Erhalten Sie Zugang zu diesem und mehr als 300000 Büchern ab EUR 5,99 monatlich.
Voor de 8e keer vlogen Ada en Jan Rosman naar zuidelijk Afrika. De reis begon deze keer in Windhoek, de hoofdstad van Namibië, waar een vierwielaangedreven auto met daktent werd gehuurd. Via Maun en Kasane, twee plaatsen in Botswana werden uiteindelijk deVictoria Watervallen in Zimbabwe bereikt, waar zo aan het eind van het regenseizoen het water volop naar beneden viel. Na een bezoek aan het Hwange National Park, ging de reis verder naar Botswana. Over de Caprivistrip weer naar Namibië. Natuurlijk werd het park Etosha bezocht, ging de reis verder naar Opuwo waar alle verschillenden bevolkingsgroepen vreedzaam met elkaar samenwonen. Via Palmwag naar Swakopmund. De reis ging verder naar Solitaire. Na duizenden kilometers kwam het echtpaar weer aan in de hoofdstad Windhoek.
Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:
Seitenzahl: 156
Veröffentlichungsjahr: 2018
Das E-Book (TTS) können Sie hören im Abo „Legimi Premium” in Legimi-Apps auf:
Waar wij niet willen wonen
Familie
De reis gaat verder
Welkom in Botswana
Straatsafari
De Choberivier
Naar Zimbabwe
De Victoria-watervallen
De brug tussen Zim en Zam
Land zonder geld
Het Hwange National Park
Pechvogels
Drie landen in een dag
Gezegend met water
De Caprivistrip
Land van grote luchten
Etosha
Olifantsrus
Tussen Himba, Zemba en Herero
Op weg naar de Epupa-watervallen…
Via Sesfontein naar Palmwag
Zon, zee, zand en zout
In Swakopmund
Over de Kuiseb Pas naar Solitaire
Over de Spreetshoogte Pas naar Windhoek
Literatuurlijst
‘Als je met velen bent om de rivier over te steken, zullen de kaaimannen je niet opeten.’
Afrikaans spreekwoord
Voor de tweede keer stapten we in een grote vierwielaangedreven auto om door een paar landen van zuidelijk Afrika te reizen. Elke reis die we door dit gebied maken is anders en toch ook weer vertrouwd. Bekende plaatsen bezoeken, nieuwe bestemmingen ontdekken. Samen reizen, samen de wereld ontdekken. Er valt zoveel te zien, zoveel te genieten.
Zuidelijk Afrika, waar we met enige regelmaat naartoe ‘moeten’. Voor het eerst hebben we Zimbabwe bezocht. Wat een land, wat een geweldige bestemming.
De reis begon deze keer in Windhoek, ging door Botswana naar Zimbabwe, waar we onder andere de Victoriawatervallen en het Hwange-park hebben bezocht. Via de Caprivistrip naar het Etosha park om weer terug te komen in de hoofdstad van Namibië.
Ook deze keer was er geen luipaard voor ons weggelegd, maar twee keer een roedel wilde honden zien compenseerde dat meer dan voldoende. De regen reisde regelmatig met ons mee en bepaalde mede daardoor onze route. De regen, die ook voor weergaloze mooie luchten en een groene wereld zorgde; een groene wereld waar de dieren en de mensen zo naar uit hebben gekeken.
Ada Rosman-Kleinjan
‘Dus je woont in Dutchland,’ zegt de man met een lach op zijn gezicht.
Zo heb ik Nederland nog nooit horen noemen, maar ik vind het een passende naam. Die houden we erin. Ik loop samen met gids-chauffeur Dean door Katutura en iedereen met wie we een praatje maken, wil graag weten waar ik vandaan kom.
Dean heeft me om klokslag tien uur opgehaald voor een excursie naar Katutura, de grote sloppenwijk van Windhoek, de hoofdstad van Namibië. Katutura, dat zoveel betekent als ‘waar we niet willen wonen’, is de woonplaats van duizenden en duizenden mensen.
‘Toen ik ruim veertig jaar geleden vanuit Kaapstad hier kwam wonen, woonde hier niemand. Moet je nu eens kijken,’ zegt Dean, om zich heen kijkend.
