Erhalten Sie Zugang zu diesem und mehr als 300000 Büchern ab EUR 5,99 monatlich.
Nudging won de laatste jaren sterk aan belangstelling. Verschillende overheden en organisaties maken er reeds gebruik van. Maar wat houdt nudging nu concreet in? En hoe kan je het zelf toepassen?
Een ‘nudge’ betekent letterlijk een duwtje geven. Het is een eenvoudige psychologische techniek die ons leidt naar een bepaalde keuze, zonder dat hierbij onze keuzevrijheid wordt afgenomen. Onderzoek laat zien dat nudging een effectieve methode kan zijn voor gedragsverandering. Zo resulteerde het bijvoorbeeld al in gezonder eetgedrag, gemotiveerde werknemers en zelfs meer orgaandonoren. Nudges zijn vaak kleine aanpassingen, maar toch zorgen ze voor een grote impact op ons gedrag.
Dit boek geeft een overzicht van de belangrijkste nudgetechnieken en maakt deze herkenbaar aan de hand van meer dan honderd voorbeelden en concrete inzichten. Zowel wetenschappelijke onderzoeken als praktische toepassingen komen aan bod. Je ontdekt dus niet alleen wat nudging inhoudt, maar ook hoe die wordt toegepast in de praktijk en hoe je er zelf mee aan de slag kan.
Omdat de grens tussen nudging en andere vormen van gedragsbeïnvloeding soms dun kan zijn, worden ook enkele bekende overtuigingstechnieken en ethische vraagstukken besproken. Na het lezen van dit boek kan je dus beter verschillende nudgetechnieken en overtuigingspogingen detecteren. De vele voorbeelden en de heldere tekst maken het boek voor iedereen toegankelijk. Er is geen voorkennis vereist.
OVER DE AUTEURS
Reinout Van Zandycke is zaakvoerder van Exposure, een communicatiebureau dat zich specialiseert in de psychologie van het overtuigen. Hij adviseert bedrijven, organisaties en politici. Daarnaast doceert hij aan verschillende opleidingsinstituten over nudging.
Ciska Wybo behaalde een master in de klinische psychologie aan de Universiteit Gent en ondersteunt het team van Exposure in zijn activiteiten omtrent nudging. Na eerdere ervaring in hr werkt zij nu voor VAD, het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs.
Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:
Seitenzahl: 197
Veröffentlichungsjahr: 2021
Das E-Book (TTS) können Sie hören im Abo „Legimi Premium” in Legimi-Apps auf:
De afgelopen jaren kwam de term ‘nudging’ steeds meer in de media. Tijdens onze eerste workshops wisten deelnemers zelden wat nudging betekent, maar sindsdien ontmoeten we steeds meer mensen die al eens van het begrip hebben gehoord. Nudging krijgt nog niet evenveel aandacht als in sommige andere landen, maar de techniek is wel duidelijk aan een opmars bezig in België. De voorbeelden nemen toe, maar ook de misverstanden. Nudging wordt vaak gezien als een wondermiddel om gedrag te veranderen. Dat is het helaas niet. Nudging is een aanvullende techniek, maar het is niet het trucje dat de armoede zal laten verdwijnen of de opwarming van de aarde kan oplossen.
Het doel van dit boek is dan ook om wat meer informatie te geven over nudging en over overtuigende communicatie. Het zwaartepunt van dit boek ligt voornamelijk op de verschillende nudge-technieken en de toepassingen daarvan in de praktijk, maar we willen het ook wat breder bekijken. Zo gaan we het bijvoorbeeld nog hebben over sludging: een term die verwijst naar het gebruik van nudgingtechnieken voor onethische doeleinden.
We hebben steeds getracht om de inhoud van het boek toegankelijk en helder te maken. Kies je voor eenvoud, dan kan je niet alle nuances in detail uitleggen en ga je af en toe wat kort door de bocht. Dit is de keerzijde van de medaille. Om de inhoud van dit boek zo praktisch mogelijk te maken, koppelen we talrijke voorbeelden aan de wetenschappelijke fundering achter verschillende technieken.
