Erhalten Sie Zugang zu diesem und mehr als 300000 Büchern ab EUR 5,99 monatlich.
Verlang jij naar goed en duurzaam werk? Dan is dit boek je gids. Laat je verrassen door de inzichten van een selecte groep academici, opiniemakers en doorgewinterde professionals die ver wegblijven van alle clichés. Dit boek combineert diepgaande reflectie met een frisse, vrolijke wind en schurende boodschappen. Pak dit boek, laat je overweldigen en sluit je aan bij een beweging die streeft naar een wereld waarin zoveel mogelijk mensen deel uitmaken van de actieve bevolking. Onze kinderen en kleinkinderen zullen je dankbaar zijn.
Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:
Seitenzahl: 371
Veröffentlichungsjahr: 2024
Das E-Book (TTS) können Sie hören im Abo „Legimi Premium” in Legimi-Apps auf:
Dit boek is een pleidooi voor werk. Het geeft tegengas. Het gaat in tegen de stroom. Het biedt weerwerk aan het heersende negatieve discours over werk. Werkt lijkt vooral zwaar te wegen. Voltijds werken verre van de norm. Iets wat we doen tegen ons goesting. Uitkijkend naar vakanties en naar ons pensioen.
Wat een trieste gedachte.
Het is mijn overtuiging dat er schoonheid schuilt in werk. En dat we met z’n allen de plicht hebben om, ieder naar best vermogen en zo lang mogelijk, deel uit te maken van de actieve bevolking. Omdat werk welvaart creëert voor het collectief. Omdat we hiermee het welbevinden van onze kinderen en kleinkinderen vrijwaren. Welvaart en welzijn die op dit ogenblik onder druk staan.
Goed Werk is dan ook eerst en vooral Duurzaam Werk. Duurzaam in de betekenis van langdurend, gezond, optimaal gebruikmakend van onze beperkte bronnen van energie, daarbij ook op zoek gaand naar onuitputtelijke bronnen van energie. In die zin had de titel van dit boek ook anders kunnen zijn. Iets als Goed en Duurzaam Werk.
Alleen bekt dat niet lekker. En staan er dan te veel en te lange woorden op de cover.
Welke elementen leiden naar dat Goed en Duurzaam Werk, ontdek je in dit boek waarin verschillende experten hun licht laten schijnen op het topic. Academici. Directieleden. Doorwinterde professionals. Filosofen. Opiniemakers. Ik selecteerde deze slimme, koppige koppigaards met zorg voor jou, lieve lezer.
Laat hen in elk hoofdstuk een gids zijn, een gids die je vriendelijk de weg wijst. Die je langs onverwachte paden leidt en je nieuwe horizonten laat ontdekken.
Laat je gidsen.
1.Het is niet allemaal de schuld van de sossen
2.Tussen Cinque Terre en Forte dei Marmi
3.Werk en het goede leven
4.Spiegeltje, spiegeltje aan de wand
5.Meer bewegen of minder zitten? Over koala’s en bezige bijen
6.Een nieuwe taal voor zinvol werk
7.Goed werk floreert wanneer realisme en dialoog mee in het spel zijn
8.Eenvoud: een kunst
9.Staatsvijand nummer één: onderbrekingen
10.Ik zie, ik zie wat jij niet ziet
11.Werk dat de mens verheft? Het kan!
12.Het kantoor: dé plaats waar mensen samenwerken?
13.Organiseren van werk: anders en beter
14.De dans tussen synchrone en asynchrone communicatie
15.Meeting Madness
16.Duurzame terugkeer naar het werk
17.Van loopbaaninactie naar loopbaan in actie
18.Meer zinvol werk vereist meer individuele vrijheid en minder collectiviteit
19.De headhunters en HR-goeroes hebben het mis
20.Werken: logisch toch?
21.Goed en duurzaam werk voor werkers
Prof. Dr. Stijn BaertProfessor arbeidseconomie aan de UGent
Ik ben erg blij dat dit boek er is.
Ten eerste omdat het velen – ik duim voor vele malen velen – zal inspireren. Ik kreeg het voorrecht om jou voor te gaan, beste lezer. In het lezen van wat volgt. En geloof me, inspireren deed het. Dit boek gaf me een richting bij de zaken waar ik momenteel professioneel het meest mee worstel. Bijvoorbeeld: hoe succesvoller los te komen van het werk? Ik nam mee: mentaal opgaan in andere topics en het aanleren van een nieuwe skill die niets te maken heeft met het werk.
Zeg dat professor Sabine Sonnentag – wat een schone naam ook – het gezegd heeft.
En inspiratie, dat maakt natuurlijk het verschil om alles wat je doet leuker en impactvoller te doen.
Ten tweede omdat die inspiratie niet alleen zal helpen het individuele werkleven te verbeteren, maar ook omdat het onze maatschappij zorgdragender kan maken. Door bij te dragen aan een hogere werkzaamheidsgraad. Sommigen denken dat die louter een fetisj is van arbeidseconomen. Quod non. Het hogere doel is zorg dragen voor wie onze zorgen nodig heeft. Een hogere werkzaamheidsgraad betekent: meer sterkere schouders onder de sociale zekerheid. Meer mensen aan de slag krijgen, dat heeft natuurlijk enkel zin wanneer het een duurzame oefening is. En wanneer wie nu aan de slag is zich bevlogen voelt om door te gaan.
Daar kan deze betere gids richting goed werk natuurlijk bij helpen.
Uit onderzoek van UGent @ Work blijkt dat ongeveer 2 op 10 van de Vlaamse werknemers hun baan écht graag doen, dat 1 op 10 aan de andere eind van het spectrum zit en dat 7 op 10 ‘ça va’ antwoordt op de vraag of ze tevreden zijn met hun baan. Dat is te weinig. En ik ben er zeker van dat sommigen van de grijze 7 op 10 naar de groene 2 op 10 zouden kunnen verhuizen door aan de slag te gaan met dit boek.
