Het begon in Den Helder - Lancar Ida-Bagus - E-Book

Het begon in Den Helder E-Book

Lancar Ida-Bagus

0,0
10,07 €

-100%
Sammeln Sie Punkte in unserem Gutscheinprogramm und kaufen Sie E-Books und Hörbücher mit bis zu 100% Rabatt.

Mehr erfahren.
Beschreibung

Het begon in Den Helder van Gurubesar Lancar Ida-Bagus is een compromisloze en persoonlijke aanklacht tegen de vaak verborgen vormen van discriminatie, sociale ongelijkheid en mentale slavernij in Den Helder en omstreken. De auteur verweeft zijn eigen levenservaringen met een breder maatschappelijk beeld waarin vooroordelen, raciale ongelijkheid en bureaucratische onverschilligheid pijnlijk zichtbaar worden. Van het onderwijs tot de sociale dienst, van religie tot politieoptreden — niets blijft onbesproken. Het boek legt bloot hoe burgers, bewust of onbewust, medeplichtig raken aan uitsluiting en stilzwijgende ongelijkheid. Tegelijkertijd klinkt er een krachtig pleidooi door voor zelfbewustzijn, burgerlijke ongehoorzaamheid en geestelijke bevrijding. Ida-Bagus laat zien hoe innerlijke kracht, discipline en waarheid de mens weerbaar maken in een harde wereld. Het begon in Den Helder is geen verhaal dat wil sussen, maar een boek dat wakker schudt — een oproep aan ieder die bereid is echt te kijken, te voelen en te handelen. Authentiek. Strijdbaar. Onmisbaar.

Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:

EPUB
MOBI

Seitenzahl: 285

Veröffentlichungsjahr: 2026

Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



Het begon in Den Helder

De Erfenis en sociale muren— de verborgen patronen van macht en uitsluiting

Lancar Ida-Bagus

© St. Vishnuh-Genootschap, Gurubesar R.R. Purperhart – Lancar Ida-Bagus, 2025Alle rechten voorbehouden.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in welke vorm dan ook, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.

Inhoud

Voorwoord

Den Helder: de geschiedenis als fundament

De oude garde: Families, huizen, het koloniale en erfgoed en de nalatenschap van sociale ongelijkheid

De Vergeten Wreedheid – Slavernij en Geweld in Noord-Holland en Elders

Mondelinge overlevering en lokale herinnering

Concreet: Macht en uitsluiting in het dagelijks leven.

De impact op identiteit en gemeenschap

Naar een toekomst van erkenning en inclusiviteit

Onder hun huid: de discriminatie die men niet uitspreekt

De afgrond nadert zienderogen

Arrogantie

Eerlijke mensen bestaan ook

De jeugd tussen twee werelden

Integriteit als innerlijk verzet

De Adem van Verandering

Wanneer kennis geen bewustzijn brengt

Jongeren die de geschiedenis herschrijven

Mijn Jeugd

De kracht van een naam, en de angst ervoor

Wat afwijzing doet met een ziel

Een afwijzing die het hele land doordringt

De verdraaide blik van het laaggeschoolde volk

Twee werelden binnen één stad

Gedwongen ‘vrijwilligerswerk’: de moderne dwangarbeid

Tegen de stroom in – kracht buiten het systeem

De jagers van de straat – over politie en handhaving

De stilte van Den Helder – bang voor het systeem

De morele leegte van de ambtenarij

De gewortelde structuur van onverschilligheid

Een handvol mensen – de menselijke vonk

Weerbaarheid van de burger – geestelijk overeind blijven

Mijn rol als Gurubesar – observator en gids in een complexe samenleving

Burgerlijke ongehoorzaamheid – het stille verzet tegen onrecht

De werkende elite en hun blinde arrogantie

De nieuwe zingeving: buiten de kerk, binnen de mens

Zingeving in de praktijk: stille bouwers in Den Helder en daarbuiten

De rol van een Gurubesar in een tijd van verwarring

Bewustzijn en doordringend

Waar de instanties falen, grijpt de Gurubesar in

Word zelf een stem — het pad van de kleine Gurubesar

Innerlijke kracht — het pantser van de bewuste mens

Mentale slavernij — de onzichtbare ketenen breken

Korte oefenroutine ter versterking van geest en lichaam

369

Epiloog

De Erfenis en sociale muren— de verborgen patronen van macht en uitsluiting

Voorwoord

In een wereld waar mensen zich verliezen in rituelen zonder bezieling, in systemen die rechtvaardigheid ontberen en in woorden die hun waarheid hebben verloren, kies ik ervoor te spreken. Niet namens een religie. Niet namens een macht. Maar namens de mens. Namens het Vishnuh-Genootschap. Namens jou, mij, ons — zij die weigeren weg te kijken van wat is weggestopt, verzwegen of verdraaid.

Het Vishnuh-Genootschap is geen religieuze orde, maar een levend weefsel van cultuur, filosofie en menselijke ontmoeting. Ooit gevormd door nazaten van Javaanse en Balinese adellijke geslachten — vastgelegd in de lontarboeken die onze geschiedenis bewaren — is het uitgegroeid tot een gemeenschap waarin diversiteit niet bedreigt, maar verrijkt. Onze leden dragen Indiase, Javaanse, Guyanese, Braziliaanse, Afrikaanse en Nederlandse wortels in zich. Hun afkomst mag verschillen, maar hun verbondenheid is dezelfde: het besef dat geestelijke verwantschap zwaarder weegt dan bloedlijnen, en dat eenheid de ware erfenis is die wij koesteren.