De verschillende hoofdstukken zijn zo opgebouwd dat we elementen uit bekende wetenschappelijke onderzoeken combineren met praktische uitwerkingen. Uiteindelijk hebben we alles herleid naar 12 hoofdstukken die passen in ons model: ‘Het Kompas Voor Verandering.” Het is echter niet omdat we 12 hoofdstukken hebben dat er ook maar 12 nudges zijn. Zo worden in verschillende hoofdstukken meerdere nudges gecombineerd.
We willen met dit boek nudging toegankelijker maken voor een grote groep mensen. Het is niet onze bedoeling om het selecte groepje ervaringsdeskundigen nog slimmer te maken, al vermoeden we dat de unieke voorbeelden zeker voor extra inspiratie kunnen zorgen. We willen de lezers voornamelijk extra tools geven om sneller in hun missie te slagen. Op deze manier kan het boek een kompas voor verandering zijn.
De voorbeelden werden verzameld op basis van wetenschappelijk onderzoek, eigen campagnes, maar ook door aandachtig te zijn voor de wijze waarop bedrijven ons proberen te overtuigen. Het is dan ook niet ons doel om enkel toepassingen te bespreken die voldoen aan de strikte definitie van een ‘nudge’. De voorbeelden dienen als illustratie om de technieken concreet te maken en ook ruimere cases komen aan bod.
Want is nudging nieuw? Helemaal niet. Nudging is deels een nieuwe verzamelnaam voor verschillende technieken die al vele jaren worden toegepast. Is het dan oude wijn in een nieuwe zak? Dit ook niet. Maar het is wel zo dat heel wat van deze technieken al langer worden toegepast, soms vanuit een buikgevoel of vanuit een ervaring in overtuigen. Verschillende bekende onderzoeken of experimenten zijn reeds vele jaren oud en de technieken worden door verkopers en marketeers al decennialang toegepast. We zijn er zeker van dat je na het lezen van dit boek deze overtuigingspogingen sneller zal detecteren.
Ten slotte heeft nudging ook veel tekortkomingen. Nudging is geen synoniem voor overtuigen. Om gedrag te veranderen kan je gebruik maken van nudging, maar daarvoor verander je nog niet iemands opinie of idee. Daarom gaan we het in dit boek ook uitgebreid hebben over kritiek en ethiek.
We wensen je alvast veel leesplezier toe en we hopen dat nudging ook voor jou geen geheimen meer kent na het lezen van dit boek.
“Zelfs als je geen keuze maakt, heb je eigenlijk een keuze gemaakt. Je kiest namelijk om geen keuze te maken.”
Laten we het eerste hoofdstuk starten met het intrappen van een open deur: wij zijn geen rationale wezens, integendeel. Ook al denken we misschien dat we onze keuzes goed afwegen, in de praktijk gaat het er helemaal anders aan toe. De overgrote meerderheid van onze keuzes gebeuren onbewust. Sommigen zeggen 95%, anderen zeggen dan weer 6/7. Over het exacte aantal kan je discussiëren en waarschijnlijk zullen we ook nooit het exacte aantal weten. Het doet er ook niet toe. Er is hoe dan ook consensus over het feit dat de meeste beslissingen onbewust gebeuren. Toch, als we de vraag zouden krijgen: ‘Neem je vaak irrationele of onbewuste keuzes?’, dan zal bij de meeste mensen de reflex zijn om daar negatief op te antwoorden. Het komt namelijk slecht over om daar ‘ja’ op te antwoorden. Hoewel het vreemd klinkt om te moeten toegeven dat we niet alle keuzes rationeel maken, is het toch volkomen normaal.
