Geldnood - Lyn Alden - E-Book

Geldnood E-Book

Lyn Alden

0,0

Beschreibung

Mensen gebruiken wereldwijd meer dan 160 verschillende munteenheden, elk met hun eigen monopolie binnen de landsgrenzen. De meeste verliezen echter snel aan waarde en zijn buiten hun eigen gebied nauwelijks bruikbaar. Geboren worden in het 'verkeerde' land kan sparen daardoor onnodig moeilijk maken. In Geldnood kijken we naar de geschiedenis van geld door de bril van technologische vooruitgang. Politiek speelt lokaal en tijdelijk een rol, maar uiteindelijk is het technologie die structurele, wereldwijde veranderingen aanjaagt. Dit boek laat zien hoe geld ons dagelijks leven beïnvloedt en hoe nieuwe vormen van 'digitaal geld' de machtsverhoudingen in onze samenleving kunnen herschikken. Een fascinerende reis door een wereld in beweging, die je uitnodigt om de verborgen krachten achter onze alledaagse transacties te ontdekken.

Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:

Android
iOS
von Legimi
zertifizierten E-Readern
Kindle™-E-Readern
(für ausgewählte Pakete)

Seitenzahl: 817

Veröffentlichungsjahr: 2025

Das E-Book (TTS) können Sie hören im Abo „Legimi Premium” in Legimi-Apps auf:

Android
iOS
Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



Geldnood

Waarom ons financiële systeem ons in de steek laat en wat we eraan kunnen doen

Lyn Alden

2024-09-24

Erkenningen

Een boek van deze omvang schrijven, is een enorme onderneming en is alleen mogelijk met enorme steun. Allereerst wil ik iedereen bedanken die rechtstreeks bij het maken van dit boek betrokken was. Mijn echtgenoot, Mohamed Badran, leverde schitterende structurele redactie en vroege feedback om een duidelijke leeservaring te garanderen. Joakim Book voerde uitgebreide redactie en onderzoekshulp uit als professionele, monetaire historicus, wat de kwaliteit enorm heeft verhoogd.

Het boek bevat meer dan 400 citaten en talloze mensen uit het verleden en heden hebben invloed gehad op het maken ervan. Belangrijk is dat ik vanuit onderzoeksperspectief sommige van de geciteerde werken waarmee ik het niet eens ben even belangrijk beschouw als degenen waar ik het wel eens mee ben, omdat ze de ideeën helpen te testen en de conclusies verscherpen. Aangezien ik ze hier niet allemaal kan noemen, moedig ik de lezer aan om de voetnoten en bibliografie door te nemen. Ik ben dankbaar voor al het gepubliceerde materiaal dat ik hier heb kunnen citeren of waaruit ik inspiratie opgedaan heb.

Naast alle historisch bekende schrijvers die alles beïnvloeden, zijn er enkele hedendaagse schrijvers, beleggers, humanisten en/of ondernemers die een grote invloed hadden op dit boek en die vaak geciteerd worden. Deze lijst omvat Alex Gladstein, Ray Dalio, Stanley Druckenmiller, Barry Eichengreen, George Selgin, Luke Gromen, Saifedean Ammous, Nick Szabo, Adam Back, Elizabeth Stark, Michael Saylor, Jeff Booth, John Pfeffer, Caitlin Long, Gigi, Nic Carter, Obi Nwosu, Yan Pritzker, en Anita Posch.

De winst van de eerste duizend verkochte exemplaren zal gedoneerd worden aan de Human Rights Foundation. Deze organisatie helpt niet alleen mensen, maar is ook een nuttige bron voor mijn onderzoek geweest.

Voorwoord door Paul Buitink

‘Geldnood’, de Nederlandse vertaling van Lyn Aldens ‘Broken Money’, kon niet op een relevanter moment komen. Het internationale financiële systeem vertoont grote scheuren en zal moeten worden vervangen. De-dollarisatie wordt versneld door het beleid van Trump; interne strijd en hoge schulden zetten de EU en de euro onder druk; goud breekt recordhoogte na recordhoogte en digitale assets zoals bitcoin blijven in populariteit groeien. ‘Geldnood’ is een routekaart naar een nieuwe, monetaire toekomst. Het is mijn hoop dat het volgende systeem recht doet aan een multipolaire wereldorde en mensenrechten beter waarborgt dan het huidige.

Toen ik werd gevraagd om het voorwoord te schrijven voor ‘Geldnood’, voelde ik mij vereerd. Door de jaren heen heb ik Lyn Alden intensief gevolgd en heb ik haar ook een paar keer mogen interviewen voor mijn podcast Reinvent Money. Ik ben altijd onder de indruk van haar kennis, haar objectiviteit en haar vermogen om als ingenieur naar het financiële systeem te kijken. Lyn is een echte systeemdenker, geen mainstreameconoom met een vernauwde blik. Ze kijkt niet alleen naar wat er verkeerd gaat, maar zoekt ook naar mogelijke oplossingen, zonder duidelijke politieke kleur.

Toen ‘Broken Money’ uitkwam, heb ik het direct besteld en in één ruk uitgelezen. Een geweldig boek! Wat mij betreft het beste boek over dit thema dat de laatste jaren is geschreven. Met haar multidisciplinaire aanpak brengt zij kennis en vaardigheden uit diverse vakgebieden samen om complexe vraagstukken te onderzoeken en onderling te verbinden. Ondanks de complexiteit van het onderwerp is het op een toegankelijke manier geschreven, waardoor weinig voorkennis vereist is en het voor iedereen met een gezond verstand te begrijpen blijft. In het boek wordt overduidelijk dat geld méér is dan een ruilmiddel; het bepaalt hoe samenlevingen functioneren, hoe macht wordt verdeeld en hoe individuen vrijheid en welvaart ervaren. Lyns talent om deze verbanden te ontrafelen, terwijl ze een hoopvolle toekomst schetst, maakt dit boek uniek en krachtig.

Het boek geeft een goed overzicht van de monetaire geschiedenis. Nederland heeft daarin met de VOC, de eerste aandelenbeurs en de Amsterdamse Wisselbank een grote rol gespeeld. Er zijn al vele boeken over deze historie geschreven, maar de meeste focussen óf op de evolutie van goederengeld, óf op de evolutie van schuldgeld. Hierdoor schieten de meeste boeken tekort en blijft de lezer hangen in een eenzijdig narratief. Lyn weet echter beide theorieën, onderbouwd met empirisch, archeologisch en antropologisch bewijs, samen te smeden. Deze synthese is geweldig. Uiteindelijk is, stelt Lyn, in essentie al het geld een kasboek. Bij goud weet je impliciet dat het schaars is en dat je als gebruiker er een deel van bezit, hoewel niet alle transacties bekend zijn. Bij bitcoin daarentegen zijn de totale hoeveelheid en alle transacties wel bekend. Maar bij beide ‘geldsoorten’, en dat geldt voor alle valuta, gaat het om tokens waarin mensen vertrouwen hebben en waarde aan toekennen: een sociaal en mentaal construct.

Behalve een goed en compleet overzicht van de geschiedenis van geld, bevat het boek een hoopvolle boodschap. Lyn benoemt in haar boek fundamentele mensenrechten en legt uit waarom het huidige geldsysteem niet ten goede komt aan de meeste mensen. Hoge inflatie, het Cantillon-effect (mensen met toegang tot geld/kapitaal profiteren als eerste van de nieuwe uitgifte), censuur en slechte toegang tot banken zijn allemaal ontwerpkeuzes van het huidige bank- en fiatgeldsysteem, waar de gewone burger weinig over te zeggen heeft en nog minder van profiteert.

Bitcoin kan wat Lyn betreft een belangrijke rol spelen in de toekomst. En wat mij betreft ook. Nu, in april 2025, zien we diverse ontwikkelingen die de groei van Bitcoin als mondiaal geld steunen, waaronder de roep om een Amerikaanse strategische reserve, diverse ETF’s en grote hedgefondsen die erop inzetten. Daarentegen heeft het nog niet de veilige havenfunctie die goud al 6000 jaar heeft. Een functie die juist wordt gezocht in deze woelige geopolitieke tijdsgeest. We leven aan het einde van het dollartijdperk; wat hierna komt is nog ongewis. Bitcoin heeft diverse eigenschappen die bijvoorbeeld goud niet heeft, zoals de draagbaarheid en het vermogen om het plaatsonafhankelijk te gebruiken. Goud daarentegen heeft de wereldwijde allure en het draagvlak bij de huidige bewaarders van het systeem, de centrale banken, die de afgelopen jaren voor recordbedragen goud kochten, en niet Bitcoin. Voor nu zou ik beleggers adviseren in te zetten op beide assets. Bitcoin en goud zijn vrienden, niet vijanden.

