Erhalten Sie Zugang zu diesem und mehr als 300000 Büchern ab EUR 5,99 monatlich.
Heb vertrouwen in uzelf, maar vertrouw nooit iemand die zijn geweten van elke immorele daad kan zuiveren door vergeving te vragen aan zijn denkbeeldige vriend. Vrienden zijn betekend dat men niet meedoet aan normloosheid en achterbaks gedrag noch verraad jegens elkaar, maar dat men voor elkander echt door het vuur gaat. Ongeacht geloof of ongeloof moet een echte vriend of vriendin in de voortgang van een goede verstandhouding nooit of te nimmer voor een dichte deur komen te staan, daarom heet dit vriendschap voor onvoorwaardelijke hulp aan elkaar, ook al heeft men even geen tijd of geen zin in problemen van een ander.
Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:
Seitenzahl: 249
Veröffentlichungsjahr: 2024
Das E-Book (TTS) können Sie hören im Abo „Legimi Premium” in Legimi-Apps auf:
De verlossing van de erfzonde
Door Gurubesar: Lancar Ida-Bagus
Auteur: Lancar Ida-Bagus Gurubesar/ Professor/ Priester/ erfgenaam en Overste van het Vishnuh-Genootschap van Suriname, Brazilië en Nederland, Lancar Ida-Bagus/ R.R. Purperhart en tevens de oudste en enige kleinzoon van de laatste afstammeling van de Majapahit dynastie (Bupathi Amat Paul Bolkiyah Ida-Bagus, die in 1965 gestorven is in Suriname)
© Copyright:
Vishnuh-Society Suriname
Vishnuh-Society Brazil
Vishnuh- Society the Netherlands
© Copyright: Gurubesar Lancar Ida-Bagus / R.R. Purperhart
© Bibliography, photographs, and Illustrations Vishnuh-Society
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt middels druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbenden.
All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form by means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the written permission of the publisher.
DE VERLOSSING VAN DE ERFZONDE
De verlossing van de vloek der verdoemden
Inhoud
Islamitische, Christelijke landen & Discriminatie
Aan de vruchten herkent men de boom
Rechtvaardigheid is in bijna alle opzichten ver te zoeken
Twee oprecht gebeden van een ongelovige tot de God van de gelovigen en het ligt aan de gelovigen welk gebed hun voorkeur heeft.
Gebed 1. Laat ons bidden:
Gebed 2:
Laat ons bidden:
Ware vriendschap is tegenwoordig ver te zoeken
Zo leert de filosofie van Vishnuh:
“Vrees niet degenen die geloven, niet uit verplichting of angst, maar uit de vreugde en het comfort die hun geloof hen schenkt. Zij die geloven vanuit een oprechte innerlijke behoefte zijn zelden een bedreiging voor anderen. Maar wees voorzichtig met degenen die religie gebruiken als een masker, een dekmantel voor hun eigen duistere intenties. Vrees hen die hun geloof niet als bron van vrede of wijsheid beschouwen, maar als een instrument om hun boosaardige aard te verbergen. Deze mensen zijn niet gebonden door de principes van het geloof, maar door de verlangens van hun ziel die liever verdeeldheid en conflict zaaien dan harmonie en begrip.”
DE VOORSPELLING
EEN EERBETOON AAN WIJLEN
Ze Zijn Zo Godvrezend maar…
Alleen de Natuur is Onvergankelijk
De Goden zijn innig met elkaar bevriend
God zijn ficties van de kwaadaardige mensheid
ALLEEN DE NATUUR LEEF EEUWIG
Het Jodendom
De Waarheid over de Talmoed en de vermeende haatcitaten
Religieus fundamentalisme: een kritiek voorbij haat en onwetendheid
Oh volken van de wereld
Mens, onderschat Niemand
Broeders en zusters,
Manifest van het Niet-Religieuze Genootschap
In een wereld die zich te vaak hult in de schaduwen van dogma’s, opgelegde waarheden en de glans van uiterlijke schijn, staan wij — leden van het Niet-Religieuze Genootschap — onverschrokken in onze toewijding aan het vrije denken.Wij verwerpen de leegte van tradities die onze geest trachten te knechten, en wenden ons tot de onmetelijke oceaan van menselijke ervaring, wetenschap en wijsheid. Daar, in de diepte van het denken en het voelen, zoeken wij niet slechts antwoorden, maar een levende verbinding met het wezen van bestaan zelf.
