Erhalten Sie Zugang zu diesem und mehr als 300000 Büchern ab EUR 5,99 monatlich.
De verstandige mens is wijs wanneer hij het ongeduld heeft verbannen en wacht tot de tijd om te handelen aanbreekt. Wanneer de mens zijn ongeduld heeft verbannen zal zijn wezen staat tot rijpheid komen. Weet en begrijpt dat de wereld een onmetelijke leegte bezit waarin de beelden van het leven worden weerkaatst, die door de geest zijn geprojecteerd. De zogenaamde heilige boeken zijn geschapen op grond van dwalende kennis en vormen het idool van de onwetende mens. De geest is de gids tot spirituele kennis en alleen via deze weg kan de geesteskracht worden vermindert of vergroot. Realiseert u zich, dat deze wereld een permanente illusie is, die in stand wordt gehouden door de geest van de tijd en de oerkracht van de onbedwingbare natuur. Deze zijn het die de denkbeeldige wereldstructuur leefmilieu/leefklimaat altijd bewust of onbewust hebben ondersteund en beïnvloed. Dit zullen zij ook altijd blijven doen als één door de natuur ingegeven plichtsbetrachting. Indien men begrijpt wat plichtsbesef is, realiseert men zich daarbij ook meteen hoe zwaar het eigenlijk is en hoeveel moeite het de mens zal gaan kosten voordat dit besef metterdaad en vrijuit tot uitdrukking wordt gebracht.
Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:
Seitenzahl: 116
Veröffentlichungsjahr: 2024
Das E-Book (TTS) können Sie hören im Abo „Legimi Premium” in Legimi-Apps auf:
HALLELUJA PRIJS DE HEER
De Wonderlijke Wereld van het Geloof
Lancar Ida-Bagus
© Copyright: Vishnuh-Genootschap Suriname, Brazilië & Nederland
© Copyright: Gurubesar: Lancar Ida Bagus/ R.R. Purperhart
© Bibliography, photographs, and Illustrations Vishnuh Society
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt middels druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbenden.
Inhoud
KROPAK SURAT 435
Plichtsbesef en het Ware Onderzoek
De Wijsheid van Geduld
Over de Schriften en de Geest
De Illusie van de Wereld
De Eeuwige Schepper
Spiritualisme, Mystiek, Religie en de Levensbeschouwing van het Vishnuh-Genootschap
Over de Grondslagen van het Vishnuh-Genootschap
De Oorsprong en de Lontarboeken
De Levensbeschouwing van Vishnuh
De oorsprong van het hindoeïsme
De leer van het Vishnuh-Genootschap
Siddharta Gautama en de transformatie van spiritualisme tot religie
Het christendom en de Joodse traditie: van levensfilosofie tot georganiseerde religie
Lichaam, geest en de eeuwige Natuur
Plichtsbesef en de ethiek van de Natuur
Jezus van Nazareth en de verweving van mythen
Kritische beschouwing van religie en de Natuur als leidraad
De religieuze maatschappij en haar tekortkomingen
MAAR WIE WAS IN WERKELIJKHEID DE BIJBELSE JEZUS?
De kruisiging van Jezus volgens de Vishnuh-leer
De discipelen en de verrader
Romeinse overheersing en lokale collaboratie
DE VERLICHTING DER PAUPERS
Maar wat is en wat betekent Helios?
De Bijbelse fantasie door kerkgenootschappen
Kritiek op religie, macht en het geweld van de naam van God
Helios: de Hel van de Heliosbewoners
Jezus en Satan: twee gezichten van Helios
Wonderen, Mirakels en de Opkomst van Bijbelgenootschappen
De opkomst van Bijbelgenootschappen na Christus
De Bijbel als instrument van macht
Gods- en Geloofsillusies
Politiek als Nieuwerwetse Religie
Onderdrukking als systematische praktijk
Goden bestaan niet, en duivels evenmin
Een Vishnuïst is een vriend van alles en iedereen.
Epiloog – De lessen van Vishnuh
8 Januari 1995
LESBRIEF Nr.435
De Weg van de Waarheid
Inleiding
De leer van Vishnuh openbaart zich niet in woorden alleen, maar in het ritme van het leven zelf.Zij spreekt tot hen die durven luisteren naar de stem van de Natuur — niet de stem van dogma’s, maar die van het eeuwige beginsel dat in alles leeft.De mens, verstrikt in zijn zoektocht naar zekerheid en eeuwigheid, vergeet vaak dat niets blijvend is, behalve datgene wat hem draagt: de Natuur zelf.Wie haar wetten verstaat, wie haar stilte durft aan te kijken, vindt niet onsterfelijkheid, maar inzicht — en in dat inzicht schuilt ware vrede.
