Erhalten Sie Zugang zu diesem und mehr als 300000 Büchern ab EUR 5,99 monatlich.
Met een vierwielaangedreven auto door de rauwe en ruwe parken van de Okavanga Delta in Botswana. Ada en Jan reisden door het Moremi en Chobe Nationale Park. De auteur en haar echtgenoot maakten een reis door een deel van Botswana. Vanuit Windhoek reden ze over prima asfalt, waar ezels, geiten en koeien medeweggebruikers zijn, naar Botswana. In Maun werden de tanks volgegooid, extra proviand en water, erg veel water ingeslagen. Eenmaal aangekomen in de Okavanga Delta werd het asfalt ingeruild voor diepe zandwegen, maakten de ezels, koeien en geiten plaats voor overstekende olifanten, zebra’s, giraffen en brutale apen. In dit deel van Afrika zijn de dieren de baas en heeft de reiziger zich aan te passen. In een 4 x 4 auto, volledig ingericht met een kampeeruitrusting en daktent, reisde het echtpaar duizenden kilometers door Botswana. - 92 pagina's vol reisbelevenissen en tips - 10 pagina's met kleurenfoto's - landkaart - literatuurlijst
Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:
Seitenzahl: 91
Veröffentlichungsjahr: 2016
Das E-Book (TTS) können Sie hören im Abo „Legimi Premium” in Legimi-Apps auf:
Naar Maun
Briesende nijlpaarden en arrogante leeuwen
Door het water naar The Third Bridge
Op safari
We hebben hier vriendelijke leeuwen
Overstekende olifanten
Onder de apenboom
Terug in de bewoonde wereld
Het nijlpaard en de liefde
Terug in Namibië
Op de Caprivistrip
In Afrika
Etosha
Allemaal olifanten
Literatuurlijst
‘Als je niet weet waar je naartoe gaat, zal elke weg je er brengen’Afrikaans gezegde
In uw handen heeft u de 2e uitgave van: kleintje Wombat Verre bestemmingen dichtbij.
Enkele jaren geleden ben ik met deze reeks begonnen om kortere reizen waar toch veel over te vertellen valt, vorm te geven.
Jan en ik hebben verschillende reizen door zuidelijk Afrika gemaakt. Over een aantal van deze reizen heb ik een boek geschreven, waarbij altijd Namibië centraal stond.
In een ‘gewone’ auto hebben we zes reizen gemaakt en meer dan 40.000 kilometer afgelegd door Zuid-Afrika, Namibië en Botswana. Deze reis, in een vierwielaange-dreven auto (4WD), was een heel andere manier van reizen. Dit keer stond niet Namibië maar Botswana centraal. Een bijzondere reis waar veel over te vertellen valt: ziehier het resultaat.
Stap in, doe uw gordel om, stuiter mee over slechte wegen en zoek samen met ons naar olifanten.
Ada Rosman-Kleinjan
‘Kijk, dit is voor jullie,’ zegt de vrouwelijke douanebeambte, een stevige vrouw met een ingewikkeld gevlochten haarkapsel en een vriendelijke lach op haar gezicht.
‘Wat leuk! Dit is de eerste keer dat ik een cadeautje van de douane krijg,’ lach ik terug en kijk naar een cd-rom van Botswana met een kleurige folder.
Namibië uitrijden gaat net zo snel als Botswana binnenrijden. Het wat saaie landschap van Namibië gaat naadloos over in Botswana. Alleen die lelijke bavianen respecteren de grens. In Namibië wemelde het van deze beesten, in Botswana zien we ze niet…
Het is erg rustig op de weg en Jan trapt het pedaal in tot 120 kilometer en geen kilometer harder. Het mag, maar belangrijker, het kan hier. De instructies die we van de mensen van ASCO in Windhoek kregen waren duidelijk, helder en streng.
Een verongelukte auto in de werkplaats van dit autoverhuurbedrijf liet overduidelijk zien wat er met een auto, laat staan met de inzittenden, kan gebeuren wanneer men te hard rijdt. Mocht dit wrak nog niet overtuigend genoeg zijn, dan gaf de Wall of Shame in dit bedrijf, met verongelukte auto's in beeld en cijfers, je wel het gevoel je als een voorbeeldige en nette chauffeur te gedragen.
