Waarom Geitenkaas - Marije van den Berg - E-Book

Waarom Geitenkaas E-Book

Marije van den Berg

0,0
9,99 €

-100%
Sammeln Sie Punkte in unserem Gutscheinprogramm und kaufen Sie E-Books und Hörbücher mit bis zu 100% Rabatt.

Mehr erfahren.
Beschreibung

Hij heeft het helemaal uitgestippeld, in maximaal 10 jaar opklimmen naar de top, dan zijn eigen toko beginnen en alles beter doen dan deze dodo's. Eerst zijn baas wegkrijgen, dan diens baas, moet te doen zijn. Jammer dat hij niet op de Zuid-as is gaan werken, maar werk gaat vóór vrouwen, nam hij zich voor. Duurt dit nog 10 jaar? Cum laude afgestudeerd, dan moet er toch meer gevraagd worden dan dit? Maar dan zij, meer dan een eenmalige neukpartij. Aan zelfvertrouwen geen gebrek, toch eens kijken of hij daar iets mee kan. Voor kids ofzo…

Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:

EPUB
MOBI

Seitenzahl: 180

Veröffentlichungsjahr: 2019

Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



Inhoud

Colofon 3

Bedanging 5

Opgedragen aan Evelyn 5

Deel 1 7

De ontmoeting 7

Deel 2 97

Verlangen 97

Colofon

Alle rechten op verspreiding, met inbegrip van film, broadcast, fotomechanische weergave, geluidsopnames, electronische gegevensdragers, uittreksels & reproductie, zijn voorbehouden.

© 2019 novum publishing

ISBN drukuitgave: 978-3-99064-710-3

ISBN e-book: 978-3-99064-711-0

Lectoraat: M.Moors

Vormgeving omslag: © Konradbak | Dreamstime.com

Omslagfoto, lay-out & zetting:novum publishing

www.novumpublishing.nl

Bedanging

Opgedragen aan Evelyn

Deel 1

De ontmoeting

***

Milo wordt wakker. Weer verslapen? Mwah, het gaat, zonder douchen redt hij het net om vóór de baas op kantoor te zijn. Pak had hij al klaar gehangen, kam door zijn haar, scheren en klaar. Ontbijten doet hij al niet meer sinds hij begonnen is met zijn baan.

Hij heeft een doel en daar wil hij niet te lang over doen, hooguit 10 jaar. Dan moet hij het hier hebben gemaakt en weg kunnen.

Het begon allemaal in het laatste jaar van het gymnasium, zijn grote plannen. Studiekeuze had hem niet zo geboeid, zijn ouders des te meer. Die hadden zelf wel gestudeerd, maar er nooit het beste uitgehaald, vonden zij zelf. Hij moest dat beter doen, “the sky is the limit” kreeg hij meer dan eens te horen. Wat dat dan ook mocht betekenen…

En toch heeft het hem in beweging gezet, die woorden van zijn ouders en de ambities van zijn vrienden. Blijkbaar wist iedereen al wat ze gingen doen en wisten de ouwelui dat zijn generatie nu écht alle kansen en middelen had om het helemaal te maken, “de volle potentie leven”. Weer zo’n term.

Uiteindelijk begon ook hij zijn toekomst voor zich te zien, dan maar groot dromen, dacht hij. Dus, een nuttige studie, cum laude afstuderen, keuze hebben uit bedrijven die hem wilden hebben en snel naar de top. Van daaruit voor zichzelf beginnen en het beter doen dan het bedrijf, business opzetten, uitbreiden, veel geld maken, om het uiteindelijk te verkopen voor veel geld. En dan klaar. Binnen! En dan… dat was voor later.

Nu dus op naar de top, alles is geoorloofd. Zijn baas gaat het hier niet redden, die wankelt al, dus er komt snel een kans. Zorgen dat ze hem zien en hij zo snel mogelijk vrienden wordt met de top. Misschien kan het wel sneller dan 10 jaar? Als hij binnen een jaar al een managementpositie heeft, lijkt 10 jaar opeens heel lang.