Onze poesaka’s — de kronieken, erfstukken en literatuur die generaties hebben doorgegeven — vormen het kloppend hart van ons geheugen. Zij herinneren ons eraan dat onze identiteit niet ligt in ras of kleur, maar in de kracht van verhalen en waarden. Want wie wij zijn, overstijgt uiterlijke kenmerken. In het Vishnuh-Genootschap erkennen wij slechts één afkomst: die van de mensheid zelf.

Het oude Java zoals het ooit bestond, leeft niet meer in zuivere vorm. Zijn nazaten zijn deel geworden van nieuwe gemeenschappen: Indonesiërs, Surinamers, Antillianen, Filippijnen, Nederlanders. Ook ikzelf ben een kind van menging: Javaans van moederszijde, Creools van vaderszijde. Toch is het Vishnuh-Genootschap mijn werkelijke fundament geweest. Het schonk mij helderheid waar bijgeloof verwarring bracht, en waarden waar angst de overhand had.

Wij zijn allen bewoners van dezelfde aarde. Dat is geen poëtische metafoor, maar een eenvoudige waarheid en een gedeelde verantwoordelijkheid. Want samenleven betekent méér dan naast elkaar bestaan: het vraagt steun, trouw, en de bereidheid elkaars lasten te dragen in tijden van voorspoed en in tijden van beproeving.

Binnen ons Genootschap kennen wij geen dogma’s, geen afgoden, geen gesloten geheimen. Wat wij wél kennen, zijn mensen die hun ogen openen voor de stille waarheid die diep onder de oppervlakte fluistert. Mensen die begrijpen dat verandering niet in systemen begint, maar in het individu — in de moed om verantwoordelijkheid te nemen voor eigen denken, spreken en handelen.

Als Gurubesar van het Vishnuh-Genootschap sta ik niet boven de samenleving, maar ín haar. Ik ben één van jullie. Ik geloof in een menswaardige wereld, waarin we opnieuw leren luisteren naar de stem van de natuur, de ander en onszelf. Het Vishnuh-Genootschap is daarvan een tastbare uitdrukking. Geen tempel, geen instituut, maar een plek van stilte en gesprek, van bezinning en betrokkenheid. Een baken voor ieder die zoekt naar zingeving zonder dwang, naar groei zonder oordeel, naar verbondenheid zonder uitsluiting.

Dit boek dat je in handen hebt, is geen leerboek. Geen handleiding, geen manifest, geen strijdkreet. Het is een getuigenis. Een stem van binnenuit. Geschreven met eenvoud, maar geworteld in doorleefde ervaring en gedragen door dienstbaarheid.

In een tijd waarin velen roepen maar weinigen werkelijk luisteren, nodigt dit werk uit tot vertraging. Tot voelen. Tot herinneren wat het betekent om mens te zijn: wakker, verbonden, verantwoordelijk. Hier vind je geen spektakel, maar richting. Geen absolute waarheden, maar spiegels die je uitnodigen jezelf terug te vinden, je kracht te hervinden en je handelen in harmonie te brengen.

Of je nu deel uitmaakt van het Genootschap, of slechts voor een moment deze woorden aanraakt — moge dit boek voor jou zijn als een anker, een herinnering, een zacht licht. Niet om te volgen, maar om je eigen weg te verlichten.

Lancar Ida-Bagus, Gurubesar van het Vishnuh-Genootschap

Den Helder: de geschiedenis als fundament

De regio rondom Den Helder en Texel draagt een geschiedenis die diep verweven is met het Nederlandse koloniale verleden. Texel, met haar strategische ligging aan de Noordzee, speelde een cruciale rol in deze geschiedenis. Vanuit haar havens vertrokken talloze schepen die mensen uit Afrika als slaven vervoerden naar de overzeese koloniën. Deze donkere periode van menselijk leed is een onderbelichte, maar onmiskenbare schakel in het verhaal van de regio.

Tegelijkertijd vormden de families in Den Helder en omliggende dorpen een elite die hun rijkdom en macht baseerden op dit koloniale verleden. Grote landgoederen en huizen, vaak al generatieslang in bezit van dezelfde familie, vertellen het verhaal van een geconcentreerde welvaart en macht. Deze welvaart kwam voort uit handel, koloniale uitbuiting en de bijbehorende sociale structuren die in stand werden gehouden.

De mentale erfenis hiervan is tastbaar: een cultuur van geslotenheid, behoudendheid en het doorgeven van macht en privileges binnen de eigen kring. Het verleden is nooit ver weg, maar leeft door in de sociale structuren en in de wijze waarop mensen met elkaar omgaan.

Door dit fundament te erkennen, kunnen we beter begrijpen waarom verandering in deze regio zo moeizaam gaat en waarom er zo'n sterke sociale scheidslijn bestaat tussen ‘wij’ en ‘zij’. Het is deze geschiedenis die de basis legt voor de verborgen patronen van uitsluiting en discriminatie die het dagelijks leven blijven bepalen. Dat beeld moet worden verbannen uit het menselijk leven.

Want zolang we deze onzichtbare erfenis negeren, blijven we bouwen op grond vol scheuren — een bodem waarin wantrouwen, achterdocht en pijn wortel hebben geschoten. Er zijn generaties opgegroeid met het idee dat hun plaats al bepaald was, dat hun stem minder waard is, dat vooruitgang een privilege is voor een ander.

