze Armando ergens ziet aankomen.

“Die ouwe zak is waarschijnlijk druk bezig verbruikte voedingswaren te verwijderen”, deelt Stefano haar lachend mede.” “Laat mij met rust, arrogante schoft!”, bijt zij Marcello toe.” Al was jij de laatste man op deze wereld, ik zou gillend verhuizen.” “Nou, nou, je bent niet op je bevallig bekje gevallen, schoonheid. Kom toch mee, ik geef je $ 1.000, je ouwe is maar een slapjanus. Wij zijn jong en behoorlijk hard. Zie je deze zonnebril, die kost $ 900, kom mee. Ik bied je zelfs $ 2.000”, lacht hij breed. “Wat is hier aan de hand?” Armando is terug en ziet Vanu’s verontwaardigde ogen. Hij plaatst de bekers op de bank. “Dit smerige zwijn biedt mij geld voor een spetterende wip, Mando”, zegt ze rustig, terwijl zij Marcello geen moment uit het oog verliest.Armando ziet Vanu’s neusvleugels even snel bewegen en vermoedt dat ze iets van plan is. “Ik wed dat je binnen twee minuten bent uitgeteld, vervloekte rat”, snauwt ze Marcello toe. Voordat hij kan antwoorden schiet Vanu’s linkerhand naar voren en plant zich vast in zijn kruis. Marcello tovert een verplichte grimas en krimpt ineen, terwijl een langgerekt kreunend geluid uit zijn strot ontsnapt.

“Hhkkh... verdom... niet doen... hnkhmm...” Hij probeert de pijnlijke greep met beide handen op te heffen. Vanu pakt met haar rechterhand de ringvinger van Marcello en duwt deze naar achteren. Er ontglipt weer een onderdrukte kreet uit zijn keel. Stefano komt in beweging, maar Armando bijt hem toe:

“Eén beweging en je krijgt een gebroken neus cadeau, schoft.” Stefano kijkt beteuterd naar de grote vuist van Armando op ooghoogte in dreunpositie.

“Nou, gore engerd. Heb je nog meer te vertellen?”Vanu knijpt iets harder.

“Hnnhg...nee, nee”, klinkt het schor en steunend. “Laat... hnng... losss.”

“Eerst bied jij je excuses aan, wurm. Vooruit!”

“Sorry... hnnhg... laat nu losss.”

“Ook aan mijn man.”

“Sorry... God... verrrd...”

“Nee, nee... niet aan God, maar aan mijn man. Bied je excuses aan.”

“Heb ik... hnng... al gedaan... verdomme... hnng. Knijp niet harder.. hngng.”

“Je leert het nooit, zwijn. Zeg mij maar na. Hoe sneller je klaar bent, hoe sneller ik je loslaat. Zeg mij na... ik ben een vreselijk verwende rotzak...” Hij aarzelt, waarbij Vanu iets harder knijpt. “Hnng... ik ben een vreselijk... khnng... verwende rotzak”, kreunt hij haastig.

“Ik zal geen getrouwde vrouwen meer lastig vallen.” Hij zegt haar na. “Ik bied u mijn welgemeende excuses aan. U bent een eerbiedwaardige dame.” Snel sist hij zijn spijt uit. “Meneer Cavarel, ik toon diep berouw, omdat ik u en uw vrouw heb beledigd.” Heel vlug zegt hij haar na. Dan trekt Vanu haar hand terug en geeft hem een fikse klap op zijn gezicht.“De volgende keer hak ik hem er af!”, belooft ze dreigend. Verstomd en verbolgen deinst Marcello achteruit met zijn maat en ze nemen snel de benen. Vanu draait zich om en geniet weer van de dolfijnen. Armando gaat bij haar staan met de twee bekers en reikt haar eentje aan. Meteen hoort hij haar weer giechelen. “Kijk, kijk Mando, ze springen en vliegen vooruit!”, gilt ze schaterend en wijst naar beneden. “Dit is de tweede keer dat ik je hoor lachen. Jeetje, je bent een echte lachebek”, zegt hij haar bestuderend.

“Daar gaan ze weer!”, gilt ze gierend uit.

