3,99 €
Dit boek is het samenwerkingsresultaat van verschillende auteurs die als SF Practice Definition taakgroep van de European Brief Therapy Association (EBTA) samenwerken. Dit document betreft de 2020 versie over het begrijpen en leren van de oplossingsgerichte praktijk. Het boek kan binnen verschillende domeinen van de praktijk gebruikt worden, zoals bij therapie, coaching, supervisie, sociale veranderingen, educatief werk, leiderschap, en in andere contexten. Het betreft gebieden waarin een gedetailleerd begrip gevraagd wordt van hoe men veranderingen in sociale systemen en gemeenschappen kan bevorderen of beheren. Het boek presenteert een samenhangende theorie van de oplossingsgerichte praktijk voor degenen die de grondgedachte ervan willen begrijpen. Deze grondgedachte kan samen met een uitgebreide beschrijving van de oplossingsgerichte praktijk worden gebruikt ten dienste aan de dagelijkse praktijk, trainingen en ontwikkelingsdoeleinden. De theorie wordt hier gedefinieerd als een procestheorie die beschrijft hoe de oplossingsgerichte praktijk wordt uitgevoerd, samen met de beschrijving over hoe en waarom het veranderingsproces op gang wordt gebracht. Dit boek geeft tevens een verklaring over de oplossingsgerichte praktijk en het beschrijft wat de goede redenen zijn om deze praktijk te gebruiken.
Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:
Seitenzahl: 133
Veröffentlichungsjahr: 2021
Kennis is uiteindelijk gebaseerd op erkenning.
Ludwig Wittgenstein
Over zekerheid, §378.
Voorwoord
Inleiding
Handelen: in de context staan
Onderbouwing: Waarom oplossingsgericht zijn?
Veranderen van betekenisgeving
Betekenisvolle zinnen creëren een conceptuele kaart van de wereld
De wereld is onzeker
Ondersteuning bij het nastreven van een doel
Verandering als nieuwe zingeving in het dagelijks leven
Het veranderen van zelfperceptie en richting
Bouwen vanuit competentie en veerkracht
Op weg naar de best mogelijke verandering
Professionele ondersteuning waar dat gewenst is
Het veranderen van handelen
Verandering is zinvol als de gevolgen zijn zoals bedoeld
Reflecteren en evalueren
De belangrijkste aannames, waarden en overtui-gingen
Beschrijving: Wat maakt de praktijk oplossingsgericht?
Sleutelbegrippen in de oplossingsgerichte praktijk
Respect, betrokkenheid en positiviteit
Behoud en gebruik van de taal van de cliënt
Afstemming op en ondersteuning van de gewenste verandering
Het aanbieden van passende ondersteuning
Utiliseren van de competenties van de cliënt en resources activeren
Anders denken en doen
Het uitproberen van veranderingen tussen de sessies door
Het proces volgen en evalueren
Conclusie
Ronde tafels: bespreken en uitbreiden van ideeën
Referenties
Persoonlijke reflecties ...
Beschouwingen
Thorana Nelson
Alasdair J. Macdonald
Arild Aambø
Sukanya Wignaraja
Guy Shennan
Tomasz Switek
De zoektocht naar een oplossingsgerichte praktijktheorie begon na de dood van Steve de Shazer met de “bigger picture" bijeenkomsten van Gale Miller en Mark McKergow in 2008. Dit waren bijeenkomsten waarin gezocht werd naar soortgelijke ideeën als die in de oplossingsgerichte traditie. Veel overeenkomsten werden gevonden, vooral binnen de filosofie. De bijeenkomsten waren boeiend en bevrijdend. “We konden de oplossingsgerichte praktijk op een manier uitleggen die aansloot bij wat anderen hadden verwoord. Er was ook iets bijzonders en vrij unieks in deze benadering. Kunnen we deze benadering nauwkeuriger omschrijven en kunnen we het met elkaar eens zijn?”1 Dat was een interessante opdracht om gezamenlijk te doen!
Het bestuur van de European Brief Therapy Association (EBTA) heeft een Taakgroep opgericht om de oplossingsgerichte praktijk te definiëren. In 2010 werd de eerste “Praktijkdefinitie” door het bestuur besproken en, tot onze verbazing, werd er mee ingestemd! Ja, er waren wat accentverschillen, echter door gebruik te maken van meerdere definitie mogelijkheden bleven er geen inhoudelijke onenigheden bestaan over de Praktijkdefinitie.
