Reis in Nepal - Gustave Le Bon - E-Book

Reis in Nepal E-Book

Gustave Le Bon

0,0
1,99 €

oder
-100%
Sammeln Sie Punkte in unserem Gutscheinprogramm und kaufen Sie E-Books und Hörbücher mit bis zu 100% Rabatt.
Mehr erfahren.
  • Herausgeber: DigiCat
  • Kategorie: Lebensstil
  • Sprache: Niederländisch
  • Veröffentlichungsjahr: 2023
Beschreibung

Gustave Le Bon's book 'Reis in Nepal' is a captivating travelogue that transports readers to the awe-inspiring landscapes and rich cultural tapestry of Nepal. Through Le Bon's vivid descriptions and keen observations, readers are immersed in the intricate details of daily life, religious practices, and natural wonders of this enchanting country. Written in a concise and engaging style, the book offers a literary exploration of Nepal that is both informative and entertaining, making it a timeless classic in travel literature. Gustave Le Bon, a renowned French polymath and sociologist, drew inspiration for 'Reis in Nepal' from his deep curiosity and passion for exploring diverse cultures and societies. His extensive travels and academic background in psychology and anthropology provided him with the unique insights and perspective needed to craft a nuanced and insightful portrait of Nepal. I highly recommend 'Reis in Nepal' to any reader interested in a thought-provoking and enlightening journey through one of the world's most fascinating destinations. Le Bon's exceptional storytelling and scholarly approach make this book a valuable addition to any travel enthusiast's library, offering a memorable and enriching reading experience.

Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:

EPUB
Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



Gustave Le Bon

Reis in Nepal

 
EAN 8596547477921
DigiCat, 2023 Contact: [email protected]

Inhoudsopgave

II
III
IV
V
VI

Bewerkt naar het Fransch van Dr. Gustave Le Bon.

Steenen tempel te Khatmandoe.

De zending in het belang der archeologische studiën, mij door den minister van Openbaar Onderwijs opgedragen, bracht van zelve mede, dat de minst bekende streken van Indië achtereenvolgens door mij werden bezocht. Geen dezer landstreken wekte in hoogere mate mijne nieuwsgierige belangstelling dan het geheimzinnige Nepâl. Ik wist dat dit oude rijk, door de reusachtige bergketenen van de Himalaya van alle omringende landen afgesloten, tot de schilderachtigste en indrukwekkendste streken der wereld mag worden gerekend; dat men daar allermerkwaardigste steden vindt, welker fantastische architectuur hemelsbreed verschilt van al wat het Westen ons te aanschouwen geeft. Maar ik wist ook dat de toegang tot dit land bij uitstek moeilijk is, en dat een streng verbod, door de britsch-indische regeering stipt geëerbiedigd, aan elken Europeaan, met uitzondering van den britschen gezant, dien toegang ontzegt, zonder eene uitdrukkelijke vergunning van den koning: welke vergunning niet dan bij hooge uitzondering wordt verleend. Jaquemont had in der tijd van zijn voorgenomen bezoek aan Nepâl moeten afzien, en tot dus ver was nog geen enkele Franschman in dat land doorgedrongen. Eerst na langdurige diplomatieke onderhandelingen en dan nog slechts ten gevolge van de tusschenkomst der invloedrijkste personages, was het, nu eenige jaren geleden, den duitschen reiziger Schlagintweit gelukt, de grenzen te overschrijden. Natuurlijk werd mijne begeerte om dat merkwaardige land te leeren kennen, door al deze moeilijkheden nog te meer geprikkeld.

Ik zal de lezers niet vermoeien met het verhaal, hoe al deze bezwaren achtervolgens werden uit den weg geruimd, dank zij de tusschenkomst van verschillende hoog geplaatste personen. De regeering van den onderkoning verleende mij bij deze gelegenheid dezelfde bereidwillige medewerking, die ik gedurende mijn geheele verblijf in Hindostan van haar mocht ondervinden; de onderhandelingen met het hof van Nepal werden door haar gevoerd.

De laatste engelsche stad van Hindostan, in de nabijheid van de grens van Nepal, is Motihari; ik was van Patna derwaarts gegaan. Daar moest ik de noodige toebereidselen voor de reis maken en de veertig dragers bijeen zien te brengen, die ik noodig had, om de onmisbare bagage en mondbehoeften over de Himalaya te brengen. Motihari is eene kleine stad, voornamelijk bewoond door rijke indigoplanters. Een hunner, de heer Edwards, dien ik bij toeval ontmoet had, ontving mij met die vorstelijke gastvrijheid, die aan alle aanzienlijke Engelschen in Indië eigen is.