Ik heb vaker een zogenaamde sloppenwijk bezocht. Een bezoek aan sloppenwijken zorgt meestal voor verwarring bij de bezoeker. Alles is anders dan je je van tevoren had voorgesteld. Deze wijken liggen vaak aan de randen van de stad en kunnen zo steeds verder uitdijen. De wegen zijn geasfalteerd, de mensen richten de stalletjes en kraampjes weer in en alles oogt zo als een gewone wijk.
Alles is hier zeven dagen in de week open en een groot deel van het sociale leven speelt zich hier dan ook op straat en rond de kraampjes af. Iedereen verkoopt of koopt iets. En ja, een foto maken mag wel, mits ik bereid ben om ervoor te betalen. Altijd een lastige; toch maar niet.
‘Ik pas wel op je auto. Ik ben kapper. Dat daar is mijn winkel,’ biedt een jonge, slanke man zijn diensten aan.
‘Waarom zou je dat willen? Je bent kapper en geen carwatch,’ antwoordt Dean op een licht geïrriteerde toon.
‘Daar erger ik me aan. Natuurlijk mag iedereen wat verdienen. Maar je kunt niet zomaar iemands baan inpikken,’ zegt Dean tegen mij.
‘Oh, maar dit doe ik wel vaker,’ gaat de kapper verder. Het is duidelijk dat hij zich niet zo maar laat afschepen.
‘Hoe wil je dat dan doen als je een klant krijgt?’ reageer ik snel.
Niet bestand tegen zoveel logica loopt de man weg en wij lopen de overdekte markt op. Vlees, vlees en nog eens vlees. ’s Morgens, ’s middags en ’s avonds wordt er vlees gegeten. Grote stukken, kleine stukken, gelige hompen vet, kale huiden; alles wat een koe bezit wordt hier verkocht. Een vrouw heeft een bakje met stukjes vlees in haar hand. Dit is haar ontbijt, begrijp ik. Ze dipt het vlees in kruiden en geniet er zichtbaar van.
‘Wij eten meestal brood als ontbijt,’ zeg ik.
Ze kijkt op, nee, daar moet ze echt niet aan denken. Dat lijkt haar duidelijk niets. Mensen willen wel praten en willen allemaal weten waar ik vandaan kom. Ja, Holland kennen ze, iedereen houdt van voetbal en Arjen Robben is mateloos populair. Ik gooi zonder schroom enkele bekende voetballers in het gesprek. Iets van hun prestaties straalt nu op mij af.
Vrouwen, alleen maar vrouwen, komen tussen de huisjes door uitlopen met grote bakken vol water op hun hoofd.
‘Ze betalen anderhalve Namibische dollar voor ongeveer twintig liter water. Er moet voor betaald worden. Daar aan de overkant is het kantoortje waar de sleutel ligt en daar wordt alles geregeld,’ legt Dean uit.
Een van de vrouwen laat me een sleutelkaart zien waar een rond metalen plaatje op zit. Hiermee kan ze water halen bij de pomp. Het water ziet er helder en fris uit. Til maar op, beduidt ze mij. Ik pak de bak op, tenminste dat probeer ik. Ik krijg hem amper een paar centimeter van de grond. De vrouwen lachen wat meewarig naar mij.
Fruit en groenten liggen uitgestald. Dat wordt allemaal elders ingekocht om het hier weer aan de vrouw te brengen. Een grote koelkast is gevuld met flesjes frisdrank.
‘Moet je daar zien?’ wijs ik naar twee mannen die heel relaxed op een autoband zitten.
Geen liggende band, nee de band staat rechtop. Ja hoor, ik mag wel een foto maken.
‘Kijk eens naar deze schoenen,’ wijst Dean, die een schoen van een tafel oppakt. ‘De zolen zijn van oude, versleten autobanden gemaakt. Het leer van de schoenen is van een koedoe.’
Alles wordt met de hand gemaakt. De schoenen zien er keurig uit. Het is rustig in de wijk, maar dat wordt met name in de avond en de nacht wel anders. Er is dan veel lawaai. De huisjes zijn klein, er is weinig tot geen privacy, er wordt veel gedronken en een goede nachtrust is maar voor weinigen weggelegd. Dit vertaalt zich weer in vermoeide mensen en kinderen die soms op school tijdens de les in slaap vallen.
In zakken en op rieten manden liggen gedroogde insecten en ander klein wriemelspul. Met een blikje wordt de gewenste hoeveelheid afgemeten.
