Als Rozenbottels rijp zijn - Jolanda Bloem - E-Book

Als Rozenbottels rijp zijn E-Book

Jolanda Bloem

0,0
7,99 €

-100%
Sammeln Sie Punkte in unserem Gutscheinprogramm und kaufen Sie E-Books und Hörbücher mit bis zu 100% Rabatt.

Mehr erfahren.
Beschreibung

Als Marly op zestienjarige leeftijd een meisje ontmoet is het liefde op het eerste gezicht. Ze kan er amper van slapen en ze worstelt in haar eentje met haar verliefdheid. Met niemand kan ze erover praten, dus zal ze dit voor altijd geheim moeten houden. Om haar geaardheid te verbergen jokt Marly niet alleen tegen anderen; het meest nog tegen zichzelf.

Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:

EPUB
MOBI

Seitenzahl: 98

Veröffentlichungsjahr: 2024

Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



ALS ROZENBOTTELS RIJP ZIJN

JOLANDA BLOEM

ALS ROZENBOTTELS RIJP ZIJN

SCHRIJVER: JOLANDA BLOEM

COVERONTWERP: MIJNBESTSELLER

ISBN: 9789403752464

© JOLANDA BLOEM

Proloog

Als je twintig bent en je je hele leven nog voor je hebt, heb je nog niet in de gaten hoe snel de tijd gaat. Naarmate je ouder wordt lijken de seconden sneller te tikken. Voor je het weet vliegen de dagen, weken, maanden en jaren voorbij.

Voor je gevoel heb je de kerstspullen nog maar net naar de zolder gebracht of je kunt ze weer uit de dozen halen.

Toen ik tweeënvijftig was heb ik daarom besloten om het huis niet meer te versieren met kerst. Ik heb al die rotzooi verkocht. Dat was ook de tijd dat de eerste grijze haren in mijn wenkbrauwen zichtbaar werden. Uiteindelijk hou je jezelf natuurlijk voor de gek, want een poos later wist ik drommels goed dat er acht jaren waren verstreken en mijn wenkbrauwen waren intussen volledig grijs geworden.

Mezelf voor de gek houden, daar ben ik overigens een ster in; een kampioen kun je wel zeggen. Van jongs af aan heb ik geleerd dat het niet slim is om naar je hart te luisteren. Dus deed ik wat mijn verstand mij ingaf. Ironisch genoeg bleek dat dat eigenlijk niet echt wijs was.

Maar wat weet je als twintigjarige nu van wijsheid?

1

‘Mam, als je koffie wilt, kun je het pakken, hè?’

Mijn dochter Jinka staat bij het aanrecht brood te smeren en haar man Tim vliegt de trap op om zijn laptop te halen. Ik zit met Jaff aan tafel en snij zijn boterham met pindakaas in stukjes. Als mijn kleinzoon het eerste stukje brood in zijn mond stopt, drukt zijn vader hem een kus op zijn kruin. ‘Goed luisteren naar oma vandaag. 'Dag vent.’ ‘Uhuh,’ zegt Jaff met volle mond.

Jinka krijgt een dikke kus in haar nek en dan gaat Tim naar zijn werk. Tien minuten later is ook mijn dochter naar haar werk vertrokken en terwijl de kleine jongen zit te eten, zet ik een kopje onder de koffiemachine.

Ik gluur op het briefje dat Jinka voor me heeft achtergelaten.

Alleen de donkere handdoeken hoeven gewassen te worden op 40 graden. Jaff fruit geven om elf uur.

Doosje muurspijkers 30mm halen bij de bouwmarkt.

Ben rond twee terug.

Peace of cookie, denk ik en ik ga weer bij de keukentafel zitten om mijn kleinzoon gezelschap te houden. Hij is drie en op woensdag en vrijdag pas ik op hem. Dat zijn de dagen dat mijn dochter als adviseur bij een woningcorporatie werkt. Ze helpt huurders om geschikte kleuren en materialen te kiezen voor hun nieuwe woning. Ik woon een straat verderop en Jinka en Tim zijn twee maanden geleden in dit nieuwbouwhuis komen wonen. Morgen wil Tim wat dingen aan de muur hangen, dus gaat oma straks even met Jaff achterop de fiets naar de Hubo.

Ik kijk op de klok. Het is nog niet eens acht uur.

‘Is het lekker, lieverd?’

Jaff is lekker aan het smakken en ik geef hem zijn beker met melk aan. ‘Uhuh. 'Hmm.' ‘Oma zal eens even Googlen hoe laat de Hubo open gaat.’