Elke dag maken we duizenden keuzes; vaak wordt het getal 35.000 keuzes per dag genoemd. Gelukkig maar dat we dus niet rationeel nadenken over elke keuze die we maken. Denk maar eens na voor jezelf hoeveel tijd je zou verliezen als je elke keuze bewust en rationeel zou afwegen. We hebben simpelweg niet genoeg tijd en energie om daarmee bezig te zijn. Wij hebben onszelf dus aangeleerd om bepaalde beslissingen sneller te nemen. Strategieën gebaseerd op aangeleerd en aangeboren gedrag, ook wel heuristieken genoemd. Dat betekent eigenlijk hetzelfde als een automatische beslisregel1. Een simpel voorbeeld: we gaan sneller een halfvol restaurant binnen dan een leeg restaurant op een citytrip. Ook al begrijpen we misschien met moeite de menukaart en hebben we niets geproefd. Het kan bovendien ook een momentopname zijn dat de enige tien klanten van dat halfvolle restaurant net allemaal samen aanwezig zijn, terwijl het lege restaurant het beste van de stad is. We weten het niet. Maar omdat we hebben aangeleerd dat waar de meeste mensen naartoe gaan meestal ook de juiste richting is, bepalen we om ons vertrouwen te schenken aan het halfvolle restaurant. Mochten we puur op basis van de ratio beslissen, dan zouden we kunnen opzoeken wat recensenten schreven, navragen welke kwaliteit van producten ze gebruiken, een proevertje vragen … Veel te veel werk en bovendien voor velen ook niet zo gepast uiteraard. We moesten de beslissingen bovendien snel nemen. De maag knorde stevig. Geen tijd dus voor een weloverwogen beslissing. Lang leve de heuristieken, hoewel …
Heuristieken zijn zeker niet altijd positief. Integendeel zelfs, door die shortcuts nemen we dus ook vaak de verkeerde beslissing of interpreteren we iets verkeerd. Dit noemen we dan een denkfout. Het is namelijk niet omdat de grootste groep iets doet, dat het daardoor de juiste keuze is. Er zijn genoeg voorbeelden in de geschiedenis die aantonen dat denkfouten en heuristieken een heel grote impact kunnen hebben. Er is zelfs een volledige wetenschappelijke stroming ontstaan rond de vaststelling dat beslissingen van individuen en organisaties niet altijd rationeel zijn: de gedragseconomie2.
Gedragseconomie is een wetenschap die zich onder meer focust op de impact die onze denkfouten hebben op de maatschappij en economie. Waar men vroeger dacht dat mensen steeds rationeel en in functie van eigenbelang proberen te handelen, toonde gedragseconomie aan dat er grenzen zijn aan die rationaliteit. Om de oorsprong van gedragseconomie te kunnen bevatten, keren we terug naar Adam Smith. In zijn klassieker The Wealth of Nations schrijft Smith over de vrijemarkteconomie, en legt hij uit wat de fundamenten zijn voor de economische theorie. In zijn tijd was zijn mening controversieel, want Smith zei dat rationeel eigenbelang en concurrentie leiden tot economische welvaart3. Economen werden vroeger beschouwd als natuurwetenschappers, die exact konden bepalen wat zou gebeuren en hoe mensen handelen op basis van formules en principes. De mens die handelt volgens economische principes werd de homo economicus genoemd. In elk van ons schuilt zo’n homo economicus, die altijd fundamenteel rationeel handelt. In The Theory of Moral Sentiments gaat Smith daarover verder en biedt hij psychologische verklaringen voor individueel gedrag. Smith was een van de eerste economen die ruimte liet voor psychologische inzichten in de economische wetenschap. Na Smith is dan ook een duidelijke trend merkbaar in de literatuur.
Vele jaren later ging econoom Herbert Simon nog een stap verder en stelde hij dat wij als mens een beperkt denkvermogen hebben4. Om moeilijke problemen op een zo goed mogelijke manier op te lossen, zei Simon dat we problemen vaak versimpelen. Zo is het idee geboren van bounded rationality: wanneer individuen keuzes moeten maken, kan hun rationaliteit worden beïnvloed. Als we bijvoorbeeld niet over alle informatie beschikken of een beperkte tijd hebben om tot een besluit te komen, worden we beperkt in ons rationeel denken. Met zijn theorie opende Simon de deur voor het idee dat mensen door heuristieken suboptimale beslissingen nemen, wat indruist tegen het idee van de homo economicus die steeds rationeel handelt. Voor zijn pionierswerk over besluitvormingsprocessen in economische organisaties kreeg Simon in 1978 de Nobelprijs voor de Economie.