Ten derde ben ik blij met dit boek omdat het van Isabel komt. Isabel denkt diep na over de dingen. Isabel is gepassioneerd. Isabel geeft om inhoud én vorm – ze heeft flair. En elk van die drie zaken vind je terug in dit boek: diepgaande inspiratie, emotie én entertainment. Elke minuut het lezen waard. Elke seconde wijzer.
De vraag is dan natuurlijk: ‘Hoe kun je het meeste uit dit boek halen?’ Alles absorberen en hier en daar wat uitproberen lijkt me niet de beste optie. Vandaar: wat volgt, is mijn handleiding bij de gids.
Mijn eerste aanbeveling: gebruik je waarden als kompas. Wie ooit Alice in Wonderland zag, herinnert zich mogelijk hoe Alice op een bepaald moment aan de Cheshire Cat vraagt of ze een afslag naar links of naar rechts moet nemen. Waarop de kat vraagt waar Alice precies heen wil. Dat weet ze niet. Waarop de kat aangeeft dat het dan om het even is.
Zo is het ook in je carrière: je kan niet de goede keuzes maken als je niet weet waar je uit wil komen.
Voor mij zijn mijn kernwaarden daarbij richtinggevend. Ik leerde ze kennen via ACT – Acceptance and Commitment Therapy – een mix tussen mindfulness en waardegedreven leven.
Mijn eerste kernwaarde is proberen goed te zijn voor wie goed is voor mij is én liever nog beter te zijn voor wie goed is voor mij. Ik schep er plezier in iets extra te doen voor diegene die voor me kiest wanneer het ertoe doet. Mijn tweede kernwaarde is humor. Ik maak keuzes zoals de mannen van Postbus X: als het niet plezant kan, dan hoeft het niet. Mijn derde kernwaarde is echtheid. Je moet niet zijn wat anderen van jou verwachten. Of de dingen net zo doen als je voorgangers.
Die waarden zorgen ervoor dat ik professionele keuzes vaak afweeg aan de hand van drie vragen. Ga ik op het einde van het jaar content zijn dat ik dit deed? Kan ik het goed doen en iets bijdragen dat anderen niet kunnen? Ga ik mij amuseren? En op basis van die waarden weeg ik ook nieuwe voornemens en acties af.
En ten tweede: ken je Archimedes-moment. Diepgaand met inspiratie aan de slag gaan vraagt ruimte in je hoofd. De opwaartse kracht die een lichaam in een vlœistof of gas ondervindt, is even groot als het gewicht van de verplaatste vlœistof of gas. Dit ontdekken betekende een doorbraak in de fysica. Dat gebeurde door Archimedes… in zijn bad.
Zelf heb ik geen bad, maar komen mijn beste ideeën vaak tijdens lange wandelingen zonder agenda. Het interdisciplinaire consortium UGent @ Work opzetten, praktijktesten op sectorniveau pitchen bij de minister, het blokkeren van vergadervrije weken… Ik kreeg die ideeën allemaal tijdens tochten door Gent of Brussel, vaak in de buurt van spoorwegen, die me fascineren. Niet omdat ik mijn hoofd pijnigde met de vraag om nieuwe ideeën, maar omdat ik het de vrijheid gaf om ze te laten opkomen.
Elk halfjaar neem tijdens zo’n lange wandeling uitgebreid de tijd om na te denken over mijn professionele koers. Ik stel me dan de volgende vragen: Ben ik nog wel volgens mijn waarden bezig? Welke werkuren waren het afgelopen halfjaar het meest waardevol en welke het minst? Wat kan ik de komende maanden doen opdat ik dit jaar nog zo waardevol mogelijk kan maken? Wat kan ik de komende maanden doen zodat ik tegen het einde van mijn carrière en mijn leven tevreden zal zijn over hoe ik mijn professionele tijd invulde?
Het is op dat soort momenten dat ik actief met de inspiratie van Isabel en haar co-auteurs aan de slag zal gaan.
Oké, maar hoe maak je de voornemens waar? Mijn ervaring is: de eerste stap is de mœilijkste. Heb je enkele richtsnoeren aan elkaar geregen op basis van de inspiratie in dit boek, zet jezelf dan voor het voldongen feit van een eerste, niet-vrijblijvende stap in de juiste richting.
Ben je op zoek naar zinvolle feedback van een collega – de kritische vriend (in) op de werkvloer waar dit boek het over heeft – mail haar/hem/hen dan meteen om een afspraak. Eens een datum geprikt, volgt de rest wel.
Ik wens je veel krachtige eerste stappen om met al de inspiratie die volgt aan de slag te gaan, beste lezer!
Als werk je enige bron van betekenis is, dan ben je goed gesjareld.
ISABEL DE CLERCQ
Isabel De Clercq
Ik ben een ijsberin. Fier lid van de Deurnese IJsberenclub. Driemaal per week fiets ik naar de ecologische zwemvijver in het Boekenbergpark om er te gaan zwemmen in koud water.
Wat doorwinterde ijsberen typeert, is dat ze geen geluid maken wanneer ze in het water glijden. ‘Gij Zult Geen Misbaar maken’ lijkt een ongeschreven regel. Gillen is energieverspilling, energie die je beter inzet voor het controleren van je ademhaling. Bovendien dragen de clubleden zorg voor elkaar. ‘Blijf niet te lang in het water’. Het is een raad die ik al verschillende keren kreeg van de andere ijsberen en van de redders die waakzaam een oogje in het zeil houden. Voorkomen is beter dan genezen. Ook de omkadering is sterk: een veilige en goed onderhouden infrastructuur, gegarandeerd door de Stad Antwerpen. Het jaarlijkse lidgeld bedraagt 30 euro, een bedrag dat de mutualiteiten deels terugbetalen.
Wat dit te maken heeft met goed en duurzaam werk? Dat ontdek je zo dadelijk.