Ik gris mijn gsm uit mijn tas en zie dat de winkel om half negen open gaat. ‘Mooi, dan kunnen we dat eerst gaan doen,’ zeg ik meer tegen mezelf dan tegen Jaff, maar hij reageert meteen.

‘Jaaaa.’

Als hij klaar is met eten, ruim ik de boel op. Wat een heerlijke luxe is dat toch zo’n vaatwasser, denk ik.

‘Mondje hoon.’ Jaff steekt zijn handen in de lucht en denkt waarschijnlijk dat het washandje zo aan komt waaien.

‘Heel goed van jou. 'Eerst moet jouw mondje schoon, hè?’

Ik pak een washandje uit het kastje boven de gootsteen, haal het onder de warme kraan en geef het aan mijn kleinzoon.

‘Zo,’ zegt hij als hij zijn gezicht uitgebreid heeft schoongemaakt.

Als we een poosje later op de fiets zitten, brandt de zon op mijn voorhoofd. Shit. Helemaal vergeten om Jaffy in te smeren met zonnebrandcrème.

Gelukkig hoef ik niet ver te fietsen en hopelijk vangt hij genoeg schaduw doordat hij achter mijn rug zit.

Bij de Hubo til ik Jaff uit het stoeltje en loopt hij aan mijn hand de winkel naar binnen. ‘Kijk, zo'n bankje heeft oma ook,’ zeg ik tegen hem als ik een houten tuinbank zie staan. ‘Ja, oma die ook.’ En hij rukt zich van mij los om op de bank te gaan zitten. Ik grijp in mijn tas om een foto van hem te maken.

‘Leuk voor mama. Een foto.’

Jaff hoort me niet. Hij is afgeleid omdat hij met de groene kussentjes speelt die op de bank liggen. Hij stapelt ze op en dan legt hij zijn hoofd erop. Als hij grijnst maak ik een foto.

‘Kan ik u helpen, mevrouw?’

Een vriendelijke jongeman is bij ons komen staan en lacht naar Jaff. ‘Ja, misschien. Ik zoek muurspijkers van dertig millimeter.’

‘O, dat is hier om de hoek. 'Loopt u maar even mee.’

Ik kijk naar mijn kleinzoon die zich op het bankje heeft neergevlijd. ‘Blijf jij op het bankje zitten,Jaff?' Oma loopt even met deze meneer mee en komt zo terug, 'oké?'

‘Oké.’

Als we het hoekje om zijn gelopen, tilt de jongeman een paar doosjes uit het rek, kijkt op het label en legt ze vervolgens weer terug. ‘Hmm, dertig millimeter zei u, hè? Ik zie ze niet zo. Maar het kan zijn dat ze ergens achter staan. Ik kijk even voor u. Momentje.’ Hij bukt zich en haalt een paar doosjes uit het rek, zet ze op de vloer, duikt met zijn hoofd in het rek en na een poosje heeft hij een doosje gevonden.

'Dit zijn ze. Er staat er nog maar een, dus u heeft mazzel.’

Ik bedank hem vriendelijk en loop weer terug naar het midden van de winkel.

De groene kussens liggen naast de tuinbank en Jaff is nergens te bekennen. Verdorie, waarom heb ik hem ook niet meegenomen.

Op een draf loop ik door de winkel om elke gang te checken. ‘Jaff!’ roep ik, maar er komt geen antwoord.

Ik kijk naar de uitgang. Hij zal toch niet naar buiten zijn gelopen? Ik raak lichtelijk in paniek en besluit de kassière te vragen of ze een blond jongetje heeft gezien. Nee is het antwoord.

Dan loop ik verder naar achteren en als ik helemaal achterin de winkel ben, zie ik Jaffy op een van de toiletten zitten die er uitgestald staan.

Als hij me ziet heeft hij een big smile op zijn rood gezicht en zijn korte broek hangt op zijn enkels. O, nee!

‘O, Jaff. Hier kun je geen poepie doen, maffie. Deze toiletten zijn…’ ‘Oh my God,’ klinkt het achter mij.

Een jong meisje van een jaar of achttien, waarschijnlijk een stagiaire, slaat haar handen voor haar mond, draait zich om en rent weg.

Nog geen twee minuten later hoor ik een stem door de speakers in de winkel roepen: ‘Graag twee emmers water bij sanitair. Twee emmers water bij sanitair!’ Ik voel plaatsvervangende schaamte en trots tegelijk.

Schaamte, omdat mijn kleinzoon zijn grote boodschap op een plek heeft gedaan waar het niet hoort en trots, omdat het ventje nodig moest en het netjes op een wc doet. Weet dat arme jochie veel dat het toilet niet bruikbaar is. Hoe kan hij dat ook weten op zijn leeftijd?