Maar deze geschiedenis hoeft geen vaststaand lot te zijn. Wij kunnen leren kijken met nieuwe ogen, luisteren met een open hart en spreken met de moed die waarheid vraagt. Wanneer wij het onrecht benoemen dat tot op de dag van vandaag zowel de nageslachten van de daders als die van de slachtoffers belast en knecht, verbreken wij de ketenen van het stilzwijgen. Wanneer wij de verbinding zoeken, slaan wij bruggen over de breuklijnen die eeuwenlang generaties hebben gescheiden.

Pas dan ontstaat de mogelijkheid tot werkelijk samenleven — niet langer gebonden aan de schaduwen van het verleden, maar gedragen door het licht van gedeelde menselijkheid. Een menselijkheid die niet scheidt, maar herinnert; die niet verdeelt, maar herstelt.

De oude garde: Families, huizen, het koloniale en erfgoed en de nalatenschap van sociale ongelijkheid

In de omliggende dorpen van Den Helder staan grote landhuizen en landgoederen die al eeuwenlang eigendom zijn van dezelfde families. Deze huizen zijn meer dan alleen stenen en hout; ze zijn monumenten van macht, rijkdom en sociale status die van generatie op generatie zijn doorgegeven. Vaak gebeurde dit zonder dat er ooit iemand van buiten de familie toegang kreeg tot deze kringen.

Deze erfgoedbezit is een tastbare herinnering aan een tijd waarin koloniale handel en slavernij de basis vormden van economische voorspoed voor deze families. Het is een geschiedenis die niet alleen in archieven staat, maar in de muren van deze huizen en in het dagelijks leven van de regio wordt voortgezet.

De concentratie van bezit binnen deze families zorgt ervoor dat macht en invloed vaak binnen een kleine kring blijven. Dit heeft grote invloed op hoe sociale en economische kansen verdeeld worden. Het is niet zelden dat banen, contracten en zelfs politieke posities worden toegekend via deze netwerken — vaak onzichtbaar, maar effectief.

Daarnaast straalt deze exclusiviteit ook een boodschap uit aan de rest van de regio: er is een duidelijk onderscheid tussen wie ‘hoort’ bij de elite en wie niet. Dit onderscheid zet sociale barrières neer die de toegankelijkheid tot deze machtige kringen beperken en daarmee ook de kansen voor velen.

Door het erfgoed en de invloed van de zogenoemde ‘oude garde’ te bestuderen, wordt pijnlijk duidelijk hoe diepgeworteld de sociale ongelijkheid is — in deze regio, in de voormalige koloniën, en in Nederland zelf. Deze ongelijkheid werd niet alleen in stand gehouden door de politieke en economische structuren van die tijd, maar ook actief gevoed via het onderwijs.

Dezelfde instituten die later de afschaffing van de slavernij zouden uitroepen, waren eeuwenlang medeplichtig aan het beschermen en legitimeren van koloniale misdaden. Ze boden niet alleen morele dekking aan uitbuiting en geweld, maar deden dit vaak met religieuze rechtvaardigingen die diep doordrongen in het maatschappelijk bewustzijn.

… De Bijbel werd doelbewust ingezet om slavernij te verdedigen als een door God ingestelde orde. Verzen zoals Efeziërs 6:5 — "Slaven, wees uw aardse meesters gehoorzaam met diep ontzag en eerbied" — en Colossenzen 3:22 — "Slaven, gehoorzaamt in alles uw aardse heren" — werden aangehaald als goddelijke legitimatie voor onderwerping. Ook Titus 2:9, dat stelt dat "slaven hun meesters onderdanig moeten zijn en hun in alles behagen", werd veelvuldig gebruikt om moreel verzet tegen de slavernij als zondig af te schilderen.

Het godsgeloof werd geconfisqueerd — gekaapt en herverpakt als machtsmiddel. Religie, ooit gebruikt als middel van schijnvrede, om de mensheid te manipuleren, om oorlog te rechtvaardigen en kwaad te zegenen, werd feilloos ingelijfd in de koloniale gereedschapskist en gebruikt als een instrument van slavernij.

De godsdienstleer van onderdrukking en marteling van medemensen werd vanaf kansels verkondigd, onder het wakend oog van kerk en kroon. In vreemde tongval, doordrenkt met normen die ons vreemd waren, werd volgzaamheid tot deugd verheven en gehoorzaamheid tot heilig plicht gemaakt.

Wat daarvan resteert, is geen levend spiritueel erfgoed, maar een moreel litteken — diep ingesneden in wetten, overheidsorganen, instituten en zelfs in onze zelfbeelden. Een wond die generaties overstijgt; niet altijd uitgesproken, maar des te voelbaarder in de overtuigingen die religie ons heeft ingeprent. De schade is niet slechts historisch: zij ademt voort in onze tijd, in de manier waarop wij onszelf en elkaar zijn gaan zien, en in de onzichtbare muren die ons van binnenuit blijven scheiden.

De doorwerking van het koloniale verleden in hedendaagse structuren

In voormalige koloniën zoals Suriname en de Nederlandse Antillen manifesteert de koloniale erfenis zich in de vorm van wat men kan aanduiden als een gemoderniseerde slavernij. Deze uit zich niet langer in ketenen of plantages, maar in structurele ongelijkheid, economische marginalisering, etnische uitsluiting en het voortbestaan van raciale stereotypen. Waar ooit religie als legitimatie diende voor overheersing, zijn het nu maatschappelijke instituten die deze ongelijkheid in stand houden — vaak zonder expliciete intentie, maar des te doeltreffender in hun werking.