Het is december 2022. 2,4 graden: dat zegt ons het zwarte bordje waarop met krijt genoteerd staat hoe koud het water is. De zon schijnt. De ijsberen zijn goedgezind: hier hebben we met z’n allen naartoe geleefd, naar een zwembeurt in ijskoud water met de zon op ons gezicht. Wanneer ik me terug aankleed, vol adrenaline en met een gelukzalige glimlach op mijn gezicht, schiet me het volgende te binnen. Die verschillende elementen, die verschillende actoren die zorgen voor een langdurige, duurzame relatie tussen de zwemmers en de club: diezelfde actoren zijn ook aan zet bij goed en duurzaam werk.
De zwemmer is de werknemer die discipline aan de dag moet leggen. Discipline en zelfleiderschap zijn nodig opdat onze beperkte middelen van energie optimaal worden ingezet. Voor de zwemmer is dat de ademhaling. Voor de kenniswerker tijd en aandacht.
De redders van de zwemvijver in het Boekenbergpark zie ik als de HR-managers: zij zorgen er mee voor dat leiders optimaal ondersteund worden. Want ja, ook de leiderschapsstijl draagt bij tot het duurzaam maken van werk. Bovendien spelen andere goede HR-praktijken een rol. Denk aan interne mobiliteit, een sterke feed-backcultuur en het belonen van impact in plaats van aanwezigheid.
De goed onderhouden infrastructuur, zoals de propere douches en zwemcabines alsook de tenten die buiten staan opgesteld, dat is het kantoorgebouw. Het is veilig. Het garandeert focus en privacy maar het stimuleert tegelijkertijd interactie.
En tot slot speelt ook de overheid een rol. Diezelfde overheid die ervoor zorgt dat een deel van het lidgeld terugbetaald wordt, die garandeert dat wij als werkers een vangnet hebben wanneer we uitvallen. Het is diezelfde overheid die zou moeten zorgen voor sterk onderwijs en kwalitatieve, betaalbare kinderopvang.
Kortom, in de zoektocht naar goed en duurzaam werk zijn er verschillende actoren in het spel. Hoe de spelers in het spel hun rol best opnemen, dat ontdekt u in dit boek waarin verschillende experten het woord nemen.
Elke expert doet dat in zijn of haar eigen stijl. Er zijn er die graag vertellen en je al gniffelend aan het lachen brengen. Anderen zijn eerder serieus, de toon academisch, de opbouw streng. Hun hoofdstukken laten zich lezen als teksten uit een handboek. En dan is er nog een derde categorie: zij die graag met de vuist op tafel slaan. Of je een klets om de oren geven.
Voorzichtig.
Ik weet niet, lieve lezer, welke stijl jou het meest zal bekoren. Maar weet – en dat benadruk ik graag – dat de magie hem zit in het geheel. In de botsing van stijlen en perspectieven. Bekijk deze Gids als een collectie, een verzameling. Eine Sammlung dus – ja, ik schrijf dit stuk in Zürich waar ik deze morgen ben gaan ijsberen in de Zürichsee en waar ik deze namiddag het Kunsthaus bezocht, een magische plek met verschillende Sammlungen waarvan de schoonheid je naar adem doet happen.
Wat al deze hoofdstukken met elkaar verbindt? Wat de lijm is tussen de schone objecten uit deze verzameling? Passie voor werk, allesbehalve slappe stellingen, on-derbouwde inzichten en verwijzingen naar andere denkers, boeken, onderzoek en podcasts. De auteurs delen met jou hun frisse inzichten en zetten je aan het denken.
Bij het ordenen van de stukken in mijn verzameling dacht ik als leidraad eerst de toon te nemen van elke expert: van zacht en teder over zwierig tot vurig. Als titels dacht ik daarbij aan vrolijke muziektermen als Con Tenerezza, Allegramente, Con Fuocco. Maar bij het herlezen van het geheel beviel deze ordening me niet. Ik besloot te gaan voor een schikking volgens ‘protagonist’. De stukken waarin de hoofdrol vooral gespeeld wordt door het individu vind je in het eerste deel. Volgen in deel 2 de leidinggevenden en HR-professionals. De organisatie is dan weer de protagonist in het derde deel. En in het vierde deel gaat de hoofdrol naar de overheid en onze tijdgeest. Het is in dit laatste deel dat je de meest maatschappijkritische stukken terugvindt.
Ook deze ordening van de Sammlung is aan kritiek onderhevig: in geen enkel topic is immers slechts één protagonist aan zet. Daar ben ik me van bewust. In elke introductie – de korte verhalen die ik jou als ‘eerste gids’ vertel bij de start van elk hoofdstuk – vind je dan ook een overzicht van de verschillende spelers in het spel.
Geniet van dit boek. Duik er diep in. Maak aantekeningen met fluo en uitroeptekens. Zorg voor ezelsoren. Sleur het overal mee zodat het er afgeleefd uitziet. En deel de foto’s op sociale media. Want dan weet ik: het boek leeft. En dan dragen we allemaal ons steentje bij aan de doelstelling die ik voor ogen had tijdens het schrijven van dit boek. Het uitdragen van de boodschap dat werk iets moois is.
Dit voorspel neemt je graag mee in de verhaallijn van de twee boeken die voorafgingen aan deze gids.
Over de rise and fall van digitale tools.
Over de aantrekkingskracht, de hapering en de verrijzenis van het hybride werken.
Over de ontdekking van de finale eindbestemming van de eerste twee boeken: de zoektocht naar goed werk.
Het is een verhaallijn die zich nu, na zeven jaar, steeds duidelijker aftekent: geen strakke lijn maar eerder één die meesurft op roetsjbanen, op de hype circle van Gartner en het techno-optimisme van koppigaards.
Laat mij toe je mee te nemen in mijn voortschrijdend inzicht.
Isabel De Clercq
Ik herinner het me alsof het gisteren was. De kriebels die ik voel in december 2016 bij het organiseren van een digitale meeting. Kennismaken en kennis delen. Dat is het opzet. De deelnemers aan de vergadering zijn coauteurs van mijn boek Social Technologies in Business.
Tegenwoordig is digitaal samenkomen een fluitje van een cent. Maar in de kerstvakantie van 2016 is het toch even zoeken. Met de hulp van mijn slimme neefje Tristan ben ik er evenwel in geslaagd. En daar zitten ze dan, achter hun scherm, de auteurs die ik heb uitgenodigd. Verspreid over verschillende tijdszones, seizoenen en continenten.
