7,50 €
Wanneer de zwangere prostituee Iris spoorloos verdwijnt, vertrouwt wijkagent Gwen op haar instinct: er is meer aan de hand dan de straat wil prijsgeven. Terwijl ze regels en verwachtingen tart, raakt ze verstrikt in een netwerk van geweld, geheimen en machtsspelletjes dat dieper reikt dan haar wijk. Parallel daaraan komen de levens van drie anderen in beweging. De hoogzwangere Ella belandt in een kraamkliniek waar niet alles is wat het lijkt. Metin probeert zijn beste vriend te beschermen, maar wordt meegezogen in criminele plannen die dodelijk kunnen eindigen. En Iris zelf vecht tegen haar verleden én haar laatste kans op vrijheid. Vier werelden botsen in een stad waar overleven geen keuze is, maar een noodzaak. Gedachteloos is een indringende literaire thriller over loyaliteit, moed en de prijs van zwijgen – een verhaal waarin elke keuze het verschil kan betekenen tussen leven en ondergang.
Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:
Seitenzahl: 412
Veröffentlichungsjahr: 2025
GedachteloosIk vind je terug, hoe dan ook
GedachteloosIk vind je terug, hoe dan ook
Diantha Heimgartner
Ook verschenen
Stresssyndroom - Voor altijd gevangen (2024)
Lichaamseigen – Mijn waarheid, mijn donkerblauwe zonde (2025)
Disclaimer
Dit boek is een fictief werk dat geïnspireerd is door elementen uit bestaande misdaadzaken. Overeenkomsten met bestaande personen of gebeurtenissen zijn toevallig of het gevolg van literaire verwerking.
© 2025 Diantha Heimgartner Alle rechten voorbehouden. Geen enkel onderdeel van dit boek mag worden gereproduceerd of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.
Eerste druk 2025
Omslagontwerp: Diantha HeimgartnerAuteursfoto: Studio ChristlISBN: 9789403851280 Instagram: diantha_heimgartnerUitgeverij: Bookmundo
Een oordeel wordt snel geveld,
maar niemand kent wat er gebeurde
na de eerste ademhaling,
op de plek waar je je eerste ochtendlicht zag.
Zo eenvoudig is het niet.
Net als de overige inzittenden staarde de Rat uit het raam van de zwarte bus. Hij dacht terug aan zijn enige poging ooit om een baan vol te houden. Het was bij die ene bijbaan gebleven. Totaal zes weken, en toen had hij voor zijn vader op verzoek een fles drank meegenomen zonder te betalen. Zijn ontslag liet niet lang op zich wachten.
‘De nachten zijn niet voor de werkenden. Het is voor hen te spannend,’ zei hij geheimzinnig op de toon van een bekende tv-presentator.
De vier mannen in het laadruim proestten het uit.
Gemotiveerd deed de Rat nog een duit in het zakje en ging verder met zijn Jambers-imitatie. ‘Op de grens van acceptatie en normaal… dáár parkeerde de zwarte bus. De bestuurder reed zo langzaam mogelijk, zodat hij kon zien of er nog mensen op straat waren.’ De duistere individuen die niet bij hun echte naam werden genoemd, wilden voorkomen dat ze werden gezien of herkend.
‘In deze straten kruisten de werelden van goed, kwaad en twijfelachtig elkaar. Soms leverde die keuze meer op dan het inkomen van tien burgers op jaarbasis.’
De bestuurder die het stuur stevig omklemde, lachte niet. ‘Rat, bek hou-den! Concentreer je. Het is nu geen tijd voor je belabberde grappen,’ gromde hij boos. De Rat kreeg een dodelijke blik. ‘En ik hoop voor jullie allemaal dat jullie je telefoon thuis hebben gelaten. Focus! Geen fouten, anders zwaait er wat.’
Gepikeerd gehoorzaamde de Rat en hield zijn mond. Het laatste wat hij wilde was ruzie. Ze naderden de plek waar ze gingen stoppen. Daar was het stikdonker. Een tactische plek. De bus stopte en parkeerde langs het trottoir.
Een klik. Het schuren van de schuifdeur die opende. Vier mannen stapten uit de achterbak. Afzonderlijk van elkaar waren ze gefocust en luisterden naar omgevingsgeluiden.
Het was stil op straat, op het zeurende gemiauw van een krolse poes na.
De Rat stapte uit en telde zijn mensen. Hij leidde vandaag de klus. Terwijl hij ze aanwees, knikten ze een voor een. Niemand haakte af. Eén droeg een koevoet. Een ander vier bigshoppers met gereedschap. De schuifdeur ging zacht dicht. De bus trok op en verdween in de nacht.
De mannen wisten waar ze heen moesten. Ze hadden een doel en een taak. Als je slim was, hield je je daar strikt aan. Fouten konden fataal zijn. Zachtjes sloop de groep over de stoep totdat ze op de aangewezen plek kwamen.
Een van de mannen liep langs het pand en ging op de eerstvolgende kruising op de uitkijk staan. Er werd geluisterd. Er werd gekeken. Geen gesis. Geen gefluit. Geen paniek. Het was veilig. Voor nu.
De koevoet paste precies tussen het deurkozijn en de oude voordeur. Twee keer wrikken was genoeg. Een deel van het kozijn brak en de splinters vlogen door de lucht toen de voordeur openzwaaide. Het slot was door de hefboomkracht intact gebleven.
‘Gaan! Snel!’ siste iemand.
De mannen keken om zich heen. De camera met het rode lampje viel meteen op.
‘Camera!’ riep de Rat.
Als een honkballer sloeg de langste met zijn koevoet door de lucht. Met een klap viel de camera op de grond. Het lampje ging uit en de lens lag gebroken op de grond.
‘Als er een camera is, dan is er waarschijnlijk ook een alarm,’ siste de Lange.
De Rat knikte. ‘Snel! Geen getalm meer.’
Vier paar voeten renden over de kokosmat verder naar binnen en roffelden de trap op naar de eerste etage. Het gebonk duurde maar even, maar maakte veel lawaai. Misschien net iets te veel.
De Rat veegde het klamme zweet van zijn voorhoofd terwijl hij op een eerste reactie wachtte.
‘Het zijn er twee!’
‘Goed! Sneller! Kom op!’
Een losse tegel uit de voortuin werd tegen de voordeur gezet om directe doorgang te garanderen. Een weeïge geur kwam naar buiten. De wietlucht zou omstanders alert kunnen maken op de woning.
‘Nog drie minuten! Sneller! Schiet op!’
Er klonk gestommel. Gevloek. Vervolgens gegrinnik. De eerste twee kwamen puffend de trap af. Beiden hadden in hun handen een tot de rand gevulde tas. De Rat wees in de richting van de bus die in de verte de hoek om kwam rijden en daar met draaiende motor tot stilstand kwam. Nog steeds zonder verlichting.
‘Niet treuzelen. We zijn er bijna. Doorlopen!’
Er klonk gebonk en gekraak op de trap. De andere twee kwamen naar beneden. ‘Is het gelukt?’
‘Ja man. We hebben alles.’
‘Snel dan. Tandje erbij. Weg hier.’
