Erhalten Sie Zugang zu diesem und mehr als 300000 Büchern ab EUR 5,99 monatlich.
Dit boek richt zich op het bevorderen van kritisch denken en belicht de rol ervan in de context van digitalisering. Het benadrukt het belang van bewustwording en kritische reflectie op de impact van digitalisering in de maatschappij. Het boek biedt praktische inzichten en instrumenten om kritisch denken toegankelijk te maken. Het beoogt relevante kennis op een begrijpelijke manier te presenteren met een focus op praktische toepassing. De intentie is om een toegankelijk werk te bieden op het onderwerp kritisch denken. Door beschikbare kennis en materialen op een begrijpelijke wijze te beschrijven wordt het voor een grotere groep mensen mogelijk om zich te verdiepen in het onderwerp. Dit boek geeft een overzicht van de belangrijkste theorie en literatuur. Het is niet de bedoeling om het onderwerp wetenschappelijk of puur theoretisch te beschouwen. De waarde van kritisch denken zit juist in de toepassing. Dit boek biedt om die reden allerlei praktische handreikingen en inzichten, zoals een verzameling van instrumenten die je praktisch kunt inzetten. De doelgroep van dit boek is breed, maar we gaan er wel vanuit dat lezers affiniteit hebben met onderwerpen als gegevens en informatievoorziening. Daarmee richten we ons met name op de doelgroep informatieprofessionals. Dit boek is ook te gebruiken als leerboek voor studenten in het hoger onderwijs, met name in IT-gerelateerde opleidingen. Het boek is opgedeeld in twee delen. Deel 1 is vooral een inleiding en uitleg van kritisch denken. Het gaat in op de basis van kritisch denken: redeneren. Het legt uit wat valkuilen zijn in ons denken en beschrijft contexten waarin kritisch denken belangrijk is. Deel 2 past de ideeën uit deel 1 toe op digitalisering. Het legt eerst uit wat kansen en bedreigingen zijn bij digitalisering. Vervolgens gaat het dieper in op de rol van gegevens en informatie en het belang van digitale ethiek. Het biedt een concrete handreiking in de vorm van hulpmiddelen, technieken en opdrachten om mee aan de slag te gaan. Dit boek is ontstaan uit een interessegroep over kritisch denken. Die werkgroep en dit boek worden ondersteund vanuit de vakverenigingen KNVI (Koninklijke Nederlandse Vereniging van Informatieprofessionals) en DANW (Digital Architects NetWork). Deze vakverenigingen zijn gericht op informatieprofessionals, waarbij DANW zich specifiek richt op architecten in het digitale domein. Beide verenigingen vertegenwoordigen professionals die organisaties ondersteunen in hun digitale transformatie. In dit digitale tijdperk is er een overvloed aan informatie waardoor er een toenemend belang is voor kritisch denken. Informatieprofessionals zouden dan ook bij uitstek bewust en vaardig moeten zijn op dit gebied.
Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:
Seitenzahl: 308
Veröffentlichungsjahr: 2024
Das E-Book (TTS) können Sie hören im Abo „Legimi Premium” in Legimi-Apps auf:
Kritisch denken over digitalisering
Van Haren Publishing (VHP) is gespecialiseerd in uitgaven over Best Practices, methodes en standaarden op het gebied van de volgende domeinen:
- IT en IT-management;
- Enterprise-architectuur;
- Projectmanagement;
- Businessmanagement.
Deze uitgaven zijn beschikbaar in meerdere talen en maken deel uit van toonaangevende series, zoals Best Practice, e Open Group series, Project management en PM series.
Van Haren Publishing is tevens de uitgever voor toonaangevende instellingen en bedrijven, onder andere: Agile Consortium, CA, Centre Henri Tudor, CM Partners, Gaming Works, IACCM, IAOP, IPMA-NL, ITSqc, NAF, KNVI, PMI-NL, PON, The Open Group, The SOX Institute.
Onderwerpen per domein zijn:
ABC of ICT
ASL®
CMMI®
COBIT®
e-CF
ISM ISO/IEC 20000
ISO/IEC 27001/27002
ISPL
IT4IT®
IT-CMFTM
IT Service CMM
ITIL®
MOF
MSF
SABSA
SAF
SIAMTM
TRIM
VeriSM
XLA®
ArchiMate®
BIAN
GEA®
Novius Architectuur Methode
TOGAF®
A4-Projectmanagement
DSDM/Atern
ICB / NCB ISO 21500
MINCE®
M_o_R®
MSP®
P3O®
PMBOK ® Guide
Praxis®
PRINCE2®
BABOK ® Guide
BiSL® en BiSL® Next
BRMBOKTM
BTF
CATS CM®
DID®
EFQM
eSCM
FSM
IACCM
ISA-95 ISO 9000/9001
OBM
OPBOK
RASCITM-methode
SixSigma
SOX
SqEME®
Voor een compleet overzicht van alle uitgaven, ga naar onze website: www.vanharen.net
Titel:
Kritisch denken over digitalisering
Ondertitel:
Het belang van logisch en ethisch redeneren
Auteurs:
Danny Greefhorst, Theo Theunissen, Peter Beijer
Reviewers:
Martin de Boer, Harro Kremer, Esther van Popta, Joeri van Es, Erwin Folmer, Tineke Jacobs, Bert Dingemans, Joost Kraaijeveld, Anne Bonvanie, Catelijne de Koning, Ingrid Van Rompay-Bartels, Lydia Duijvestijn, Marleen Hofstede, Martien Peerdeman, Peter Schuzler, Janneke Wennekes, Gideon Haan, Ron Beemster en Mark Giesen.
Uitgever:
Van Haren Publishing, ‘s-Hertogenbosch, www.vanharen.net
Lay-out en DTP:
Coco Bookmedia, Amersfoort
Uitgever:
Van Haren Publishing, www.vanharen.net
Uitgave:
Eerste druk, eerste oplage, augustus 2024
ISBN Hard copy:
978 94 018 1218 4
ISBN eBook:
978 94 018 1219 1
ISBN ePub:
978 94 018 1220 7
© Van Haren Publishing, 2024.