De aandacht voor gedragseconomie kwam het afgelopen decennium in een stroomversnelling door gedragseconomen Richard Thaler en Cass Sunstein. Ze schreven in 2008 het boek Nudge, Improving Decisions about Health, Wealth and Happiness. In het boek leggen ze uit dat we dagelijks talloze beslissingen nemen, maar dat veel van die keuzes achteraf verkeerd uitpakken. We eten vandaag bijvoorbeeld veel chocolade, terwijl we weten dat een ongezonde levensstijl de kans op harten vaatziekten vergroot.
Ze stellen dat wij, als mensen, ons laten leiden door vooroordelen5. Doordat we ons laten leiden door niet-rationele logica begaan we blunders op vlak van gezondheid, welvaart en geluk, schrijven ze. Thaler en Sunstein blijven echter niet bij de pakken zitten en laten zien dat we mensen in onze directe omgeving een duwtje in de goede richting kunnen geven, zonder hen te beperken in hun keuzevrijheid. Dit figuurlijk duwtje wordt in het Engels a nudge genoemd. Thaler won in 2017 de Nobelprijs voor de Economie voor zijn bijdrage aan de gedragseconomie.
Eerder ging dezelfde eer naar Daniel Kahneman. Hij leerde ons dan weer dat het menselijk brein 90% van haar beslissingen niet rationeel en bewust neemt6. Bij het getal van 90% kan je wel wat vraagtekens zetten. Het is zeker niet iets dat voor iedereen en elke situatie zo is, maar de wetenschap is er het wel over eens dat we meer onbewust dan bewust beslissingen nemen. Kahneman bewees dat mensen zich niet altijd gedragen zoals de economische theorie voorspelt. Het bevestigde dus dat het beeld van de homo economicus die rationeel nadenkt over elke beslissing en in eigenbelang handelt, niet klopt. In zijn bekend boek Ons feilbare denken – Thinking fast and slow legt Kahneman uit dat veel keuzes gemaakt worden op automatische piloot. Waarom beoordelen we bijvoorbeeld dezelfde situatie anders voor en na de lunch? Waarom hebben we meer argwaan ten opzichte van mensen met een vreemde naam dan bij vaak voorkomende namen? Voor zijn vele nieuwe psychologische inzichten in de economische wetenschap werd hij in 2002 al gehuldigd met de Nobelprijs voor de Economie.
Gedragseconomie is nog altijd bezig aan een opmars. Vooral overheden sprongen de laatste jaren mee op de kar. In België werden bijvoorbeeld enkele woorden aangepast op de aanmaningsbrieven voor burgers die hun personenbelasting nog niet betaald hebben. In één klap waren er minder wanbetalers. De statistieken spraken voor zich: door de wijziging van woordenschat en argumentatie in de brief, werd er sneller betaald dan vorige jaren. Kortom, de federale overheid kon met enkele nudges de inkomsten drastisch verhogen. Is dat een toevalligheid? Of een gelukje van een ambtenaar bij de Federale Overheidsdienst Financiën? Nee, dat is het niet. Zoveel is duidelijk als je kijkt hoe de belastingdienst dit project heeft aangepakt.