‘Maak maar een foto,’ lacht een vrouw in haar kleine winkeltje vriendelijk naar mij.
In haar bedrijfje worden schooluniformen gemaakt.
Elke school heeft zijn eigen uniform. Zonder uniform geen school. Onderwijs mag dan wel gratis zijn, maar niet iedereen kan een uniform betalen of de bijdrage voor de boeken. Het onderwijs dat door de overheid wordt verzorgd is van een magere kwaliteit; per kind wordt er maar een paar euro geïnvesteerd. Veel kinderen vallen dan toch buiten de boot. Er hangen blauwe jurken, oranje jurken, groene jurken; de kleuren mogen dan verschillend zijn, de modellen zijn allemaal gelijk.
Dean kent volgens mij alle vrouwen, hij flirt schaamteloos met elke vrouw, jong of oud, die we tegenkomen. Voor zijn zestig jaar ziet hij er goed uit. Uitstekend verzorgd, en het is duidelijk dat hij dat zelf ook vindt. Een rasechte, ouderwetse charmeur.
In een andere ruimte is een jonge kapster bezig om het haar van een jong meisje te voorzien van lange vlechten van kunsthaar. Haar vingers gaan geroutineerd te werk. Ze pakt een plukje van het echte haar, smeert dat in met wax en vlecht het kunsthaar er onopvallend in. Ze gaat niet echt heel erg zachtzinnig te werk. Het meisje vertrekt geen spier. Ik snap het wel, wanneer alle vrouwen hetzelfde haar hebben, dan wil je er toch graag anders uitzien. Geen enkele vrouw wil er als die ander uitzien. Ook al is het slecht voor het haar.
Tegenover de parkeerplaats staat een school. Ook dit gebouw is van golfplaten gemaakt. De muren zijn paars geverfd en leuk versierd met afbeeldingen van Afrikaanse dieren.
‘Vraag maar of je foto’s mag maken,’ zegt Dean die mij ziet kijken.
Een aap, een zebra, een olifant, een leeuw, een giraffe zijn op een eenvoudige maar fraaie manier afgebeeld.
Reading helps the mind staat er in grote, gele letters onder geschilderd. Daar kan ik het alleen maar volledig mee eens zijn!
Dean rijdt verder de wijk in, waar de stenen huisjes plaats maken voor de blikken huisjes, waar het in de zomer heet en in de winter koud is. De straten hebben namen als Psalmstraat, Apostelstraat en Hoepriesterstraat. Het zal wel een diepgelovige wijk zijn. Er is ook nog een wijk met mannen- en vrouwennamen. Op de een of andere manier zit er wel structuur in deze wijken. Zo moeten mensen die een bedrijfje of een winkel hebben hun huur aan de gemeente betalen.
‘Zie je de auto’s die hier rondrijden? Allemaal prima auto’s ,’ merkt Dean op.
Ja, dat was mij ook al opgevallen. De tegenstellingen zijn soms verwarrend groot.
‘Dan gaan we nu naar Penduka,’ zegt Dean als ik hem vertel dat Jan en ik daar al twee keer eerder zijn geweest.
Zo gauw Dean het terrein oprijdt komt het me bekend voor. De grote ruimte waar de vrouwen hard aan het werk zijn achter naaimachines en met strijkijzers. Er worden hier prachtige dingen gemaakt. Van dekbedovertrekken tot pannenlappen. Alles wordt met de hand gemaakt, is vaak voorzien van Afrikaanse afbeeldingen en ziet er bijzonder smaakvol uit. Ik zie aardewerken serviesgoed en sieraden op de planken staan.
‘Werken hier alleen maar vrouwen?’ vraag ik om me heen kijkend.
‘De driver en de beveiliging zijn mannen, verder werken hier alleen maar vrouwen.’
Ruim twintig jaar geleden is Penduka, dat ‘word wakker’ betekent, opgericht door een Nederlandse vrouw. Op dit moment woont ze weer in Nederland, maar ze is nog altijd betrokken bij Penduka. Ze komt elk jaar een paar keer naar Windhoek. Er werken hier vrouwen van alle leeftijden, sommige werken hier al meer dan tien jaar.
Er is een restaurant waar het heerlijk zitten is. We lopen door naar de winkel waar van alles te koop is. Vooral de handdoeken met een geborduurde rand van olifanten vind ik erg mooi. De handdoeken die ik het leukst vind zijn nog niet voorzien van het Penduka-label. Geen probleem. Klaar terwijl ik wacht.
