3,49 €
Met "PowerShell: Een Complete Gids" heb je alles wat je nodig hebt om de kracht van PowerShell te begrijpen en effectief te gebruiken voor verschillende IT-taken. Of je nu een beginnende of ervaren gebruiker bent, deze gids zal je helpen bij het beheersen van de taal en het automatiseren van repetitieve taken om je productiviteit te verhogen.
Hoofdstukken inbegrepen:
Hoofdstuk 1: Kennismaking met PowerShell
Hoofdstuk 2: PowerShell Opdrachten (Cmdlets)
Hoofdstuk 3: PowerShell Scripting
Hoofdstuk 4: Geavanceerde PowerShell-functies
Hoofdstuk 5: PowerShell in de Praktijk
Hoofdstuk 6: Tips, Tricks en Tools
Hoofdstuk 7: Toekomst van PowerShell
Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:
Veröffentlichungsjahr: 2023
PowerShell
Een Complete Gids
––––––––
Christopher Ford
2023
Copyright © 2023 by Christopher Ford
Hoofdstuk 1: Kennismaking met PowerShell
Wat is PowerShell?
De geschiedenis van PowerShell
PowerShell installeren en configureren
De basisprincipes van PowerShell
Cmdlets
Pipeline
Objectgeoriënteerde benadering
Providers
Get-Help
Variabelen
Voorwaardelijke verklaringen en lussen
Scripting en functies
Werken met de PowerShell-prompt
Start PowerShell
Cmdlet-uitvoering
Tab-completion
Hulp krijgen
Pipeline gebruiken
Variabelen gebruiken
Geschiedenis van opdrachten
Ondersteuning voor wildcards
Hoofdstuk 2: PowerShell Opdrachten (Cmdlets)
Werken met cmdlets
Cmdlet-syntaxis
Parameters en opties
Helpinformatie
Aliassen
Pipeline-gebruik
Output formatteren
Foutafhandeling
Gebruik van parameters en opties
Parameters
Korte en lange parameternotaties
Vereiste en optionele parameters
Schakelopties
Waarden voor parameters
Ondersteuning verkrijgen
Zoeken naar en filteren van gegevens
Select-Object
Where-Object
Sort-Object
Measure-Object
-Filter parameter
-Include en -Exclude parameters
Gegevens sorteren en groeperen
Sort-Object
Group-Object
Format-Table
Format-List
ForEach-Object
Bestandsbeheer met PowerShell-cmdlets
Get-ChildItem
New-Item
Copy-Item
Move-Item
Rename-Item
Remove-Item
Test-Path
Hoofdstuk 3: PowerShell Scripting
Kennismaking met PowerShell-scripts
Scriptbestanden
Teksteditor
Commentaar
Cmdlets in scripts
Variabelen
Schrijven naar de uitvoer
Uitvoeringsbeleid
Uitvoeren van scripts
Oefenen
Variabelen en datatypes
Variabelen in PowerShell
Datatypes in PowerShell
Controleren van het datatype
Conversie van datatypes
Speciale variabelen
Bereik van variabelen
Beslissingen nemen met voorwaardelijke verklaringen
if-verklaring
if-else-verklaring
Voorbeeld
if-elseif-else-verklaring
Voorbeeld
Herhaling met lussen
for-lus
Voorbeeld
while-lus
Voorbeeld
do-while-lus
Voorbeeld
foreach-lus
Voorbeeld
Functies en modules
Functies in PowerShell
Modules in PowerShell
Parameters in functies
Return in functies
Hoofdstuk 4: Geavanceerde PowerShell-functies
Werken met objecten en eigenschappen
Objecten verkrijgen
Eigenschappen van objecten bekijken
Eigenschappen weergeven
Eigenschappen bijwerken
Nieuwe objecten maken
Werken met array-objecten
Eigenschappen filteren
Aan de slag met reguliere expressies
Zoeken met reguliere expressies
Gebruik van de Select-String cmdlet
Speciale tekens in reguliere expressies
Karakterklassen
Groeperen
Achterwaartse verwijzing
De -replace operator
Werken met XML- en JSON-gegevens
Werken met XML-gegevens
Werken met JSON-gegevens
WMI en CIM in PowerShell
WMI (Windows Management Instrumentation)
CIM (Common Information Model)
Geavanceerde foutafhandeling
Try-Catch-Finally
Trap
Foutvariabelen
Aangepaste foutberichten
Geavanceerde foutlogboeken en rapporten
Hoofdstuk 5: PowerShell in de Praktijk
Gebruik van PowerShell voor systeembeheer
PowerShell voor netwerkbeheer
Automatisering van dagelijkse taken
PowerShell en security
PowerShell voor DevOps en CI/CD
Hoofdstuk 6: Tips, Tricks en Tools
Handige tips voor efficiënt PowerShell-gebruik
Debugging en troubleshooting
Community en bronnen voor PowerShell
PowerShell-gerelateerde tools en GUI's
Het schrijven van gestructureerde en onderhoudbare code
Hoofdstuk 7: Toekomst van PowerShell
PowerShell Core vs. Windows PowerShell
Cross-platformondersteuning (platformondersteuning)
.NET Framework vs. .NET Core
Modules en compatibiliteit
Releaseschema
Compatibiliteit met bestaande scripts
Cross-platform en open-source ontwikkeling
Cross-platformontwikkeling
Open-source ontwikkeling
Nieuwe functies en updates
PowerShell in cloudomgevingen
Bijlage A: Lijst van veelgebruikte cmdlets
PowerShell is een krachtige opdrachtregelshell en scripttaal, ontwikkeld door Microsoft, waarmee gebruikers taken kunnen automatiseren en systeembeheerprocessen kunnen vereenvoudigen. Het is beschikbaar op Windows-besturingssystemen en kan worden gebruikt voor zowel lokale als externe beheertaken.