***

Hij had in 6 gymnasium wel een vaag idee wat hij wilde studeren. Hij had de vakken gekozen waar hij goed in was en dat waren er genoeg. Het moest iets met wiskunde worden, daar draaide hij zijn hand niet voor om. En dan toegepast, anders kwam hij straks nog voor de klas te staan als wiskundeleraar! Brr…

Econometrie it is. Beetje nerderig wel, maar met zo’n eenvoudige studie had hij tijd genoeg voor lol daarbuiten. En dat was goed gelukt.

Natuurlijk moest het Amsterdam worden, dat was vanaf zijn 13de al duidelijk. De enige stad waar je het kon maken én lol kon beleven. Econometrie aan de UvA. Klonk goed. En dat was het ook.

Studie bleek inderdaad een eitje, soms nog wat uitgedaagd door een enkele professor die doorhad hoe slim hij was. Verder tijd voor het echte leven in de stad. Om zijn cv op te leuken en voor de contacten leek het Corps Amsterdam hem wel wat. Beetje meebrallen en bij de juiste mensen in het oog springen.

Bleek nog een voordeel aan te zitten; ze konden daar gemakkelijk aan drugs komen. Een handig middel om elk moment weer fris voor de dag te komen, die cocaïne.

Aan vrouwen geen gebrek, nooit gehad trouwens. Nooit langer dan een avond en hooguit een nacht en nooit beloven om ze te bellen. Gewoon eerlijk zijn bleek genoeg. Het lijkt wel of ze eerder met je meegaan als je zegt dat het eenmalig is. Beter nog met hen mee naar huis, dan weten ze niet waar jij woont en je krijgt geen gedoe met haar huisgenootjes. Meer dan één keer is hij met een smoes rechtsomkeert gegaan toen hij het studentenhuis naderde waar zijn meisje voor die avond woonde. Gedoe.

Soms wilden ze pas mee als ze je telefoonnummer kregen. Prima, een extra prepaidkaart en mobiel voor de vrouwen dan maar. Die kon uit.

***

Oké Milo, actie nu. Binnen 5 minuten moet je in de tram zitten. Dan 12 minuten in de tram, precies de tijd om zijn mails te lezen voordat hij uitstapt op Amstel.

Ja, komt later, nee, nee, nee, delete, spam, moet ik meteen naartoe na de lunch. Rond die tijd over de gang lopen, kan hij meteen even buurten bij de secretaresse van het afdelingshoofd. Ik zal haar een keer krijgen, maar niet nu, te vroeg.

Gedoe.

Verder veel onzin waar hij niet om gevraagd heeft. Tijd voor het nieuws, iets spannends? Nee, nee, oh, ah de Russische verkiezingen hebben een verrassende uitslag, NOT.

Amstel, niet zijn eerste keuze. Hij had liever op de Zuid-as gewerkt, maar ja, doel behalen gaat vóór de vrouwen. Ze blijken op de Zuid-as zo eenvoudig te zijn, dat je zelfs in je lunchpauze een wip kunt maken. Zonder gedoe.

En keuze hád hij na zijn studie. Cum laude afgestudeerd, aangepapt met wat hoogleraren die succesvol waren in hun business en de kansen stroomden binnen. Uiteindelijk had hij een lijstje voorwaarden bedacht waar hét bedrijf aan moest voldoen:

• Niet te veel lagen. De top moest binnen bereik zijn.

• Grotendeels mannen, slimme vrouwen keken zo door je heen.

• Traineeship om zelf uit te vinden waar het beste in te stappen.

• Geen goede vrienden om hem heen. Hij moest vrij kunnen doorgroeien zonder vrienden te verliezen.

• Geen gedoe.

Met dit lijstje en zijn contacten was hij na één kort gesprekje binnen bij zijn eerste keuze. En daar werkte hij nu bijna tien maanden.

Zijn manager was een oude knar, die daar ook niet vrijwillig was blijven hangen. Niet heel competent, bevriend met zijn baas en daaraan verleende hij zijn functie. Anders was hij allang pleitte geweest. Het zou niet lang duren voordat hij omvalt. De jonge garde komt eraan en hij weet niet hoe hij ze bij moet benen, laat staan aansturen. Milo en hij waren al eens samen in de kroeg beland, niet toevallig overigens. Daar had Milo na een paar drankjes zijn hele levensverhaal over zich uitgestort gekregen. Ging eenvoudig met een paar goede persoonlijke vragen. Daar besloot hij om op deze afdeling te blijven en zijn volgende positie te pakken.

