COLLECTIEVE SCHULDENREGELING
Duiding
2015
Alle teksten zijn gecoördineerd tot
1 februari 2015 (publicatiedatum Belgisch Staatsblad)
© Groep
Larcier n.v., 2015 – Hoogstraat 139/LOFT 6 – 1000
BrusselDe redactie
en de uitgever van de LARCIER Wet & Duiding besteden
de grootste zorg aan de publicatie van de teksten, maar
zijn in geen geval gehouden tot een
resultaatsverbintenis mochten bepaalde vergissingen aan
hun waakzaamheid ontsnapt zijn.Alle rechten
voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden
verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd
gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of
op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door
fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder
voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.ISBN
978-2-8044-5976-5
Editor(s):
Elie
Van Acker
Caroline
Verbeke
Voorwoord van de uitgever
De reeks Duiding van Larcier heeft een vijfjarig bestaan onder de naam
Wet en Duiding gekend, maar werd vanaf september 2014 simpelweg Duiding.
Dat is namelijk ook wat wij beogen: duiding geven bij een specifiek
onderwerp uit het recht. Het zijn de verrijkende commentaren die van elke
codex in deze reeks een bijzonder nuttig werkinstrument maken, onmisbaar
voor elke specialist in zijn vakgebied. Ondertussen is er een mooi aanbod
voorhanden, in bijna alle verschillende takken van het recht (zie verder
voor een overzicht).
Elke Duiding staat onder de redactie van een uitmuntende equipe:
verschillende auteurs onder leiding van hoogstaande editors. De auteurs
zijn telkens specialisten die elk vanuit hun eigen specifieke ervaring
omtrent een onderwerp uit het recht schrijven. De editors bewaken de
neutraliteit en uniformiteit van het geheel en garanderen dat u een
antwoord op al uw vragen zal aantreffen.
Alle Duidingen kunnen ook als een e-book verkregen worden. Daarvoor
verwijzen we u graag door naar onze website:
uitgeverijlarcier.larciergroup.com.
Indien u graag nog meer informatie wenst, of zelf ideeën hebt voor een
nieuwe Duiding, aarzel niet contact met ons op te nemen. We luisteren
graag naar uw voorstellen om onze reeks te verbeteren en nog uit te
breiden.
Shanna Maertens
Adjunct-Uitgever
0478/448 323
[email protected]
Voorwoord van de editor
De wet van 5 juli
1998 voegde de art.1675/2 e.v. Ger.W. in ons rechtsstelsel in. De wetgever
creëerde een structuur waarbinnen voor natuurlijke personen die geen koopman
zijn de mogelijkheid werd voorzien om een duurzame oplossing te bieden aan
hun schuldenproblematiek.
Deze basiswet werd de voorbije jaren regelmatig geëvalueerd en aangepast
teneinde een evenwicht te bekomen tussen de nood voor de schuldenaar en zijn
gezin om een menswaardig leven te leiden enerzijds en anderzijds de
doelstelling om een zo groot mogelijk deel van de schulden te voldoen.
Dit boek behandelt de procedure van collectieve schuldenregeling.
De wetgeving zoals nog gewijzigd in 2014 en de rechtspraak worden grondig
geanalyseerd. Maar om een procedure collectieve schuldenregeling op te
volgen en te evalueren, moeten de betrokken actoren ook opzoekingswerk doen
in de wettelijke bepalingen van de meest verscheidene rechtstakken. Daarom
worden deze materies ook in dit werk door specialisten uitgebreid geduid.
OCMW, erfenis, fiscus, echtscheiding, onderhoudsgeld, familierechtbank, pro
deo advocaat, verkoop, verjaring, huur, consumentenkrediet en bescherming,
energie, telecom, RVA, arbeidsrecht, IBO, werkloosheid, gezinsbijslag,
maximumfactuur en OMNIO-statuut, zorgverzekering, tegemoetkoming
gehandicapten, pensioen, invaliditeit, handel drijven, voorlopig bewind,
strafrecht … komen aan bod.
Al deze onderwerpen worden op een praktische doch ook stevig juridisch
onderbouwde wijze uiteengezet. Voor de schuldbemiddelaar, de magistraat, de
maatschappelijk werker, de advocaat en de vele juristen die betrokken zijn
bij deze procedure, kan dit werk hopelijk zijn nut bewijzen.
Lezers mogen gerust opmerkingen en suggesties meedelen. De editors stellen
deze constructieve medewerking op prijs.
10 maart 2015,
De editors.
Editors
Elie Van Acker
Elie Van Acker studeerde in 1979 af als licentiaat criminologie en in
1980 als licentiaat rechten, beiden aan de UGent. Sinds 1980 is hij
advocaat aan de balie te Gent. Hij is ongeveer 1500 keren aangesteld als
schuldbemiddelaar door eerst de beslagrechter bij de rechtbank van
eerste aanleg te Gent en nadien (na de bevoegheidsoverdracht) door de
arbeidsrechtbank te Gent. Elie Van Acker is verder co-auteur van de
Praktische gids voor schuldbemiddelaars, edities 2004, 2006 en 2013,
Kluwer.
Caroline Verbeke
Caroline Verbeke behaalde haar diploma in de rechten aan de KU Leuven.
Zij startte haar loopbaan aan de balie te Brugge, gevolgd door een
gerechtelijke stage bij het parket en de rechtbank van eerste aanleg te
Antwerpen. In 1994 werd zij benoemd tot substituut-procureur des Konings
bij het parket te Antwerpen en nadien te Kortrijk. In 1998 fungeerde ze
als substituut-arbeidsauditeur bij het auditoraat bij de
arbeidsrechtbanken te Kortrijk, Ieper en Veurne. In 2000 zette zij de
stap naar de zetel. Tot 2003 was zij werkzaam als rechter bij de
rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, waar zij ook fungeerde als
beslagrechter en zo in contact kwam met de collectieve schuldenregeling.
Na haar benoeming in de arbeidsrechtbanken te Kortrijk, Ieper en Veurne
verdiepte zij zich verder in de arbeidsrechtelijke en sociaalrechtelijke
materies. Vanaf 2007, datum van de overheveling van de collectieve
schuldenregeling van de beslagrechters naar de arbeidsrechtbanken, pakte
zij de draad weer op wat de collectieve schuldenregeling betreft, een
confronterende maar tegelijk boeiende materie. Sinds januari 2012 maakt
zij als raadsheer deel uit van het arbeidshof te Gent en ook daar heeft
zij het genoegen om te kunnen oordelen in zaken van collectieve
schuldenregeling. Caroline Verbeke is co-auteur van de Praktische gids
voor schuldbemiddelaars, editie 2013, Kluwer. Zij werkt mee met het
Instituut voor Gerechtelijke Opleiding (IGO) inzake collectieve
schuldenregeling.
Auteurs
Johan Beliën
Johan Beliën was advocaat aan de balie te Leuven tot augustus 2002. In
september 2002 maakte hij de overstap naar manager legal bij Fiducré.Paul Cambie
Paul Cambie is sinds 1997 attaché bij de dienst Handelsreglementering van
de Federale Overheidsdienst Economie, welke dienst als taak heeft de
opvolging en aanpassing van de wetgeving omtrent handelspraktijken en
consumentenbescherming. Daarnaast is hij ook secretaris van de Commissie
voor Onrechtmatige Bedingen, een adviesorgaan inzake onrechtmatige
bedingen. Hij schreef het boek Onrechtmatige bedingen (Larcier, 2009, 478
p.), een eerste standaardwerk over de toepassing van de wetgeving inzake
onrechtmatige bedingen. Daarnaast schrijft hij geregeld commentaren over
onrechtmatige bedingen in de rechtspraak. Hij is licentiaat in de rechten
(KU Leuven, 1994), postgraduaat in de bedrijfseconomie (VLEKHO, 1995), en
postgraduaat in het vennootschapsrecht (KUB, 1998).Yves Coeckelberghs
Yves Coeckelberghs studeerde in 1995 af als licentiaat in de rechten aan
de Vrije Universiteit Brussel. Na een praktijkervaring als OCMW-jurist,
werd hij na een stage in 2000 opgenomen als advocaat aan de balie bij de
rechtbank van Leuven. Hij is thans nog steeds werkzaam aan deze balie als
zelfstandig advocaat te Glabbeek. Yves Coeckelberghs is houder van een
getuigschrift bemiddelaar in handelsgeschillen en bijzondere opleiding
jeugdrecht. Zijn advocatenkantoor is voornamelijk actief in het burgerlijk
en sociaal recht, met inbegrip van OCMW-wetgeving. Hij wordt regelmatig
aangesteld als schuldbemiddelaar, bewindvoerder en jeugdadvocaat. Yves
Coeckelberghs is (mede-) auteur van diverse juridische publicaties.Lien Coenen
Lien Coenen vervoegde het Antwerpse kantoor Van Goethem advocaten in 2010
na een stageperiode aan de balie te Brussel, bij het kantoor Stibbe
(2009-2010). Eerder deed zij zomerstages bij Stibbe en Eubelius, steeds
binnen het departement arbeidsrecht. Zij legde zich reeds tijdens haar
studies in Gent en Parijs toe op de verschillende takken van het sociaal
recht. Zij is bij uitstek gespecialiseerd in het arbeids- en
socialezekerheidsrecht en de daarmee verbonden aspecten van het
ondernemings- en contractenrecht. Lien Coenen staat zowel werkgevers als
werknemers bij, niet enkel voor de gewone hoven en rechtbanken maar ook
voor administratieve rechtscolleges.Wouter Coucke
Wouter Coucke startte in augustus 2008 als junior legal counsel bij Sodexo
Pass Belgium NV en dat tot maart 2010. Vanaf juli 2010 startte hij als
jurist schuldbemiddeling bij het OCMW van Aalst, met als hoofdtaak de
juridische ondersteuning van de dienst schuldhulpverlening op gebied van
de wet marktpraktijken, consumentenkrediet en personen-en familierecht.
Daarenboven is hij aangesteld als schuldbemiddelaar in het domein
collectieve schuldenregeling. Wouter Coucke is sind december 2014 werkzaam
als diensthoofd schuldhulpverlening en sociale tewerkstelling.Arent De Dapper
Arent De Dapper was zes jaar (2005-2011) advocaat aan de Gentse balie bij
het advocatenkantoor Opdebeeck, De Groote & Matthys. Hij legde zich
toen voornamelijk toe op het burgerlijk en het handelsrecht. Sinds 1
oktober 2011 is Arent De Dapper gerechtelijk stagiair voor het
gerechtelijk arrondissement West-Vlaanderen, waar hij thans verbonden is
aan de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge.Bernd De Marrez
Bernd De Marrez was van september 2010 tot september 2011 voltijds
wetenschappelijk medewerker/assistent bij het instituut voor sociaal recht
aan de KU Leuven. Van september 2011 tot december 2012 was hij advocaat
bij advocatenkantoor Laga waar hij zich toelegde op het sociaal recht.
Sinds januari 2013 is hij advocaat bij advocatenkantoor Eversheds CVBA
waar hij zich ook toelegt op het sociaal recht.Olivier De Pauw
Olivier De Pauw is advocaat aan de balie te Gent sedert 9 januari 2007.
