Erhalten Sie Zugang zu diesem und mehr als 300000 Büchern ab EUR 5,99 monatlich.
De waanzinnige zoon Als Debby en Ellen drie overnachtingen hebben geboekt in een kasteel, worden ze verliefd op het landgoed en de prachtige suites. Ze worden op hun wenken bediend door de vriendelijke butler en het uitzicht vanaf het balkon is perfect: een hardwerkende, sexy tuinman die zich in het zweet jaagt. Als ze tijdens een bezichtiging een man tegenkomen die beweert een prins uit de zestiende eeuw te zijn, hebben ze buikpijn van het lachen. Het duurt niet lang voordat die buikpijn andere vormen gaat aannemen. Iets met vlinders. Een heerlijke feelgood roman waarin het heden en het verleden elkaar verweven worden.
Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:
Seitenzahl: 143
Veröffentlichungsjahr: 2024
Das E-Book (TTS) können Sie hören im Abo „Legimi Premium” in Legimi-Apps auf:
De waanzinnige
zoon
Schrijver: Jolanda Bloem
Coverontwerp: Mijn bestseller
ISBN: 9789403736624
©Jolanda Bloem
Twee vriendinnen, een kasteel en een halve gare die beweert een prins uit het jaar vijftienhonderdvierentwintig te zijn.
Als Debby en Ellen drie overnachtingen hebben geboekt in een kasteel, worden ze verliefd op het landgoed en de prachtige suites. Ze worden op hun wenken bediend door de vriendelijke butler en het uitzicht vanaf het balkon is perfect: een hardwerkende, sexy tuinman die zich in het zweet jaagt. Als ze tijdens een bezichtiging een man tegenkomen die beweert een prins uit de zestiende eeuw te zijn, hebben ze buikpijn van het lachen. Het duurt niet lang voordat die buikpijn andere vormen gaat aannemen. Iets met vlinders.
Een heerlijke roman waarin het heden en het verleden met elkaar verweven worden.
Proloog
Op vierentwintig februari van het jaar vijftienhonderd werd in ‘Het Prinsenhof’ te Gent (Oost-Vlaanderen), Karel van Luxemburg geboren. Zijn moeder bevalt van hem op het toilet. Hij was de eerste zoon van Filips de Schone en Johanna van Castilië, ook wel bekend als Johanna de Waanzinnige. Het Prinsenhof was een reusachtig paleis met meer dan driehonderd kamers, een dierentuin en een lusthof.
In het jaar tweeduizenddrieëntwintig is er behalve ‘het Donkere Poortje’ weinig meer over van het hof. In een ander kasteel vindt dan een ontmoeting plaats tussen twee vriendinnen en een hoffelijke man met blauw bloed. Rechtstreeks ontsnapt uit het gesticht, als je het Debby vraagt. Als Ellen hem aantreft in de specerijenkamer, doet de geur van kaneel en de tintelende smaak van chilipeper haar verlangen naar meer.
1
Gent, België april 2023
Nadat we twee uur in de auto hebben gezeten, neemt Debby de afslag naar het tankstation. Als we tot stilstand zijn gekomen en Debby uit de auto stapt om haar oude gele kever vol te gooien met benzine, ga ik wat verzitten omdat mijn billen doof aanvoelen van het lange zitten op de autostoel. Debby tikt met haar ring op het raampje van de passagiersdeur en ik kijk op. Ze maakt een vuist en brengt hem naar haar mond, dan draait ze haar pols heen en weer: het gebaar duidt op de vraag of ik koffie wil. Hevig knikkend met mijn hoofd zie ik haar lachend weglopen. Als ze terugkomt, open ik de deur en duwt ze mij twee kartonnen bekers in mijn handen. ‘Heet hoor,’ waarschuwt ze. Ik kijk of ik de bekers ergens kwijt kan als Debby naast me in de auto komt zitten. ‘Wat moet je toch met zo'n oude bak? 'Ik kan nergens die bekers kwijt.’ Deb begint te lachen, draait het sleuteltje om van het dashboardkastje, trekt het open en zegt: ‘At your service madam.’ Ik klem de bekers voorzichtig in het zwarte rubber terwijl Debby de auto start. ‘Hoor die motor eens, El. Wat een heerlijk geluid! Dat hoor je niet bij een nieuwe auto. 'Doe mij maar een oude bak,’ zegt ze en dan rijdt ze weg. Als we de snelweg hebben bereikt, vraagt Debby om haar koffie.
