Buig voor me - L. Z. Hammond - E-Book

Buig voor me E-Book

L. Z. Hammond

0,0
3,99 €

-100%
Sammeln Sie Punkte in unserem Gutscheinprogramm und kaufen Sie E-Books und Hörbücher mit bis zu 100% Rabatt.

Mehr erfahren.
Beschreibung

Rowan Spencer heeft haar rijkeluisleventje een paar jaar geleden de rug toegekeerd. Veel liever wilde ze lerares Engels worden dan in de voetsporen van haar vader treden en hun adellijke titel hooghouden.


 


Van een armzalig docentensalaris rondkomen in Londen valt echter niet mee, dus als haar huisgenoot en beste vriendin Shanna voorstelt om te solliciteren op een bijlesbaan voor een jeugdig lid van een notoire yakuzaclan kan Rowan de verleiding van een riant salaris maar moeilijk weerstaan. De Japanse maffia betaalt een stuk beter dan haar huidige school.


 


Al snel blijkt echter dat de grootste verleiding de kop opsteekt in de vorm van Kaede Suzuki, de onuitstaanbaar arrogante en sexy oudere halfbroer van haar bijlesleerling. Hoewel ze weet dat ze maar beter mijlenver bij hem uit de buurt kan blijven, kan Rowan niet helpen dat ze enorm geïntrigeerd raakt door Kaede. Of Kye, zoals zijn Engelse vrienden hem noemen.


 


Is er een toekomst met Kye Suzuki mogelijk als zijn verleden hem tot zo'n moeilijk te doorgronden man heeft gemaakt? Langzaam maar zeker beseft Rowan dat er geen weg meer terug is voor haar… Of voor haar hart.


 


Trigger warning: milde dubcon.

Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:

EPUB
MOBI

Seitenzahl: 280

Veröffentlichungsjahr: 2024

Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



Buig voor me

L Z Hammond

Buig voor me

is een uitgave van

Dutch Venture Publishing

Copyright © 2024 Dutch Venture Publishing

Auteur: L Z Hammond

Omslagontwerp en binnenwerk: Jen Minkman

Tekstredactie: Jen Minkman

Eerste uitgave januari 2024

NUR 343

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Inhoudsopgave

Titelpagina

Copyright Pagina

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 7

Hoofdstuk 8

Hoofdstuk 9

Hoofdstuk 10

Hoofdstuk 11

Hoofdstuk 12

Hoofdstuk 13

Hoofdstuk 14

Hoofdstuk 15

Hoofdstuk 16

Hoofdstuk 17

Hoofdstuk 18

Hoofdstuk 19

Epiloog

Hoofdstuk 1

‘The next station is Clapham North,’ kraakte de oeroude speaker boven Rowans hoofd. Ze zat ongemakkelijk, met haar rechter bil nog net op een bankje. Dit moest wel een van de oudste metrostellen zijn die nog rondreden in Londen – de bankjes zagen eruit alsof ze al sinds de jaren zeventig niet meer waren schoongemaakt. Helaas waren mensen ook een stuk kleiner geweest in de jaren zeventig, dus de gezette man die naast haar zat, nam bijna alle ruimte in en leek zich er met zijn typische man-spreading lichaamshouding ook niet echt druk om te maken.

Gelukkig was dit haar halte. Met een zucht stond Rowan op. Ze trok haar rokje recht, veegde het donkerbruine haar uit haar gezicht en klemde haar handtas tegen zich aan terwijl ze links en rechts mensen subtiel aan de kant schoof en ‘excuse me, sorry please’ mompelde. Wonen in Londen was soms net of je onzichtbaar was: niemand trok zich iets van een ander aan. Het voordeel daarvan was dan wel weer dat je helemaal in de massa op kon gaan; kon verdwijnen. Net zo raar kon zijn als je zelf wilde.

Dat was precies wat Rowan zo had aangetrokken aan de hoofdstad. Dat, en de overvloed aan werkgelegenheid. Al viel het vies tegen wat je per maand kon verdienen met het TEFL-diploma dat zij op zak had.

Ze stapte uit, schuifelde door de muffe, wit betegelde gangen naar de roltrap die haar naar de uitgang zou brengen. Ze checkte uit met haar Oyster-kaart en zag in een flits dat er niet meer genoeg saldo op stond om morgen nog een keer naar de school in Morden te reizen waar ze momenteel lesgaf. Verdomme.

Eenmaal buiten bleek dat het regende dat het goot én dat ze haar paraplu in de metro was vergeten. Rowan vloekte binnenmonds en zette het dan maar op een lopen. Haar flatje aan Kenwyn Road was niet al te ver van het metrostation vandaan, dus wie weet kon ze het redelijk droog houden.