De volgende mijlpaal in de ontwikkeling van deze theorie was de plenaire bijeenkomst en workshop van Janet Bavelas en Harry Korman “Does SFBT Have a Theory?” in 2014, op de jaarlijkse conferentie van de EBTA.2 Ze hadden de boeken van Steve de Shazer doorgenomen en presenteerden wat zij noemden de “postulaten voor een theorie van oplossingsgerichte korte therapie”. Dus zelfs Steve de Shazer had een theoretische basis, hoewel hij kritisch was over het uitleggen van zijn werk en dat van zijn collega’s! Dit moedigde ons in de EBTA-Taakgroep aan om de zoektocht in een meer theoretische richting voort te zetten. In ons werk zijn daarbij twee andere interessante invalshoeken van groot belang geweest.
Ten eerste ligt er de vraag hoe we de ideeën en doelen binnen de oplossingsgerichte gemeenschap kunnen onderbouwen. Dit is interessant, omdat de praktijk open is in die zin dat niemand er auteursrecht op heeft. Het gronden en discussiëren met collega’s was een manier om een gevoel te krijgen van wat de oplossingsgerichte gemeenschap wil en accepteert. De tekst die we nu voorstellen, is dan ook vanaf dat moment in alle EBTA-conferenties met de deelnemers en met veel collega’s besproken. We zijn tevens verheugd dat andere organisaties en personen in de afgelopen jaren hun ideeën hebben gepresenteerd over de oplossingsgerichte praktijk.
Het tweede interessante perspectief is het “Ockham’s scheermes” principe, welke gebruik maakt van de eenvoudigste principes, en een leidraad is geweest voor de meeste ontwikkelaars van het oplossingsgerichte gedachtengoed. Hier laten we deze traditie varen door een meer inclusieve theorie te presenteren met verschillende praktijkprincipes en verschillende manieren om de oplossingsgerichte praktijk (SF) te beoefenen. Dit maakt SF iets minder onderscheidend, echter meer bruikbaar binnen verschillende contexten en uitvoeringsstijlen.
Tot slot een opmerking over contexten. Oplossingsgericht werken wordt met goede resultaten beoefend in verrassend veel verschillende contexten. De uitbreiding gaat zo ver dat we als Taakgroep besloten hebben om voor te stellen dat deze theorie in veel contexten toepasbaar is. Echter, de grenzen van de oplossingsgerichte praktijk ongedefinieerd laten, zou als een valkuil kunnen worden beschouwd daar we aannemen dat er grenzen aan deze praktijk bestaan. In de toekomst dienen we ons daarom op deze grenzen te richten alsook op andere aspecten van de oplossingsgerichte praktijk.
De zoektocht zal dus doorgaan! We nodigen daarom al onze lezers uit om deel te nemen aan deze voortdurende gesprekken.
EBTA Praktijkdefinitie Taakgroep,
Juli 2020.
1 Sundman, persoonlijke noot van deze vergaderingen.
2 Bavelas et al. (2014).
2020 Versie, door
Peter Sundman
Matthias Schwab
Ferdinand Wolf
John Wheeler
Marie-Christine Cabié
Svea van der Hoorn
Rytis Pakrosnis
Kirsten Dierolf
Michael Hjerth
Vertaling: Jos Kienhuis
Dit document is het resultaat van de samenwerking tussen een aantal auteurs die als een European Brief Therapy Association (EBTA) Taakgroep hebben gewerkt. De auteurs hebben door de jaren heen verschillende versies van dit document met elkaar uitgewisseld. Eerdere versies zijn aangeboden aan een gevarieerd publiek zoals het EBTA-bestuur, tijdens Conferenties en informele uitwisselingen met collega’s. Dit is gedaan om meerdere perspectieven op te nemen in dit controversiële onderwerp over een theorie over de oplossingsgerichte praktijk. De auteurs kijken uit naar commentaar en feedback, zodat verdere uitwisseling en spiralen van ontwikkeling zich voortzetten.