Tijdens de Gouden Eeuw eigende Nederland zich rijkdom toe via landdiefstal en onderdrukking in gebieden als Indonesië, Zuid-Afrika, Sri Lanka, delen van India en zelfs delen van Brazilië. Wat als handel werd voorgesteld, was in werkelijkheid vaak brute overheersing, waarbij hele samenlevingen werden ontwricht en natuurlijke rijkdommen systematisch werden geplunderd.

Miljoenen mensen werden uitgebuit, ontworteld of uitgeroeid, terwijl de economische winsten in de schatkisten van Europese handel- en machtselites vloeiden. Wat achterbleef, was leegte: verarmde gemeenschappen, gebroken samenlevingen, verscheurde families.

De gevolgen daarvan echoën tot op de dag van vandaag door — in de Sociaal-Economische structuren die ongelijkheid bestendigen, en in het collectieve geheugen van volkeren die hun wonden nog altijd dragen. Het is een erfenis die niet in archieven besloten ligt, maar die spreekt in armoede en overvloed, in privileges en achterstanden, in wantrouwen en in het stille verlangen naar herstel.

De erfenis van deze koloniale misdaden leeft voort in subtiele vormen — in taal, in onderwijs, in beeldvorming, en in de hardnekkige neiging om het verleden te verzachten. Het ging om niets minder dan georganiseerde landroof en mensonterende overheersing. Daartoe worden onzichtbare mechanismen van achterstelling in die landen zichtbaar in trage en ontoegankelijke bureaucratieën, in infrastructuur die onvoldoende voorziet in basisbehoeften, in een onderwijssysteem dat eerder sociale ongelijkheid reproduceert dan doorbreekt, en in arbeidsmarkten waarin sociale afkomst zwaarder weegt dan individuele competentie.

Deze mechanismen bestaan niet op zichzelf; zij zijn echo’s van een systeem dat diep geworteld is in eeuwen van koloniale overheersing. Land werd geroofd, culturen onderdrukt, samenlevingen herschikt naar de belangen van de kolonisator.

Hun nalatenschap leeft voort in het alledaagse: in subtiele sociale signalen, in het schijnbare beroep op ‘neutraliteit’, en in wetten en regels die ogenschijnlijk objectief lijken, maar systematisch bepaalde groepen benadelen. Net zoals de koloniale wet vroeger niet recht diende, maar orde oplegde ten bate van een vreemde macht, herhalen deze structuren zichzelf vandaag — soms zichtbaar, vaak onopgemerkt — en bepalen zij hoe wij elkaar ervaren en behandelen.

De koloniale logica heeft zich getransformeerd. Waar zij eeuwenlang zichtbaar was in slavernij, landroof en het opleggen van vreemde wetgeving, heeft zij zich vandaag vermomd als beleid, begroting en statistiek. In de Gouden Eeuw werd winstbejag verstrengeld met religieus gezag: de handelaren, missionarissen en ambtenaren werkten samen om inheemse samenlevingen te reorganiseren naar hun eigen belangen. Dorpen werden gedwongen ontbonden, traditionele leiders verdreven, en culturen systematisch herschikt — soms subtiel, soms met brute kracht.

Deze praktijken lieten sporen na die diep in het sociale weefsel zijn doorgedrongen. De erfgenamen van deze onderdrukking voelen nog altijd de gevolgen: toegang tot onderwijs, eigendom van land en erkenning van hun geschiedenis wordt vaak beperkt, niet vanwege een gebrek aan vermogen of verdienste, maar omdat het sociale systeem de oude hiërarchieën impliciet voortzet. De koloniale wetten en administratieve structuren, die ooit bedoeld waren om orde en winst voor de kolonisator te garanderen, leven voort in de moderne bureaucratie, in regelgeving die ogenschijnlijk neutraal is, maar die ongelijkheden in stand houdt en kansen ongelijk verdeelt.

Misstanden zoals hongersnood, analfabetisme, vervuiling en ontbossing zijn geen toevallige tragedies; zij zijn de directe erfenis van eeuwenlange onderdrukking. Eeuwenlang werd een volk dom gehouden, eerst door het koloniale systeem, en nu, in een bitter ironische wending, door eigen mensen.

Zij die zich ontpopten tot voortzetters van het koloniale bewind, nu vermomd in lokale gedaante, hebben de structuren van onderdrukking geïnstitutionaliseerd. Zij normaliseerden uitbuiting, monopoliseerden kennis en bepaalden wie toegang kreeg tot macht en middelen. De plaatselijke elite, vaak gevormd en opgeleid binnen dezelfde systemen die hun voorouders knechtten, reproduceert nu met onbewuste precisie datzelfde model: een systeem dat ongelijkheid bestendigt en macht concentreert, en dat het volk in vele opzichten in afhankelijkheid houdt.

Wat ooit met brute kracht werd opgelegd, wordt nu bestendigd door beleid, bureaucratie en een geraffineerde vorm van valse trots. De modellen van overheersing die tijdens de Nederlandse expansie in Indonesië, Suriname en de Antillen werden geïmporteerd, bleken zo doeltreffend dat zij ook na de formele onafhankelijkheid hun werking behielden. Alleen kregen ze nieuwe gezichten; de structuren, de hiërarchieën, de mechanismen van controle bleven onveranderd, als stille erfgenamen van een verleden dat nooit volledig werd afgesloten.