Zo is er Rita Zonius die van digitale kennisdeling een succes maakt bij ANZ, de Australia and New Zealand Banking Group. Rita zit met een cocktail en zwierige zomerjurk in een strandbar ergens in Australië. Er is shark alarm. Die dag zal er niet gesurft worden.
Een andere auteur is Michael Mingers, een Duitse medewerker van Atos die onder invloed van de toenmalige CEO Thierry Breton de strijd aangaat met overvolle e-mailboxen. In het voorjaar van 2016 heeft Michael een auto-ongeluk gehad en in december is hij nog steeds in revalidatie. Ondanks zijn oefenschema is hij vastbesloten om tijd te maken voor het boek. Schrijven zal hij. Het revaliderende lichaam een bijkomstigheid.
Ook India en de VS zijn van de partij. De Amerikaanse Kelly O’Connor werkt op digitale geletterdheid bij de Bank of New York Mellon en Céline Schillinger, een Française uitgeweken naar de andere kant van de oceaan, zet bij Sanofi Pasteur de tool Yammer in om wereldwijd mensen met elkaar te verbinden. De consultant Venkataram Ramachandran zal ons inwijden in zijn favoriete topic: Hacking Bureaucracy in the Digital Workplace.
Om de troepen te vervolledigen zijn er ook nog Geert Nijs, vurig strijder voor meer asynchrone kennisdeling bij KBC, Jan Van Oudendycke die net als Ariadne digitale draden weeft tussen ingenieurs bij ENGIE over alle continenten heen en tot slot een flegmatische Engelsman, steeds uitgedost in kleurrijke outfits van Paul Smith: Paul Miller, CEO van de Digital Workplace Group.
De auteurs kennen elkaar van haar noch pluim. Maar het ijs is snel gebroken. Wij delen immers een passie. De magie van digitale tools heeft ons allen in de greep. Dat technologie werk beter zal maken, daar zijn wij rotsvast van overtuigd. Ons gedachtegoed wordt perfect samengevat in de ondertitel van het boek dat Paul Miller net heeft gepubliceerd: How Technology is Liberating Work.
In zijn boek legt Paul dit als volgt uit: ‘Digital is creating the opportunity for a new Renaissance of work, where we can liberate ourselves from the old constraints of time and space and create a new world of work that is more flexible, more creative and more fulfilling.’
Die zin gebruik ik als leidraad voor onze meeting. En samen komen wij, de verschillende auteurs, tot de volgende drie stellingen.
Technologie faciliteert tijden plaatsonafhankelijk werken. Het wegvallen van opgelegde structuren laat ons stilstaan bij de keuze van onze werkplek en leidt tot een bewuster gebruik van onze tijd.
Dat is één.
Technologie leidt tot meer transparantie. Dankzij digitale tools heeft iedereen toegang tot informatie en kennis. Technologie haalt oude command and control-structuren onderuit. De kenniswerker wordt bevrijd van de ketenen van de strakke hiërarchie waarin hij opgesloten zit, net als de horige in de middeleeuwen. Technologie heeft niets ontmenselijkend. Integendeel: tools vermenselijken werk. Werk waarin de mens opnieuw centraal staat, net als in de renaissance.
Dat is twee.
Technologie garandeert een mix van trage en snelle communicatie. Zo verbindt Yammer bij ENGIE in een mum van tijd ingenieurs uit Oman met hun collega’s in de Verenigde Arabische Emiraten die wél beschikken over de strategische wissel-stukken van gascentrales. En tegelijk zorgt de tool voor ietwat tragere kennisdeling.
Dat is drie.
Techno-optimisme is wat ons drijft.
Wij zijn verbeten wereldverbeteraars. Op de curve van Gartners Hype Cycle of Emerging Technologies zitten wij op de Peak of Inflated Expectations.
En wat gebeurt er na 2017, het jaar van publicatie van ons boek?
Onze geliefde technologie volgt netjes de curve van Gartner. En daarbij vliegen we bijna uit de bocht. Beter gezegd: er volgt een fase van Trough of Disillusionment. Een diepe dan nog wel.
In de meeste organisaties staat men argwanend tegenover thuiswerk. Het is een uitzonderingsmaatregel die eerder met tegenzin wordt toegekend aan een beperkt aantal medewerkers.
Yammer is zieltogend. Om de ooit duur aangekochte tool van een gewisse dood te redden kondigt de CEO van Microsoft het jaar 2019 aan als The Year of Yammer. De verhoopte resultaten blijven uit. De aankondiging van wat een verrijzenis moest zijn wordt het verhaal van een aangekondigde dood.
Het absolute dieptepunt komt eind 2019. Dan wordt bewaarheid wat ik de laatste maanden intuïtief heb aangevoeld. Een onderzoek (Social Collaboration Maturity Scan1) dat uitgevoerd wordt net voor de pandemie aan onze deur klopt, toont pijnlijk het volgende aan: ‘Given the low average stage of maturity found in this research, it is clear that there still is an immense upside to the business value that these platforms (MS Teams – Yammer – Workplace by Facebook…) can deliver. Most organisations are underutilising their platforms, very often because they are simply using them to replicate old ways of working.’
Kort door de bocht en ietwat negatief voorgesteld: social technologies worden vooral omarmd door communicatiediensten die ze inzetten om informatie te duwen naar zoveel mogelijk mensen. ‘Most communication professionals have been trained in broadcasting communication and not in dialogue.’
Veel technology. Weinig social.
Ik citeer verder uit die Social Collaboration Maturity Scan gepubliceerd in 2020: ‘Few employees use the platform to ask questions and tap into colleagues’ knowledge and experience. Teams use the platform for sharing finished work but rarely with the intent of reflecting and learning from it.’
Ik vat dit graag samen als veel geduw en weinig getrek.