Tot en met 2011 was zijn dienstverlening als advocaat verbonden aan het
Advocatenkantoor Arvid De Smet, dat ruim als eerste de mogelijkheid om een
echtscheiding via het internet te regelen in België introduceerde. Sinds 9
januari 2012 is hij werkzaam bij het Advocatenkantoor Van Acker, Leyns
& De Vos, waar het spanningsveld tussen familierecht en
schuldbemiddeling bijna dagelijks aan bod komt.Laurence De Vijlder
Laurence De Vijlder is juriste-schuldbemiddelaar en tevens diensthoofd van
de Regionale dienst voor schuldbemiddeling 'Vlaamse Ardennen', een
feitelijke vereniging van 12 OCMW's uit de regio Vlaamse Ardennen,
gespecialiseerd in schuldbemiddeling en collectieve schuldenregeling in
het bijzonder.Cedric Degreef
Cedric Degreef is advocaat bij het departement Energie van Stibbe te
Brussel. Hij focust op Europese energierechtelijke wetgeving, hernieuwbare
energie, energie-efficiëntie, infrastructuur, tarieven en klimaatrecht.
Cedric Degreef behaalde een LL.M. in Europees
recht aan de University College London (UCL) en een bachelor en master in
de rechten aan de Universiteit Antwerpen. In 2010 nam hij deel aan de
European Law Moot Court Competition. Hij is auteur van verschillende
publicaties inzake energierecht.Luc De Meyere
Luc De Meyere is advocaat-vennoot bij het advocatenkantoor Doolaege,
Verbist & De Meyere, gespecialiseerd in fiscaal recht. Hij is tevens
gastprofessor aan de UGent, handelswetenschappen, optie
accountancy-fiscaliteit (vakgebieden lokale en regionale belastingen en
BTW). Hij is auteur van heel wat publicaties in gespecialiseerde (fiscale)
tijdschriften.Thomas Deruytter
Thomas Deruytter specialiseert zich in energie- en klimaatrecht. In dat
verband adviseert hij onder meer over de regulatoire aspecten van
hernieuwbare-energieprojecten en onderhandelt hij bijvoorbeeld contracten
voor aankoop van biomassa, verkoop van elektriciteit e.d.m. Hij is tevens
vrijwillig medewerker verbonden aan het Centrum voor Milieu- en
Energierecht van de UGent en hij heeft een stage gevolgd aan de Europese
Commissie (DG Milieu). Hij is ook lid van lid van het Energy Law Research
Forum.Kim Devolder
Kim Devolder was advocaat aan de Gentse balie. In 2007 werd zij assistente
aan het Instituut voor Procesrecht van de UGent, waar zij op 1 juli 2014
promoveerde tot doctor in de rechten. Momenteel werkt zij als juriste in
het Sint-Vincentius-ziekenhuis in Deinze.Tim Greven
Tim Greven is, na kennisgemaakt te hebben met de wereld van het OCMW,
sedert juli 2006 op de juridische dienst van het OCMW Tongeren,
tewerkgesteld bij Welzijnsregio Noord-Limburg te Neerpelt. Zijn functie
omvat schuldbemiddeling in ruime zin: ondersteuning van OCMW's die
aangesloten zijn bij Welzijnsregio Noord-Limburg op het vlak van
schuldhulpverlening en tevens ook de aanstelling als schuldbemiddelaar
door de Arbeidsrechtbank Antwerpen, Afdeling Tongeren en Hasselt.
Daarnaast verleent hij als jurist ook eerstelijnsrechtshulp aan cliënten
op het OCMW Bocholt.Dirk Heylen
Dirk Heylen is advocaat-vennoot bij het advocatenkantoor Vermeulen Heylen
Michiels De Graeve, gespecialiseerd in socaal recht. Hij is tevens docent
arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht aan de Artesis Plantijn Hogeschool
te Antwerpen en aan het CVO Hoger Instituut der Kempen in Geel. Hij is
co-auteur van de boeken Arbeidsrecht toegepast (2 edities),
Socialezekerheidsrecht toegepast (3 edities), Sociaal recht in essentie (3
edities) en Bedrijfswagens in het recht (2 edities). In Ontwikkelingen van
de sociale zekerheid 2006-2011 van J. Put (ed.) schreef hij het onderdeel
Werkloosheid- Wetgeving en rechtspraak.Geert Jocqué
Geert Jocqué is raadsheer in het Hof van Cassatie. Hij is tevens
academisch consulent aan de UGent in de vakgroep burgerlijk recht en
gastlector aan de Katholieke Hogeschool Brugge Oostende voor de
opleidingsonderdelen aansprakelijkheidsverzekering, verbintenissenrecht en
bijzondere overeenkomsten. Hij is ook nog voorzitter van de vzw Algemene
Praktische Rechtsverzameling en redactielid van het tijdschrift VAV.Rik Marynissen
Rik Marynissen studeerde af met onderscheiding in de rechten aan de UGent
(1990-1995), waarna hij een master in tax law (1996-1998) behaalde. Hij
was advocaat van 1995 tot 1999. Daarna werd hij jurist bij het OCMW Gent
(1999-2012), waar hij momenteel diensthoofd is bij de juridische dienst in
het departement sociale dienstverlening van het OCMW Gent (sinds 2012).Ria Matthijssens
Ria Matthijssens is momenteel partner bij BDO Tax en Legal Services en
stuurt daar de afdeling Social aan. Zij kan bogen op een jarenlange
ervaring in het arbeids- en sociaal zekerheidsrecht zowel inzake
consultancy als inzake publicaties en opleidingen. Praktijk- en
oplossingsgerichte benadering is daarbij altijd een prioriteit.Marnix Moerman
Marnix Moerman is advocaat sinds 1991 en hoofdzakelijk actief in het
burgerlijk recht. Hij werd achtereenvolgend benoemd tot plaatsvervangend
vrederechter in het vredegerecht van het kanton Zomergem, plaatsvervangend
rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Gent en is thans
plaatsvervangend raadsheer in het hof van beroep te Gent.Youri Nuytinck
Youri Nuytinck werkt als jurist en teambegeleider voor het team
budgethulpverlening van CAW Oost-Vlaanderen regio Gent-Eeklo. Hij is ook
verantwoordelijk voor het samenwerkingsverband BudgetInZicht tussen het
CAW en de OCMW's van Oost-Vlaanderen waarin gewerkt wordt rond preventie
van schulden. Hij studeerde af aan de UGent als licentiaat in de rechten,
optie burgerlijk en strafrecht en was twee jaar advocaat aan de balie te
Gent bij het advocatenkantoor Van Poucke, De Meyer en Mertens. In het boek
strafrechtelijke bescherming van minderjarigen van Gert Vermeulen (ed.)
schreef hij het deel “bederf van de jeugd en prostitutie van
minderjarigen”.Cindy Penninck
Cindy Penninck heeft meteen na het behalen van het licentiaatsdiploma
rechten in 2000 haar stage aan de balie te Leuven aangevat, waar zij
aanvankelijk eigen dossiers en dossiers van haar patron behartigde. Sedert
begin 2008 is zij vennoot geworden in het kantoor Lovius. Zij is een
all-rounder, met focus op sociaal recht, arbeidsrecht in het bijzonder, en
burgerlijk recht. Sedert 2013 is zij plaatsvervangend vrederechter. Zij
wordt geregeld aangesteld als schuldbemiddelaar en doceert in Leuven al
enkele jaren het vak Beslag- en Insolventierecht in het kader van de
beroepsopleiding voor de advocaten-stagiairs.Evelien Timbermont
Evelien Timbermont is assistent aan de Vrije Universiteit Brussel,
Faculteit Recht en Criminologie. Zij is meerbepaald verbonden aan de
vakgroep Publiek Recht - Afdeling Sociaal recht, waar ze een proefschrift
voorbereidt met betrekking tot de rechtspositie van het onderwijzend
personeel binnen de Vlaamse Gemeenschap. Daarnaast is zij werkzaam als
advocaat bij NautaDutilh, meer bepaald in het departement Employment.Filip Tollenaere
Filip Tollenaere is stafmedewerker bij Huurdersbond Oost-Vlaanderen sedert
1 april 1995 waar hij instaat voor het geven van juridisch huuradvies,
vorming en redactie en eindredactie van diverse brochures, het Huurboek en
het Nieuwe Huurboek (EPO) en het
Huurdersblad (tijdschrift van de huurdersbonden). Hij is ook auteur van
onder meer Huren op de private huurmarkt: eindelijk een droomplek of
eerder een nachtmerrie (Kluwer, 2005) en heeft meegewerkt aan Behoorlijk
wonen, een lokale wegwijzer, B. Hubeau - L. Goossens (Vanden Broele,
2007).Michel Van Bellinghen
Michel Van Bellinghen zijn loopbaan is in 1990 begonnen aan de
universiteit als onderzoeker en later als assistent onder de leiding van
prof. Fr. Tulkens, in de eenheid Strafrecht. In 1992 werd hij
adjunct-adviseur bij het ministerie van Justitie onder de leiding van
prof. M. Bossuyt en in 1997 kwam hij bij het BIPT als adviseur. Van 1999
tot 2003 was hij aangesteld op het kabinet van de federale minister van
Telecommunicatie als expert en nadien als adjunct-kabinetschef. Hij is lid
van de Raad van het BIPT geweest (april 2003-november 2009, en januari
2013-augustus 2013). Hij staat sinds 2013 aan het hoofd van de juridische
dienst "telecommunicatie".Joris Van Camp
Joris Van Camp werd na zijn studies advocaat aan de balie te Antwerpen.
Hij behandelde er vooral sociaalrechtelijke dossiers. Als plaatsvervangend
rechter werd hij in 2008 betrokken bij de overheveling van de collectieve
schuldenregeling naar de arbeidsgerechten. Van december 2010 tot maart
2014 was Joris Van Camp toegevoegd rechter voor het rechtsgebied van het
arbeidshof te Antwerpen en zetelde hij in de arbeidsrechtbanken van
Hasselt, Mechelen, Tongeren en Turnhout. Sinds 1 april 2014 is hij rechter
in de arbeidsrechtbank te Antwerpen. Joris Van Camp publiceerde
verschillende bijdragen over arbeids- en socialezekerheidsrecht.Mieke Van Cotthem
Mieke Van Cotthem werkt als mandaatassistente socialezekerheidsrecht aan
de Universiteit Antwerpen waar zij een proefschrift voorbereidt over de
uitwisseling van gezondheidsgegevens. Zij studeerde rechten aan de
Universiteit Antwerpen (2009) en behaalde een master na master in het
sociaal recht aan de Vrije Universiteit Brussel (2011). Tevens is zij
auteur van diverse publicaties in het sociaal recht.Steven Vandromme
Steven Vandromme studeerde af aan de Universiteit Antwerpen in 2001 met
grote onderscheiding. Van 2001 tot 2006 was hij voltijds onderzoeker
strafrecht aan de Universiteit Antwerpen. Sinds 2007 is hij
substituut-procureur des Konings aan het parket van Antwerpen. Dit
combineert hij met een deeltijds aanstelling als praktijkassistent aan de
Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van
talrijke publicaties in het straf(proces)recht.Ivo Verreyt
Ivo Verreyt is sedert 2012 diensthoofd van de juridische dienst van ACV
Kempen. Van 2000 tot 2012 werkte hij als stafmedewerker bij de juridische
cel van de studiedienst van LBC-NVK, de bediendencentrale van het ACV, en
daarvoor was hij stafmedewerker bij de Vormingsdienst van ACV Nationaal
waar hij verantwoordelijk was voor de sociaal juridische opleidingen.Christophe Verwilghen
Gebruiksaanwijzing
Geachte lezer,
Als vertrekpunt wordt het vigerend recht opgenomen.
Toekomstige versies van artikelen worden opgenomen onder het vigerend
artikel in een kleiner lettertype, voorafgegaan door een duidelijke
titel.