Ze deden daarvoor een beroep op professoren Jan-Emmanuel De Neve (Oxford University) en Johannes Spinnewijn (London School of Economics)7. Beiden zijn vooraanstaande proffen in de gedragseconomie en gebruiken dus psychologie ten dienste van de economische wetenschap. De belastingdienst zat samen met hen om het probleem van wanbetalers aan te pakken. Het gaat hier over mensen die na verschillende aanmaningsbrieven nog steeds hun personenbelasting niet betalen. Er werden verschillende typebrieven ontworpen, telkens met een andere psychologische insteek. Een persoonlijke aanspreking in plaats van “Geachte” was een van de insteken. Een andere typebrief voegde een overzicht toe met de besteding van belastinggeld door de overheid, zodat de ontvanger kan zien waar zijn geld naar toe gaat. Alle technieken hadden als doel de belastingplichtige sneller aan te zetten tot betalen. De brief waarin expliciet verwezen werd naar de financiële gevolgen als je niet betaalde, was de succesvolste. Het is ondertussen een van de bekendste nudgingcases in België. We bespreken deze case ook nog verder in het boek. Dit momentum kan misschien ook wel worden gezien als de start van het nudgingtijdperk in België. Als we de vergelijking maken met andere landen, dan zijn wij in België wat later vertrokken. Op het Europese vasteland is de Nederlandse overheid een voorloper. Internationaal gezien zijn het VK en de VS dan weer de koplopers. Toenmalig president Barack Obama en premier David Cameron lieten zich inspireren en bijstaan door Sunstein en Thaler. De Britse regering besliste bijvoorbeeld in 2010 om een Behavioural Insights Team (BIT) op te richten. Dat team moest beleidsbeslissingen en publieke diensten adviseren. Het BIT wordt ook wel de “Nudge Unit” genoemd, omdat ze hun adviezen formuleren aan de hand van gedragswetenschappelijke inzichten. Die referenties waren de start voor het populariseren van nudging wereldwijd.
Bij nudging ligt de focus op gedragsverandering, maar het is logisch dat er verschillende manieren zijn om dat te verwezenlijken. Wanneer de overheid bijvoorbeeld wil dat haar burgers meer zonnepanelen installeren, kan ze subsidies creëren om mensen te stimuleren. Je krijgt dan een stimulus om je gedrag te wijzigen, want zonder de financiële steun had je de zonnepanelen misschien niet gekocht. In de psychologie van gedragsverandering zijn er verschillende instrumenten. In boeken over gedrag wordt vaak gesproken over carrots, sticks and sermons (wortels, stokken en preken).
Gewenst gedrag zou je volgens die klassieke instrumenten op drie manieren kunnen uitlokken. De eerste manier is door iemand met een wortel te belonen. Dat is een metafoor voor het belonen van gewenste acties, zoals een financiële stimulus om zonnepanelen te installeren. De tweede manier is een stok om mee te slaan. Dat is een metafoor voor het bestraffen van ongewenst gedrag. Boetes en gevangenisstraffen zijn daar een prima voorbeeld van. Sermons of ‘preken’ zijn het derde klassieke instrument. Het gaat hier eigenlijk over preventie en communicatie. Via allerhande borden aan de kant van de autosnelweg worden we overtuigd om niet te snel te rijden. Als we dit wel doen, worden we misschien geflitst en krijgen we een boete (stok om mee te slaan).
Nudging kan worden gezien als een vierde instrument, een aanvulling op het klassieke trio. De kleine duwtjes of nudges spelen in op ons gedrag doordat ze een invloed hebben op de manier waarop we keuzes maken. We hebben het dan over de keuzearchitectuur. Dat betekent dat de manier waarop keuzeopties worden gepresenteerd, een invloed heeft op de keuze die je gaat maken. Door bepaalde keuzes aantrekkelijker, dichter, gevaarlijker, duurder, makkelijker … te laten lijken, kan je keuze worden beïnvloed.
Er zijn verschillende definities van nudging te vinden.
“A nudge, as we will use the term, is any aspect of the choice architecture that alters people’s behavior in a predictable way without forbidding any options or significantly changing their economic incentives. To count as a mere nudge, the intervention must be easy and cheap to avoid. Nudges are not mandates. Putting fruit at eye level counts as a nudge. Banning junk food does not.”8
“Nudges are ways of influencing choice without limiting the choice set or making alternatives appreciably more costly in terms of time, trouble, social sanctions, and so forth. They are called for because of flaws in individual decision-making, and they work by making use of those flaws.”9
Wij vatten het vaak als volgt samen: “Nudging is de verzamelnaam voor alle technieken die je gebruikt om één bepaalde keuze beter te doen lijken dan een andere keuze.” Uiteraard is die definitie vanuit een wetenschappelijk perspectief te eenvoudig en zal ze niet worden gebruikt in een wetenschappelijke publicatie. Maar dat hoeft ook niet altijd. Het belangrijkste is dat ze duidelijkheid geeft waarover het gaat. Over het algemeen kan je zeggen dat het bewaren van de keuzevrijheid het belangrijkste kenmerk is van nudging.