Een van de opvallende kenmerken van PowerShell is dat het is gebaseerd op het .NET Framework en dus toegang heeft tot een breed scala aan ingebouwde functies en .NET-klassen, waardoor het een robuuste scriptingtaal is. Hierdoor kunnen gebruikers ook externe bronnen en services benaderen en manipuleren, zoals het beheren van Active Directory, het controleren van netwerkstatussen en het beheren van virtuele machines.
PowerShell maakt gebruik van cmdlets (afkorting van "commandlets"), die kleine, op zichzelf staande opdrachten zijn die specifieke acties uitvoeren. Cmdlets kunnen eenvoudige bewerkingen uitvoeren, zoals het maken, verplaatsen of verwijderen van bestanden, maar kunnen ook complexe taken aanpakken, zoals het ophalen van systeeminformatie of het beheren van gebruikersaccounts.
De taal biedt ook ondersteuning voor variabelen, voorwaardelijke verklaringen, lussen en functies, waardoor gebruikers gestructureerde scripts kunnen schrijven voor meer geavanceerde automatiseringstaken.
PowerShell is ontworpen om gemakkelijk te leren en te gebruiken, vooral voor systeembeheerders en ontwikkelaars die dagelijkse taken willen vereenvoudigen en herhalende handelingen willen automatiseren. Met de uitgebreide mogelijkheden kan PowerShell de productiviteit verhogen en tijd besparen bij het beheren van computers en servers. Vanwege zijn flexibiliteit en veelzijdigheid wordt PowerShell veel gebruikt in zakelijke omgevingen en is het een onmisbare tool geworden voor IT-professionals.
De geschiedenis van PowerShell begint in het begin van de jaren 2000, toen Microsoft zich realiseerde dat er behoefte was aan een krachtige en consistente opdrachtregelinterface voor Windows-besturingssystemen. Traditionele opdrachtregelinterfaces, zoals de opdrachtprompt (Command Prompt) en batchbestanden, hadden beperkingen en waren niet altijd geschikt voor complexe beheertaken.
In 2002 begon Jeffrey Snover, een technisch fellow bij Microsoft, met het project dat uiteindelijk PowerShell zou worden. Hij leidde een team van ontwikkelaars met als doel een nieuwe opdrachtregelshell te creëren die gebruikmaakt van objectgeoriënteerde scripting en de kracht van het .NET Framework om geavanceerde automatisering en beheertaken mogelijk te maken.
Na enkele jaren van ontwikkeling en verfijning werd PowerShell uiteindelijk geïntroduceerd als Windows PowerShell in november 2006, als onderdeel van Windows Management Framework (WMF) 1.0. Het was een optionele download voor Windows XP, Windows Server 2003 en latere versies van Windows.
Windows PowerShell bood een geavanceerde opdrachtregelshell, gebaseerd op de .NET Framework-opdrachten (cmdlets) en een objectgeoriënteerde scriptingtaal. Hierdoor konden beheerders complexe taken uitvoeren door objecten te manipuleren in plaats van alleen tekstgegevens.
In 2009, met de release van Windows 7 en Windows Server 2008 R2, werd PowerShell geïntegreerd als een ingebouwde functie van het besturingssysteem. Dit vergrootte de beschikbaarheid en acceptatie van PowerShell bij Windows-gebruikers.
In 2012 werd PowerShell 3.0 uitgebracht, waarmee nieuwe functies en mogelijkheden werden geïntroduceerd, zoals betere ondersteuning voor het werken met opdrachten op afstand en het werken met CIM (Common Information Model).