De laatste gaf de tegel een trap de hal in en trok de voordeur dicht
‘Kom, wegwezen.’
Zo snel als ze konden renden ze naar de bus. De schuifdeur en het portier waren al geopend bij aankomst. Met een zwaai werden de tassen naar binnen gegooid, waarop ze alle vier achter in de bus stapten. De Rat stapte voorin op zijn vaste plek op de bijrijdersstoel. Stapvoets reed de bus de straat uit. Buiten de wijk, op de doorgaande weg, zouden ze er met hoge snelheid vandoor gaan.
Op een veilige afstand van het pand verwijderd waande de Rat zich weer enigszins veilig en durfde hij zijn Jambers-imitatie voort te zetten: ‘En de bewoners? Die hadden niks door. Ze lagen diep te slapen in hun veilige woning met gesloten gordijnen. Totdat hun wekker ging… en de sporen van de nacht allang weer verdwenen waren.’
Als een edelman hielp Erwin Ella met het aantrekken van haar jas en droeg haar tas naar de auto. Dit was ook zijn eerste nuchtere bruiloft geweest.
Grinnikend liet Ella zich naar de auto begeleiden.
‘Wat is er?’ vroeg hij haar, terwijl hij zijn donkere wenkbrauw optrok.
‘Niks, schat.’
Terwijl hij het portier aan de passagierszijde opende, keek hij haar verliefd aan.
‘Jij…’ Erwin zweeg even.
‘Ja?’
‘Bent de meest mooie zwangere vrouw van de hele wereld.’
‘Ach Erwin, hou op.’
‘Ik meen het.’
Giechelend liet Ella zich de auto in helpen. Zodra ze zat trapte ze haar zwarte pumps uit om haar brandende voeten te ontlasten. Welke vrouw trok hooggehakte pumps aan, terwijl ze 35 weken en 4 dagen ver was? Ella weer. Ze keek spijtig naar de schoenen. Hopelijk paste ze ze na de zwangerschap nog, als haar voeten tenminste geen maat groeiden.
Normaal gesproken zou Erwin een bekeuring riskeren om zo snel mogelijk thuis te komen, maar nu reed hij rustig en hield hij zich aan de snelheidslimiet. Ella voelde dat hij het voor haar deed. Met haar hand op zijn bovenbeen, waar ze liefkozend in kneep, reden ze naar huis. Ze waren moe en stil. Ieder verzonken in eigen gedachten.
Hoe zouden ze er over vijf jaar bij zitten? Dan zou de tweeling bijna vijf zijn en naar de basisschool gaan. Misschien zouden ze weer tijd voor elkaar hebben na jaren van flessen, luiers en gebroken nachten. Dat hoopte ze. Een andere mogelijkheid drong zich op. Dat hun relatie zou bezwijken onder slaapgebrek en stress. Ze zag zichzelf al in een klein huurappartement ergens achteraf. Ze snoof. Als ze daarvan uitging, kon ze net zo goed het hele idee van een gezinsleven opgeven.
Wat was wel zeker? Over vijf jaar had ze meer grijze haren en rimpels. Zo nu en dan vond ze er eentje. Kort, stug en opvallend licht tussen haar kastanjebruine lokken. In het begin trok ze de haren eruit, maar inmiddels had ze geaccepteerd dat niemand de tijd kon bedwingen.
Qua werk maakte het haar niet uit wat ze deed. Ze was niet ambitieus. Nooit geweest. Plezier en rust vond ze belangrijker dan salaris. Ze werkte als leidinggevende voor een lunchroom, een warm familiebedrijf met lokale producten en een klein, hecht team. Het voelde nooit als echte arbeid.
Toen Erwin de auto in het laatste parkeervak bij de deur parkeerde, ontwaakte Ella uit haar gedachten.
De buren hielden rekening met haar zwangerschap door hun auto iets verder weg te zetten. De buurvrouw had het zo geregeld dat Ella nauwelijks hoefde te lopen. Alsof ze zwaar invalide was in plaats van hoogzwanger.
‘Gaat het?’ vroeg Erwin toen hij het portier opentrok.
‘Ja, het gaat. Mijn voeten zijn moe en ik kan mijn schoenen niet goed pakken.’
‘Wilde je ze morgen weer aan dan?’ Erwin schaterde het uit.
‘Lach me niet uit. Ik ben er klaar mee.’
‘Kom maar hier, klein moedertje van me.’
Alsof Ella een delicate vlinder was hielp hij haar uit de auto en wreef hij over haar rug, terwijl ze zonder schoenen naar de voordeur liep.
Ella’s voeten waren flink opgezwollen en de pijn in haar rug werd met de dag erger. In de hal schoof ze haar slippers aan. De enige dingen die nog pasten.
Voorzichtig ging ze op de houten trap zitten. De baby’s in haar buik waren zo gewenst en meer dan verwacht. Na twee jaar proberen, een mislukte IUI en voorbereidingen op IVF was ze onverwacht natuurlijk zwanger geraakt. Wekenlang had ze op een roze wolk gezeten.
Ondanks wat er op komst was, hadden zij en Erwin drie maanden geleden hun eerste woning te koop gezet. Binnen een week was het verkocht. De koper bleek personeel te willen huisvesten. Ella maakte het allemaal niet uit. Ze droomde al jaren van een huis met glas in lood en een grote tuin.
Het werk viel tegen. Het romantische idee van even opknappen was allang verdampt. De laatste klusjes lagen nog steeds op hen te wachten en waarschijnlijk over vijf jaar nog.
Ella slofte naar de keuken en schonk zichzelf een glas water in. Op advies van de verloskundige – of eigenlijk ter geruststelling – schonk ze een half glaasje rode wijn in. Ze wreef over de bovenkant van haar dikke buik. Iets duwde hard tegen haar ribben en ze kreunde zacht.
Toen de worstelpartij in haar baarmoeder voorbij was, pakte ze een restje lasagne, warmde het op en staarde naar het borrelende bord. Ze dacht aan Erwin. Zeven jaar samen. Ooit ontmoet in de sportschool op een maandag die nergens toe had geleid behalve tot hem. Zijn blonde krullen, gebruinde huid en lichaam dat de halve sportschool jaloers maakte. Vier maanden na hun eerste koffieafspraak woonden ze samen. Ze hield van zijn humor, zijn gedrevenheid en het feit dat hij haar aankon.
De afgelopen weken werkte Erwin lange dagen als financieel adviseur. Veel cliënten wilden in de avond afspreken. Moe van de week liet hij Ella achter met haar lasagne en ging hij douchen en slapen.
Ella at snel, zette haar bord weg en ging naar boven. Na een hete douche kroop ze tegen Erwin aan. Maar ze sliep onrustig. Om het uur keek ze op de wekker. 2.02, 3.07, 4.17. Ze was het zat.
Wederom moest ze plassen. Alweer. Ze rolde zich naar de rand van het bed, zette haar voeten op het koude laminaat en liep naar de badkamer. Het felle licht prikte in haar ogen.
Ze zat nog maar net op de wc toen ze het hoorde.
Plop.
Ella verstijfde. Het geluid kwam onmiskenbaar bij haar vandaan.
Ze stond op en keek in het toilet. Een glibberige sliert met een harde verdikking dreef in het water.
