De Prijs van Morgen - Jeff Booth - E-Book

De Prijs van Morgen E-Book

Jeff Booth

0,0

Beschreibung

We leven in een bijzondere tijd. De technologische vooruitgang gaat sneller dan ons vermogen om het te begrijpen. In een wereld die razendsnel verandert, kunnen we het ons niet veroorloven om stil te staan. We moeten een nieuw kader bouwen voor onze lokale en wereldwijde economieën - en snel. Anders zal technologie die het vermogen heeft om de mensheid en haar wereld overvloed te brengen, deze juist vernietigen. Jeff Booth is al 20 jaar een toonaangevend denker en CEO in online business en technologie. Hij ontcijfert in dit boek, dat tegen gangbaar gedachtegoed ingaat, de technologische en economische realiteiten die ons heden en onze toekomst vormgeven. Hij beschrijft de verschillende keuzes die we hebben als we vooruitgang willen boeken - potentieel alarmerend, maar diep bemoedigend. — "In dit boek biedt Jeff Booth een overtuigende these, gebaseerd op het deflatoire effect van technologische vooruitgang in combinatie met het toenemende goedkoop krediet. Gedurfd en trouw aan zijn ondernemende aard besluit hij zijn analyse met een oproep tot actie. Bedrijfsleiders, ondernemers, beleidsmakers en jongeren die zich inzetten voor een betere toekomst zouden dit boek moeten lezen." AJAY ARGAWAL professor aan de Universiteit van Toronto en oprichter van het Creative Destruction Lab.

Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:

Android
iOS
von Legimi
zertifizierten E-Readern
Kindle™-E-Readern
(für ausgewählte Pakete)

Seitenzahl: 287

Veröffentlichungsjahr: 2022

Das E-Book (TTS) können Sie hören im Abo „Legimi Premium” in Legimi-Apps auf:

Android
iOS
Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



DE PRIJS VAN MORGEN

Lofspraak voor  ’De Prijs van Morgen’

“Is het deze keer anders? De meeste economen zeggen ‘nee’ – we hebben ons al eerder aan vele technologische revoluties aangepast. Daarentegen zegt Jeff Booth ‘ja’. En zo begint een reis van ideeën waarin hij de lezer meeneemt op een tour de force, bepleit waarom het dit keer anders is en onderweg onthullingen deelt over zijn persoonlijke relaties met leiders uit de tech-industrie. Om de kracht van technologie in te zien, moeten we begrijpen hoe deze is gekoppeld aan de mensheid. In een ingrijpende analyse die gebaseerd is op economie, wetenschap, innovatie, politiek, psychologie, sociologie en het bedrijfsleven, biedt Booth een intrigerende stelling die is gebaseerd op de deflatoire impact van technologische vooruitgang in combinatie met steeds goedkoper verkrijgbaar krediet. Trouw aan zijn impuls als ondernemer – een denker, maar ook een doener – sluit hij af met een oproep tot actie. Bedrijfsleiders, ondernemers, beleidsmakers en jongeren die zich inzetten voor een betere toekomst, zouden dit boek moeten lezen.”

AJAY AGRAWAL – professor aan de Universiteit van Toronto en oprichter van het Creative Destruction Lab

“Als iemand die de exponentiële snelheid begrijpt waarin technologie groeit, heeft Jeff Booth het unieke vermogen om punten te verbinden met iets groters. Er zijn maar weinig boeken die een dergelijk beknopt, provocerend en verhelderend beeld geven van de wereld zoals die vandaag is en hoe die morgen zou kunnen zijn. Je wereldbeeld zal onmiddellijk veranderen.”

SALIM ISMAIL – oprichter en directeur van Singularity University en bestsellerauteur van Exponential Organizations

Waarom deflatie de sleutel is tot een overvloedige toekomst

Vertaling Aaron Rietveld Joachim Salvador Kris Rutten

Redactie Arnold Hubach

©

THE PRICE OF TOMORROW: Why deflation is the key to an abundant future

© 2022 Vertaling: Aaron Rietveld, Arnold Hubach, Joachim Salvador, Kris Rutten DE PRIJS VAN MORGEN: Waarom deflatie de sleutel is tot een overvloedige toekomst

Alle rechten voorbehouden.

Typesetting: Konsensus Network

Coverontwerp: Konsensus Network

ISBN

978-9916-697-71-9 Hardcover

978-9916-697-72-6 Paperback

978-9916-697-73-3 Ebook

https://konsensus.networkhttps://konsensus.network

Voorwoord

We leven in buitengewone tijden waarin wereldwijde welvaart zou kunnen bestaan. Misschien niet op dezelfde manier zoals we dat vandaag de dag voorstellen, maar niettemin wereldwijde welvaart. Technologische vooruitgang vindt sneller plaats dan ons vermogen om het te begrijpen. In een wereld die sneller beweegt dan we ons kunnen voorstellen, kunnen we het ons niet veroorloven om stil te staan. We kunnen het ons niet veroorloven om ons vast te klampen aan systemen en te doen alsof ze werken omdat ze dat ook deden in het tijdperk vóór technologie. Doorgaan op de bestaande weg, zonder noemenswaardige veranderingen in de manier waarop we over economie denken en de manier waarop we economieën hebben gebouwd, zal leiden tot chaos. Op die manier zal de prijs van morgen exploderen. In deze buitengewone tijden is het onredelijk om te geloven dat wat in de toekomst zal werken, noodzakelijkerwijs moet voortkomen uit wat in het verleden gewerkt heeft.