Een uitzondering hierop vormen nieuwe artikelen die ingevoegd worden
voor de toekomst. Deze kunnen niet onder een bestaand artikel geplaatst
worden, en worden bijgevolg enkel opgenomen in kleine druk.
De teksten zijn verrijkt met wetshistoriek.
Volgende iconen worden gebruikt:
– Annotaties in verband met de (niet-)conformiteit met de officiële
wettekst
Art.29.
- Beëindiging
1.Deze Overeenkomst blijft voor onbepaalde tijd
van kracht. Elk van overeenkomstsluitende Staten kan ze echter door
middel van een voorafgaande kennisgeving van ten minste zes maanden
langs diplomatieke weg, vanaf het vijfde jaar dat volgt op het jaar
waarin de Overeenkomst in werking is getreden, opzeggen voor het einde
van een kalenderjaar.
1
2.In dat geval zullen de bepalingen van de
Overeenkomst voor de laatste maal van toepassing zijn:
a)op de bij de bron verschuldigde
belastingen op inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld ten
laatste op 31december van het kalenderjaar waarin de
kennisgeving van de beëindiging is gedaan;
b)op de andere belastingen geheven naar
inkomsten van belastbare tijdperken die eindigen voor 31december
van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de kennisgeving van
de beëindiging is gedaan.
1.–Tekst
conform B.S.; lees «Elk van de overeenkomstsluitende Staten»
i.p.v. «Elk van overeenkomstsluitende Staten»
– Annotaties die de wetshistoriek weergeven: icoon
Art.239.
1[De
Koning bepaalt de begrotings-, de financiële en de boekhoudkundige
voorschriften van de gemeenten, evenals deze betreffende de nadere
regels voor de uitoefening van de taken van hun rekenplichtigen.]1
1.–Vervangen
bij art.4 wet 27mei 1989, B.S., 30mei 1989
– Annotaties in verband met de inwerkingtreding: icoon
Art.16.
De juridische entiteiten bedoeld in artikel14 1[waarover
de Bank de exclusieve controle bezit,]1
zijn onderworpen aan de controle van het Rekenhof.
1.Inwerkingtreding:
1juni 2003 (art.1, lid1, 4°, K.B. 3april
2003, B.S., 29april 2003)
– Annotaties die signaleren dat bepalingen niet in extenso worden
opgenomen: icoon
Art.23.
(...)
1
1.- Wijzigt
Decr. Vl. R. 3 mei 1989 Adoptie, erkenning diensten
– Annotaties die verwijzen naar de teksten van de andere Gemeenschappen
en Gewesten: icoon
Art.239.
1[De
Koning bepaalt de begrotings-, de financiële en de boekhoudkundige
voorschriften van de gemeenten, evenals deze betreffende de nadere
regels voor de uitoefening van de taken van hun rekenplichtigen.]1
2
1.–Vervangen
bij art.4 wet 27mei 1989, B.S., 30mei 1989
2.–Wat
het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft, luidt dit
art. als volgt:
Art.239.
3[De
4[Brusselse
Hoofdstedelijke Regering]4
bepaalt de begrotings-, de financiële en de boekhoudkundige
voorschriften van de gemeenten, evenals deze betreffende de
nadere regels voor de uitoefening van de taken van hun
rekenplichtigen.]3
3.–Vervangen
bij art.4 wet 27mei 1989, B.S.
30mei 1989
4.–Gewijzigd
bij art.43 Ord. Br. Hoofdst.R. 17juli 2003,
B.S. 7oktober 2003,
inwerkingtreding: 1januari 2003 (art.45)
Algemene inhoudsopgave van de duiding
I. Collectieve Schuldenregeling
Wet 10 oktober 1967 - Ger.W.
Wouter Coucke
Bespreking bij art. 1675/2
1. Inleiding
2. Objectieve toelaatbaarheidsvoorwaarden
2.1. § 1. Een natuurlijke persoon waarvan de voornaamste belangen zich in België bevinden.
2.2. § 2. Niet-handelaar
2.3. § 3. Geen vroegere herroeping
3. Inhoudelijke toelaatbaarheidsvoorwaarden
3.1. § 1. De overmatige schuldenlast
3.2. § 2. Men mag het onvermogen niet bewust hebben bewerkstelligd
3.3. § 3. De procedurele goede trouw: toelaatbaarheidsvoorwaarde of niet?
Evelien Timbermont
Bespreking bij art. 1675/3
1. Algemeen: de doelstellingen van de collectieve schuldenregeling
2. Eerste doelstelling: De financiële toestand van de verzoeker herstellen
3. Tweede doelstelling: Het waarborgen van de menselijke waardigheid
Bespreking bij art. 1675/4
1. Wijze van inleiding
2. Verplichte vermeldingen
Bespreking bij art. 1675/5
1. Invloed op de lopende procedures
Bespreking bij art. 1675/6
1. De uitspraak omtrent de toelaatbaarheid van de ingestelde vordering
2. De aanstelling van een schuldbemiddelaar, een gerechtsdeurwaarder en/of een notaris
3. De toekenning van de volledige of gedeeltelijke rechtsbijstand
4. Het ter kennis brengen van de beschikking
Bespreking bij art. 1675/7
1. De gevolgen van de beschikking van toelaatbaarheid
1.1. Het ontstaan van een toestand van samenloop
1.1.1. Algemeen
1.1.2. De samenloop betreft het gehele vermogen van de verzoeker
1.1.3. Schulden in de boedel vs. boedelschulden
1.1.4. Het einde van de samenloop
1.2. Voor de schuldenaar
1.2.1. De onmogelijkheid om over zijn vermogen te beschikken
1.3. Voor de schuldeisers
1.3.1. Schorsing van de middelen van tenuitvoerlegging
1.3.2. Schorsing van de verjaring
1.3.3. Schorsing van de zakelijke zekerheden en de voorrechten
1.3.4. Schorsing van de interesten
1.4. Een aantal bijzonderheden: schuldvergelijking en nettingovereenkomsten
1.4.1. Schuldvergelijking
1.4.2. Nettingovereenkomsten
Bespreking bij art. 1675/8
Inlichtingen over het vermogen van de schuldenaar
Bespreking bij art. 1675/9
1. Het ter kennis brengen van de beschikking van toelaatbaarheid
2. De rubriekrekening
3. De aangifte van de schuldvorderingen
4. Het leefgeld
Bespreking bij art. 1675/10
1. Het uitgangspunt: de minnelijke aanzuiveringsregeling
2. Het opstellen van een minnelijke aanzuiveringsregeling
2.1. Voorafgaand: doorlichting van de financiële toestand van de schuldenaar
2.2. Termijn
2.3. Aanvang
2.4. Inhoud
2.4.1. Algemeen
2.4.2. De prioritaire betaling van bepaalde schulden
2.4.3. Overige maatregelen
2.5. De kennisgeving van het ontwerp van minnelijke aanzuiveringsregeling
2.6. Het vetorecht van elke individuele schuldeiser
2.7. Naderhand: het inlichten van de rechter omtrent de onderhandelingen
Bespreking bij art. 1675/11
1. Geen akkoord omtrent het voorstel van minnelijke aanzuiveringsregeling
2. De zitting
3. De tweede fase: de gerechtelijke aanzuiveringsregeling
Bespreking bij art. 1675/12
1. De gerechtelijke aanzuiveringsregeling: de terugbetaling van alle schulden
2. De duur van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling
3. De prioritaire betaling van bepaalde schulden
Laurence De Vijlder
Bespreking bij art. 1675/13
1. Situering binnen de procedure collectieve schuldenregeling
2. Geen automatisme
3. Voorwaarden
4. Niet vatbaar voor kwijtschelding
4.1. Onderhoudsgelden
4.2. De schadevergoeding voor het herstel van lichamelijke schade veroorzaakt door een misdrijf
4.3. De restschulden na faillissement
4.4. De penale boeten
5. Duurtijd van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling (aanvang – moratorium – niet verlengbaar – minimum en maximumduurtijd)
6. Prioritaire betaling van de schulden die het recht om een menswaardig leven te leiden in het gedrang brengen (art. 1675/13, § 6 Ger.W.)
7. De schuldbemiddelaar, de arbeidsauditeur, de schuldenaar of elke belanghebbende schuldeiser kan door een eenvoudige schriftelijke verklaring, die ter griffie wordt neergelegd, de zaak opnieuw voor de rechter brengen (art. 1675/14 Ger.W.)
8. Beschikbaar bedrag voor verzoekers
9. Rechtsmiddelen tegen een vonnis dat een gerechtelijke aanzuiveringsregeling oplegt of verwerpt
Bronvermelding
Evelien Timbermont
De totale kwijtschelding van schulden (art. 1675/13bis)
De uitbetaling van het leefgeld (art. 1675/13ter)
De herziening (art. 1675/14)
Te geldemaking goederen (art. 1675/14bis)
Wouter Coucke
Bespreking bij art. 1675/15
1. Inleiding
2. De gronden tot herroeping
3. Procedure
4. Gevolgen van de herroeping
5. Beëindiging van de collectieve schuldenregeling op initiatief van de schuldenaar
Evelien Timbermont
Bespreking bij art. 1675/16
1. Het ter kennis brengen van oproepingen, beslissingen en uitspraken
2. Rechtsmiddelen
2.1. Hoger beroep
2.2. Derdenverzet
2.3. Voorziening in cassatie
Persoonlijke zekerheidsstelling (art. 1675/16bis)