Is er in Nederland eigenlijk ook sprake van geldnood? Ik beargumenteer al jaren, ook in de Holland Gold podcast, samen met vele bekende nationale experts dat de euro voor Nederland niet ingevoerd had moeten worden. We hadden net als Zweden en Denemarken een opt-out moeten afspreken. We hebben de gulden voor een te lage prijs opgegeven. Dus niet alleen hebben we knollen voor citroenen verkocht, maar we hebben er ook nog eens te weinig knollen voor gekregen. Sindsdien hebben we relatief hoge inflatie, een te groot handelsoverschot en te weinig koopkracht voor de gewone burger en mkb’er. Doordat we in de euro zitten, hebben we geen eigen monetair beleid meer. De euro is voor ons te goedkoop en de door de ECB gestelde rente te laag. In landen als Frankrijk is dat weer andersom. Dit is de zogeheten ‘one size fits none’-situatie waarin we zitten.

Dus is er geldnood in Nederland? Op het eerste gezicht en op korte termijn niet. Technisch lopen we voorop met iDEAL, Tikkie en banken als bunq. Om de euro echter in leven te houden, worden we sluipenderwijs een transferunie ingelokt en zullen we via hoge inflatie en belastingen armere landen in de EU in leven moeten houden. Zeker als straks landen als Oekraïne er ook nog bijkomen, nog even los van de onbestuurbaarheid van een dergelijk Europees Frankensteinmonster. Als de euro straks valt, blijven wij met de bonnetjes zitten. Hoe langer we in de euro zitten, hoe hoger de bonnetjes. Per Nederlands huishouden hebben wij al zo’n € 80.000 te vorderen van andere eurolanden.

In Nederland zouden we er verstandig aan doen goed te kijken naar de monetaire behoeften en toekomst van de burgers. Ik zou pleiten voor het oprichten van een staatscommissie die een Nexit onderzoekt, met alle voor- en nadelen, en die de verschillende toekomstige samenwerkingen met Europese landen op een rij zet. Daarbij moeten ook de verschillende geldopties worden bekeken die er zijn, van terugkeer naar de gulden tot de neuro, tot het wegsturen van zwakke eurolanden en meer. Herintroductie van de goudstandaard moet ook worden overwogen. Ook de introductie van full-reserve banken – zoals de Depositobank die ik 10 jaar geleden al wilde oprichten, wat echter politiek onmogelijk werd gemaakt – is een optie. Het blijven in de euro moet eveneens worden onderzocht, maar dan wel goed onderbouwd. Het CPB kwam in 2014 tot de conclusie dat er weinig voordelen aan de introductie van de euro zaten. Onderzoek uit 2022 van Lex Hoogduin toont aan dat een transferunie daarentegen Nederland € 50 miljard per jaar gaat kosten. Is dit het waard?

Ten slotte zal er wat mij betreft grote ruimte moeten zijn voor private (of eigenlijk publieke) initiatieven zoals Bitcoin en andere cryptoactiva. Ik ben overigens geen maximalist, noch van Bitcoin, noch van goud. Idealiter bepalen burgers in vrijheid welk geld ze willen gebruiken om zo maximaal handel te kunnen drijven én hun vermogen te beschermen. Het boek van Lyn is hiervoor een mooi handboek!

Inleiding

In september 2022 beroofde een massa doodgewone mensen de banken in Libanon. Wat deze gebeurtenissen nieuwswaardiger maakte dan de gebruikelijke bankovervallen, was dat de meeste van deze mensen de banken alleen beroofden om hun eigen geld terug te krijgen. Vanwege een financiële crisis in Libanon weigerden banken hun klanten toegang tot hun eigen rekening.

Een van de ‘bankrovers’ die de krantenkoppen haalde, was een jonge interieurontwerpster. Aangezien haar spaargeld door de bank bevroren was, hield ze een bank in Beiroet onder schot met wat later een realistisch uitziend nepwapen bleek te zijn, om het spaargeld van haar familie op te nemen voor de behandeling van haar haar zus met kanker. Dit was misschien wel het meest opvallende voorbeeld, maar in deze periode waren er vele bankovervallen door mensen die gewoon hun eigen geld terug wilden, en sommigen gebruikten echte wapens.

De gebeurtenissen in Libanon zijn specifiek voor een bepaald land en een bepaalde tijd, maar maken deel uit van een wereldwijde trend.

Nigeria, een land met meer dan 200 miljoen inwoners, heeft het afgelopen decennium een jaarlijkse inflatie van 13% ervaren.1 In 2021 lanceerde de centrale bank haar eigen digitale valuta, de eNaira, die tot nu toe weinig adoptie heeft gekend, terwijl cryptomunten (vooral bitcoin en Amerikaanse dollar-stablecoins) een veel hogere acceptatiegraad hebben binnen het land, ondanks dat ze geen toegang hebben tot het banksysteem van het land. De Nigeriaanse regering implementeerde vervolgens een reeks beleidsmaatregelen bedoeld om de beschikbaarheid van fysiek geld te verminderen en mensen naar digitale betalingen te dwingen, wat heeft bijgedragen aan een periode van politieke onrust en rellen.

In de herfst van 2016 halveerde Egypte abrupt de waarde van zijn munteenheid ten opzichte van de Amerikaanse dollar, waardoor jaren aan spaargeld van een bevolking van ongeveer 100 miljoen mensen werden vernietigd. In 2022 en 2023 voerde het land opnieuw meerdere scherpe devaluaties van zijn munteenheid ten opzichte van de dollar uit, wat wederom een halvering van de wisselkoers veroorzaakte. Ik ken mensen in Egypte die op de zwarte markt fysieke Amerikaanse dollars kopen en ze als bescherming tegen dit voortdurende probleem bewaren. Ze betalen hoge wisselkosten om dit te doen, terwijl ze geen rente verdienen op de papieren dollars die ze bezitten. Wanneer deze devaluaties plaatsvinden, zet dit alle werknemers in het land aan om te onderhandelen voor hogere salarissen om een deel van hun verloren koopkracht te herwinnen. Hun salarissen worden namelijk uitbetaald in de gedevalueerde lokale munteenheid.

Turkije en Argentinië, beide lid van de G20, hebben de afgelopen jaren met enorme inflatie te maken gehad. In Turkije steeg het inflatiecijfer naar 85% in 2022, en in Argentinië zelfs boven de 100% in 2023.2

In de jaren ’90 maakte Brazilië een periode van extreme hyperinflatie door, terwijl het toen het vijfde meest bevolkte land ter wereld was. Bij hyperinflatie denken we vaak aan Duitsland in de jaren ’20 of aan bepaalde bananenrepublieken van vandaag, maar verrassend veel landen hebben er in de tweede helft van de 20e eeuw mee te maken gehad. Sinds de jaren ’80 hebben mensen in Brazilië, Argentinië, Joegoslavië, Zimbabwe, Venezuela, Polen, Kazachstan, Peru, Wit-Rusland, Bulgarije, Oekraïne, Libanon en verschillende andere landen hyperinflatie ervaren. Andere landen zoals Israël, Mexico, Vietnam, Ecuador, Costa Rica en Turkije hebben in die periode inflatie van boven de 100% meegemaakt, wat net geen hyperinflatie is.

Van 2016 tot 2021 boden veel staatsobligatiemarkten in rijke landen van Europa en Japan bijna nul of zelfs negatieve nominale rendementen aan. Op het hoogtepunt was er meer dan $18 biljoen aan obligaties met een negatief rendement.3 Mensen moesten betalen voor het privilege om aan overheden en grote bedrijven geld uit te lenen, in plaats van rente te ontvangen. De prikkels van het financiële systeem werden daardoor op hun kop gezet. In de jaren daarna vernietigde een wereldwijde inflatiegolf de koopkracht van de houders van die obligaties.

Gedurende de jaren 2010 hebben meerdere leden van de Amerikaanse Federal Reserve herhaaldelijk aangegeven dat de economie te lang onder hun gemiddeld inflatiedoel lag en dat zij hogere inflatie nastreefden. Tijdens een congreszitting in 2021, toen de Amerikaanse consumentenprijsindex 1,7% bedroeg, werd de voorzitter van de Federal Reserve door een congreslid gevraagd naar de jaar-op-jaar-stijging van 25% in de ruime geldhoeveelheid (de hoogste sinds de jaren ‘40) die was opgetreden als gevolg van recente fiscale stimuleringsmaatregelen, en de mogelijke gevolgen voor inflatie of de waarde van de dollar. De voorzitter wuifde deze zorgen weg, met het argument dat zo’n toename in de hoeveelheid ruim geld waarschijnlijk geen belangrijke economische gevolgen zou hebben en dat we misschien het idee moeten ’afleren’ dat monetaire aggregaten een belangrijke impact op de economie hebben.4

Toen de prijsinflatie later in 2021 serieus begon te stijgen, beschreef de voorzitter het aanvankelijk als iets tijdelijks en de Federal Reserve bleef de basisgeldhoeveelheid uitbreiden door middel van kwantitatieve verruiming (Quantitative Easing, QE). Maar wanneer in 2022 de hoogste inflatiecijfers in vier decennia verschenen, raakten de voorzitter en andere leiders van de Federal Reserve in paniek en veranderden ze hun monetaire beleid volledig. Ze omschreven prijsinflatie als het grootste probleem waar ze nu mee te maken hadden. In hun poging om de inflatie te temmen, verhoogden ze het jaar daarna de rentes zo agressief en verminderden ze de basisgeldvoorraad in een recordtempo, waardoor ze uiteindelijk meer dan een biljoen dollars aan niet-gerealiseerde verliezen voor banken op hun schatkistpapieren en andere laagrisico-activa veroorzaakten. Door zo snel deposito’s uit het banksysteem te zuigen, droegen ze bij aan enkele van de grootste bankfaillissementen in de Amerikaanse geschiedenis. Door de snel stijgende rentetarieven hadden banken in het hele land tegen 2023 ernstig verzwakte kapitaalratio’s. Voor het eerst in de moderne geschiedenis leed zelfs de Federal Reserve een operationeel verlies doordat het zulke hoge rentes betaalde op zijn verplichtingen in verhouding tot wat het verdiende op zijn activa.5 De maatregelen van de Federal Reserve beïnvloeden de monetaire omstandigheden van 330 miljoen Amerikanen en miljarden mensen in het buitenland, maar worden toch handmatig en subjectief beslist door een groep van slechts twaalf mensen.