Wie ben ik om dit te zeggen? Ik ben iemand met een onverdiend voordeel en dat wil gebruiken om te helpen. Ik ben opgegroeid met ongelooflijk veel geluk. Ik ben geboren in Canada, een land dat consequent bovenaan de internationale peilingen staat qua beste plekken om te wonen. Ik ben opgegroeid met geweldige ouders die van mij en mijn broers hielden en ons steunden, ouders die ons leerden wat goed en kwaad is en ons voortdurend uitdaagden in ons leerproces door middel van een krachtig debat. Het was een opvoeding die mij in staat stelde om een andere wereld te zien dan veel mensen zien en vervolgens voort te bouwen op het voordeel van die kennis. Het is niet zo dat ik geen tegenslagen heb gehad. We zijn niet rijk opgegroeid en ik heb enorme verliezen gekend — het soort verlies waarbij het voelt alsof alles in een oogwenk wordt weggenomen. Maar mijn opvoeding gaf me een diepe nieuwsgierigheid om van iedereen om me heen te leren. Die nieuwsgierigheid helpt me om de wereld te beschouwen zoals die eruit zou kunnen zien vanuit andermans standpunt.

Van jongs af aan was ik altijd nieuwsgierig. Nieuwsgierig naar hoe de wereld werkte en waarom het zo werkte. Ik was nooit bang om grote of schijnbaar gekke vragen te stellen. Zelfs met alle afleidingen in het hedendaagse leven, neem ik nog steeds de tijd om ongeveer vijftig boeken per jaar te lezen. Die nieuwsgierigheid, gecombineerd met een verlangen om de wereld te verbeteren, was het begin van een ongelooflijk avontuur als ondernemer, een avontuur dat me nabij en in enkele van de beste technologiebedrijven ter wereld heeft gebracht. Een avontuur dat me ook in staat stelde om vriendschappen te sluiten en lessen te leren in veel landen over de hele wereld.

Zoals mijn vriend Thuan Pham, de chief technology officer van Uber, onlangs tijdens het ontbijt tegen me zei: “Ik ben er van overtuigd dat talent gelijkmatig over de wereld is verdeeld, maar kansen niet.” Ik ben het hier volledig mee eens. Als ons succes in het leven afhangt van wat we leren en hoe we leren van de mensen en de omgeving om ons heen (dat geloof ik namelijk wel) dan heb ik een grotere voorsprong gekregen dan veel mensen in de wereld, of zelfs in ontwikkelde landen.

Ik sta al zo’n twintig jaar vooraan bij technologische veranderingen. In 1999 richtten mijn vriend Rob Banks en ik BuildDirect op, een techbedrijf dat de bouwsector probeerde te vereenvoudigen. Het stimuleren van verandering in een industrie die niet algemeen bekend staat om innovatie en transparantie, was vol van lessen en vele ups en downs. Van een idee zijn we gegroeid tot meer dan $500 miljoen aan marktkapitalisatie en van een verdubbeling van de omzet per jaar tot het trachten om iets te bouwen dat nog groter was (en uiteindelijk faalde). Door bijna twintig jaar lang leiding te geven aan een technologiebedrijf, dwars door de dotcom-meltdown, de financiële crisis van 2008 en vele golven van technologische ontwrichting heen, heb ik een uniek inzicht gekregen in de steeds veranderende wereld om ons heen. De externe uitdagingen van het opbouwen van een bedrijf in snel veranderende tijden waren huiveringwekkend genoeg, maar stelden niks voor vergeleken met de vele dingen die ik over mezelf heb geleerd tijdens dit avontuur.

Alle oprichters en leiders in tech met wie ik tijd heb doorgebracht, zijn vastbesloten om technologie te gebruiken om een positieve impact op de wereld te maken. Ik geloof dat het een eigenschap is die door de meeste technologie-ondernemers wordt gedeeld. Behalve dat ze van hun bedrijf een succes willen maken, zijn ze vastbesloten om van de wereld een betere plek te maken. Ze maken net als wij allemaal fouten, maar ze hebben allemaal een oprecht verlangen om te helpen.

Meestal komt de drang om te ondernemen voort uit het visualiseren van de manier waarop de wereld zou kunnen werken versus de manier waarop het nu werkt. Met andere woorden, de kans om iets beters te creëren, komt voort uit de observatie dat iets kapot is of niet werkt zoals jij denkt dat het zou moeten. Dat zorgt vaak voor de hoogte- en dieptepunten van het ondernemersavontuur. Want zelfs als je gelijk hebt, is verandering nooit gemakkelijk. Veel van de grootste ondernemers, wetenschappers en leiders uit de geschiedenis werden in het begin belachelijk gemaakt. Maar ze gingen door, omdat ze iets zagen dat veranderd moest worden. Die drang moest worden vervuld.