Zo spreekt de leer van Vishnuh:
“De waarheid leidt niet tot het eeuwige leven, want niets en niemand leeft eeuwig — behalve de Natuur.… Zij alleen ademt zonder begin en zonder einde, in stilte en in beweging, in groei en in verval.Toch schenkt de waarheid de mens een groot inzicht: zij leert hem hoe hij in harmonie kan leven met alle natuurwezens die samen met hem het ademende geheel van de aarde vormen.”
De waarheid is geen belofte van onsterfelijkheid, maar een uitnodiging tot begrip.Zij nodigt de mens uit om de eenheid van het leven te aanschouwen — niet vanuit hoogmoed of angst, maar vanuit eerbied voor het natuurlijke evenwicht dat hem draagt.Wie dit begrijpt, weet dat wijsheid niet gevonden wordt in woorden, maar in de stilte waarmee de Natuur haar wetten openbaart.
Om het ware plichtsbesef vrijuit tot uitdrukking te brengen, moeten zij die wijs zijn van hart en geest de verschijnselen van de wereld aandachtig onderzoeken.Zij moeten het waargenomene leren onderscheiden: wat waar is, wat slechts illusie, wat voortkomt uit het zuivere weten, en wat ontspruit aan menselijke begeerte of angst.Het is de taak van de bewuste mens zich te distantiëren van het onware — niet uit afkeer, maar uit helderheid — en zich te verbinden met datgene wat waarachtig en zuiver is.Want enkel wie zich richt op het ware, leeft in overeenstemming met de innerlijke wet van de Natuur.
Zo zegt de leer van Vishnuh:
“De verstandige mens bereikt pas ware wijsheid wanneer hij het ongeduld volledig uit zijn wezen heeft verdreven.Hij weet te wachten tot de tijd van handelen vanzelf aanbreekt.Wanneer het ongeduld is getemd, kan het wezen rijpen zoals de vrucht rijpt aan de boom: niet door haast, maar door het stille verstrijken van de tijd.”
Tijd en ruimte zijn onbegrensd; zij vormen het onzichtbare weefsel waarin al het leven zich voltrekt.Begrijp daarom dat de wereld een onmetelijke leegte bezit, waarin de beelden van het bestaan slechts weerkaatsingen zijn van de geest.Wat de mens waarneemt als werkelijkheid, is een projectie van zijn eigen innerlijk — een dans van licht en schaduw, gevormd door denken en verlangen.
De zogenoemde heilige geschriften zijn niet meer dan neerslagen van menselijke pogingen om het onbegrijpelijke te begrijpen.Zij zijn voortgekomen uit dwalende kennis, ontstaan uit angst voor het onbekende, en verheven tot het idool van de onwetende mens.Maar geen enkel schrift, hoe oud of heilig ook genoemd, bezit het gezag van de Natuur zelf, die zonder woorden onderwijst en zonder dogma’s leidt.Wie de Natuur verstaat, behoeft geen boek om de waarheid te vinden, want zij spreekt rechtstreeks tot het hart van wie luistert.
Het is onze eigen geest die van het irreële een werkelijkheid maakt.De wereld waarin wij leven is niet slechts een verzameling van dingen, maar een spiegel van de innerlijke gesteldheid van de mens.Alles staat met alles in verband — niet uiterlijk, maar innerlijk, in de onzichtbare diepten van de geest.Daar ligt de bron van kennis, de oorsprong van illusie én de sleutel tot bevrijding.De geest is de gids tot spirituele kennis: door hem kan de mens zijn kracht vergroten of verzwakken, zijn denken verhelderen of vertroebelen.
Begrijp daarom dat deze wereld een voortdurende illusie is — een droom die gedragen wordt door de geest van de tijd en door de oerkracht van de ontembare Natuur.Zij samen weven het tapijt van verschijnselen dat wij werkelijkheid noemen.Vanaf het begin der tijden hebben zij het wereldbeeld, het leefmilieu en het klimaat beïnvloed, gevormd en onderhouden — bewust én onbewust.Zij zullen dit blijven doen, als uitdrukking van een eeuwige plicht die de Natuur zichzelf heeft opgelegd: de plicht om te scheppen, te vernieuwen en te vergaan.