Voor verdere informatie over Van Haren Publishing, e-mail naar: [email protected]
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
No part of this publication may be reproduced in any form by print, photo print, microfilm or any other means without written permission by the publisher.
Hoewel deze uitgave met veel zorg is samengesteld, aanvaarden auteur(s) noch uitgever enige aansprakelijkheid voor schade ontstaan door eventuele fouten en/of onvolkomenheden in deze uitgave.
Onze leefwereld verandert in steeds sneller tempo als gevolg van de introductie van digitale technologie. Deze snelle veranderingen, die volgens sommigen exponentieel zijn, veroorzaken morele onzekerheid en institutionele verlegenheid en brengen grote governance-opgaven met zich mee.
Digitale ethiek wordt dan ook steeds vaker te hulp geroepen om richting te geven aan ons denken en handelen in een digitale wereld. Hoe doen we dat, digitale ethiek? Hoe maken we onze morele waarden effectief en productief van toepassing op de problemen waarvoor we dagelijks worden gesteld? Er zijn inmiddels verschillende antwoorden gegeven en voorstellen gedaan waarvan er een aantal in dit boek worden besproken. Alles begint echter met aandacht voor digitale ethiek en gestructureerd en systematisch kritisch denken. Daar breekt dit boek ook een lans voor.
Een nieuwe generatie studenten moet snel kennismaken met de ethische aspecten van een digitale wereld en zij moeten worden toegerust om deze problemen, en het denken over oplossingen, te integreren in hun professionele praktijk. Dit boek maakt daarmee een verdienstelijk begin en ik hoop dat het mede vorm kan geven aan de ontwikkeling van hoger onderwijs en curriculumontwikkeling op het gebied van digitale ethiek.
Prof. dr. Jeroen van den Hoven (Ethiek en Technologie, Technische Universiteit Delft)
Dit boek is een weerslag van gesprekken en werksessies die we als auteurs hebben gevoerd over kritisch denken en de impact van digitalisering. De aandacht voor kritisch denken is ontstaan vanuit een gemeenschappelijke interesse in filosofie van een aantal informatieprofessionals, waaronder ook de auteurs van dit boek. Het idee is verkend en vanuit allerlei hoeken belicht in de werkgroep ‘Kritisch denken van informatie’ die vanuit deze gemeenschappelijke interesse is opgericht. Kritisch denken was daarbij vooral een praktische manifestatie van filosofie. Digitalisering zien we als een belangrijk thema dat om kritisch denken vraagt. We willen de professionals die werken in of te maken hebben met de wereld van digitalisering graag wijzen op belangrijke aandachtspunten en daarmee voorkomen dat we ons dingen zomaar laten overkomen.
We hebben vanuit onze gemeenschappelijke interesse voor filosofie, kritisch denken en digitalisering een drijvende kracht gevonden om een boodschap de wereld in te zenden. Je zou kritisch denken kunnen beschouwen als een toepassing van ideeën uit de filosofie. Filosofie is daarbij vooral een zoektocht naar waarheid en een schat aan kennis om situaties mee te beoordelen. Wij zijn overtuigd van de kracht van ons denken en geloven dat meer bewustzijn van deze kracht nodig is om er goed gebruik van te kunnen maken. Een boek leek ons daarbij een logisch vehikel om dat doel te bereiken, waar we met liefde en plezier aan hebben gewerkt. We hopen vooral dat het een trigger zal zijn voor mensen om het onderwerp beter te begrijpen en ermee aan de slag te gaan.
We danken de deelnemers van de werkgroep ‘Kritisch denken van informatie’ en de deelnemers aan de vele sessies die we hebben georganiseerd voor hun inspiratie en inzichten. We hebben een conceptversie van ons boek laten reviewen door een verzameling mensen met verschillende achtergronden, zoals informatie-architecten, docenten en bedrijfsfilosofen. We danken daarom graag: Martin de Boer, Harro Kremer, Esther van Popta, Joeri van Es, Erwin Folmer, Tineke Jacobs, Bert Dingemans, Joost Kraaijeveld, Anne Bonvanie, Catelijne de Koning, Ingrid Van Rompay-Bartels, Lydia Duijvestijn, Marleen Hofstede, Martien Peerdeman, Peter Schuzler, Janneke Wennekes, Gideon Haan, Ron Beemster en Mark Giesen. We zijn ook onze partners dankbaar voor de tijd die we met ze hebben gemist doordat we druk waren met het schrijven van dit boek. Tenslotte bedanken we ook de beroepsorganisaties Koninklijke Nederlandse Vereniging van Informatieprofessionals (KNVI) en Digital Architects NetWork (DANW) voor het sponsoren van de bijeenkomsten van onze werkgroep en de publicatie van dit boek.