Zij creëren op hun beurt hun eigen realiteit — en daarmee de onze. De waarheid is dat we allemaal die macht hebben. Veel van de keuzes die we maken worden bepaald door de manier waarop wij elk onze eigen realiteit zien en de verhalen die wij onszelf vertellen over wie we zijn. Die keuzes versterken elkaar en soms realiseren we het ons niet, of vergeten we dat we de baas zijn over onze eigen gedachten en onze tijd. Iedereen heeft een keuze over hoe en met wie we onze tijd doorbrengen; het is een van de belangrijkste keuzes die je kunt maken. Tegenwoordig ben ik in de gelukkige positie dat ik mijn tijd kan besteden aan het helpen van enkele van de meest buitengewone technologie-ondernemers en hun bedrijven in diverse industrieën. Vanuit dat standpunt heb ik een zeldzame kijk op veel van de veranderingen die gaande zijn en die een betere toekomst beloven.

Neem Karn Manhas, de oprichter en CEO van Terramera, die zich afvroeg waarom de landbouw giftige pesticiden nodig had, terwijl planten millennia lang hebben kunnen gedijen in barre omgevingen. Die vraag bracht hem en zijn team ertoe een technologie uit te vinden waarmee organische verbindingen beter presteerden dan synthetische. Dit verandert niet alleen biologische landbouw, want als de technologie wordt toegepast op synthetische pesticiden wordt het gebruik ervan tot 90 procent verminderd. Dezelfde pesticiden die we op ons voedsel gebruiken om insecten te doden, komen in ons lichaam terecht, dus is het van groot belang om ze te verwijderen of te verminderen.

Michael Stephenson en Steve Jagger begrepen dat woningbezit een van de belangrijkste bronnen van rijkdom is en begonnen aan een missie om het eigenwoningbezit aan te bieden aan de 90 procent van de mensen die buitengesloten werden. Hun bedrijf, Addy, gebruikt technologie om vastgoed te democratiseren en stelt iemand in staat om onroerend goed te bezitten voor slechts $1. In een wereld die steeds ongelijker wordt, kan het toegang geven tot vastgoed aan een overgeslagen generatie helpen om het tij te keren.

Chonlak Mahasuvirachai is vastbesloten om een van de grootste marktplaatsen in Zuidoost-Azië te bouwen door de vastgoedsector te vereenvoudigen. Gefrustreerd door het gebrek aan toegang en controle voor consumenten, koos ze ervoor om NocNoc te bouwen om een veel betere keuze, waarde en eenvoud aan te bieden dan anders bereikbaar zou zijn. Door het bedrijf te ontwerpen rond enkele van de platformprincipes die in dit boek worden gedeeld, groeit het bedrijf snel — van iets meer dan een miljoen omzet in het tweede kwartaal van 2019 tot meer dan 55 miljoen baht in het derde kwartaal.

Dit zijn slechts een select aantal van de leiders waarvan ik het voorrecht heb gehad om hun respectievelijke industrieën te zien veranderen. Elk van hen is onderscheidend in hun aanpak en markt, maar wat ze gemeen hebben is een niet aflatende drive om mensen te helpen. Hun bedrijven zijn succesvol omdat ze dat doen. Bijna elk bedrijf waar ik bij betrokken ben, gebruikt op de een of andere manier kunstmatige intelligentie om betere beslissingen te nemen. Veel bedrijven hebben succes door enorme inefficiëntie in de markt weg te nemen. Helaas gaat dat ten koste van de banen van vandaag de dag. Voor de bedrijven en leiders aan de winnende hand, zal dat zeer lucratief zijn. Maar als je optelt wat er in het tech-landschap gebeurt, betekent dit minder winnaars en meer verliezen, tenzij er enorme nieuwe industrieën worden gecreëerd.

Ik ben geen technologie-utopist: ik geloof niet dat technologie al onze kwalen zal oplossen. Ik ben ook geen technologie-doemdenker: ik geloof niet dat technologie ons zal ruïneren. Dit zijn veel te simpele kaders. De mens kan geen van beide eenzijdige denkbeelden aan. In beide gevallen zouden we ongelukkig zijn en daartegen rebelleren. In een wereld zonder problemen, waarin technologie alle oplossingen biedt, zouden we ons snel vervelen en ernaar verlangen zelf een probleem op te lossen. In een meer dystopische wereld waar technologie werd gebruikt om ons te controleren, zouden mensen uiteindelijk in opstand komen en tegen die controle vechten. Ik geloof echter wel dat de technologie van vandaag anders is dan de technologie van het verleden.

De stelling van dit boek is iets dat ik al bijna tien jaar op de voet volg, waar ik over praat met familie en vrienden en zie gebeuren zoals ik het had verwacht — zoals wegwijzers op een weg, wetend wat het volgende bord zal zeggen. Tegelijkertijd hoopte ik dat ik ongelijk had.