‘Niet papiel.’ Jaffy is klaar en kijkt om zich heen.

‘Nee, hier is geen wc-papier. 'Oma gaat jou thuis in bad doen.’ En ik help hem zijn broek omhoog te doen.

Het meisje komt aangelopen met twee emmers water en kijkt me bestraffend aan. ‘Het spijt me verschrikkelijk,’ zeg ik oprecht. ‘Hij ziet het verschil niet.’ Vanonder haar dikke zwarte wimpers kijkt ze me boos aan.

‘Dan mag u hem wel iets beter opvoeden!’

Nu haalt ze toch echt het bloed onder mijn nagels vandaan.

Jaff schrikt van haar felheid en verstopt zich achter mijn rug.

‘Zeg jongedame, wees blij dat ie niet op dat tuinbankje heeft zitten kakken!’ Als antwoord krijg ik een vuile lach cadeau.

Ik pak Jaff bij zijn handje en loop naar de kassa.

Thuis stop ik hem in bad, spelen we met memorykaarten tijdens zijn fruithapje en daarna stop ik de handdoeken in de wasmachine. Als Jinka terug komt uit haar werk hangen de handdoeken buiten aan de lijn te drogen. We drinken koffie aan de keukentafel en ik luister naar de verhalen van Jinka over haar werk. Als ze me vraagt hoe het vandaag gegaan is, zeg ik niets over het ongelukje in de Hubo. Soms mag je best eens een geheimpje bewaren.

2

6 juni, 1965

Witte maillots, een zwarte rok en een spierwitte blouse. Mijn haren waren zorgvuldig door mama gevlochten. Ik zag er netjes uit toen we de kerk verlieten. Iedere zondag gingen we na de kerkdienst naar tante Wil om daar koffie te drinken. Soms speelde ik met mijn tweeling neefjes, soms was ik ze even zat en maakte ik een wandeling. Zo ook deze dag.

Achter het huis van tante Wil kwam je, als je langs de speeltuin liep, uit in een park met lindebomen en rozenbottelstruiken. Als ik eraan denk, kan ik ze nog ruiken. Die zachte, zoete zalige rozengeur.

Sinds er internet is en ik de website van Google kan vinden, weet ik dat de rozenbottel een deel van een roos is en dat hij symbool staat voor het vinden van de ware. Ik was zestien en wist dat toen allemaal nog niet. Afijn.

Die dag was het bewolkt en ik liep zonder jas door het park.

Toen ik naar de roze bloemen van de rozenbottelstruik stond te kijken, begon het te regenen waardoor de geur nóg intenser werd. Precies op dat moment kwam zij aan gelopen: Jetta; een blond meisje van mijn leeftijd in een bruine jurk met zwarte laarzen. ‘Woon jij hier?’

Ik keek in haar smaragdgroene ogen en was op slag verliefd.

‘Uh nee,’ stamelde ik, volledig van mijn stuk gebracht door haar schoonheid. Zo moet God het beeld van een vrouw voor ogen hebben gehad toen hij Eva schiep, dacht ik. Golvende lange haren, een paar zomersproetjes en een volle rode mond. De welvingen onder haar jurk trokken mijn aandacht en ik schrok van mijn ontdekking. ‘Ik ben op visite bij mijn tante.’

Ze lachte en mijn hart begon keihard te bonken in mijn borst.

Het zweet stond in mijn handen toen ze mij een hand gaf en zich voorstelde. ‘Marly.’ Zo stelde ik me aan haar voor.

‘Wat een prachtige naam,’ zei ze en ik dacht: O, hou op. Mijn hart kan het elk moment begeven.

‘Dank je wel.’

Verlegen sloeg ik mijn ogen neer.

‘Zullen we een eindje met elkaar lopen? Ik woon daar in dat witte huis.’ Ze wees naar het huis dat ik al vaker had gezien. Ik had me zelfs al afgevraagd wie er zou wonen.

Hoe het kan weet ik niet, maar we waren al zeker honderd meter verder gelopen toen ik de geur van de rozenbottel bloemen nog steeds rook.

We praatten over school en ze vroeg of we vaker konden afspreken om een wandeling door het park te maken.

Tegen de tijd dat ik weer bij het huis van tante Wil was, had ik blijkbaar nog steeds rode wangen want mama riep meteen dat de wandeling me goed had gedaan zo te zien. De drie nachten die daarop volgden, kon ik maar moeilijk in slaap komen omdat ik het beeld van Jetta op mijn netvlies had.

Alles wat er gezegd was, herhaalde ik nog eens door het hele gebeuren als een film in mijn gedachten af te spelen.