Bespreking bij art. 1675/17
1. Wie kan als schuldbemiddelaar optreden?
2. De onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de schuldbemiddelaar
3. De mededeling van informatie aan de schuldenaar en de verslaggeving aan de rechter
4. De vervanging van de schuldbemiddelaar
5. De aansprakelijkheid van de schuldbemiddelaar
Het beroepsgeheim van de schuldbemiddelaar (art. 1675/18)
Bespreking bij art. 1675/19
1. Het ereloon, de emolumenten en de kosten van de schuldbemiddelaar
2. Het Fonds ter Bestrijding van Overmatige Schuldenlast
Bespreking bij K.B. 18 december 1998 - Schuldbemiddelaar, ereloon, emolumenten en kosten, barema's
Bespreking bij K.B. 9 augustus 2002 - Fonds ter bestrijding van Overmatige Schuldenlast, werking
II. Uitgebreidere onderwerpen
II.A. OCMW en ACW
Rik Marynissen
Maatschappelijke integratie en maatschappelijke dienstverlening door OCMW’s met bijzondere aandacht voor de procedure collectieve schuldenregeling
1. Inleiding
2. Algemeen: maatschappelijke integratie en maatschappelijke dienstverlening
2.1. Basiswetgeving
2.2. Bevoegdheid
2.3. Maatschappelijke integratie: tewerkstelling of leefloon
2.3.1. Voorwaarden
2.3.2. Bedragen
2.3.3. Sociaal onderzoek en procedure
2.3.4. Stopzetting – terugvordering – sancties
2.4. Maatschappelijke dienstverlening
2.4.1. Financiële hulp en voorschotten
2.4.2. Aanvullende financiële hulp (bv. Huurwaarborg)
2.4.3. Andere vormen van maatschappelijke dienstverlening
2.4.4. Sociaal onderzoek en procedure
2.5. Bijzondere vorm van maatschappelijke dienstverlening: budget- en schuldhulpverlening
3. OCMW’s op verschillende manieren betrokken bij een procedure collectieve schuldenregeling
3.1. Het OCMW helpt bij het opstellen van een verzoekschrift om toegelaten te worden tot de collectieve schuldenregeling
3.2. Het OCMW treedt op als schuldbemiddelaar
3.3. Het OCMW betaalt leefloon of geeft financiële hulp
3.4. Het OCMW is werkgever
3.4.1. Het OCMW als werkgever
3.4.2. Tewerkstelling op basis van art. 60, § 7 en art. 61 OCMW-wet
3.5. Het OCMW is schuldeiser
4. Begeleiding van een cliënt in collectieve schuldenregeling
4.1. Procedurele waarborgen voor de cliënt
4.1.1. Informatie voor de cliënt
4.1.2. De hoogte van het leefgeld
4.1.3. Bezwaar tegen een ontwerp
4.1.4. Herziening van een aanzuiveringsregeling
4.1.5. Vervanging van de schuldbemiddelaar
4.1.6. Stopzetting van de procedure collectieve schuldenregeling
4.1.7. Algemeen: signaleren van problemen aan de rechter
4.2. Budgethulpverlening: budgetbeheer of budgetbegeleiding
4.3. Voorwaarden of begeleidingsmaatregelen in een collectieve schuldenregeling
4.4. Leefloon of financiële hulp tijdens een collectieve schuldenregeling
4.4.1. Leefloon of financiële hulp
4.4.2. Voorschotten
4.4.3. Terugvorderbare hulp
4.5. Aandacht voor sociale zekerheid en sociale voordelen
4.5.1. Juridische tweedelijnsbijstand
4.5.2. Sociaal Verwarmingsfonds
4.5.3. Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost
4.5.4. Sociale huur
4.5.5. Zorgverzekering
4.5.6. Basisbankdienst
4.5.7. Uitbreiding van de faillissementsverzekering
5. Literatuur en bronnen
Youri Nuytinck
Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) in de collectieve schuldenregeling
1. Inleiding
2. De opdracht van het CAW binnen een collectieve schuldenregeling
2.1. Rol van brugfiguur
2.2. Rol van informatieverstrekker
2.3. Rol van belangenbehartiger
2.4. Rol van begeleider
3. Samenwerking tussen hulpverlener en schuldbemiddelaar
4. Mandaat van een CAW binnen de collectieve schuldenregeling
II.B. Fiscale verplichtingen
K.B. 10 april 1992 - WIB92
Luc De Meyere
Inkomstenbelastingen: belastbare basis
1. Definities
2. Onderhoudsgelden: belastbaarheid en aftrekbaarheid
3. De belastingvrije som
4. Pensioenen en werkloosheidsuitkering
Vestiging en invordering van de inkomstenbelastingen
1. Aangifte
2. Onderzoek en controle
2.1. Plichten van de belastingplichtige
2.2. Gemene bepalingen inzake recht van onderzoek ten aanzien van de belastingplichtige en derden
3. Bewijsmiddelen van de administratie
4. De aanslagprocedure
4.1. De wijziging van aangifte
4.2. De aanslag van ambtswege
5. De aanslag
5.1. De aanslagtermijnen
5.2. Aanslagjaar en belastbaar tijdperk
6. Rechtsmiddelen
6.1. Administratief beroep: bezwaarschrift
6.2. Administratief beroep: ambtshalve ontheffing
6.3. Bemiddeling
6.4. Gerechtelijke procedure
7. Invordering
7.1. Belastingschuldigen
7.2. Invordering op de inkomsten van de feitelijk gescheiden echtgenoot
7.3. Betwiste belastingen
7.4. Betaaltermijnen
7.5. Onbeperkt uitstel van de invordering van directe belastingen
7.6. Interesten
7.6.1. Nalatigheidsinteresten
7.6.2. Moratoriuminteresten
8. Rechten en voorrechten van de schatkist inzake invordering
8.1. Voorrecht van de schatkist
8.2. Wettelijke hypotheek
9. Verjaring
10. Administratieve sancties
10.1. Belastingverhogingen
10.2. Fiscale geldboete
Artikel 334 Programmawet van 27 december 2004
Decr. Vl. Parl. 13 december 2013 - Vlaamse Codex Fiscaliteit
Erfbelasting in het Vlaams Gewest
Decr. Vl. Parl. 30 mei 2008 - Provincie- en gemeentebelastingen, vestiging, invordering en geschillenprocedure
Lokale belastingen Vlaams Gewest
1. Kohier en aanslag
2. Ambtshalve aanslag
3. Administratieve geldboete
4. Bezwaarprocedure
4.1. Wie kan bezwaar indienen?
4.2. Bevoegde administratieve overheid
4.3. Het bezwaarschrift
4.4. Bezwaartermijn
4.5. Behandeling van het bezwaarschrift
4.6. Beslissingstermijn
II.C. Strafrecht
Wet 8 juni 1867 - Sw.
Steven Vandromme
1. Verschillende soorten van straffen
1.1. De opsomming
1.2. De geldboete en de opdeciemen
1.3. De vervangende gevangenisstraf en het vervangend rijverbod
1.4. De verbeurdverklaring
1.5. De teruggave en de schadevergoeding
2. Tenietgaan van straffen/verjaring
Decr. 17 november 1808 - Sv.
Steven Vandromme
3. Verzoeken in verband met inbeslaggenomen zaken
3.1. Het strafrechtelijk kort geding
3.1.1. Procedure
3.1.2. Eenieder die geschaad wordt door een opsporingshandeling m.b.t. zijn goederen
3.1.3. De procedure
3.1.4. Mogelijke beslissingen van de procureur des Konings
3.1.5. Hoger beroep
3.1.6. Cassatieberoep
3.1.7. Vanaf de aanhangigmaking van de zaak bij de rechtbank of het hof
3.2. De vervreemding of teruggave tegen betaling van inbeslaggenomen goederen.
3.2.1. Vervreemding of teruggave tegen betaling van een waarborg van inbeslaggenomen goederen
3.2.2. De procedure
3.2.3. Verhaal bij de kamer van inbeschuldigingstelling
3.2.4. De uitvoering van de beslissing
3.3. De vernietiging van inbeslaggenomen zaken
3.4. Het beslag in strafzaken: begrip en doel
3.5. Wat kan in beslag worden genomen?
3.5.1. Alles wat dienen kan om de waarheid aan de dag te brengen.
3.5.2. Alles wat een van de in de artikelen 42 en 43quater Sw. bedoelde zaken schijnt uit te maken
3.6. Strafrechtelijk beslag op een onroerend goed
3.6.1. Verzegeling
3.6.2. Strafrechtelijk onroerend beslag
3.6.2.1. Toepassingsgebied
3.6.2.2. Vormvereisten met het oog op publiciteit naar derden toe
3.7. Strafrechtelijk beslag bij equivalent
3.7.1. Het begrip
3.7.2. Vormvereisten
3.7.3. Strafrechtelijk beslag bij derden
3.8. Vormvereisten bij inbeslagname in strafzaken
3.8.1. Algemeen
3.8.2. Beslag op vorderingen
4. Inwinnen van bankgegevens
4.1. Inwinnen van bankgegevens
4.2. Toepassingsvoorwaarden
4.3. Onder toezicht plaatsen van bankrekeningen, bankkluizen en financiële instrumenten
4.4. Bevriezing van banktegoeden
4.5. Medewerkings- en geheimhoudingsplicht voor de banken
5. Minnelijke schikking en bemiddeling in strafzaken
6. Tenuitvoerlegging van het vonnis
7. Uitwissing van veroordelingen
8. Herstel in eer en rechten
9. Centraal Orgaan van de inbeslagneming en de verbeurdverklaring
Wet 17 mei 2006 - Wet strafuitvoering
Steven Vandromme
10. Uitvoeringsmodaliteiten bij vrijheidsstraffen
10.1. Door de minister van Justitie toe te kennen modaliteiten
10.1.1. De uitgaansvergunning (art. 4 en 5)
10.1.2. Het penitentiair verlof (art. 6 tot 9)
10.1.3. De onderbreking van de strafuitvoering (art. 15 tot 20)
10.2. De door de strafuitvoeringsrechter/strafuitvoeringsrechtbank toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten
10.2.1. De voorwaardelijke invrijheidstelling
10.2.2. De voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering
10.2.3. Beperkte detentie en elektronisch toezicht
10.2.4. Opvolging en controle (art. 62 en 63)
10.2.5. Herroeping, schorsing en herziening van een strafuitvoeringsmodaliteit
10.2.6. De definitieve invrijheidstelling (art. 71)
II.D. Erfenis en nalatenschap
Yves Coeckelberghs
1. De nalatenschap aanvaarden?
1.1. De schuldenaar informeert de schuldbemiddelaar kort na het overlijden
1.1.1. Zuivere aanvaarding
1.1.2. Verwerping
1.1.3. Aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving
1.1.4. Keuzevrijheid voor de schuldenaar?
1.2. De schuldenaar informeert de schuldbemiddelaar geruime tijd na het overlijden
2. Bij de notaris: de vereffening-verdeling
II.E. Samenloop met voorlopig bewind
Marnix Moerman
1. Onderscheid tussen en cumul van CSR en voorlopig bewind / aflijning van de mandaten en bevoegdheden
1.1. Bekwaamheid tegenover onbekwaamheid
1.2. Belang en opzet
1.3. Duur
1.4. Samenwerking tussen de beschermde persoon, de schuldbemiddelaar en bewindvoerder
1.5. Oorzaak en gevolg
1.6. De vergoeding van de voorlopige bewindvoerder is een boedelschuld
2. Cumul aan bescherming geeft een cumul aan machtigingen
2.1. Machtiging om een verzoek tot toelaatbaarverklaring in te dienen
2.2. Kan de bewindvoerder een aanzuiveringsvoorstel aanvaarden zonder machtiging?
2.3. Machtigingen tot verkoop van goederen
II.F. Zelfstandige en collectieve schuldenregeling
Marnix Moerman
1. De zelfstandige en de toelaatbaarheid
2. Is het statuut van zelfstandige onverenigbaar met de beschikking van toelaatbaarheid en moet ze leiden tot de herroeping?