De reikwijdte van dit boek moest breed zijn en tegelijkertijd diep genoeg gaan in bepaalde onderzoeks- en technologiegebieden om patronen aan te tonen die anders onzichtbaar waren. De keuze om dit boek te schrijven betekende het publiekelijk uitdagen van universele waarheden die velen in onze samenleving geloven (iets dat zelden populariteitswedstrijden wint). Maar het is iets waarvan ik voelde dat ik het moest doen, want technologie verandert het systeem van de wereld waarin we leven. Dat besturingssysteem — de regels waarmee we onze rijkdom en economie hebben opgebouwd — zal moeten worden herzien en er is niet voldoende debat of dialoog geweest. Om redenen die we zullen onderzoeken, is de dialoog gericht op tweede- en derde-orde-effecten van de kernoorzaken, in plaats van zich te concentreren op problemen die moeten worden opgelost.

Het wordt tijd dat we grotere vragen gaan stellen en dan naar de antwoorden gaan luisteren — niet alleen voor onze toekomst, maar ook voor die van onze kinderen.

Inleiding: het einde van inflatie

T  ECHNOLOGIE IS DEFLATOIR. Dat is geen vermoeden. Het is de aard van technologie. En omdat technologie aan de basis ligt van steeds meer aspecten van de wereld om ons heen, betekent het dat we een tijdperk van deflatie ingaan, zoals de wereld nog nooit heeft gezien. Wat dat betekent vinden we misschien niet leuk, of we zijn misschien niet klaar voor de te voorspellen veranderingen, maar dat verandert niets aan de feiten.

Onze economische systemen zijn niet gebouwd voor een wereld die wordt aangedreven door technologie waarin prijzen blijven dalen. Ze zijn gebouwd voor een pre-technologisch tijdperk waarin arbeid en kapitaal onlosmakelijk met elkaar verbonden waren, een tijdperk dat rekende op groei en inflatie, een tijdperk waarin we geld verdienden aan schaarste en inefficiëntie. Dat tijdperk is voorbij. Maar we blijven doen alsof die economische systemen nog steeds werken.

We staan op een kritiek punt, omdat veel van onze keuzes in feite keuzes over de economie zijn. De meeste keuzes komen neer op de economische realiteit: een afweging tussen wat we denken dat iets waard is en de prijs. Misschien willen we milieubewuster zijn, maar kiezen we voor het gemak van een auto die het milieu belast. We willen misschien alleen nog maar biologisch voedsel, maar zijn niet bereid of in staat om er de extra kosten ervoor te betalen. Bedrijven zijn niet anders. Een bedrijf is slechts een verzameling van mensen die keuzes maakt met het doel om dit bedrijf te laten groeien, terwijl ze tegelijkertijd concurreren met andere bedrijven die hetzelfde proberen te doen. “Beter zakendoen” komt vaak neer op de harde realiteit van de economie — oftewel de waarde die het bedrijf aan haar gebruikers biedt (of die waarde nu puur een waarneming of echt is). Die economische keuzes om te concurreren en meer aandeel in schaarse markten te veroveren, leiden tot bijna al het andere. Van je inkomen en levensstijl tot je mogelijkheden om te reizen en vrije tijd door te brengen, tot de manier waarop je voor je gezin zorgt: economie is de basis van alles. Om de zoveel tijd leren we iets nieuws dat alles wat we tot nu toe wisten en alles waar we op vertrouwden, herdefinieert. Op die momenten brokkelt ons fundament van kennis af — en daarmee ook veel van de overtuigingen die we hierop hebben gebouwd. Die overgangen zijn moeilijk, omdat we onze overtuigingen niet makkelijk loslaten.

We staan op een tweesprong. Wat vroeger werkte, zal in de toekomst niet meer werken. Technologie gaat te snel en zal vanaf hier alleen nog versnellen. Zelfs als we het zouden willen, kunnen we de geest niet terug in de fles stoppen. We moeten een nieuw kader bouwen voor onze lokale en wereldeconomieën, en snel, want anders zal dezelfde technologie die de kracht heeft om ons en onze wereld van overvloed te voorzien, in plaats daarvan vernietigend toeslaan.

Het enige wat vandaag de dag de groei in de wereld aanjaagt, is goedkoop krediet, dat wordt gecreëerd in een tempo dat moeilijk te bevatten is. De toename van krediet en de bijhorende schuld, houdt ons gevangen in een systeem waarin wijzelf de spreekwoordelijke kikkers in een pan zijn waarvan de temperatuur van het water ongemerkt langzaam stijgt. En omdat we proberen een economisch systeem kunstmatig aan de praat te houden, dat voor het verleden is gebouwd, creëren we meer dan alleen economische problemen. Als we zo doorgaan, wordt onze wereld veel gepolariseerder en onveiliger.