‘Wil je mij in het centrum van de stad afzetten en om vier uur weer op komen halen om mij naar Guesthouse Villa Vista te brengen?’ vraag ik aan Dean.
‘Blijf je dan helemaal alleen in de stad?’ zegt Dean, die dit duidelijk geen goed plan vindt.
‘Jazeker. Ik ken de stad wel een beetje,’ zeg ik met meer bravoure dan ik werkelijk voel.
Ik wil graag wat winkelen, lunchen bij The Zoo en gewoon wat rondslenteren, herinneringen ophalen en genieten van het zonnige weer. Nooit eerder was ik ergens alleen in het buitenland.
‘Nou ja, je ziet er in ieder geval niet uit als een toerist. Jij draagt tenminste geen kakikleding,’ zegt Dean met een diepe zucht als hij me in het centrum afzet.
‘Ik stuur wel een driver. Hij brengt je graag naar Klein Windhoek Guesthouse,’ zegt onze vriendin Elise, eigenaar van Explore Namibia.
Ik verhuis van mijn leuke guesthouse in de stad, naar Klein Windhoek Guesthouse in de buitenwijk van Windhoek; een plek met volop parkeerruimte. Er wordt van alles gerenoveerd en bijgebouwd. Het is voor mij dé plek om op mijn familie te wachten. Jan, zijn broer Harry met dochter Susan en haar zoon Chiel, kunnen elk moment dit terrein oprijden. Tien dagen zijn ze met elkaar op pad geweest door Namibië.
‘Oké, dan ga ik een keer met jou naar Afrika,’ heeft Jan heel veel jaren geleden ooit eens tegen Susan gezegd.
Een opmerking die Susan in haar geheugen heeft opgeslagen, een opmerking die Jan allang weer vergeten was. Susan niet. Zij trouwde, kreeg drie mooie kinderen waarvan haar oudste, zoon Chiel, een grote fan is van Freek Vonk. Tijdens onze laatste zuidelijk Afrika-reis kwam deze belofte merkwaardig genoeg ineens weer bij ons naar boven.
‘Maar dan moet Chiel ook mee,’ zeiden we tegen elkaar.
Plannen gesmeed in Afrika werden blij in Dutchland ontvangen. Mm, dacht broer Harry. Dat lijkt mij ook wel wat. Hoe bijzonder is het om samen met mijn broer, mijn dochter en mijn kleinzoon naar Namibië te gaan. Geld werd gespaard, plannen gemaakt, ASCO had een uitstekende auto beschikbaar en het team van Explore Namibia zorgde voor een perfecte invulling van de reis.
‘Als jullie dan toch met zijn drieën zijn, kan Jan dan niet in Namibië blijven? Dan vlieg ik na. Jullie maken de reis zoals gepland. Wanneer jullie terugkomen in Windhoek dan ben ik daar. Wij brengen jullie naar het vliegveld en dan kunnen Jan en ik samen nog een rondreis maken,’ legde ik de Rosmannen voor. ‘Ik kom wel een dag eerder. Ik ga nooit alleen op reis, laat staan dat ik alleen in het buitenland ben,’ ging ik verder.
Windhoek ken ik wel een beetje, daar red ik me wel, dacht ik er achteraan.
Chiel kreeg een paar dagen eerder vrij van school, vaccinaties werden gehaald, paspoorten vernieuwd en helemaal voorbereid zijn ze tien dagen geleden vol grote verwachtingen vertrokken. Alle berichten die ik kreeg waren zo enthousiast.
Vanaf het grote terras heb ik een prima uitzicht op alle auto’s die af en aan komen rijden. Met een oog gericht op de parkeerplaats zit ik zeer ongeduldig te wachten. Het is hier gezellig druk. Engels en Afrikaans gebabbel om me heen, dat weer wordt vermengd met de kliktaal die ook door sommige bezoekers wordt gesproken. Dat is het leuke aan dit guesthouse; hier komt iedereen en zo krijg je een kleine indruk van alle verschillende mensen die in dit land wonen. De rokers weten allemaal het bordje please no smoking succesvol te negeren. De warme wind waait alles weg. Iedereen drinkt bier en eet vlees, erg veel vlees, te veel vlees.