Danny Greefhorst, Theo Theunissen en Peter Beijer
VOORWOORD
VOORWOORD VAN DE AUTEURS
1 INLEIDING
1.1 Digitalisering vraagt om kritisch denken
1.2 Wat is kritisch denken?
1.3 Aspecten van kritisch denken
1.4 Kritische vragen
1.5 Relatie met andere vaardigheden
1.6 Dit boek
1.7 Inhoud en leeswijzer
1.8 Samenvatting
1.9 Opdrachten
2 LOGISCH EN ETHISCH REDENEREN
2.1 Redeneringen
2.2 Redeneermethoden
2.3 Technieken
2.4 Complexiteit van vraagstukken
2.5 Ethiek
2.6 Ethische volwassenheid
2.7 Ethische perspectieven
2.8 Samenvatting
2.9 Opdrachten
3 ONS DENKEN EN VALKUILEN ERIN
3.1 Hoe werkt ons denken?
3.2 Bewustzijn en vrije wil
3.3 De relatie tussen onze gemoedstoestand en kritisch denken
3.4 Drogredenen
3.5 Vooronderstellingen
3.6 Samenvatting
3.7 Opdrachten
4 KRITISCH DENKEN IN CONTEXT
4.1 Kritisch denken in de context van kenniswerk
4.2 Kritisch denken in de context van wetenschappelijk onderzoek
4.3 Kritisch denken in de context van onderwijs
4.4 Samenvatting
4.5 Opdrachten
5 DIGITALISERING
5.1 Digitalisering: nieuwe mogelijkheden
5.2 Digitalisering: bedreigingen
5.3 Samenvatting
5.4 Opdrachten
6 VAN GEGEVENS TOT INFORMATIE
6.1 Het belang van gegevens en informatie bij digitalisering
6.2 Gegevens, informatie en kennis
6.3 Communicatie
6.4 Kwaliteit van denken en kwaliteit van gegevens
6.5 Het delen van gegevens
6.6 Activiteiten voor het creëren van informatie
6.7 Samenvatting
6.8 Opdrachten
7 DIGITALE ETHIEK
7.1 Ethische vraagstukken rondom technologie
7.2 Verantwoorde inzet van informatietechnologie en data
7.3 Ethische hulpmiddelen
7.4 De rol van ethiek in fases van technologie-ontwikkeling
7.5 Ethische principes
7.6 Samenvatting
7.7 Opdrachten
8 PRAKTISCHE TECHNIEKEN
8.1 Praatstok
8.2 Socratisch gesprek
8.3 De denkhoeden van De Bono
8.4 Debat
8.5 Denkadviseren
8.6 Delphi-studie
8.7 Ladder of inference
8.8 Ethiekkompas
8.9 Sandwich of Happiness
8.10 SCQA-methode
8.11 Samenvatting
8.12 Opdrachten
9 AAN DE SLAG
9.1 Generatieve kunstmatige intelligentie in het onderwijs
9.2 Kunstmatige intelligentie is gevaarlijk
9.3 ID-wallet
9.4 Elektrische auto’s
9.5 Ethische vraagstukken rondom technologie
9.6 Ken je klant: afweging tussen privacy en veiligheid
9.7 Risicoanalyse bij de Belastingdienst
9.8 De ontwikkeling van social media
APPENDIX A BEGRIPPENLIJST
APPENDIX B BRONNEN
OVER DE AUTEURS
INDEX
We kunnen onze problemen niet oplossen met hetzelfde denken dat we hebben gebruikt toen we ze gecreëerd hebben.
~ Albert Einstein
Digitalisering transformeert de samenleving. We hebben toenemend digitaal contact met elkaar en met organisaties en ontvangen en produceren informatie vooral digitaal. We zijn eraan gewend geraakt dat er een eindeloze hoeveelheid informatie beschikbaar is op het internet. We gebruiken allerlei vormen van social media, waardoor we continu in verbinding staan met anderen en een veelheid aan indrukken verwerken. Door het toepassen van kunstmatige intelligentie ontstaan er allerlei nieuwe mogelijkheden. We kunnen vragen die we hebben gewoon aan de computer stellen en krijgen uitgebreide antwoorden voorgeschoteld. We kunnen ook allerlei werk uit handen geven, bijvoorbeeld voor het maken of verbeteren van teksten of het creëren van afbeeldingen of video’s. Hierdoor verhoogt onze productiviteit en kunnen we onze aandacht verschuiven naar andere zaken.
Digitalisering leidt ook tot nieuwe vragen, doordat het dingen mogelijk maakt die eerder niet mogelijk waren. We betreden gebieden die we nog niet eerder betreden hebben. Hoe ziet de digitale werkelijkheid er in de toekomst uit? Gaan we ons daarin begeven op een manier die lijkt op ons normale leven? Welke invloed heeft ons digitale leven op ons normale leven? We hebben nu ook al op allerlei manieren met de digitale werkelijkheid te maken. We hebben een grote hoeveelheid digitale informatie tot onze beschikking en communiceren ook al veel digitaal. Dit genereert op dit moment ook al allerlei vragen over hoe we met digitale informatie om moeten gaan. Hoe vind je de juiste informatie in de overvloed aan beschikbare informatie? Waar komt informatie die we lezen op allerlei websites vandaan? Hoe weet je of informatie wel of niet klopt? Welke informatie over onszelf willen we precies delen?
Digitalisering introduceert ook bedreigingen. Het leidt tot vormen van oneerlijkheid, biedt ruimte aan criminelen voor fraude, diefstal en oplichting, introduceert privacy risico’s, maakt machtsmisbruik mogelijk, creëert een alternatieve waarheid en leidt tot informatiestress. Velen zijn niet goed in staat om de overvloed aan informatie en prikkels te verwerken en kunnen de zin niet meer goed van de onzin scheiden. We krijgen informatie aangeboden die onjuist of sterk gekleurd is en we begeven ons in filterbubbels, waardoor we een scheef beeld ontwikkelen van de werkelijkheid. Kunstmatige intelligentie zorgt ervoor dat we niet meer weten wat door mensen is bedacht en wat door systemen. In hoeverre kunnen we nog wel vertrouwen op dat wat we zien? Je kunt je ook afvragen in hoeverre we het ons niet te makkelijk aan het maken zijn. Worden we straks nog wel voldoende geprikkeld en uitgedaagd? En blijft er ook nog ruimte in de samenleving voor mensen van wie het werk volledig kan worden geautomatiseerd?