Onze kracht ligt in onze vrijheid — de vrijheid om te denken zonder angst, te voelen zonder schaamte, en te handelen zonder de ketenen van verouderde overtuigingen.Wij zijn levende getuigen van de mogelijkheid om waarheid, compassie en rechtvaardigheid te belichamen, niet door gehoorzaamheid aan opgelegde regels, maar door trouw te blijven aan onze innerlijke integriteit.Het is in die trouw aan het geweten — en in het besef van onze gedeelde verantwoordelijkheid voor al wat leeft — dat de mens zijn hoogste potentieel benadert.
In ons streven naar zelfverwezenlijking laten wij geen ruimte voor de angst die voortkomt uit onwetendheid.Wij kiezen voor kennis, voor zelfreflectie en voor de moed om het onbekende te omarmen.Waar angst een muur optrekt, zoekt de vrije geest een venster.Waar geloof in autoriteit blind maakt, opent inzicht de ogen voor de werkelijkheid.Wij erkennen dat de mens geen dienaar is van een hogere macht, maar de hoeder van zijn eigen lot — met de aangeboren kracht om zijn pad te kiezen, zijn fouten te erkennen en zijn wereld vorm te geven.
Als Gurubesar spreek ik tot u met de autoriteit die niet rust op macht, maar op ervaring; met de wijsheid die slechts kan ontstaan wanneer men de last van oude illusies afwerpt.Wij zijn niet gebonden aan de mist van religie, noch aan de verleidelijke beloften van transcendentie die de mens wegleiden van zijn wezenlijke verantwoordelijkheid: het leven hier en nu te omarmen in zijn volheid, zijn schoonheid en zijn pijn.
Onze missie is helder, eenvoudig en diepgaand tegelijk:om de mens te bevrijden uit de schaduw van zijn eigen twijfel,om hem te herinneren aan de ongekende kracht die schuilt in het bewust beleven van het leven — ongetemd, oprecht en vrij.Wij bouwen geen tempels van steen, maar innerlijke ruimtes van begrip.Wij zoeken geen verlossing buiten onszelf, maar ontplooiing van binnenuit.
Moge onze gezamenlijke reis ons steeds dichter brengen bij de kern van wie wij werkelijk zijn — vrij van angst, vrij van schuld, vrij van de neiging om ons te verschuilen achter de muren van oude systemen.Samen zullen wij een nieuwe weg banen: een weg verlicht door de helderheid van vrije gedachten, gedragen door de kracht van menselijke verbondenheid, en geworteld in de eerbied voor waarheid.
Met vastberadenheid, wijsheid en toewijding.
Adhipati: Lancar Ida-Bagus
Het verleden is geen afgesloten hoofdstuk, maar een levende bron die voortdurend doorwerkt in het heden.Wie de geschiedenis van de grote wereldreligies bestudeert — waaronder de islam, het katholicisme en andere invloedrijke geloofssystemen — stuit onvermijdelijk op een pijnlijk en confronterend patroon: mensen en instellingen die zich ooit presenteerden als dragers van goddelijke waarheid, hebben zich herhaaldelijk schuldig gemaakt aan handelingen die haaks staan op de morele en spirituele waarden die zij beweerden te vertegenwoordigen.
Deze spanning tussen leer en praktijk onthult een fundamentele menselijke zwakte: de neiging om macht te verwarren met morele autoriteit.Terwijl heilige boeken spreken over liefde, rechtvaardigheid en compassie, heeft de geschiedenis getuigd van oorlogen die in hun naam zijn gevoerd, van volken die zijn onderworpen, en van talloze mensen wier rechten met religieuze rechtvaardigingen zijn ontkend of geschonden.Wat door diezelfde religies ooit als zonde werd veroordeeld — moord, hebzucht, onderdrukking en hoogmoed — werd in bepaalde tijdperken niet alleen getolereerd, maar soms zelfs verheven tot een heilige plicht.
Deze paradox, diep geworteld in de menselijke geschiedenis, is geen reliek van een ver verleden. Zij leeft voort in onze tijd, subtiel verscholen in systemen die macht boven waarheid plaatsen, en gehoorzaamheid boven geweten.De mens die weigert te reflecteren op deze erfenis, blijft gevangen in een cyclus van herhaling, waarin de lessen van het verleden worden vergeten zodra zij het meest nodig zijn.
Echte spirituele volwassenheid begint daar waar men de moed vindt om te onderscheiden tussen geloof en instrumentalisering, tussen morele kracht en institutionele controle.De vraag die ons vandaag bezighoudt, is niet langer hoe men moet geloven, maar hoe men rechtvaardig kan handelen zonder zich te verschuilen achter het schild van geloof of traditie.