Je moet dus kunnen kiezen om iets niet te doen of iets anders te doen dan de gewenste actie. Stukken fruit aan de kassa van de supermarkt leggen, is geen verplichting dat mensen fruit moeten kopen. Zoetekauwen kunnen nog steeds een chocoladereep op de band leggen. Op die manier is de keuzevrijheid van de klant bewaard, maar is een gezonde optie toch aangeboden. In plaats van te twijfelen om een chocoladereep mee te nemen, twijfelen klanten misschien tussen een appel en een peer.
Doordat bij het gebruik van nudging altijd de keuzevrijheid wordt behouden, is er in het algemeen een breed draagvlak. Toch klinkt er ook kritiek10. Dat bespreken we verder en uitgebreid in het hoofdstuk over kritiek en ethiek. Filosofen en juristen stellen zich namelijk luidop de vraag of nudging wel degelijk de autonomie van de burger ongemoeid laat. Ze maken de bedenking dat de overheid de mensen manipuleert om een bepaalde keuze te maken. De keuzevrijheid is net een belangrijke pilaar waarop nudging gebouwd is. Aan de basis van een goede nudge ligt dus een essentiële keuze tussen libertarisme en paternalisme. De synthese van beide politieke filosofieën wordt libertair paternalisme genoemd en is een belangrijk begrip in het denkkader van Thaler en Sunstein. We splitsen het begrip om het te verduidelijken.
Het libertarisme staat voor de meest verregaande vrijheid van het menselijk individu. Iemand die zichzelf een libertair noemt, en dus het libertarisme steunt, is tegen eender welke vorm van beïnvloeding of inmenging van een overheid. Zelfbestuur, keuzevrijheid en individuele soevereiniteit zijn de kern van het libertarisme.
Daartegenover staat de politieke filosofie van paternalisme. Dat komt van het Latijnse woord voor vader (pater) en verwijst naar een oude hiërarchische gezinsstructuur. Vroeger was het eerder de gewoonte dat de vader het hoofd is van de familie en dat hij beslissingen neemt voor alle familieleden. Paternalisme verwijst dus naar een overheid die keuzes maakt in de plaats van haar burgers. De vrijheid van personen of groepen wordt beperkt voor hun eigen bestwil, ook al gaat het individu niet akkoord met de beslissing van de overheid. Paternalisme wordt vaak gebruikt als kritiek op een overheid die zich superieur waant ten opzichte van haar bevolking. Individuen kunnen het gevoel krijgen dat hun overheid vindt dat ze niet in staat zijn om zelf de juiste keuze te maken. In de Verenigde Staten, bijvoorbeeld, zijn burgers zeer gevoelig voor overheidsingrijpen. Daarom zorgen thema’s als gezondheidszorg of het recht op wapenbezit voor verhitte discussies. Veel Amerikanen willen koste wat kost een paternalistische overheid vermijden en streven maximale individuele vrijheid na. Dat de overheid zou beslissen welke wapens jij mag bezitten, ligt gevoelig.
Als in de context van nudging gesproken wordt over libertair paternalisme gaat het over de ethische keuze tussen libertarisme en paternalisme, tussen maximale individuele vrijheid en verregaand overheidsingrijpen. De twee termen zijn uitersten, terwijl nudging zich in het midden situeert. Enerzijds gaan we uit van een overheid die handelt (en nudges bedenkt) voor het algemeen goed en anderzijds wordt de keuzevrijheid wel behouden.