Digitalisering genereert dus allerlei nieuwe vragen waarop nog geen kant-en-klare antwoorden bestaan. Er wordt een beroep gedaan op ons creatieve en kritische denkvermogen. We moeten zelf bepalen wat waar is en niet, wat reële oplossingsrichtingen zijn en waar we ons door moeten laten leiden. We moeten grip krijgen op de werkelijkheid door feiten te verzamelen en expliciete afwegingen te maken op basis van argumenten. Niet voor niets staat kritisch denken bovenaan lijsten van 21ste-eeuwse vaardigheden (SLO, 2017), naast vaardigheden als creatief denken, samenwerken, communiceren en informatievaardigheden. We zijn steeds meer bezig met het zoeken en verwerken van informatie. Kritisch denken kan een belangrijke rol spelen in het scheiden van de zin en onzin in deze informatie. Verder geldt dat digitalisering een belangrijke katalysator is achter de versnelling waar we als maatschappij mee te maken hebben. Het zorgt ervoor dat we continu aan staan en veel sneller dan in het verleden informatie met elkaar uitwisselen. We komen alleen nog uit deze ratrace als we even stil staan en tijd nemen om te reflecteren over de situatie waarin we ons bevinden. Zoals Einstein zei kunnen we onze problemen niet oplossen met hetzelfde denken dat we hebben gebruikt toen we ze gecreëerd hebben.
We moeten ons verder realiseren dat we vooral mensen zijn, met alle gebreken die daarbij horen. Ons denken en onze communicatie zijn per definitie subjectief; het is afhankelijk van mensen en hun beperkte vermogen tot objectiviteit. We zijn dus niet zo objectief als we zelf denken. Op allerlei manieren wijkt het beeld dat we krijgen van onze hersenen af van de werkelijkheid. Onze hersenen zijn er nu eenmaal op gericht om ons als mens te laten overleven, in een inherent chaotische wereld en zonder over alle informatie te beschikken. Door deze chaotische toestand terug te brengen tot een overzichtelijk geheel kunnen we dingen overzien en weten we waar we uit kunnen kiezen. Onze hersenen tonen ons soms zaken die onze zintuigen eigenlijk niet waarnemen. Zo zorgen ze er bijvoorbeeld voor dat de blinde vlek op je netvlies, daar waar je oogzenuwen samenkomen, onzichtbaar is en wordt gevuld met omliggende beelden.
Figuur 1.1 Het belang van kritisch denken bij digitalisering
Een belangrijke fout die we geneigd zijn te maken is dat we onze eigen aannames niet expliciet maken en ter discussie stellen. We hebben allerlei ideeën, denkbeelden en overtuigingen waar we impliciet vanuit gaan. Het opzetten van goede redeneringen heeft geen zin, als de aannames waar ze op gebaseerd zijn niet kloppen. Het is daarmee dus vooral een kunst om dingen die we onbewust weten expliciet te maken. Impliciete kennis is moeilijk te extraheren. Door zaken expliciet te maken en op te schrijven wordt vaak al veel duidelijk en heb je ook iets om met anderen over in gesprek te gaan. Overigens is niet alle impliciete kennis expliciet te maken. Dat geldt met name voor veel kennis over hoe je dingen doet: je vaardigheden.
Andere belangrijke valkuilen in ons denken zijn drogredenen en vooronderstellingen. Drogredenen zijn fouten in de manier waarop we redeneren en dat kunnen zowel bewuste als onbewuste fouten zijn. Bepaalde mensen zijn uitermate goed in het toepassen van drogredenen, waardoor ze je op allerlei manieren beïnvloeden. Ze geven bijvoorbeeld helemaal geen antwoord op een vraag, maar komen gewoon met een wedervraag. We hebben ook last van verkeerde vooronderstellingen. Die gaan niet over de manier waarop we redeneren, maar over hoe onze hersenen werken en daarbij systematisch bepaalde fouten maken. Met name in de statistiek zijn vooronderstellingen een belangrijke valkuil. Ze worden veroorzaakt door problemen in ons geheugen, aandacht en andere mentale fouten. Zo blijkt bijvoorbeeld dat onze hersenen de neiging hebben om vooral aandacht en waarde te hechten aan informatie die onze bestaande ideeën, overtuigingen of hypotheses bevestigt. Hans Rosling (2018) beschrijft in zijn boek Feitenkennis dat mensen systematisch slecht scoren op een vragenlijst die hij heel breed, door allerlei soorten mensen heeft laten beantwoorden. De vragenlijst gaat over thema’s zoals armoede, geboorte- en sterftecijfers, onderwijs, gezondheid, energie en milieu. Het blijkt dat mensen gemiddeld slechts 2 van de 12 vragen goed beantwoorden. Dat is 2 keer zo slecht als het lukraak gokken van antwoorden, wat tot 4 goede antwoorden zou leiden. Daarnaast blijkt dat we een veel negatiever beeld hebben van de wereld dan wat de werkelijkheid is.
Dit alles betekent dat we ons continu bewust moeten zijn van onze menselijke beperkingen en vooronderstellingen. We moeten kritisch zijn op dat wat een ander zegt. Het gaat daarbij dus niet primair om wantrouwen in andere mensen. We moeten ons beseffen dat wat andere mensen zeggen ook slechts gebaseerd is op aannames en een beperkte hoeveelheid informatie. De Amerikaanse politiek wetenschapper Herbert Simon (1955) had het over ‘bounded rationality’. De mens is slechts beperkt rationeel en streeft er vooral naar om bevredigende keuzes te maken, in plaats van optimale keuzes. Problemen zijn in veel gevallen ook gewoon te complex, het cognitief vermogen van de mens te beperkt en de tijd te kort om volledige kosten-batenafwegingen te maken voor keuzes. Mensen gebruiken allerlei vuistregels om snel keuzes te kunnen maken (Kahneman, 2011).
Kritisch denken zorgt ervoor dat je beter geïnformeerd bent, betere keuzes kunt maken en een beter mens kunt zijn. Het is ook een belangrijke basis voor wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast willen we graag dat onze kinderen zichzelf ontwikkelen tot kritische wereldburgers en is dus ook aandacht voor het onderwerp in het onderwijs belangrijk.