2.1. Algemeen
2.2. De schuldenaar is zelfstandige op het moment van de indiening van het verzoekschrift tot collectieve schuldenregeling
2.3. De schuldenaar wordt zelfstandige na de indiening van het verzoekschrift tot collectieve schuldenregeling
2.3.1. Voorafgaande machtiging van de arbeidsrechtbank
2.3.2. Is ook een handelsactiviteit mogelijk?
2.3.3. Risico op boedelschulden: BTW, sociale zekerheid, …
2.3.4. De taak van de schuldbemiddelaar
2.3.5. Stopzetting onder druk van een vraag tot herroeping
II.G. Personen- en familierecht
Olivier De Pauw
1. Vestiging van een relatie
1.1. Feitelijke samenwoning
1.1.1. Begrip (102 BW / 108 BW)
1.1.2. Vestiging (103 – 105 BW)
1.1.3. Gevolgen (110 – 111 BW)
1.1.4. Gevolgen voor de schuldbemiddeling
1.2. Wettelijke samenwoning
1.2.1. Begrip (1475 § 1 BW)
1.2.2. Vestiging (1475 § 2 BW, 1476, § 1 / 1476bis / 1476ter)
1.2.3. Gevolgen (1477 – 1478 BW)
1.2.4. Gevolgen voor de schuldbemiddeling
1.3. Huwelijk
1.3.1. Begrip
1.3.2. Het primair huwelijksstelsel
1.3.3. Het secundair huwelijksstelsel: de huwelijksvermogensstelsels (art. 1387 e.v. Ger.W.)
1.3.3.1. Het wettelijk stelsel
1.3.3.2. Gemeenschap van goederen
1.3.3.3. Zuivere scheiding van goederen
1.3.3.4. Afwijkende regelingen
1.3.4. Gevolgen voor de schuldbemiddeling
2. Tijdelijke relatiebreuk
2.1. Feitelijke samenwoning
2.1.1. Situering
2.1.2. Procedure (art. 584 Ger.W.)
2.1.3. Maatregelen
2.1.4. Specifieke gevolgen voor de schuldbemiddeling
2.2. Wettelijke samenwoning
2.2.1. Situering
2.2.2. Procedure (art. 1479 BW)
2.2.3. Gevolgen
2.2.4. Specifieke gevolgen voor de schuldbemiddeling
2.3. Huwelijk
2.3.1. Situering
2.3.2. Procedure (art. 223 BW)
2.3.3. Gevolgen
2.3.4. specifieke gevolgen voor de schuldbemiddeling
3. Definitief tenietgaan van een relatie
3.1. Overlijden van één der partners
3.2. Ontbinding van de feitelijke samenwoning (103-105 BW)
3.2.1. Begrip
3.2.2. Procedure
3.2.3. Gevolgen
3.2.4. Gevolgen voor de schuldbemiddeling
3.3. Ontbinding van de wettelijke samenwoning
3.3.1. Begrip
3.3.2. Procedure
3.3.3. Gevolgen
3.3.4. Gevolgen voor de schuldbemiddeling
3.4. Ontbinding van het huwelijk: de echtscheiding (art. 229, § 1 t.e.m. § 3 en 230)
3.4.1. Begrip
3.4.2. Mogelijke procedures
3.4.2.1. Echtscheiding met onderlinge toestemming
3.4.2.2. Echtscheiding door onherstelbare ontwrichting van het huwelijk
3.4.3. Gevolgen
3.4.4. Gevolgen voor de schuldbemiddeling
3.4.4.1. Algemeen
3.4.4.2. Beide echtgenoten zijn onderworpen aan de collectieve schuldenregeling
3.4.4.3. Slechts één van de echtgenoten is onderworpen aan de collectieve schuldenregeling
4. Kinderen
4.1. Mogelijke maatregelen bij de relatiebreuk tussen de ouders
4.1.1. Inleiding
4.1.2. Ouderlijk gezag (art. 373-374/375/376 en 379 BW)
4.1.3. Verblijf en domicilie (374 en 375bis BW)
4.1.4. Bijdrage in de opvoeding en het onderhoud (203 en 203bis BW, art. 336 BW en art 1477, § 3 BW)
4.1.4.1. Onderhoudsbijdrage
4.1.4.2. Bijdrage in de buitengewone kosten of in de verblijfsoverschrijdende kosten
4.1.4.3. Aanpassing aan de index van de consumptieprijzen
4.1.4.4. Ontvangstmachtiging
4.1.4.5. De dienst voor alimentatievorderingen (D.A.V.O.)
4.1.5. Kinderbijslag en eventuele andere sociale voordelen
4.1.6. Fiscaal voordeel
4.2. Burgerlijke procedures inzake kinderen
4.2.1. Vóór 1 september 2014: specifieke procedures en samenhang
4.2.2. Vanaf 1 september 2014: de familierechtbank
II.H. Verkoop onroerend goed
Christophe Verwilghen
1. Verkoopsbemiddeling
2. Verkoop uit de hand
3. Openbare verkoop
4. Rangregeling
II.I. Wet op het taalgebruik
Bespreking bij art. 38
II.J. Internationale dimensie: Europese Verordening nr. 1346/2000
Bespreking bij Verord. (EG) nr. 1346/2000 Raad 29 mei 2000 - Insolventieverordening
II.K. Gerechtelijk Recht
Cindy Penninck
Wet 10 oktober 1967 - Ger.W.
1. Collectieve schuldenregeling en juridische eerstelijnsbijstand(Boek IIbis Ger.W. – art. 508/1 t.e.m. 508/5 Ger.W.)
2. Collectieve schuldenregeling en juridische tweedelijnsbijstand(Boek IIIbis Ger.W. – artikelen 508/6 t.e.m. 508/18 Ger.W.; KB van 18 december 2003 tot vaststelling van de voorwaarden van de volledige of gedeeltelijke kosteloosheid van de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand)
3. Collectieve schuldenregeling en kosteloze rechtsbijstand(art. 664 Ger.W. e.v.)
Barema voor toekenning kosteloze tweedelijnsbijstand, geldig vanaf 1 september 2014
