0,49 €
In 'Bezoek aan den berg Athos' wordt de lezer meegenomen op een spirituele reis naar de heilige berg Athos, een plaats van groot belang voor de orthodoxe christelijke traditie. Het boek is geschreven in een poëtische en contemplatieve stijl, waarin de auteur zijn persoonlijke ervaringen en observaties combineert met diepgaande reflecties over geloof, traditie en monastieke levensstijlen. De rijke beschrijving van de kloosters en hun broeders biedt niet alleen een venster naar een unieke cultuur, maar ook een onderzoek naar de zoektocht naar zingeving en espiritualiteit binnen het moderne leven. De literaire context plaatst het werk binnen de traditie van reisliteratuur en religieuze reflectie, waarbij de auteur de lezer uitdaagt om na te denken over eigen spirituele waarden en overtuigingen. De anonimiteit van de auteur voegt een intrigerende laag toe aan het boek, waardoor de boodschap meer op het universum van ervaring dan op individuele autoriteit is gericht. Met een achtergrond in de religieuze studies en een diepgaande waardering voor de mystieke tradities van het Oosters Christendom, was de auteur in staat om op authentieke wijze de essentie van de berg Athos te vangen. Deze combinatie van persoonlijke ervaring en academische kennis biedt een rijk palet dat de lezer meeneemt in de geest van de plek. 'Bezoek aan den berg Athos' is een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in spirituele verfijning, religieuze geschiedenis of de kracht van contemplatie. De lezer wordt uitgenodigd om niet alleen de woorden op zich te laten inwerken, maar ook hun eigen levenspad te reflecteren tegenover de subtiele wijsheid van Athos. Dit boek vormt een waardevolle gids voor zowel de geestelijke als de intellectuele zoektocht naar geloof en betekenis in de hedendaagse wereld. In deze verrijkte editie hebben we zorgvuldig extra waarde gecreëerd voor uw leeservaring: - Zorgvuldig geselecteerde Gedenkwaardige citaten benadrukken momenten van literaire genialiteit. - Interactieve voetnoten verduidelijken ongewone verwijzingen, historische allusies en archaïsche uitdrukkingen voor een soepelere en meer geïnformeerde leeservaring.
Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:
Veröffentlichungsjahr: 2023
Op de noordelijkste der drie landtongen, waarmede het oude Chalcis in de Aegeïsche zee vooruitsteekt, verheft zich, hoog boven de blauwe wateren, een breede, statige berg, bij de oude als de berg Athos bekend, en in later tijd Monte-Santo of Heilige-berg bijgenaamd, vanwege zijne uitsluitend uit geestelijken bestaande bevolking. Onder het byzantijnsche rijk hebben deze monniken krachtig medegewerkt tot de letterkundige en artistieke beweging, die de Renaissance voorbereidde, en nog heden ten dage bezitten zij rijke boekerijen, en is de berg de zetel van eene eigene schilderschool.
Tijdens mijn verblijf in Griekenland, had ik het voornemen opgevat, dien berg met zijne aloude kloosters te bezoeken; en na mij te Konstantinopel voorzien te hebben van een aanbevelingsbrief van den patriarch, zonder welken men gevaar loopt door de monniken minder goed ontvangen te worden, verliet ik, den 9den Mei 1858, met mijn vriend S.... en den drogman Voulgaris, de voorstad Pera. Wij wilden per boot naar Salonika gaan, en vandaar over land de reis naar den berg Athos voortzetten.
Twee dagen later zeilden wij kaap Kara-Bournou om, en voeren de kalme baai binnen, waaraan Salonika, in haar gordel van hooge, met bolwerken voorziene muren gevat, ligt, leunende tegen de zacht glooiende berghelling. Salonika, het oude Thessalonika, dat nog in zijn naam de herinnering bewaart aan de overwinning, door Filippus van Macedonië op de Thessaliërs behaald; Salonika heeft, hoezeer ook van zijne vroegere grootheid vervallen, nog een voorkomen van schoonheid en aanzien behouden, dat een zonderlingen indruk maakt bij de zoo blijkbare teekenen van achteruitgang en kwijning. De haven is eenzaam, de reede ledig; de vruchtbare grond is onbebouwd en overal doorsneden met vuile poelen en stinkende moerassen, waaruit verderfelijke dampen opstijgen. Ook hier blijkt de waarheid van het grieksche spreekwoord: waar de Turk de voeten zet, verdort de aarde.—In de warme zomermaanden ontvluchten de inwoners, voor zoover zij maar eenigszins kunnen, de ongezonde stad, waar moorddadige koortsen woeden, en begeven zich naar eene voorstad, ten westen van Salonika gelegen, en Kalameria (Schoonoord) genoemd. Daar prijken de berghellingen, langs de bochtige oevers van den Vardar, met fraaie boschages van platanen, en ademt men eene frissche gezonde lucht in.
