Erhalten Sie Zugang zu diesem und mehr als 300000 Büchern ab EUR 5,99 monatlich.
Ik kan gelijk zien wanneer iemand geestelijk lijdt of lichamelijk pijn heeft, wordt er vaak geroepen. Dit verhaal lijkt wel sterk op het geheim van de buren. Maar niet alles is zichtbaar, omdat fysieke schade in de meeste gevallen onzichtbaar is bij geestelijke mishandeling. Daarom zijn er heden ten dage wereldwijd een legio mensen die geestelijk beschadigd zijn. Een veel voorkomende vorm van geestelijke mishandeling is vaak niet ver te zoeken. Neem als voorbeeld de manipulaties door ouders op kinderen. Deze nemen dikwijls vrij extreme vormen aan waardoor het gevoel van eigenwaarde en zelfrespect zeer zorgvuldig en met voorbedachten rade wordt ondermijnd volgens een vast vooropgezet patroon. Dat pedagogisch concept gaat dan in het kader van hun religieuze opvoeding, dat het zogenaamd goed is voor iemands persoonlijke ontwikkeling om goed door het leven te kunnen gaan. Geen wonder dat er ook een heleboel ouders zijn die een flinke pak rammel zouden moeten krijgen in plaats van de kinderen. Religie in het algemeen is een regelrechte dictatuur! En voor de heersende klasse geldt dat, als er voor iets nog geen Wet voor staat dan maakt ze er wel één.
Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:
Seitenzahl: 171
Veröffentlichungsjahr: 2024
Das E-Book (TTS) können Sie hören im Abo „Legimi Premium” in Legimi-Apps auf:
NIET ALLES IS ZICHTBAAR
Het geheim van de buren
Lancar Ida-Bagus
© Copyright:
Vishnuh-Society Suriname
Vishnuh-Society Brasil
Vishnuh- Society the Netherlands
© Copyright: Gurubesar Lancar Ida-Bagus/ R.R. Purperhart
© Bibliography, photographs, and Illustrations Vishnuh-Society
© All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form by means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the written permission of the publisher.
Inhoud
NIET ALLES IS ZICHTBAAR
Geestelijke Mishandeling in de Huiselijke Kring
Religie en Macht
Vrijheid van Denken: De Weg naar Werkelijke Vrede
De Geraffineerde Kunst van Religieuze Conditionering
GODSLASTERING EN VLOEKEN
DE 10-GEBODEN
WAT IS ZONDE?
DE NATUUR IS
DE SCHEPPER DES LEVENS.
… ERE WIE ERE TOEKOMT
Mijn GEBED
DE GEIJKTE WEG VAN HET GODSGELOOF
Religie, hypocrisie en de natuur
PICASA SUTRA
WAT IS STERVEN, LEVEN EN DOOD?
Geest en Verstand
Wat is een bijna dóód ervaring of SCHIJNDOOD?
ZO zeggen gelovige FIGUREN
DE WETENSCHAP
MAAR HOE VERGAAT HET MET DE MENSELIJKE PERSOONLIJKHEID?
HET KATHOLIEK GODSGELOOF
DE BOEDDHISTEN
DE HINDOES
Karma en reïncarnatie
Volgens het Oude testament
Het Kastenstelsel
DE ISLAMIETEN EN HET CHRISTENDOM
DE HEILIGE BOEKEN VAN GODSBELIJDERS
NIET ALLEEN SIMPELE ZIELEN ZIJN GETRAUMATISEERD
De aard van tijd en ruimte volgens de Vishnuh-leer
Protonen, neutronen en elektronen: de trilling van materie
IS ER WEL LEVEN BUITEN DE FYSIEKE WERELD?
DE MIRAKELS VAN LOURDES
PICASA-LEER =ZWARTE KUNST
__WAT IS ZWARTE KUNST? __
Geloof, macht, traditie en bewustzijn
WAT IS DUIVELSKUNST?