Aanvraagformulier tot het bekomen van juridische tweedelijnsbijstand
II.L. Voorrechten en hypotheken
Joris Van Camp
1. Arbeid
Inleiding
1. Bronnen van het arbeidsrecht – hiërarchie van de normen
1.1. Internationale bronnen
1.2. Nationale bronnen
1.3. Hiërarchie van de nationale rechtsbronnen
2. Taalgebruik in de arbeidsbetrekkingen
2.1. Historiek en situering
2.2. Toepassingsgebied
2.3. De nietigheidssanctie
3. Bevordering van de tewerkstelling
3.1. Herintegratie van langdurig werklozen
3.2. Invoegbedrijven
3.3. Start- en stagebonus
3.4. Tewerkstelling van jongeren in de socialprofitsector
3.5. Vlaamse tewerkstellingspremie van 50-plussers
3.6. Financiële tegemoetkomingen van de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling (thans ACTIRIS)
3.7. Startbaanovereenkomsten
3.8. Dienstencheques
3.9. Doorstromingsprogramma's
4. Scholing
4.1. Doorstromingsprogramma's
4.1.1. Beroepsopleiding door de VDAB
4.1.2. Rechten van de cursist (premie)
4.1.3. Initiatief tot de opleiding
4.1.4. IBO in een onderneming
4.1.5. Een curatieve IBO
4.1.6. Een instapstage
4.1.7. IBO interim
4.2. Leerovereenkomst
4.2.1. De leerovereenkomst
4.2.2. Sociale zekerheidssituatie van de leerling
Joris Van Camp
2. Tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen
1. Algemeen
1.1. CAO nr. 103 NAR 27 juni 2012
1.2. Algemeen recht op tijdskrediet
1.3. Tijdskrediet met een bijzonder motief
1.4. Landingsbanen oudere werknemers
1.5. Tewerkstellingsvoorwaarden
1.5.1. Verlenging van het tijdskrediet
2. Aanvraag en procedure
3. Federale vergoedingen
3.1. Federale vergoeding bij tijdskrediet of loopbaanvermindering
3.2. Federale vergoeding bij landingsbanen
3.3. Cumulatieregels
3.4. Fiscale en parafiscale afhoudingen
3.5. Wijzigingen door het koninklijk besluit van 30 december 2014
4. Aanmoedigingspremies in de privé-sector
4.1. Voorafgaandelijk akkoord nodig
4.2. Tewerkstelling in het Vlaamse gewest
4.3. Anciënniteitsvoorwaarde
4.4. Drie verschillende premies
4.5. Zorgkrediet
4.6. Opleidingskrediet
4.7. Ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering
4.8. Fiscale en parafiscale inhoudingen
4.9. Suppletoire regeling
4.10. Aanvraagprocedure
4.11. Vlaamse premies Vlaamse non-profit sector
5. Palliatief verlof, uitvoering art. 100bis Herstelwet 22 januari 1985
6. Loopbaanonderbreking, bijstand of verzorging zwaar ziek gezins- of familielid
7. Loopbaanonderbreking, recht op ouderschapsverlof (CAO nr. 64 NAR 29 april 1997)
8. Onderbrekingsuitkeringen en premies: schematisch overzicht
9. Bijlagen
9.1. Bijlage I. Bedragen CAO nr. 77bis, thematische verloven en Vlaamse aanmoedigingspremie vanaf 1 oktober 2010
9.1.1. Onderbrekingsuitkeringen
9.1.2. Thematische verloven
9.1.3. Vlaamse aanmoedigingspremies
9.1.3.1. Gewone privé-sector
9.1.3.2. Vlaamse non-profitsector
9.2. Bijlage II. Overzicht van de toekenningsvoorwaarden
9.3. Bijlage 3. Berekening van de tewerkstellingsvoorwaarde van 12 of 24 maanden
Joris Van Camp
3. Arbeidsovereenkomstenrecht
1. De arbeidsovereenkomst algemeen
1.1. Toepassingsgebied
1.1.1. Algemeen
1.1.2. Schijnzelfstandigheid
1.1.3. Onderscheid werkman – bediende
1.1.4. Andere soorten arbeidsovereenkomsten
1.2. Dwingend karakter van de wet
1.3. Tijdsduur
1.4. Deeltijdse overeenkomst
1.5. Verjaring
1.6. Verplichtingen werknemer
1.7. Verantwoordelijkheid voor schade
1.8. Verplichtingen werkgever
1.9. Schorsing van de utitvoering
1.10. Einde van de overeenkomst
1.10.1. Wederzijdse toestemming
1.10.2. Ontbindend beding
1.10.3. Afloop van de termijn of voltooiing van het afgesproken werk
1.10.4. Wil van de partijen
1.10.5. Impliciet ontslag
1.10.6. Overmacht
1.10.7. Beëindiging vóór de uitvoering van de overeenkomst.
1.11. Opzeg en ontslag
1.11.1. Opzegging - begrip
1.11.2. Wijze van kennisgeving van de opzegging
1.11.3. Aanvangstijdstip van de opzeggingstermijn
1.11.4. Nietigheid van de opzegging
1.11.5. Ingangsdatum opzeg
1.11.6. Opzeggingstermijn
1.11.7. Opzeggingsvergoeding
2. Arbeidsovereenkomst werklieden
2.1. Scholing
2.2. Gewaarborgd loon
2.3. Einde van de overeenkomst
3. Arbeidsovereenkomst bediende
3.1. Gewaarborgd loon
3.2. Schorsing
3.3. Einde van de overeenkomst
Ria Matthijssens
4. De overeenkomst voor tewerkstelling van studenten
4.1. Arbeidsovereenkomst met studenten
4.2. Het begrip student
4.3. Vermoeden van ondergeschikt verband
4.4. Studentenarbeid als zelfstandige
4.5. Uitsluitingen
4.6. Formaliteiten bij het sluiten van een overeenkomst voor een tewerkstelling van studenten
4.7. Kennisgeving aan het Toezicht op de Sociale Wetten
4.8. Sociaal document
4.9. Sanctie in geval van afwezigheid van een geschrift
4.10. Automatische proefperiode
4.11. Einde van de overeenkomst voor tewerkstelling van studenten
4.12. Rechtsbekwaamheid van de student
Joris Van Camp
4. Loon
1. Toepassingsgebied Loonbeschermingswet
2. Begrip 'loon'
3. Loonbetaling bij CSR
4. Modaliteiten van betaling
5. Afrekening
6. Inhouding op loon
7. Loonsoverdracht
8. Hoofdelijke aansprakelijkheid
II.N. Wet marktpraktijken en consumentenbescherming
Paul Cambie
Wet Marktpraktijken en schuldbemiddeling: Boek VI Wetboek van Economisch Recht: Inleiding
1. Historiek en doelstelling van de Wet Marktpraktijken en consumentenbescherming: correct marktgedrag, ook ten aanzien van de consument
2. Structuur van de wetgeving inzake marktpraktijken en consumentenbescherming
2.1. Rekening houden met andere boeken van het WER
2.2. Structuur van Boek VI “Marktpraktijken en consumentenbescherming”- voor schuldbemiddeling relevante onderwerpen uit het wetboek
2.3. Cumulatieve toepassing met de bepalingen inzake elektronische handel en de dienstenwet
Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied Boek VI: onderneming vs. consument, en enkele belangrijke andere definities
1. Belangrijkste definities die het toepassingsgebied vaststellen
1.1. Onderneming: (art. I.1.1°, WER)
1.2. Consument: art. I.1, 2°, WER
1.3. Producten zijn ‘goederen’ en diensten’ (I.1.4°, 5°, en 6° WER)
1.4. De notie “financiële diensten” (art. I.8, 18° WER)
Hoofdstuk 2. Informatie van de markt (Titel 2 Boek VI WER)
1. Algemene Informatieverplichting: art. VI.2. WER- actieve informatieplicht door onderneming omtrent kenmerken en voorwaarden overeenkomst
2. Prijs- of tariefaanduiding: art. VI.3. WER
Hoofdstuk 3. Overeenkomsten met consumenten (Titel 3 WER)
1. Transparantieverplichting: art.VI.37 WER
2. Enkele specifieke verboden
3. Overeenkomsten op afstand
3.1. Begrip “overeenkomsten op afstand”
3.2. Bij verkoop via het internet gezamenlijke toepassing van de bepalingen inzake elektronische handel (Boek XII van het WER)
3.3. Informatieverplichtingen
3.3.1. Voorafgaandelijke informatie
3.3.2. Bevestiging minimale informatie en eventuele vervroegde uitvoering per duurzame gegevensdrager
3.4. Herroepingsrecht
3.4.1. Principe
3.4.2. Hoe uitoefenen? Herroepingsformulier
3.4.3. Gevolgen van de herroeping
3.4.4. Uitzonderingen op het herroepingsrecht (art. VI.53 WER)
3.5. Bewijslast en “dwingend recht” (art. VI.62 en VI.63 WER)
3.6. Overeenkomsten op afstand m.b.t. de levering van gas en elektriciteit: het Akkoord en de Gedragscode
4. Buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten (art. VI.64 tot VI.74 WER)
4.1. Toepassingsgebied sterk verruimd: definities van art. I.8.31°, en 32° WER
4.2. Beschermingsregeling identiek aan overeenkomsten op afstand
4.2.1. Minimale informatieverplichtingen (art. VI.64 en 65 WER)
4.2.2. Herroepingsrecht (art. VI.67 tot 73 WER)
4.2.3. Verbod tot het vragen van enig voorschot of betaling gedurende 7 werkdagen
5. Gezamenlijk aanbod (art. VI.80 en 81, WER)
6. Onrechtmatige bedingen (art. I.8.22° en VI.82-88 WER)
6.1. De algemene norm: artikel I.1.8.22° WER
6.2. De ‘zwarte lijst’: artikel VI.83 WER
6.2.1. Artikelen VI.83, 1°, en 29° WER: ‘potestatieve voorwaarde’ en beperking engagement van de onderneming
6.2.2. Art. VI.83, 26° WER: Instemming van de consument
6.2.3. Art. VI.83, 2°, 3°, 4°, 5° en 6° WER: Eenzijdige wijzigingen aan de overeenkomst en eenzijdige beoordelingsbevoegdheid
6.2.4. Art. VI.83, 7°, 8°, 9°, 12°, 16°, 30°, 31° WER: Beperkingen van de verweermiddelen van de consument
6.2.5. Art. VI.83, 13°, en 30° WER: beperkingen van de verplichtingen van de onderneming- exoneratiebedingen
6.2.6. Art. VI.83, 17°, en 24° WER: Schadebedingen
6.2.7. Art. VI.83, 18°, 19°, 20° WER: Duur van de overeenkomst
6.2.8. Art. 74, 21°, 22°, en 23° WMPC (art. VI.83, 21°, 22°, 23° WER): Geschillenbeslechtingsclausules
7. Bewijsstukken: art. VI.88 en 89 WER
7.1. Bewijsstukken
7.2. Bestelbon
8. Art. VI.91 WER: Verlenging van dienstenovereenkomsten
8.1. Vooreerst worden er bepaalde vormvereisten gesteld met betrekking tot de opname van een beding tot stilzwijgende verlenging.
8.2. Inhoudelijke beperking tot maximum twee maand opzeg
Hoofdstuk 4. Verboden praktijken (art. VI.92-109 WER)
1. Oneerlijke handelspraktijken jegens consumenten (art. VI.92-109 WER)
1.1. Misleidende handelspraktijken (art.97-100 WER)
1.1.1. Open norm misleidende handelspraktijken: artikel VI.97 WER
1.1.2. Art. VI.98 WER: verwarringstichting en niet-nakoming gedragscode waaraan gebonden
1.1.3. Art. VI. 99, § 1 en 2 WER: misleiding door omissie
1.1.4. Art. VI.99, § 3 WER: rekening houdend met communicatiemiddelen
1.1.5. Art. VI.98, § 4 WER: uitnodiging tot aankoop
1.1.6. Zwarte lijst misleidende handelspraktijken (art. VI.100 WER)
1.2. Agressieve handelspraktijken: art. VI.101-103 WER
1.2.1. Open norm agressieve handelspraktijken: art. VI.101 en 102 WER
1.2.2. Zwarte lijst agressieve handelspraktijken: artikel VI.103 WER
1.3. Oneerlijke handelspraktijken: art. VI.93 WER
1.4. Art. VI.38 WER: Burgerlijke sancties op oneerlijke handelspraktijken
2. Bescherming tegen ongewenste ‘aan de persoon gerichte’ reclame (art. VI.110 tot 114, en enkele bepalingen in Boek XV WER en Boek XVII)
Hoofdstuk 5. Specifieke administratieve en gerechtelijke controle- en sanctioneringsmechanismen
1. Het optreden van de Administratie ter handhaving van de bepalingen van de Wet Marktpraktijken: Boek XV WER
1.1. Het opstellen van een proces-verbaal: art. XV.2 en 3 WER
1.2. De waarschuwingsprocedure: art. XV.31 WER
1.3. Het voorstel tot minnelijke schikking: art. XV.61 WER
2. De vordering tot staking: Boek XVII WER
2.1. Art. XVII.7 en 12 WER: Wie kan de vordering instellen?
2.2. Art. XVII.10, 11 en 12 WER: Tegen wie kan de vordering ingesteld worden?
2.2.1. Doel van de procedure en ‘samenloopverbod’ toegepast op de onrechtmatige bedingen
2.2.2. Procedure- Opleggen van een termijn- maatregelen van openbaarmaking: art. XVII. 3, 4, 6 WER
3. De rechtsvordering tot collectief herstel (Boek XVII, Titel 2 WER)
II.O. Wet consumentenkrediet
Johan Beliën
Het lot van consumentenkredieten in het kader van een collectieve schuldenregeling
1. Inleiding en definitie van het consumentenkrediet
2. Gevolgen van de beschikking van toelaatbaarheid tot de procedure collectieve schuldenregeling (verder CSR genoemd) op lopende kredieten, meer bepaald consumentenkredieten
3. Welke posten kunnen er worden ingediend
3.1. Bij reeds voordien opgezegde kredietovereenkomsten
3.2. Bij lopende kredietovereenkomsten
3.3. Mogelijkheid tot opname van lopende kredietovereenkomsten door aanvaarding ervan als “schuld van de boedel”
3.4. Mogelijkheid tot verlenging van de termijn van de kredietovereenkomst
4.Wat is de taak van de schuldbemiddelaar bij nazicht van een ingediende kredietvordering en organisatie grote samenloop
4.1. Administratieve afhandeling <-> marginale controle <-> uitgebreide controle van de ingediende vorderingen
4.2. Meldingen van consumentenkredieten bij de BNB/CKP nagaan, alsook het centraal register beslagberichten
4.3. Nazicht van ingeroepen eigendomsvoorbehoud en voorrechten, waarin de kredietgever vaak gesubrogeerd werd
4.4. Nazicht verjaringstermijn van kredieten
5. Wat met afspraken omtrent de afbetaling van consumentenkredieten tussen debiteuren onderling, EOT’s en echtscheidingsvonnissen/vonnissen dringende voorlopige maatregelen?
6. Wie kan er consumentenkredietschulden indienen?
7. Wat is het lot van de kosteloze persoonlijke zekerheidssteller
7.1. Pluraliteit van ondertekenaars –hoofdelijkheid
7.2. Artikel 1675/7 § 2 al 3 Ger.W.: geen middelen van tenuitvoerlegging tot homologatie of PV- niet akkoord
7.3. Persoonlijke zekerheidstellers kunnen bevrijding vragen als ze kosteloos zijn
7.4. Zijn samenwonenden kosteloze borgen van elkaar of niet?
7.5. Soms gebeurt denaturatie van “mede-kredietnemer” naar “persoonlijke zekerheidssteller”
II.P. Verjaring in het Burgerlijk Wetboek
Christophe Verwilghen
1. Algemeen
2. Berekening, stuiting en schorsing (art. 2242-2261 BW)
2.1. Berekening
2.2. Stuiting
2.3. Schorsing
3. Verjaringstermijnen (art. 2262bis en art. 2271-2278 BW)
3.1. Tienjarige verjaringstermijn voor persoonlijke rechtsvorderingen
3.2. Dubbele verjaringstermijn van vijf en twintig jaar voor buitencontractuele aansprakelijkheidsvorderingen
3.3. Vijfjarige verjaringstermijn
3.4. Tweejarige verjaringstermijn
3.5. Eenjarige verjaringstermijn
3.6. Zesmaandelijkse verjaringstermijn
II.Q. Verjaring in het Burgerlijk Wetboek
Wet 21 november 1989 - WAM 1989
Geert Jocqué
1.1. Oprichting en samenstelling van het Tariferingsbureau
1.2. Doelstelling van het Tariferingsbureau
2.1. Aanvraag bij het Tariferingsbureau
2.2. Weigering door de verzekeraar
2.3. Afwezigheid van reactie van de verzekeraar
3.1. Termijn voor de aanvraag en behandeling door het bureau
3.2. Vaststelling van de premie
3.3. Kennisgeving van de premie
4. Bespreking bij art. 9quinquies
Wet 21 maart 1804 - B.W.