Nu wist hij dat geld geen issue meer was voor deze man, een paar jaar moest de arme man nog uitzingen tot zijn vervroegd pensioen. Maar hij wist nu ook wat er echt voor zorgde dat zijn baas niet nu al vertrok, zijn vrouw. Beter gezegd, het idee elke dag met haar opgescheept te zitten. Die kon haar klep niet houden, vertelde zijn baas. “Je stopt er een kwartje in en er komt een hoop stront uit”. Hahaha.

Dus moest er een andere reden zijn om die ouwe baas weg te krijgen. En die kwam er, de receptioniste van beneden. Ander bedrijf, zelfde pand.

Liefde op het eerste gezicht noemde zijn baas het. Voor zover je met je l.. kijkt, dacht Milo. Maar het was goed voor hem, alhoewel hij toen nog niet wist hoe hij dat ging klaarspelen, er moest een kans liggen. Stimuleren dus die affaire en ja hoor, dikke mik die twee en niemand die het doorheeft. Hahaha, wel dus.

Hij heeft het al over samen een plekje in de bossen kopen en daar de rest van hun leven… nou ja, je weet wel, bla bla, verliefde ouwemensentaal.

“Waarom niet nu, baas?” vroeg Milo eens hardop. Je had die verliefde pik zijn ogen moeten zien stralen.

En ja hoor, hij is serieus aan het kijken naar een huisje voor hun twee. Zij is al van haar man af dus het kan snel gaan.

***

Zijn ouders zag hij nauwelijks, die kwamen liever niet naar Amsterdam. Geen parkeerplaats en als je die wel had, was je zoveel kwijt dat je voor dat geld net zo goed uit eten had kunnen gaan. En dat deden ze liever. Hun grote hobby, sterrenrestaurants aflopen. Veel geld voor weinig eten, noemt Milo het.

Ze waren trouwens allang blij dat hij een goede baan had, in deze tijd. Dat gedoe van waarschuwingen over de slechte markt voor werknemers heeft hij zo vaak naar zijn kop gekregen. Alleen maar hele positieve verhalen krijgen ze van hem te horen en ze zijn nog waar ook.

Milo was enig kind. Ook daarin hadden zijn ouders niet echt doorgezet, alles voor het gemak zeg maar. Eenvoudige studie, snel aan het werk, beiden werken, zodat er voldoende geld was voor luxe, vakanties, maar vooral vaak eten en drinken met vrienden, vaak, erg vaak. Hij kent uit zijn kindertijd alle slaapkamers van de vrienden van zijn ouders vanbinnen, hij ging namelijk altijd ‘gezellig’ mee. Dat ouders niet snappen dat de volumeknop na een halve fles van het een en ander sterk omhoogging en dat hij vanaf dat moment alles verstond. Bizar, of naïef, of gewoon egoïstisch. Hoe dan ook, hij ontdekte dat zijn ouders het zelf niet zo nauw namen met de normen en waarden die ze hem naar het hoofd slingerden. Gaf hem de ruimte om zijn ouders niet zo serieus meer te nemen. Zij blij, hij blij.

Sommige dingen had hij echter niet willen horen, zoals over de deels onvrijwillige partnerruil van zijn ouders. Zijn vader sprak erover alsof het zijn grootste prestatie ooit was, zijn moeder deed het af als iets waar ze geen nee tegen kon zeggen. Je moet alles een keer meemaken, zei ze. Hij hoort nog de pijn-mix-schaamte in haar stem. Stomme lul, zijn vader.

Vinden ze het gek dat hij helemaal geen zin heeft in huisje-boompje en dan kindje, oeps. En dan iets vinden, poging tot, dat je allebei ‘leuk’ vindt, om de momenten samen uit te kunnen houden.