Het volk blijft afhankelijk, niet uit natuur, maar door design. Want een volk dat denkt, is een volk dat zich verzet.

En dat is precies wat men probeert te voorkomen. Onderwijs blijft gericht op aanpassing, niet op bevrijding; geschiedenis wordt onderwezen als anekdote, niet als confrontatie; en taal wordt gereguleerd om kritiek te neutraliseren nog voordat die kan worden uitgesproken.

In dat verband mag ook de rol van religie niet onbenoemd blijven. De religies van de kolonialisten zijn niet verdwenen met het formele einde van de overheersing; ze zijn gebleven, verankerd in gemeenschappen, en worden tot op heden voortgezet door gewetenloze religieuze schurken die het eigen volk onder het mom van geloof klein houden, afhankelijk maken en structureel uitbuiten.

Vaak opereren deze stromingen onder invloed van of in samenwerking met Nederlandse religieuze instituten — dezelfde instituten die ooit de slavernij faciliteerden en moreel legitimeerden onder koloniaal bewind. Deze Nederlandse instellingen oefenen nog steeds invloed uit op het denken, het geestelijk leven en het sociale bewustzijn van de voormalige koloniën, waarbij ze mensen aanmoedigen te blijven geloven in iets wat hun reële bestaan niet verbetert, maar juist verlamt.

Het zijn dezelfde instituties die tijdens de kolonisatie in kerken de superioriteit van de blanke man predikten, die doop gebruikten als instrument van onderwerping, en die de inheemse spirituele tradities bestempelden als heidens of demonisch. Nu, generaties later, dragen hun nazaten dezelfde boodschap — alleen verpakt in modern taalgebruik, met dezelfde verwoestende werking: gehoorzaamheid, onderwerping en afhankelijkheid vermomd als geloof, hoop en liefde.

Het gevolg is een vorm van geestelijke gevangenschap waarin kritisch denken wordt ontmoedigd of nooit is ontwikkeld. Veel mensen hebben nooit geleerd om zelfstandig te reflecteren op hun situatie, om vragen te stellen, om te twijfelen, om hun eigen waarheid te zoeken. Daardoor wordt emancipatie niet alleen vertraagd, maar structureel ondermijnd. Zo komt het volk nooit uit de slop: het is gevangen in een mentale staat van afhankelijkheid en berusting, opgevoed tot volgzaamheid, getraind in gehoorzaamheid. En terwijl het uiterlijke systeem verandert, blijft de innerlijke slavernij bestaan.

Dit is geen toeval, maar een erfenis van doelgerichte ontmenselijking, ingezet door kolonisatoren die wisten dat wie geestelijk vrij is, zich niet laat onderwerpen. Daarom werden in de koloniën onderwijssystemen ingericht die gehoorzaamheid boven inzicht plaatsten, en werden religieuze dogma’s gepredikt die twijfel als zonde bestempelden. Het denken werd geknecht nog vóór het kon rijpen, het zelfvertrouwen ondermijnd nog vóór het kon groeien. Wat achterbleef was een volk dat geleerd heeft zich klein te houden — niet omdat het moet, maar omdat het nooit iets anders heeft gekend.

Zonder een diepgaande bewustwording en bevrijding van deze mentale ketens — zonder de ontwikkeling van eigen denkvermogen, historisch besef en sociaal zelfvertrouwen — is er geen toekomst. Een volk dat niet leert om zelf na te denken, verliest niet alleen zijn vrijheid, maar ook zijn richting. Het heeft dan zijn eigen einde al in zicht, niet omdat het dat wenst, maar omdat het is afgeleerd om alternatieven te zien.

Het is dan ook onvoldoende om slavernij louter als een afgesloten hoofdstuk in de geschiedenisboeken te beschouwen. De geest ervan leeft voort in de sociale en economische verhoudingen van vandaag. De koloniale ideologie die ooit met bijbel en bajonet werd opgelegd in gebieden als Suriname, Indonesië en de Antillen, heeft diepe sporen achtergelaten — niet alleen in instellingen, maar in het zelfbeeld van volkeren. Zolang deze realiteit niet expliciet wordt erkend en aangepakt, blijven we gevangen in een wereld waarin structureel onrecht wordt genormaliseerd.

Het proces van herstel en rechtvaardigheid begint bij het benoemen van dit onrecht, het erkennen van het doorleefde koloniale trauma, en het weigeren om dergelijke vormen van ongelijkheid — zowel van buitenaf als van binnenuit — nog langer als ‘normaal’ te accepteren. Want wat als ‘normaal’ wordt gezien, blijft onzichtbaar. En wat onzichtbaar blijft, heerst zonder verzet.

Helaas zal het wellicht nog millennia duren voordat de vroegere onderdrukte volkeren werkelijk herstellen van het diepe trauma dat hen generatieslang is aangedaan. Misschien komt die genezing zelfs nooit — en blijven ze gevangen in een identiteit die hen vreemd is, vervreemd van hun wortels, hun voorouders en hun eigen kracht. Dit lot is rechtstreeks terug te voeren op het koloniale proces van ontworteling en culturele onderdrukking, waarbij eigen talen, tradities en geloofssystemen werden verboden of geminimaliseerd ten gunste van de taal en waarden van de kolonisator.