‘Nee, nee, dit meen je niet.’ Haar stem trilde. Het was veel te vroeg.
Wat moest ze doen? Ziekenhuis bellen? Moest ze dat ding eruit vissen? De gedachte alleen al deed haar kokhalzen. Toen herinnerde ze zich de plastic handschoenen van de schoonmaakster.
Met afgrijzen viste ze de slijmprop uit het toilet, vouwde de handschoen binnenstebuiten en knoopte hem dicht. Ze zocht een leeg plastic bakje, stopte de handschoen erin en zette even de douche aan om zichzelf kort af te spoelen.
In de badkamer had ze al een set kleding klaargelegd. Een zwarte rekbare jurk en een panty. Een straaltje vocht liep langs haar been.
‘Oh jasses.’ Ze kon haar voeten amper zien. Ze spoelde haar benen opnieuw af, plakte maandverband in haar onderbroek en voelde zich even triomfantelijk. Zachtjes liep ze naar de slaapkamer en wreef over Erwins schouder. ‘Erwin, wakker worden. Ik denk dat de baby’s komen.’
Geen reactie.
‘Erwin? De baby’s komen. Denk ik.’
Erwin mompelde. ‘De baby’s?’
‘Ja. Je weet wel? De baby’s?’
Hij schoot overeind. ‘De baby’s? Hoe kan dat nou? Je bent nog geen 36 weken!’ Hij sprong uit bed en schoot in zijn kleding.
Ella ging op de rand van het bed zitten. ‘Ik weet het ook niet.’
‘Ga maar douchen Ella. Ik pak de spullen.’
‘Dank je schat, maar ik heb al gedoucht.’
‘Nu al? Hoe lang weet je dit al?’
‘Kwartiertje of zo.’
‘Maakt niet uit. Ik bel het ziekenhuis.’
‘Dank je schat. Ik hou van jou.’
‘Ik ook van jou,’ zei hij en glimlachte nerveus. ‘Je laat me schrikken zeg.’
Ella liep naar beneden om koffie te zetten. Ze wreef met beide handen over haar buik. Misschien kwam alles nu echt op gang. De laatste echo, vorige week, had laten zien dat de kindjes klein waren en dat ze wekelijks terug moest komen. Het personeel had een rondleiding op de couveuseafdeling aangeboden. Ze had geweigerd.
‘Misschien tot straks, kleintjes,’ fluisterde ze tegen haar buik.
‘Hoeveel?’ vroeg de man, zonder enige interesse en zonder haar een blik waardig te gunnen.
Iris kneep haar ogen tot spleetjes. ‘Vijftig voor twintig minuten.’
‘Dat is te veel.’
‘Wat wil je dan?’ vroeg Iris giftig. Hij keek alsof ze een kraam op de markt runde en hij rustig kon afdingen.
‘Gewoon. Pijpen en neuken.’
‘Wat ik zei. Vijftig voor twintig minuten.’
‘Dan wil ik het zonder condoom.’
‘Ik doe het niet zonder.’
‘Donder dan maar op.’
Het is iets in de ogen wat je ziet. Een gevoel dat je alert maakt, omdat er in het verleden iets is voorgevallen dat je lijf zich direct herinnert. Het trillen van een neusvleugel of het optrekken van een wenkbrauw. Een minuscule onregelmatigheid. Gaandeweg had ze geleerd dit soort mannen te herkennen.
Deze man was anders. En hij behoorde niet tot de categorie reguliere hoerenlopers die enkel kwamen voor ontlading en contant het gevraagde bedrag betaalden. Het ging om dat kleine percentage mannen, misschien maar 0,07 procent, waarbij je extra moest opletten. Die ene afwijking in iemands blik gaf keuze. Vertrouwen of vermijden. En wat je koos kon je leven bepalen in één seconde.
Vijf zinnen. De blik in de ogen. En dat ene gevoel dat als een tinteling door je lijf ging: let op. Gevaar.
De bestuurder van de zwarte Mercedes reed een paar meter verder, met het raam aan de bijrijderszijde open, en ging in gesprek met een van de andere dames. Enkele vrouwen waren nieuw en moesten hun vaste werkplek nog verdienen. De juiste plek op de stoep met scheefgezakte stenen kon beduidend meer geld opleveren. Gek genoeg stonden ze te dringen om met hem mee te gaan.
Na wat gekibbel en een loos dreigement liep een van de vrouwen naar hem toe. De bestuurder had beet. Waarschijnlijk zonder condoom, voor tien tot twintig euro. Een jonge vrouw stapte in. Misschien was ze net 21, maar dat ze verslaafd was stond vast. Waarschijnlijk aan alles wat ze te pakken kon krijgen.
Toen ze haar pruik had opgedaan en zich had klaargemaakt voor haar shift, had Iris de eerste kale plekken gezien. Ze zuchtte van begrip en teleurstelling. Geen enkele drugsverslaafde plant om verslaafd te raken. Het bleef treurig, ongeacht de reden. Maar de drang naar een shot zou dit keer consequenties hebben.
De man zou haar uit de auto gooien nadat hij alles met haar had gedaan wat hij wilde. Haar pooier, die verderop stond en scherp toekeek, had haar aangespoord door kort met zijn hoofd te knikken.
Iris snoof spottend. Haar eigen pooier was er vandaag niet. Hij kreeg zijn geld toch wel. Elke dag ongeveer hetzelfde bedrag. Dat hij er niet was, hield in dat hij haar vertrouwde. Tot op zekere hoogte natuurlijk. Vertrouwen tussen een pooier en een verslaafde hoer stelde niets voor.
In haar tas, tussen make-up, schoonmaakdoekjes, condooms en geld, voelde ze haar mes. Ze greep het handvat stevig vast. Showtime. Zoals ze zichzelf had aangeleerd zwaaide ze naar het einde van de straat, glimlachte en liep kordaat naar de afwerkplekken. Alsof ze een afspraak had en dit allemaal normaal was.
Geen spoor van twijfel of angst bekroop haar toen ze de geparkeerde Mercedes zag staan.
Zoals verwacht duurde het geheel nog geen vijftien minuten. Er werd gegild. De vrouw voelde aan haar wang terwijl ze uit de auto werd geduwd. Haar ogen glansden van angst. Haar kleine schoudertas werd achter haar aangegooid. De persoonlijke spullen die ze nog bezat vielen door de kapotte rits op de grond, deels op de tegels en deels onder de auto.
Met het portier halfgeopend reed de klant achteruit. Het boeide hem niet of hij haar zou raken.
Als een bang dier kroop de vrouw in elkaar om haar knieën te beschermen. Ze snikte toen ze zag dat haar tas en kostbaarheden werden overreden door de splinternieuwe autobanden.
De bestuurder stopte even en trok het portier dicht.
‘Pak je spullen meid!’ Iris moest snel ingrijpen voordat het verder escaleerde.
‘Maar…’ snikte de vrouw.
‘Maar? Trut. Je hebt geluk gehad. Pak je spullen. Snel.’
Geschrokken zocht de vrouw naar de stem die vanachter de houten schotten kwam. Ze zag Iris. Een blik van herkenning volgde. Iedereen kende haar naam.