Ons doel is om met dit document een coherente theorie van de oplossingsgerichte praktijk te presenteren. Een coherente theorie voor allen die samen met een uitgebreide beschrijving van de oplossingsgerichte praktijk de onderbouwing ervan willen begrijpen, welke gebruikt kan worden voor opleidings- en ontwikkelingsdoeleinden.
De theorie wordt hier gedefinieerd als een procestheorie3 die beschrijft hoe de oplossingsgerichte praktijk wordt uitgevoerd, met uitleg over hoe en waarom het proces wordt geïnitieerd, waarom het proces in een bepaalde richting gaat en wie daar verantwoordelijk voor is. Ook worden naast beweegredenen en aannames, waarop de theorie is gebaseerd, algemene voorspellingen van de uiteindelijke uitkomst beschreven.
Dit document is tevens bedoeld als een statement over wat de oplossingsgerichte praktijk met haar geprefereerde, veronderstelde, ideale keuzes en aannames claimt te zijn.4
De oplossingsgerichte praktijk bouwt voort op het werk van Milton Erickson (Erickson 1954a, 1954b). Zijn werk is bekend geworden door de beschrijvingen van o.a. Haley (1986), over een keur aan onderwerpen waaronder cliënt religies, individualiteit, veranderingsvermogen, persoonlijke keuze, relaties, taal, instructies, interactie. Tevens heeft het werk van het Mental Research Institute (Weakland et al. 1974) hieraan bijgedragen met de uitwerking van thema’s zoals interactie, gedrag, iets anders dan anders doen, referentiekaders en herkaderen. Ideeën uit de systeemtherapie droegen bij (bijvoorbeeld Cecchin 1987, Minuchin 1974 & Selvini-Palazzoli e.a. 1973), door het beschrijven van thema’s zoals cybernetica, communicatie, feedback, relaties, netwerken en complexiteit. Theoretisch hebben het sociaal constructivisme, de taalfilosofie, namelijk het werk van Ludwig Wittgenstein, en het boeddhistische denken de ontwikkelaars van de oplossingsgerichte praktijk geïnspireerd.5
De praktijk is gebaseerd op meer dan dertig jaar theoretische ontwikkeling, klinische praktijk en empirisch onderzoek door Insoo Kim Berg, Steve de Shazer en hun collega’s en cliënten van het Milwaukee Brief Family Therapy Center in het begin van de jaren tachtig. De oplossingsgerichte praktijk wordt door vele beroepsbeoefenaars in vele landen over de hele wereld uitgevoerd en verder ontwikkeld.
De belangrijkste benadering is inductief geweest, d.w.z. actief zoekend naar logische argumenten in de klinische praktijk. Argumenten die bepaalde conclusies of generalisaties onderbouwen.6 Het micro-analyse onderzoek van Janet Bavelas en haar team heeft hier een abductieve benadering aan toegevoegd (Lipton 2001). De abductieve benadering is een manier van redeneren die naar patronen en mogelijke verklaringen zoekt die schommelen tussen wat zich afspeelt in de leefwereld tussen cliënten en beroepsbeoefenaars en de wereld van abstracte ideeën.
Het staat voor iedereen open om de oplossingsgerichte praktijk verder te ontwikkelen, hetgeen de vraag doet rijzen wat omtrent deze praktijk onduidelijk is, hetgeen een aanvullende reden is om deze theorie op papier te zetten. We hebben geprobeerd om veel goed beargumenteerde en onderbouwde ideeën te verzamelen die logischerwijs in dit coherente kader passen. Dit werk is in 2007 opgestart met een serie bijeenkomsten waarin de verbanden werden onderzocht tussen oplossingsgerichte ideeën en ideeën in filosofie, sociologie, psychologie en aanverwante velden. In 2010 heeft de EBTA een taakgroep opgericht om een Praktijkdefinitie te formuleren, en deze definitie is in 2012 door de EBTA overgenomen en in 2013 aangepast. De taakgroep heeft haar werk voortgezet door het houden van open discussies op conferenties en informele discussies met collega’s en het verzamelen van gepubliceerde data.7 Gedurende deze jaren zijn ook door anderen gerelateerde kaders geïntroduceerd zoals de Solution Focused Therapy Treatment Manual for Working with Individuals, door de SFBTA, Clues 1.1 en Clues 1.2 (lijst van SFaanwijzingen in actie) en door de SFCT en de UKASFP met Accreditable Practice and Accreditable Practitioners (2015), samen met verschillende artikelen die de algemene interesse liet zien om de oplossingsgerichte aanpak te definiëren.8
We zijn ons bewust van de bestaande bedenkingen over het formuleren van een theorie van de oplossingsgerichte praktijk.9 Er is echter altijd al sprake geweest om de oplossingsgerichte praktijk met gedegen argumenten te onderhouwen.10 Het eerste kader, vergelijkbaar met dit werk, werd al in het jaar 1996 geschreven.11
Het hier expliciet maken van de onderbouwing zal volgens ons nuttig zijn voor de verdere ontwikkeling van de oplossingsgerichte praktijk. De theorie komt tot uiting in de conceptuele aannames, in de begrippen en vooronderstellingen die we eraan toeschrijven, en in de beschrijvingen van de praktijk die we gebruiken.