Helaas veranderde de gestage regen in een ware stortbui toen ze nog twintig meter van haar voordeur verwijderd was. Het gure novemberweer had de druppels bijna in ijswater veranderd en Rowan voelde zich diep ellendig toen ze eenmaal bibberend in het halletje van hun appartement stond, waar een gammele trap haar nog een verdieping omhoog zou brengen voordat ze bij de deur zou staan van het flatje dat ze met Shanna deelde. Eerst maar eens een lekker warme douche, bedacht ze.

Ze draaide de deur open en tetterde: ‘Honey, I’m home!’

Shanna, die op de driezitsbank in het midden van de woonkamer zat te lezen en net met haar hand in een zak chips graaide, moest lachen. ‘Jezus mens, had je geen paraplu mee kunnen nemen?’ merkte ze op.

‘Ja, maar die staat helaas nog in de metro,’ kreunde Rowan. ‘Nou ja, gelukkig kan ik meteen onder de douche springen.’

Toen ze Shanna’s gezicht zag betrekken, voelde ze de bui al hangen. ‘De boiler is er weer eens mee opgehouden,’ zei haar huisgenoot. ‘We hebben alleen koud water.’

‘Verdomme!’ riep Rowan uit. ‘Dat meen je niet. Heb je Ned al gebeld?’

‘Uiteraard. Maar ja, wanneer neemt die vent ooit op?’

Hun huisbaas, Ned Branson, stond erom bekend dat hij de helft van het jaar op de Bahama’s zat of ergens in de jungle rondtrok om ‘zijn innerlijke God’ te herontdekken. Rowan vermoedde dat alle goedheid die ooit in zijn hart had geleefd al jaren geleden was gestorven toen hij had besloten om huisjesmelker te worden en al zijn huurders voor belachelijke prijzen uitkneep. Dat zou dan meteen verklaren waarom die tochtjes door de jungle nooit erg veel opleverden.

‘Wat moeten we dan?’ mopperde Rowan. ‘Het is november en het wordt alleen maar kouder. We kunnen toch niet zonder warm water?’

Shanna aarzelde even en draaide nadenkend een lok blond haar om haar wijsvinger. ‘We zouden hem zelf kunnen laten repareren. Dan schieten we het voor en bombarderen we Ned met emails tot hij ons terugbetaalt.’

Rowan schudde haar hoofd. ‘Sorry, ik ben echt skint. Ik heb helemaal niets meer. Ja, nog vijftien pond op mijn rekening en twee pakjes instant noedels in de kast tot eind deze week.’ Het was nu dinsdag, dus het was in principe te doen.

‘Nou, misschien kunnen we dan nog eens aan meneer Patel vragen of we bij hem mogen douchen.’

Meneer Patel naast hen op de verdieping en had al eens eerder bijgesprongen, maar Rowan verdacht hem ervan dat hij het net iets te leuk vond om twee ‘dames in nood’ bij hem de badkamer te laten gebruiken. Ze schudde resoluut haar hoofd. ‘Nee. Ik kook wel wat water om in elk geval mijn haar te kunnen wassen en dan trek ik lekker twee truien over elkaar aan.’

‘Ik kan wel kijken of ik ergens een extra baantje kan vinden,’ stelde Shanna voor.

Rowan glimlachte dankbaar naar haar huisgenoot. Ondanks de tegenslag met het warme water voelde ze zich gelukkig dat ze Shanna aan haar zijde had. Samen hadden ze al heel wat uitdagingen doorstaan sinds ze hun intrek in het kleine flatje hadden genomen. In haar eentje had ze dit nooit kunnen betalen.

Nou ja, dat had ze niet wíllen doen.

Er was een reden dat ze in relatieve armoede leefde: ze had haar adellijke familie de rug toegekeerd. Ze heette Rowan Spencer, en die naam was inderdaad net zo klassiek als de achternaam van Lady Diana: haar vader was de earl oftewel graaf van Sunderland. Maar haar vader was ook een dominante klootzak die haar veel te veel had willen beheersen. Rowan had altijd een droom gehad: Engelse literatuur studeren en dan lesgeven op leuke, openbare scholen. Niet op de stijve kostscholen waar ze zelf op had gezeten. Toen haar familie haar duidelijk niet wilde steunen en haar liever een studie aan een of andere saaie business school had zien doen, had ze verklaard dat ze al hun geld konden houden en dat ze het zelf wel zou rooien. Dat was alleen niet zo eenvoudig als ze had gehoopt.

Terwijl Rowan zich uit haar drijfnatte kleren worstelde en na een koud poezenwasje en een klunzige haarwas-sessie in een zachte badjas gleed, dacht ze na over hun opties. Ze konden proberen om Ned nogmaals te bereiken en hem te dwingen het probleem op te lossen, maar dat was waarschijnlijk pure tijdverspilling. Zelf werkte ze op een internationale school in Morden, waar je ook met een eenvoudig TEFL-diploma aan de slag kon. Omdat ze echter niet op een prestigieuze universiteit had gezeten, was het salaris erg mager. Shanna had hetzelfde probleem, want ze hadden samen hun opleiding gedaan. Zomaar een beter betaalde baan vinden was dus niet zo eenvoudig, en al helemaal niet op stel en sprong. Misschien dat ze samen ergens op zaterdag iets konden doen? Maar wat dan?