Alsof er diamanten lagen, dook ze op de tegels. Panisch graaide ze haar spullen bij elkaar en propte ze in haar gehavende tas. Zonder om te kijken rende ze al struikelend weg.
Goed zo, dacht Iris. Leer hiervan.
Nog geen vijftig meter verder parkeerde de Mercedes opnieuw. De bestuurder had geen idee wat er achter hem gebeurde. Beter dan dit werd het niet.
Het raam ging een klein stukje open. Grijze rook kringelde naar buiten. Een peuk na gedwongen seks. Typisch.
In de schaduw, vlak langs de muur, sloop Iris naar het portier en trok het met geweld open. Woest van wat hij vrouwen had aangedaan, stak ze het mes onder zijn kaak. Ze draaide het lemmet een kwartslag en trok het met kracht terug. Daarna stak ze opnieuw.
Ook al was het vismes oud en bot, het deed wat het moest doen. Het bloed spatte als lenteregen over het stuur en over haar armen.
Zijn arrogantie verdween meteen. Zijn ogen knalden bijna uit hun kassen van angst. Zijn handen met de donker behaarde vingers en het te dure horloge grepen naar zijn nek om de warme plakkerige stroom tegen te houden. De sigaret zat nog tussen zijn vingers.
Iris had gelijk gehad. Ze herkende het gehijg. Het klonk precies zoals wanneer hij zijn hoogtepunt bereikte. Zijn mond vormde een woord. Het leek op help.
Met strakke blik keek ze hem aan. Zijn wanhoop deed haar niets. Hij kon de tering krijgen.
Zelfs God kon hem niet meer helpen. Die zou straks over hem oordelen.
Hij had in dit leven zijn laatste hoertje geneukt. Nu was hij zelf aan de beurt.
‘En?’ vroeg Kevin. De sigarettenrook kwam als een rechte rookpluim uit zijn neusgaten.
Metin keek ernaar. Het deed hem denken aan een kapotte uitlaat. Na twee seconden was Kevins hoofd omringd door grijze damp die de garage vulde.
De oude garage was al jaren een ontmoetingsplek voor hen. Het was een praktische ruimte met stroom, verlichting, water en een extra toegangsdeur. Kevin kon de ruimte voor een prikkie huren. Het kale hok begon steeds meer te lijken op een woonkamer. Inmiddels stond er een bank, een paar stoelen, een kleine tafel en een grote kast met lauw bier en chips. Metin vermoedde dat Kevin er soms sliep en hij kon het hem niet kwalijk nemen.
Kevin nam nog een trek van zijn inmiddels halve sigaret, liet deze tussen zijn lippen hangen en zocht naar het verkreukelde pakje in de binnenzak van zijn jas.
‘Nee man,’ beantwoordde Metin een eerdere vraag. Hij schudde zijn hoofd en wachtte op Kevins reactie.
Niet geheel onverwacht stond Kevin op en schopte vloekend tegen de tafel. Je moest Kevin, die ruim anderhalve kop groter was dan Metin, niet teleurstellen. Met een beetje negatieve stimulatie kon hij een opgewonden standje zijn en agressief worden.
Nooit tegen Metin. Als Kevin bij een opstootje was betrokken, werd hij gebeld en was Metin de enige die tot hem kon doordringen. Negen van de tien keer lukte dat. Geduldig keek hij naar de beschadigde Ikea-tafel die anderhalve meter de ruimte in was geschopt. Wanneer Kevin het punt bereikte waarop hij zijn woede niet meer kon reguleren, kon zelfs Metin hem niet meer bereiken. Eén keer was het kantje boord geweest. Uit noodzaak had hij zijn beste vriend geslagen, met een lichte hersenschudding tot gevolg. Kevin had achteraf gezegd dat hij het verdiend had en er hard om gelachen. Hij nam Metin nooit iets kwalijk. Ze waren broers met een ander kleurtje en ze kenden elkaar van jongs af aan.
Kevin was een van de schrijnende gevallen uit de buurt, een gezin dat bij de politie te boek stond als multiproblematisch. Vader alcoholist, moeder afhankelijk, opvoedonmacht, woonoverlast, torenhoge schulden en criminaliteit. Kevin was het toonbeeld van wat er gebeurde als politie, justitie en hulpverlening faalden door elkaar niet te vinden, of omdat er nog complexere zaken waren die meer aandacht vroegen. Die dossiers lagen er altijd. In stapels.
Deze combinatie van ellende, die in probleemwijken vaker voorkwam, resulteerde vaak in huiselijk geweld. Was het niet de moeder die de klappen kreeg, dan waren het de kinderen. Achter gesloten deuren had Kevin vaak de slagen opgevangen voor zijn moeder.
Metin wist dit al. Hij woonde naast hem en hoorde vanuit zijn slaapkamer het geschreeuw, het gebonk en het breken van spullen. De gehorige woningen hadden geen geheimen.
Over wat achter de muren gebeurde sprak Kevin nooit. Dat hoefde ook niet. De ronde gaten in de deur van zijn slaapkamer en de beschadigde meubels zeiden genoeg.
Metin vroeg niets als Kevin weer eens voor de deur stond met een blauw oog of een gescheurde lip. Hij keek naar de verwondingen die steeds erger werden. Bij een vragende blik haalde Kevin zijn schouders op en daar bleef het bij.
Eén keer had Metin 112 gebeld toen het geschreeuw langer aanhield dan normaal. Het leek alsof er iemand werd vermoord toen Kevins moeder bleef krijsen.
De politie had de deur ingetrapt en Kevins vader Ray meegenomen. Hij had moord en brand geschreeuwd en weigerde de agenten binnen te laten. Na een reeks verwensingen hadden ze hem meegenomen. Wankelend op zijn benen was hij in de wagen gezet terwijl hij schreeuwde dat de wouten het op hem hadden gemunt.
Het drama ging door. Kevins moeder stortte huilend ter aarde. Niet alleen omdat ze van Ray hield. In haar hart wist ze dat de aanhouding haar duur zou komen te staan. Omdat zij weigerde aangifte te doen stond Ray na een paar uur weer op straat. Hij kwam grijnzend de reservesleutel ophalen bij Metins ouders. De politie had niks bijzonders geconstateerd.
Later bleek dat Kevin met zijn broer Ramon naar het ziekenhuis was geweest om zijn arm te laten zetten. Twee breuken, door Ray veroorzaakt.
Een dag later had Kevin voor de deur gestaan met zijn arm in het gips. Hij wist dat Metin had gebeld. Hoe, dat was nog steeds een raadsel. Hij was niet blij geweest en had verzocht het nooit meer te doen. Het waren zijn zaken niet en Ray zou zijn straf wel krijgen. Het ergste vond Kevin dat zijn familie voor schut stond. De straat keek hen al jaren met de nek aan.
Metin had het gips bekeken en op de onderkant Turk geschreven, met een hartje en een pijltje. Hij had zijn schouders opgehaald en gezegd dat hij niets kon beloven. Er waren geen verdere woorden nodig. Kevin had geknipoogd en hem omarmd. Hij was dankbaar, ondanks alles.