We rijden in zo’n dikke, witte 4x4 met een stoere tent boven op het dak van de wagen. Na zes reizen in een gewone sedan door zuidelijk Afrika is het nu tijd voor het grotere en ruigere werk: we gaan naar Chobe en Moremi in Botswana. In 2003 stonden we met een gewone auto bij de ingang van Chobe en beloofden onszelf dat we ooit nog eens terug zouden komen; ooit is nu aangebroken! Jan rijdt gemakkelijk, ik vind de wagen toch wel erg groot, erg lang en erg hoog. Alles wat we denken nodig te hebben voor de bush hebben we bij ons: beddengoed, kookspullen, een tafel met twee stoelen, veel kabels en snoeren, gereedschap, veertig liter water in een tank, een tevreden snorrende koelkast, lampen en reservewielen. Alles zit ergens op of hangt wel ergens aan. Jan begreep de uitleg uitstekend, ik stond er wat verloren bij. Maar… dit zegt veel over mijn technische inzicht en niets over de behulpzame man die geduldig alles uitlegde.
Het landschap is eindeloos veel van hetzelfde, lage begroeiing en veel loslopend vee. Koeien, geiten, schapen en paarden lummelen in hun eigen tempo over de weg, rusten uit in de schaduw van kleine bomen, laten overal de dikste drollen achter en interesseren zich geen lor voor de overige weggebruikers. Er is geen veehoeder te bekennen. Het zijn zelfstandige dieren die vast en zeker elke avond foutloos de weg naar hun kraal terug weten te vinden. Door de zon witgeblakerde beenderen en uitgedroogde karkassen laten zien dat niet elk dier op tijd de overkant weet te halen. Kleine dorpjes komen voorbij, lopende mensen komen en gaan van… geen idee. Waggelende struisvogels hobbelen snel voorbij en een piepkleine oribi staat wat eenzaam aan de rechterkant van de weg. Het is duidelijk: we zijn in Afrika. Het voelt vertrouwd, maar toch is het voor mij ook altijd wel weer even wennen. Gaan de dingen zoals we graag willen, doet de auto het goed, komen we geen mensen tegen met snode plannen? Maar, aan de andere kant weet ik ook dat ik het reisritme snel zal oppakken.
In Ghanzi stoppen we en kunnen we zonder problemen pula uit de muur halen. In gedachten ga ik terug naar 2003, toen we nergens geld konden pinnen. Uiteindelijk lukte het bij een speciaal apparaat in de supermarkt. Ik word altijd wat zenuwachtig als ik geen geld bij me heb. Hoewel men soms wel met een bankpas of de creditcard kan betalen, moeten veel dingen cash betaald worden.
Hoe dichter we bij Maun komen, hoe Afrikaanser het wordt. Tussen de betonnen huisjes duiken met riet bedekte punthuisjes op. Een jongeman met een kar getrokken door twee ezels stopt als wij stoppen om een foto te maken. In zijn bakkie zitten twee jonge kinderen die maar wat graag op de foto willen. In de vuile deken die het grootste kind zorgzaam in zijn handen vasthoudt, ligt een babymeisje heerlijk te slapen. Ik laat de gemaakte foto‘s zien; de kinderen moeten erg lachen om het resultaat.
Maun herken ik niet meer. Het stoffige stadje van toen is nu een volwaardige stad geworden met grote winkels als Shoprite, tankstations en veel borden die de toerist moeten verleiden om te komen overnachten, te komen eten, een excursies te maken, met andere woorden om hun geld uit te geven.
Herero-vrouwen zitten in hun vele, kleurige jurken als dikke matrones op de grond, het hoofddeksel, in de vorm van de hoorns van een koe, stevig op het hoofd. Alleen het kijken naar deze vrouwen maakt me al warmer dan ik toch al ben.
Maun is de uitvalsbasis voor de Okavango Delta. Toeristen brengen geld mee, vaak erg veel geld en de stad dijt uit. Grote winkels naast kleine winkels. Er heerst een sfeer van het oude Wilde Westen waar langzaamaan de welvaart binnensijpelt. Eigenlijk is het een sfeerloos geheel en toch heeft het wel wat. Ik houd wel van dit soort plaatsen, plaatsen die bijna van de wereld afdonderen en waar op de een of andere manier altijd iets meer mag en kan dan elders.