“Als jouw lach door het huis klinkt zal er zegen regenen. Ik weet zeker dat je gelukkig wordt.”

Vanu wendt glimlachend haar hoofd om en kijkt Armando analyserend aan. Haar ogen knipperen snel enkele keren achter elkaar, de neusvleugels bewegen een fractie van een seconde en de glimlach blijft om haar mond.

“Bedankt voor de goede verzorging, Mando.”

“Graag gedaan, mijn lieve.” Hij laat een zucht ontsnappen. Vanu kijkt giechelend weer naar de dolfijnen.

Na de lunch staat ze weer voor de etalage. Armando uiteraard ook. “Wat is die jurk prachtig. En die juwelen, vooral die oorbellen en die bijpassende schoenen... als ik geld had... dan zou ik die jurk beslist hebben gekocht.”

“Ja, die jurk is absoluut een kunstwerk”, geeft Armando toe. Vanu zucht en loopt verder.

‘s Avonds tegen bedtijd pakt Armando een kussen en een deken van het bed.

“Tot morgenochtend Vanu, welterusten.” Hij verplaatst zich richting de deur.

“Waar... waar ga je heen?”, vraagt ze verbaasd.

“Nou, je bent nu helemaal beter. Ik zoek dus mijn geriefelijke nis weer op.”

“Stel je niet aan, Mando”, galmt haar stem en ze rukt de bundel uit zijn handen. “Je hebt al enkele nachten hier doorgebracht, spring maar in je bed.” Ze werpt de bundel op het bed. “Van jou hoef ik niks te vrezen.”

3. Machtige wapens

Het schip doet verschillende eilanden aan in het Caribische gebied. Al twee dagen staat er op het prikbord het geplande bal aangekondigd ter ere van het echtpaar in de royal suite. Na het diner, op de terugweg betrekt Armando’s gezicht.

“Wat kijk je sip Mando, is er wat?”

“Ja,” fluistert hij,“dat bespreken wij in de suite.”

Enkele ogenblikken later zitten ze tegenover elkaar.

“Oké, vertel, wat heb je op het hart?”

“Wij zien enkele onvermijdbare situaties over het hoofd”, zegt hij zorgelijk.“Vanavond, het bal. Heb je de tekst op het prikbord goed gelezen?”

“Misschien niet zo goed, maar vertel wat er mis is.”

“Vanu, er wordt een prijs, een trofee aan het winnende paar uitgereikt. Aan drie criteria moet worden voldaan. Het best geklede paar, het beste danspaar en het meest verliefde stel.”

“Wat is dan jouw probleem?”

“Vanu,” klinkt hij ongeduldig,“wij zijn geen uitzinnig verliefd stel, wij zijn...”

“Dan doen wij alsof, dat gebeurt toch al? Het beste is om mee te doen. Ik wil in elk geval proberen om die trofee te bemachtigen.” “We moeten dan verdomd goed gaan acteren”, zucht hij, “en dát kan ik niet zo goed.”

“Kom op, Mando, je doet het prima.”

“Ik had niet op een dansavond gerekend.”

“Mando, dat bal is toch geen ramp? We hoeven slechts met elkaar te dansen. En doen alsof we een spetterend echtpaar zijn. Die avond zal ook wel voorbijgaan. Maak je niet druk. We redden het wel.” Na het eiland Antigua, begint de oversteek naar Europa. Vanu staat na het diner heel even stil bij de etalage. Ze kijkt niet op, maar vervolgt met gebogen hoofd haar weg.

Terwijl Vanu later haar mooiste jurk op het bed spreidt, beweegt Armando zich naar de deur.

“Ik ben zo terug, ga jij maar alvast douchen.”

“Blijf niet te lang weg, we hebben maar anderhalf uur de tijd.” Wanneer Armando de suite weer binnenkomt, staat de make-up spullen van Vanu gereed op de tafel. De laatste speld steekt ze in haar opgestoken haar.

“Ohhh, lieve help”, roept hij teleurgesteld uit. “Je bent al aangekleed. Dát is jammer.”

“Wat bedoel je?”, klinkt ze verbaasd. “Ik moest mij toch aankle... Wat heb je daar?”

“Emmm.ehhhh... ik heb...”