Het is slechts door het verleden zonder angst in de ogen te kijken dat wij het heden werkelijk kunnen begrijpen.Wie de schaduw van het heilige durft te onderzoeken, herontdekt het licht van menselijke waardigheid — een licht dat niet uit openbaring voortkomt, maar uit het vermogen tot bewustzijn, empathie en kritische rede.Zo kan uit de puinhopen van oude zekerheden een nieuwe ethiek verrijzen: een ethiek die niet is gegrond in gehoorzaamheid, maar in verantwoordelijkheid; niet in geloof, maar in inzicht; niet in dogma, maar in de voortdurende zoektocht naar waarheid.
Zo luidt de leer van Vishnuh:
"Allen die belast zijn met de zogenaamde heilige geschriften — zoals de Bijbel, de Thora, de Bhagavad-Gita en de Koran — maar die zich niet aan de ware essentie ervan houden, zijn te vergelijken met lastdieren die slechts boeken dragen, zonder hun betekenis te begrijpen."
De Schaduw van het Heilige in de Moderne Tijd
Ook in onze moderne tijd blijven de echo’s van religieus geïnspireerde onderdrukking hoorbaar — niet als verre herinnering, maar als een nog steeds weerklinkende dissonant in de wereldmaatschappij.Sektarische bewegingen die hun wortels vinden in gevestigde religieuze tradities, met name binnen de islam en het christendom, blijven opereren met de Koran of de Bijbel als hun morele vaandel, terwijl hun daden vaak lijnrecht ingaan tegen de meest fundamentele beginselen van menselijkheid.Onder het mom van een goddelijke opdracht nemen zij deel aan geweld, discriminatie en andere vormen van onrecht en onmenselijkheid. Wat ooit bedoeld leek als heilige boodschap van vrede en mededogen, wordt door sommigen omgevormd tot een ideologisch wapen dat de geest verdeelt en de samenleving ontwricht.
Het is een tragisch, maar hardnekkig patroon: daar waar religie verondersteld wordt te verlichten, wordt zij te vaak misbruikt om te verblinden.De paradox van het heilige is dat het zowel de bron van moreel bewustzijn als het instrument van morele verdraaiing kan zijn.De geschiedenis, maar ook het heden, toont dat de mens in zijn drang naar zekerheid en macht de woorden van zijn goden heeft getransformeerd tot middelen van overheersing. De hand die predikt over liefde, reikt in diezelfde adem soms naar de zweep van veroordeling.
Deze werkelijkheid werpt een schaduw over het godsbeeld zelf.Wanneer misdaden worden gepleegd in naam van God of een profeet, dringt zich een onontkoombare vraag op:kan een almachtige, alwetende en rechtvaardige godheid werkelijk toestaan dat onschuldigen worden gemarteld, vernederd of vermoord in zijn naam — en zo ja, wat zegt dat dan over de aard van die godheid?Het is een morele en filosofische uitdaging die de fundamenten van geloof zelf doet wankelen.Want indien het heilige geweld legitimeert, is het dan nog heilig — of slechts een menselijke projectie, vervormd tot een instrument van controle en angst?
Zo wordt pijnlijk zichtbaar dat religie, hoe nobel haar oorspronkelijke intenties ook geweest mogen zijn, vaak niet het beste in de mens naar boven haalt, maar juist zijn diepste onzekerheden voedt.Niet de essentie van geloof is het probleem, maar de wijze waarop het wordt geïnterpreteerd, onderwezen en ingezet.Heilige teksten zijn, in hun kern, spiegels van het menselijk bewustzijn: zij kunnen helen of vernietigen, verbinden of verdelen — afhankelijk van de handen en harten die ze hanteren.
In een tijdperk waarin de mensheid meer dan ooit behoefte heeft aan wijsheid en wederzijds begrip, vormt religieus fanatisme een van de grootste bedreigingen voor vrede en rechtvaardigheid.De ware beproeving van onze beschaving ligt dan ook niet in het verdedigen van dogma’s, maar in het overstijgen ervan — in het herontdekken van de morele kern die niet door geloof wordt bepaald, maar door menselijkheid zelf.
Religieuze Propaganda in het Publieke Domein
Religie en de Publieke Invloedssfeer
Volgelingen, begunstigers en sympathisanten van religieuze stromingen treden vandaag de dag nadrukkelijker dan ooit naar voren met openlijke propaganda, waarbij zij hun overtuigingen niet slechts beleven, maar actief uitdragen binnen het publieke domein.Deze manifestatie vindt plaats via uiteenlopende kanalen: van gebedshuizen en religieuze bijeenkomsten tot moderne media — televisie, radio, sociale netwerken en digitale platforms — die dienen als verlengstuk van hun missionaire ambitie. In deze nieuwe context krijgt het religieuze woord een technologische echo, waarmee het een wereldwijde reikwijdte en invloed verwerft die voorheen ondenkbaar was.