Kevin pakte een houten stoel en ging zitten. Met zijn handen wreef hij over zijn slapen terwijl de peuk tussen zijn vingers smeulde. ‘Als we dit niet snel regelen hebben we een probleem. Dat snap je toch wel hè?
‘Ja Kev. Ik snap het.’ Metin keek naar zijn nieuwe zwartblauwe sneakers.
‘Jij dan?’ vroeg Kevin terwijl hij weer opkeek. ‘Heb jij wel een manier gevonden?
‘Nee man.’
‘Dat is niet zo mooi.’
‘Niet zo mooi is een understatement, Turk. Ik heb geen zin in gezeik.’
‘Wat moet ik dan zeggen, Kev? Heb je liever dat ik tegen je lieg?’ Metin spreidde zijn armen en liet ze weer zakken.
‘Nee.’ Kevin keek op. Van zijn linkeroor naar zijn kaak liep een dunne witte lijn. Herinnering aan een stuk glas in Ray’s hand.
Metin was opgegroeid in een ander soort gezin. Een gezin met tien kinderen. Hij was kind nummer vijf. Nu hij 23 was merkte hij het leeftijdsverschil met de rest pas. Hij kende zijn vader alleen als hardwerkende man in de bakkerij, tien minuten verderop. Inmiddels verkocht de bakkerij Turkse en Aziatische levensmiddelen, met een gemengd publiek en een vrolijke Hassan die iedereen kende.
Metins oudste broer Mustafa zou de zaak overnemen. Hij was verliefd op het bakkersambacht en stond er sinds zijn twaalfde.
Metin had al jong besloten dat hij het anders zou doen. Hij wilde geld. Mooie kleding betaalde zichzelf niet. ‘Ik moet naar huis. Het eten staat zo klaar.’ Hij pakte de sleutels van zijn Volkswagen Golf van de kast. Aan de sleutel hing een blauwe cirkel met het Turkse oog voor geluk. Geluk dat hij vaker nodig had dan goed voor hem was.
‘Ja man. Ga maar.’ Kevin wist dondersgoed dat Metin loog, keek op en grijnsde.
Metin stak zijn middelvinger op.
‘Zie ik je vanavond nog?’
Metin knikte. Hij zou nog niet eten. Eerst langs zijn meisje. Vanavond zouden ze samenkomen en praten over de kwestie. Ramon zou er ook zijn.
Zoals Metin voor Kevin door het vuur ging, zo’n hekel had hij aan Ramon. Als hij hem in één woord moest omschrijven zou het vies zijn. Vies als in onbetrouwbaar, achterbaks en slinks. Hij had vaker geintjes geflikt waarbij Kevin de dupe was. Metin wist dat Ramon erachter zat, maar kon het nooit bewijzen. Hij vertelde Kevin niets. Wat had hij moeten zeggen? Dat zijn eigen broer hem naaide?
Kevin was loyaal. Helaas te loyaal. Hij groeide naar Ramon toe en leek steeds vaker naar hem te luisteren. Dat was te verklaren. Ramon had hem verzorgd als hij klappen kreeg en was de bemiddelaar geweest in het gezin. De man met de dubbele agenda.
Metin probeerde al jaren te voorkomen dat Ramon Kevin verder de afgrond in zou trekken. Waar Ramon kwam, ontstond ellende.
Ramon was straatwijs en hij wist dat. De vriendschap tussen Kevin en Metin werd regelmatig ingezet. De blaaskaak had een troefkaart en Metins grootste zwakte in handen. Kevin.
Metin had zijn zwarte Golf vroeg in de middag verderop geparkeerd. Voor hij naar de auto liep keek hij om zich heen. Het was rustig. Bij zijn auto keek hij opnieuw rond. Geen bijzondere voertuigen, geen vreemde gezichten. Dat stelde hem gerust. Hij pakte zijn telefoon, zocht het laatste appje op. ‘Hey liefje, kan ik nog wat voor je meenemen?’
Ze had geantwoord. ‘Nee, maar je kunt zo wel even wat voor mij wegbrengen.’
Metin glimlachte naar zijn scherm. ‘Is goed schat, ik kom eraan,’ typte hij.
‘Wat bedoel je precies? Hoezo hebben jullie geen plek tot donderdag?’
Ella herkende aan de klank en toonhoogte van Erwins stem dat hij geïrriteerd was. Na de controle, waaruit bleek dat er nog geen sprake was van ontsluiting of signalen dat de bevalling op gang kwam, was de gynaecoloog voor een spoedgeval vertrokken. Zijn vervanging, een verpleegkundige, was de behandelkamer binnengekomen en had het gesprek overgenomen.
‘Waarom wilden jullie tijdens de echo vorige week dan een rondleiding op de couveuseafdeling geven? We zijn nu een week verder, het is maandag, en jullie hebben geen plek? Jullie weten al sinds week acht dat Ella een tweeling verwacht. Hoe kunnen we dan drie dagen wachten? Er is toch kans op infecties als die slijmprop eenmaal weg is en de vliezen zijn gebroken?’ Erwin ademde diep in en blies de lucht met dezelfde kracht door zijn neus naar buiten. Driftig gingen zijn neusvleugels heen en weer. ‘Ik heb dat in een artikel gelezen in Ouders van Nu. Ik neem aan dat de redactie geen onzin in het blad zet. Het gaat hier om de geboorte en gezondheid van twee baby’s, niet?’
Ella aanschouwde het gesprek tussen Erwin en de verpleegkundige. Ze was opgelucht dat niet zij de strijd hoefde te voeren. Een man die zich oprecht zorgen maakt over zijn vrouw en kinderen, dat was een indrukwekkend schouwspel. Tegelijk vond ze het ontroerend. Het belangrijkste voor haar was de bevestiging dat wat zij in het toilet had gezien inderdaad een slijmprop was. Ze had zich niet vergist.
De specialist had daarnaast aangegeven dat er geen directe noodzaak was om haar in te leiden.
‘Meneer Ter Beeke,’ vervolgde de verpleegkundige, ‘ik snap dat u dit gevoel heeft, maar we kunnen geen plekken creëren die er niet zijn. U kunt voor de rest van de nacht hier blijven en we kunnen met u meedenken over een andere locatie waar nu wel plek is. Misschien wilt u daar vannacht over nadenken. Een verplaatsing is voor een moeder in spe behoorlijk intens.’
Ella voelde weinig sympathie voor de vrouw. Ze knipperde zo vaak dat Ella zich telkens opnieuw moest concentreren. Ook haalde ze om de paar seconden haar haren achter haar oren. Het werkte haar op de zenuwen. Eerste indruk: Ella mocht haar niet.
Een bekende stem deed haar uit haar gedachten schrikken. Erwin keek haar afwachtend aan.
‘Ella, gaat het wel? Ik vroeg je iets.’ Vermoeid wreef hij met zijn hand in zijn nek.
Ella voelde zich meteen schuldig dat ze zich op die muts van een zuster had gefocust terwijl Erwin zich druk maakte om haar en de baby’s.
‘Zie je het zitten om hier te blijven en verder te overwegen? We kunnen naar een ander ziekenhuis,’ waagde Erwin nog een poging.