Hoop op de laatste redding
De Dagelijkse wens
Epiloog – De Eeuwige Les van Vishnuh
Geestelijk Leed: Onzichtbaar maar Diepgaand
“Je kunt het aan iemand zien wanneer hij lijdt,” wordt vaak gezegd. Maar in werkelijkheid vergist men zich hier dikwijls in. Geestelijke pijn laat zich zelden zien op het eerste gezicht. Er is geen bloed, geen kneuzing, geen zichtbare breuk — en juist daardoor wordt psychisch leed vaak onderschat of zelfs ontkend.
De schade die ontstaat door vernedering, manipulatie of geestelijke mishandeling kan dieper en langduriger zijn dan de meeste lichamelijke verwondingen. Wat onzichtbaar is, wordt door velen eenvoudigweg niet geloofd.
In onze moderne samenleving — ondanks alle technologische en wetenschappelijke vooruitgang — leeft een groeiend aantal mensen dat geestelijk ernstig beschadigd is. Velen van hen krijgen niet de hulp of erkenning die ze nodig hebben om te herstellen. Psychische trauma’s ontstaan niet alleen door persoonlijke tragediën, maar ook door maatschappelijke structuren en culturele patronen die onbewust macht en controle verheerlijken.
Een treffend voorbeeld hiervan is een aanslag op iemands leven, waarbij een onschuldig slachtoffer levenslang getekend blijft door één enkel moment van geweld. De fysieke wonden helen, maar de psychische littekens blijven, vaak onzichtbaar voor de buitenwereld. De geschiedenis kent talloze voorbeelden: van overlevenden van oorlogen, dictaturen en religieuze vervolging tot slachtoffers van huiselijk geweld — allen dragen de last van onzichtbare wonden.
Een bijzonder schrijnende vorm van geestelijke mishandeling vindt vaak plaats in de directe huiselijke kring, onder het mom van opvoeding of religieuze toewijding. Denk aan kinderen die van jongs af aan worden gevormd naar dogmatische geloofsregels. Ouders die menen het goede te doen, ondermijnen onbewust het zelfvertrouwen en de zelfstandigheid van hun kinderen door hun religieuze overtuigingen als absolute waarheid op te leggen.
Zo ontstonden door de eeuwen heen hele generaties die leerden gehoorzamen in plaats van nadenken. In de middeleeuwen bijvoorbeeld werd het onderwijssysteem grotendeels gecontroleerd door de kerk, die niet het vrije denken maar het volgen van goddelijke wetten bevorderde. Deze traditie van geestelijke onderwerping heeft in veel culturen tot op de dag van vandaag diepe sporen nagelaten.
Men zou haast kunnen zeggen dat sommige ouders eerder zelf een opvoedkundige ‘pak rammel’ verdienen dan hun kinderen. Want het slechte voorbeeld dat zij geven — door te oordelen, te manipuleren of te dwingen — keert zich uiteindelijk tegen hen. Wanneer de kinderen volwassen worden, spiegelen zij het gedrag van hun ouders: zoals de ouden zongen, piepen de jongen.
Deze cyclus van geestelijke afhankelijkheid en emotionele vervreemding herhaalt zich keer op keer, zelfs binnen samenlevingen die zichzelf als democratisch en beschaafd beschouwen.
Ironisch genoeg zijn juist de democratische waarden die in Europa zijn verankerd — vrijheid van godsdienst, van meningsuiting, van denken — indirect ontsproten aan religieuze wortels. De grondwetten van moderne staten zijn vaak beïnvloed door morele principes uit de Bijbel of de Koran, die echter eeuwenlang ook hebben gediend om controle en gehoorzaamheid af te dwingen. Zo werd religie gebruikt als instrument van macht, niet van medemenselijkheid.