Kritisch denken is het vermogen om zelfstandig te komen tot weloverwogen en beargumenteerde oordelen en beslissingen. Het is een vaardigheid die je helpt bij het herkennen en voorkomen van verborgen aannames, onlogische redeneringen en denkfouten. Kritisch denken betekent dat je nieuwsgierig bent, goed geïnformeerd, openstaat voor andere ideeën, informatie deelt, je bewust bent van vooronderstellingen, bereid bent je eigen beslissingen te heroverwegen en reflecteert op je denkproces.
Wij denken dat ethiek onlosmakelijk verbonden is aan kritisch denken. Ethiek is een tak van de filosofie die zich bezighoudt met het bestuderen en evalueren van wat goed en kwaad is, en hoe individuen en samenlevingen zich zouden moeten gedragen. Ethisch redeneren is een vorm van redeneren waarbij je gebruik maakt van waarden, normen en moraliteit. Oordelen zijn ook altijd geladen door waarden en normen. We sluiten met deze visie aan bij andere bekende auteurs op het gebied van kritisch denken zoals Paul en Elder (2013). Kritisch denken betekent ook dat je nadenkt over de impact van keuzes op anderen. Het vraagt dat je expliciet nadenkt over ethische begrippen, principes en perspectieven. Het is overigens niet zo dat aan alle vraagstukken of redeneringen ethische aspecten zitten. Het gaat er dus vooral om dat je jezelf afvraagt of dit in een specifieke context het geval is.
Kritisch denken is niet ‘negatief’ denken. Veel mensen hebben een negatieve connotatie bij de term ‘kritisch’, mede doordat het op de term ‘kritiek’ lijkt. Ze associëren het bijvoorbeeld met het bieden van weerstand of mensen die het denken beter te weten, zonder te beschikken over de noodzakelijke kennis. De intentie van kritisch denken is positief. Het is vooral meedenken. Daarbij staat het stellen van vragen centraal. Door het stellen van vragen ontstaan nieuwe inzichten en mogelijkheden. Het helpt je vervolgens met het komen tot oplossingsrichtingen en weloverwogen keuzes. Kritisch denken creëert dus vooral nieuwe inzichten.
De American Philosophical Association (APA) definieert kritisch denken als: “purposeful, self-regulatory judgment which results in interpretation, analysis, evaluation, and inference, as well as explanation of the evidential, conceptual, methodological, criteriological, or contextual considerations upon which that judgment is based.” (Facione, 1990). Dit betekent dat een kritische denker beschikt over een aantal vaardigheden en attitudes en die kan toepassen in verschillende situaties. De APA komt verder met een beschrijving van deze vaardigheden (en bijbehorende subvaardigheden) voor kritisch denken. Tabel 1.1 geeft een omschrijving van deze vaardigheden, gebaseerd op de uitgebreide beschrijving zoals gegeven door de APA.
Tabel 1.1 Omschrijving van vaardigheden voor kritisch denken, op basis van (Facione, 1990)
Vaardigheid
Omschrijving
Interpreteren
Het kunnen begrijpen van de betekenis en het belang van dingen.
Analyseren
Het kunnen identificeren van de relaties tussen uitspraken en de redenering die daarin aanwezig is.
Evalueren
Het kunnen bepalen van de geloofwaardigheid van uitspraken.
Afleiden
Het kunnen identificeren en benoemen van argumenten die nodig zijn om conclusies te kunnen trekken.
Uitleggen
Het kunnen beschrijven van een redenering en de afwegingen die daarin zijn gemaakt.
Zelfregulering
Het kunnen begrijpen, beoordelen en corrigeren van de eigen cognitieve activiteiten.
De term ‘kritisch denken’ kan worden teruggeleid naar John Dewey (1910), die deze term gebruikte voor een onderwijsdoelstelling met een wetenschappelijke denkhouding. Hij noemde het doel ook wel ‘reflectieve gedachte’, ‘reflectief denken’, ‘reflectie’ of gewoon ‘denken’. Hij wilde de relatie laten zien tussen de onderzoekende houding van kinderen en de wetenschappelijke houding. Hij definieerde het als “actieve, aanhoudende en zorgvuldige overweging van elke overtuiging of veronderstelde vorm van kennis in het licht van de gronden die het ondersteunen, en de verdere conclusies waartoe het neigt”.
Kritisch denken als vaardigheid is echter al veel ouder en is diep gegrond in de filosofie. Het is het doel van filosofie om te streven naar kennis en wijsheid. Door filosofisch naar een vraagstuk te kijken, kijk je er ook kritisch naar. Je gebruikt redeneringen, argumenten en je denkvermogen om te bepalen wat waar is. Je stelt de gebruikelijke denkwijze fundamenteel ter discussie. Het wordt in het algemeen aangenomen dat het bestuderen van filosofie het vermogen tot kritisch denken verhoogt. Andersom, worden in het onderwijs vakken voor kritisch denken ook wel eens gezien als filosofievakken. Er is onderzoek dat aantoont dat het bestuderen van filosofie minder helpt bij kritisch denken dan het bestuderen van kritisch denken zelf (Álvarez Ortiz, 2007).
Kritisch denken is een kernaspect van wetenschap, stelt Michael Vlerick (2022). Wetenschap gebruikt cognitieve artefacten zoals wiskunde, logica en statistiek. Daarnaast zorgt het wetenschappelijk kader voor het minimaliseren van denkfouten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van peerreviews. Er wordt expliciet gestuurd op reproduceerbaarheid van onderzoeksresultaten, door om publicatie van de gehanteerde onderzoeksmethode en onderzoeksdata te vragen. Er worden meta-analyses uitgevoerd, waarin wordt onderzocht in hoeverre specifieke onderzoeksresultaten consistent zijn met andere onderzoeksresultaten. Vlerick geeft echter aan dat alhoewel filosofie en wetenschap beiden kritisch denken vragen, filosofie radicaal kritisch is en ook de fundamenten ter discussie stelt. Hij geeft aan dat het domein van de filosofie veel breder is dan individuele wetenschappen.