Toen ze weer terugkwam in de woonkamer, zag ze dat Shanna net twee dampende pizza’s op tafel zette. ‘Ik had nog iets liggen in de diepvries,’ verklaarde ze toen ze Rowans dankbare gezicht zag. ‘Je kunt niet leven op alleen noedels. Kijk, hier zitten tenminste alle voedselgroepen in.’ Trots wees ze op de drie zielige stukjes paprika die op de ‘quattro stagioni’ prijkten. Artisjok had er blijkbaar niet vanaf gekund bij de pizza-ontwerper die deze budgetversie voor supermarktketen Tesco had bedacht.

Rowan plofte op een van de eetkamerstoelen neer en viel hongerig op de pizza aan. ‘Aan wat voor baantje zat jij te denken?’ vroeg ze met volle mond. ‘Ik wil ook iets doen, hoor. Ik laat je niet alleen gaan.’

Haar huisgenoot keek haar peinzend aan. ‘Nou, ik heb nogal een wild idee, eigenlijk,’ zei ze toen.

Rowans mond zakte half open. ‘Wat... wil je gaan strippen ofzo? Of escort girl worden?’

Shanna rolde met haar ogen. ‘God nee. Niet wild op díé manier. Maar goed... ik heb dus over een superlucratieve baan gehoord via Yuki.’

Het klonk Rowan nog steeds in de oren alsof het hierna over obscure cryptovaluta zou gaan, maar ze wilde Shanna een eerlijke kans geven het uit te leggen. Yuki was het Japanse meisje waar Shanna al een tijdje mee uitging en Yuki leek haar geen bijzonder schimmig figuur. ‘Vertel,’ zei ze uitnodigend.

‘Yuki zei dat een Japans kartel een privéleraar of -lerares zoekt voor een Japanse tiener die hier Engels moet leren. En die betalen echt heel erg veel geld, ook omdat je nergens over mag praten en het allemaal heel erg hush-hush is.’

‘Een... kartel?’

Ja, van de yakuza.’

Rowan staarde Shanna verwilderd aan. Had ze het nu serieus over de Japanse maffia? Ze wist niet eens dat er yakuza-groeperingen opereerden in het Verenigd Koninkrijk. Dat er Chinese triades in Londen zaten, wist iedereen, en ook dat die gewetenloos waren en mensen gruwelijk konden mishandelen. Als de leden van de yakuza ook maar enigszins daarop leken, kon ze er beter met een grote boog omheen lopen.

‘Waarom zouden die óns in vredesnaam aannemen?’ vroeg ze. ‘Wij hebben allebei een diploma van een school die niet veel voorstelt.’

Shanna trok een wenkbrauw op. ‘Je weet duidelijk niet veel van de yakuza af. Die zijn juist trots op het feit dat zij outcasts zijn. Wij staan ook onderaan de ladder. Ze zullen niet zo snel iemand aannemen die in Oxford heeft gestudeerd, juist om die reden.’

‘Nou, nou. Yuki heeft je duidelijk bijgepraat. Hoe weet zij dit allemaal?’

‘Ze heeft in het verleden weleens gedatet met iemand die erbij hoorde. Daar is ze nog steeds vrienden mee, dus via die jongen hoorde ze over deze baan.’

Rowan slikte. ‘En als je zegt: ze betalen goed... over welke bedragen spreken we dan?’

‘Zeker zesduizend pond per maand.’

‘Wauw... dat is inderdaad aanzienlijk.’ Ze leunde over tafel naar Shanna toe. ‘Maar wat moet je dan doen? Echt alleen maar lesgeven? Komt die Japanse snuiter dan bij ons thuis, of wat?’

Shanna schoot in de lach. ‘Nee, zeker niet. Het is de bedoeling dat je daarheen gaat. En dat je niet eens weet waar ‘daar’ is, dus dat je wordt opgehaald met een auto en geblinddoekt wordt of God weet ik wat. En daarna geef je dus privéles.’

Een kriebel liet zich voelen in Rowans maag. Het was een absurd, zelfs bizar voorstel, maar zesduizend pond per maand was niet te versmaden. Als dat zou lukken, zouden ze zelfs een andere flat kunnen huren. Eentje met een centraal verwarmingssysteem dat tot in aller eeuwigheid zou blijven werken. ‘Gaan we dan allebei solliciteren?’ vroeg ze. ‘Zodat we meer kans maken dat één van ons het wordt?’