“Wat zitten er in die kledingzakken?”, vraagt ze nogmaals. “Eh... Vanu?... eh...” Hij legt de kledingzakken op zijn bed. “Ik vroeg mij af... ik wilde... ik zou je graag willen... verzoeken om een andere jurk te dragen. Die zit daar in.”

Vanu begeeft zich nieuwsgierig en argwanend naar de kledingzakken. Ze trekt de rits open en... schreeuwt het uit. “Man... Mando!... Dat is... dat... is de jurk uit de etalage!”, gilt ze met haar handen voor de mond. Armando glimlacht.

“Zou je die willen aantrekken, Vanu? Alsjeblieft, please...?” Vanu staat versteend en verstomd met wijd opengesperde ogen te kijken naar de zeegroene jurk. “Kom, Vanu... doe mij een genoegen en trek je droomjurk aan.” Kreunend buigt ze zich voorover en haalt de jurk uit de zak. Daarna laat ze geleidelijk haar ogen naar Armando glijden. Armando geniet van haar verblufte aanblik. “Waarom... hoe heb je...? Oh, Mando.?” , stottert ze met trillende stem. Armando kijkt lachend toe en gaat verder.

“Ach, Vanu, ik zag jouw ogen glinsteren bij de etalage. Ik zag jouw verlangen elke dag groeien. De laatste keer kreeg ik vreselijk medelijden met je. Je hebt zoveel moeten lijden toen je ziek was. Je was doodongelukkig. Vanaf nu wil ik je lachend en stralend zien, zoals bij de boeg. Gun mij om jou vanavond gelukkig en opgetogen te zien. Dit is jouw huwelijkscadeau. Dat had je van mij nog tegoed.”

Tranen rollen over Vanu’s wangen.

“Die jurk is zo mooi...”, snottert ze.

“Ik ga even buiten staan”, deelt hij haar mede en laat Vanu roerloos en verbluft achter. Tien minuten later hoort hij haar roepen, waarop Armando naar binnen gaat.

“Ik krijg de ritssluiting niet dicht, help een handje.”

“Oké...” Hij verschaft haar de nodige hulp. Ze kijkt in de spiegel. “Ohh... zit als gegoten, Mando!”

“Alsof deze jurk speciaal voor jou is gemaakt. Jouw blote schouders en armen zien er prachtig uit.”

“Zoveel geld... voor een jurk”, zegt ze snikkend.

“Ach... het is allemaal van jullie, Vanu. Waarom zou je er geen gebruik van maken.?”

“Ik... ik sta perplex”, klinkt het steunend.“Ik sta te dromen.” “Helaas lieverd, je bent klaarwakker. Ze staat je bijzonder goed bij je opgestoken haar en je grote groene ogen. Maar... ik vind je toch iets kaal lijken. Hier, doe deze om je hals”, zegt hij terwijl hij iets uit zijn zak haalt.

“Oooohhh!!!” Vanu schreeuwt het uit. Armando legt de smaragdencollier in haar hand. Vanu weet geen raad met haar houding en tuurt lieflijk schuin naar hem met de mondhoeken naar beneden. Armando hoort zachte steunende geluiden, waarna ze in snikkend uitbarst. Even later...

“Jij moet ‘t doen, Mando...”

Armando bevestigt de collier om haar prachtige hals. Zijn hand gaat weer in zijn zak.

“Kijk, doe dit horloge om je linker en deze armband om je rechterpols.”

Zwijgend knippert ze met haar natte ogen en accepteert de polsversieringen. Armando graait weer in zijn zak.“Dit stukje hoort bij de haarscheiding. Je hoofd moet ook versierd zijn.” Daarna haalt hij de bijpassende schoenen uit het net. “Trek deze schoenen aan en ga voor de spiegel staan.” Gewillig doet ze wat Armando verlangt. “Oké, lieverd, zeg me nu wat er ontbreekt.” Vanu kijkt naar haar beeltenis, maar schudt daarna ontkennend haar hoofd. Armando haalt nog iets uit zijn zak en legt dit in haar hand. Ze geeft een gil... de pronkstukken…! De oogverblindende, glinsterende, langwerpige hangoorbellen liggen in haar handpalm... Met grote ogen kijkt ze naar Armando en dan naar de oorbellen... telkens weer... waarbij ze weer in huilen uitbarst. “Lieve Vanu, ik ben heel onhandig met oorbellen, help yourself...”