Het liefst zou Ella diezelfde dag nog ingeleid worden. Maar als de weeën uit zichzelf begonnen, zou de keuze vanzelf gemaakt worden en moest het ziekenhuis plek creëren. Ze besloot het af te wachten.
‘Ik slaap er een nachtje over. We zijn hier nu voor als er iets gebeurt. We kunnen later alsnog kiezen, toch?’
Erwin zuchtte diep, een geïrriteerde zucht. Hij had gehoopt dat Ella meteen zou zeggen dat ze weg wilden.
Maar waar moesten ze heen? Ze was niet van plan om in Leeuwarden of Den Helder te bevallen.
De verpleegkundige onderbrak hun gesprek. ‘U kunt hier ook blijven slapen, meneer Ter Beeke.’
‘Dat moest er nog eens bij komen dat dat niet kon,’ mompelde Erwin, die niet van plan was naar huis te gaan.
Grinnikend kneep Ella hem stiekem in zijn bil.
Erwin bloosde en kuste haar op haar wang. Zijn boosheid zou snel wegebben. Hij bleef nooit lang boos.
De verpleegkundige wees de kamer aan waar ze nog een paar uur konden slapen. Twee ziekenhuisbedden naast elkaar. Ella klom met kleding aan in het bed en trok de dekens over haar benen. Ze keek naar Erwin die zich tot op zijn T-shirt uitkleedde en in bed kroop. Zoals altijd sliep hij binnen vijf minuten. De mazzelaar.
Ella keek op haar telefoon. Het was zes uur in de ochtend. Niet het toiletbezoek, maar gepieker hield haar wakker. Wat moesten ze doen? Blijven tot donderdag of overgeplaatst worden? Ze keek opnieuw. Zes uur en zeven minuten. Voorzichtig draaide ze op haar zij en probeerde het extra kussen onder haar buik goed te leggen. Het lukte niet. Alsof de baby’s haar longen als voetsteun gebruikten.
Haar lichaam was klaar voor de komst van de baby’s. Sinds vorige week lekte ze druppels moedermelk. De eerste keer onder de douche was ze zich kapot geschrokken. Zoogkompressen waren de enige uitkomst. Het vooruitzicht van borstvoeding stelde ze zich nog maar niet te levendig voor.
Erwin was net duidelijk geweest in wat hij wilde. Voor hem was wachten tot donderdag geen optie. Ella dacht aan de artsen hier, de echo’s, de vertrouwde gynaecoloog. Ze baalde dat ze nu moest twijfelen. Ze duwde het kussen opnieuw in de juiste hoek. Het lag nog steeds niet goed.
Hou vol Ella. Nog even en dan zijn de jongens er. Je moppert normaal ook niet zo snel.
Ella hoorde gepiep. De deur ging langzaam open. Het was mutsje, de zuster. De knipperende verpleegkundige keek om de hoek.
‘Bent u wakker, mevrouw Ter Beeke?’
‘Ja, helaas wel.’
‘Ik wilde u even wat geven.’ Ze liep naar haar bed en reikte een folder aan. ‘Ik vind de situatie zo vervelend. Dit is het minste wat ik voor u kan doen.’ Haar glimlach was vriendelijk maar nerveus.
Ella pakte de folder. Een privékliniek, vijfendertig minuten van huis. Ze klikte haar nachtlampje aan en las de titel. Kraamkliniek Abraham. Tijd voor moeder en kind. Zoals het hoort.
De zuster keek naar de slapende Erwin en sprak fluisterend.
‘Bij nood zijn er vergoedingen vanuit de zorgverzekering. Dat geldt voor risicovolle bevallingen.’ Ze zweeg toen Erwin zich omdraaide. Toen hij niet wakker werd vervolgde ze. ‘Een tweeling valt onder risicovol. Dat weet u.’
Ella knikte. Dat wist ze al vanaf de eerste echo.
‘Bespreek het maar met uw partner. De kliniek heeft extra kamers voor partners. Het is een moderne kliniek en de reviews zijn goed. Ze hebben alle faciliteiten van een ziekenhuis en het is persoonlijker. Meer tijd voor moeder en kind.’
Op de folder stond een pand van twee etages met witgeschilderde baksteen. Zomerfoto, breed pad, glazen pui. Grote plantenbakken met blauwe, witte en roze hortensia’s.
Ella sloeg de folder open en ging met haar vinger over de tekst. Ze zag een slaapkamer: twee bedden, spierwitte lakens, lichtgrijze lambrisering en een grijs babyledikantje. Er was ruimte voor een tweede. Bovenaan stond in sierlijke witte letters: Bij ons ligt de focus op moeder en kind.
‘Vast wel,’ mompelde Ella, maar ze las verder. Daarna pakte ze haar telefoon en zocht de recensies op.
2019: 9,0 Bij de volgende bevalling ga ik zeker terug.
2019: 7,2 Zeven dagen gebleven door bevuild vruchtwater. Heerlijk eten, fijne zorg.
2018: 7,5 Keizersnee. Goede begeleiding. Abraham zelf aanwezig.
Ella scrolde verder. Alleen maar positieve reacties. Haar besluit viel direct. Hier wilde ze naartoe. De jongens mochten hier geboren worden.
Met een enthousiaste blik keek ze op zij naar het slapende lichaam naast haar. ‘Erwin, wakker worden!’ Ze ging rechtop zitten en gooide haar kussen op zijn buik.
Mopperend kwam Erwin overeind. ‘Wat is er?’ Hij wreef in zijn ogen en streek een blonde krul van zijn voorhoofd.
Even liet Ella zich afleiden. Hij was op zijn mooist wanneer hij net wakker werd.
‘Wat is er? Voel je je niet goed?’ vroeg hij bezorgd.
‘Kijk eens wat ik heb gekregen.’ Ella hield de folder omhoog en wapperde ermee.
Erwin keek droog, pakte de folder en las hem vluchtig.
‘Is dit wat je wilt?’
‘Ja. Dit is wat ik wil.’
Erwin haalde kort zijn schouders op, stapte uit bed en liep mompelend weg. Zijn shirt zat gekreukeld terwijl hij zijn joggingbroek aantrok en op blote voeten de kamer uit liep.
Ella glimlachte in zichzelf. Ze wist dat ze haar zin kreeg.
Iris was weer niet thuis. Gwen stopte de portieksleutels in het voorvakje van haar veiligheidsvest en pakte haar diensttelefoon. Met haar duim scrolde ze in haar contactenlijst naar het telefoonnummer: Iris nieuw 7, dat ze een maand geleden had opgeslagen.
Iris hield nooit haar telefoonnummers lang, maar was wel trouw in het doorgeven van haar nieuwe nummer. Het telefoonnummer van Gwen kende Iris uit haar hoofd. En als ze het nummer zou vergeten, dan vond ze een andere manier om contact met haar wijkagent te krijgen.
Iris’ telefoon stond uit. De WhatsAppberichten die Gwen haar de afgelopen dagen had gestuurd, kwamen niet aan en leken expres op één grijs vinkje te blijven staan.