De oplossingsgerichte praktijk werd in eerste instantie ontwikkeld in een therapeutische context. Kenmerkend is dat het zich heeft ontwikkeld in de context van zowel gezinstherapie als individuele therapie. Zo moest de oplossingsgerichte praktijk zich vanaf het begin oprekken en voldoende robuust en flexibel zijn om relevant en passend te zijn bij het werken met zowel individuen als groepen. Vanaf de jaren ’80 heeft de oplossingsgerichte praktijk zich verspreid over verschillende werkvelden zoals coaching, opleiding, groepswerk, leiderschap, organisatieontwikkeling en advieswerk. Deze theorie is bedoeld om toepasbaar te zijn op alle verschillende gebieden van oplossingsgericht werken, hoewel voorbeelden en beschrijvingen onbedoeld enige vooringenomenheid zouden kunnen laten zien vanuit de therapeutische context, vanwege de achtergrond van de auteurspraktijken en de oorspronkelijke ontwikkeling in deze context. Verdere discussies en analyses zullen waarschijnlijk laten zien of en waar deze theorie desgewenst verder ontwikkeld dient te worden om toepasbaar te zijn. In de ‘Solution Focused World’ is de theorie net zo nuttig als ze pragmatisch is. Theorie dient onderzoek mogelijk te maken, mensen in de dagelijkse praktijk te ondersteunen en de kwaliteit van de dienstverlening aan cliënten te verbeteren.
We gebruiken de term “oplossingsgerichte praktijk” als de naam van deze theorie om zowel de initiatiefnemers als andere en recente ontwikkelaars binnen en buiten de therapeutische context te erkennen. Sommige lezers zijn wellicht bekend met de term “Solution Focused Brief Therapy” (SFBT) oftewel “oplossingsgerichte kortdurende therapie” uit de therapeutische context. We erkennen dat deze naam deel uitmaakt van de geschiedenis van de wijze waarop de praktijk werd uitgevoerd, hetgeen in dit document wordt verkend en uitgebouwd. Anderen in het werkveld gebruiken het begrip “SF-praktijk of oplossingsgericht werken” bij het beschrijven van wat we hier oplossingsgerichte praktijk noemen.
De woorden “cliënt” en “cliënten” worden hier gebruikt als een verzamelnaam voor hen die op zoek zijn naar samenwerking en ondersteuning in hun veranderingstraject. Alle cliënten maken deel uit van vele groepen, zoals een stel, een gezin of een team met hun eigen unieke waarden, taalgebruik, doelen en gedrag. Het is gebruikelijk om met deze groepen en de leden daarvan rekening te houden en hen te betrekken bij het veranderingsproces. Dit biedt namelijk mogelijkheden om hun interactiepatronen, hun verschillende standpunten en alternatieven te gebruiken, om gedragsexperimenten te doen en om meerdere gevolgen van de verandering te evalueren.12
Verandering bij een cliënt is dus ook voor de genoemde groepen een verandering. Als een medewerker bijvoorbeeld verandert, verandert zijn afdeling ook en verandert het bedrijf tot op zekere hoogte mee. Soms eindigt datgene wat begint als de verandering van één persoon als een grootschalige verandering binnen de gehele organisatie. Soms werkt het ook andersom en stelt de organisatie of specifieke instelling eisen aan de verandering van een persoon.