Met het woord ‘getrek’ bedoel ik elkaar vragen stellen opdat de stilzwijgende kennis, opgestapeld in de hoofden van collega’s, aan de oppervlakte komt in de vorm van tekst en video, kennis die hergebruikt kan worden om de klant sneller en beter te dienen. Met ‘getrek’ bedoel ik ook stilstaan bij wat men leert en het geleerde omzetten in digitale taal opdat anderen slimmer kunnen werken. Met ‘getrek’ verwijs ik ten slotte naar het delen van twijfels en het geduldig wachten op overdachte reacties van collega’s om zo te bouwen aan de collectieve intelligentie van de organisatie.
Ik herhaal: er is vooral veel geduw, fake vragen en weinig getrek.
Daar gaat onze droom van democratisering, bewuster gebruik van plaats en tijd, reflectie en asynchrone, ietwat tragere kennisdeling.
Het geduw zie ik ook op de sociale technologieën buiten organisaties. Met pijn in het hart stel ik vast dat mijn oude lief Twitter, waaraan ik mijn hart had verloren in 2013, verbleekt tot een schreeuwerig medium waarin mensen opgesloten zitten in steeds kleinere echokamers.
Ik besluit het af te maken.
Volgens de curve van Gartner volgt er na de desillusie een Slope of Enlightenment. Is die fase van Verlichting er gekomen? Kwam de voorspelling van Paul Miller uit: Did Digital Liberate Work? Kwam die renaissance er: de wederopstanding van de kenniswerker?
Begin 2020 klopt het coronabeest aan de deur. Eerst nog voorzichtig in januari en februari met de sussende woorden van Maggie De Block dat er geen reden is tot paniek. Een boodschap die enkele weken later wordt omgezet in het paniekerige blijf in uw kot.
In het zonnige voorjaar van 2020 dat in ons collectieve geheugen gebrand staat als dat van de eeuwige wandelingen, warrige communicaties via powerpoint en de afwezigheid van mondmaskers, ontvlamt in mij opnieuw het vuur dat ik voelde branden bij de publicatie van mijn eerste boek. In volle lockdown schrijf ik: ‘Digitale tools kunnen een bevrijdend effect hebben. Ze maken ons los van tijd en plaats en daardoor ook van oude gewoontes en spelregels.’
Je kan het lezen als een echo van wat Paul Miller schreef in 2016.
Daar steekt het weer de kop op: mijn optimisme over een nieuwe, frisse toekomst van werk, gefaciliteerd door technologie. Na de crisis zullen mensen bewuster omgaan met tijd en wel twee keer nadenken vooraleer ze uren verspillen op de Antwerpse Ring.
Dat is één.
Thuiswerk zal definitief verdwijnen uit het verdoemhokje. Command and control dus ook.
Dat is twee.
En de fysieke afstand die de gezondheidscrisis heeft geïnstalleerd tussen collega’s zal leiden naar een andere afstand: een afstand in tijd. Het asynchrone, trage gebruik van digitale tools zal eindelijk zijn blijde intrede doen. Net als Jezus in Jeruzalem op Palmzondag.
Dat is dan drie.
De voorspelling over het thuiswerk is uitgekomen. Dat zien we in de data die maandelijks2 gepubliceerd worden door Nick Bloom, professor aan Stanford University, gepassioneerd door het hybride werken. Blooms onderzoek toont echter ook aan dat ik er helemaal naast zat met mijn derde en laatste voorspelling. Ik citeer Nick: ‘(…) hybrid increased messaging and video calls, even when all employees were in the office, reflecting a move towards more electronic communication’3.
De blijde intrede van asynchrone, trage communicatie waar ik vurig op gehoopt had, is er niet gekomen.
Blooms onderzoek maakt duidelijk dat medewerkers de digitale tools hebben omarmd. Maar legt die toename aan boodschappen en calls een nieuw gedrag bloot? Ik twijfel. Het klopt dat het digitale de drempel om elkaar te storen verlaagt. Maar ik denk dat Blooms cijfers een veruiterlijking zijn, een digitale en dus zichtbaardere versie van een oud gedrag, het gedrag dat we ook al vertoonden voor de coronacrisis: we onderbreken zonder gêne collega’s, we laten ons bovendien graag onderbreken en we brengen vele uren door in vergaderingen.
Dit alles herinnert me aan die ene zin uit de Social Collaboration Maturity Scan gepubliceerd in 2020: ‘Most organisations are underutilising their platforms, very often because they are simply using them to replicate old ways of working.’
En wat met de andere voorspellingen?
Staan we minder in de file? Ik kan alleen met lede ogen aanzien dat de Ring van Antwerpen even geconstipeerd is als vroeger. Heeft het hybride werken geleid tot minder command and control? Dat is een vraag die Nick Bloom niet onderzoekt en die wellicht minder makkelijk te vatten is in data. Ik kan alleen verwijzen naar uitspraken van managers die ik heb gehoord in mijn workshops: ‘2020 heeft ons geleerd dat we vroeger te dicht op onze mensen zaten en dat we onze rol anders kunnen invullen’ (AG Insurance), ‘Vroeger was ik een micromanager. Ik dacht alles onder controle te hebben door mijn medewerkers constant te checken. Ik heb geleerd mijn medewerkers vertrouwen te geven. En ik vraag hén nu om mij vragen te stellen wanneer ze vast zitten. Ja, corona heeft me veel geleerd over mijn leiderschapsstijl’ (Bridgestone), ‘Ik heb geleerd om bewuster stil te staan bij verbinding. En ik heb geleerd dat ik verbinding creëer door mezelf dienend, kwetsbaar, faciliterend en betrokken op te stellen. Kracht vanuit kwetsbaarheid’ (Rabobank Nederland).
Mooie getuigenissen, maar tegelijkertijd hoorde ik het volgende: ‘Terwijl wij hier in de online training zitten heb ik al vier berichtjes gekregen van mijn manager via de chat. Ik word verondersteld hier meteen op te antwoorden.’
Chat: de nieuwe, digitale command and control-tool par excellence?
En dan moet ik opnieuw denken aan Paul Millers woorden: Did technology liberate work?