Opmerkelijk is de rol die staten en overheden in dit proces spelen.In talloze samenlevingen bieden zij religieuze instellingen expliciete of impliciete steun: via subsidies, belastingvoordelen, publieke erkenning of het faciliteren van zendtijd en fysieke ruimtes.Deze betrokkenheid, hoe subtiel ook verpakt in het discours van culturele waardering of gemeenschapsvorming, leidt onvermijdelijk tot een vervaging van de grens tussen persoonlijke geloofsbeleving en staatsneutraliteit.Wat in wezen een individuele, innerlijke zoektocht naar zingeving zou moeten zijn, wordt zo getransformeerd tot een maatschappelijk instrument — een machtsmiddel dat de publieke opinie kan sturen, de politieke orde kan beïnvloeden en de vrijheid van gedachte onder druk kan zetten.
De vermenging van religie en publieke invloedssfeer stelt ons voor een wezenlijke vraag:in hoeverre kan een samenleving werkelijk vrij zijn wanneer haar collectieve denkruimte wordt doordrongen van overtuigingen die aanspraak maken op absolute waarheid?Waar de overheid religieuze instellingen ondersteunt of hun invloed gedoogt, ontstaat een subtiele vorm van indoctrinatie — niet langer opgelegd door priesters of imams, maar gelegitimeerd door het systeem zelf.
De vrijheid van geloof verliest haar betekenis zodra zij de vrijheid van denken overschaduwt.Een democratische staat die de scheiding tussen religie en beleid niet zorgvuldig bewaakt, riskeert de opkomst van een moreel monopolie waarin geloofswaarheden het publieke debat overnemen en de diversiteit van perspectieven worden onderdrukt.In die zin is de strijd voor geestelijke onafhankelijkheid niet enkel een persoonlijke, maar ook een politieke opgave: de voortdurende inspanning om het publieke bewustzijn te beschermen tegen elke vorm van dogmatische beïnvloeding, hoe verfijnd of sociaal acceptabel die zich ook voordoet.
Alleen in een samenleving waarin de menselijke rede vrij mag ademen, kan de geest werkelijk groeien.Daar waar overtuiging niet langer wordt afgedwongen, maar vrijwillig en kritisch wordt gevormd, ontluikt de ware essentie van beschaving: een gemeenschap die niet geleid wordt door angst of autoriteit, maar door inzicht, dialoog en wederzijds respect.
Indoctrinatie als Fundament van het Religieuze Onderwijs
Onderwijs, Indoctrinatie en de Gevangenis van het Geloof
Een blik op het onderwijssysteem in vele religieus gedomineerde landen wereldwijd onthult een verontrustend patroon: reeds op jonge leeftijd worden kinderen ondergedompeld in dogmatische geloofsleer.Wat gepresenteerd wordt als vorming, blijkt in wezen een subtiele vorm van mentale kolonisatie.In plaats van het stimuleren van kritisch denken, nieuwsgierigheid en intellectuele onafhankelijkheid, worden jonge geesten gevuld met verhalen uit de Bijbel, de Koran en andere heilige geschriften — vaak zonder historische context, symbolische duiding of ruimte voor twijfel.Deze vroege beïnvloeding vloeit zelden voort uit een authentieke zoektocht naar wijsheid; zij dient eerder het behoud van controle over het denken, voelen en handelen van nieuwe generaties.
Wat in naam van opvoeding gebeurt, is in werkelijkheid vaak indoctrinatie.Concepten als hel, zonde, gehoorzaamheid aan goddelijke autoriteit en de onderwerping van vrouwen en andersdenkenden worden impliciet — en niet zelden expliciet — als normatief kader ingeprent.Zo ontstaat een geestelijke erfenis waarin angst de plaats inneemt van inzicht, en geloof de rol van geweten overneemt.Een groot deel van de mensheid wordt daardoor al in een pril stadium niet slechts beperkt, maar ook geconditioneerd om beperking als deugd te beschouwen.Het gevolg is een beschaving waarin gehoorzaamheid wordt geprezen als wijsheid, en twijfel wordt veroordeeld als zonde.
De ironie is schrijnend.In samenlevingen die zich graag profileren als democratisch, rationeel en constitutioneel gegrondvest, blijkt de grondwet vaak niet het product van vrije rede, maar het verlengstuk van religieuze doctrine.Tal van constituties zijn historisch geworteld in heilige teksten of religieus geïnspireerde denkbeelden, waardoor morele en juridische kaders nog altijd zijn doordrenkt van archaïsche voorstellingen van schuld, straf en onderwerping.In zulke systemen wordt de goddelijke wil niet slechts gepredikt, maar wetmatig verankerd — waardoor universele mensenrechten, in plaats van beschermd, subtiel worden ondermijnd.