Door de geschiedenis heen is pijnlijk duidelijk geworden dat de meeste gevallen van geestelijke onderdrukking en sociale vernedering terug te voeren zijn op religieuze systemen die hun “fatsoensnormen” boven de menselijke vrijheid stellen. Of het nu ging om de Inquisitie, de kruistochten, de heksenverbrandingen of hedendaagse religieuze fundamentalistische bewegingen — telkens opnieuw werd het individu onderworpen aan een ideologisch juk dat werd voorgesteld als heilig en moreel juist.
In die zin is het Christendom — net als de Islam, en vele andere wereldgodsdiensten — in essentie een subtiele dictatuur. “Gehoorzaam, onderwerpt u, leef zoals wij voorschrijven en uw problemen verdwijnen.” Maar in werkelijkheid worden zulke geloofssystemen vaak gebruikt om sociale orde te bewaren door middel van schuld, angst en gehoorzaamheid. Deze zogenoemde morele richtlijnen zijn niet meer dan gecodificeerde vormen van sociale dwang, verpakt in een religieus ideaal van vrede en eenheid.
De machthebbers — van de kerk tot moderne regeringen — weten dit maar al te goed. Waar nog geen wet bestaat, wordt er eenvoudigweg een nieuwe gecreëerd om hun positie te beschermen. Toch lost dit de groeiende onvrede niet op. Want mensen laten zich niet eindeloos regeren door angst, dogma’s of religieuze sprookjes.
Het is tragisch dat velen nog steeds vasthouden aan voorgekauwde religieuze verhalen uit angst voor leegte of onzekerheid, en daarbij neerzien op wie die denkbeelden achter zich heeft gelaten. Laat ieder zijn eigen weg gaan — en laat hen die religie ontgroeid zijn, in vrijheid denken, zonder bedreiging of veroordeling.
De werkelijke oorzaak van veel hedendaagse ellende ligt niet in een gebrek aan geloof, maar juist in botsende overtuigingen: religies die elkaar bestrijden, culturen die elkaar niet begrijpen, opvoedingen die gebroken geesten voortbrengen.
Een wereld waarin iedereen hetzelfde zou geloven lijkt op papier vreedzaam, maar in de praktijk zou het slechts een eenvormige gevangenis van de geest zijn. Werkelijke vrede ontstaat niet door geloofsconformiteit, maar door vrijheid van denken, mededogen en respect voor de menselijke geest — zichtbaar én onzichtbaar.
Religie en Geestelijke Beïnvloeding
Om mijn wereldbeeld te verbreden heb ik gedurende vele jaren verschillende religieuze stromingen van dichtbij geobserveerd en hun geschriften, rituelen en onderliggende doctrines zorgvuldig bestudeerd. Wat zich daarbij openbaarde, is een patroon dat zowel oud als verontrustend is: vrijwel alle religies maken gebruik van uiterst verfijnde vormen van geestelijke beïnvloeding — hersenspoeling in zijn meest subtiele vorm.
Bij nader onderzoek valt op dat de methoden sterk op elkaar lijken, ongeacht of het nu gaat om het christendom, de islam, het hindoeïsme of andere gevestigde geloofssystemen. Elk van deze tradities hanteert eenzelfde listige mechaniek: een zorgvuldig opgebouwde structuur waarin schuld, angst en verlossing hand in hand gaan.
Vanaf jonge leeftijd wordt de mens ingeprent dat hij schuldig geboren is, dat zijn vrijheid gevaarlijk is, en dat slechts gehoorzaamheid aan de goddelijke orde hem kan redden van straf of verdoemenis.
Religie en Macht door de Geschiedenis
Historisch gezien is dit mechanisme diep verweven met de ontwikkeling van beschavingen zelf. De vroege christelijke kerk begreep reeds in de vierde eeuw — sinds het Edict van Thessaloniki in 380 n.Chr., toen keizer Theodosius het christendom tot staatsgodsdienst maakte — dat religie een krachtig instrument was om een volk te verenigen én te onderwerpen.