Het denken over kritisch denken is geëvolueerd in de tijd (Watson, z.d.). Waar in het verleden kritisch denken vooral werd gezien als de toepassing van formele en informele redeneertechnieken, heeft de term later een bredere interpretatie gekregen. Het werk van Richard Paul en Linda Elder (2013) heeft een belangrijke invloed gehad. Zij zien kritisch denken als een brede reeks van conceptuele vaardigheden en gewoonten gericht op normen die algemeen worden beschouwd als deugden van denken: duidelijkheid, juistheid, diepte, eerlijkheid en andere. Ze definiëren het eenvoudig als “de kunst van het analyseren en evalueren van het denken met het oog op het verbeteren ervan”. Een andere denkwijze is dat kritisch denken vooral gaat over het corrigeren van slechte redeneringen. Dit wordt ook wel de rationaliteitsbenadering genoemd. Een laatste denkwijze is dat kritisch denken vooral gaat over de rol die taal speelt in ons redeneren. Dit wordt ook wel de pragma-dialectische benadering genoemd (Van Eemeren & Grootendorst, 1992).
Er is dus geen overeenstemming over wat kritisch denken precies is. Verschillende auteurs hebben er zo hun eigen beelden bij. Er is onder meer discussie over de mate waarin kritisch denken domein-specifiek is en in hoeverre het meer is dan alleen een vaardigheid. In hun artikel over twee dimensies van kritisch denken laten Jan Sermeus en Jan Elen (2022) zien hoe verschillend hierover wordt gedacht. Alhoewel veel auteurs kritisch denken zien als een algemene domein-overstijgende vaardigheid, zijn er ook auteurs die denken dat het sterk afhankelijk is van het specifieke domein waarin iemand actief is en de kennis die daarbij relevant is. Erik Meester, Sarah Bergsen en Paul Kirschner (2017) betogen dat dit soort generieke vaardigheden niet bestaan en als zodanig ook niet zijn aan te leren. Zij stellen dat vooral specifieke kennis nodig is om goed kritisch te kunnen denken. Een student geschiedenis is veel beter in staat om kritische vragen te stellen over de rol van de Nederlandse regering in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog dan een student natuurkunde, simpelweg omdat de eerste beschikt over veel meer kennis over het onderwerp. Vaardigheden zijn volgens de auteurs onlosmakelijk verweven met kennis en domein-specifiek. De meta-analyses van Philip Abrami (2008, 2015) geven echter aan dat algemene instructies op kritisch denken wel effect hebben. Een gecombineerde aanpak zou het best werken. Hierbij worden algemene instructies gecombineerd met vakinhoud. De meeste auteurs zien kritisch denken vooral als een vaardigheid, maar er wordt in het algemeen ook erkend dat er elementen van houding in aanwezig zijn.
Kritisch denken kun je ook zien als een verzameling van gedragingen, zoals bijvoorbeeld dat je kritische vragen stelt. Het zijn aspecten van kritisch denken. De volgende aspecten zijn daarbij te onderkennen:
■Reflecteren. Kritisch denken gaat ervan uit dat je boven de materie uitstijgt. Dat je nadenkt over eerdere ervaringen en je handelen daarin om tot nieuwe inzichten te komen. Het betekent ook dat je in staat bent om aan te voelen dat zaken die gezegd of gedacht worden om speciale aandacht vragen, en je niet overgaat tot geautomatiseerd gedrag. Je moet je bewust zijn op dat wat anderen zeggen, maar ook op je eigen gedachten en mentale processen. Reflectie is ook iets dat je samen kunt doen, waarbij je terugkijkt naar wat er in een groepsproces is gebeurd.
■Eerst begrijpen. Voordat je kritisch kunt zijn over dat wat een ander zegt zul je een ander (en jezelf) eerst voldoende moeten begrijpen. De kans is groot dat een ander woorden of zinsconstructies gebruikt die niet direct duidelijk zijn of die je op meerdere manieren kunt interpreteren. Een logische start in een dialoog is dan ook een fase waarin je elkaars taal probeert te begrijpen. Luister, vat samen in je eigen woorden om te bepalen of je het goed hebt begrepen en vraag door. Doorvragen is een manier om de ander beter te begrijpen en te laten zien dat je werkelijk belangstelling voor het verhaal van de ander hebt. Leg mensen geen woorden in de mond.
■Uitstellen van je eigen oordeel. Je bent vooral op zoek naar de waarheid. Als je uitgaat van je eigen aannames en oordelen, dan is de kans groot dat je vooral je eigen waarheid zal bevestigen. Dat betekent dat je zult moeten luisteren en de ander aan het woord moet laten. Mensen zijn vaak tijdens het luisteren al bezig met hun eigen reactie. Het gevolg is dat het eigen referentiekader in werking treedt. We horen wat we willen horen. Als je onvoldoende argumenten hebt dan kun je nog niet goed oordelen en zeker nog geen conclusie trekken. Houd daarmee rekening in de stelligheid waarmee je dingen zegt.
■Stellen van kritische vragen. Kritische vragen zijn vragen waarmee je op zoek gaat naar de ideeën, aannames, overtuigingen en argumenten van een ander. Dat betekent in het algemeen dat je veel vragen wilt stellen. Vragen die met name gericht zijn op het achterhalen van de gedachten van de ander en dat waar ze op gebaseerd zijn.
■Zoeken vanuit andere perspectieven. Een basisidee van kritisch denken is dat je ervan uitgaat dat je zelf niet per definitie over alle noodzakelijke kennis beschikt en dat de manier waarop je zelf naar de wereld kijkt niet de enige is. Je zult dus op zoek moeten naar andere mensen, die andere kennis hebben en op een andere manier naar de wereld kijken. Bepaalde problemen kunnen het best door een multidisciplinaire groep mensen worden opgelost.