Religieuze invloed op onderwijs en wetgeving heeft de mensheid in veel gevallen niet vooruitgeholpen, maar teruggeworpen naar een toestand van angst, verdeeldheid en morele afhankelijkheid.Door de heiligverklaring van onfeilbare waarheden is het vermogen tot zelfreflectie — de bron van alle ware vooruitgang — verzwakt.Waar geloof in autoriteit overheerst, verdwijnt de ruimte voor dialoog; waar kennis wordt vervangen door doctrine, sterft de vrijheid van gedachte.
Het is daarom niet slechts wenselijk, maar noodzakelijk om deze invloed te blijven bevragen — met intellectuele eerlijkheid en morele moed.Want pas wanneer onderwijs zich bevrijdt van religieuze overheersing, kan het weer worden wat het oorspronkelijk behoort te zijn:een ruimte van ontplooiing, onderzoek en menselijke waardigheid.Alleen een opvoeding die de geest leert twijfelen, kan de mens werkelijk leren denken.En alleen in die vrijheid ligt de mogelijkheid besloten van een wereld die niet langer geleid wordt door angst of geloof, maar door inzicht, compassie en rede.
Religie als Strategie: De Moderne Werving van Geloof
In onze tijd worden medemensen wereldwijd met opvallende berekendheid en sluwe tactieken tot religie bekeerd. Kerken en religieuze organisaties van uiteenlopende aard zetten geraffineerde campagnes in om hun geloofssprookjes niet alleen te verspreiden, maar vooral te bestendigen en versterken. Achter een façade van liefde en medemenselijkheid schuilt vaak een uitgekiende strategie, gericht op het verwerven van macht, invloed en financiële middelen.
Onder het mom van goede doelen en humanitaire projecten worden talloze initiatieven opgezet, zogenaamd ter ondersteuning van de zwakkeren in de samenleving. Maar in werkelijkheid dienen deze acties een ander doel: het verankeren van religieuze invloed en het versterken van de ideologische machtsstructuren die eraan ten grondslag liggen. De weldoenerij is vaak niets anders dan een "sigaar uit eigen doos" – een investering die vooral de eigen belangen dient, verpakt als altruïsme.
De wereldbevolking, met name de armste en meest kwetsbare groepen, wordt op deze manier misleid en gemanipuleerd. Hun goedgelovigheid en hoop op een beter bestaan worden gekaapt door religieuze instellingen die precies weten hoe zij sympathie kunnen omzetten in gehoorzaamheid, en geestelijke honger in ideologische afhankelijkheid. Zo betaalt de mensheid – soms letterlijk, soms geestelijk – de prijs voor een systeem dat meer geïnteresseerd lijkt in voortbestaan dan in bevrijding.
Het is tijd om deze realiteit onder ogen te zien en kritische vragen te stellen. Niet aan het geloof zelf – want geloof als innerlijke kracht kan waardevol zijn – maar aan de structuren die het instrumentaliseren ten bate van hun eigen voortbestaan. Alleen dan kunnen we toewerken naar een wereld waarin oprechte spiritualiteit niet langer misbruikt wordt als rookgordijn voor macht en manipulatie.
De Voedingsbodem van het Oeroude Kwaad
Het is onmiskenbaar dat er mensen zijn die, al dan niet bewust, het oudste kwaad dat de mensheid kent blijven voeden – een kwaad dat door de eeuwen heen onnoemelijk veel onheil, verdeeldheid en wanhoop heeft gebracht. Deze krachten manifesteren zich niet altijd luidruchtig of openlijk, maar juist vaak stilzwijgend en geniepig, verankerd in systemen, gewoontes en overtuigingen die zelden ter discussie worden gesteld.
Degenen die dit kwaad in stand houden – hetzij uit overtuiging, hetzij uit gemakzucht – dragen bij aan het verlengen van het lijden van de mensheid als geheel. Daarom is het van essentieel belang om dergelijke invloeden zoveel mogelijk te vermijden. Niet uit haat, maar uit zelfbehoud. Niet uit onverschilligheid, maar uit een diep besef van wat werkelijk nodig is om tot werkelijke vrijheid en vrede te komen.