Het merendeel van de achtergestelde volken is verraderlijk tegenover hun eigen geschiedenis: ze hebben geen eigen taal meer, spreken de taal van hun vroegere onderdrukkers en buigen zich als hielenlikkers voor buitenlandse mogendheden. Ze denken binnen opgelegde kaders en eren waarden die niet de hunne zijn. Hun geest is gevormd door systemen die ooit bedoeld waren om te overheersen, en in die vorming herhalen zij nu, vaak onbewust, de patronen van hun voorgangers.

Het verschil tussen dieren en mensen is schrijnend en ontzagwekkend tegelijk. Dieren spreken een taal die oud en onvervalst is, een taal die nooit door macht, angst of ambitie werd vertroebeld. De kat miauwt, de koe loeit, de tijger brult — en elk geluid draagt betekenis, ritme en intentie. Ze spreken niet alleen met hun stemmen, maar ook met hun lichamen: hun bewegingen, hun instincten, hun gebaren, hun ritmes. Zo communiceren zij een waarheid die de mens niet kan vervalsen.

Toch hebben wij hun leefgebieden stukje bij stukje ontnomen, en geen woorden of wetten bieden echte bescherming. En ondanks dit onrecht, verzetten zij zich. Stil, onverzettelijk en moedig, zetten ze elke ademtocht in om te overleven. Ze keren terug naar hun oude grondgebieden: de zeemeeuwen die jarenlang verdwenen leken, maar weer opduiken langs kusten, havens en steden, en de tijgers die, gebrand door ingedrongen terreinen en het verlies van hun rijkdom, bewoners aanvallen in een instinctieve wraak, een poging tot revanche voor wat hen is ontnomen.

Hun aanwezigheid, of wij die nu als overlast, bedreiging of verstoring ervaren, is een stille rebellie. Het is een boodschap die ons diep zou moeten raken: dat de natuur geen passief decor is voor onze menselijke plannen, maar een levend netwerk van krachten dat reageert op onrecht. Onze grenzen, onze wetten, onze gebouwen en steden zijn kwetsbaar in vergelijking met de oerinstincten van de levende wereld. Dieren herinneren ons eraan dat overleving, rechtvaardigheid en balans geen menselijke privileges zijn, maar universele wetten die wij slechts tijdelijk kunnen negeren.

Elke vleugelslag, elke brul, elke beweging is een echo van een waarheid die wij niet mogen vergeten: dat de aarde niet van ons is, maar dat wij slechts deel uitmaken van een groter geheel, en dat respect voor dat geheel het verschil kan maken tussen harmonie en conflict.

De meeste onderdrukte volken daarentegen — zij hebben geen eigen taal meer. Wat zij spreken is geleend, opgedrongen, vervormd. Hun woorden zijn echo’s van wat hen is onderwezen, niet van wat zij zelf ooit wisten. Hun denken weerspiegelt de doctrines van de overheerser, niet de wijsheid van hun voorouders. Dit verlies is een direct gevolg van koloniale ontworteling: inheemse talen werden verboden of gemarginaliseerd, culturen systematisch vervangen, en geloofsovertuigingen opgelegd die niet van hen waren.

Hun geesten zijn lamgeslagen, als dichtgegroeide rivieren die hun oorspronkelijke loop niet meer vinden. Zelfstandig denken is een zeldzaamheid geworden; alles wat zij bezitten, dragen of nastreven, is ingevoerd, nagebootst, opgelegd. Geen taal, geen verhaal, geen erfgoed dat werkelijk van henzelf is.

En zo ontstaat een schrijnende tegenstelling: de dieren, ondanks hun kwetsbaarheid en het verlies van hun leefgebied, staan dichter bij vrijheid dan de mens die zichzelf vergeten is. Hun taal is puur, hun instincten authentiek, hun rechten onvervreemdbaar — zelfs wanneer wij hen beperken, blijft hun bestaan een weerspiegeling van de ware, ongekunstelde vrijheid die de mens verloren heeft.

Wat deze volken nog lijken te bezitten, zijn bosgeesten, yorka’s, bakroe’s, libba’s, apoekoe’s, guna-guna, kuntilanak, genderuwo, poldergeesten, kopieën van witte wieven en een stoet aan spoken — vervormde, boosaardige verschijningen, ontsproten uit een geknecht brein dat al eeuwenlang zijn eigen richting is kwijtgeraakt. Dit zijn geen oeroude erfstukken, onaangetast door de tijd, maar echo’s van angst: doorgegeven van generatie op generatie onder de druk van koloniale onderdrukking, culturele ontworteling en het verbod op authentieke tradities.

Geen taal, geen wetenschap, geen echte structuur — enkel wantrouwen, bijgeloof en schimmige rituelen die het ware denken verdringen. Deze hersenspinsels, opgeklopt tot wat men Winti-cultuur noemt, zijn slechts het schrale restant van wat ooit een bron van trots, diepe kennis en wijsheid was. Waar eens helder inzicht, verbondenheid met de natuur en gemeenschapszin heersten, dwalen nu slechts de schimmen rond van een verloren identiteit.

En zolang men deze schimmen omarmt als waarheid, blijft de geest gevangen. Niet in ketenen van staal, maar in de verstikkende leegte van vergeten zijn — een gevangenis zonder muren, waarin authenticiteit en vrijheid slechts vage herinneringen zijn.

Het lijkt misschien zinloos om hier een raadgeving aan te verbinden, maar het zaadje moet geplant worden voor hen die bereid zijn te strijden: "Ware bevrijding begint in de geest. Niet met vlaggen of wetten, maar met het terugwinnen van het denken, de waardigheid en de toekomst. Pas wanneer een volk zijn innerlijke soevereiniteit hervindt, kan het zich echt losmaken van het koloniale verleden — niet alleen in naam, maar ook in wezen."