■Redeneren. Door het gebruik van de juiste argumenten kun je conclusies onderbouwen. Het is belangrijk dat je een valide redeneerlijn hebt en dat je de regels van goed redeneren volgt. Maak duidelijk welke argumenten je hebt gebruikt, hoe ze zich tot elkaar verhouden en welke regels je hebt gebruikt om bepaalde conclusies te trekken.
■Baseren op feiten. Argumenten zijn pas echt iets waard als ze zijn gebaseerd op feiten. Gebruik daarom zoveel mogelijk argumenten die gebaseerd zijn op zaken die zijn bewezen, bijvoorbeeld op basis van wetenschappelijk onderzoek, op basis van concrete voorbeelden of door een andere vorm van bewijsmateriaal. Laat ook expliciet zien welke feiten je hebt gebruikt, door naar de bijbehorende bronnen te verwijzen.
Het is erg afhankelijk van de context of je kritisch kunt denken. Het is belangrijk dat de omgeving waarin wordt gedacht een veilige omgeving is, waarin een open gesprek kan worden gevoerd en waarin mensen naar elkaar willen luisteren. Onderzoek toont aan dat psychologische veiligheid een belangrijke randvoorwaarde is om open in een groep over je gemaakte (denk)fouten te kunnen spreken (Edmondson, 1999). Het is dus een randvoorwaarde voor teams om te leren. Er is ook een belangrijke relatie met assertiviteit. Een assertieve houding betekent dat je opkomt voor je eigen ideeën en overtuigingen, zonder afbreuk te doen aan anderen. Het vraagt dat je enerzijds je eigen gedachten deelt, maar dat je ook goed luistert naar anderen. De filosoof Jürgen Habermas (1981) stelt dat machtsvrije communicatie een voorwaarde is voor een werkelijk open en democratisch publiek debat. Daarbij zou geen enkele deelnemer een overheersende rol moeten spelen. Hij stelt dat het belangrijk is dat uitspraken kunnen worden bediscussieerd in een open proces waarin argumenten worden uitgewisseld. Daarbij zouden overtuigingen zonder dwang, geweld of manipulatie tot stand moeten komen.
Kritisch denken streeft naar een vorm van objectiviteit, maar in de praktijk hebben we vooral te maken met subjectiviteit. Het is vaak al veel waard als je elkaar begrijpt en elkaars standpunten en argumenten kent. Gelijk hebben is niet altijd hetzelfde als gelijk krijgen. Bij het overtuigen van mensen spelen ook andere aspecten een rol dan de redenering en de daarin gehanteerde argumenten. Aristoteles (z.d.-b) had het over drie middelen van overtuiging: ethos, pathos en logos. Ethos gaat over geloofwaardigheid, autoriteit en integriteit. Pathos gaat over emotie, overtuigingskracht en verbeelding. Logos gaat over logisch redeneren, feiten en bewijs. Het is vooral van belang op welke manier je als spreker ethos, pathos en logos kunt inzetten om je gesprekspartner of publiek te beïnvloeden. Het is dus een valkuil om te denken dat je mensen kunt overtuigen met alleen goede argumenten en een solide redenering.
Zoals beschreven in de vorige paragraaf is het stellen van vragen een kernaspect van kritisch denken. De psycholoog Godfried Westen (2017) beschrijft dat alhoewel het stellen van vragen in eerste instantie alleen bedoeld lijkt om informatie in te winnen, er allerlei effecten met een vraag bereikt kunnen worden en er dus verschillende doelen mee bereikt kunnen worden. Naast het gericht inwinnen van informatie kun je vragen bijvoorbeeld ook gebruiken om de waarheid te achterhalen, inzichten te verwerven, te toetsen of iemand iets weet, een terrein te exploreren en onderzoeken, mensen aan te zetten tot denken, de aandacht van iemand vast te houden, de keuzeruimte te vergroten, onzekerheid te reduceren, mensen ergens bewust van te maken of iemands mening te beïnvloeden.
De vragen in Tabel 1.2 zijn vragen die je kunt stellen naar aanleiding van een voorgestelde oplossing. Je kunt ze op verschillende manieren gebruiken, in lijn met de verschillende effecten zoals hiervoor beschreven. Het kan bijvoorbeeld jezelf of een ander helpen om na te denken, nieuwe inzichten te verwerven of bewustzijn te creëren. Het is geïnspireerd door de “ultimate cheatsheet for critical thinking” van de Global Digital Citizen Foundation (2017). Het geeft je een concrete handreiking om relevante vragen te stellen.
Tabel 1.2 Voorbeelden van kritische vragen
Wie
…heeft hier belang bij?
…heeft hier behoefte aan?
…wordt hiermee benadeeld?
…is hiervoor eindverantwoordelijk?
…houdt hier toezicht op?
Wanneer
…is dit urgent?
…kan het best worden gehandeld?
…verandert de situatie?
…is dit acceptabel?
…zorgt dit voor een probleem?
Wat
…wordt precies bedoeld?
…zijn argumenten voor en tegen?
…is een ander perspectief?
…is een alternatief?
…genereert waarde?
Waarom
…is dit een probleem?
…is dit belangrijk?
…is dit de beste keuze?
…is dit niet eerder opgelost?
…hebben we dit laten gebeuren?
Waar
…is dit op gebaseerd?
…zijn vergelijkbare situaties?
…is dit eerder aangetoond?
…is meer informatie beschikbaar?
…zijn gebieden voor verbetering?
Hoe
…is dit hier van toepassing?
…maakt dit meer kans dan eerder?
…voorkomen we eerdere fouten?
…kunnen we dit realiseren?
…maken we dit duurzaam?
