De complete werken van Joost van Vondel. Het Pascha - Joost van den Vondel - E-Book
SONDERANGEBOT

De complete werken van Joost van Vondel. Het Pascha E-Book

Joost Van Den Vondel

0,0
0,49 €
Niedrigster Preis in 30 Tagen: 0,00 €

oder
-100%
Sammeln Sie Punkte in unserem Gutscheinprogramm und kaufen Sie E-Books und Hörbücher mit bis zu 100% Rabatt.

Mehr erfahren.
Beschreibung

In 'De complete werken van Joost van den Vondel. Het Pascha' presenteert Vondel een rijke en complexe tekst die de thema's van religie, moraal en menselijke zwakheid verkennend behandelt. Het werk is geschreven in een poëtische stijl die zowel lyrische schoonheid als dramatische intensiteit uitstraalt, gekenmerkt door Vondels meesterlijke beheersing van het tragediegenre. 'Het Pascha' kan geplaatst worden binnen de context van de zeventiende-eeuwse Nederlandse literatuur, waarin politieke en religieuze spanningen vaak de creatieve uitingen van schrijvers inspireerden. Vondels krachtige beelden en retorische technieken brengen de luisteraar in een contemplatieve staat, terwijl hij exploraties van schuld en verlossing benadrukt. Joost van den Vondel (1587-1679), vaak aangeduid als de grootste Nederlandse dichter van de Gouden Eeuw, bestaat uit een rijke achtergrond die zijn werken vormde. Geboren uit een joodse familie en later tot het protestantisme bekeerd, zijn zijn persoonlijke ervaringen met geloof en identiteit prominent aanwezig in zijn oeuvre. Vondels betrokkenheid bij het theater en de politiek van zijn tijd, evenals zijn diepgaande interesse in de klassieke literatuur en religieuze thema's, hebben bijgedragen aan de diepgang en complexiteit van zijn geschriften. Dit boek is een must-read voor elke literatuurliefhebber en biedt een indringende kijk in de geest van Vondel en zijn tijd. Het nodigt lezers uit om na te denken over existentiële en ethische vragen die nog steeds relevant zijn in de moderne wereld. Vondels meesterwerk is niet alleen een reflectie van zijn tijd, maar ook een tijdloos gesprek over de menselijke conditie, en het zal zonder twijfel de nieuwsgierigheid van iedere lezer prikkelen. In deze verrijkte editie hebben we zorgvuldig extra waarde gecreëerd voor uw leeservaring: - Een uitgebreide Inleiding schetst de overkoepelende kenmerken, thema's of stilistische ontwikkelingen van deze geselecteerde werken. - Een sectie over de historische context plaatst de werken in hun bredere tijdperk – maatschappelijke stromingen, culturele trends en belangrijke gebeurtenissen die aan de basis liggen van hun ontstaan. - Een beknopte Synopsis (Selectie) biedt een toegankelijke samenvatting van de opgenomen teksten, zodat lezers de verhaallijnen en hoofdgedachten kunnen volgen zonder cruciale wendingen te verklappen. - Een geïntegreerde Analyse onderzoekt terugkerende motieven en kenmerkende stijlmiddelen in de verzameling, en verbindt de verhalen terwijl ze de individuele sterktes van elk werk belicht. - Reflectievragen moedigen lezers aan om de verschillende stemmen en perspectieven binnen de collectie te vergelijken, wat een rijker begrip van het overkoepelende gesprek bevordert. - Tot slot benadrukken onze zorgvuldig geselecteerde Gedenkwaardige citaten essentiële passages en keerpunten, als ankerpunten voor de centrale thema's van deze collectie.

Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:

EPUB

Veröffentlichungsjahr: 2023

Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



Joost van den Vondel

De complete werken van Joost van Vondel. Het Pascha

Verrijkte editie.
Inleiding, studies en commentaren van Bastiaan Hofman
EAN 8596547474401
Bewerkt en gepubliceerd door DigiCat, 2023

Inhoudsopgave

Inleiding
Historische context
Synopsis (Selectie)
De complete werken van Joost van Vondel. Het Pascha
Analyse
Reflectie
Gedenkwaardige citaten

Inleiding

Inhoudsopgave

Deze bundel, verschenen binnen de reeks De complete werken van Joost van Vondel, concentreert zich op Het Pascha en presenteert de volledige toneeltekst als kern van het deel. Het doel is helder: de lezer toegang geven tot een betrouwbare, samenhangende weergave van een sleutelstuk uit Vondels dramatische productie. De reikwijdte is bewust afgebakend tot de tekst zelf, zodat de dramatische stem van de auteur ongestoord te volgen is. Daarmee vormt dit deel zowel een zelfstandige lezingservaring als een schakel binnen het grotere geheel van Vondels oeuvre, waarin zijn ontwikkeling als dichter en toneelschrijver stap voor stap zichtbaar wordt.

Joost van den Vondel geldt als een van de centrale figuren van de Nederlandse letterkunde uit de zeventiende eeuw. Zijn werk bestrijkt poëzie en drama en staat bekend om een hoge morele inzet, een rijke beeldspraak en een zorgvuldig geformeerde retoriek. Hij putte uit bijbelse en klassieke bronnen en vertaalde die naar een toneeltaal die het openbare en persoonlijke domein met elkaar laat resoneren. In dat spanningsveld bracht Vondel tragedies voort die het Nederlandse theater blijvend hebben gevormd. Het Pascha behoort tot die dramatische lijn en laat zien hoe Vondel grote verhalen inzet om fundamentele menselijke vragen te verkennen.

Het Pascha is een bijbels treurspel dat het beginpunt neemt bij de uittocht van de Israëlieten uit Egypte en de instelling van het paasfeest. De tekst is in de eerste plaats drama: handeling en dialoog voeren de lezer door conflict en besluit, met koorpassages die beschouwing en emotionele bedding bieden. Daarmee verenigt het stuk elementen van tragisch theater met lyrische en oratorische accenten die kenmerkend zijn voor Vondels werkwijze. De inzet en het verloop blijven dicht bij de overgeleverde stof, zonder de spanningsboog van het theater te verliezen, zodat de thematische lading in dramatische vorm zichtbaar wordt.

In Het Pascha komen centrale Vondeliaanse thema’s samen: de verhouding tussen macht en gehoorzaamheid, de botsing tussen menselijk gezag en goddelijke opdracht, en de betekenis van bevrijding als morele en gemeenschappelijke opgave. Vrijheid verschijnt niet als louter politieke toestand, maar als een orde die vraagt om wet, ritueel en herinnering. Tegelijk onderzoekt Vondel hoe individuen hun plaats zoeken binnen grotere besluiten en bedreigingen. De thematische contouren van dit treurspel sluiten aan bij terugkerende lijnen in zijn oeuvre, waarin geweten, verantwoordelijkheid en de kwetsbaarheid van heersers en volken onder het licht van een hogere maatstaf worden geplaatst.

Vondels stilistische signatuur is herkenbaar in de plechtige opbouw van scènes, de geladen metaforiek en de zorgvuldige retorische beweging van argument tot tegenweer en bezinning. Het drama balanceert verheven dictie met concrete beelden, zodat abstracte begrippen tastbaar worden in stem, ritme en situatie. Koorzangen structureren de overgang tussen gebeurtenissen en reflectie, terwijl de dialoog de botsing van standpunten helder ordent. Die vormvastheid dient niet enkel het decorum, maar ook de intensiteit van de morele vraag die het stuk draagt. Zo toont Het Pascha hoe Vondel esthetische strengheid inzet om inzicht te scheppen en de verbeelding duurzaam te prikkelen.

De blijvende betekenis van Het Pascha schuilt in de wijze waarop het persoonlijke, politieke en religieuze registers verenigt tot een samenhangende dramatische ervaring. Binnen de Nederlandstalige traditie staat Vondel model voor de mogelijkheden van het treurspel als medium voor publieke reflectie. Dit stuk draagt aan die reputatie bij door een bekend verhaal zodanig te vormen dat het opnieuw bevraagd kan worden, zonder de bron te verloochenen. Het versterkt het begrip van Vondels plaats in de canon en biedt inzicht in hoe zijn drama’s taal, ritueel en geschiedenis tot een overtuigend geheel smeden dat nog steeds tot lezen en herlezen uitnodigt.