Wereldwijd zijn er ongeveer 160 verschillende valuta, elk met een lokaal monopolie in hun eigen rechtsgebied, en de meeste worden daarbuiten weinig of niet geaccepteerd.6 De wereldwijde financiële orde functioneert in dit opzicht praktisch als een ruilsysteem. Een handvol toonaangevende valuta worden door andere centrale banken aangehouden als reservevaluta en genieten enige buitenlandse acceptatie, maar ze verliezen langzaam hun waarde en hebben rentetarieven die al jaren de inflatie niet meer bijhouden. De meeste andere valuta zijn vaker blootgesteld aan scherpe devaluaties, aanhoudende periodes van dubbele inflatiecijfers en incidentele hyperinflatie, terwijl ze weinig of geen buitenlandse acceptatie genieten. In landen die tot deze tweede groep behoren, proberen mensen vaak buitenlandse valuta zoals dollars te bemachtigen om hun spaargeld te beschermen. Over het algemeen kunnen ze hun lokale banken niet vertrouwen om hun geld veilig te bewaren.

Zelfs in landen met een stabiele economie is het soms lastig om geld te sparen. Als iemand in het ‘verkeerde’ rechtsgebied geboren wordt, is het een ongelooflijk zware strijd. Hoe is het zover kunnen komen? Waarom is ons geld niet beter dan dit? Het globale financiële systeem is gedurende de moderne geschiedenis gebrekkig gebleken voor ontwikkelingslanden, en in de afgelopen decennia heeft het zelfs voor ontwikkelde landen ernstige instabiliteit veroorzaakt. De fundamenten zijn niet langer betrouwbaar, deels omdat de technologie erachter verouderd is.

Mijn stelling is dat de opkomst van populisme in Amerika, Europa en verschillende ontwikkelingslanden sinds de wereldwijde financiële crisis van 2008 grotendeels hieraan te wijten is. Zowel aan de linker- als de rechterkant van het politieke spectrum voelen mensen aan dat er iets niet klopt, dat zaken in hun nadeel worden gemanipuleerd, maar ze kunnen niet precies aanwijzen waarom. Een groot onderdeel van dit raadsel is dat het financiële systeem zoals we dat kennen niet meer werkt.

We hebben in voorgaande decennia gezien dat wereldwijde financiële ordes uiteenvallen door economische instabiliteit, geopolitieke heroriëntaties en de introductie van nieuwe technologieën. Wanneer dat gebeurt, wordt de oude orde gedeeltelijk of volledig gereconstrueerd en omgebouwd tot een nieuwe orde. Dit boek geeft voorbeelden van dergelijke gebeurtenissen. Veel indicatoren wijzen erop dat de financiële orde waarin we ons sinds de jaren ’70 bevinden, op zijn einde loopt en dat het proces van heropbouw en heroriëntatie begonnen is.

Dit boek gaat over geld door de lens van technologische ontwikkelingen. Het behandelt de evolutie van geld in het verleden, waarom de huidige technologie en instellingen die we voor geld gebruiken ons nu in de steek laten, en enkele van de mogelijke oplossingen voor de monetaire problemen waarmee we nu worden geconfronteerd. Het is in eenvoudige taal geschreven en is modulair opgebouwd, zodat lezers zich kunnen concentreren op de delen die hen het meest interesseren.

Deel 1 van het boek leidt de lezer door oude kasboeken en goederengeld om te analyseren waarom geld spontaan is ontstaan en waarom bepaalde geldsoorten andere hebben overtroffen. Dit helpt ons om te begrijpen wat de ideale eigenschappen van geld zijn en waarom deze eigenschappen keer op keer, onafhankelijk van elkaar, door de geschiedenis heen opduiken. Dit deel onderzoekt ook de relatie tussen sociaal krediet en goederengeld in een poging twee economische denkscholen te verzoenen die het vaak met elkaar oneens zijn.

Deel 2 gaat over vroege proto-bankdiensten en de opkomst van volwaardige banken. We onderzoeken hoe diverse technologische ontwikkelingen monetaire transacties versnelden en deze loskoppelden van het tragere proces van fysieke monetaire verrekeningen. Dit bracht vele voordelen, maar ook enkele nadelen met zich mee. We eindigen met een uitleg over hoe de toenemende snelheidskloof tussen transacties en verrekeningen aan het begin van het telecommunicatietijdperk aan banken en centrale banken aanzienlijke macht gaf, aangezien zij de voornaamste entiteiten waren die in staat waren om geld overal ter wereld snel te versturen.

Deel 3 beschrijft het globale financiële systeem zoals dat sinds het begin van de 20e eeuw is opgebouwd, inclusief de geopolitiek achter de oprichting en de veranderingen in de loop van de tijd. Deze periode omvat de falende goudstandaarden rond de tijd van de Eerste Wereldoorlog, het Bretton Woods-systeem dat bestond tussen 1940 en 1970, en het eurodollar/petrodollar-systeem dat dit systeem vanaf 1970 tot op heden verving. Tenslotte leggen we uit hoe enkele problematische aspecten van het huidige systeem in de afgelopen decennia wereldwijd hebben geleid tot structurele instabiliteit.

Deel 4 analyseert in detail hoe geld binnen het moderne financiële systeem wordt gecreëerd en hoe schulden dit systeem na verloop van tijd onvermijdelijk destabiliseren. Vervolgens onderzoeken we enkele onevenwichten en problematische prikkels die worden veroorzaakt door het constant devalueren van monetaire eenheden, omdat spaarders hun koopkracht proberen te behouden door andere niet-monetaire activa te kopen. We laten zien hoe een flexibel openbaar kasboek wetgevers de macht gaf om oorlog te voeren zonder belastingen te heffen, selectieve reddingsoperaties uit te voeren door andermans spaargeld te devalueren, en hun uitgaven op slinkse manieren te financieren.

Deel 5 kijkt naar digitale monetaire innovaties in de 21e eeuw, waaronder bitcoin, stablecoins, smart contracts en digitale valuta van centrale banken. Dit is het speculatiefste deel van het boek, omdat het over het heden en de toekomst gaat, in plaats van over het verleden. We beschrijven enkele van de nieuwe technologieën waar we toegang toe hebben en kijken specifiek naar de verschillende afwegingen en risico’s die deze technologieën met zich meebrengen, naast de kansen die ze bieden.

Deel 6 verkent de ethiek van geld en communicatie, de twee componenten van handel. We bespreken de rol van cryptografie in het algemeen (een cruciaal onderdeel van moderne bank- en internetinfrastructuur), open versus gesloten financiële netwerken, en het kruispunt van financiële technologie en mensenrechten.

In essentie is geld een kasboek. Goederengeld fungeert als een kasboek dat bestuurd wordt door de natuur. Bankgeld fungeert als een kasboek dat bestuurd wordt door regeringen. Open-source geld functioneert als een kasboek dat bestuurd wordt door gebruikers. Dit boek verkent hoe de evolutie van technologie de heersende machtsstructuren en prikkels rond geld van tijdperk tot tijdperk verandert.

Mijn achtergrond bestaat uit een combinatie van ingenieurswerk en financiën, en ik gebruik systeemanalyse om verschillende aspecten van het globale financiële systeem te onderzoeken. Systeemtechniek is een multidisciplinair veld dat zich richt op het ontwerp, de integratie, de werking en het onderhoud van complexe systemen gedurende hun levenscycli. Ik behandel het globale financiële systeem als het ontworpen systeem dat het in werkelijkheid is, en ik heb ontdekt dat deze analysemethode tot vernieuwende conclusies leidt die soms conventioneel economisch denken uitdagen.

Mijn doel bij het schrijven van dit boek is om mensen beter te laten begrijpen hoe geld werkt en waarom het globale financiële systeem niet meer zo goed functioneert als vroeger. Het boek gaat niet alleen over waarom ons financiële systeem dit jaar of dit decennium niet goed werkt, maar biedt een diepere analyse van wat geld is, hoe we zijn terechtgekomen waar we nu zijn, en wat de fundamentele problemen zijn.