De schijnbaar willekeurige gebeurtenissen van Brexit, Trump, en een toename van populisme en haat in onze wereld is helemaal niet toevallig en het zijn geen geïsoleerde gebeurtenissen. Ze zijn allemaal verbonden met het verlies van hoop op een betere toekomst onder grote delen van de bevolking. Aan dit verlies van hoop ligt een nieuwe economische realiteit ten grondslag waarin niet alleen de armen de economische winst mislopen. Een groot deel van de middenklasse voelt zich ook in het nauw gedreven. In plaats van dat de technologie een vijftien-urige werkweek mogelijk maakt, zoals Keynes voorspelde toen hij in 1930 zijn essay “Economische mogelijkheden voor onze kleinkinderen” schreef, werken grote aantallen mensen nu langer, in banen waarvan ze terecht vrezen dat die snel zullen verdwijnen. Ze zitten in de val en vragen zich af hoe ze hun gezin van basisbehoeften kunnen voorzien zodra het onvermijdelijke plaatsvindt. Tegelijkertijd zien we een enorme toename in ongelijkheid: in de Verenigde Staten bezit de top 5 procent van de bevolking nu meer dan tweederde van de rijkdom, terwijl de overige 95 procent van de bevolking vecht voor hun deel van het andere derde. Slechts drie mensen — Jeff Bezos, Bill Gates en Warren Buffett — zijn goed voor meer rijkdom dan 50 procent van de bevolking.

Het is makkelijk om naar de rijken te wijzen en hun de schuld te geven, maar de aandacht moet juist uitgaan naar het kapotte systeem dat radicale ongelijkheid versterkt. In feite zijn veel van de rijkste families zich bewust van datzelfde risico voor de samenleving en willen ze dit oplossen, hetzij door zich in het debat te mengen en hun stem te laten horen en/of door zich in te zetten als filantroop.

In The Giving Pledge, die op het moment van schrijven door 204 pledges (of: beloften) is ondertekend, wordt het grootste deel van het vermogen besteed aan het teruggeven van geld. Maar het zou niet eens nodig moeten zijn.

De concentratie van rijkdom is sinds het einde van de jaren twintig niet meer zo hoog geweest. De wereld wordt van nature onveiliger als meer en meer mensen met toenemende bezorgdheid over hun eigen economische toekomst een ongelooflijke rijkdom zien ontstaan in de handen van een kleine groep mensen. Die omgeving is een goede voedingsbodem voor revoluties. Het verlies van vertrouwen in systemen die betrouwbaar zouden moeten zijn, leidt logischerwijs tot beschuldigingen en verdeeldheid — en dat alles kan opportunistisch worden gericht op doelgroepen zoals immigranten, religieuze groeperingen, politieke partijen, andere landen, enzovoort. Met andere woorden, het populisme explodeert als gevolg van een onrechtvaardig systeem. Het is moeilijk om niet terug te kijken naar een soortgelijk verlies van hoop en de opkomst van populisme en ideologieën over de hele wereld in het begin van de jaren dertig, hetgeen uiteindelijk escaleerde tot de Tweede Wereldoorlog.

Hetzelfde verlies van hoop stuurt tegenwoordig de verkiezingen. Landen die zichzelf ooit als verlicht beschouwden, worden verscheurd door xenofobie, streven naar protectionisme en het sluiten van hun grenzen. Hele bevolkingsgroepen worden beïnvloed door politici die de woede en polarisatie aanwakkeren door “wij tegen hen” -verhalen te creëren zonder de diepere oorzaken van onze nieuwe realiteit te begrijpen. Velen van hen gebruiken sociale media als een machtig wapen in hun streven naar machtsconsolidatie. Ze bouwen online een invloedrijke gemeenschap op die de verdeeldheid op straat aanwakkert. In Duitsland is de extreemrechts-populistische Alternative für Deutschland (AfD) van nul zetels bij de verkiezingen van 2013 uitgegroeid tot de grootste oppositiepartij in dat parlement in 2019. Overal ter wereld bloeien autoritaire regimes op. De trend van meer ongelijkheid in welvaart, meer polarisatie en meer onenigheid is een grote bedreiging voor onze collectieve toekomst. En het wordt allemaal veroorzaakt door hetzelfde fenomeen: het vasthouden aan een economisch systeem dat is ontworpen voor een andere tijd.

Hoe zijn we hier terechtgekomen? En waar gaan we naartoe?

Het tijdperk van inflatie

Ons hele leven hebben we geleefd in een wereld waarin hoop op een betere toekomst een motiverende kracht was voor de economie — een wereld waar groei heerst. Onze ouders zijn in diezelfde wereld opgegroeid en hun ouders ook. Het is wat we kennen.