‘Hier,’ en ik geef haar de beker.
‘Hmm, heerlijk bakkie. 'Dat gaat er wel in.’
Ik draai me om en grabbel in de plastic tas die op de achterbank ligt. Ik pak de broodtrommel eruit, haal de deksel eraf en geef mijn vriendin een sandwich.
‘Je verwent me. 'Wat is het?’ Ze trekt haar wenkbrauwen omhoog.
‘Pittige kip met sla.’
‘Zalig.’
Ruim een uur later hebben we onze bestemming bereikt en rijden we het landgoed binnen. Met een pruttelende motor parkeert Debby de auto op de grote parkeerplaats. Het kasteel dat in de verte te zien is, lijkt op het eerste gezicht kleiner dan op de foto's die wij hebben gezien. Ik pak mijn verrekijker uit mijn rugtas en dan stappen we uit de auto. ‘Wauw, vet! 'Moet je kijken. 'Toch wel een joekel, hoor!’ en ik overhandig Debby mijn verrekijker. Ze grijpt hem handig uit mijn handen.
‘Zo, wat groot! 'Allemachtig El, ik heb er reuze zin in!’
Met onze rugtassen op onze ruggen trekken we elk een rolkoffer achter ons aan het grindpad op. Als we bij de gietijzeren poorten komen, staan daar twee oudere mannen met grijs haar in zwarte kleding en ze dragen beiden een baret. Met strakke gezichten en armen als rechte planken langs hun lichamen, kijken ze voor zich uit. Als we door willen lopen, zegt een van de twee: ‘Boekingsnummer alstublieft.’
Debby trekt aan de schouderriem van haar rugtas en als ze haar tas te pakken heeft, haalt ze een papiertje uit het voorste vakje. Ze geeft het aan de man en nadat hij het papier vluchtig bestudeerd heeft, drukt hij er een stempel op en geeft hij het terug aan haar.
‘Een prettig verblijf,’ zegt de andere man en hij geeft me een vette knipoog. Daarna vervolgen we onze voetreis over het lange pad dat ons entree geeft naar het kasteel. Ik pak alvast mijn mobiele telefoon uit mijn broekzak omdat ik het kasteel wil fotograferen. ‘Ik ben echt benieuwd hoe onze kamer eruit zal zien,’ zeg ik mijmerend en ik denk aan de foto's die we gezien hebben op de website. Debby zet de pas er goed in en ik kan haar amper bijhouden.
‘Ja, ik ook. Ze zijn allemaal verschillend hè? 'Ik hoop iets met goudkleur enzo.’
Als we vlak voor het imposante kasteel staan, roept Debby enthousiast uit:
‘O, kijk dan! Schilderachtig mooi! 'Net een sprookje!’
Ze doelt op de torenhoge roze stokrozen die de voorgevel van het kasteel bedekken. Debby werkt als verkoopster bij een tuincentrum en bloemen en planten zijn haar passie.
‘Romantisch!’ zeg ik. Debs ogen worden groter.
Aan de linkerkant van het gigantisch gebouw is een stenen kasteeltoren te zien die meters boven het adellijk huis uitsteekt. We kijken naar de middeleeuwse kerker die onder de middelste toren zijn plaats heeft gekregen. ‘Kijk die kantelen dan!’ roept Deb. ‘Ontelbaar.’ De rondingen van de torens maken het tot een traditioneel geheel. Als we via de hoge houten deuren naar binnen lopen, komen we in een gigantische grote ruimte terecht waar tientallen portretten in goudkleurige lijsten aan de muur hangen. Het plafond is metershoog en er ligt een roomkleurige marmeren vloer. Hier en daar staan houten zuilen met vazen en Debby duikt meteen met haar neus in de bloemen om te ruiken of ze echt zijn. ‘Ik hou van margrietjes en hortensia,’ zegt ze, terwijl ze de witte bloemetjes schikt. Er klinkt een droge kuch en ik kijk op. Een blonde vrouw van middelbare leeftijd komt in een middeleeuws kostuum naar ons toe gelopen. Dat moet de kasteelvrouwe zijn. 'Goedemorgen, dames. 'Kan ik jullie ergens mee van dienst zijn?’