De islamitische kalifaten die daarna ontstonden, zoals het Abbasidische Rijk, gebruikten op hun beurt religieuze leerstellingen om politieke gehoorzaamheid te rechtvaardigen. Ook in Azië, Afrika en het Westen ontstonden varianten van deze symbiose tussen geloof en macht: priesters werden adviseurs van koningen, en koningen zagen zichzelf als door God gezalfd.
Het ging zelden om het zuivere godsbesef — dat wil zeggen, het innerlijke gevoel van verbondenheid met iets groters dan menzelf — maar om de manier waarop dat gevoel werd benut als werktuig van controle. Het spirituele werd in dienst gesteld van het politieke, het menselijke vervangen door het dogmatische. Zo werd de mens niet geleerd om te denken, maar om te gehoorzamen.
De Gevaren van Georganiseerde Religie
De ware gevaren van religie liggen dus niet in het geloof zelf, maar in het venijn dat door georganiseerde religieuze systemen in het menselijk bewustzijn is geslopen. Angst voor zonde, schuldgevoel om natuurlijk verlangen, en de illusie van verlossing door gehoorzaamheid hebben generaties lang het denken van mensen vergiftigd.
Zelfs in de moderne tijd — waarin wetenschap en rede hun plaats hebben veroverd — blijft dit eeuwenoude vergif sluimeren in onze collectieve geest, vermomd als traditie, moraal of cultuur. Wie de geschiedenis met open ogen bekijkt, ziet dat religieuze indoctrinatie niet slechts een spiritueel verschijnsel is, maar een vorm van mentale kolonisatie: het veroveren van het innerlijk van de mens. Of het nu via de doop, de dagelijkse gebeden, of de verplichte geloofsbelijdenis gebeurt — telkens wordt het individu stap voor stap losgemaakt van zijn oorspronkelijke autonomie.
Vrijheid van Geloof
Het is belangrijk te beseffen dat geloof op zich niet het probleem vormt. Iedereen heeft het recht te geloven of niet te geloven, en om zijn leven te leiden volgens eigen normen en waarden. De kern van het probleem ligt in de systematische vervorming van dat geloof, in het venijn dat religieuze instituties in de hoofden van mensen planten — een gif dat twijfel bestraft, vrijheid wantrouwt en gehoorzaamheid verheerlijkt.
Het Dogma van de Blinde Gehoorzaamheid
Ondanks het overweldigende bewijs dat er geen enkel spoor is van een bovennatuurlijke God of Allah zoals de zogenoemde heilige boeken beweren, blijven miljoenen mensen vasthouden aan hun oude geloofsconstructies. Zij beweren dat de Bijbel, de Thora of de Koran volmaakt zijn — onaantastbare openbaringen van een goddelijke waarheid. Maar deze overtuiging houdt geen stand tegenover de rede, noch tegenover de werkelijkheid.
Het geloof, hoe verheven men het ook wil voorstellen, is in wezen een gelegaliseerde vorm van collectieve waanzin — een systeem dat zijn macht ontleent aan angst, niet aan inzicht. Religie is geen bron van verlossing, maar een zorgvuldig gestructureerde organisatievorm, geboren uit gewelddadige culturen die hun eigen denkbeeldige god hebben geschapen om hun tekortkomingen te rechtvaardigen. Eeuwenlang heeft de mens zijn wreedheid, hypocrisie en machtswellust afgeschoven op een goddelijke instantie — een fictief wezen dat diende als schild tegen verantwoordelijkheid.
Religie als Knecht van de Macht
Wie eerlijk kijkt, moet erkennen dat religie zelden de mens heeft verheven, maar hem juist heeft geknecht. In de naam van God werden kruistochten gevoerd, ketters verbrand, vrouwen gestenigd, kinderen besneden en hele volkeren onderworpen.
Dat velen, zelfs academisch gevormden, nog steeds in zulke mythen geloven, toont hoe diep de indoctrinatie reikt. Zij bezitten kennis, maar missen verstand; ze kunnen redeneren, maar weigeren te denken. En juist deze “verlichte” gelovigen vormen het grootste gevaar — want ze dragen het kleed van geleerdheid terwijl ze de geest van vrijheid verstikken.