Deze specifieke groepskwesties worden meestal impliciet in ons tekst- of taalgebruik aangegeven. Een vraag aan de cliënt kan dan een vraag zijn die uitnodigt tot het geven van individuele antwoorden van de vele personen in de groep, of tot een antwoord leiden van één persoon, die de groep als geheel vertegenwoordigt. De SF-praktijk onderscheidt het individu van de interacties in de groep, zonder het individu te bevoorrechten ten opzichte van het collectief.
De theorie kent drie onderling samenhangende onderdelen. Het eerste deel beschrijft de context van de oplossingsgerichte praktijk. In het tweede deel wordt het conceptueel denken en het basismodel van de oplossingsgerichte praktijk beschreven, samen met de presentatie van de belangrijkste ethische keuzes en aannames. Tot slot worden karakteristieke elementen en kernthema's van oplossingsgerichte gesprekken belicht in de beschrijving van het veranderingsproces. De hieronder beschreven onderdelen overlappen en hebben ook betrekking op elkaar en hebben allemaal iets unieks. De praktijk kan bijvoorbeeld niet volledig worden beschreven of uitgelegd, omdat taal als zodanig niet alles kan vangen of vastleggen. Elk moment in het leven is uniek, en verschillend van wat concepten kunnen omvatten. Voor ons denken zijn inzichten nodig, en aan de andere kant zijn “inzichten zonder concepten blind”13.
Net zoals het geval was bij de oorspronkelijke oplossingsgerichte ontwikkelaars willen we gericht blijven op wat er in de praktijk gebeurt zonder afgeleid te worden door of verdwaald te raken in allerlei verklaringen, iets wat tussen beroepsbeoefenaars gemakkelijk kan gebeuren. Hoe dan ook, we willen op deze plaats enkele basisconcepten toelichten om uit te leggen hoe er in de oplossingsgerichte praktijk wordt gewerkt.
Zowel de uitleg als de beschrijving kunnen worden gezien als wederzijds afhankelijke conceptuele kaders van de oppervlakken van een ruimte (zie kubus figuur voorblad) die door de praktijk wordt gecreëerd.
Onze acties en hoe we dagelijks leven, wordt beschreven en uitgelegd vanuit verschillende kanten en hoeken. Echter, ons handelen kan, en zal door middel van creativiteit, op vele manieren verder gaan dan de theorie en beschrijvingen. Dit zal niet zo worden waargenomen in de termen van theorie of beschrijving, tenzij we de theorie of beschrijving uitbreiden. Ons standpunt is daarom dat de praktijk fundamenteel is voor de reflectie tijdens het heen en weer schommelen tussen beschrijven en verklaren van wat mensen doen.
3 Morris (2005): Een procestheorie is een systeem, van onderling verbonden en op elkaar inwerkende concepten, dat probeert uit te leggen en te voorspellen hoe iets gebeurt in plaats van wat het is.
4 De oplossingsgerichte aanpak is door Gale Miller en Steve de Shazer "Een gerucht" genoemd (Miller & de Shazer, 1988).
5 Watzlawick (1980), de Shazer et al. (2006), Miller & McKergow (2012).
6 Goed gedocumenteerde argumenten zijn bijvoorbeeld de concepten en het gebruik van uitzonderingen, wonder-vragen en schalen.
7 Onder andere: Open Space-besprekingen op de EBTA-conferenties 2015 en 2016, bespreking op de SFT-lijst 2017.
8 Bijvoorbeeld Froerer & Connie (2016), McKergow (2016) en Korman (2017).
9 Zo schreef Steve de Shazer in Words Were Originally Magic (1994) waar het oorspronkelijk magisch was: "Ik besloot dat mijn enige toevlucht was om Wittgenstein's advies (1958) op te volgen en afstand te doen van alle theorieën" (de Shazer, 1994, blz.32) en in het bekende interview met Michael Hoyt zei hij: "Laat de theorie niet in de weg staan. Theorieën zullen je verblinden."(Hoyt, 2001, blz..29).
10 De eerste theoretische redenering werd gepubliceerd in 1974 (Weakland et al. 1974).
11 Berg & De Jong (1996).
12 de Shazer (1991).
13 Kant (1914, blz.75).