Ik kijk naar de bordeaux kleurige jurk die prachtig afsteekt bij de spierwitte blouse die ze eronder draagt. Dan bewonder ik het groene borduursel dat op haar jurk precies bij haar taille zit. ‘We hebben een kamer geboekt’, zegt Debby en ze geeft haar het papiertje.
‘Hebben jullie een identiteitsbewijs meegenomen?’ vraagt de vrouw en ze steekt haar alvast hand uit om onze papieren aan te nemen. We geven haar onze id-pasjes en de vrouw kijkt van de pasjes naar ons.
'Uitstekend. 'Lopen jullie maar mee.’
2
De rondleiding die de vrouw ons gaf was fantastisch. We zijn begonnen bij de wijnkelder, waar honderden flessen wijn gerangschikt lagen in koloniale wijnrekken. Daarna mochten we een kijkje nemen in de bakkerij, de keuken, de operakamer en de wasserij. Bij elk vertrek hoorde een verhaal en we luisterden aandachtig naar wat de vrouw ons vertelde. Sommige suites in het kasteel zijn nog voorzien van originele haarden en een kamer wordt gebruikt als stijlkamer voor gasten. Het was erg donker, de wanden waren bekleed met donkergroen behang en er hingen donkerrode gordijnen voor de hoge ramen. Aan het plafond hing een kroonluchter van glas. Op de twijfelaar lagen goudkleurige kussentjes, precies zoals je het in een kasteel verwacht. Ik verheug me erop om onze kamer te zien, maar voordat dat gebeurt worden we naar de eetzaal gebracht. Het is een gigantische ruimte met zo'n dertig tafels, die allemaal zijn bedekt met een wit tafelkleed. Het ziet er schoon en netjes uit. Op iedere tafel staat een goudkleurige kandelaar met drie witte kaarsen erin. In een hoek staat een houten bar die gebruikt wordt voor het ontbijt. Aan het einde van de bar staat een vaas met verse rode rozen. ‘Prachtig,’ zegt Debby, die zich staat te vergapen aan de rozen. Ze drukt haar neus in een bloem. ‘Hmm.’ De vrouw geeft Debby een zwarte sleutel en het kaartje dat eraan hangt, geeft aan dat wij kamernummer veertien hebben gekregen.
‘Ontbijt kan tot tien uur genuttigd worden. De kasteeltuinen en de vertrekken beneden zijn vrij toegankelijk. Alle suites boven zijn privé, behalve jullie eigen. Ik wens jullie een plezierig verblijf in het kasteel,’ zegt de vrouw en dan bedanken we haar voor de rondleiding.
‘Oh my God. Wat romantisch!’ roep ik als we onze kamer binnenkomen. De wanden zijn bekleed met olijfgroen behang en in het midden staat een groot hemelbed dat met spierwitte draperieën doet denken aan een prinsessenbed. Voor het lange raam staat een witte kaptafel, in een hoek staat een roze sofa en in de badkamer staat een bad op pootjes. ‘Ja, deze kamer is echt prachtig,’ zegt Debby en ze opent de deur die naar het balkon leidt. ‘O El, moet je kijken!’ Ze hyperventileert bijna van opwinding. Ik steek mijn hoofd om de hoek van de deur en verwonder mij over de grootte van het balkon. Je zou hier vier grote zwembaden kunnen plaatsen. Ik stap naar buiten en loop naar het muurtje dat aan de bovenkant afgewerkt is met gietijzeren spijlen. Ik kijk naar beneden en mijn ogen worden verwend met een schitterend uitzicht: een keurig groen gazon met ronde vormen, omringd door de mooiste bloemen die ik ooit heb gezien. Dit is nog maar een van de tuinen: achter de bomen is een tuin zichtbaar met honderden buxussen die in ronde vormen zijn gesnoeid. ‘Ga je mee naar buiten?’ vraagt Debby. ‘Ik moet dat van dichtbij bekijken.’ Ze staat te dribbelen als een jonge pup die moet plassen. Ik loop de kamer in en haal mijn verrekijker uit mijn rugzak. Dan loop ik weer naar buiten en geef hem aan haar.