Het Gewicht van Plichtsbesef
Wie werkelijk begrijpt wat plichtsbesef inhoudt, beseft hoe zwaar het is.Hij erkent dat de vervulling ervan niet ligt in woorden of voornemens, maar in de stille en volgehouden daad van toewijding.De mens zal vele beproevingen moeten doorstaan voordat het besef van plicht niet slechts wordt begrepen, maar ook geleefd — oprecht, vrij en zonder eigenbelang.Plichtsbesef is niets anders dan de bewuste erkenning dat de mens deel uitmaakt van de Natuur, en dat hij, als haar kind, haar wetten moet eren door in evenwicht te handelen.
De Natuur is de schepper van het leven — ere wie ere toekomt.Zij geeft zonder te eisen, neemt zonder te vernietigen, en hervormt zonder te oordelen.In haar schoot rust het begin en het einde van alle dingen.Wie haar begrijpt, heeft het wezen van waarheid aanschouwd.Want de waarheid is geen bezit, maar een weg — en op die weg hervindt de mens zichzelf, niet als heerser, maar als dienaar van het leven.
Inleidende Rede van de Gurubesar
Ik groet u, dames en heren, meisjes en jongens,
Mijn naam is Lancar Ida-Bagus, Gurubesar — dat wil zeggen: hoogleraar en priester van het Vishnuh-Genootschap.Ik ben niet naar Nederland, of ruimer gezegd naar Europa, gekomen om een religie te prediken, noch om geloofd te worden of om volgelingen te werven.Mijn komst heeft een ander doel: om de naam Pencak-Silat in ere te herstellen, om mij hier te vestigen, en om het verhaal van mijn voorouders en grootouders — de oorspronkelijke dragers van het Vishnuh-Genootschap — door te vertellen aan hen die bereid zijn te luisteren.
Want de leer van Vishnuh zegt:
“Het is beter door nobele driestheid gevaar te lopen en de helft van al het kwaad te ondergaan,dan lafhartig en lusteloos te blijven uit angst voor wat zou kunnen gebeuren.”
Laat mij u, in kort bestek, iets vertellen over spiritualisme, mystiek, religie, en over de levensbeschouwing van het Vishnuh-Genootschap.Deze begrippen worden in de moderne wereld vaak door elkaar gehaald — alsof zij één en dezelfde betekenis dragen.Toch schuilt er een diep verschil tussen hen.Het spiritualisme richt zich op de levende verbinding tussen geest en materie; mystiek zoekt de directe eenwording met het hogere wezen van de natuur; religie daarentegen is veelal de georganiseerde vorm die deze beleving probeert te vangen in rituelen en dogma’s.Het Vishnuh-Genootschap overstijgt deze drie: het is geen geloof, maar een levenswetenschap — een erfgoed van wijsheid dat eeuwenlang in stilte is doorgegeven.
Het Hindu-Boeddhistische Vishnuh-Genootschap heeft de wereld sinds onheuglijke tijden gadegeslagen.Het heeft de gebeurtenissen van volkeren en beschavingen zorgvuldig opgetekend in de zogeheten Lontarboeken — geschriften vervaardigd uit de gedroogde bladeren van de Lontarpalm.Deze boeken zijn niet slechts documenten, maar levende getuigen van een eeuwenoude traditie.Zij bewaren kennis die niet vervormd is door macht of interpretatie, want het Vishnuh-Genootschap is altijd onafhankelijk gebleven.Zijn geschriften zijn nooit herschreven, nooit aangepast aan de wil van koningen of priesters, en daarom hebben zij hun oorspronkelijke kracht behouden.Wie deze teksten leest, leest niet alleen geschiedenis, maar het geheugen van de mensheid zelf.
De Oorsprong van het Genootschap
Ongeveer negenduizend jaar geleden werd dit genootschap gesticht op het eiland Sri Lanka door Vishnuh — een mens van vlees en bloed, geen mythische godheid.In die tijd kende men geen godsdiensten zoals wij die nu kennen; men beleefde de wereld in de vorm van animisme.Men vereerde wat leven schonk: een boom, een steen, een dier of een bron, waarin men het voortbestaan van de gemeenschap en de geest van de voorouders herkende.Het hindoeïsme, zoals wij dat tegenwoordig kennen, bestond toen nog niet.De mensen zagen de natuur als een levend geheel, en hun eerbied ging uit naar de kracht die alles verbond — niet naar een bovennatuurlijk wezen, maar naar het leven zelf.