‘Ja, dat was wel het idee. Als jij het ziet zitten, tenminste.’

Rowan beet op haar lip. Ze had letterlijk nog nooit in haar leven iets crimineels gedaan, zelfs geen snoepje gestolen. Kon ze dit wel? Aan de andere kant – ze gaf nu ook mensen van allerlei pluimage les. Voor hetzelfde geld zaten daar ook mensen tussen die in hun vrije tijd oude omaatjes beroofden. Dat ging volledig buiten haar blikveld om.

‘Goed dan,’ zei ze. ‘Wat moeten we doen?’

Shanna haalde diep adem. ‘Ik moet Yuki laten weten dat we interesse hebben. En onze CV’s doorsturen per WhatsApp. Daarna merken we vanzelf hoe het gaat.’

‘Oké.’ Rowan sloot even haar ogen en vroeg zich af waar ze zojuist mee had ingestemd.

Hoofdstuk 2

De dagen erna had Rowan het redelijk rustig. Godzijdank kon ze aan het eind van de vrijdagmiddag met een collega meerijden naar Clapham Common (dat scheelde weer een ritje met de metro, de rest liep ze wel) en er was een andere collega die jarig was en op taart en sandwiches trakteerde (dat scheelde weer lunchgeld).

Net toen ze haar tas op de eettafel had neergezet, haar jas had uitgetrokken en zich bedacht wat ze dit weekend kon gaan doen dat niet veel kostte maar wel heerlijk ontspannen was, kreeg ze een bericht binnen op haar telefoon. Het was van een onbekend nummer en het kwam via Whatsapp. Haar ogen werden groter toen ze zag wat er stond. ‘Dit bericht is slechts 1x te lezen.’

Dat was omdat er een foto bij zat die slechts eenmaal te bekijken was. Zou dit over die spannende baan gaan? Dat moest haast wel. Of dat, of iemand stuurde haar ongevraagd vreselijke dick pics.

Rowan klikte op ‘bericht accepteren’, maar voegde het contact niet toe. Op de een of andere manier had ze het idee dat dat toch geen zin zou hebben; dat het nummer in kwestie van een of andere burner phone was die alleen voor vage communicatie werd gebruikt.

Ze opende het plaatje. Daar stond alleen met zwarte letters op een witte achtergrond:

20:00 23 Hopkins Street, ASAHI SUSHI, tafel drie. Kom alleen.

Wauw. Dit moest over de baan bij de yakuza gaan, dat kon niet anders. Was het feit dat ze in een sushirestaurant was uitgenodigd een aanwijzing dat ze daar ook zou gaan eten? Of was het alleen een bekertje sake, een kort gesprek en weer ophoepelen?

Voor de zekerheid maakte ze toch maar het laatste pakje instant noedels, zodat ze tenminste iets gegeten zou hebben. Shanna was in geen velden of wegen te bekennen. Wie weet had die nu dat interview wel en zouden hun paden kruisen als Shanna ging en zij kwam. Met een hart dat sneller klopte dan normaal, installeerde Rowan zich op de bank voor de tv met haar kom trieste noedels met kipsmaak (die nooit echt naar kip smaakten).

Ze probeerde zich te concentreren op de aflevering van Modern Family die aan stond, maar dat lukte voor geen ene meter. Ergens vond ze het heel passend dat ze die afspraak had in een wijk als Soho. Dat was toch wel een beetje the shady neighbourhood van Londen, met natuurlijk Chinatown en Gerrard Street, waar de triades de scepter zwaaiden, en verder allerlei seksclubs en andere vage winkeltjes zaten.

Rowan keek op haar horloge. Het was nu zeven uur. Misschien moest ze maar alvast gaan, voor als het allemaal tegenzat met de metro. De Northern Line had redelijk vaak vertragingen, al was het wel een meevaller dat ze nu nergens hoefde over te stappen. Ze zou er gewoon uit gaan bij Leicester Square en het laatste stuk lopen.

Nu ze nadacht over door het centrum wandelen, wat voor schoenen zou ze aantrekken? Wat moest ze überhaupt aan... was er een bepaalde verwachting van hoe een privé-docent zich moest kleden?

Verdorie, wáárom was Shanna er niet? Die had ze nu graag om raad gevraagd.

Rowan kauwde de laatste hap eten weg en liep toen naar haar slaapkamer om in haar kast te rommelen. Het was te koud voor een rokje met panty, maar toch had ze het idee dat ze dat wel aan moest trekken bij zo’n belangrijke sollicitatie. Uiteindelijk koos ze voor de dikste panty die ze had. Het was er een in een mosterdgele kleur. Daarboven koos ze een zwart kokerrokje en daar weer boven een strak coltruitje in dezelfde kleur mosterdgeel als de panty. Dit was een professioneel ogende, maar toch vrolijke outfit. Ze wilde wel dat haar persoonlijkheid er een beetje in doorscheen. Anders moest ze de hele tijd doen alsof ze een of andere stijve tut was als ze de baan kreeg. Haar donkerbruine, lange haren deed ze na even aarzelen in een knot. Ze werkte haar make-up nog een beetje bij en vond toen dat ze er maar klaar voor moest zijn.