‘Hier, zo zie je het van dichtbij.’ Ze grist de verrekijker uit mijn hand en houdt hem voor haar ogen.
‘Alexander Fleming,’ zegt ze dromerig.
Ik kijk of ik een knapperd zie, maar ik zie alleen maar een ouder echtpaar lopen.
‘Zie jij hier in België nu werkelijk een bekende?’ en ik gluur over het muurtje naar beneden.
Ze begint te lachen en zegt:
‘Nee joh. 'Die roze pioenrozen bij die heg daar, links.’
Dan valt het kwartje en moet ik ook lachen.
‘Hmmmm,’ vervolgt Debby.
‘Alweer een pioenroos?’ vraag ik.
‘Nee, een lekkere tuinman!’
Ik grijp de verrekijker uit haar handen en kijk door het vergrootglas.
‘Gatver, wat een macho. 'Veel te gespierd als je het mij vraagt.’
'Wat? 'Hij is zo hot!’
‘Wat zal er eigenlijk op het menu staan? Ik begin trek te krijgen.’
‘Zie je nu wel dat hij lekker is,’ zegt Deb lachend.
Er wordt op de deur geklopt en als ik de deur heb geopend sta ik oog in oog met een grijsharige man in een zwart livrei. ‘Goedemiddag, ik ben Ronaldo, de butler. Zijn jullie iets nodig?’ WTF. Een butler? Ik ben een beetje flabbergasted door zijn komst. Een persoonlijke butler is wel het laatste dat ik had verwacht. ‘Uh, een paar van die dikke badlakens zou fijn zijn.’
Hij loopt naar de gang en komt terug met een stapel witte badlakens.
‘Alsjeblieft en mochten jullie gebruik willen maken van mijn diensten, bel dan 123. Het nummer staat ook op een briefje dat aan de kledingkast hangt. Ik ben beschikbaar tussen twee en tien uur.’
'Vet! 'Super bedankt,’ zegt Debby die achter me is komen te staan. Een half uur later zitten we in de eetzaal aan witte wijn te nippen. We hebben allebei het dagmenu besteld:lentesoep en kip malaga. Als de soep wordt gebracht door een jongeman in een kostuum, krijgen we de slappe lach omdat zijn wit overhemd uit de gulp van zijn groene wijde broek steekt. Zijn gezicht staat strak, hij steekt de kaarsen aan en vertrekt weer. Twee tellen later komt hij terug en zegt: ‘Bon appetit.' Dan loopt hij op een stuntelige manier weg. Debby kijkt naar hem, verslikt zich in haar wijn en begint te hoesten. Ze krijgt tranen in haar ogen en ik kan niet stoppen met lachen. Als de hoestbui over is, maken we plannen voor de komende dagen. Het is hier zo groot dat ik blij ben dat we een lang weekend hebben geboekt. We hebben het er al heel lang over gehad om eens naar een kasteel te gaan en eindelijk is het zover. Dit moet je gewoon een keer gezien hebben in je leven. Omdat heel veel details in de vertrekken hun oorspronkelijke vorm hebben behouden, is het een lust voor ogen. Als je alleen al door de eetzaal loopt, voel je je net een gravin. Het feit dat het personeel in middeleeuwse kostuums rondloopt, versterkt dat gevoel. Het eten smaakt verrukkelijk. Het sausje dat bij de kip werd geserveerd is zo lekker dat ik hoop dat morgen weer kip malaga op het dagmenu staat. ‘Is alles naar wens?’ vraagt de ober.