Het Vishnuh-Genootschap daarentegen heeft nooit hoeven lenen of imiteren. Het beschikt over eigen talen, eigen leefwijzen en eigen geschriften — diepgeworteld, oorspronkelijk en onaangetast. Deze fundamenten zijn niet gevormd door honger naar macht, noch voortgekomen uit een drang tot overheersing. Zij zijn ontstaan uit innerlijke ontwikkeling, zuivere observatie van de natuur en een onvoorwaardelijke toewijding aan waarheid en rechtvaardigheid. Waar anderen zich verliezen in kopieën van kopieën — in modellen die voortdurend worden herhaald, aangepast of herverpakt — leeft het Genootschap in een lijn van onverbroken kennisoverdracht. Deze lijn is niet gebaseerd op mode, prestige of politieke invloed, maar op directe ervaring, historische continuïteit en geestelijke discipline. Het is deze stille kracht die het Genootschap een unieke positie verleent in een wereld waarin veel oorspronkelijke kennis verloren is gegaan of misbruikt.

Veel van wat de moderne wereld vandaag omarmt als vooruitstrevend — in geneeskunde, filosofie, sociale structuren en methoden van organisatie — vindt zijn oorsprong in inzichten en praktijken die het Vishnuh-Genootschap al eeuwenlang belichaamt. Vaak worden deze wijsheden echter onterecht geclaimd, verdraaid of onder een andere vlag gepresenteerd als zogenaamd ‘Westers’ gedachtegoed. De bron zelf blijft onvervalst. Wie echt zoekt, zal ontdekken waar de wortels werkelijk liggen en begrijpen dat de oorsprong rijker en dieper is dan oppervlakkige trends doen vermoeden.

Wat het Vishnuh-Genootschap voortbrengt, overstijgt tijdelijke modes of vluchtige culturele trends. Het is levend erfgoed — onafhankelijk, visionair en onverbrekelijk verbonden met zijn oorspronkelijke essentie. Het vormt een bewijs dat menselijke zelfbeschikking, kennis en geestkracht, zelfs na eeuwen van onderdrukking en misinterpretatie, niet kunnen worden vernietigd zolang zij stevig verankerd blijven in waarheid, innerlijke trouw en onbaatzuchtige toewijding aan het grotere geheel.

Dit erfgoed nodigt ons uit om niet slechts te observeren, maar om actief te leren, te integreren en te belichamen wat werkelijk waardevol is. Het herinnert ons eraan dat authenticiteit, wijsheid en verbondenheid geen luxe zijn, maar fundamentele bouwstenen van een samenleving die verder kijkt dan oppervlakkige innovaties en voorbij de vluchtige schijn van moderniteit. Het leert ons luisteren naar de diepere ritmes van het leven, de wijsheid van onze voorouders te respecteren en onze eigen plaats in het grotere geheel te begrijpen.

Zo zegt de leer van Vishnuh:

“Wat geworteld is in waarheid, behoeft niets te bewijzen, niets te lenen en niets te vrezen.Waarheid is geen tijdelijke sluier die men over het gezicht trekt om indruk te maken of zich te verbergen. Het is een innerlijke kern, een onverstoorbare fundering die losstaat van de grillen van tijd en opinie. Wie haar bezit, draagt geen last van twijfel, omdat zij zichzelf niet hoeft te bewijzen aan anderen of zichzelf. Zij is als de zon, die onophoudelijk schijnt zonder te vragen of iemand haar licht wil ontvangen.

Niets lenen betekent geen afhankelijkheid van iets buiten zichzelf. De waarheid is volkomen compleet en autonoom; zij heeft geen externe bevestiging nodig om haar bestaan te legitimeren. Zij fluistert haar eigen naam, onafhankelijk van de stemmen die haar ontkennen of omarmen. In die zelfstandigheid ligt haar kracht: ze is een bron die nooit opdroogt, een bron die stroomt zonder ooit te verlangen naar erkenning.

Niets vrezen betekent niet de afwezigheid van gevaar, maar het overstijgen ervan. Waarheid overstijgt angst omdat zij geworteld is in het diepe besef van verbondenheid met het wezen van alles wat is. Angst is slechts een schaduw die ontstaat waar onwetendheid heerst; waarheid is het licht dat deze schaduw doorboort. Wie geworteld is in deze waarheid, staat als een oude boom in de storm, voelt de wind en buigt, maar breekt niet.

In de praktijk van het leven betekent dit dat ware kracht niet schreeuwt om aandacht, niet vecht om gelijk, en niet zoekt naar macht over anderen. Haar kracht ligt in stilte, in aanwezigheid, in het kalme weten dat alles wat moet zijn, zal zijn. Deze waarheid is een revolutie van binnenuit, een zachte maar onstuitbare kracht die muren doet vallen en bruggen bouwt. Zij nodigt uit tot ontwaken, tot een terugkeer naar de essentie, naar het zelf dat vrij is van illusies en gebondenheden.

Zo is waarheid niet slechts een abstract begrip of een ideaal om na te streven, maar een levende realiteit die iedere ademtocht doordringt. Wie haar vindt, zal ontdekken dat bevrijding geen doel is om te bereiken, maar een toestand om te erkennen — een thuiskomst in zichzelf, een eeuwige dans met het bestaan.”