Nog geen drie weken geleden was Iris zo blij geweest met haar zwangerschap en kon ze niet wachten om Gwen te zien. Nu kreeg Gwen haar niet meer te pakken en leek Iris spoorloos verdwenen. Het onderbuikgevoel dat ze bij de situatie had, voorspelde niet veel goeds. Ze had er slecht van geslapen en piekerde over waar Iris kon zijn. Inmiddels kon ze een aantal locaties afstrepen.
Iris was al maanden clean en werkte niet meer als prostituee. Ze had een niet-uitgesproken erfenis gekregen die groot genoeg was om te stoppen met haar werk. Het geld was op het juiste moment gekomen. Nu hing het af van haar wilskracht. Ze leek er klaar voor te zijn om de drugs links te laten liggen. Alles voor de gezondheid en veiligheid van haar baby, die een onverwachte stimulans voor haar was geweest. Dat waren ook direct de laatste woorden die ze naar Gwen had uitgesproken via dit telefoonnummer.
Gwen maakte zich zorgen. Sinds zij wijkagent was geworden hadden ze regelmatig contact. Ze wist dat het contact meer was dan zakelijk. Het was misschien niet professioneel, maar de vriendschap was gewoon ontstaan. Iris was grappig, gevat, had haar hart op de tong en wist wat er speelde op straat en in de wijk.
Dat was verhelderend. In het begin kwam ze sporadisch langs, maar gaandeweg werden de tussenpozen korter en bezocht ze haar wekelijks. Iris’ donkere ogen stonden altijd alert bij aankomst, maar als ze Gwen eenmaal zag, verzachtte haar blik. Een bezoek duurde nooit lang, maar het voelde altijd alsof Gwen in een andere wereld stapte. Iris was voor Gwen het toonbeeld van hoe hard de wereld kon zijn. Toch bleef ze optimistisch in het leven.
Met haar 1.60 meter was Iris een klein vrouwtje van ergens in de dertig. Vanwege haar lengte ging ze altijd staan als ze iets vertelde. Daar stond ze dan, in het midden van haar bontgekleurde woonkamer waar altijd wierook en kaarsen brandden, waardoor Gwen compleet werd meegezogen in haar verhalen.
Gwen zag Iris voor zich, enthousiast als een jarige kleuter, terwijl ze met haar armen zwaaide en van alles uitbeeldde, waarbij haar blonde paardenstaart op en neer wipte.
‘Jij bent een kleine dame met pit en temperament in je donder,’ zou Iris’ vader ooit tegen haar hebben gezegd.
Daar was Gwen het mee eens. Dat temperament had ze en Iris was zeker niet dom. Dat bleek uit haar scherpe opmerkingen en de manier waarop ze informatie verwerkte. Gwen mocht haar graag en waardeerde hun band. Ondanks hun verschillende werelden hadden ze elkaar gevonden. In gedachten hoorde Gwen Iris’ gierende lach, waarbij haar laatste investering zichtbaar werd: een rij rechte, witte tanden.
Iris had haar werk nooit alleen uitgevoerd. Achter bijna elke verslaafde prostituee staat een pooier klaar om zijn dame te beschermen of uit te buiten. Dat was bij haar niet anders. Hij was al jaren zo vrij om haar een deel van haar zuurverdiende geld afhandig te maken. Iris vertelde dat die oneerlijke samenwerking erin geslopen was. Meer wilde ze er niet over kwijt.
Gwen baalde ervan dat ze toen niet meer had doorgevraagd. Ze belde aan bij de buren, rechts van de woning. Voor de deur stond een vuilniszak waaruit de geur van voedsel in staat van ontbinding omhoogkwam. Een grapjas had de stortkoker in de hal die week in brand gestoken. De brandweer was de afgelopen twee maanden al zes keer geweest om vuur te blussen. De koker was afgesloten met een metalen plaat, waardoor hij buiten gebruik was en de vuilniszakken zich opstapelden. Ongedierte en stank waren het gevolg.
De deur werd niet geopend. Wel hoorde ze gestommel binnen. Er was dus iemand thuis. Verrassend. Ze schudde haar hoofd. Weer werd een signaal van deze achterstandswijk bevestigd: je doet niet zomaar de deur voor een vreemde open. En als je door de deurspion de politie ziet, denk je wel twee keer na.
Gwen drukte op de bel bij de woning ernaast. Ze hoorde het geluid van een bos sleutels die werd omgedraaid en het verwijderen van de ketting van het nachtslot.
Een knappe Afrikaanse vrouw in een bontgekleurde jurk deed open. Vier kinderen schoten onder haar armen door om te kijken wie er stond. Een heerlijke kruidenlucht stroomde met hen mee naar buiten.
Gwen zette een stapje achteruit om de kinderen ruimte te geven en wees naar Iris’ woning.
‘Goedemorgen mevrouw. Ik ben Gwen, uw wijkagent. Ik hoop dat u mij kunt helpen.’
De vrouw draaide zich om en stuurde haar kinderen in het Frans naar binnen. ‘Allez. Asseyez-vous.’
Gwen wachtte ongeduldig. Ze wist dat de vrouw zo bedenktijd had. Op alle vragen kon ze straks onverschillig reageren.
De kinderen vertrokken mokkend naar de woonkamer, maar bleven vanuit een hoekje kijken.
‘Weet u wie daar woont?’ vroeg Gwen opnieuw. Ze wees naar Iris’ deur.
De vrouw haalde onverschillig haar schouders op. ‘Ik weet niet wie daar woont. Ik ben druk met koken en de kinderen. Misschien een vrouw. Misschien een man. Ik weet het niet. Dag.’ Ze duwde de deur snel dicht en klikte de sloten erop.
Dit was wat Gwen had verwacht. Al had Iris in een clownspak dood in de gang gelegen, er was niets gezegd of gezien. Het was om wanhopig van te worden. De sociale cohesie in deze flat was minimaal, waardoor bewoners volledig in anonimiteit leefden. Iedereen probeerde te overleven en wie iets wist dat niet deugde, hield zijn mond. Gwen wist het, ze begreep het, maar haar werk werd er niet makkelijker op.
Welke opties had ze nu? Iris had geen familie in de buurt waar ze op kon bouwen. Waar haar erfenis vandaan kwam was ook nog steeds een raadsel.
Gwen daalde langzaam via het trappenhuis af en dacht na, terwijl de penetrante lucht van opgedroogde urine haar op elke verdieping tegemoetkwam. Ze keek bij elk raam naar buiten om te zien of ze iets verdachts in de straat zag. Het slimste was nu om oud-collega’s van Iris te benaderen. De dames wisten veel, maar hen laten praten zou niet eenvoudig worden.
Vanaf de brancard zag Ella dat de ambulance de sluis inreed. Ze waren op de bestemming. Ze voelde een tinteling in haar buik: gezonde spanning. Niks aan de hand, stelde ze zichzelf gerust.
De motor van de ambulance werd uitgezet. De achterklep zwaaide open. Voorzichtig werd de brancard omhoog geklikt. Daarna werd Ella naar binnen gereden.
‘Goedemorgen, mevrouw Ter Beeke.’
Ella had haar al zien staan. Het eerste vriendelijke gezicht dat ze in de kliniek zag stond in de sluis op haar te wachten. Zie je nou wel. Die zenuwen zijn nergens voor nodig. Alles is geregeld.