De welbekende American Dream gaat uit van het idee dat, wie je ook bent je bijna alles kunt bereiken wat je maar wilt, als je maar hard genoeg werkt of innovatief genoeg bent. In dit begrip staan steeds beter betaalde banen centraal. We verwachten na verloop van tijd meer te verdienen als we beginnen met werken en hopelijk tegelijkertijd de stijgende prijzen te ontlopen. Als we het geluk hebben, hopen we activa (zoals bijvoorbeeld vastgoed) te kopen, waardoor de stijgende prijzen van die activa als gevolg van inflatie, welvaart op langere termijn geeft. Als we die activa als hefboom gebruiken door schulden aan te gaan, is ons rendement nog groter. De activa stijgen in waarde terwijl de dollars die we in schuld terugbetalen zijn geprijsd in de hedendaagse dollars — en met inflatie en groei van onze inkomens als gevolg van inflatie, betalen we de schuld morgen terug in dollars die minder waard zijn.

Vastgoed is het klassieke voorbeeld van deze hefboomwerking. Mijn ouders kochten in 1977 hun eerste huis in de buitenwijken van Vancouver, Canada voor $69.000. In die tijd was dat een grote som geld voor hen. Maar met een aanbetaling van $10.000 en een hypotheek van $59.000 zagen ze de voordelen van het kopen van vastgoed in een inflatoire omgeving. Hun inkomens stegen in de loop van hun carrière en met die inkomensstijging werd de hypotheek van $59.000 gemakkelijker te betalen. Tegelijkertijd steeg door inflatie ook de waarde van hun huis: vandaag is het ongeveer $1,5 miljoen waard.

Bijna alle activa delen hetzelfde fundamentele verhaal, of die activa nu aandelen, grondstoffen of kunst zijn. En er is niets fundamenteel mis met de vergelijking. Het heeft tot enorme rijkdom en welvaart geleid. Toegegeven, eigenaars van activa zijn welvarender geworden dan anderen, hetgeen heeft bijgedragen aan ongelijkheid, maar mondiaal gezien heeft dit proces een groot deel van de wereld uit armoede getild.

Maar wat gebeurt er als we niet meer kunnen rekenen op een systeem van groei en inflatie? Wat als een sterkere kracht onze inspanningen om inflatie te creëren irrelevant maakt? En wat als wij, door wanhopig vast te houden aan een verouderd inflatiemodel, meer vermogensongelijkheid, meer polarisatie en meer tweedracht in onze samenlevingen veroorzaken? Tegenwoordig bevinden we ons in dat scenario. De voortdurende groei en inflatie die we verwachten — het systeem waarop we de economieën van onze landen hebben gebouwd — houdt op te bestaan. Technologie is een deflatoire kracht die zo groot is dat, wat we ook doen, niets haar uiteindelijk zal tegenhouden.

De krimpende wereld van technologie

Ik kreeg mijn eerste mobiele telefoon in 1988 cadeau van mijn werkgever toen ik wegging om een nieuwe carrière te beginnen. Het was een ongelooflijk bijzonder cadeau omdat het totaal onverwacht was. Mobiele telefoons waren in 1988 vrij zeldzaam en de Motorola 8000 was een van de eersten die echt draagbaar was — daarvoor moesten ze in koffers worden vervoerd. De telefoon was ongeveer zo groot en zwaar als een baksteen met een lange antenne. Hij had een gesprekstijd van dertig minuten voordat hij tien tot twaalf uur moest worden opgeladen en hij kostte ongeveer $2.000. Mijn vrienden wilden ermee bellen, alleen maar om te zeggen dat ze via een mobiele telefoon praatten en ik probeerde voorzichtig te zijn met hoeveel ik dat toeliet, want bellen kostte $1,50 per minuut. Geen sms, geen apps, geen data, alleen belletjes. Maar die mogelijkheid om te bellen wanneer ik dat wilde in plaats van op zoek te gaan naar een kwartje en een telefooncel was revolutionair. Mijn eerste mobiele telefoonrekening, met roamingkosten, liep op tot zo’n $1.200. Ik herinner me dat nog heel goed, omdat het een waanzinnig bedrag was in die tijd van mijn leven. Maar voor mij was technologie in 1988 eindelijk werkelijkheid geworden.

Dat was iets meer dan dertig jaar geleden en het is absoluut indrukwekkend hoe ver we zijn gekomen. Pak je smartphone er eens bij. Hoe groot is hij? Hoeveel heeft hij gekost? Hoeveel kost het om hem te gebruiken? Wat kan je ermee? Diezelfde deflatoire kracht heeft onze telefoons goedkoper en krachtiger gemaakt: je telefoon is een camera, zaklamp, kaart, meetlint, kalender, portemonnee, gitaarstemmer en nog een miljoen andere dingen meer geworden. Allemaal gratis of bijna gratis.

Wanneer we technologie gebruiken, heeft het een exponentieel effect in de output of kracht in verhouding tot de prijs. We krijgen veel grotere voordelen en de prijs blijft dalen. De overvloed die het in ons leven brengt is ongelooflijk en het is overal om ons heen aanwezig. In hoofdstuk 4 zullen we dieper ingaan op wat er ten grondslag ligt aan deze buitengewone groei. Maar we hoeven alleen maar naar onze telefoons te kijken om een overtuigend beeld te krijgen van de deflatoire effecten van technologie.