Vandaag de dag is de koloniale ideologie van onderscheid op grond van aangeboren kenmerken en ras, zij het in gewijzigde vorm, nog springlevend. Vooral binnen delen van de oudere, inmiddels tanende generaties in Nederland en Europa, blijft het racisme vaak onverminderd bestaan — soms openlijk en schaamteloos, maar vaker nog subtieler, verpakt in ogenschijnlijk onschuldige uitspraken of gedragingen.

Onder het mom van traditie, culturele eigenheid of zogenaamd nuchter verstand, worden dezelfde discriminerende denkbeelden doorgegeven aan jongere generaties. Zo blijft een verborgen structuur van ongelijkheid in stand, vermomd als gezond conservatisme, terwijl haar wortels reiken tot in een verleden waarin het onrecht heilig werd verklaard.

Toch moeten we deze ouderen niet alleen individueel veroordelen, maar ook begrijpen binnen de bredere context. Zij zijn immers gevormd in een tijd waarin het Nederlandse onderwijssysteem koloniale denkbeelden niet alleen toestond, maar zelfs versterkte. Racistische ideeën, maar werden voorgesteld als vanzelfsprekendheden en als feiten. Wat we vandaag zien als vooroordelen, was toen de norm.

De gevolgen daarvan zijn tot op de dag van vandaag onmiskenbaar voelbaar. Racisme is geen toevallige ontsporing, geen enkel incident en evenmin slechts een persoonlijke houding van haat of onbegrip. Het is een systeem — een diepgeworteld, historisch gegroeid machtsmechanisme dat generaties lang is ingesleten in vrijwel elk aspect van onze samenleving. Het sluimert in wet- en regelgeving, in het onderwijs, in de subtiele patronen van onze taal, in de verhalen die we over onze geschiedenis vertellen, en in de dagelijkse werking van de betrokken instituten.

De hoofddaders zijn duidelijk: de regeringen die wetten en beleid maken, de kolonisatoren die volkeren ontwortelden en hun culturen onderdrukten, en de elite die het heft in handen houdt en de structuren van macht onderhoudt.

Racisme is geen aberratie, het is een erfgoed van macht en onderdrukking, een onzichtbare draad die sociale structuren, normen en waarden doordringt, en zo onze perceptie van wat normaal is vormt. Het is een mechanisme dat stilte, aanpassing en ontkenning afdwingt, terwijl het ongelijkheid onderhoudt en reproduceert.

Dit systeem is niet vanzelf ontstaan, noch zal het vanzelf verdwijnen. Het is het resultaat van generaties lange conditionering, van bewust beleid en onbewuste aannames, van stilzwijgende acceptatie en actief verzet tegen verandering. En juist daarom rust er op ons een verantwoordelijkheid. Een morele plicht om dit systeem onder ogen te zien, het bij naam te noemen, het te doorgronden in al zijn lagen en manifestaties — en uiteindelijk: het actief te doorbreken. Want pas wanneer we het onrecht benoemen en erkennen, kunnen we bouwen aan een samenleving waarin rechtvaardigheid niet selectief is, maar een gedeeld beginsel.

De Erfenis

In boeken werd het heilige schrifttot keten van gehoorzaamheid,waar slaven knielden voor een Goddie sprak door meesters, luid en wijd.

Ze lazen luid uit oude bladzijden,“Gehoorzaam, buig, verzet u niet,”en noemden dat dan goddelijke orde,terwijl het bloed de akkers giet.

Eeuwen trokken in hun sporen,de zweep werd pen, de keten wet.De taal werd zalf op open wonden,maar onderliggend bleef het net.

Een net van denkbeelden en structuren,waar ongelijkheid stilletjes leeft,verstopt in lessen, in gebouwen,in wat men niet - en wat men geeft.

Maar de, erfgenamen van die schaduw,staan nu op scherp, met ogen open.Zij dragen waarheid als een fakkel,en weigeren nog langer te geloven.

Dat racisme slechts een houding is,of iets wat vanzelf slijt met de tijd.Het is een bouwwerk, eeuwenoud,dat valt als men het durft en bestrijdt.

Dus spreken wij — met stem, met daad,met taal die niet meer onderdrukt.Wij breken het systeem van binnenuit,tot recht en mens weer wordt gelukt.

De Vergeten Wreedheid – Slavernij en Geweld in Noord-Holland en Elders

In de koloniale tijd werd het leven van zwarte mensen door de Europese gemeenschap systematisch als minderwaardig en nauwelijks waardevol beschouwd. Hun bestaan werd gereduceerd tot arbeid, bezit en winst, zonder erkenning van hun menselijkheid, cultuur of rechten. Een schrijnend en onthutsend voorbeeld hiervan is het verhaal van het slavenschip De Leusden. Op dit schip werden talloze mensen onder onmenselijke omstandigheden vervoerd, beroofd van hun vrijheid, hun families en hun waardigheid. Hun lijden, hun strijd en hun dood werden gezien als bijzaak, een ruilmiddel in de economie van koloniale rijkdom.

Dit voorbeeld staat symbool voor een groter patroon: het systematisch ontkennen van leven en identiteit van hele bevolkingsgroepen, het verdringen van hun verhalen en het opleggen van een cultuur die hen vervreemdt van hun eigen wortels. Het is een pijnlijke herinnering aan de diepe en blijvende gevolgen van koloniale onderdrukking en een waarschuwing dat de erfenis van zulke systemen nog steeds doorklinkt in onze tijd.