Onder het mom van bescherming van het “geloof” zijn talloze landen nog steeds gebonden aan belachelijke wetten over “godslastering” — wetten die in strijd zijn met elke moderne opvatting van vrijheid. Wie een denkbeeldige god beledigt, beledigt in feite slechts een idee, een concept. Het zou veel veiliger zijn voor de mensheid als er wetten kwamen die religieuze indoctrinatie zelf aan banden legden — niet de kritiek erop.
In feite is elke religie een vorm van godslastering ten opzichte van de andere. Iedere godsdienst beschouwt zichzelf als de enige waarheid, terwijl de rest in dwaling leeft. En juist daarin schuilt de wortel van het conflict: het monopolie op waarheid.
Zoals de slavernij ooit werd afgeschaft — Keti Koti, de verbreking van de ketenen in 1873 — zo zou ook de mens bevrijd moeten worden van de geestelijke slavernij die religie heet. Religie is niets meer dan een mengsel van lokale mythen, overgeleverd en vervormd door mensen met macht, die hun eigen ficties tot “heiligheid” hebben verklaard.
Religie, Wetenschap en Vrijheid
Tot op heden bestaat er geen enkel wetenschappelijk bewijs voor het bestaan van een godheid. En toch worden er wetten gemaakt ter bescherming van dat denkbeeldige wezen. Dat is niet alleen absurd, het is mensonterend. Zolang religieuzen hun geloof mogen opdringen aan anderen, heeft iedereen evenzeer het recht om zijn afkeer ervan te uiten. Vrijheid van godsdienst mag nooit een vrijbrief worden voor religieuze dwang.
Het zweren op heilige boeken — Bijbel, Koran of Thora — is een overblijfsel van de middeleeuwen en zou in een moderne democratie verboden moeten worden. Gelovigen mogen vloeken als ze dat willen, ongelovigen evenzeer. Vloeken is geen misdaad, maar een emotionele uitlaatklep, een sociaal ventiel dat spanning verlicht. “Godverdomme” zeggen is geen laster, maar een uitdrukking van frustratie — en frustratie is nu eenmaal menselijk.
In werkelijkheid heeft het verbod op godslastering niets met goddelijke eer te maken, maar met de behoefte van religieuze machtssystemen om kritiek te smoren. Het zogenaamde “godsbesef” dat men probeert te beschermen, is niet meer dan een projectie van angst.
Religie en Machtsspel
Discussies met gelovigen over deze kwesties blijken doorgaans vruchteloos. Het is, zoals het gezegde luidt, parels voor de zwijnen werpen. De ware opdringerigheid komt niet van de sceptici, maar van de gelovigen die hun waarheid tot norm willen verheffen. Religie is niets anders dan een georganiseerd systeem van geloofsbeleving, waarbij men zonder gewetensbezwaar ellende mag veroorzaken, zolang men maar zegt: “Het is Gods wil.”
Door de eeuwen heen hebben religieuze mensen zich ontpopt als de meest hardnekkige bronnen van verdeeldheid. Ze hebben oorlogen ontketend, samenlevingen verdeeld, wetenschap verketterd en vrijheid verbrand — allemaal in naam van de “goede God.”
Toch wil ik niemand verbieden te geloven, noch aanzetten tot vloeken. Ieder mens heeft het recht om zijn eigen levensvisie te volgen. Maar wie vrijheid eist voor zijn geloof, moet ook vrijheid toestaan voor ongeloof. Wie beweert dat kritiek op God een misdaad is, verdient niet het geloof, maar het medelijden van de vrije mens.