Ik krijg een houten kont van de houten bank; ik pak mijn spullen en loop naar de weg. Mijn bagage staat veilig in het kantoor.
Het guesthouse staat aan een doodlopende weg; ik loop de straat uit richting de grote weg. Ik zie aan de overkant een soort van bankje staan waar ik prima kan zitten. Even wachten op die ene grote 4x4 auto die eraan komt rijden. Het zou toch niet????
Yeah! Daar zijn ze. Whow. Het enthousiasme springt me tegemoet. Ik maak snel een paar foto’s. Stap gauw bij hen in de wagen en samen rijden we naar het guesthouse. Allereerst Jan feliciteren die vandaag jarig is. Jarig zijn in Afrika geeft je verjaardag toch wat extra glans. De verhalen buitelen over elkaar heen en allemaal zijn ze diep onder de indruk van alles wat ze gezien en beleefd hebben. Ook weten ze nu al: wij komen terug!
Snel pakken we alle bagage uit de auto. De kamers zijn nu beschikbaar en binnen een mum van tijd ligt alles verdeeld over de kamers. Deze auto moet terug naar ASCO en Jan en ik moeten onze auto in ontvangst nemen. Het kantoor sluit om vijf uur en iedereen heeft zin in het weekend. De wagen wordt in ontvangst genomen en alles wordt even samen door- en langsgelopen. Papieren worden ingevuld, vragen beantwoord en samen stappen we in een brandschone 4x4 die de komende weken ons huisje zal zijn. Geroutineerd rijdt Jan de wagen naar Klein Windhoek waar iedereen dankbaar gebruik maakt van alle luxe die een prettige kamer te bieden heeft.
Vanavond hebben we iedereen uitgenodigd voor een verjaardagsetentje in Joe’s Beerhouse. Windhoek verlaten zonder in dit roemruchte restaurant te zijn geweest is als naar Parijs gaan en de Eiffeltoren niet bezoeken.
In de loop van de jaren hebben we met Marco, Elise en hun twee jongens een fijne en dierbare vriendschap opgebouwd. Zij wonen en werken ruim twaalf jaar in dit Afrikaanse land. Marco is mede-eigenaar van ASCO en Elise is eigenaar van Explore Namibia. De liefde voor dit land heeft ons samengebracht. Meestal bezoeken we elke twee à drie jaar dit deel van de wereld.
Joe’s Beerhouse is een begrip. Het is groot, het staat vol met oude meuk van opgezette dieren tot een aquarium vol met vissen. Alles is zo smaakvol neergezet dat het leuk is, het is gezellig, het is groot en het heeft een westernsfeertje. Elk moment verwacht ik cowboys en indianen die met getrokken revolvers binnen komen stormen. De sfeer is geweldig, het personeel professioneel en informeel. We zijn wat laat, de familie en hun geliefde nanny Miss Betty zitten er al.
Chiel moet onmiddellijk meekomen, Bram en Levi willen hem graag de grote vissen in het aquarium laten zien. We zitten gezellig met elkaar aan de grote ronde tafel. Menu’s worden uitvoerig bekeken; we kiezen allemaal, met een lichte schroom, dat dan wel weer, voor verschillende soorten wild: zebra, koedoe en springbok. Dat wat we overdag zo graag willen bewonderen, willen fotograferen, belandt nu in kleine stukjes vlees op ons bord. Enige hypocrisie is ons blijkbaar niet vreemd. Onze schroom zetten we snel opzij als we na een paar hapjes al proeven hoe lekker het allemaal is.
Geen verjaardag zonder cadeaus. Elise gaat staan, houdt een lieve korte toespraak over hoe onze vriendschap is ontstaan, hoe we elke keer moeiteloos de draad weer oppakken, hoe we de liefde voor dit continent delen en dat we tijdens onze reizen door meer dan 15 verschillende Afrikaans landen nog maar één keer een luipaard hebben gezien. Er komt een groot pak tevoorschijn waar een schitterende pastelkrijttekening van een luipaard inzit. Daar hebben we zeker een geschikte plek voor in onze woonkamer. Ietwat overdonderd neemt Jan heel graag het cadeau aan om het even later weer bij Elise in te leveren. Het zou jammer zijn om dit onze hele reis mee te nemen.
We halen het graag weer op als we over een paar weken hier weer terug zijn. Het wordt een leuke avond vol met verhalen, anekdotes en Hollandse gezelligheid.