Rowan pakte haar telefoon en wilde Shanna appen over de afspraak die ze had, maar besloot het toen niet te doen. Stel je voor dat die yakuza-kerels haar telefoon in de gaten hielden en bekeken met wie ze over deze sollicitatie sprak... in deze situatie sloot ze niks uit.

Buiten was het koud, maar het regende tenminste niet. Rowan liep Kenwyn Road uit, snelde naar de metro en slaagde erin nog net in de ‘Southbound’ trein te springen. In de drukte van de coupé, tegen twee vermoeid ogende zakenvrouwen aangedrukt, sloot ze even haar ogen. Het was vrijdagavond, iedereen ging naar pubs of clubs, maar zij was op weg naar een sollicitatiegesprek bij de maffia. Als iemand haar dit vijf jaar geleden had verteld, zou ze die persoon voor gek hebben verklaard.

Vijf jaar geleden had ze nog in het grote landhuis in Sunderland gewoond. Eenentwintig was ze geweest en vreselijk opstandig. Ze had er toen al een paar jaar bedrijfskunde op zitten. Ze had de droom van haar vader geprobeerd waar te maken, maar was erachter gekomen dat het háár droom niet was; dat ze andere dingen in het leven wilde. Toen ze aankondigde dat ze liever Engels ging studeren en kinderen uit lagere klassen wilde lesgeven, was de bom gebarsten. Haar moeder had zoals gewoonlijk weer geen protest laten horen toen haar vader haar de deur wees. Rowan had heel stoer geschreeuwd dat ze het stinkgeld van haar ouders niet nodig had om gelukkig te worden.

Helaas had ze tot op dat moment niet goed beseft hoe gemakkelijk ze het in feite altijd had gehad. Eenmaal in Londen was ze er al snel achter dat de ‘gewone mensen’ een hard leven hadden en soms van salarisstrook tot salarisstrook leefden. Toch had ze geen spijt van de beslissing om hiernaartoe te komen. Ze had de opleiding van haar keuze gedaan... of in elk geval een opleiding die ze leuk vond én had kunnen betalen met het salaris van haar mottige baantje bij de pub op de hoek. En nu werkte ze op diverse scholen in Londen. Meestal bij language schools waar buitenlanders een maand of twee naartoe kwamen om hun Engels te verbeteren, maar de baan die ze nu tijdelijk had, was op een school voor expats en andere internationale leerlingen. Het leuke eraan was dat arm en rijk door elkaar heen zat en dit een unieke situatie was. Er bestond geen tweede school zoals die in Morden en Rowan zou er met liefde haar hele leven blijven werken. Als het salaris maar niet zo beroerd was...

Ze opende haar ogen toen Leicester Square werd aangekondigd. Dat was haar halte. Het moment van de waarheid was aangebroken. Ze zou straks aan de Japanse maffia moeten bewijzen dat ze goed genoeg kon lesgeven. Ineens vroeg ze zich af of ze soms ook een demonstratie zou moeten geven. Wat nu als ze alleen haar sushirolletjes zou krijgen als ze op overtuigende wijze de present continuous zou uitleggen aan een of andere Japanse kingpin?

Zenuwachtig schoot ze in de lach bij die gedachte. Nee, ze ging nu ophouden met piekeren. Ze zou gewoon dat restaurant binnenstappen, aan tafel drie gaan zitten en haar beste beentje voorzetten.

Rowan liep met de menigte mee naar de roltrap omhoog en daarna naar de uitgang die uitkwam op Soho. Buiten was het zoals gewoonlijk een drukte van belang op straat. Het centrum van Londen sliep nooit en Soho al helemaal niet. Ze kromp een beetje in elkaar toen ze maar liefst drie seksclubs op korte afstand van elkaar passeerde op weg naar Asahi op Hopkins Street. Misschien waren die clubs wel van de yakuza, net als het restaurant waar ze had afgesproken. Ze had zich de afgelopen dagen een klein beetje ingelezen en wist dat de Japanse maffia zich met name bezighield met het witwassen van geld. Meer had ze ook niet wíllen weten, want ze kreeg er de kriebels van.

Toen ze voor de deur van Asahi stond, wilde ze plotseling wegrennen en niet meer terugkomen. Misselijk van de spanning zette ze toch die laatste paar stappen naar voren. Kom op, het was gewoon een Japans restaurant. Er zaten ook gewone, nietsvermoedende mensen te eten. De kans was heel klein dat ze met een of ander katana-zwaard zou worden onthoofd als ze iets fout deed.