Vaak ligt de wortel van dit destructieve gedrag in onwetendheid – een onwetendheid die voedt, rechtvaardigt en herhaalt. En hoewel onwetendheid op zich geen kwaadaardige intentie impliceert, vormt zij wel de voedingsbodem waarop misleiding, geweld en onderdrukking kunnen groeien. De geschiedenis, zowel oud als recent, ligt bezaaid met voorbeelden van hoe onwetendheid leidde tot fanatisme, uitsluiting en zelfs genocide. De bekentenissen van hen die ooit meeliepen in deze structuren vormen een aangrijpende illustratie van hoe gevaarlijk blinde navolging kan zijn.
De mensheid kan pas vooruit wanneer zij haar verleden onder ogen durft te zien, het kwaad benoemt waar het zich manifesteert, en het bewustzijn cultiveert dat nodig is om zich ervan los te maken. Tot die tijd blijft het een morele plicht om waakzaam te zijn – en onszelf te omringen met waarheid, kennis en een diep respect voor de vrijheid van denken.
Religie als Bedreiging voor de Menselijke Geest
Al eeuwenlang manifesteert religie zich als een ideologische besmetting die zich diep in de menselijke samenleving heeft genesteld. Niet als een bron van verlichting of universele wijsheid, zoals vaak wordt beweerd, maar als een hardnekkige kwaal die angst, verdeeldheid en geweld in stand houdt. In haar meest georganiseerde en machtige vormen is religie minder een weg naar innerlijke vrede dan een gevaarlijke verslaving aan dogma en overheersing.
Degenen die religie blijven promoten als een universeel goed, dragen vaak – al dan niet bewust – bij aan het in stand houden van eeuwenoude structuren van onderdrukking. Ze presenteren hun geloof als een mensenrecht, maar in de praktijk gaat het zelden over vrijheid. Integendeel: het betreft eerder een giftige erfenis die morele verwarring zaait, kritische denkkracht ondermijnt en de mens tot slaaf maakt van doctrines die nauwelijks aansluiting vinden bij de realiteit van het heden.
In dit licht is het niet overdreven om te stellen dat religie – in haar institutionele, controlerende vorm – een morele ramp vertegenwoordigt. Ze kent geen universele normen behalve haar eigen, vaak archaïsche regels, en gebruikt schuld, angst en beloning om aanhang te vergaren. Zo wordt zij een instrument van sadisme, verpakt in spiritueel taalgebruik. Wie dit soort godsdienstig gedrag rechtvaardigt of zelfs verheerlijkt, draagt bij aan een wereld waarin geestelijke autonomie, vrije wil en compassie structureel worden ondermijnd.
Het wordt hoog tijd dat de wereld de moed vindt om religieuze structuren en hun schadelijke uitwassen openlijk ter discussie te stellen. Niet het spirituele verlangen zelf moet worden uitgebannen, maar de systemen die dat verlangen kapen en verdraaien tot machtspolitiek. Pas wanneer de mens zich bevrijdt van religieuze terreur in haar vele gedaanten, kan zij werkelijk beginnen aan een nieuw hoofdstuk – waarin vrijheid, wijsheid en liefde geen doctrinaire voorwaarden meer kennen.
Religieuze Loyaliteit en Moreel Stilzwijgen
In de praktijk zien we het keer op keer gebeuren: gelovigen die elkaar de hand boven het hoofd houden, zelfs wanneer morele grenzen overschreden worden. Deze vorm van religieuze loyaliteit is diep geworteld in het geloofssysteem zelf – een systeem waarin groepsgevoel, gehoorzaamheid en het beschermen van ‘de eigen kring’ vaak belangrijker worden geacht dan objectieve rechtvaardigheid of zelfkritiek.
Dit mechanisme leidt tot een subtiele, maar hardnekkige vorm van moreel stilzwijgen. Zeker wanneer het gaat om interne misstanden of machtsmisbruik binnen religieuze instellingen, zijn het juist medegelovigen die geneigd zijn de andere kant op te kijken – uit angst, uit schuldgevoel, of uit de valse overtuiging dat goddelijk gezag boven wereldlijke verantwoording staat.
Opvallend is bovendien dat veel gelovigen wereldwijd wél luid kritiek leveren op overheden en politieke leiders, maar opvallend stil blijven zodra het gaat over de misstanden binnen hun eigen religieuze gemeenschap. Dit is geen toeval. De meesten zijn immers zelf religieus gevormd, opgegroeid binnen structuren waarin bepaalde onderwerpen eenvoudigweg taboe zijn. Zo ontstaat een paradox: mensen die zich uitspreken over sociale rechtvaardigheid, zwijgen wanneer het hun eigen geestelijke wortels betreft.
Deze selectieve verontwaardiging is gevaarlijk. Want zolang religieuze gemeenschappen zichzelf blijven beschermen met morele blindheid en onkritische loyaliteit, blijft echte vooruitgang een illusie. Werkelijke ethiek begint namelijk daar waar ook het eigene – het vertrouwde, het heilige – onder de loep durft te worden genomen.