Religie: Erfstuk van Gehoorzaamheid
De waarheid is hard, maar eenvoudig: religie is geen instrument van liefde, maar van macht. Het is een erfstuk van het fascisme — een ideologisch systeem dat gehoorzaamheid boven rede stelt, en angst boven vrijheid. Geloof is de gemakkelijkste weg: men hoeft niet na te denken, slechts te gehoorzamen. Maar ware menselijkheid begint waar de illusie ophoudt.
En zolang de mens zich verschuilt achter zijn God om zijn falen te vergoelijken, zullen er oorlogen, bedrog en hypocrisie blijven bestaan — tot hij eindelijk de moed vindt om zelf verantwoordelijkheid te dragen voor zijn bestaan.
Door de eeuwen heen hebben religieuze instituties zich zelden getoond als hoeders van vrede of menselijke waardigheid. Hun geschiedenis is eerder getekend door bloed, macht en hypocrisie dan door naastenliefde.
De kruisiging van Jezus, die volgens de overlevering bad om vergeving voor zijn beulen, werd destijds niet gezien als een oproep tot compassie, maar als een daad van zwakte. De sadistische geest die in zijn tijd de tempel beheerste, was doordrenkt van jaloezie en angst voor het verlies van gezag. Zijn smeekbede om vergeving vond geen gehoor — en ironisch genoeg zouden juist diezelfde gelovigen later leren om genade te smeken voor hun eigen zonden. De woorden “Wie zonder zonden is, werpe de eerste steen” waren toen, en zijn nog steeds, een waarschuwing die velen niet willen verstaan.
Waarom zouden wij vandaag de dag nog onvoorwaardelijk vertrouwen op religieuze leiders of hun interpretaties van goddelijke wil, als de geschiedenis keer op keer bewijst dat geloof vaak een dekmantel is geweest voor macht en manipulatie?
Religie, in al haar varianten, heeft zich zelden hervormd; ze is slechts van gedaante veranderd. De structuren en mechanismen waarmee ze de menselijke geest beïnvloedt, bestaan nog steeds — als onkruid dat zich telkens aanpast aan nieuwe seizoenen.
Liefdadigheid en Morele Zelfverheerlijking
Dat betekent niet dat gelovigen niet in staat zijn tot goede daden. Integendeel, velen zetten zich in voor hulp aan de medemens. Maar achter veel van die liefdadigheid schuilt een diepere drijfveer: zieltjeswinst en morele zelfverheerlijking. Met geld dat vaak uit koloniale plunderingen, oorlogen of belastingvrijstellingen voortkwam, werden kerken gebouwd en missies gefinancierd. Deze instellingen presenteerden zich als brengers van licht, terwijl ze in werkelijkheid de massa’s in afhankelijkheid hielden. De “sigaar uit eigen doos” die ze de armen boden, diende vooral om hun eigen machtspositie te bestendigen en om hun vermeende morele superioriteit te etaleren.
Religie als Controlemechanisme
Religieuze groeperingen, of het nu christelijke, islamitische of joodse zijn, delen eenzelfde patroon: zij stellen zich op als morele autoriteiten die het recht claimen om te oordelen. De niet-gelovige, de andersdenkende of de vrijdenker wordt afgeschilderd als zondaar, heiden of ongelovige — bestemd voor eeuwige verdoemenis.
Wat in de religieuze context geldt als “vrijheid van meningsuiting”, zou in een seculiere context als opruiing of discriminatie worden bestempeld. En toch blijft het ongestraft, beschermd onder de mantel van geloofsvrijheid.
Ironisch genoeg zijn het vaak diezelfde gelovigen die dagelijks handelen in strijd met hun eigen heilige geschriften. Ze prediken nederigheid maar zoeken status, verkondigen vrede maar zaaien verdeeldheid, en roepen op tot vergeving terwijl ze wraakzuchtig blijven. Hun daden weerspiegelen niet de liefde die ze beweren te dienen, maar de angst om buiten hun kudde te vallen.
Religie voedt kuddegedrag: de angst om alleen te denken, om zelf verantwoordelijkheid te dragen zonder een hogere macht als schild.