Om exact een minuut voor acht stapte Rowan naar binnen. ‘Hallo,’ zei ze tegen de dame bij de ontvangst. Shit, haar stem klonk zo hoog dat het net leek alsof ze zojuist een gasballonnetje had geconsumeerd. ‘Ik eh, heb een boeking voor tafel drie?’

De ogen van de Japanse dame werden groter en ze keek meteen schichtig om zich heen. ‘Er komt zo iemand bij je,’ zei ze op zachte toon. Het was die typisch bescheiden, bijna onhoorbare cadans die zoveel Japanse vrouwen leken aan te nemen als ze tegen een meerdere spraken. Nou voelde Rowan zich niet echt haar meerdere op dit moment. De onrust die van de vrouw afstraalde nu ze had gezegd dat ze voor ‘tafel drie’ kwam, was ook niet bepaald bemoedigend.

Rowan ging aan de kant voor een stel dat vrolijk binnenstapte en aan de dame vertelde dat ze gereserveerd hadden voor twee personen. Ondertussen trok ze haar jas uit en hing die over haar arm. De serveerster ging hen voor naar hun tafeltje en keek nog even achterom naar Rowan. Ze knikte haar toe en liet haar blik toen naar een boomlange, Japanse vent in maatpak en stropdas glijden die op dat moment via het gangpad tussen de tafels naar de voorkant van het restaurant kwam gelopen. Opnieuw keek ze indringend naar Rowan.

Ze slikte. Moest ze iets opmaken uit die blik? Ze had het idee dat ze een hoop culturele context miste en daardoor niet begreep wat er nu van haar verwacht werd. Was het de bedoeling dat ze de man tegemoet zou lopen?

Inmiddels was het al te laat om dat te doen, want de net geklede, Japanse man kwam voor haar tot stilstand. Jemig, waarom was hij zo lang? Rowan had altijd gedacht dat Japanners klein van stuk waren; een stuk korter dan Europeanen. Een blosje vloog naar haar wangen toen ze hem aankeek en haar hoofd bijna in haar nek moest leggen. Hij was niet alleen verrassend lang, hij was ook verrassend aantrekkelijk. Op de een of andere manier had ze dat bij de yakuza niet verwacht. Deze kerel zag eruit alsof hij model was in de spaarzame momenten dat hij geen criminele activiteiten uitvoerde.

‘Ehm... moet ik voor je buigen?’ brabbelde ze. Dat was de standaard begroeting in Japan, dat wist ze van de animeseries waar ze vroeger verslaafd aan was geweest.

Haar blos werd warmer toen de man niets zei, maar haar met een spottend lachje om zijn mond aankeek en een wenkbrauw optrok. Toen zette hij een stapje opzij en gebaarde naar achteren, ten teken dat ze het restaurant in moest lopen.

Misschien sprak hij helemaal geen Engels. Dat zou wel een opluchting zijn, want Rowan voelde zich nu al een complete idioot. Aarzelend keek ze de lange man nog even aan en ging hem toen voor, want dat scheen hij op de een of andere manier te verwachten van haar.

Ze liepen langs diverse tafeltjes waar mensen heerlijk zaten te eten van allerlei lekkers. Zo te zien was er meer dan alleen sushi; her en der zag ze teppanjaki en andere grillgerechten. Rowan liep door en door, net zolang tot ze bij een trap aan de achterkant van het etablissement was aangekomen. Die trap liep naar beneden en er hing ook een bordje bij: more seating downstairs.

Rowan keek zenuwachtig achterom. De man stond vlak achter haar en knikte haar toe, ten teken dat ze inderdaad door moest lopen. Shit, ze gingen naar de kelder... ver weg van het waakzaam oog van de reguliere clientèle. Haar hart begon meteen twee keer zo snel te slaan en met de moed der wanhoop schuifelde ze de trap af.

Ze kon dit wel. Het was gewoon een gesprek. En ze had al een baan; ze hóéfde geen ja te zeggen als ze toch twijfels had. Dan maar de hele winter koud douchen.

Beneden aangekomen bleef ze staan in een soort gang. De man die achter haar aan liep, legde zijn handen even op haar schouders en drukte zich in het krappe halletje een beetje tegen haar aan terwijl hij om haar heen liep. Een rilling ging door haar heen bij die aanraking. Toen hij vervolgens voor haar stond en zich half naar haar omdraaide om opnieuw naar voren te gebaren, viel haar op dat zijn gelaatstrekken niet helemaal Japans waren. Nu ze hem van opzij zag, kon ze ook een vleug van iets Europees zien, dacht ze. Dat zou wel meteen verklaren waarom hij zo bizar lang was.