De Europeanen, die slechts de groote hoofdsteden van Indië, Bombay, Delhi, Calcutta en andere, aan de groote spoorweglijnen gelegen, bezocht hebben, kunnen zich geen denkbeeld vormen van de moeilijkheden en bezwaren, aan een ontdekkingstocht in Hindostan verbonden. De belangrijkste monumenten liggen voor het meerendeel te midden van woeste jungles, waar het wemelt van wild gedierte en waar hoegenaamd niets te vinden is van hetgeen men voor zijn onderhoud behoeft. Ge moet dus alles zelf medenemen: van het meel om uw brood te bakken tot alle benodigdheden voor het kamp. Om al deze bagage te vervoeren, staat u geen ander middel ten dienste dan de olifanten of de paarden, die de inlandsche vorsten of de gouverneurs der provinciën alleen in staat zijn u te bezorgen. Den aan zich zelven overgelaten reiziger is feitelijk de mogelijkheid afgesneden om zich van de aangewezen banen der groote wegen of der spoorlijnen te verwijderen. Dit is mede een van de redenen, waarom de oude monumenten van Indië zoo weinig bekend zijn, zelfs bij de in het land gevestigde Europeanen. De monumenten van Ajoenta en Kharoejao, om alleen maar van de beroemdste te spreken, worden hoogstens door een enkel reiziger per jaar bezocht. Oedeypoer, eene van de merkwaardigste hoofdsteden der indische vorstenlanden, ziet ongeveer om de drie jaar een Europeaan binnen hare muren verschijnen.

Door de afwezigheid van den engelschen gezagvoerder te Motihari, kon ik niet dan met moeite een veertigtal ellendige kerels bijeenbrengen, die mij als dragers zouden dienen. Zeker had ik niet gaarne in Europa, op een eenzamen weg een dier lieden ontmoet, in wier gezelschap ik nu vele dagen en nachten zou moeten doorbrengen te midden der wildernissen van de Himalaya. Maar op mijne verre zwerftochten had de ondervinding mij geleerd, dat zekere fatalistische berusting nog de beste wijsbegeerte is: ik nam dus nu ook genoegen met mijn onpleizierig gevolg.

In de eerste dagen van Januari 1885 vertrok ik van Motihari. De afstand van deze stad tot Khatmandoe bedraagt ongeveer honderd-drie-en-zestig kilometers; de weg loopt voor verre het grootste gedeelte over de takken van de Himalayaketen, die de vallei van Nepâl ten zuiden begrenzen. Men doet de reis gedeeltelijk in een palankijn, gedeeltelijk in eene soort van hangmat, dandy genaamd, welke door vier mannen gedragen wordt, die op smalle paden, zoo noodig, op eene rij achter elkander kunnen gaan. Het aantal dragers, dat men voor de geheele reis noodig heeft, bedraagt zoowat veertig, want men moet alle behoeften medenemen, aangezien onderweg niets te bekomen is. Zij loopen voortdurend op een draf en wisselen, al loopende, elkander om de vijf minuten af.

Het gevaarlijkste gedeelte van de reis is buiten kijf het dichte, zeer vochtige en moerassige woud van Teraï, aan den voet van de Himalaya. Wanneer men des nachts door dit woud trekt, steekt men een aantal flambouwen aan, om de wilde dieren, die hier buitengemeen talrijk zijn, op een afstand te houden. Het woud begint bij het dorp Semelbasa. Mijne dragers, voorgevende dat zij flambouwen gingen koopen, lieten mij een ganschen nacht in het bosch alleen: zeker in de hoop dat de tijgers en panters den reiziger zouden verslinden, maar de zakken met roepijen, die hij bij zich had, ongedeerd zouden laten. Ik stak een aantal kaarsen op, en stelde mij daardoor in veiligheid tegen het verscheurend gedierte. Mijn beschermengel behoedde mij voor de kwaadaardige miasmen, waarvoor ik banger was dan voor tijgers. Ik gebruikte den palankijn als lessenaar en bracht den nacht schrijvende en lezende door, om toe te zien dat de kaarsen niet uitgingen; en toen tegen den morgen mijne vriendelijke dragers terugkwamen om te zien of er nog eenige kluifjes van den Europeaan waren overgebleven, bracht ik hun met korte maar krachtige woorden aan het verstand, dat een revolver een uitmuntend middel is om onwillige koelies tot hun plicht te brengen.

De twee passen van de Himalaya, die men moet overtrekken om de vallei van Nepâl te bereiken, de passen van Sisaghiri en Sjandragari, zijn buitengewoon lastig en moeilijk. Bij herhaling voert de tocht over uiterst smalle paden, in de steile bergwanden uitgehouwen, en waarnevens diepe afgronden gapen. Het prachtig panorama echter, dat zich op deze hoogten voor het oog ontrolt, gaat alle beschrijving te boven. De half in wolken gehulde, schemerende toppen van de Himalaya, waarboven de reusachtige massa van den Gaurisankar oprijst, vormen in het rond eene stralende kroon van smettelooze sneeuw, terwijl beneden groene wouden en bloeiende valleien zich uitstrekken. Bij dit ontzaglijk grootsche tooneel vergeleken, schijnen de schoonste landschappen van Zwitserland welhaast eene theaterdekoratie.

Na de laatste bergketen te zijn overgetrokken, zagen wij voor onze voeten de vallei, waar, binnen een betrekkelijk klein bestek, de hoofdstad en de voornaamste steden van het land schier naast elkander zijn gelegen. Deze vallei is bij uitnemendheid vruchtbaar. De berghellingen waarlangs wij afdaalden, nu en dan snelvlietende beken doorwadende, waren met de schoonste boomen bedekt. Tusschen dit weelderig groen verscholen zich een aantal dorpen, die met hunne kleine tempeltjes, hunne fraai gesneden houten huisjes, bijna den indruk maakten van eene verzameling van pagoden.