Deflatie is, eenvoudig gezegd, dat je meer krijgt voor je geld, net zoals je bij inflatie minder krijgt voor je geld. Bij deflatie wordt een valuta meer waard, omdat de koopkracht ervan toeneemt ten opzichte van goederen en diensten. Bij inflatie is het precies andersom: de prijzen van goederen en diensten stijgen en daarom daalt de waarde van een valuta omdat de koopkracht minder wordt.

Deflatie is niet intrinsiek goed of slecht. Het maakt alleen uit wat je met je geld doet. Aan beide kanten van de vergelijking zijn er winnaars en verliezers. Bij inflatie winnen de houders van activa, omdat de dollars in de toekomst minder waard zijn en er dus meer dollars nodig zijn om op een later tijdstip activa te kopen, zoals mijn ouders met hun eerste huis. Bij deflatie zijn de houders van valuta de winnaars, omdat zij met hun dollars in de toekomst meer goederen en diensten kunnen kopen dan nu het geval is.

Het probleem is dat we nog steeds denken dat deflatie beperkt blijft tot delen van onze economie — dat we meer zullen blijven krijgen voor minder zoals bij onze elektronische apparaten, terwijl we in de rest van ons leven de voordelen van inflatie genieten. En we kijken nog steeds door een smalle lens naar technologie, alsof het alleen iets is dat onze telefoons verbetert.

Zelfs als we iets verder uitzoomen, denken we vaak aan de technologie-industrie in de vorm van reuzen zoals Apple, Google, Microsoft, Facebook, Amazon en Tencent, Baidu en Alibaba uit China. We beseffen vaak niet eens dat het in die bedrijven dezelfde deflatoire kracht is die we verheerlijken door gebruik te maken van hun diensten, vaak zonder er zelfs maar over na te denken. Of het nu de gratis en overvloedige informatie is die Google biedt of de steeds lagere prijzen en toenemende diensten van Amazon, we krijgen steeds meer voor minder.

Maar technologie heeft nog bredere en belangrijkere vertakkingen. Technologie is geen industrie die zich beperkt tot onze telefoons of Google-zoekopdrachten of dingen die we op Amazon kopen. Technologie begint in alles door te dringen. Het is in toenemende mate de ruggengraat van elke industrie en elk bedrijf. Als je in de nabije toekomst een niet tech-bedrijf bent, zul je waarschijnlijk helemaal geen bedrijf meer zijn.

Als technologie dus in elke bedrijfstak doordringt, waarom zouden wij dan verwachten dat wij op sommige plaatsen het voordeel van de deflatoire kracht krijgen, maar elders overal inflatie? Als dezelfde technologie die ons overvloed gaf zoals bij onze telefoons, zich nu verplaatst naar zowat elke industrie, zouden we dan niet zowel overvloed als prijsdeflatie moeten verwachten in alles om ons heen?

Als alles, niet alleen telefoons of internetbedrijven, maar alles, veel betere prestaties levert en tegelijkertijd in prijs daalt, zou een gezin dat dit jaar $75.000 verdient en moeite heeft om de eindjes aan elkaar te knopen, volgend jaar $70.000 kunnen verdienen en zouden ze dan verder kunnen komen met diezelfde dollars. En dan $60.000 een paar jaar later en dit zou ze nog verder kunnen brengen, steeds meer waarde voor minder, met de natuurlijke deflatoire trend van technologie. Dat zou ons in staat stellen om uit de bestaande tredmolen van het najagen van steeds hogere prijzen te stappen, waardoor steeds beter betaalde banen nodig zijn om bij te blijven.

Dat klinkt misschien radicaal, maar als technologie deflatoir is en we verwachten dat het in steeds meer industrieën zal oprukken, dan is het misschien helemaal niet radicaal. Het is misschien het enige verstandige wat we kunnen doen.

Er is slechts één probleem: als technologie alles goedkoper zou moeten maken, waarom wordt het leven dan duurder?

Teruglopende economie

Overal ter wereld stijgen de prijzen voor huur, huizen, brandstof, voedsel en vele andere kosten, waardoor we in de tredmolen blijven rennen door te moeten werken. Voor iedereen die in deze omgeving leeft, is het bijna onmogelijk om te geloven in deflatie of de overvloed die daarmee mogelijk zou zijn. Maar deze prijsstijging is kunstmatig, gedreven door een enorme toename van krediet en schuld.

Regeringen en centrale banken zullen bijna alles doen om deflatie tegen te houden. Inflatiedoelstellingen, meestal vastgesteld op 2%, zijn openbare elementen van hun mandaat, met een mengeling van steeds toenemende, wilde ideeën om inflatie te blijven houden. De enige echte groei die de wereld heeft gezien, is enkel te danken aan een ongekende golf van uitgaven, gevoed door goedkoop krediet en schulden, die maskeren wat er werkelijk onder schuil gaat. Het probleem komt voort uit de overtuiging dat we deflatie en de natuurlijke gang van zaken kunnen ontlopen door steeds meer schulden te maken. Het is een beetje alsof je met je armen probeert te wapperen om tegen de zwaartekracht te vechten: de zwaartekracht zal winnen. Zelfs een vliegtuig dat enorm veel energie gebruikt om in de lucht te blijven moet uiteindelijk landen.