Wi-Fi maakt een camping extra aantrekkelijk en zo belanden wij bij het Sedia Hotel en weten het beiden direct: hier waren we ook in 2003. Mooie stek bij het hotel, zwembad, royale kampeerplekken, schoon sanitair en gratis Wi-Fi. Grappig, Maun mag dan onherkenbaar veranderd zijn, hier komen onze herinneringen direct naar boven. De hotellobby is een echte Afrikaanse lobby. Grote, houten nijlpaarden, olifanten, maskers en kleden geven een aangename en warme sfeer af. Twee lachende receptionistes schrijven ons in.
‘Zoek zelf maar een plekje uit; maakt niet uit waar.’
Jan rijdt het terrein op en parkeert de wagen net dicht genoeg bij het toiletgebouw. De daktent is snel uitgeklapt, de stoelen en tafel zetten we in de schaduw van stekelige bomen. Twee loerende katten, die alles met argusogen in de gaten houden, sluipen rond. Het is heerlijk buiten. Geroezemoes van de andere gasten, waaronder een groep motorrijders, getjilp van onzichtbare krekels en Afrikaanse muziek bij de buren. We lopen naar het terras bij het zwembad waar al heel wat mensen zitten te eten. Een heerlijke plek om mijn dagboek bij te werken, wat te lezen, wat te drinken en om onze reisplannen nog eens door te nemen; met andere woorden gewoon genieten.
‘Ik moet nog een bier en een cappuccino betalen,’ zeg ik tegen het meisje aan de bar.
Oef, daar moet ze erg van zuchten.
‘Hoeveel heb je net betaald?’ zucht ze nog een keer.
‘45 pula.’
‘Is oké.’
Met ruim 140 liter in twee verschillende tanks en nog een jerrycan gevuld met twintig liter diesel stevig vastgesnoerd op het dak, zijn we klaar voor ons eerste park in Botswana: Moremi. Elise van Explore Namibia en Explore Botswana, heeft alle campings voor ons gereserveerd.
Om zonder reservering naar een camping te rijden in deze parken is een te grote gok. Zo heeft de Khwai Campsite, onze bestemming, maar tien plekken en die zijn snel vol.
‘Ik wil graag weten waar jullie zijn, dus jullie krijgen ook een Garmin en een satelliettelefoon mee,’ besliste Elise zorgzaam voor ons.
Met zo veel techniek aan boord moet het helemaal goed komen en toch vind ik het spannend. Botswana is van een heel ander niveau dan het Etosha-park in Namibië. Hier is een 4x4 echt een vereiste. Er is niets te koop in de parken, we moeten alles meenemen. Maar hoeveel neem je mee? We hebben blikjes groente, vlees en vis, aardappelen, rijst, pasta, uien en paprika’s. Brood voor de eerste dagen, crackers, koekjes, zoute chips, koffie, thee en water, veel water. Er is wel water op de campings, maar dat moet eerst gekookt worden. De kampeeruitrusting is bijzonder uitgebreid. Van een aardappelschilmesje tot een vergiet, potten en pannen, bekers en kopjes, een lamp, een afwasteiltje, een lang verlengsnoer: je kunt het niet verzinnen of het zit wel in de auto. Het bed is top, met een prima matras en twee dekbedden met kussens.
Aan de kant van de weg kopen we van een man, sorry ik heb geen wisselgeld, een paar bundels hout en rijden dan naar de Khwai Campsite, onze eerste bestemming in het Moremi-park.
De Okavango Delta is de grootste binnenlandse delta ter wereld; sinds 2014 staat het zelfs op de lijst van het Werelderfgoed van de UNESCO. Eigenlijk is het een giga-groot moerasgebied; gevoed door de Okavangorivier. Een indrukwekkende rivier van circa 1.600 kilometer lang. De rivier vindt zijn oorsprong in Angola en mondt uit ergens in de Kalahari. Een paradijs voor dieren, van heel groot tot heel klein en daardoor is dit gebied weer een paradijs voor de mens. We hoeven niet voor de indrukwekkende omgeving te gaan, daar is dit deel van de wereld niet bekend om. Naar Botswana gaat een mens voor de dieren, voor heel veel wilde dieren in hun eigen omgeving. Het Moremi Game Reserve en het Chobe National Park zijn weer een onderdeel van de Okavango Delta.
En dan nemen we afscheid van het prima asfalt en rijden op dirtroad;