Het drinken had hij hierdoor wel jong geleerd. Vanaf zijn tiende was hij vaak nog op als de ouwetjes al behoorlijk aangeschoten raakten en dan vonden ze het meestal ‘stoer’ om hem ook kleine bodempjes drank te geven. “De lever trainen” noemden ze het, dussss …

Hij weet zeker dat ze ook niet vies waren van een lijntje op z’n tijd. Dát hielden ze dan wel weer goed verborgen, hooguit één keer had hij gedacht dat zijn vader poedersuiker onder zijn neus had gekregen van een oliebol eten. Niet dat hij oliebollen zag.

Al met al klaagde hij niet hoor, prima jeugd. Heel wat vrienden die er slechter aan toe waren en van alles móesten. Hij had best veel vrijheid gehad, het belang van vrienden leren kennen en zijn ouders waren daarin altijd ruimhartig geweest. Vaak mocht er iemand mee op vakanties en met vrienden op stap en de nacht wegblijven was geen probleem. Even melden waar hij was en klaar.

Ze maken zich gewoon meer zorgen om wat hun vrienden van ze vinden, dan om hun zoon. Dus kregen ze voldoende succesverhalen om hem met rust te laten.

En de was kan hier voor een tientje op de hoek, droog, gevouwen en al mee terug.

Als kind was hij altijd heel relaxed. Vanaf dat hij het zich kan herinneren tenminste. Vaak lachen, veel vriendjes en eigenlijk altijd mensen om zich heen. Zorgeloos was het. Dacht hij tenminste.

Hij was zo ongeveer 12, net 13 jaar misschien toen het zorgeloze wereldje dat hij kende ineens in elkaar leek te storten. Het was meer een implosie dan een explosie. Het sloeg naar binnen en bleef daar in stukken achter.

Het was een dinsdagmiddag, hij weet nog precies waar hij was, aangezien hij die ochtend tijdens gymles zijn tand had afgebroken. Botsing met een jongen tijdens basketbal. Noodbezoekje aan de tandarts dus. Hij was alleen, bij zoiets had hij zijn ouders niet meer nodig, vond hij. Tot zijn moeder opeens naast de tandartsstoel stond. Met zijn mond wijd open keek hij haar stomverbaasd aan. Wat deed zij nou hier?

Had ze nou net gehuild?

Hij had juist zijn mond weer dicht toen ze begon te vertellen, meer stamelen trouwens. Zijn beste vriend…ongeluk…eenzijdig…geen getuigen…dood.

Hij was met zijn fiets gevonden in een greppel op de dijk. Een plek waar ze elke dag fietsten op weg naar school, niets bijzonders. Veel wind op zijn tijd, dat wel, even doorpeddelen en je bent van de dijk af. Ze deden als kind vaak wedstrijdjes wie het snelst tegen de wind in kon fietsen. Milo won slechts één keer, en dat omdat hij om een auto heen kon zonder te remmen. Vanaf hun 4de jaar waren ze beste vrienden. Dat wist hij nog goed omdat de kleuterschool een paar maanden was begonnen toen zijn toen-nog-niet-beste-mattie de klas in kwam. Hij werd voorgesteld, was net verhuisd en de rest boeide Milo niet, deze jongen was top! Net zo relaxed, maar durfde alles. Hij heeft het hem nooit gezegd, dat hoefde ook niet, “best friends for life” zeg je als jongen niet, je weet het gewoon.

Hij gelooft werkelijk dat op dat moment zijn hart meer dan een minuut stil heeft gelegen. Zijn brein ging op hol, dat wel, zijn armen en benen waren met geen mogelijkheid in beweging te brengen en de rest van zijn ingewanden implodeerden dus. Hoe hij thuis is gekomen weet hij niet, zijn fiets stond de volgende ochtend gewoon in de schuur. Hij is een week in bed gebleven. Heeft nog gedacht de dag erna gewoon naar school te gaan, vandaar dat hij zich herinnert dat zijn fiets er stond. Maar in de schuur al ging hij bijna tegen de vlakte, één zwart waas.

Later kreeg hij meer te horen. En o ja, het moet korter dan een week zijn dat hij in bed lag, want hij kan zich de begrafenis nog goed herinneren. Bleh, veel te goed.