Ik heb niet alle antwoorden en kan je niet vertellen hoe de financiële wereld er in de komende decennia uit zal zien, maar wat ik in dit boek probeer te doen, is delen wat ik heb onderzocht om lezers te inspireren zelf verder naar antwoorden te zoeken. Politiek kan zaken lokaal en tijdelijk beïnvloeden, maar technologie kan dingen globaal en permanent veranderen. Daarom analyseer ik geld voornamelijk door de lens van technologie.

Dit is geen boek over goud, geen boek over banken, geen boek over bitcoin en geen politiek boek. Het is een verkenning van monetaire technologieën in hun talloze vormen van het verleden, heden en de toekomst. Het raakt al deze onderwerpen en meer aan, zodat we beter kunnen begrijpen waar we vandaan komen en welke wegen we in de toekomst kunnen bewandelen.

1. IMF, Consumer Prices, End of Period, Datamapper.

2. Zeynep Dierks, CPI Inflation Rate in Turkey, Statista, 3 maart 2023; Patrick Gillespie, Argentina Inflation Surpasses 100% as Economic Recession Looms, Bloomberg, 14 maart 2023.

3. Cormac Mullen and John Ainger, World’s Negative-Yielding Debt Pile Hits $18 Trillion Record, Bloomberg, 11 december 2020.

4. Howard Schneider, Powell’s Econ 101: Jobs Not inflation. And Forget About the Money Supply, Reuters, 23 februari 2021.

5. Erica Jiang et al., Monetary Tightening and U.S. Bank Fragility in 2023.

6. XE.com. ISO 4217 Currency Codes.

Wat is geld?

De voorlopers van geld, in combinatie met taal, stelden de eerste moderne mensen in staat om samenwerkingsproblemen op te lossen waar andere dieren niet toe in staat waren. Hierbij ging het om complexe vraagstukken, waaronder uitdagingen op het gebied van wederzijds en familiaal altruïsme en het minimaliseren van agressie. Bovendien beschikten deze voorlopers over specifieke kenmerken die aansluiten bij non-fiat valuta, waardoor zij meer dan louter symbolische of decoratieve objecten waren.1

1. Nick Szabo, Shelling Out: The Origins of Money.

1 Kasboeken als de basis van geld

Veel mensen denken dat het concept van geld begint met fysieke objecten zoals munten of schelpen, maar in werkelijkheid begint het al eerder: bij een kasboek.

Een kasboek is een overzicht van transacties en wordt gebruikt om bij te houden wie wat bezit. De oudst bekende kasboeken zijn meer dan 5.000 jaar oud en komen uit het oude Mesopotamië, in de vorm van kleitabletten. Volgens Encyclopedia Britannica is het Soemerisch de oudste vorm van schrijven die er bestaat, en de vroegste voorbeelden hiervan waren kleitabletten die transacties van goederen registreerden.1 Op die tabletten stonden afbeeldingen van diverse producten met puntjes ernaast, die de hoeveelheden aangaven. Met andere woorden, de eerste zaken die mensen met hun vroege proto-schriften optekenden, waren lijsten van eigendom, krediet en transacties.2

Toch is het idee van een kasboek eenvoudiger dan je misschien denkt. Voor de uitvinding van het schrift bestonden er namelijk al mondelinge kasboeken in het geheugen van mensen. Zodra iemand een ander iets verschuldigd was, formeel of informeel, hielden mensen een eenvoudig mondeling overzicht bij.

Neem een hedendaags voorbeeld: stel je een broer en zus voor, Alice en Bobby. Ze zijn oud genoeg om thuis taken te krijgen en naarmate hun leven complexer wordt, moeten ze soms hun planning aanpassen. Alice heeft bijvoorbeeld een avondje uit gepland met vrienden en stelt Bobby voor om haar taken van die dag over te nemen. In ruil neemt zij morgen die van hem over. Zodra hij hiermee instemt, maken ze meteen een eenvoudig mentaal kasboek aan, en dus een vorm van krediet. Alice is Bobby nu een specifiek takenpakket verschuldigd. Dit is alleen afdwingbaar via vertrouwen en reputatie: als Alice haar schuld niet nakomt, zal Bobby in het vervolg waarschijnlijk niet meer met haar willen ruilen. Blijft hun ruilhandel beperkt, dan volstaat een mondeling kasboek, maar als hun planning steeds ingewikkelder wordt en ze vaker taken ruilen, kunnen ze een kalender gebruiken als geschreven kasboek. Het kasboek bevat dan geen specifieke monetaire eenheid, maar blijft een eenvoudige ruilmethode. De ‘eenheden’ in dit geval zijn de taken zelf, en het kasboek houdt alleen bij welke taken in de loop van de tijd worden uitgewisseld, als een vorm van krediet.

Stel je een groep jagers voor, tienduizenden jaren geleden in een stam, die nauwgezet bijhielden hoeveel prooien ze hadden gedood en informeel registreerden wie welke gunst had verleend. Overal ter wereld ontwikkelden stammen – en doen dat soms nog steeds – uiteenlopende methoden om zowel formele als informele leiders te kiezen, waarbij vaak meritocratische principes de boventoon voerden. Of het nu bewust of onbewust gebeurt, mensen letten op elkaars handelen en reputatie om te bepalen wie als waardevolle aanwinst wordt gezien en wie mogelijk als last fungeert.

Vroege menselijke sociale groepen bestonden doorgaans uit slechts enkele tientallen individuen die samen een stam vormden. Dergelijke samenlevingen, vaak met een gemeenschappelijke cultuur, beschouwden zichzelf als onderdeel van een grotere, onderling verbonden tribale gemeenschap. In een hechte groep waarin iedereen elkaar kent, is geld overbodig – een mondeling, op het geheugen gebaseerd kasboek volstaat om gunsten bij te houden. Op deze informele wijze wordt meestal duidelijk wie zijn steentje bijdraagt en wie niet, waardoor een strikte boekhouding niet nodig is. Doorgaans bestaat zo’n groep uit familie en vrienden, waardoor het kasboek los, flexibel en onprecies is.3

Toen ik nog als ingenieur werkte, gingen enkele collega’s en ik regelmatig samen lunchen. We hielden op informele wijze bij wie er telkens met de auto reed in onze kleine groep, zodat er een zekere balans bleef bestaan. Hoewel we dit niet opschreven, fungeerde het als een gezamenlijk mentaal kasboek. Vergelijkbare praktijken kwamen onder meer voor wanneer collega’s elkaar naar de autogarage of het vliegveld brachten, of wanneer iemand tijdelijk krap bij kas zat en een kleine som contant leende – bijvoorbeeld bij het splitsen van een restaurantrekening, wat destijds vaker gebeurde. Deze gunsten werden niet verleend met de gedachte: ‘Ik doe dit nu voor jou, maar jij moet later iets voor mij doen.’ Men bood de hulp simpelweg met plezier aan, in de veronderstelling dat als er later een wederzijdse gunst werd gevraagd, de ander graag tegemoet zou komen.

Uit uitgebreid antropologisch onderzoek onder jager-verzamelaarstammen blijkt dat cadeaugericht gedrag een terugkerend thema is. Hoewel culturen van elkaar verschillen, zijn mensen die elkaar kennen over het algemeen bereid cadeaus en gunsten te schenken, in de verwachting dat anderen op hun beurt ook hun deel zullen bijdragen.4 Dit wederzijds geven vormt immers een fundamenteel aspect van vriendschap.5

De dynamiek verandert echter zodra we in aanraking komen met mensen die we niet goed kennen of vertrouwen, of met degenen die we wellicht nooit meer zullen ontmoeten. In een primitieve omgeving kan de ontmoeting tussen twee groepen niet alleen leiden tot conflicten of geweld, maar opent zij tegelijkertijd de deur naar handel.

Directe ruilhandel vormt een logische eerste stap in transacties met mensen die we niet goed kennen. In plaats van hen een informeel giftkrediet te verlenen – zoals we dat bij familie en vrienden doen – streven we ernaar elke transactie direct af te ronden, omdat de kans groot is dat we hen nooit meer tegenkomen.

Twee groepen komen oog in oog te staan; beiden beschikken over middelen en bezitten mogelijk een zekere mate van geweldspotentieel. Door middel van eenvoudige communicatie – via gebaren of basale taal – ruilen zij goederen uit. Zo kan het voorkomen dat de ene groep een overschot aan speren heeft maar behoefte aan vachten, terwijl de andere groep juist extra vachten bezit én speren mist. Door ter plaatse vachten voor speren om te wisselen, profiteren beide partijen. Antropologen hebben diverse gevallen van geritualiseerde handel tussen jager-verzamelaarstammen waargenomen, waarbij handel soms tevens bedoeld was als een manier om huwelijks- of partnerschapsbanden te smeden.