De Overlevering en de Ontlening
Wat wij vandaag de dag als heilige kennis beschouwen, is vaak het resultaat van eeuwenlange ontlening en vervorming.In de loop der geschiedenis namen volkeren van elkaar over wat hen trof: hun rituelen, hun wijsheden, hun symbolen.De oude Egyptische beschaving — met haar diepe kennis van kosmos, lichaam en geest — werd door anderen nagevolgd en hervertaald in eigen woorden, talen en overtuigingen.Zo ontstonden later stelsels als het hindoeïsme, die veel van hun zogenaamde oeroude wijsheden ontleenden aan nog vroegere bronnen.
De vedische geschriften, die vandaag worden geprezen als dragers van de oudste waarheid, zijn in werkelijkheid veel jonger dan vaak wordt aangenomen.Zij bevatten kennis die door de eeuwen heen verzameld, aangevuld en herschreven werd.Wat ooit bestond uit enkele zinnen, geschreven in het Prakrit — de voorloper van het Sanskriet — groeide uit tot omvangrijke teksten die meer de echo zijn van menselijke interpretatie dan van de oorspronkelijke waarheid.
De kern van de oude wijsheid raakte bedekt onder lagen van geloof, ritueel en macht.Maar het Vishnuh-Genootschap heeft deze kern bewaard — zuiver, ongefilterd en levend, als een bron die nooit is opgedroogd.
Het Vishnuh-Genootschap onderwijst dat de mens niet geboren is om te aanbidden, maar om te begrijpen.Niet om te vluchten in geloof, maar om te ontwaken in kennis en inzicht.De mens is niet het middelpunt van de schepping, maar slechts een deelnemer aan het eeuwige proces van natuur en bewustzijn.Wie dat begrijpt, beseft dat waarheid geen dogma is, maar een voortdurende ervaring; een staat van helderheid waarin men leert te zien wat is — zonder de sluier van illusie of angst.
De ware wijsheid ligt niet in aanbidding, maar in verbondenheid:verbonden met de aarde, met het water, met de lucht, met de adem die wij delen met elk levend wezen.Het Vishnuh-Genootschap herinnert de mens eraan dat hij slechts rentmeester is van wat hem tijdelijk is toevertrouwd.
De leer van Vishnuh zegt:
“De mens die leeft naar het ritme van de Natuur, leeft volgens de hoogste wet.
… De mens die haar tart, verliest zichzelf, want hij snijdt de wortel door die hem voedt.”
Later in de geschiedenis trachtten Indiase geleerden, onder aanvoering van de priesterlijke elite en de invloedrijke heersers van het subcontinent, de veelheid aan oude volksgebruiken, rituelen en filosofieën te ordenen. Zij ontwierpen regels, verzen en ceremonies die niet slechts een religie vorm moesten geven, maar tevens dienden ter bevestiging van hun maatschappelijke en geestelijke overwicht. Zo ontstond een systeem dat de macht van de priesterkaste consolideerde en waarin kennis en geloof werden verstrengeld tot een ideologisch instrument.
Deze nieuw gevormde leer verspreidde zich in de eeuwen daarna via rondreizende missionarissen naar andere landen. Overal waar zij neerstreken, nam het geloof nieuwe vormen aan, aangepast aan de gebruiken, de taal en de noden van de lokale bevolking. Zo werd een oorspronkelijk regionaal gedachtegoed gaandeweg een mozaïek van uiteenlopende interpretaties, een religie die zich voortdurend aanpaste om te overleven.
De benaming Hindu zelf vindt haar oorsprong niet in een godsdienst, maar in een geografische aanduiding. Toen de rivier de Indus werd ontdekt, noemden de bewoners van het gebied haar de Shindu. Toen later het volk uit het naburige Perzië het gebied binnenviel, konden zij de aanvangsklank S niet uitspreken en spraken zij van de rivier Hindu; de mensen die achter die rivier woonden, noemden zij Hindustani.
Wie destijds dus aan of nabij de oevers van de Indus woonde, werd Hindu genoemd — niet vanwege een geloofsovertuiging, maar eenvoudigweg omdat men behoorde tot het volk van de Indusvallei. Het begrip had aanvankelijk geen enkele religieuze connotatie.
Pas in latere eeuwen werd de term uitgebreid en raakte deze verbonden met een religieus systeem dat men hindoeïsme