Kim Devolder
1. De foutieve daad
2. Fout - objectief element
3. Inbreuk op een specifieke rechtsnorm
4. Inbreuk op de zorgvuldigheidsnorm
5. Fout - subjectief element
6. Schuldbekwaamheid
7. Rechtvaardigingsgronden
8. Het causaal verband
9. Equivalentietheorie
10. Bewijs van het oorzakelijk verband
11. Pluraliteit van oorzaken
12. Verbreking causaal verband
13. De schade
Arent De Dapper
Bespreking bij art. 1384
1. Lid 1
1.1. Principes
1.2. Toepassingsvoorwaarden
1.3. Weerlegging van het vermoeden van aansprakelijkheid
2. Lid 2
2.1. Principes
2.2. Toepassingsvoorwaarden
2.3. Weerlegging van het vermoeden van aansprakelijkheid
3. Lid 3
3.1. Principes
3.2. Toepassingsvoorwaarden
3.3. Weerlegging van het vermoeden van aansprakelijkheid
4. Lid 4
4.1. Principes
4.2. Toepassingsvoorwaarden
4.3. Weerlegging van het vermoeden van aansprakelijkheid
Bespreking bij art. 1385
1. Principes
2. Toepassingvoorwaarden
3. Weerlegging van het vermoeden van aansprakelijkheid
4. In het wegverkeer
Wet 21 november 1989 - WAM 1989
Tim Greven en Filip Tollenaere
1. Toepassingsgebied
1.1. Huurovereenkomst
1.1.1. De verplichte schriftelijke huurovereenkomst
1.1.2. Wie kan een huurcontract sluiten?
1.2. Hoofdverblijfplaats
1.3. Toestemming verhuurder
1.4. Contractuele uitsluiting van hoofdverblijfplaats
1.5. Verschillende huurders
2. Het aangaan van het huurcontract
2.1. De verplichte affichering van de huurprijs en de gemeenschappelijke lasten
2.2. De huurschatter
2.3. Bemiddelingskosten vastgoedmakelaar
3. Modaliteiten
3.1. Bepalingen van aanvullend en van dwingend recht
3.2. Verbod op huisdieren
3.3. Verbod voor schotelantennes
3.4. Onderhuur
3.5. Registratie van het huurcontract
3.6. Staat van het gehuurde goed
3.7. Renovatieovereenkomst
3.8. Huurherstellingen
3.9. Duur van de overeenkomst
3.9.1. Huurovereenkomst van negen jaar
3.9.2. Huurovereenkomsten van korte duur
3.9.3. Dubbele voorwaarde in de Woninghuurwet
4. Einde van de huurovereenkomst
4.1. Opzeg van de huurovereenkomst
4.1.1. Huurovereenkomsten van 9 jaar
4.1.1.1. Opzegmogelijkheden verhuurder
4.1.1.2. Opzegmogelijkheden huurder
4.1.2. Huurovereenkomsten van korte duur
4.1.3. Huurovereenkomsten van meer dan 9 jaar
4.1.4. Huurovereenkomsten voor het leven van de huurder
4.2. Andere beëindigingsmanieren van het huurcontract
4.2.1. Onderling akkoord
4.2.2. Ontbinding van het huurcontract wegens niet-nakoming van verbintenissen
4.2.3. Toeval of overmacht
4.2.4. Onteigening
4.2.5. De persoonlijke situatie van de huurder
4.2.6. Het overlijden van huurder of verhuurder
5. De huurprijs
5.1. De indexatie van de huurprijs
5.2. De huurder kan de huurprijs niet betalen
5.3. Gerechtelijke uithuiszetting
5.4. Vlaams Fonds ter bestrijding van uithuiszettingen (B.Vl. Reg. Houdende instelling van een tegemoetkoming van het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen van 4 oktober 2013)
5.5. Gemeenschappelijke lasten en kosten
6. De waarborg voortaan maximum twee maanden
7. Bijzondere aandachtspunten voor de schuldbemiddelaar
7.1. Overlijden van de huurder
7.2. Versnelde betaling van huurschulden
7.3. De vervreemding(verkoop) van de woning
II.R. Huur/huisvesting
II.R.1. Woninghuur
Tim Greven en Filip Tollenaere
1. Toepassingsgebied
1.1. Huurovereenkomst
1.1.1. De verplichte schriftelijke huurovereenkomst
1.1.2. Wie kan een huurcontract sluiten?
1.2. Hoofdverblijfplaats
1.3. Toestemming verhuurder
1.4. Contractuele uitsluiting van hoofdverblijfplaats
1.5. Verschillende huurders
2. Het aangaan van het huurcontract
2.1. De verplichte affichering van de huurprijs en de gemeenschappelijke lasten
2.2. De huurschatter
2.3. Bemiddelingskosten vastgoedmakelaar
3. Modaliteiten
3.1. Bepalingen van aanvullend en van dwingend recht
3.2. Verbod op huisdieren
3.3. Verbod voor schotelantennes
3.4. Onderhuur
3.5. Registratie van het huurcontract
3.6. Staat van het gehuurde goed
3.7. Renovatieovereenkomst
3.8. Huurherstellingen
3.9. Duur van de overeenkomst
3.9.1. Huurovereenkomst van negen jaar
3.9.2. Huurovereenkomsten van korte duur
3.9.3. Dubbele voorwaarde in de Woninghuurwet
4. Einde van de huurovereenkomst
4.1. Opzeg van de huurovereenkomst
4.1.1. Huurovereenkomsten van 9 jaar
4.1.1.1. Opzegmogelijkheden verhuurder
4.1.1.2. Opzegmogelijkheden huurder
4.1.2. Huurovereenkomsten van korte duur
4.1.3. Huurovereenkomsten van meer dan 9 jaar
4.1.4. Huurovereenkomsten voor het leven van de huurder
4.2. Andere beëindigingsmanieren van het huurcontract
4.2.1. Onderling akkoord
4.2.2. Ontbinding van het huurcontract wegens niet-nakoming van verbintenissen
4.2.3. Toeval of overmacht
4.2.4. Onteigening
4.2.5. De persoonlijke situatie van de huurder
4.2.6. Het overlijden van huurder of verhuurder
5. De huurprijs
5.1. De indexatie van de huurprijs
5.2. De huurder kan de huurprijs niet betalen
5.3. Gerechtelijke uithuiszetting
5.4. Vlaams Fonds ter bestrijding van uithuiszettingen (B.Vl. Reg. Houdende instelling van een tegemoetkoming van het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen van 4 oktober 2013)
5.5. Gemeenschappelijke lasten en kosten
6. De waarborg voortaan maximum twee maanden
7. Bijzondere aandachtspunten voor de schuldbemiddelaar
7.1. Overlijden van de huurder
7.2. Versnelde betaling van huurschulden
7.3. De vervreemding(verkoop) van de woning
II.R.2. Sociale huur
Tim Greven en Filip Tollenaere
1. Algemene begripsomschrijving Sociale Huur
1.1. Relevante kenmerken van de sociale huurovereenkomst
1.2. Inschrijvings- en toelatingsvoorwaarden
1.2.1. Meerderjarigheid
1.2.2. Inkomensvoorwaarde
1.2.2.1. Inkomen
1.2.2.2. Actueel besteedbaar inkomen
1.2.2.3. Verhoogde inkomensgrenzen
1.2.2.4. Persoon ten laste
1.2.3. Eigendomsvoorwaarde
1.2.4. Voorwaarde van taalbereidheid
1.2.5. Voorwaarde inburgeringsbereidheid
1.2.6. Voorwaarde van inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister
2. Kandidatuurstelling
2.1. Inschrijvingsregister voor kandidaat-huurders
2.2. Formaliteiten bij de inschrijving
3. Toewijzing van een sociale huurwoning
3.1. Algemene toewijzingsregels (art. 17 B.Vl. Reg. 12 oktober 2007)
3.2. Lokale toewijzingsregels (art. 26 en 27 B.Vl. Reg. 12 oktober 2007)
3.3. Weigering van een toewijzing (art. 22 B.Vl. Reg. 12 oktober 2007)
4. De typehuurovereenkomst
5. De rechten en plichten van de verhuurder en de huurder tijdens de huurovereenkomst
5.1. Huurder
5.2. Verhuurder
5.3. Staat van het gehuurde goed
5.3.1. Plaatsbeschrijving
5.3.2. Onderhouds- en herstelplicht van de partijen
5.3.2.1. Huurder
5.3.2.2. Verhuurder
6. Huurprijsberekening
6.1. Huurprijs gekoppeld aan inkomen sociale huurder
6.2. De patrimonium- en gezinskorting
6.3. De aangepaste huurprijs
6.4. Aanpassingen aan de basishuurprijs
6.5. Geen dubbele huur bij een verhuis naar een andere sociale woning van dezelfde sociale huisvestingsmaatschappij
7. Huurwaarborg
8. Einde van de huurovereenkomst
8.1. Gerechtelijke ontbinding
8.2. Opzegging door de huurder (art. 31 e.v. typehuurovereenkomst)
8.3. Opzegging door de sociale huisvestingsmaatschappij
8.4. Akte van loonafstand in de sociale huurovereenkomst (art. 27 wet 12 april 1965 betreffende bescherming loon werknemers)
9. Nuttige adressen
II.S. Energie
Cedric Degreef en Thomas Deruytter
1. Contractsluiting met en verandering van leverancier
1.1. Vlaams Gewest
1.1.1. Vrije leverancierskeuze
1.1.2. Vlotte switch van leverancier
1.1.3. Verbrekings- en/of schadevergoedingen
1.2. Brussels Hoofdstedelijk Gewest
2. Opzegging leveringscontract door de leverancier (“droppen”)
2.1. Vlaams Gewest
2.1.1. Algemene voorwaarden van leveranciers
2.1.2. Beschermingsmaatregelen bij wanbetaling
2.1.3. Beschermingsmaatregelen bij opzegging van het leveringscontract
2.2. Brussels Hoofdstedelijk Gewest
3. Budgetmeters
3.1. Vlaams Gewest
3.1.1. Algemeen
3.1.2. Plaatsen, in- en uitschakelen van een budgetmeter
3.1.3. Minimale levering van elektriciteit
3.1.4. Minimale levering van aardgas
3.1.5. Opladen van de budgetmeter
3.1.6. Uitschakelen en herinschakelen van de stroombegrenzer bij een budgetmeter voor elektriciteit
3.1.7. Schuldafbouw via de budgetmeter
3.1.8. Indienen van een verzoek tot afsluiting
3.1.9. Bijzondere bepalingen m.b.t. de budgetmeter voor aardgas
3.2. Brussels Hoofdstedelijk Gewest
4. Afsluiting door de netbeheerder
4.1. Vlaams Gewest
4.1.1. Sociale energiemaatregelen
4.1.2. Problematische verhuis of verhuis zonder afspraak/inlichting (MOZA)
4.1.3. Fraude
4.1.4. Leegstaande woning
4.1.5. Afsluiting om andere reden dan wanbetaling
4.1.6. Geen afsluiting tijdens de winterperiode
4.1.7. Heraansluiting
4.2. Brussels Hoofdstedelijk Gewest
5. Beschermde klanten – Sociale maximumprijzen
5.1. Vlaams Gewest
5.2. Brussels Hoofdstedelijk Gewest
6. Jaarlijkse toekenning gratis hoeveelheid elektriciteit
7. Klachtenbehandeling
7.1. Vlaams Gewest
7.2. Brussels Hoofdstedelijk Gewest
8. Nuttige contactgegevens
8.1. Federaal
8.2. Vlaams Gewest
8.3. Brussels Hoofdstedelijk Gewest
II.T. Telefoon, internet, tv
Michel Van Bellinghen
1. Opzeg contracten
1.1. Van toepassing zijnde wetgeving:
1.2. Hoe de verschillende contracten bij alle operatoren beëindigen?
1.3. Kan een abonnee zijn nummer behouden indien hij van operator verandert?
1.3.1. Voor een vast nummer
1.3.2. Voor een mobiel nummer
2. Schadevergoeding
2.1. Van toepassing zijnde wetgeving:
2.2. Waar zijn de regels inzake schadevergoeding te vinden?
2.3. Hoeveel kost het om van operator te veranderen?
2.4. Wat is het bedrag van de schadevergoeding ingeval van vroegtijdige beëindiging van een contract?
2.5. Heeft de abonnee recht op schadevergoeding?
3. Duurtijd en vervanging van contracten
3.1. Van toepassing zijnde wetgeving:
3.2. Waar is de duurtijd van een contract te vinden en hoe lang is de duurtijd?
3.3. Hoe kan een contract van (on)bepaalde duur in een contract van bepaalde duur omgezet worden?
4. (Basis)factuur, kostenbeheer, verandering van tariefplan, betwisting en onbetaalde rekening