De Verwoestende Mentale Erfenis van Religie
Het blijft een hardnekkige realiteit: velen weigeren in te zien dat religie niet hun ziel, maar hun geest vergiftigt. Ze onderkennen niet dat hun denken, hun doen en hun morele afwegingen diepgaand worden gestuurd door een kwaadaardig systeem dat zich voordoet als heilig, maar in werkelijkheid vooral destructief is. Hoe je het ook wendt of keert, het geloof beheerst hun geweten met zodanige intensiteit dat men zich geestelijk vastklampt aan waanbeelden – een vorm van collectieve psychische ontregeling die generaties lang is doorgegeven.
Onderdrukte volkeren, vaak met geweld of sociale dwang in het gareel gebracht, hebben eeuwenlang de dogma’s van religieuze instituten moeten slikken. Van jongs af aan worden kinderen overspoeld met zogenaamd nobele normen en waarden – ingebed in sprookjes over gehoorzaamheid, zonde en verlossing. Deze opvoeding is zelden gebaseerd op vrije keuze, maar op herhaling en indoctrinatie, van ouders op kinderen, van scholen naar samenlevingen.
En toch blijft de religieuze mens – ondanks al die zogenaamd goede voornemens – worstelen met de meest fundamentele menselijke waarden. Echte empathie, vrijheid van denken en universeel mededogen blijven buiten bereik, zolang het godsgeloof als moreel kompas dient. Want waar religie regeert, verwordt het goede tot plicht en het denken tot schuld.
Er rust een eeuwenoude vloek op georganiseerde religies – een vloek die zich uit in geweld, uitsluiting, onderwerping en morele verwarring. Zolang die vloek niet wordt erkend en doorbroken, zal de religieus gevormde mens nooit in staat zijn om écht goed te handelen. Niet omdat hij niet wil, maar omdat zijn denken gevangen zit in een systeem dat het kwaad rechtvaardigt zolang het de juiste naam draagt.
Medeplichtigheid aan de Duistere Geschiedenis van Religie
Wie zich vandaag de dag aan de zijde stelt van de islam, het christendom of soortgelijke religieuze groeperingen, maakt zich onmiskenbaar schuldig aan medeplichtigheid. Het is geen passieve sympathie die hier wordt uitgedrukt, maar actieve betrokkenheid bij een systeem dat zich, door de eeuwen heen, schuldig heeft gemaakt aan talloze misdaden tegen de menselijkheid. Dit is niet slechts een zaak van het verleden; ook in het heden zien we de schaduw van religie door de samenleving trekken, vaak in de vorm van onderdrukking, intolerantie en geweld.
Het is belangrijk te erkennen dat deze betrokkenheid niet slechts een kwestie van ‘onwetendheid’ is. De medewetendheid is al te vaak duidelijk: wie steun biedt aan deze structuren, of ze nu uit overtuiging of uit gemakzucht, draagt in feite de verantwoordelijkheid voor de gruwelen die in hun naam zijn begaan – zowel in het verleden als in het heden. Het zijn niet alleen de actieve daders van geweld die schuldig zijn, maar ook degenen die dit systeem steunen, of het nu in de vorm van politieke macht, financiële steun of morele goedkeuring is.
Zolang de fundamenten van religieuze ideologieën die misbruik maken van geloof en macht niet kritisch worden onderzocht en ter discussie gesteld, blijven zij het onbewuste wapen waarmee de mensheid zichzelf blijft schaden.
Zo zegt de leer van Vishnuh:
"De gelovige mensheid maakt zich, bewust of onbewust, schuldig aan misdaden die onverenigbaar zijn met het wereldburgerschap.De misdaden die dagelijks door religieuzen worden gepleegd — vaak op instigatie van hun geloof — druisten fundamenteel in tegen de belangen van de mensheid, tegen de natuur en tegen het leven zelf.Daardoor verspelen gelovigen bij voorbaat hun recht op verblijf op moeder aarde."
De misdaden gepleegd door de IS (ISIS) en andere sektarische groeperingen wereldwijd herinneren aan de gewelddadige praktijken van de grote religieuze instellingen, zoals de Islam en het Christendom, in eerdere tijden. Deze historische gewelddaden omvatten heksenjachten, kruistochten, Jihads, kruisvaarten, genocide en de gedwongen kerstening van inheemse volkeren, vaak uitgevoerd met sociaal, geestelijk en fysiek geweld, allemaal "ten behoeve van God of Allah."