De laatste paar stappen brachten haar naar een eetzaal zonder ramen, die ruimer leek door spiegels aan de muur. In de weerspiegeling zag ze haar eigen bleke, nerveuze gezicht met paniekerige groene ogen toen ze binnenstapte.

Er was maar een tafel bezet en aan die tafel zaten twee Japanse mensen naast elkaar. Een ervan was een grimmig uitziende kerel van een jaar of vijftig, die rechts zat, en de ander was een jongen van zo’n vijftien jaar. Rowan slikte. Was dat de tiener die ze moest lesgeven? Dat moest haast wel.

‘Welkom,’ zei de oudere man. Hij wees naar een stoel tegenover hen beiden. ‘Neem plaats, alstublieft.’ Hij had een zwaar Japans accent, maar was wel goed te volgen.

‘Arigatō gozaimashita,’ antwoordde Rowan met een kleine buiging. Het betekende ‘Dank u wel’. Dat had ze speciaal voorbereid om indruk te maken en aan de goedkeurende blik van de oudere man te zien had ze het niet voor niets gedaan. Yuki had haar geholpen de uitspraak te perfectioneren, want het was alweer een tijdje geleden dat ze een animeserie had gekeken en veel Japans had gehoord.

De man die haar was komen ophalen liep langs haar heen en nam geen plaats aan de tafel zelf, maar ging links van hen op een hoekbank zitten om hen te observeren. Ze kon zijn blik bijna op haar voelen branden en vroeg zich af of hij soms de hoogste rang had in dit groepje van drie. Dat kon bijna niet, want zo oud was hij niet.. misschien iets ouder dan zij. Als ze iets wist van de Japanse cultuur, zou de oudere man meer aanzien moeten hebben.

Ze drapeerde haar jas over haar stoel, ging zitten en wachtte tot ze weer zou worden aangesproken.

‘Mijn naam is Fukuda Toshio,’ zei de oudere man. Hij gebaarde naar de tiener naast zich. ‘Dit is Suzuki Kenji.’ Hij knikte naar de lange man links van hen. ‘Dat is Suzuki Kaede.’ Hij sprak de lettergrepen los van elkaar uit, zoals gebruikelijk. Kah-èh-dèh.

‘Goedenavond, meneer Toshio,’ antwoordde Rowan. ‘Dank u wel voor deze uitnodiging.’

De wenkbrauw van de oudere man ging nauwelijks merkbaar omhoog. ‘Meneer Fukuda,’ corrigeerde hij haar.

Rowan kromp ineen. Oh ja. Japanners stelden zich voor met eerst hun achternaam en dan pas hun voornaam. Wat een sukkel was ze toch ook. ‘Het spijt me,’ mompelde ze. ‘Sumimasen.’

‘Daijoubu,’ zei meneer Fukuda. ‘Het geeft niet. Jij bent hier om Kenji Engels te leren, niet om zelf Japans te leren.’

Rowans blik gleed naar de jongen: Kenji. Hij zou dus haar leerling worden als ze werd aangenomen. Uit de gezichtsuitdrukking van de jongen kon ze niet zoveel opmaken. Hij leek haar behoorlijk zenuwachtig, maar het was moeilijk te zeggen in deze setting.

‘Kun je iets over jezelf vertellen?’ nodigde meneer Fukuda haar daarna uit.

Rowan ging iets rechter zitten. ‘Graag, meneer. Mijn naam is Rowan Spencer, ik ben zesentwintig jaar oud en ik heb in Londen aan de TEFL Institute gestudeerd. Ik werk nu alweer een halfjaar aan de Liberty Woodland School in Morden en geef buitenlandse kinderen les. Die zijn in de leeftijd van vier tot zestien jaar. Daarvoor heb ik diverse baantjes gehad als privédocent in Londen, maar ook online. Ik heb ook al eens eerder lesgegeven aan een Japans meisje dat Engels wilde leren, via Skype, dus ik weet wat de hobbels op de weg kunnen zijn voor iemand die vanuit die cultuur onze taal wil leren.’

Vooral dat laatste was een goed punt op haar CV, vond ze. Het scheelde nogal wat of je iemand met een achtergrond in een Europese taal Engels wilde leren of iemand met een heel andere afkomst. De zinsstructuur en opbouw van Aziatische talen was vaak zo totaal anders.

Meneer Fukuda knikte bedachtzaam. ‘En waarom wilde je graag docent Engels worden?’ vroeg hij door.

Rowan ontspande iets. Als ze de vreemde setting van dit gesprek vergat, was het net een normale sollicitatie. Met veel enthousiasme vertelde ze over haar passie: taal en jonge mensen inspireren het beste uit zichzelf te halen.

Kenji was tijdens de hele conversatie stil. Op zeker moment keek Rowan hem onderzoekend aan. ‘Kun je alles verstaan wat ik zeg?’ vroeg ze zacht.