Een andere belangrijke mijlpaal was de introductie van PowerShell Core in 2016. PowerShell Core is een open-sourceversie van PowerShell die cross-platform is, wat betekent dat het kan worden uitgevoerd op Windows, Linux en macOS. Dit maakte PowerShell toegankelijk voor een bredere groep gebruikers en vergrootte de populariteit ervan in de IT-gemeenschap.
Sindsdien heeft Microsoft regelmatig updates en nieuwe versies van PowerShell uitgebracht om de functionaliteit te verbeteren, bugs op te lossen en nieuwe mogelijkheden toe te voegen. PowerShell blijft een essentiële tool voor systeembeheerders, ontwikkelaars en IT-professionals wereldwijd, en heeft een prominente rol gespeeld in het vereenvoudigen en automatiseren van complexe taken binnen Windows-omgevingen.
Het installeren en configureren van PowerShell is vrij eenvoudig, vooral omdat het tegenwoordig meestal al is opgenomen in moderne Windows-besturingssystemen. Hier zijn de stappen om PowerShell te installeren en te configureren:
Controleer de huidige versie van PowerShell (optioneel)
Als je wilt controleren welke versie van PowerShell momenteel op je systeem is geïnstalleerd, open je de PowerShell-prompt en typ je het volgende commando:
$PSVersionTable.PSVersion
PowerShell installeren (indien nodig)
Als je een oudere versie van PowerShell hebt of als het niet is geïnstalleerd, kun je PowerShell eenvoudig installeren via de "Windows-functies" (Windows Features) op je besturingssysteem. Volg deze stappen:
Open het Configuratiescherm op je Windows-computer.
Ga naar "Programma's" (Programs) en klik op "Windows-onderdelen in- of uitschakelen" (Turn Windows features on or off).
Zoek naar "Windows PowerShell" in de lijst met functies en vink het selectievakje aan voor de gewenste versie van PowerShell (bijvoorbeeld "Windows PowerShell 7.x" voor PowerShell Core).
Klik op "OK" en wacht tot de installatie is voltooid. Mogelijk moet je je computer opnieuw opstarten.
Configuratie van PowerShell (optioneel)
Standaard is PowerShell zo geconfigureerd dat alleen scripts worden uitgevoerd die zijn ondertekend door een vertrouwde uitgever. Je kunt de uitvoeringsbeleidsinstelling wijzigen om scripts van elke bron uit te voeren. Doe dit echter alleen als je zeker weet dat de scripts die je wilt uitvoeren veilig zijn.
Open een PowerShell-prompt als beheerder door met de rechtermuisknop op de startknop te klikken en "Windows PowerShell (Admin)" te kiezen.
Typ het volgende commando om het huidige uitvoeringsbeleid te controleren:
Get-ExecutionPolicy
Als de uitvoeringsbeleidsinstelling "Restricted" (beperkt) is, kun je deze wijzigen naar "RemoteSigned" (ondertekende scripts uitvoeren vanaf externe locaties) of "Unrestricted" (scripts van elke bron uitvoeren) met de volgende commando's:
Set-ExecutionPolicy RemoteSigned
of
Set-ExecutionPolicy Unrestricted
Bevestig de wijziging door op "J" te drukken wanneer daarom wordt gevraagd.
Met deze stappen zou je PowerShell met succes moeten installeren en configureren op je Windows-systeem. Als je PowerShell Core gebruikt, kun je dit ook installeren op andere besturingssystemen, zoals Linux of macOS, door de juiste installatie-instructies te volgen die beschikbaar zijn voor het specifieke besturingssysteem.
De basisprincipes van PowerShell omvatten enkele fundamentele concepten en functionaliteiten die cruciaal zijn om effectief met PowerShell te werken. Hier zijn de belangrijkste basisprincipes van PowerShell:
Cmdlets vormen de kern van PowerShell. Het zijn kleine, op zichzelf staande opdrachten die specifieke acties uitvoeren. Ze hebben de naamgevingsconventie van een verbindingsteken gevolgd door een werkwoord, bijvoorbeeld Get-Process, New-Item, Set-ItemProperty.
Cmdlets worden geleverd met PowerShell of kunnen worden gemaakt door gebruikers of ontwikkelaars.
PowerShell maakt gebruik van een krachtig concept genaamd "pipeline" (pijplijn). Hiermee kunnen de uitvoerresultaten van de ene cmdlet als invoer worden doorgegeven aan de volgende cmdlet, waardoor complexe taken efficiënt kunnen worden uitgevoerd.
Door het gebruik van de pipeline kunnen cmdlets worden gecombineerd om complexe bewerkingen uit te voeren met minimale tussenkomst van de gebruiker.