Hoewel de wreedheden van de IS misschien kleinschaliger zijn in vergelijking met de omvang van de misdaden van de vroegere religieuze regimes, zijn ze niet minder ernstig of koelbloedig. De aard van deze misdaden is onverdedigbaar, ongeacht het tijdperk waarin ze zich voordoen. De misdaden gepleegd door de IS, net als die gepleegd in naam van het Christendom en de Islam in vervlogen tijden, zijn verwerpelijk en in geen geval goed te praten.
Let wel:
De Onzichtbare Wreedheid: Religie, Macht en de Stilte van de Geschiedenis
In de millennia waarin het christendom — met name het Vaticaan — en de islam hun macht ongehinderd konden uitoefenen over grote delen van de wereld, werden ontelbare daden van geweld en onderdrukking begaan in naam van het geloof.
In die tijden bestonden er geen moderne communicatiemiddelen zoals satellieten, televisie, radio of internet.De wereld kende geen onafhankelijke media die in staat waren misdaden vast te leggen of aan het licht te brengen.Daardoor bleven talloze wreedheden, gepleegd onder religieuze vlag, grotendeels verborgen voor het oog van de geschiedenis.De machthebbers binnen de religieuze instellingen konden hun daden verdoezelen of rechtvaardigen, zonder dat de mensheid in haar geheel ooit de ware omvang van hun handelen kon overzien.
De gevolgen waren verwoestend.Onder de mantel van heilige rechtvaardiging vonden vervolgingen, zuiveringen en systematische schendingen van fundamentele rechten plaats.De heersende religieuze machten eigenden zich het monopolie op moraal toe, en gebruikten die macht om te heersen over lichamen, geesten en naties.
In naam van God of Allah werden samenlevingen gevormd op basis van gehoorzaamheid in plaats van geweten, van angst in plaats van inzicht.Wat in oorsprong bedoeld was als een weg naar spirituele verheffing, verwerd tot een instrument van controle en verdrukking.
De geschiedenis van religie is daarmee niet enkel een geschiedenis van geloof, maar ook van macht en manipulatie.Zowel in christelijke als in islamitische gebieden fungeerden religieuze orden en strijdkrachten als uitvoerders van de wil van hun geestelijke en wereldlijke leiders.
Wat later in verhalen en legendes werd verheerlijkt als heldendom of heilige strijd, was in werkelijkheid vaak een manifestatie van fanatisme, imperialisme en moreel verval.De figuren die in de literatuur als rechtvaardige helden werden bezongen, handelden veelal in dienst van dogma’s en hiërarchieën die geweld als middel tot verlossing beschouwden.
Het ontbreken van journalistieke verslaggeving en mondiale communicatiemiddelen zorgde ervoor dat deze daden niet konden worden getuigd of veroordeeld door de wereldgemeenschap.
De slachtoffers van religieuze expansie — volkeren die werden overheerst, verdreven of uitgeroeid — bleven stemloos.Hun lijden verdween in de duisternis van de vergetelheid, terwijl de instituties die het veroorzaakten hun macht behielden, soms zelfs versterkten, en zich presenteerden als morele hoeders van beschaving.
Vandaag, in een tijd waarin informatie vrij kan stromen en misstanden onmiddellijk zichtbaar worden, rust er een historische plicht op ons: de plicht om die stiltes te doorbreken en te erkennen wat eeuwenlang is verzwegen.De religieuze geschiedenis van de mensheid is niet slechts een verhaal van geloof, maar ook een getuigenis van wat er gebeurt wanneer macht zich verhult in de taal van het heilige.Wie de waarheid zoekt, mag zich niet laten verblinden door de glans van heiligheid, maar moet de schaduw durven zien waarin zij zich heeft verborgen.
De wreedheden begaan door de IS (ISIS) en andere sektarische groeperingen vertonen overeenkomsten met de gewelddadige praktijken die in het verleden werden toegepast door het christendom en het jodendom, vooral tijdens de bekeerling van vreemde volken en de verspreiding van hun religies. De manier waarop IS opereert is in veel opzichten vergelijkbaar met de praktijken van vroegere religieuze instellingen die geweld gebruikten om hun geloof op te leggen.
Het is echter belangrijk om te benadrukken dat de schaal en de methoden die door IS worden gebruikt, hoewel vreselijk, nog steeds relatief klein zijn in vergelijking met de massale wreedheden die in de geschiedenis van de christelijke en islamitische kerken werden begaan. Het vergeleken van de huidige praktijken van IS met de historische wreedheden van deze religies helpt om de ernst van de daden van IS te contextualiseren, maar mag niet verhullen dat alle vormen van geweld en onderdrukking door religie, ongeacht de omvang, verwerpelijk zijn.