Wie Het Pascha in deze bundel leest, treft bovenal een toneeltekst die ontworpen is om te klinken, te bewegen en te overwegen. De structuur in bedrijven en scènes maakt de ontwikkeling van perspectief en spanning zichtbaar, met rustpunten die ruimte scheppen voor reflectie. In de context van De complete werken fungeert dit deel als getuigenis van Vondels benadering van bijbelse stof en als referentiepunt voor zijn latere tragedieën. Daarmee beoogt de bundel houvast te bieden aan lezers die Vondel opnieuw of voor het eerst naderen: in de taal van het stuk zelf en in de kracht van zijn vorm.

Historische context

Inhoudsopgave

Joost van den Vondel (1587–1679) werd geboren in Keulen uit zuidelijke, doopsgezinde ouders die na de val van Antwerpen noordwaarts trokken; vanaf 1597 groeide hij op in het snel expanderende Amsterdam. Zijn vroege toneelwerk, waaronder Het Pascha (1612), ontstond midden in de Twaalfjarig Bestand (1609–1621), toen de Republiek na decennia van Opstand tegen Habsburgs Spanje ademde en debatteerde. De tijdelijke wapenstilstand schiep ruimte voor reflectie op vrijheidsmotieven, burgerlijke deugd en godsdienstige identiteit. In die context vond Vondel, koopman en dichter, in de bijbelse uittocht uit Egypte een begrijpelijk motiefkader dat tegelijk morele ernst, nationale aspiraties en literaire vernieuwing kon verbinden.

De religieuze kaart van de Republiek werd in de jaren rond 1612 getekend door spanningen tussen remonstranten en contraremonstranten, die culmineerden in de Synode van Dordrecht (1618–1619). Tegelijk bleven doopsgezinden, luthersen en katholieken in het stedelijk weefsel aanwezig, al was de publieke macht calvinistisch. Vondel, opgevoed in een doopsgezind milieu, bewoog zich tussen die stromingen en zocht in bijbelse stof onderwerpen die morele norm en maatschappelijke orde konden bespreken zonder directe partijpolitieke stelling te nemen. Het Exodus-verhaal gaf hem een erkende autoriteit en een allegorische spiegel, waardoor vrijheid, gehoorzaamheid en goddelijke voorzienigheid besproken konden worden in een gespannen, maar lezende en luisterende samenleving.

Amsterdam ontwikkelde zich rond 1600 tot handelsmetropool, met de oprichting van de VOC (1602) en een instroom van gevluchte kooplieden, drukkers en geleerden. De stad kende een relatief ruime drukpersvrijheid en herbergde een groeiende Sefardische gemeenschap, wat de omgang met Hebreeuwse bronnen en oudtestamentische thematiek in de publieke sfeer versterkte. Drukkers en boekverkopers stimuleerden literaire experimenten en verspreidden toneelteksten in pamfletachtige edities. In zo’n markt kon een bijbels treurspel zowel devoot als actueel zijn: het verbond vertrouwde Schriftmotieven met discussies over tirannie, gewetensvrijheid en stedelijke verantwoordelijkheid, en bereikte daarmee een lezerspubliek dat grotere politieke directheid soms wantrouwde, maar morele representatie waardeerde.

De literaire en theatrale infrastructuur transformeerde snel. Rederijkerskamers, zoals De Eglantier, leverden een retorische traditie van emblemen, koren en moraliserende scènes. Met de Duytsche Academie (1617) van Samuel Coster verschoof de aandacht naar geleerd classicisme en toneeltechniek; later professionaliseerde de Amsterdamse Schouwburg (1638) het speelcircuit. Calvinistische kerkenraden uitten geregeld bezwaren tegen toneel, zodat vroege tragedies ook als leesdrama circuleerden. Deze wisselwerking tussen podium en papier beïnvloedde vormkeuzes: compactere handeling, koorzangen als commentaar, en sobere, exemplarische karakters. Het Pascha sluit aan bij die overgang, waarin de bijbelstof autoriteit bood en de retorische traditie een didactisch, burgerlijk pathos vormde.