Wanneer in een regio nog geen ritueel is gevormd tussen groepen van vergelijkbare omvang en ze elkaar willekeurig tegenkomen, is de kans groot dat een handelspoging faalt. Dit fenomeen – het ontbreken van een samenvallen van behoeften – houdt in dat voor succesvolle ruil beide partijen een overschot moeten hebben van hetgeen de ander verlangt. Hebben beide partijen bijvoorbeeld een tekort aan speren, of juist aan vachten, dan mislukken de transacties. Er zijn simpelweg meer combinaties die tot een mislukte handel leiden dan tot een geslaagde ruil.

Handelen met bekende personen uit onze naaste kring is veel eenvoudiger dan zaken doen met vreemden. Met familie en vrienden rust een diepgeworteld vertrouwen, wat fungeert als een vorm van flexibel sociaal krediet. Iemand kan mij om een gunst vragen en ik ben bereid die te verlenen, zelfs als ik op dat moment zelf geen directe behoefte heb. Ik beschik mogelijk ruim over voedsel, vachten of gereedschap, maar als een dierbare in een penibele situatie verkeert, help ik hem of haar graag.6

Dit informele krediet geef ik aan degenen die ik ken, niet alleen vanwege het warme gevoel dat het oproept, maar ook omdat ik verwacht dat er ooit een moment komt waarop ik zelf ondersteuning nodig heb. Misschien word ik ziek, raak ik gewond of ervaar ik een andere tegenslag, en ben ik tijdelijk niet in staat voor mezelf te zorgen. Dan hoop ik op de hulp van diegene aan wie ik eerder een gunst heb verleend. Door herhaaldelijk gunsten te verlenen, vergroot ik zowel mijn sociale status als mijn zekerheid binnen de groep. Deze logica geldt ook in de moderne tijd wanneer wij vrienden, buren en familieleden ondersteunen.

Hoewel mijn motieven deels geworteld zijn in een onbewust biologisch mechanisme – gevormd door duizenden generaties waarin sociale verbondenheid overleven en gedijen mogelijk maakte – spelen er ook weloverwogen, mentale berekeningen mee. Door een gunst te verlenen, versterk ik de band binnen de hele gemeenschap en bouw ik een persoonlijke verzekering of sociaal krediet op voor mijzelf en mijn naaste familie. Op momenten van overvloed verleen ik diensten of middelen, waarmee ik krediet opbouw in het collectieve sociale kasboek. Dit informele systeem van sociaal krediet is dé oplossing voor het probleem dat binnen hechte kringen vaak het ‘samenvallen van behoeften’ ontbreekt. Met flexibel sociaal krediet kunnen we elkaar moeiteloos helpen, ook als de ander op dat moment zelf niets nodig heeft.

In een studie uit 2010, Wealth Transmission and Inequality Among Hunter-Gatherers, waarin een breed scala aan bestaande literatuur is onderzocht, stelden de onderzoekers dat sociale verzekering soms gebaseerd kan zijn op de reputatie van de persoon in nood en de kwaliteit van diens sociale netwerk:

De meeste volwassenen in jager-verzamelaarsamenlevingen dragen actief bij aan voedselproductie en -verwerking, evenals aan de fabricage en het onderhoud van gereedschappen. Bovendien is de zorg en voorziening voor kinderen over het algemeen een ouderlijke plicht. De meeste van deze arbeidsvormen vereisen aanzienlijke kracht en uithoudingsvermogen, visuele scherpte en andere aspecten van een goede gezondheid. Als gevolg hiervan verwachten we dat lichamelijk welzijn van essentieel belang is voor succes en voorspoed. Anderzijds, degenen die periodiek lijden aan suboptimale lichamelijke eigenschappen kunnen meestal rekenen op hulp van anderen in de vorm van voedsel, kinderopvang en bescherming bij geschillen. Deze sociale verzekering is normatief en alom beschikbaar, maar er zijn aanwijzingen dat de kwaliteit van dergelijke hulp zal variëren volgens de ‘relationele rijkdom’ (reputatie, omvang en kwaliteit van het sociale netwerk) van de behoeftige of het huishouden.7

Aan het begin van de beroemde film The Godfather vraagt een man een gunst aan Vito, de maffiabaas, en Vito stemt daarin toe. In plaats van geld vraagt Vito in ruil een ongespecificeerde wederdienst in de toekomst, oftewel flexibel sociaal krediet. Dat doet hij omdat de man nú iets van hem nodig heeft, terwijl Vito op dat moment niets van die man verlangt. Toch ziet Vito hem als iemand uit zijn bredere gemeenschap. Vito verzamelt gunsten en roept ze in wanneer dat hem uitkomt. Later in de film doet hij dat ook daadwerkelijk: hij heeft dan behoefte aan iets wat hij eerder niet nodig had, en deze man is precies de geschikte persoon om daarin te voorzien. Op die manier maximaliseert hij de relationele rijkdom van zijn familie met een uitgebreid kasboek aan gunsten, die fungeren als een kredietgebaseerde valuta in de schaduweconomie van de maffia.

Om terug te keren op ons handelsvoorbeeld tussen losstaande groepen: wat kunnen ze aanbieden, aangezien ze de optie van flexibel sociaal krediet of kasboeken missen (ze vertrouwen elkaar niet en zien elkaar na deze ontmoeting misschien nooit meer)? Als ik in hun situatie was, zou ik dan iets bij me kunnen hebben dat vrijwel iedereen altijd wil? Met andere woorden, wat is het meest verkoopbare goed? Voor veel stammen bleken schelpen het antwoord.

Schelpen, vooral exemplaren die waren gesneden en gepolijst tot sierkralen, ontwikkelden zich duizenden jaren geleden in diverse regio’s tot een vorm van geld. Ze hadden een esthetische functie en lieten zich eenvoudig omzetten in armbanden, riemen of oorbellen, konden op kleding worden genaaid of in het haar worden gedragen. Het grote voordeel van schelpen als ruilmiddel is dat ze klein, schaars en duurzaam zijn. Ze aan een touw rijgen bood extra gemak: zo hoefde men ze niet constant in de hand te houden en waren ze makkelijker te vervoeren.

In zijn essay uit 2002, Shelling Out: The Origins of Money, gaat Nick Szabo uitgebreid in op de drijfveren achter het ontstaan van schelpen en ander verzamelbaar protogeld. Hij vatte het als volgt samen:

De voorlopers van geld, naast taal, stelden vroege moderne mensen in staat om problemen van samenwerking op te lossen waar andere dieren niet toe in staat zijn, inclusief problemen van wederzijds altruïsme, familiaal altruïsme en het beteugelen van agressie. Deze voorlopers deelden zeer specifieke kenmerken met non-fiat valuta en waren niet alleen symbolische of decoratieve objecten.8

Langs de Pacifische kust van Noord-Amerika verzamelden stammen dentalium-schelpen die sterk op tanden lijken. Deze fungeerden als betaalmiddel tot in het verre North Dakota, diep landinwaarts. Dentalium, dat van nature open buisjes met twee openingen vormt, werd vaak tot lange strengen aaneengeregen. Sommige stamleden hadden tatoeages op hun armen die ze voor transacties als meetlat gebruikten. Andere stammen specialiseerden zich in het opduiken van deze schelpen uit diepe wateren.9

Aan de Atlantische kust gebruikte men een ander type schelp, wampum genaamd. Deze werd vervaardigd uit mosselschelpen en vereiste een flinke bewerking, waaronder polijsten en het boren van kleine gaatjes met een boogboor, zodat ze aan elkaar geregen konden worden. De makers van deze kralen zagen ze doorgaans niet primair als ‘geld’; ze werden vereerd omdat ze ooit van levende wezens afkomstig waren en werden vaak voor ceremoniële doeleinden ingezet. Zo gebruikte men ze bijvoorbeeld om kostbare riemen te maken ter bezegeling van verdragen en andere belangrijke gebeurtenissen. Andere stammen, en later ook kolonisten, gingen de kralen echter wel als geld of als waardeopslag en statussymbool gebruiken. Lokale stammen legden er in de loop van de tijd flinke voorraden van aan.10

Ook in sommige streken van Afrika en Azië rond de Indische Oceaan waren kaurischelpen om soortgelijke redenen in gebruik als geld. Internationale handelaren brachten kaurischelpen mee voor de handel, en dit gebruik bleef nog eeuwenlang uitgebreid gedocumenteerd.11

Hoewel schelpen tot de meest gangbare vormen van protogeld behoorden, bestond er nog ander kralengeld. Zo gebruikte men sieraden van struisvogeleierschalen of snoeren met tanden van grote roofdieren, zoals leeuwen of wolven, die een vergelijkbare rol speelden. In Shelling Out geeft Szabo het voorbeeld van de !Kung:

Net als de meeste jager-verzamelaars brengen de !Kung het grootste deel van het jaar door in kleine, verspreide groepen en enkele weken van het jaar in een samenkomst met meerdere andere groepen. Deze samenkomst is als een kermis met extra functies – handel wordt volbracht, allianties worden verstevigd, partnerschappen versterkt en huwelijken gesloten. De voorbereiding op deze samenkomst gebeurt door middel van de productie van verhandelbare items, deels utilitair maar voornamelijk van een verzamelbare aard. Het ruilsysteem, hxaro genaamd door de !Kung, omvat een uitgebreide handel in kralensieraden, waaronder hangers gemaakt van struisvogeleierschalen die sterk lijken op degene die 40.000 jaar geleden in Afrika voorkwamen.