‘Heerlijk!’
‘Willen de dames nog een toetje na?’
Deb laat haar vork vallen en duikt onder de tafel. Ik zie dat ze een lachbui heeft en ik antwoord: ‘Mogen we bedanken?’
Als we terug zijn op onze kamer, gaat Debby languit op het grote bed liggen en draai ik de kraan in de badkamer open, omdat ik wil genieten van een bad. Een kwartier later lig ik in het heet water en blaas ik de vlokken schuim van mijn armen. ‘Dit is echt zalig, Deb!’ Ik krijg geen antwoord. Ik vermoed dat Debby in slaap is gevallen. Ik steek mijn been omhoog en kijk naar mijn teennagels. Jammer dat ik geen nagellak remover mee heb genomen, want mijn nagels zien er echt niet uit. Mijn been begint koud te worden dus ik laat hem weer in het water zakken. Ik had mijn gsm moeten meenemen naar de badkamerommuziek te luisteren, denk ik. ‘Hij is toch echt wel lekker hoor!’ roept Debby ineens en ik schrik van haar stem.
‘Huh?’
‘Die tuinman!’ .
Ik klim uit het bad en droog me af. Hmm, wat een zalig zacht badlaken. Even later kom ik met mijn badjas in de kamer en zie ik Debby met mijn verrekijker op het balkon staan. Ik schiet in de lach en zeg:
‘Is die man nu nog aan het werk?' Jeetje zeg, het is zeven uur!’
‘Hij loopt net weg,’ antwoordt Debby met een pruillip en dan loopt ze naar de badkamer om zich te douchen. Ik laat me op het bed vallen en steek mijn neus in een hoofdkussen. De zoete geur van wasverzachter dringt diep in mijn neus en ik sluit mijn ogen. Ik weet zeker dat ik vannacht heerlijk zal slapen in dit bed. Als Debby klaar is met douchen, gaat ze naast me liggen. ‘Ik lust nu wel wat appelsap. 'Jij ook?’ vraagt ze.
‘Ja, lekker.’
Ze drukt op de toetsen van de telefoon die op het nachtkastje naast het bed staat en bestelt iets te drinken voor ons. Nog geen tien minuten later wordt het door Ronaldo gebracht. Ik neem een paar slokjes en niet veel later val ik in slaap. De volgende morgen staan we om acht uur fris en fruitig in de eetzaal om te ontbijten. De ontbijtbar ligt vol met verse broodjes, vlees, eieren en kaas. Overal ligt vers fruit en rauwkost en er is keuze uit allerlei soorten kwark en yoghurt. Ik pak een dienblad, schep wat kwark in een kommetje en leg er een mango naast. Dan loop ik naar de koffiemachine, pak een kopje en druk op het cappuccino knopje. ‘Wil je ook?’ vraag ik aan mijn vriendin die met een vork een plak kaas van een bord peutert.
‘Hmm cappuccino, lekker.’ zegt Deb en ik pak een kopje en druk opnieuw op de knop. Als we bij een tafeltje gaan zitten en ik naar het dienblad tegenover me kijk, zeg ik: ‘Zo, jij bent uitgehongerd.’
Debby knipoogt en zegt:‘Dat is onze lunch.’
We genieten van het ontbijt en als Debby de broodjes met kaas in een plastic zakje heeft gedaan, stopt ze het in haar rugzak. ‘Kom, we gaan.’ Ik volg haar naar de ontvangsthal. Als we voor een grote poster staan waarop een plattegrond is afgebeeld, pak ik mijn gsm uit mijn broekzak en maak ik notities. Na ongeveer tweehonderd meter lopen komen we aan bij een grote schuur waarvan de houten deuren wijd openstaan. Op een bord is te lezen hoe men vroeger de stal gebruikte als smederij voor het beslaan van paarden met nieuwe hoefijzers. Dit werd gedaan door de dorpssmid. In het midden van de schuur maakt een travalje