4.1. Van toepassing zijnde wetgeving:
4.2. Hoe kan de abonnee zijn factuur controleren?
4.3. Hoe weet de abonnee of hij het juiste tariefplan heeft gekozen?
4.4. Is het switchen van tariefplan bij dezelfde operator mogelijk?
4.5. Hoe wordt de abonnee beschermd tegen onverwacht hoge facturen?
4.6. Hoe werkt het waarschuwingssysteem?
4.7. Op welk soort diensten en verkeer is het waarschuwingssysteem van toepassing?
4.8. Hoe wordt een klacht ingediend?
5. Sociale tarieven
5.1. Van toepassing zijnde wetgeving:
5.1.1. Definitie
5.1.2. Reglementair kader
5.1.3. Toekenningsvoorwaarden
5.1.3.1. Ouder zijn dan 65 jaar EN:
5.1.3.2. Voor meer dan 66% gehandicapt zijn (volgens een administratieve of gerechtelijke beslissing) EN
5.1.3.3. Een leefloon ontvangen EN
5.1.3.4. Gehoorgestoord zijn (gehoorverlies van minstens 70 dB voor het beste oor) of samenwonen met zijn/haar gehoorgestoord kind of kleinkind EN
5.1.3.5. Een laryngectomie hebben ondergaan of samenwonen met een kind of kleinkind dat een laryngectomie heeft ondergaan EN
5.1.3.6. Een militaire oorlogsblinde zijn
5.1.4. Wat te doen om het sociale tarief te krijgen?
5.1.5. Operatoren die het sociale tarief verstrekken
5.1.6. De kortingen
5.1.6.1. Kortingen die gelden voor 65-plussers, personen met een handicap, gehoorgestoorden, personen die een laryngectomie hebben ondergaan of militaire oorlogsblinden:
5.1.6.1.1. De begunstigde wenst enkel voor vaste telefonie een korting
5.1.6.1.2. De begunstigde wenst enkel voor mobiele telefonie een korting
5.1.6.1.3. De begunstigde wenst enkel voor internet een korting
5.1.6.1.4. De begunstigde wenst een korting voor internet en vaste telefonie
5.1.6.1.5. De begunstigde wenst een korting voor internet en mobiele telefonie
5.1.6.2. Kortingen die gelden voor leefloontrekkenden:
5.1.6.2.1. De begunstigde wenst enkel voor vaste telefonie een korting
5.1.6.2.2. De begunstigde wenst enkel voor mobiele telefonie een korting
5.1.6.2.3. De begunstigde wenst enkel voor internet een korting
5.1.6.2.4. De begunstigde wenst een korting voor internet en vaste telefonie
5.1.6.2.5. De begunstigde wenst een korting voor internet en mobiele telefonie
II.U. Registratieberichten Collectieve Schuldenregeling
Bespreking
II.V. Sociale Zekerheid
II.V.1. Werkloosheid
Lien Coenen
Algemene inleiding
Besl. W. 28 december 1944 - Sociale zekerheid, arbeiders
Lien Coenen
1. Algemene regeling werkloosheid
1.1. Inleiding
1.2. Contactgegevens van de RVA
1.3. Personeel toepassingsgebied van de werkloosheidsreglementering
1.4. Commentaar bij § 11: Gerechtskosten in sociale zaken
1.5. Commentaar bij § 13: De verjaring
2. PWA-werk
K.B. 25 november 1991 - Werkloosheidsbesluit
Lien Coenen
1. Begrippen: deeltijdse werknemers met behoud van rechten
2. Toelaatbaarheidsvoorwaarden
2.1. Wachttijd
2.1.1. Algemeen
2.1.2. Te bewijzen minimum aantal arbeidsdagen (art. 30 en 32)
2.1.3. Correcties
2.1.4. Berekening van het aantal dagen
2.2. Wachttijd van de vrijwillig deeltijdse werknemer
2.3. Inschakelingsuitkeringen voor jongere werklozen
2.4. Bewijs van arbeidsdagen
2.5. Gelijkgestelde dagen
2.6. Vreemde en staatloze werknemers
3. Toekenningsvoorwaarden
3.1. Onvrijwillig zonder arbeid en zonder loon zijn
3.2. Arbeid
3.2.1. Afwezigheid van arbeid
3.2.2. De uitoefening van een vennootschapsmandaat
3.3. Vrijwilligerswerk
3.4. Loon
3.5. Voorlopige uitkeringen
3.6. Verlaten van een passende dienstbetrekking
3.7. Sancties
3.8. Verwittiging en uitstel
3.9. Beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt
3.10. Inschrijving als werkzoekende
3.11. Activering van het zoekgedrag naar werk
3.12. Arbeidsgeschiktheid
3.13. Medisch onderzoek
3.14. Andere voorwaarden: Inleiding
3.15. Verblijf in België
3.16. Vreemde en staatloze werklozen
3.17. Oproeping door het werkloosheidsbureau
3.18. Staking en lock-out
3.19. PWA-werk
3.20. Langdurige werkloosheid
3.21. Vrijstelling van bepaalde toekenningsvoorwaarden: Inleiding
3.22. Artikel 89: Vrijstellingen voor oudere werknemers
3.23. Vrijstelling wegens sociale en familiale moeilijkheden
3.24. Goede trouw
4. Berekening van de uitkeringen: Inleiding
4.1. Voltijdse werknemers
4.2. Deeltijdse Werknemers
4.3. Tijdelijke werkloosheid
4.4. Het bedrag van de daguitkering: Inleiding
4.5. Gezinstoestand
4.6. Gemiddeld dagloon
4.7. Indexering van de uitkeringen
4.8. Berekening van het bedrag van de werkloosheidsuitkering
4.8.1. Werkloosheidsperioden
4.8.2. Tabel
4.9. Herziening van het basisloon
4.10. Uitvoeringsbepalingen
4.11. Bijzondere uitkeringen voor jongere werklozen
5. De procedure: de uitbetalingsinstellingen
5.1. Indiening van de uitkeringsaanvraag
5.2. Werkloosheidsbewijs
5.3. Uitvoeringsbepalingen
5.4. Controleverplichtingen
5.5. Behandeling van de uitkeringsaanvraag
5.6. Hoorplicht van de RVA
5.7. Overschrijding van de beslissingstermijn
5.8. Ingangsdatum van het recht op uitkeringen
5.9. Herziening van de beslissing
5.10. Beroep
6. Administratieve sancties: Inleiding
6.1. Beoordelingsvrijheid van de directeur van het werkloosheidsbureau
6.2. Uitsluiting
6.3. Herhaling
6.4. Voorlopige schorsing
7. Betaling: Opdracht, middelen en controle van de uitbetalingsinstellingen
8. Nieuwe beslissing RVA
9. Terugvordering van uitkeringen
9.1. Verzaking
10. Strafbepalingen
M.B. 26 november 1991 - Werkloosheidsreglementering, toepassingsregelen
Lien Coenen
Ambtsgebieden van de uitbetalingsbureaus van de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen
Passende dienstbetrekking
Medische ongeschiktheid
Verblijf buiten België
Controlekaart
PWA-werk
Vrijstelling wegens sociale en familiale moeilijkheden
Indexering van de uitkeringen
Berekening van het gemiddeld dagloon
Formulieren betreffende de uitkeringsaanvraag
II.V.2. Werkloosheid met bedrijfstoeslag
CAO nr. 17 NAR 19 december 1974 - Bejaarde werknemers, ontslag, aanvullende vergoeding
Lien Coenen
Inleiding
Toepassingsgebied
Ontslag
Toekenningsvoorwaarden en -perioden
Bedrag van de aanvullende vergoeding
Netto referteloon
Aanpassing van het bedrag van de aanvullende vergoedingen
Cumulatie van de aanvullende vergoeding met andere voordelen
Procedure
K.B. 3 mei 2007 - Werkloosheid met bedrijfstoeslag
Lien Coenen
Algemene regels
Vervanging
Werkloosheidsuitkeringen
Maximum bedrag van de werkloosheidsuitkeringen in het kader van de werkloosheid met bedrijfstoeslag
II.V.3. Tegemoetkomingen voor personen met een handicap
Wet 27 februari 1987 - Wet tegemoetkoming gehandicapten
Lien Coenen
Bespreking bij de wet van 27 februari 1987
1. Inleiding
2. Nuttig adres
3. Bijzondere voordelen voor personen met een handicap
Vermindering van het verdienvermogen
Werkelijk verblijf
Bedragen
Onvoldoende inkomsten
Aanvraag
De terugvordering
Gerechtskosten in sociale zaken
KB 6 juli 1987 - Inkomstenvervangende tegemoetkoming, integratietegemoetkoming
Lien Coenen
Begrip 'huishouden"
Beoordeling van de graad van zelfredzaamheid
Berekening van de inkomensvervangende tegemoetkoming
Bedragen van de tegemoetkoming
Inkomensgrenzen
Onderzoek naar het inkomen
KB 22 mei 2003 - Personen met een handicap, tegemoetkomingen, behandeling dossiers
Lien Coenen
Algemene bepalingen inzake de toekenning van tegemoetkomingen
Termijn
De beslissingen
De betaling van voorschotten
Voorschotten door het OCMW
II.V.4. Inkomensgarantie ouderen
Dirk Heylen
1. Algemeen
2. Voorwaarden
2.1. Nationaliteitsvoorwaarden
2.2. Verblijfsvoorwaarden
2.2.1. Algemeen
2.2.2. Bijzondere omstandigheden
2.2.3. Verblijfsbewijzen
2.3. Leeftijd
2.4. Rechten laten gelden op pensioen
2.5. Onvoldoende bestaansmiddelen
2.5.1. Principe
2.5.2. Gezinssituatie van de betrokkene: van welke personen worden de bestaansmiddelen in aanmerking genomen
2.5.2.1. Algemeen
2.5.2.2. (Wettelijk) samenwonen of alleenstaand zijn
2.5.2.3. Zeven hypothesen
2.5.3. Vrijstellingen
2.5.3.1. Volledig vrijgestelde inkomsten
2.5.3.2. Gedeeltelijk vrijgestelde inkomsten
2.5.3.3. Algemene vrijstelling – vrijgesteld basisbedrag
3. Berekeningsregels – welke bestaansmiddelen moeten in aanmerking worden genomen?
3.1. Beroepsinkomsten
3.2. Pensioenen
3.3. Niet-beroepsgebonden inkomsten bij bezit of afstand van goederen
3.3.1. Inkomsten uit onroerende goederen
3.3.2. Inkomsten uit roerend goed
3.3.3. Inkomsten uit afstand van roerende en onroerende goederen
3.3.3.1. Algemeen
3.3.3.2. Abattement
3.3.3.3. Wederbelegging
4. Bedrag van de tegemoetkoming en betaling
5. Voorbeelden (cf.www.onprvp.be)
5.1. Voorbeeld 1
5.2. Voorbeeld 2
5.3. Voorbeeld 3
5.4. Voorbeeld 4
II.V.5. Gezinsbijslagen
Ivo Verreyt
Vooraf
1. Gezinsbijslag
1.1. Algemene bepalingen
1.2. De rechthebbende op gezinsbijslag
1.2.1. Wie kan rechthebbende zijn?
1.2.2. Wat als er meerdere rechthebbenden zijn?
1.3. De bijslagtrekkende
1.3.1. Basisregels
1.3.2. Wat als de ouders gescheiden leven?
1.3.3. Nieuw samengestelde gezinnen
1.3.4. Kan het kind zelf de kinderbijslag krijgen?
1.3.5. Wat als het kind geplaatst wordt?
1.4. De rechtgevende kinderen
1.4.1. Graad van verwantschap tussen het rechtgevend kind en de rechthebbende