‘Ik ben Marja. Ik zal jullie begeleiden gedurende jullie verblijf.’ Marja was iets langer dan Ella en was een jaar of vijftig. Haar donkerbruine krullende haar zat naar achteren gebonden in een knot. Lange wimpers met donkerbruine ogen keken haar vriendelijk aan. Vrolijk gaf ze Ella een hand.
Ella pakte haar hand en glimlachte onzeker.
‘Vind je het spannend?’ Marja’s subtiel bijgetekende wenkbrauwen schoten omhoog. ‘Hoor mij nou. Natuurlijk is het spannend. Vooral als alles anders lijkt te lopen. Laten we wat drinken, dan kunnen we rustig kennismaken. Heb je al gegeten?’
Ella knikte. Bij haar vorige stop had ze het ontbijt van bruin brood, kaas en twee stukken ontbijtkoek met boter niet afgeslagen.
‘Het is eigenlijk niet gebruikelijk, maar zou je direct de kliniek willen zien?’
‘Ja, graag.’ De eerste indruk voelde goed, maar ergens leek de folder te mooi om waar te zijn. Ze wilde de kliniek zelf zien en voelen.
De brancard werd naar beneden geduwd waarop Ella, ondersteund door een ambulancebroeder en Marja, in de rolstoel werd geholpen die voor haar klaarstond.
Marja pakte vanuit een grote kast een deken die dezelfde grijze kleur had als de muren van de slaapkamers in de folder. ‘Mag ik? Ik wil niet dat je het koud krijgt. Je merkt echt dat het herfst is.’ Marja deed alsof ze rilde van de kou.
Grinnikend liet Ella zich door Marja instoppen. Vervolgens duwde Marja de rolstoel naar voren en trok aan een touwtje waardoor de schuifdeuren naar de hal open gleden.
Erwin was achter de ambulance aangereden en had instructies gekregen om de auto voor de kliniek te parkeren. Na nog geen twee minuten kwam hij via de hoofdingang binnen, duidelijk verrast haar meteen te zien.
‘U bent meneer Ter Beeke, neem ik aan? Aangenaam. Ik ben Marja. Wilt u uw vrouw begeleiden of zal ik dat doen?’
‘Aangenaam. Zeg maar Erwin. Ik neem haar graag van je over.’ Zijn gezicht was gewassen, maar zijn krullen stonden alle kanten op.
Verliefd keek Ella naar hem op en dacht aan Tim Immers die vroeger een hitje had met Liever dan lief. Erwin was ook lief. Hij doorstond alles, zelfs het negeren van zijn persoonlijke hygiëne.
Erwin nam Marja’s plek achter de rolstoel over en draaide Ella in de richting van de lange brede hal.
Aan de rechterkant stond een witte balie met daarachter twee vrouwen. Ze knikten vriendelijk. ‘Goedemorgen, mevrouw Ter Beeke.’
‘Goedemorgen.’ Ella voelde haar wangen kleuren, ongemakkelijk geworden door de aandacht. De vrouwen droegen hetzelfde witte uniform als Marja, alleen waren Marja’s mouwen lichtgrijs. Op de balie stond een vaas met roze rozen. Aan een van de stelen hing een kaartje met het woord Bedankt. Wederom een goed teken, dacht ze opgelucht.
Ella hield van kunst en keek haar ogen uit terwijl ze door de hal gereden werd. Op de muren hingen schilderwerken van bosgebieden, tropische landschappen en vogels.
Marja zag haar kijken. ‘Ze zijn mooi hè? We hebben een kunstenaar in huis.’ Ze giechelde en wees naar een landschap met paarse heide. ‘Die is mijn favoriet. Het begint hier steeds meer op een atelier te lijken. Nog even en we kunnen rondleidingen geven. Dokter Abraham reist veel en schildert in de natuur. Om de paar maanden wordt alles vervangen.’
‘Ze zijn erg mooi,’ zei Ella.
Aan het einde van de hal stopte Marja bij een grote raampartij. Ze wees naar de bloementuin die door de herfst minder vol stond dan in de zomer. ‘Daar kan je wandelen als je dat fijn vindt. De hele tijd binnen zitten is ook niks.’ Ze knipoogde. ‘En dan nu jullie kamer.’ Marja sloeg rechtsaf en stopte voor kamer 5. Naast het kozijn hing een bordje: Familie E.t.B.
‘Dit is jullie kamer tijdens jullie verblijf.’ Marja zag Ella kijken naar het bordje. ‘Privacywetgeving,’ zei ze luchtig. Ze opende de deur en wachtte tot ze binnen waren.
De kamer leek precies op de folderfoto. Twee losse bedden met witte lakens en grijze spreien. Twee ledikantjes stonden naast elkaar. De badkamerdeur stond open. Er was een ligbad, douche en toilet.
‘Dit lijkt wel een hotel,’ zei Ella verwonderd.
‘Dat horen we vaker. Het idee is dat een ontspannen zwangerschap en bevalling het herstel versnellen.’
Ella knikte. Zo zag zij dat ook.
‘Gaan jullie rustig zitten. Willen jullie iets drinken? Koffie, water, thee? Ik vraag meteen of er een gynaecoloog beschikbaar is voor een echo. Dokter Abraham heeft als het goed is ruimte. Ik neem aan dat jullie de kleintjes graag even willen zien?’
Met de bestelling van twee zwarte koffie verdween Marja de hal in.
Ella duwde zichzelf uit de rolstoel en ging in de kuipstoel bij het raam zitten. ‘Erwin, eerlijk. Het is toch mooi hier. Of niet dan, schat?’
Erwin knikte en liep naar het raam. Hij keek naar de boom waarvan de takken al rood kleurden. ‘Zeker,’ mompelde hij afwezig.
‘Wat is er lief?’
Erwin gaf niet meteen antwoord. ‘Is dit echt wat je wil?’
‘Ik begrijp niet waarom je nu nog twijfelt,’ zei Ella geërgerd.
‘Rustig maar. Ik weet het niet. Dit is geen ziekenhuis zoals het AMC, UMC of Rijnstate, waar iedereen ervaring mee heeft.’
‘Ik wil hier blijven. Voor mij voelt het juist goed. Maar ach, het is gelukkig mijn bevalling maar.’ Ella hoorde zelf hoe dramatisch het klonk, iets wat ze normaal niet deed en al helemaal niet tegen Erwin.
‘Zo bedoel ik het niet, Ella. Dat weet jij ook wel.’ Hij wendde zijn blik van de tuin af, liep naar haar toe, kuste haar voorhoofd en knielde voor haar stoel. ‘Ons eigen ziekenhuis had misschien geen plek, maar zij kennen ons wel. Zij brengen dagelijks gezonde baby’s ter wereld. Dat was de reden dat we daarheen wilden.’ Hij gaf haar een weet-je-nog-wel-blik, maar liet zijn schouders zakken toen ze niet reageerde. ‘Dit voelt gewoon anders. Dat is het.’
Ella sloeg haar armen om zijn hals en trok hem naar zich toe. ‘Je moet gewoon wennen. Het komt goed.’
Erwin zuchtte. ‘Ik wil gewoon het beste voor jou en de kinderen. Ik heb geen zin in verrassingen.’