‘Ik ben bang dat als de angst straks weg is, alles bij het oude is gebleven.’ Dat schreef de Italiaanse auteur Paolo Giordano in volle gezondheidscrisis in zijn boek-je In tijden van besmetting.
Ik denk dat de angst van Giordano deels ongegrond is gebleken. In de wereld van werk is er wel degelijk een preen postcoronatijdperk. Tijdens de crisis komt er niet alleen meer aandacht voor ons fysiek welzijn maar ook voor onze mentale gezondheid. Er treedt een zekere verzachting op, de mens komt centraler te staan. In een document van Gartner van 2021 dat zich richt tot CHRO’s lees ik bijvoorbeeld het volgende: ‘The reinvented employee value proposition: The human deal. A human deal orients toward employees as people, not workers; provides the attributes that are critical to that person’s life experience, not just work experience; and delivers a positive emotional response.’
En zo verschuift ook mijn aandacht. Waar die eerst gefocust was op de manier waarop technologie werk impacteert, gaat mijn blik nu naar een breder vraagstuk: wat zijn, naast technologie en tools die intussen deel uitmaken van onze werkroutines, elementen die leiden naar een vermenselijking van werk?
Wat zorgt ervoor dat werk goed werk is?
Ik word die richting verder ingeduwd door twee signalen uit het nabije noorden, meer bepaald uit Nederland.
De eerste duw komt in de vorm van een document met als titel Het betere werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht4, een advies gegeven door professoren aan de Nederlandse regering. Dit document stelt dat werk goed is wanneer mensen grip hebben. Grip op geld, grip op werk (autonomie en verbondenheid), grip op work-lifebalance. De auteurs van het document zien hierin niet alleen een belangrijke rol weggelegd voor leidinggevenden en organisaties, maar ook voor de Nederlandse autoriteiten. ‘We laten zien dat de toekomst van werk in ons land niet vastligt of wordt bepaald door globalisering of technologische ontwikkelingen, maar mede afhangt van onze keuzes en beslissingen op nationaal niveau.’
Het document triggert me en stuurt mijn blik de volgende maanden richting ‘goed werk’. Wat mijns inziens echter ontbreekt is de verantwoordelijkheid die ook de medewerker draagt. Bij de zoektocht naar goed werk zijn er namelijk verschillende actoren in het spel: de leidinggevende, de organisaties, de overheid én de medewerker.
Een tweede duw vanuit Nederland weg van technologie komt er dat jaar vanuit de Rabobank. Tijdens de voorbereiding van een keynote voor de bank duikt het op: het magische woord ‘duurzaamheid’.
Ik citeer uit een brochure die de Rabobank in het najaar van 2021 verspreidt bij haar medewerkers: ‘Hybride Werken draagt bij tot het realiseren van de strategische pijlers van de bank: excellente klantfocus (we kunnen onze klanten beter bedienen met een meer digitale dienstverlening en met meer flexibiliteit) – betekenisvolle coöperatie (we verlagen onze CO2 voetprint en dragen zo bij aan een duurzame samenleving) – ijzersterke bank (kostenverlaging nodig om de bank verder te verstevigen) – medewerker in zijn kracht (met hybride werken dragen we bij aan de duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers).’
De duwtjes uit Nederland maken voor mij duidelijk dat thuiswerk geen doel op zich is. Het is een middel om na te denken over flexibilisering van werk om uiteindelijk te komen tot een reflectie over goed en duurzaam werk.
2021 en 2022 zijn dan ook de jaren waarin mijn liefde voor technologie lichtjes bekoelt. En de komst van de metaverse kan daar niets aan veranderen.
En dan is het maart 2023. ChatGPT springt als een knappe halfblote dame uit een grote doos en verbaast daarbij de hele wereld. ‘Niemand had verwacht dat het zo hard zou gaan, de hype is terecht.’5 Dat zegt een pionier in AI, ingenieur en professor Pieter Abbeel, in De Tijd eind mei 2023. Ik ben geneigd hem te geloven maar niet veel later lees ik in het magazine van MIT: ‘Unfortunately, the early narratives that emerge around new technologies are almost always wrong. Indeed, overestimating the promises and potencies of new systems is at the very heart of bubbles.’6
Ik denk dat niemand onder ons met volledige accuraatheid kan voorspellen wat de impact van AI zal zijn op werk. Wat professor Frederik Anseel hierover schrijft in De Tijd in april 2023 vind ik alvast intrigerend: ‘We denken dat AI zwakke schrijfvaardigheden compenseert, maar het tegenovergestelde is waar: wie al superbekwaam is, profiteert er het meest van. (…) Creatieve ontwerpers gebruiken AI om nieuwe ideeën, design en inzichten te genereren die een volledig businessmodel kunnen omgooien.’7 Anseel beschrijft AI als EPO voor de kenniswerker.
Zit Frederik Anseel in een bubbel? Zit hij op de Peak of Inflated Expectations? Hij is alvast genuanceerd want tegelijkertijd waarschuwt hij: ‘In het tijdperk van AI worden de getalenteerden alleen maar sterker (en rijker).’ Hij roept organisaties op om trainingen te organiseren die medewerkers helpen aan de slag te gaan met AI.
En daarmee zijn er al zeker vier elementen geïdentificeerd die garanderen dat werk goed werk is. Eén: de leergoesting, de nieuwsgierigheid en de blijvende verwondering van de medewerker die aan het stuur staat van zijn ontwikkeling. Twee: de stuwende kracht van de organisatie die leren hoog in het vaandel draagt. Drie: managers die ChatGPT gebruikende medewerkers niet zien als een bedreiging. En vier: een maatschappij die geen schrik heeft van de nieuwe technologie.
In oktober 2015 ontmoet ik de Finse onderzoekster Katri Saarikivi in Antwerpen tijdens een congres over de toekomst van werk. Ze staat daar mooi en slim te wezen in een geweldige jurk, genuanceerd verwijzend naar haar onderzoek aan de universiteit van Helsinki. Twee van haar uitspraken zijn me altijd bijgebleven. Eén: we weten nog relatief weinig over de werking van hersenen en het blijft tricky om inzichten vanuit het neurowetenschappelijk onderzoek te vertalen naar de werkvloer. Twee: ‘it’s not about man or machine, it’s about man and machine.’