Alles is gissen, want ze hebben nooit getuigen gevonden. Ze denken… dat hij in de ochtend op weg naar school zonder licht reed. Ander urenrooster hadden ze die dag. Het was schemering, twijfelachtig of je dan je licht aan moet doen, vonden zij. Er moet iets zijn geweest wat hem van de weg heeft geslagen. Of het een tractor was en hij weggleed, of een auto die hem verraste, of iets anders, misschien viel hij wel in slaap tijdens de saaie rit. In ieder geval, en dat zijn de feiten, is hij in een greppel terechtgekomen met zijn hoofd tegen een lullig paaltje. Onmogelijk om zo’n val niet te overleven, maar hem is het gelukt hoor, nek gebroken.

De grootste parodie ever. Hij, lefgozer nr. 1, breekt zijn nek tegen een fucking klote paaltje.

***

Op kantoor aangekomen, daar zijn we weer. Ja, dat 10-jaren plan moet echt ingekort, want tien maanden lijkt al een eeuwigheid in deze betonnen fabriek. Opgeleukt met een plantje hier en daar en een hele show gemaakt van de koffiecorner. Een superflexibele multifunctionele werkruimte. Ammehoela, koffiehoek waar iedereen gewoon doorroddelt om zijn eigen saaie werkplek te ontvluchten. Weer een ton weggegooid geld. Alleen om de balans wat op te vijzelen.

Goed, toch maar koffie uit die superduper koffiemachine hier. Toegegeven, de koffie is er wel op vooruitgegaan. Het is niet meer nodig op het station bij te tanken.

Aan de slag, mooi, ’t is nog rustig, dus tijd voor een wandelingetje langs de grote bazen. Eens kijken of er eentje in een goed humeur is en hem uitnodigt voor een babbeltje.

O, daar is zijn eigen baas al, best vroeg. Zo te zien komt hij niet van zijn eigen huis vandaan. Zelfde overhemd als gisteren en eergisteren. Zal hij zijn huis al uitgezet zijn? Of heeft hij zelf de knoop doorgehakt misschien? Neuh, dat zal die ouwe baas niet durven, recht in het gezicht van zijn vrouw zeggen dat hij verliefd is op een ander. Hahaha, wel een goed beeld krijgt hij ervan. De furie haalt uit, mis, nogmaals, raak, op zijn bolle blozende wangen.

Oké, aan de slag nu. Nog snel even leuk doen bij de baas en dan naar de top.

Ah, cool, ze zijn er alle vier, waarschijnlijk gaan ze zo vergaderen. Perfect moment. Wat kwam ik hier ook alweer doen, mochten ze het vragen? O ja, even checken of het nieuwe afdelingsvoorstel al op de agenda van deze week staat. Dan kunnen we verder. Wat een topideeën heeft hij toch, altijd op het juiste moment. Bijna alsof het geen toeval is!

The big boss zit aan de telefoon, jammer, dan maar de vice big boss. Die lult je de oren van je kop, het is alleen even zoeken naar nuttige info bij hem. Oh, daar gaat hij al: ja, tjee, eens, zeker, ja, ja? Voordeel is dat Milo zo de tijd heeft om een ingang te vinden om achter de echte agenda van deze man te komen. Koning dubbele agenda is deze. Zal hem niets verbazen als deze er ook een scharrel of twee op na houdt. Maar daar is Milo niet naar op zoek, de echte top behaal je door op te vallen en winst te maken, niet door de hobby’s van zijn bazen te misbruiken.

***

Niet dat er bij hem thuis over gesproken werd, over de dood van zijn beste vriend. Eigenlijk werd er helemaal niet gesproken over dood, of doodgaan, of wat daarna enzo.

“Ja, arme Milo,” dat kreeg hij zeker een jaar lang van zijn ouders en alle andere volwassenen die het wisten naar zijn hoofd.