Humanistische poëtica bepaalde de regels voor treurspel en stijl. Daniel Heinsius’ verhandeling over tragedie (1611) versterkte de belangstelling voor aristotelische eenheden en catharsis, terwijl Seneca’s retorische geweld en koorpartij het Europese barokke register voedden. Vondel bewoog zich tussen deze autoriteiten en de levende Nederlandse verstraditie, op zoek naar verheffing van de moedertaal. Debatten rond bijbelvertaling, die zouden leiden tot de Statenvertaling (1637), stimuleerden nauwkeurige exegese en plechtige dictie; eerder waren de Deux-Aes-bijbel en Latijnse bronnen richtinggevend. In die context konden oudtestamentische scènes tegelijk theologisch zorgvuldig en dramaturgisch effectief worden gecomponeerd, wat de waardigheid en publieke bruikbaarheid van het genre vergrootte.

De politieke horizon bleef beslissend. De tegenstelling tussen de bevrijding van een uitverkoren volk en de dwingelandij van Farao resoneerde met herinneringen aan Spaanse heerschappij en actuele zorgen over staatsgezag en gewetensvrijheid. Tijdens het Bestand kon zo’n spiegel relatief veilig circuleren, maar de herneming van de oorlog na 1621 en de repressie rond het proces tegen Oldenbarnevelt (1619) scherpten de gevoeligheid voor allegorie. Vondels latere rel met Palamedes (1625) toont het risico; zijn vroege bijbeldrama’s bedienen zich daarom van devoot decorum en universaliserende moraal. Dat vergrootte hun aanvaardbaarheid, zonder de herkenbare kritiek op tirannie en misbruik van macht te verliezen.

De materiële condities van productie en receptie waren eveneens bepalend. Amsterdamse uitgevers en boekverkopers fungeerden als poortwachters; dedicaties aan regenten en geleerden schiepen symbolisch kapitaal en bescherming. Kerkelijke kritiek op speelhuizen maakte dat voorlezingen, huiselijke leeskringen en besloten vertoningen een belangrijke rol speelden in de verspreiding. Binnen doopsgezinde en remonstrantse kringen werd de nadruk op geweten en matiging geprezen, terwijl striktere calvinisten waakten over leerzuiverheid en toneeldecorum. Ook de opkomst van stedelijke liefdadigheid en burgerplicht geeft achtergrond aan de morele accentuering van gehoorzaamheid, rechtvaardigheid en leiderschap. Zo ontstond een publiek dat religieuze ernst accepteerde wanneer die met literaire ordelijkheid gepaard ging.

De latere loop van Vondels leven beïnvloedde de lezing van zijn vroege bijbeldrama’s. Zijn bekering tot het katholicisme in 1641 en zijn betrokkenheid bij de Schouwburg stoelden zijn reputatie als meester van verheven, moreel geladen poëzie. In de achttiende en negentiende eeuw werd hij gecanoniseerd als nationale dichter; filologische edities en schoollezingen positioneerden werken als Het Pascha als exempla van burgerdeugd en taalkunst. Tegelijk hield de historische context van Opstand, Bestand en religieuze twisten zichtbaar hoe morele allegorie en actuele politiek verweven waren. Moderne editeurs benadrukken daarom bronnen, ensceneringspraktijken en receptiegeschiedenis om die gelaagdheid toegankelijk te maken.

Synopsis (Selectie)

Inhoudsopgave

Het Pascha

Een plechtige, klassicistisch opgebouwde tragedie rond de uittocht-thematiek, waarin geloofsijver, gezag en bevrijding botsen zonder eenduidige antwoorden te bieden. De toon is hoogretorisch en koor-gestuurd, met sterke moraalfilosofische onderstromen en aandacht voor gemeenschap en ritueel.

Terugkerende Vondeliaanse motieven zijn de spanning tussen goddelijke voorzienigheid en menselijke hoogmoed, en het wegen van macht tegen geweten. Stilistisch valt het werk op door retorische rijkdom, bijbelse en klassieke allusies, en een strak dramaturgisch kompas dat gevoelens en ideeën in evenwicht houdt.

De complete werken van Joost van Vondel. Het Pascha

Hoofdinhoudsopgave
Omslag
Titelblad
Tekst

EERSTE DEEL.