Dat er veel ethische vraagstukken zijn, heeft uiteraard ook te maken het feit dat nudging vooral focust op de heuristieken. Dit is een ‘shortcut’ in ons brein waardoor we bepaalde beslissingen maken op automatische piloot, zonder dat we bewust de verschillende keuzes afwegen. We denken er bijna niet over na. Een goede nudge speelt in op die automatische piloot door de mens juist op dat moment te beïnvloeden in zijn of haar keuzegedrag. Het ethische debat gaat er dan ook over of een overheid dit wel mag doen. De grens met manipulatie is zeer dun.
Het is uiteraard niet verwonderlijk dat nudging ook buiten de overheid wordt gebruikt. Als we uitgaan van een paternalistische overheid waarbij altijd naar het algemeen goed wordt gestreefd, dan is dat bij bedrijven uiteraard niet altijd het geval. Er zijn gelukkig heel veel bedrijven die ondernemen met een win-winmindset. Een drive waarbij ze zowel de anderen als zichzelf willen vooruithelpen. Natuurlijk zijn er ook bedrijven die vooral focussen op hun eigen vooruitgang. De psychologische inzichten worden dan ook meer en meer door hen toegepast. Dat wordt dan eerder ‘sludging’ genoemd. Dat gaat dan bijvoorbeeld over de chocoladerepen aan de kassa. Het stimuleert de verkoop, maar het is een ongezonde keuze. Iets wat dan niet meer strookt met nudging. In dit boek zullen we ook verschillende sludges bespreken.
Zijn sludges altijd slecht? Neen, zeker niet. Uiteraard voelt het minder ethisch aan, maar het moet zeker niet worden gezien als de dark side. Ook binnen sludging heb je verschillende gradaties. Vooral het doel en de impact zijn belangrijk om te bekijken of het verantwoord is of niet. Al is dat ook een zeer persoonlijke benadering en afhankelijk van persoon tot persoon. We denken echter wel dat iedereen het erover eens zal zijn dat iemand sludgen om een software aan te kopen die je efficiënter doet werken iets anders is dan sludges die mensen aanzetten tot gokken.
In dit boek kunnen we je uiteraard als lezer alleen maar stimuleren om nudging in te zetten voor de goede zaak.
“The price of greatness is responsibility.”
WINSTON CHURCHILL
1 BADDELEY, M., “Behavioral Economics: Past, Present, and Future” in Towards a New Enlightenment? A Transcendent Decade, Madrid, BBVA, 2018.
2 Vermeersch, W.V. en Benyaich, B.B., “Creëer een federale en Vlaams Nudge Unit”, SamPol november 2015, 22 (9), geraadpleegd via www.sampol.be.
3 BADDELEY, M. “Behavioral Economics: Past, Present, and Future.” in Towards a New Enlightenment? A Transcendent Decade, Madrid, BBVA, 2018.
4DE RIDDER, D. en TUMMERS, L., Nudging, 1ste ed., Amsterdam, Prometheus, 2019.
5 THALER, R. en SUNSTEIN, C., Nudge, 1ste ed., Amsterdam, Reed Business Education, 2015.
6 EOS WETENSCHAP, Nudging: een verstandig duwtje in de rug?, 9 oktober 2017, geraadpleegd via www.eoswetenschap.eu/psyche-brein/nudging-een-verstandig-duwtje-de-rug.
7 VERMEERSCH, W.V. en BENYAICH, B.B., “Creëer een federale en Vlaams Nudge Unit”, SamPol november 2015, 22 (9), geraadpleegd via www.sampol.be.
8 THALER, R.H. en SUNSTEIN, C.R., Nudge: improving decisions about health, wealth, and happiness, New Haven, Yale University Press, 2008.
9 HAUSMAN, D.M. en WELCH, B., Debate: To nudge or not to nudge. Journal of Political Philosophy 2010, 18 (1), 123-136.
10 VERMEERSCH, W.V. en BENYAICH, B.B., “Creëer een federale en Vlaams Nudge Unit”, SamPol