Eene lange, breede, regelmatige straat, die, evenwijdig met de zee, van het oosten naar het westen loopt, verdeelt de stad in twee helften. Deze straat is ter wederzijde omzoomd met winkels, en loopt aan de beide einden op een poort of triomfboog uit; in de onmiddellijke nabijheid dezer straat bevindt zich de bazar. Al het leven der stad heeft zich op dit punt saamgetrokken; hier is drukte en beweging, hier handel en bedrijf; de overige straten zijn smal, stil, en dikwijls steil in de rots uitgehouwen. De menigte, die zich in de groote straat en den bazar beweegt, wedijvert in smerigheid met deze lokaliteiten zelven; zij bestaat voor een zeer aanmerkelijk deel uit Joden. Te midden der in het zwart gekleede Grieken en Bulgaren, is de Jood dadelijk kenbaar, niet alleen aan zijne eigenaardige gelaatstrekken, maar ook aan zijn katoenen tulband, en aan zijn met bont omzoomd vest. De joodsche vrouwen dragen op het hoofd een soort van vergulden diadeem, waaraan een doek van lichte stof is bevestigd, die onder de kin wordt toegeknoopt, zoodat van het haar niets zichtbaar is. Een lang wollen kleed met franje, onder de borst saamgehouden door een gordel met gouden gesp, doet de vormen des lichaams voordeelig uitkomen, en laat de met sierlijke muiltjes geschoeide voeten bloot.
Salonika, dat hoogstens eene bevolking van zestigduizend zielen telt, bezit niet minder dan zeven-en-dertig moskeeën, waaronder tien oude christelijke basilieken, die door toevoeging van minarets en sarraceensche portieken in muzelmansche bedehuizen zijn herschapen. Een Jood, die op den hoek eener straat een bankierskantoor hield, was bereid ons als gids te dienen, en bracht ons naar Sint-Demetrius (Kas-soumihié-Djami) in de wijk Eski-Akapoussi.
Deze oude basiliek werd in het begin van de achtste eeuw gebouwd op het graf van den heiligen Demetrius, die ten jare 307, te Thessalonika den marteldood onderging. Volgens de overlevering, welde uit dit graf een stroom van heilige olie, die op den dag zelf, waarop Sultan Amoerad zijn intocht in de veroverde stad hield, eensklaps ophield te vloeien. De imans hebben dit graf in eere gehouden, en toonen het nog, in een der hoeken van de moskee, aan de bedevaartgangers, die daarvoor eene zekere vergoeding moeten geven. Voor de kerk bevindt zich een kleine vierkante voorhof, met vijgeboomen beplant. Vandaar treedt men in het voorportaal, waar vroeger de catechumenen en allen, die om eene of andere reden van de gemeenschap aan de heilige mysteriën waren uitgesloten, zich ophielden. De deuren der eigenlijke kerk werden alleen geopend gedurende de preek, die aan de mis voorafging, en die ook tot de ongeloovigen, de boetelingen en de catechumenen was gericht: zoodra de mis begon, werden de deuren gesloten. Boven dit voorportaal (narthex) bevond zich de vrouwengalerij, die nog in de meeste grieksche kerken gevonden wordt.
Twee rijen groenachtig marmeren kolommen verdeelen de basiliek in drie schepen; het oude koor wordt door vier zuilen van rood egyptisch graniet omgeven. De vloer is met wit marmer geplaveid; de muren zijn met porfier ingelegd; eikenhouten binnenwerk, voor zoover het zichtbaar komt, is onbeschilderd en zonder ornament.
Dicht in de nabijheid van dit heiligdom staat de oude kerk van Sint-George, Ostendji-Effendi, bij het volk onder den naam van de Rotonde bekend, van wege haar ronden vorm. Hier toont men u nog een marmerblok, zoogenaamd verde anticho, waarop volgens de overlevering, de Apostel Paulus zou hebben gestaan, als hij te Thessalonika predikte. Dit bedehuis, inwendig met mozaïeken versierd, is stellig een van de oudsten der christenheid. Waarschijnlijk was het vroeger een heidensche tempel; maar de mozaïeken zijn ongetwijfeld van christelijken oorsprong. Overigens zijn deze mozaïeken, uit het oogpunt der kunst, zeer middelmatig, en kunnen zij in geenen deele wedijveren met die van de kleine, voormalige kerk van Sinte-Sophia, door Justinianus gebouwd. Mij zijn weinig schooner overblijfsels van de oude christelijke kunst bekend, dan de mozaïeken van dezen fraaien en zuiveren koepel der Sinte-Sophia. Vijftien figuren, meer dan drie ellen hoog, zijn in het rond geschaard. Zij stellen de Heilige-Maagd voor, tusschen twee engelen, en de twaalf Apostelen. In het midden zweeft Christus in een glorie; daaronder dit opschrift: “Gij, galileesche mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, die van u weggenomen is in den hemel, zal alzoo wederkomen, als gij hem hebt zien heenvaren.”—Zonderling genoeg, hebben de Turken dit prachtig mozaïek op gouden grond gespaard.