MOZES, hoedende zijne schapen aan den berg Horeb, spreekt:
Weidt hier, mijn beestiaal[25]! weidt hier, mijn tierig vee!
Golft hier om dit gebergt', mijn witgewolde zee[1q]!
Scheert hier 't groenhaar'ge loof, spaart kruid, noch bloemkens geurig,
't Lacht hier doch altemaal, zoetrokig[26] en couleurig,
Nu wauwelt[27] zoo veel gras, zoo vet en graag bedijt[28],
Tot gij van Midian de schoonste kudde zijt:
Onnooz'le lammerkens, verstrooit u wijd noch verder,
Blijft al omtrent den staf van uwen trouwen herder,
De wolf (waar voor ik u zoo dikmaals heb beschermd)
Is d'onrust, die doch steeds naar u, mijn vliezen[29], zwermt;
Ontwijfelijk hij ligt hier al omtrent gedoken,
Want hij terstond den snof heeft van zijn aas geroken;
Dus blijft mij al omtrent, en loopt zoo niet verdeeld,
Terwijl de Echo hier met mijn gedachten speelt.
Och, of met dezen staf mijn jaren henen slipten!
Die staf mij waarder dan de scepter van Egypten;
Of ik mijn dagen sleet in deze weide schoon,
Veel heugelijker als 't gewelf van Memfis troon!
Veel liever wilde ik hier een zoeten bloemkrans plukken,
Als met de Nijlsche kroon mijn voorhoofd prat omdrukken,
Geen purper ruilde ik of koninklijk gesmijd[30],
Met mijn omgorden rok, mijn herderlijk habijt[31],
Geen wijnen liet ik in een gouden schale gieten,
Voor eenen koelen teug geschept uit deze vlieten,
Veel grager uit mijn maal smaakt deze spijze grof,
Als al de lekkernij van 't koninklijke hof:
Al schijnet 's konings hof te zwemmen in wellusten[32],
't Is wederom vermengd met zorgen en onrusten,
Nu zal de koning zijn met purper schoon bekleed,
En morgen toegerust met wapens dol en wreed,
Nu zal zijn waardig hoofd de groote kroon bedwelmen,
En morgen 't harde staal en 't blaauw van eender helmen[33],
Drukt nu zijn sterke hand den scepter hoog en waard,
't Verandert 's anderdaags ligt in een vlammig zwaard.
Zit nu zijn Majesteit in zijn gewelfde zalen,
Nu moet hij naar de grens en 't uiterst' van zijn palen.
Ik zie niet dan een zwaard aan eene zijden draad
Steeds hangen boven 't hoofd den Koninglijken staat.
Onz' Vaders hebben dus hun leven laten glijden,
En over 't Vee gezocht de zoetste heerschappijen:
Abel en Abraham, Izak en Jakob mild[34]
Zijn wel d' aanvangers van 't eenvoudig Herder-gild;
Geen van hun allen heeft gedreven ander woeker,
Als met de geiligheid van 't Vee, hoe langs hoe kloeker;
Hun Beesten waren meest hun werking en hun doen,
Ik volg hun stappen na, en langs de kusten groen,
Dus schuwe ik heel gerust 't gewoel van groote Heeren,
Doch meer dwingt mij de nood als[35] hertelijk begeeren.
't Bloed is nog versch en lauw, waar met ik deze wijl[36]
Eens laafde 't dorstig zand bij 't stroomen van den Nijl:
Mocht ik den Farao zoo lichtelijk begraven,
En rukken Jakobs huis uit dit gedurig slaven!
Tiran! och, of gij eens begrijpen mocht in 't minst,
Dat herderlijk beroep den Koninglijken dienst
Beteekent[37] t' eenemaal, gij bleeft niet zoo versteenigd,
Zaagt gij den Scepter met den Herder-staf vereenigd:
Het Herder-ambt vereischt, dat hij zijn kudde hoedt,
De Koning, dat hij 't volk heerscht met een wijs gemoed;
De Herder moet zijn kudd' voor des wolfs tanden vrijen,
De Koning weren al d' uitheemsche tirannijen,
Dat d' Herder-staf geen Lam voor d' ander stoot noch sla,
En elk Inwoonder hoort den Scepter even na,
D' een vlies voor d' ander komt de weide niet ten goeden,
Zoo hoort 't Rijk op[38] te staan, om iegelijk te voeden:
Maar Israël, helaas! gaat op een dorre heid',
Daar den Egyptenaar in 't grazig groene weidt,