Het wordt hoog tijd dat ik Katri nog eens spreek. Om te zien of onderzoek naar het brein ons intussen toelaat om stevigere stellingen te poneren over goed werk. Om te zien of ze nog steeds zo aantrekkelijk is. Om haar te vragen wat ze denkt van de uitspraak van Yann LeCun, hoofdwetenschapper voor AI bij Meta, eind juni 2023 in De Tijd: ‘AI-technologie kan de menselijke intelligentie vergroten en een nieuwe renaissance brengen.’8
En met die stelling van de Fransman is de cirkel rond.
Het is een mooie echo van wat Paul Miller schreef in 2015.
KORTOM
Inzicht 1
Technologie-optimisme doet vuur ontbranden. Het brengt vuur. Energie.
Inzicht 2
Of technologie werk beter maakt, daarover ben ik minder optimistisch dan in 2017.
Inzicht 3
De focus op technologie vertroebelt wellicht ons zicht. Of verengt het. Een interessanter vraagstuk is: wat maakt werk goed werk? Technologie maakt er deel van uit. Maar het beheerst niet het hele plaatje.
Inzicht 4
In de zoektocht naar goed en duurzaam werk spelen verschillende actoren een rol: niet alleen managers en organisaties, maar ook de overheid en medewerkers dragen een verantwoordelijkheid.
Het individu
Mispak je niet aan de ogenschijnlijk luchtige storytelling van dit hoofdstuk.
Laat je niet verblinden door de schone surfers op het strand. Noch door de verwijzingen naar vrolijke liedjes, passages uit de Bijbel en ander fraais.
Mijn boodschap is dat er veel voordeel valt te halen uit meer discipline, minder zelfbeklag en iets minder hooggespannen verwachtingen over werk.
Hiermee nuanceer ik graag de boodschap die wordt gegeven door psychiater Dirk De Wachter. De Wachter heeft gelijk wanneer hij stelt dat we te veel willen. Maar ik volg hem niet in de toon waarop hij de mens graag opvoert als slachtoffer: in deze warrige tijden willoos overgeleverd aan de ratrace.
De protagonist in dit hoofdstuk is dan ook: het individu.
Isabel De Clercq
‘Zullen we samen op surfvakantie gaan begin februari, in de lesvrije week?’ Die vraag stelt mijn zoon Karel me in de kerstvakantie van 2022. Enkele minuten nadat ik impulsief heb toegezegd, vormt zich een knoop in mijn maag.
De stem van mijn strenge opvoeding fluistert me toe dat een dergelijke uitspatting ongepast is. Dolce far niente is enkel toegelaten tijdens schoolvakanties. Luiheid is het oorkussen van de duivel. Om onze plaats te verdienen, niet alleen hier op aarde maar ook later in het hiernamaals, moet er gewerkt worden. Het verspillen van talent staat niet op het lijstje van geoorloofd gedrag. Blijkbaar doet dat verhaal niet alleen de ronde bij de katholieken, maar komt het ook terug in het soefisme, de mystieke tak van de islam.
Werk als zelfkastijding.
Om mezelf te straffen voor het geluk dat me wacht in Portugal besluit ik mijn computer mee te nemen. Ik zal elke dag drie uur werken om vervolgens te genieten van zon en strand. Dat is het plan.
‘De computer gaat niet mee.’
Dat zegt mijn zoon me streng wanneer we op het punt staan te vertrekken naar Zaventem. In onze hal neemt hij mijn pc uit de rugzak, overhandigt hem aan mijn man die instemmend lacht en trekt me mee naar buiten. ‘Je besteedt echt veel tijd aan je werk. Vergeet niet dat je ook mama bent. En trouwens: na die e-maildetox kan je weer fris aan het werk.’
Het is met die laatste zin dat hij me over de streep trekt.
We vliegen naar Lisboa en met een huurauto rijden we naar onze eerste stop: Ericeira. Al kuierend tussen de surfshops ontdek ik een piepkleine boekenwinkel. In de etalage staat daar, verloren tussen Portugese titels, een Engelstalig boek: Four Thousand Weeks – Time Management for Mortals. Het boek staat daar blijkbaar al een tijdje te wachten op een lezer: de kaft is vergeeld door de zon.
Ik besluit het boek te kopen.
Misschien is mijn blik verblind door al die schone surfjongens in Ericeira. Misschien word ik betoverd door het felle licht. Ben ik uit mijn evenwicht door de verplichte rust in mijn steeds drukke schema. Maar één ding is duidelijk: het boek grijpt me naar de keel. Normaal ben ik een gretige en snelle lezer maar hier lees ik een aantal pagina’s om het boek vervolgens weg te leggen.
Om te bekomen.
Om de boodschap van de auteur te laten bezinken terwijl ik kijk naar de surfers in de Atlantische Oceaan. Het boek brengt me uit mijn evenwicht. De woorden van de auteur, een zekere Oliver Burkeman, journalist bij The Guardian, doen me twijfelen aan de stelling die ik steeds met vuur heb verdedigd. ‘De combinatie van proactiviteit en discipline garandeert grip op tijd en productiviteit.’
Burkeman nuanceert: ‘There’s no reason to believe you’ll ever feel ‘on top of things’, or make time for everything that matters.’
De journalist die verschillende jaren in opdracht van The Guardian obsessief alle productiviteitstips heeft uitgeprobeerd, is tot de conclusie gekomen dat timemanagement goeroes valse beloftes maken wanneer ze ons voorspiegelen dat het een kwestie is van volharding om volledig controle te hebben over onze tijd, ons werk, onze productiviteit en ons leven.
Het boek zadelt me op met een gevoel van onbehagen.