Bij het meten van de omvang van schuld in de wereld is het belangrijk om de totale schuld van regeringen, personen of bedrijven te vergelijken met het effect ervan op de totale groei van het bruto binnenlands product (BBP). Anders kan men makkelijk voor de gek worden gehouden door slinkse trucjes waarbij lage groei van de schuld in een deel van de economie wordt gecompenseerd door een snelle toename van de schuld in een ander deel. Bijvoorbeeld, een regering brengt haar schuld onder controle door een project niet langer te financieren, maar door het stopzetten van die financiering loopt de schuld sneller op bij de consumenten die het programma nodig hebben; alleen via de totale schuld zie je het echte effect op het BBP.

Er zijn al te veel schulden in de wereld, wat het probleem paradoxaal moeilijker maakt om op te lossen. Schuld in combinatie met deflatie is een giftige combinatie, omdat leners hetzelfde moeten betalen voor hun rentebetalingen terwijl ze minder verdienen. Dit verhoogt de reële waarde van de schuld, waardoor het onwaarschijnlijker wordt dat deze ooit zal worden terugbetaald. Wanbetalingen nemen toe en krediet wordt vernietigd, wat tot ernstige depressies in economieën leidt.

In het jaar 2000 bedroeg de totale schuld in de wereld ongeveer $62.000 miljard, of 62 biljoen. Tegelijkertijd bedroeg de wereldeconomie in het jaar 2000 ongeveer $33,5 biljoen. Sinds 2000 is de wereldeconomie gegroeid van $33,5 biljoen naar ongeveer $80 biljoen, maar om die groei te bereiken, is de totale schuld gegroeid tot meer dan $247 biljoen vanaf het derde kwartaal van 2018, volgens het Institute of International Finance. Met andere woorden, er is ongeveer $185 biljoen aan wereldwijde schuld nodig geweest om $46 biljoen aan wereldwijde groei te realiseren.

Als we zouden stoppen met opbouwen van die schuld en zouden beginnen met het terugbetalen ervan, met een snelheid van $1.000 per seconde, zou dat bijna 8000 jaar duren. In plaats daarvan blijven we er maar meer schulden aan toevoegen. En het wordt nog erger — als het nodig was om $185 biljoen schuld te creëren om slechts $46 biljoen groei te realiseren, zal ik je in hoofdstuk 4 laten zien waarom het minstens een verdubbeling van dat bedrag aan schuld zal kosten om nog eens $46 biljoen groei te bereiken. Ik kan me niet voorstellen om naar de bank te gaan voor een lening en het geweldige idee zou opperen dat ik voor elke $1 aan groei $4 aan schuld zou toevoegen. Zelfs als ik de volledige winst van $1 met 100 procent zou belasten, zou ik met die $1 nooit mijn oorspronkelijke lening kunnen terugbetalen. De huidige fata morgana van groei is niets meer dan een door schuld gevoede golf van uitgaven.

Schuldgedreven uitgaven zijn niet altijd slecht. Vaak kunnen schulden worden gebruikt om verstandig te groeien door slimme langetermijninvesteringen te financieren. Een bedrijf dat schulden maakt om in automatisering te investeren, heeft een groter hefboomeffect dan haar concurrenten en het kan die schuld in de toekomst terugbetalen met een beter rendement dankzij die automatisering. Maar als een bedrijf meer blijft uitgeven dan het verdient, of zijn schuld investeert in zaken die geen economisch rendement opleveren, wordt de schuld een blok aan het been van de toekomstige groei, omdat de huidige dollars moeten worden gebruikt om de rentelasten of aflossingen te betalen. Op een bepaald moment wordt het gewicht van de schuld ondraaglijk en wordt het bedrijf gedwongen te herstructureren of te stoppen — waardoor de hele schuld verdwijnt, wat dan weer nadelig is voor degenen aan wie de schuld verschuldigd was.

In het algemeen is een economie hetzelfde. Een economie kan sneller groeien door toepassing van datzelfde hefboomeffect of goedkoop krediet, waardoor de vraag toeneemt doordat er meer geld is om vandaag uit te geven, ten koste van de uitgaven van morgen. Mensen en huishoudens hebben meer geld, dus geven ze meer geld uit en hierdoor groeien bedrijven en economieën sneller. Maar dat geld moet worden terugbetaald... op de een of andere manier. Het is geen wonder dat de grootste spelers op de financiële markten vandaag niet inzetten op groei van bedrijven, maar op de koers van centrale bankiers en regeringen met betrekking tot het monetaire beleid. Aan de ene kant hebben we deze ongelooflijke deflatoire kracht, aangedreven door technologie en aan de andere kant hebben we een kracht die dat probeert tegen te houden. Die kracht is de geldprinter.

In zijn boek Principles for Navigating Big Debt Crises