Binnen twee minuten hangen de oorbellen aan haar oren... Ze kijkt Armando bekoorlijk aan.

“Mando...? Waar is die misselijke onuitstaanbare vlerk gebleven? Wat is er gebeurd met die enge zuinige etterbak? Wat is er gebeurd met die gierige klootzak?”

“Die heb ik allemaal uitgeschakeld, lieve Vanu”, verklaart hij lachend.

“Mijn God, wat ben ik nu blij met jou. Hoe ben je een gierigaard geworden, Mando? In het verleden was je gul.”

“In het verleden?”, klinkt hij verbaasd.

“Iiiikk... eeh... ik bedoeoel... iiikk... je bent niet altijd gierig geweest... toch?”

“Dat klopt, maar dat is een lang verhaal. Ik zal die bewuste dag nooit vergeten. Mijn vrouw was vier jaar eerder gestorven. Armand was zes jaar en had honger. We hadden niets meer in huis. Toen heb ik bij de bakker een stuk brood gestolen. Ik gaf Armand te eten. Ik heb hem daarna water laten drinken en naar bed gebracht. Het hoopje kruimels, dat op tafel was blijven liggen was mijn maaltijd, met veel water. Ik heb toen gezworen dat ik nooit meer in deze situatie wilde belanden. Ik heb daarom noodgedwongen de helft van mijn grond verkocht. Ik heb met het geld succes geboekt. Binnen tien jaar was ik bijna miljonair. Ik ben zuinig en gierig gebleven. Daarom heb ik Armand geadviseerd om te gaan werken. Je weet dat hij nu een succesvolle baan heeft bij een grote bouwondernemer. Zodra hij 25 jaar wordt, erft hij al mijn bezittingen. Dat is afgesproken.”

Ze gaapt hem aan. Dan doet ze enkele stappen naar voren en slaat haar armen om zijn middel. Ze legt haar hoofd tegen zijn schouder en zucht...

“Het spijt me Mando, het spijt me. Ik heb nare en lelijke woorden naar je hoofd geslingerd. Ik was erg bot tegen jou, ik heb je ontiegelijk gehaat, ik kon je zelfs wurgen, ik kon je wel schieten, ik kon je vergiftigen en zelfs overboord gooien. Kun je mij vergeven?” Armando tilt haar kin omhoog.

“Vanu, je hebt mij op een gegeven ogenblik met je stralende lach en glinsterende ogen volledig overrompeld. Je hebt van deze vrek een ander mens gemaakt. En daar ben ik je dankbaar voor. Geloof mij, wij zullen een gelukkig gezin vormen. Ik zal altijd voor jou, voor Armand en voor mijn kleinkinderen klaar staan.” Ze maakt zich ineens los.

“Ik moet mezelf weer opmaken. En jij moet ook nog onder de douche.”

“Eh, ja.. ik denk nog na”, zegt hij treuzelend. Vanu volgt hem niet begrijpend met haar ogen als hij op de bank gaat zitten. Wat nóu weer.

“Hoe bedoel je, je denkt nog even na?” vraagt ze verbaasd. “Ik word waarschijnlijk uitgelachen. Een dergelijke ouwe zak met een oogverblindende jonge vrouw... weet je wat, Vanu? Ga jij maar en geniet van deze avond. Ik ga niet. Zeg maar dat ik me niet goed voel.”

Vanu staart hem ongelooflijk aan. Een geforceerde glimlach verschijnt op haar gezicht.

“Luister, Mando, ik ga naar het bal gearmd mét jou, anders mag die dansavond voor mijn part de pot op! En wat betreft die ouwe zak, kun je hem even aanwijzen?”

“Maar dat is toch zo, Vanu?” werpt hij tegen. Vanu wijst naar de badkamer.

“Jij gaat je nú gereed maken! Stel je voor dat die eikel daar ook komt en mij weer lastig valt.” Armando springt op!

“Hij moet met zijn poten van je afblijven, ik sla al zijn tanden uit zijn bek!”, roept hij woest.