Religie en Modern Geweld
De moderne wereld heeft vele voorbeelden van hoe religieuze rechtvaardiging wordt gebruikt voor geweld. De Irakoorlog onder president George W. Bush was daar een schrijnend voorbeeld van. In de overtuiging dat hij handelde “onder leiding van God”, leidde hij een invasie die honderdduizenden levens kostte. Zijn geloof gaf hem, in zijn eigen beleving, morele vrijbrief.
Net als in de middeleeuwse kruistochten — waarin men meende dat de moord op “ongelovigen” een heilige plicht was — werd religie opnieuw gebruikt als wapen van vernietiging en overheersing.
Binnen de islamitische wereld zien we gelijkaardige patronen. Groeperingen die beweren te strijden voor Allah’s rechtvaardigheid, elimineren hun eigen volksgenoten in naam van zuivering of eer. De geschiedenis van Irak toont hoe religieuze en politieke belangen zich vermengen in een dodelijk spel van macht en wraak.
De uitspraak van Saddam Hoessein — “de vijand van mijn vijand is mijn vriend” — werd na zijn dood het leidmotief van talloze bewegingen die elkaar bestrijden onder hetzelfde banier van geloof. Wat resteert is een volk dat gevangen blijft in cycli van haat, terwijl de grote machten tevreden huiswaarts keren, met een “goddelijke missie” volbracht.
Religie en Moreel Kompas
Religie heeft een opmerkelijk vermogen om het geweten te verdoven. Zij biedt mensen een vals gevoel van zekerheid, maar berooft hen van hun eigen morele kompas. Of men nu spreekt over het christendom, de islam of welk geloof dan ook: waar het geloof zich vermengt met macht, verliest het zijn zuiverheid.
Het is niet het geloof zelf dat vernietigt, maar de instituties die het monopoliseren — de organisaties die beweren namens God te spreken, terwijl ze in werkelijkheid slechts hun eigen belangen dienen.
De invasie van Irak toonde eens te meer hoe religie en macht samenvloeien tot een giftige alliantie. In naam van vrijheid en beschaving trokken de Amerikaanse troepen, gesteund door hun coalitiepartners, het Midden-Oosten binnen — overtuigd dat ze handelden onder goddelijke goedkeuring. Toen hun missie ten einde liep, keerden ze terug naar hun vaderland, triomfantelijk maar geestelijk verarmd. Ze lieten een land achter in puin: duizenden doden, verminkte gezinnen, en een volk verscheurd door wraak en verdriet. Hun geweten bleef schoon, want hun daden waren, zo geloofden ze, “rechtvaardig”.
Maar hoe rechtvaardig is een oorlog die onder het vaandel van een barmhartige God wordt gevoerd?
Alsof het niet volstaat dat mensen elkaar vernietigen, lijkt het alsof de goden zelf in conflict leven.
De God van het Westen en Allah van het Oosten voeren, door hun volgelingen, een eindeloze strijd.
Eeuwenlang hebben deze twee gezichten van hetzelfde principe — macht vermomd als geloof — volkeren tegen elkaar opgezet.
De Bijbel en de Koran leren barmhartigheid, maar de geschiedenis die uit hun leer voortkwam is doordrenkt van bloed. Als deze boeken werkelijk de woorden van liefde en rechtvaardigheid bevatten, waarom dan zoveel oorlogen, kruistochten en heilige moorden in hun naam?
Het is daarom gerechtvaardigd om de godsdienstige literatuur van de mensheid te wantrouwen. Of het nu de Bijbel, de Koran, de Thora of de Bhagavad Gita betreft — telkens wordt de mensheid aangespoord om te geloven in wonderen die de rede tarten en in verhalen die niet zelden de slavernij van het denken bevorderen.
Religie voedt gehoorzaamheid, geen wijsheid. Wie kritiek uit, wordt uitgestoten. En wie vragen stelt, wordt een ketter genoemd.