Zoals te verwachten is, vond men op het Afrikaanse continent de oudste kralen terug. Op de archeologische site van de Blombos-grot in Zuid-Afrika werden kleine slakkenhuizen met minuscule gaatjes erin gevonden, die naar schatting zo’n 75.000 jaar oud zijn. In 2004 meldde de Amerikaanse National Science Foundation over deze vondst:

Geperforeerde schelpen die men vond in de Blombos-grot in Zuid-Afrika lijken ongeveer 75.000 jaar geleden als kralen geregen, waardoor ze 30.000 jaar ouder zijn dan alle eerder geïdentificeerde persoonlijke ornamenten. Archeologen die de site aan de kust van de Indische Oceaan opgraven, ontdekten 41 schelpen, allemaal met gaten en slijtplekken op gelijkaardige posities, in een laag van sediment achtergelaten tijdens het Midden-Stenen Tijdperk.

‘De kralen van de Blombos-grot bieden absoluut bewijs voor misschien wel de vroegste opslag van informatie buiten het menselijk brein’, zegt Christopher Henshilwood, programmadirecteur van het Blombos Cave Project en professor aan het Centrum voor Ontwikkelingsstudies van de Universiteit van Bergen in Noorwegen.

De schelpen, gevonden in clusters van tot wel 17 kralen, zijn afkomstig van een klein schelpdiertje, de Nassarius kraussianus, dat in estuaria leeft. Ze moeten vanuit de dichtstbijzijnde rivieren naar de grotlocatie zijn gebracht, 20 kilometer ten oosten of westen langs de kust. De schelpen lijken te zijn geselecteerd op grootte en zijn bewust doorboord, wat suggereert dat ze ter plaatse of voor het transport naar de grot tot kralen zijn gemaakt. Sporen van rode oker duiden erop dat ofwel de schelpsieraden zelf, ofwel de oppervlakken waartegen ze werden gedragen, bedekt waren met dit veelgebruikte ijzeroxide pigment.12

Aangezien voedsel bederft, hebben mensen in een wereld zonder diepvriezers geen reden om meer voedsel te bewaren dan nodig is. Speren en vachten zijn ook moeilijk om mee te nemen. Vanaf een bepaalde hoeveelheid is een overschot aan speren en vachten dus beduidend minder waard. Deze voorwerpen met andere stamleden ruilen, is moeilijk omdat de ene kant precies moet hebben wat de andere kant wil. Maar het bezitten van gesneden en gepolijste schelpsieraden lost dit probleem op. Ze rotten niet en nemen niet veel plaats in, dus het is prima (en zelfs wenselijk) om er extra van te verzamelen wanneer de andere behoeften van mensen vervuld zijn. Ze zijn bijna universeel gewenst in een wereld met dat basisniveau van technologie. Zelfs als iemand ze niet graag draagt, zou hun partner, broer, zus of vriend ze misschien wel willen dragen. En ze weten dat leden van de meeste andere stammen ze appreciëren, wat toekomstige handelskansen mogelijk maakt.

Gesneden en gepolijste schelpsieraden maken was een zeer arbeidsintensief proces. De schelpen moesten eerst met de hand aan de kust worden verzameld. Daarna werden ze, afhankelijk van het type, versneden, gepolijst en doorboord met een boogboor, zodat er een draad doorheen kon worden gehaald en de kralen aan elkaar of aan een ander voorwerp bevestigd konden worden. Op die manier ontstond een nuttig en draagbaar ornament. Eenmaal vervaardigd gingen deze schelpsieraden lang mee en waren ze, in verhouding tot hun grootte en gewicht, bijzonder waardevol. Dat kwam door hun aantrekkelijke uiterlijk en de aanzienlijke hoeveelheid werk die in hun productie ging zitten. Wie overtollig voedsel inruilde voor schelpsieraden, of zijn vrije tijd besteedde aan het maken ervan, kon deze kralen vervolgens maanden- of jarenlang bewaren totdat er zich een gelegenheid voordeed om ze te ruilen voor iets wat hij of zij nodig had of graag wilde. Bovendien waren de kralen gemakkelijk mee te nemen en mooi om te dragen.

Met andere woorden, de schelpsieraden fungeerden als een verzamelbaar object dat de behoefte aan flexibel sociaal krediet kon vervangen. Ze namen de functie van een mondelinge administratie over, vooral in interacties met mensen die elkaar niet kenden of elkaar wellicht nooit meer zouden zien. Doordat schelpsieraden een universeel gewild en duurzaam goed vormden, kon iemand ermee handelen zelfs wanneer hij of zij niets concreets van de ander nodig had. Men vroeg simpelweg schelpen als ruilmiddel, om ze later te besteden aan iets wat men wel wilde hebben. Zo vertegenwoordigden deze kralen een draagbare, waardevaste ‘buffer’ voor de toekomst, in te wisselen tegen voedsel of andere hulpbronnen, zowel binnen de eigen gemeenschap als bij andere groepen. In tegenstelling tot bederfelijk voedsel, of tot omvangrijkere goederen als vachten en speren, boden deze kleine draagbare schelpen bovendien een efficiënte manier om tijd en middelen op te slaan voor later gebruik. Mensen droegen de kralen om hun polsen, hals, enkels of in hun haar, of gaven ze aan kinderen of partners. Zelfs een klein schelpensieraad was begeerlijk en vertegenwoordigde een grote hoeveelheid werk.

Omdat schelpsieraden een van de best verkoopbare goederen waren, kon elke streng schelpen fungeren als een ongespecificeerde toekomstige ‘gunst’. Iemand die veel kralen bezat door een overschot aan tijd en middelen te investeren in de productie ervan, of die ze geërfd had van een vorige generatie, kon deze later inzetten om dringende behoeften te vervullen. Een streng schelpsieraden bood een definitieve afrekening: de waarde ervan hing niet af van het geheugen van degene die eerder een dienst had ontvangen.

Los van hun intrinsieke schoonheid functioneerden schelpsieraden ook als statussymbool. Wie veel kralen droeg, beschikte over aanzienlijke rijkdom, zowel in letterlijke als in sociale zin. In een tribale samenleving wees een overvloed aan schelpsieraden aan riemen, armbanden, kettingen of zelfs ingenaaid in kleding op een verleden waarin deze persoon, of zijn naasten, veel waardevolle diensten hadden verricht. Het dragen van zo’n verzameling kralen straalde de boodschap uit dat zij langere tijd in overvloed hadden geleefd en dus een goede partij konden zijn om te leren kennen, respecteren of mee te paren. Ze lieten zien dat ze in staat waren geweest om welvaart op te bouwen en te bewaren.

In de eerdergenoemde studie, Wealth Transmission and Inequality Among Hunter-Gatherers, merkten de onderzoekers op dat roerende goederen in jager-verzamelaarsamenlevingen meestal individueel eigendom vormden, terwijl land er meer als gemeenschappelijk bezit optrad:

Roerende materiële eigendommen, zoals gereedschappen, kleding en waardevolle spullen, worden over het algemeen behandeld als individueel eigendom en worden vaak overgedragen aan nakomelingschap. In de meeste jager-verzamelaarsamenlevingen kunnen dergelijke bezittingen echter meestal worden gemaakt door elke volwassene van het juiste geslacht, of vrij gemakkelijk verkregen worden; uitzonderingen zijn dingen die een heel gespecialiseerde productie vereisen, of die verkregen zijn via beperkte handelscontacten, evenals rijkdom en prestige-artikelen in sommige sedentaire en minder egalitaire samenlevingen.13

Het is opmerkelijk dat ‘voorwerpen die een zeer gespecialiseerde productie vereisen’ en ‘prestigieuze goederen’ worden geïdentificeerd als typen eigendommen die niet gemakkelijk verkrijgbaar zijn. Met andere woorden, er is een daadwerkelijke schaarste aan deze objecten. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat hoewel jager-verzamelaarsgemeenschappen in veel opzichten in gemeenschap leefden, ze niet noodzakelijk zo egalitair zijn als we ons misschien voorstellen.

Inderdaad, zoals uitgebreid beschreven in het inleidende artikel in dit forum door Bowles et al., duidt een =0,25 aan dat een kind dat geboren wordt in de top tien procent van rijkste mensen in de bevolking vijf keer meer kans heeft om in deze rijkste tien procent te blijven dan een kind wiens ouders in het laagste deciel waren. Zelfs een van 0,1 betekent dat een kind geboren in de hoogste rijkdomsdeciel twee keer zo waarschijnlijk daar zal blijven dan iemand die in het laagste deciel is geboren. Deze resultaten suggereren dat in jager-verzamelaarspopulaties, zelfs die met uitgebreide voedseluitwisseling en andere egaliserende manieren (Cashdan 1982), de nakomelingen van degenen die beter af zijn, geneigd zullen zijn om dat ook te blijven, en omgekeerd telt hetzelfde principe.14

In tegenstelling tot wat bij een letterlijk kasboek het geval zou zijn, weet geen van de betrokken partijen precies hoe het volledige ‘kasboek’ van schelpsieraden eruitziet. Als jij en ik een transactie aangaan, kennen we geen van beiden het totale aantal schelpsieraden in ons gebied. Toch weten we welke eigenschappen ze hebben, hoe moeilijk ze te maken zijn en hoe vaak anderen ze dragen. Op basis daarvan schatten we hun zeldzaamheid in en bedenken we hoeveel we ervoor zouden willen ruilen.