Ben ik te voortvarend geweest? Heb ik mij net als al die andere predikers schuldig gemaakt aan valse beloftes? Heb ik mijn deelnemers een rad voor de ogen gedraaid? Later op de dag, wanneer mijn zoon met stralende surfogen uit het water komt, besef ik dat Burkeman en ik toch deels dezelfde boodschap geven: getting things done, of zoals zotgedraaide kiekens mails en chats beantwoorden, leidt niet naar voldoening, noch naar grip op tijd. ‘Getting through your email actually generates more email’. Onze aandacht moet gaan naar taken die ertoe doen. Burkeman gebruikt daarbij niet het geladen woord ‘purpose’. Hij schrijft: focus op datgene waar jij het meest om geeft, doe wat voor jou telt, wat ertoe doet.
De auteur verwijst naar de metafoor die je wellicht kent: die van de pot met zand en stenen. Als je de pot eerst vult met zand, is er voor de stenen geen plaats meer. Maar Burkeman stelt zich vraagtekens bij dat beeld: het échte probleem is dat er altijd te veel stenen zullen zijn. En even verderop: ‘You need to learn how to start saying no to things you do want to do, with the recognition that you have only one life.’ Of nog anders geformuleerd: we zullen altijd keuzes moeten maken, mœilijke keuzes. ‘Loss is a given.’
Ik neem me voor om in mijn volgende keynotes die vervelende boodschap mee te geven. Tegelijk ben ik bang dat mijn toehoorders me dat niet in dank zullen afnemen. Houden we van nuance? Worden we niet liever in slaap gewiegd door peptalk en eenvoudige tips en tricks?
’s Avonds daar in ons piepkleine zolderkamertje maak ik het avondeten klaar en terwijl Karel fluitend onder de douche staat, luister ik naar een podcast met Burkeman:
‘Our obsession with productivity is… like… an avoidance. A kind of religiosity. I have the impression that with increased efficiency we want to get somewhere, and the place we want to get to is something like… salvation, like a kind of justification. I admit that my obsession with productivity was tight up with self-worth questions, like… oh today I have not done enough stuff to justify my existence on the planet.’ Dat idee van werk als zelfkastijding. De gedachte dat we door te werken onze plaats moeten verdienen hier op aarde en later in de hemel. Ja, dat alles was ook bij mij opgekomen toen Karel me meevroeg op vakantie.
Productiviteit als religie.
Productiviteit als vervanging van ons verloren gegane geloof in God.
In de quote hierboven staan veel puntjes. Ze staan daar met opzet. Burkeman klinkt aarzelend. Hij wikt zijn woorden. Zijn toon verschilt fundamenteel van de manier waarop andere thought leaders hun waarheid verkondigen.
Dit boek leidt naar nederigheid.
De volgende dag heeft Karel een surfles geboekt en we kruipen samen met andere surfers in een Volkswagenbusje. Het blijken allemaal remote workers. Ieder van hen werkt in de technologiesector. ‘L’hiver je le passe ici. Tout ce dont j’ai besoin, c’est une excellente connection wifi.’
Het is niet de laatste keer deze week dat ik deze boodschap hoor.
En ik denk: voor hen is dit ‘goed’ werk. De flexibiliteit die hun organisatie hen geeft laat hen toe te sporten op momenten die zich niet lang op voorhand laten plannen: golven laten zich immers niet domineren.
En ik denk ook: dit is alleen weggelegd voor hoogopgeleide tech guys. In dat busje met surfcoaches die een habbekrats verdienen met het verhuren van surfplanken en het vervoeren van hoogopgeleide buitenlanders moet ik denken aan George Orwells Animal Farm: ‘All animals are equal but some are more equal than others.’ Dat fully remote work: getuigt dat van fairness?
De surfles zal één uur duren. Tijd die snel voorbij vliegt want ik lees verder in mijn boek. En daar op de Praia São Sebastião geeft Burkeman me een tweede klets rond mijn oren.
Na de lectuur van Stolen Focus van Johann Hari had ik in workshops met een vermanende vinger gewezen naar MS Teams en sociale media. ‘Dat onze aandacht gestolen wordt is de schuld van technologie.’
Een variatie op het thema ‘het is allemaal de schuld van de sossen’.
Burkeman ontkent niet dat technologie een venijnige rol speelt maar wijst de lezer erop dat de belangrijkste oorzaak van die gefragmenteerde aandacht de mens zelf is. We heulen mee met de vijand. En Burkeman legt uit waarom: de taken die ertoe doen stellen we graag uit omdat het comfortabeler is te blijven hangen in ons ideaalbeeld van de toekomst. ‘It’s a matter of worrying that we won’t have the talent to produce work of sufficient quality, or that others won’t respond to it as we’d like them to, or that in some other way things won’t turn out as we want.’
We zijn slechts mensen. Met beperkte tijd en beperkte talenten.
Ik vind dit het sterkste idee uit het boek.
Burkeman voegt eraan toe dat dit niet hoeft te leiden tot een fatalistische houding. Integendeel: het is een bevrijding. Neen, je droomproject zal niet beantwoorden aan wat je voor ogen had. Neen, je weet niet op voorhand of je nieuwe idee de goedkeuring krijgt van de directie noch hoe klanten het zullen onthalen. En nu je dat weet kan je beter meteen de mouwen opstropen.
Hé, dacht ik toen.
De surfles is afgelopen en samen met de remote workers keren we terug naar huis. In mijn fantasie stappen Oliver Burkeman en Johann Hari in het busje om ruzie te maken. Johann Hari zou boos uithalen naar de maffiosi van Silicon Valley. Waarop Oliver Burkeman stoïcijns zou verwijzen naar het boek De Brevitate Vitae. Dat wij mensen dingen uitstellen, daarover schreef Seneca al in het jaar 49 toen er van technologie nog geen sprake was.
Mijn zoon vertelt me in geuren en kleuren hoe de surfsessie is verlopen. Hij gebruikt daarbij een eigen vocabularium dat me exotisch in de oren klinkt. Barrels. Peelers. Duck dive. Top turb bottom turn. Cutback. Floaters. High line.