Godfried Westen geeft ook adviezen over de manier waarop je met het stellen van vragen om kunt gaan. Een aantal van deze adviezen hebben een directe relatie met kritisch denken. Ze zorgen ervoor dat de vragen niet gekleurd zijn door de ideeën of overtuigingen van de persoon die de vragen stelt. Zo stelt hij dat vragen niet vooruit mogen lopen op het antwoord, niet suggestief mogen zijn en er geen adviezen en oplossingen in mogen worden voorgesteld. Los van de inhoud van de vraag is ook belangrijk dat de vraag eenvoudig is, er maar één vraag tegelijk wordt gesteld, mensen niet worden onderbroken en dat de vraagsteller ook niet probeert om zinnen aan te vullen.
Kritisch denken is niet de enige vaardigheid die essentieel is om het hoofd te bieden aan de problemen waar we mee geconfronteerd worden. Zo zul je in ieder geval ook creatief moeten denken om ideeën en oplossingsrichtingen te bedenken. We weten eigenlijk niet goed wat de toekomst ons precies zal brengen, maar de kans is groot dat we allerlei vaardigheden nodig hebben die we nu nog niet kennen of bezitten. We zullen in ieder geval over goede basisvaardigheden moeten beschikken. Daarmee kunnen we een breed spectrum van vraagstukken het hoofd bieden. Onder de noemer ‘21ste-eeuwse vaardigheden’ zijn er door allerlei partijen toekomstbeelden geschetst van de vaardigheden waarover we in de toekomst zouden moeten beschikken (SLO, 2017; World Economic Forum, 2016). Daarbij worden vooral vaardigheden zoals kritisch denken, creatief denken, communiceren en samenwerken benoemd. Ook informatievaardigheden zijn tegenwoordig een belangrijke basis om je staande te houden in een digitale samenleving. Lidewij Niezink (2017) ziet een sterke relatie tussen kritisch denken en informatievaardigheden. De 21ste-eeuwse vaardigheden zijn niet onbesproken. Het zijn voor een deel vooral basisvaardigheden en daarmee tijdloos. Erik Meester, Sarah Bergsen en Paul Kirschner (2017) hebben het specifiek over de holle retoriek van deze vaardigheden. Hun kernboodschap is dat deze generieke vaardigheden niet bestaan en als zodanig niet zijn aan te leren. Zij stellen dat vooral voorkennis de bepalende factor is om goed te zijn op deze gebieden. Overigens heeft SLO een nieuwe publicatie uitgebracht (Sol & Visser, 2023) waarin de term ‘21ste-eeuwse vaardigheden’ is losgelaten en een andere indeling van vaardigheden wordt voorgesteld.
Kritisch denken heeft een sterke relatie met creativiteit (ook wel: creatief denken). Eenvoudig gezegd gaat creativiteit over het genereren van nieuwe ideeën en kritisch denken over het komen tot een goed oordeel over ideeën. Je hebt een combinatie van ideeën en goede oordelen nodig om complexe problemen te kunnen oplossen. Methoden en technieken voor het oplossen van problemen bevatten daarom in veel gevallen een combinatie van creativiteit en kritisch denken (Proctor, 2014). Een kernidee daarbij is dat je eerst vooral je creativiteit gebruikt om ideeën te genereren en daarna deze ideeën kritisch beoordeelt om te bepalen of ze haalbaar en waardevol zijn. Anders gezegd moet je eerst divergeren (divergent denken) voordat je kunt convergeren naar oplossingen (convergent denken).
Het onderscheid tussen creativiteit en kritisch denken is niet zo scherp. Beiden gaan ervan uit dat je vanuit meerdere perspectieven naar dingen moet kijken om tot goede ideeën of conclusies te kunnen komen. In beiden wordt voorgesteld om niet direct te oordelen. Divergent denken wordt typisch als onderdeel gezien van creatief denken. Je kunt de relatie echter ook andersom zien. In de docentenhandreiking Kritisch leren denken van Avans Hogeschool (2021) wordt gesteld dat je creativiteit, het genereren van originele inzichten en betekenisvolle ideeën, als onderdeel van kritisch denken kunt zien. Dit sluit echter niet aan bij de definitie van kritisch denken van de APA. Er zijn dus blijkbaar verschillende beelden over de precieze afbakening van kritisch denken. Dit sluit aan bij onze eerdere constatering dat er geen algemene overeenstemming is over kritisch denken.
Met dit boek willen we als auteurs nieuwe aandacht vestigen op het onderwerp ‘kritisch denken’. Daarnaast willen we mensen bewust maken van belangrijke aandachtspunten bij digitalisering en de rol die kritisch denken kan spelen om hiermee om te gaan. Digitalisering is dus het onderwerp waarop we kritisch denken loslaten. Digitalisering is een grootschalige ontwikkeling, die veel impact heeft in alle sectoren van de samenleving. Als we niet uitkijken dan laten we het ons overkomen en heeft het consequenties waarvan we ons niet bewust zijn. Door hier bewust en kritisch naar te kijken kunnen we een meer actieve rol spelen en hier zelf invloed op uitoefenen. Door er ook ethisch naar te kijken zorgen we ervoor dat er geen mensen buiten spel worden gezet. Een kritische houding is essentieel om weerstand te bieden tegen de macht van landen, leiders en bedrijven. Het heeft een belangrijke functie in een democratische rechtstaat, en helpt om weerwoord te bieden tegen dictaturen en andere autoritaire regimes.
Dit boek is ontstaan uit een interessegroep over kritisch denken. Die werkgroep en dit boek worden ondersteund vanuit de beroepsorganisaties KNVI (Koninklijke Nederlandse Vereniging van Informatieprofessionals) en DANW (Digital Architects NetWork). Deze beroepsorganisaties zijn gericht op informatieprofessionals, waarbij DANW zich daarbinnen specifiek richt op architecten in het digitale domein. Zij vertegenwoordigen professionals die organisaties ondersteunen in hun digitale transformatie. In dit digitale tijdperk is er een overvloed aan informatie waardoor er een toenemend belang is voor kritisch denken. Informatieprofessionals zouden dan ook bij uitstek bewust en vaardig moeten zijn op dit gebied.