Schelpkralen (of, in bredere zin, goederengeld) fungeren als een gedecentraliseerd, natuurlijk kasboek. Door schelpen in ruil voor iets waardevols aan iemand over te dragen, werken we de ‘stand’ in dit kasboek bij, en ons fysieke bezit van de kralen geeft de actuele status weer. Hoewel alle deelnemers ieder hun eigen stukje van dit kasboek beheren, is er niemand die de volledige status kent.

Wie beheert dit kasboek? Voor het grootste deel is het antwoord: ‘de natuur’. In de praktijk betekent dit dat geen persoon of groep het systeem naar eigen inzicht bestuurt. Het maken van schelpsieraden vereist namelijk het gebruik van energie en tijd (met de juiste materialen en technieken), waardoor valsspelen niet zo eenvoudig is. Aangezien kustbewoners hun vrije tijd rechtstreeks kunnen besteden aan het maken van schelpsieraden, terwijl bewoners van het binnenland hun overtollige hulpbronnen eerst ruilen tegen veelzijdige schelpsieraden, wordt de waarde van schelpen als maatstaf voor overtollige tijd en hulpmiddelen bepaald. Zo fungeren ze als opslagmedium voor ‘spaargeld’ en ‘waarde’ — vaak met tal van ceremoniële tradities rond het productieproces.

In extreme gevallen, of waar de technologische kloof groot is, ligt het beheer van het kasboek echter bij degene met de meest geavanceerde technologie. Dit goederengeldsysteem blijft werken zolang alle deelnemers min of meer dezelfde productieve mogelijkheden hebben (wat in grote delen van de wereld eeuwenlang het geval is geweest). Maar wanneer een zeer geavanceerde samenleving de oceaan oversteekt en ontdekt hoe schelpengeld hier wordt ingezet, kan ze wellicht meer kralen produceren per arbeidseenheid dan wie dan ook. Daarmee kunnen ze de waarde van schelpsieraden doen dalen door de markt te overspoelen. Zo krijgen ze toegang tot talloze middelen, terwijl het voor de inheemse stammen tijd kost om te beseffen dat deze nieuwe groep de productie erg snel kan opvoeren. Gaandeweg vermindert de zeldzaamheid van schelpsieraden, en daarmee hun waarde.

Zoals we in het volgende hoofdstuk zullen zien, is de geschiedenis van goederengeld nauw verbonden met technologische ontwikkeling. Bepaalde typen goederengeld bieden eeuwenlang een eerlijk kasboeksysteem, totdat de technologie zo ver gevorderd is dat één groep plots een oneerlijk voordeel krijgt. Hierdoor wordt iedere deelnemer tot aanpassing gedwongen, op straffe van verlies.

1. Ignace Gelb, Sumerian Language.

2. William Goetzmann, Money Changes Everything: How Finance Made Civilization Possible, 15-25.

3. Justin Pack, Money and Thoughtlessness, 51-70.

4. Zie bijvoorbeeld Marcel Mauss, The Gift; Marshall Sahlins, Stone Age Economics; en Paul Einzig, Primitive Money.

5. Elise Berman, Avoiding Sharing.

6. Paul Seabright, The Company of Strangers: A Natural History of Economic Life, 2-5, 91-105.

7. Eric Smith et al., Wealth Transmission and Inequality Among Hunter-Gatherers, 21.

8. Szabo, Shelling Out.

9. Dror Goldberg, Famous Myths of ‘Fiat Money’, 962-963.

10. Marc Shell, Wampum and the Origins of American Money.

11. Bin Yang, The Rise and Fall of the Cowrie Shell: The Asian Story.

12. National Science Foundation, Shell Beads from South African Cave Show Modern Human Behavior 75,000 Years Ago.

13. Smith et al., Wealth Transmission, 21.

14. Smith et al., Wealth Transmission, 31.

2 De evolutie van goederen als geld

Zoals in het vorige hoofdstuk is aangetoond, hebben mensen in kleine familie- en vriendenkringen geen geld nodig. Ze regelen hun onderlinge zaken vaak via een informeel mondeling kasboekje, waarin wordt bijgehouden wie de groep meerwaarde biedt en wie niet. In zulke kleine groepen lossen mensen op natuurlijke wijze ‘het probleem van ruilhandel’ op, vaak door flexibele sociale kredieten nog voordat het probleem zich daadwerkelijk voordoet.

Groepen die regelmatig handel drijven met andere, ongerelateerde groepen of die landbouw ontwikkelen en daardoor grotere, stabielere populaties vormen dan de typische stamgrootte, zullen onvermijdelijk een vorm van geld gaan gebruiken. Dit biedt hen een meer liquide, deelbare, draagbare en algemeen geaccepteerde rekeneenheid voor het opslaan en uitwisselen van waarde met mensen die ze niet persoonlijk kennen. Naast sociale kredietsystemen vertrouwen ze ook op de ‘kasboeken van de natuur’, zodat ze het ‘samenvallen van behoeften’ omzeilen en het succes van hun handel vergroten.

Voor buitenstaanders lijkt het gebruik van verzamelbaar protogeld soms vreemd, vooral omdat het maken ervan veel arbeid kost. Waarom zou iemand zoveel tijd besteden aan het vervaardigen van bijvoorbeeld schelpsieraden? Is dat geen verspilling van middelen in een survivalomgeving van jager-verzamelaars, waar elk hulpmiddel waardevol is en meer dan een derde van de kinderen niet eens de volwassenheid bereikt? Het antwoord is dat dit werk in tijden van overvloed een slimme investering kan zijn en zich ruimschoots terugverdient. Een standaard ruil- en waardeopslagmiddel maakt andere economische transacties immers veel efficiënter.

Naarmate een economie complexer wordt, stijgt het aantal mogelijke ruiltransacties voor verschillende goederen en diensten. Stel dat een samenleving vijf verschillende producten maakt; dan zijn er tien unieke handelsparen. Bij twintig producten zijn dat er 190, en bij honderd producten zelfs 4.950. Ruilhandel tussen willekeurige goederen wordt dan enorm inefficiënt, behalve voor de meest basale behoeften.

Wanneer het aantal complexe of vertrouwensarme interacties toeneemt en flexibel sociaal krediet niet langer voldoet, is het logisch dat een samenleving een standaardrekeneenheid of een vorm van geld ontwikkelt. Dit geld vervult in elke ruiltransactie de rol van tegenpartij.

Uit de beschikbare activa in een samenleving worden meestal een of twee goederen geselecteerd die het meest schaars, deelbaar, duurzaam, draagbaar en liquide zijn. Deze goederen komen bovendrijven als geld. Denk aan een appelboerin die hulp nodig heeft van een smid, een veeboer en een timmerman, en daarnaast medicijnen wil kopen voor haar kinderen bij een arts. Ze kan onmogelijk telkens mensen vinden die op dat moment precies haar appels willen ruilen tegen deze uiteenlopende diensten en producten. Een uitgebreid ruilhandelssysteem zoals bij buren is hier niet praktisch. Daarom verkoopt ze haar seizoensgebonden en bederfelijke appels voor een duurzame, algemeen geaccepteerde spaareenheid, waarmee ze die diensten en producten later kan aanschaffen.

In 1776 beschreef Adam Smith in The Wealth of Nations hoe geld ontstaat als oplossing voor de problemen van ruilhandel. Krediettheoretici plaatsen vraagtekens bij zijn voorbeeld en de volgorde van gebeurtenissen rond ruilhandel in het algemeen. Deze bezwaren, en het bredere debat daarover, worden uitgebreid behandeld in Hoofdstuk 4 van dit boek. De Oostenrijkse economische denkrichting, opgericht door Carl Menger in de late 19e eeuw en verder ontwikkeld door onder anderen Ludwig von Mises en Friedrich Hayek, heeft na Smith vooral de nadruk gelegd op goederengeld.

Volgens deze benadering moet geld deelbaar, draagbaar, duurzaam, fungibel, verifieerbaar en schaars zijn, en het heeft vaak ook enige intrinsieke nuttigheid. Allerlei soorten geld kunnen aan deze kenmerken worden getoetst:

Deelbaar

: het moet in kleinere eenheden kunnen worden opgesplitst die geschikt zijn voor uiteenlopende aankopen.

Draagbaar

: het moet eenvoudig te verplaatsen zijn en veel waarde moeten bevatten in weinig gewicht.

Duurzaam

: het moet gemakkelijk gedurende lange tijd kunnen worden opgeslagen zonder kwaliteitsverlies.