Arme Milo? Hoezo dan eigenlijk. Mijn beste vriend is dood, die maakt niks meer mee, opeens STOP, dit was het voor jou, meer zit er niet in. Geen vriendinnetjes, geen studie, geen werk, geen drugs. Damn, niet eens echt goed dronken geworden. Hij heeft nooit geweten hoe het voelt om je een echte vent te voelen en de dag erna een kotsend kind. Weg, nutteloos leven, blijkbaar geen doel. Zelfs een afscheid zat er niet in. Arme Milo? En de dode zelf dan?

De begrafenis was ronduit kut. Daar is blijkbaar niet over nagedacht, hoe begraaf je een kind zonder dat het een snotterende jankboel wordt. Hij had geen woord kunnen verstaan van alle goedbedoelde praatjes die vooral familieleden hielden. O ja, de mentor van zijn klas was goed te verstaan, alleen leek die wel een entertainer. Alles voor een traan en een lach, maar meeleven met zijn beste vriend of diens ouders, neuh. Hij had hem wel van die sokkel af willen schoppen.

Ook hem was gevraagd om wat te zeggen. Hij was tenslotte zijn beste vriend. Ergens in zijn dagen in bed had hij de vraag wel meegekregen, maar hij had niet eens gereageerd. Wat denken ze zelf, vertellen wat een geweldige toffe lefgozer hij was? Of hun geheimen prijsgeven? Een beetje op een podium gaan zeggen hoe erg hij het vindt? Hij had er niets bij gevoeld die week. Er was geen gevoel, dus ook geen woorden. Er was geen beste vriend meer, dat was het enige dat hij heel goed wist. Verder was het dood vanbinnen.

Tijdens het praatje van de mentor had hij bijna spijt gekregen. Wist hij veel dat als hijzelf niet zou vertellen hoe zijn mattie in elkaar zat en wat een ongelofelijke topgozer het was, er zulke oetlullen van een mentor zo’n kontverhaal op gingen hangen. Dat had niemand hem verteld! Was hij maar gewaarschuwd. En dan nog, hij had het nooit gekund.

***

Hij was nu 24, op een derde van zijn leven, gokte hij. Al dat gelul over 100+ worden met de nieuwste technologie en ziektebestrijding.

Voor hem niet. Geen gedoe, zeker niet aan zijn lijf. Het liefste stierf hij aan een hartstilstand met zijn lul in een lekker wijf. Op een leeftijd van 74, hooguit 75 lijkt het hem mooi geweest.

Vitaal genoeg om alles nog te laten werken zoals het hoort zonder hulpstukken. Hij had een voorbeeld aan zijn opa. Oud genoeg om het allemaal te hebben gezien en tijd gehad om zijn geld op te maken.

Op een derde, hij wist niet of hij nou op moest schieten of dat tweederde erg lang was. Niet dat hij over dat soort dingen vaak nadacht. Leven doe je nu en morgen is morgen. En het verleden laat je het beste voor wat het is, geweest.

Het enige spiri-spiri gedoe dat hij ooit had gedaan was op de kermis. Of je moet een paar jaar zondagsschool meerekenen met spiri-spiri gedoe. Deed hij niet.

Met klasgenootjes stonden ze voor een waarzegstershokje. Even pauze na twee rondjes kermis. Echt zo’n meisjesding, vond hij. Het leek de groep leuk (lees: de meisjes) om allemaal hun toekomst te laten voorspellen.

Dus zij één voor één naar binnen. Tien euro en je wist hoe je toekomst eruitzag. Eigenlijk wilde hij niet, maar dat zou hij nooit toegeven, niet met de jongens erbij. Hij wilde gewoon per dag leven. Stel je voor dat hij te horen kreeg dat hij nog een jaar te leven had en dat hij een gruwelijke dood zou sterven. Niet met een paaltje of een hartstilstand, maar pijnlijk en langdurig. Oké, stop!

Angst om dood te gaan, ja, doodsangst om pijnlijk te sterven, JA! Stop nou…

Dus hij naar binnen, als laatste. De hoop dat iemand anders zou afhaken en hij niet meer hoefde, was vervlogen. Nee hoor, iedereen leek het ‘leuk’ te vinden. Stelletje naïeve kinderen. Moet je beste vriend doodgaan, dan houdt dat goedgelovige wel op.