Kenji knikte langzaam, maar zei niets terug.

‘Hoe goed kun je zelf al Engels spreken?’ was haar volgende vraag, aangezien meneer Fukuda haar niet tegenhield.

Kenji opende zijn mond. ‘Ik red me,’ antwoordde hij in stijf Engels. ‘Ik wil graag sneller kunnen nadenken in het Engels. En mijn accent verbeteren.’ Hij sprak de naam van haar taal uit met een typisch Japans accent: ing-rish. De L was blijkbaar moeilijk voor hem. Meteen toen hij had gesproken, perste hij zijn lippen op elkaar en keek weg. Het was heel duidelijk voor haar dat hij zich schaamde voor zijn gebrekkige taalbeheersing.

‘Nou, dat kan ik je allemaal leren,’ zei ze vriendelijk. ‘En je weet wat ze zeggen: van je fouten leer je het meeste. Je kunt ook niet leren lopen zonder eerst honderd keer om te vallen.’

Kenji knipperde even met zijn ogen en hij moest zowaar een beetje lachen. Links van hen hoorde Rowan de andere man, Kaede Suzuki, iets verzitten en haar blik flitste naar hem toe. Hij lachte niet, maar keek haar met een intense blik aan waar ze niet zoveel uit kon opmaken. Verstond hij haar nou of niet? Ze had echt geen idee. Plotseling realiseerde ze zich iets belangrijks: Kenji en Kaede heetten allebei Suzuki van hun achternaam. Waren ze soms familie? Broers? Nu ze wat beter keek, zag ze wel wat gelijkenis. Verdomme, deze hele setting had echt de vibe van een crimineel familiebedrijf.

Ze wilde haar blik wel van Kaede wegtrekken, maar het leek wel of hij haar gehypnotiseerd had. Een loom glimlachje trok aan zijn ene mondhoek en hij leunde op zijn gemak achteruit terwijl hij haar bekeek. Rowan beet op haar lip en knipperde met haar ogen voor ze eindelijk wegkeek. Ze moest zich op haar sollicitatie concentreren, niet op deze geheimzinnige Kaede.

Meneer Fukuda stelde haar nog wat vragen, onder andere over haar woonsituatie en het aantal uren dat ze nu werkte op de school in Morden. Dat was natuurlijk belangrijk. Als ze niet genoeg uren beschikbaar had, kon ze Kenji ook geen lesgeven. De school in Morden had haar echter maar drie dagen in de week nodig gehad. Dat was ook waarom het salaris zo tragisch laag was.

Kaede stond onverwachts op van zijn plek en trok de stoel links van Rowan naar zich toe om ook aan tafel te gaan zitten en naast Kenji plaats te nemen. Hij leunde naar voren en sprak in rap Japans met de jongen. Die knikte een paar keer ernstig en Rowan hoorde hem ‘hai, hai, sō desu’ zeggen. ‘Ja, dat klopt’, betekende dat. Ze had geen idee waar hij het mee eens was, maar het respect dat hij betuigde aan Kaede was overduidelijk.

Rowans blik gleed naar Kaede’s handen, die hij had uitgespreid op tafel. Haar adem stokte toen ze zag dat hij een stukje van zijn linker pink miste. Het eerste kootje was eraf. Hier had ze iets over gelezen... als iemand zijn baas in de Japanse maffia teleurstelde, werd er een stuk van hun pink afgehakt als boetedoening. Een misselijk gevoel kwam bij haar omhoog. Wat wás dit voor wereld? Wilde ze hier echt in verzeild raken?

Kenji en Kaede spraken verder op zachte toon. Af en toe gaf meneer Fukuda ook zijn mening. Rowan had geen idee waar ze het over hadden en uit hun toon kon ze ook niet opmaken of ze in de smaak was gevallen of niet.

Plotseling was het gesprek afgelopen. Meneer Fukuda en Kenji stonden op en gebaarden dat zij dat ook moest doen. Op westerse wijze werd haar de hand geschud. Ze mompelde een bedankje en keek Kaede toen vragend aan. Die zou haar wel weer naar buiten escorteren. Ondertussen was ze blij dat ze die noedels had gegeten, want een bento box voor thuis was duidelijk geen onderdeel van deze afspraak.

Kaede knikte haar toe en keek toen naar het halletje. Rowan glimlachte nog een keer naar Kenji en meneer Fukuda en liep toen langzaam en met kaarsrechte rug naar de trap, gevolgd door Kaede. Ze had het overleefd, godzijdank. Ze kon niet wachten tot ze thuis was.

Toen ze bij de trap was aangekomen, voelde ze ineens twee grote handen op haar schouders. Kaede hield haar staande en Rowan hield haar adem in. Ze wilde zich net omdraaien toen ze zijn stem vlak bij haar oor hoorde.