Fungibel

: elke eenheid is inwisselbaar voor een andere eenheid van hetzelfde geld.

Verifieerbaar

: de verkoper van goederen of diensten moet snel kunnen controleren of het geld echt is en geen vervalsing.

Schaars

: de totale beschikbare hoeveelheid mag niet snel toenemen.

Nuttig

: het goed heeft in veel gevallen ook een andere, op zichzelf wenselijke toepassing, bijvoorbeeld een nuttige of esthetische.

Al deze eigenschappen samen maken geld het ‘meest verhandelbare goed’ in een samenleving. Het is universeel in de zin dat iedereen het wil hebben of inziet dat het eenvoudig ruilbaar is tegen iets wat hij of zij wél wil. Carl Menger betoogt in On the Origin of Money dat ideaal geld waarde over zowel ruimte als tijd kan transporteren. Dit houdt in dat het efficiënt over afstanden kan worden verplaatst en ook kan worden bewaard voor toekomstige aankopen.1 Bovendien is liquiditeit een essentieel onderdeel van verhandelbaarheid: iemand moet relatief grote hoeveelheden van dit geld kunnen kopen of verkopen zonder al te veel waarde te verliezen door forse prijsverschillen of een gebrek aan handelsvolume. Liquiditeit is in zekere zin een graadmeter voor de mate van acceptatie: hoe breder iets wordt geaccepteerd, hoe groter de liquiditeit.

Schaarste speelt vaak de beslissende rol bij de keuze tussen twee concurrerende vormen van goederengeld. Maar het draait niet alleen om zeldzaamheid: als iets té zeldzaam is, verliest het juist liquiditeit, omdat bijna niemand ermee kan handelen. Een cruciaal begrip is de zogeheten stock-to-flow-ratio. Die ratio meet de hoeveelheden bestaande voorraad van een bepaald goed in een regio of wereldwijd (stock), gedeeld door de hoeveelheid nieuw aanbod die in een jaar kan worden geproduceerd (flow).

Goudontginners voegen elk jaar ongeveer 1,5% aan nieuwe goudvoorraad toe aan de geschatte bovengrondse wereldvoorraad van goud.2 Een kenmerk van goud is bovendien dat het niet wordt verbruikt, in tegenstelling tot de meeste andere goederen: de voorraad wordt telkens opnieuw omgesmolten of in een andere vorm opgeslagen.

Goud vergaat of roest niet zoals de meeste materialen en is moeilijk af te breken. Chemisch gezien is het inert en vormt het nauwelijks verbindingen. Je kunt het eindeloos omsmelten, of oplossen in bepaalde zuren en daarna weer filteren. Het kan zich verspreiden, maar uiteindelijk niet vergaan zoals andere materialen. Daardoor kan het altijd weer worden teruggewonnen. Behalve kleine beetjes die in elektronische circuits verloren zijn gegaan of scheepswrakken op de zeebodem, is het meeste ooit gedolven goud nog altijd in menselijk bezit, en zelfs de verloren voorraden zouden kunnen worden geborgen als de prijs hoog genoeg is. Er wordt wel gezegd dat goud praktisch onverwoestbaar is.3

Doordat goud onafgebroken wordt gewonnen en er vrijwel geen verlies optreedt van reeds gedolven goud, ligt de stock-to-flow ratio rond 100/1,5, wat een gemiddelde van 67 oplevert. Dit is de hoogste stock-to-flow ratio van alle goederen. Volgens schattingen van de World Gold Council heeft de wereldvoorraad gezamenlijk 67 jaar aan gemiddelde jaarproductie in handen. De groeisnelheid van die voorraad varieerde de afgelopen eeuw tussen 1 en 2%. Dat is een opvallend kleine marge.4 Zelfs in de jaren zeventig, toen de goudprijs sterk steeg ten opzichte van de dollar, beïnvloedde dit de jaarlijkse procentuele uitbreiding van de bestaande voorraden nauwelijks. Tot dat moment waren de enige perioden waarin de verfijnde goudvoorraad duidelijk sneller toenam, de tijden waarin industriële samenlevingen nieuwe, relatief gemakkelijk te winnen goudafzettingen ontdekten op andere continenten of nieuwe methoden ontwikkelden om eerder economisch onrendabele afzettingen alsnog winstgevend te maken.

Zodra een goed een monetaire premie bovenop de onderliggende gebruikswaarde krijgt, worden marktspelers sterk gestimuleerd om meer van dat goed te produceren. Alleen goederen die bestand zijn tegen een toename in aanbod, in verhouding tot de totale bestaande voorraad, kunnen deze druk weerstaan. Daarom worden ze in de hele wereld erkend en geaccepteerd als geld.

Tegelijkertijd is een middel dat zo zeldzaam is dat bijna niemand het bezit, mogelijk waardevol door zijn nuttige toepassingen, maar nauwelijks bruikbaar als geld. Het is niet voldoende liquide en wordt slechts door weinigen geaccepteerd, wat leidt tot hoge aan- en verkoopkosten. Sommige chemische elementen, zoals rhodium, zijn zeldzamer dan goud, maar hebben een lage stock-to-flow ratio omdat ze door de industrie even snel worden verbruikt als gedolven. Een rhodiumstaaf of munt kan als niche-object of waardeopslag dienstdoen, maar is niet geschikt als algemeen betaalmiddel. Hetzelfde geldt voor meteorieten of andere uiterst zeldzame voorwerpen. Vanaf 2022 zijn er in de Verenigde Staten in totaal 1.878 meteorieten gevonden, en elders in de wereld tienduizenden.5 Dat maakt meteorieten weliswaar zeldzame en kostbare verzamelobjecten, maar geen goed geld. Rhodiumstaven of meteorieten bieden simpelweg te weinig liquiditeit en deelbaarheid om als geld te dienen.

Een blijvend hoge stock-to-flow ratio blijkt de meest geschikte manier om de schaarste van iets dat als geld kan functioneren te meten. Deze ratio, in combinatie met andere eerdergenoemde kenmerken, is belangrijker dan alleen absolute zeldzaamheid. Een middel met een hoge stock-to-flow ratio is lastig te produceren, maar wordt toch in substantiële hoeveelheden vervaardigd, verspreid en bewaard, doordat het ofwel heel traag of helemaal niet wordt geconsumeerd. Deze zeldzame mix van eigenschappen stelt iets in staat om dienst te doen als geld, in plaats van alleen als verzamelobject.

Vroeger fungeerden diverse voorwerpen als geld, zoals stenen, kralen, veren, schelpen, zout, vachten, stoffen, suiker, kokosnoten, vee, koper, zilver en goud. Elk van deze mogelijkheden had andere scores voor de eerdergenoemde geldfuncties en kende sterke en zwakke kanten. Vaak werden er minstens twee soorten geld tegelijk gebruikt, omdat geen enkel afzonderlijk goed aan alle eisen voldeed.

Zout is deelbaar, duurzaam, verifieerbaar, fungibel en nuttig. Toch heeft het per volume- of gewichtseenheid niet zoveel waarde en is het ook niet erg schaars. Daarom scoort het laag op draagbaarheid en schaarste. De term ‘salaris’ is afgeleid van het Latijnse ‘salarium’, wat duidt op beloning in de vorm van zout.

Goud presteert op vrijwel alle kenmerken het sterkst en heeft veruit de hoogste stock-to-flow ratio. De enige zwakte ten opzichte van sommige andere goederen is dat goud minder goed deelbaar is. Zelfs een kleine gouden munt vertegenwoordigt al meer waarde dan veel alledaagse aankopen en omvat een grote hoeveelheid arbeid. Daarmee is goud de koning onder de goederen. Als sieraad is het feitelijk een technologische vervolgontwikkeling op schelpsieraden. De meest gangbare toepassing is het gebruiken van goud als zichtbaar en draagbaar symbool van welvaart, onafhankelijk van cultuur. Het is een goed dat je makkelijk kunt meenemen en inzetten om jouw sociale status te tonen.

Gedurende een groot deel van de menselijke geschiedenis was zilver het meest gebruikte geld. Voor bijna alle monetaire eigenschappen, na goud, scoorde zilver het beste. Het had ook de op één na hoogste stock-to-flow ratio. Op het gebied van deelbaarheid overtreft zilver goud omdat kleine zilveren munten bij uitstek geschikt zijn voor dagelijkse betalingen. Daardoor wordt zilver ook wel de koningin onder de goederen genoemd — net als bij schaken vormt de koning de kern, terwijl de koningin het meest wendbare stuk is.

Hierdoor gebruikten vermogende mensen goud doorgaans voor langetermijnopslag en als methode om rijkdom te tonen. Zij rekenden er ook grotere aankopen mee af. Zilver was juist een meer tactisch geld: het werd gebruikt als waardeopslag en algemeen betaalmiddel voor de meeste werkende mensen. Zo ontstonden in veel regio’s systemen waarin twee metalen fungeerden als geld, ondanks de uitdagingen die meervoudig geldgebruik met zich meebrengt, vooral vanwege de beperkte deelbaarheid van goud.