0,49 €
In "Het Eiland Marken en Zijne Bewoners" duikt Francis Allan diep in het leven en de cultuur van de bewoners van het unieke Waddeneiland Marken. Het boek biedt een gedetailleerde beschrijving van de tradities, gebruiken en de dagelijkse realiteit van de eilandbewoners, met een literaire stijl die getuigt van nauwgezette observatie en empathie. Allan's elegante en toegankelijk proza voert de lezer door de fotogenieke landschappen en schilderachtige dorpjes, waarbij het eiland zelf bijna een personage op zich wordt. De combinatie van folklore, sociologische inzichten en rijke beschrijvingen plaatst het werk stevig in de 19e eeuwse traditie van reisverhalen en regionale literatuur, met een nadruk op de verbinding tussen natuur en menselijkheid. Francis Allan, een fervent reiziger en etnograaf, raakte gefascineerd door de unieke levensstijl van de bewoners van Marken tijdens zijn reis door Nederland. Zijn achtergrond in de sociologie en zijn liefde voor de natuur gaven hem de benodigde tools en motivatie om een waarheidsgetrouwe weergave van het eiland en zijn inwoners te creëren. Allan's betrokkenheid bij de gemeenschap en respect voor hun tradities reflecteren een sterke humanistische benadering in zijn schrijven. Dit boek is een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in regionale geschiedenis, cultuur en etnografie. Het biedt niet alleen waardevolle kennis over het eiland Marken, maar ook een diepere verbinding met de mensheid en hun omgeving. Lezers zullen niet alleen meer leren over de unieke levenswijze van de eilandbewoners, maar ook worden aangemoedigd om na te denken over de bredere thema's van gemeenschap, identiteit en de impact van de natuur op onze levens. In deze verrijkte editie hebben we zorgvuldig extra waarde gecreëerd voor uw leeservaring: - Zorgvuldig geselecteerde Gedenkwaardige citaten benadrukken momenten van literaire genialiteit. - Interactieve voetnoten verduidelijken ongewone verwijzingen, historische allusies en archaïsche uitdrukkingen voor een soepelere en meer geïnformeerde leeservaring.
Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:
Veröffentlichungsjahr: 2023
Het moge waar zijn, dat hetEiland Marken, bij velen in ons Vaderland bekend zij, zoo wel door de natuurlijke gesteldheid van dit stukje gronds, als door de eigenaardige, of liever, verouderde gewoonten van zijne bewoners;—niet minder waar is het, dat dit Eiland, bij nog meerdere onzer Landgenooten, zoo niet geheel onbekend, minstens niet goed, niet naar waarheid, bekend zal zijn.—
Hiervan overtuigd, besloot ik dit Werkje in het licht te zenden, met het doel, Marken en zijne Bewoners naar waarheid te schetsen, en langs dien weg, het Publiek in de mogelijkheid te stellen, zich zonder groote opoffering, met dit Eiland en met deze Eilanders, meer van nabij bekend te maken.—
„Vraagt men, of er welligt zooveel merkwaardigs van Marken zij te zeggen, dat de Uitgave van deze Schets, als van belang kan worden geacht?”—
Zoo merken wij aan, dat niet het merkwaardige, noch ook het eigenaardige van hetzelve, ons tot de zamenstelling der volgende bladen, hebben aangespoord:—maar dat wij, naar aanleiding, van hetgene wij, voor eenigen tijd omtrent dit onderwerp geboekt vonden, en hetgeen ons bleek, deels bezijden de waarheid—deels overdreven te zijn, genoopt werden, ten opzigte van Marken en de Markers, der waarheid openlijk hulde te doen, en datgene in het regte licht te plaatsen, waarop door anderen eene valsche schaduw geworpen is;—terwijl deze uitgave tevens voldoen zal aan eenen, door velen, uitgedrukten wensch.—
Wij voegen hierbij niets meer, dan de wensch, dat dit boekske in veler handen moge komen, en niet onvoldaan ter zijde worde gelegd!
Eiland Marken,
den 1 Feb. 1854. Allan[1q].
Ofschoon er, voor zoo veel ik heb kunnen nagaan, van de vroegere geschiedenis van het EILAND MARKEN, zeer weinig geboekt staat, zoo moet toch de natuurlijke gesteldheid van hetzelve, in vroegeren tijd, veel verschild hebben van den toestand, waarin het zich thans bevindt.—Immers vinden wij, in eene beschrijving van Waterland, het volgende opgeteekend:
„Het EILAND MARKEN, waarschijnlijk in het laatste gedeelte der 13de eeuw van ’t Vaste Land gescheiden, is eene zeer oude Volkplanting van Vroome Hollanderen. Oudtijds behoorde hetzelve aan het Klooster Mariëngaarde[1], in Friesland; doch door Vrouwe Margaretha, uit hoofde, der moord aan Grave Willem gepleegd, met meer andere goederen der Friezen, in Holland en Zeeland gelegen, geconfisqueerd en verkocht.”—Van dezen verkoop, is nog een afschrift op dit Eiland voorhanden.—
Dit een en ander, komt overeen, met hetgene wij daaromtrent vermeld vinden, in eene overoude Beschrijving van Waterland, waarin o. a. gezegd wordt:
„Dat ’t Eijlandt en Dorp van Marcken in oude tijden toegekomen heeft, het Convent ofte Klooster te Mariëngaarde in Vriesland, hetwelcke was in Ferweradeel de tweede Grietenije in Ooster-goo, daar men elf Dorpen in vand, namelijk dit Mariëngard, daar benevens Fosmert, en Genauwert. Het heeft Winsinius, Vriessche Historiënschrijver ons onderrecht, dat de helft van het Eijlandt en Dorp, door Godsdienstige Hollanderen aan ’t gemeld Klooster van Mariëngaarde wechgeschonken was, en dat den Abt en de Munnicken, de andere helfte kogten van de Persijnen, Heeren van Waterland, soo dat se het geheel verkregen: maar wederom ontnomen wierd’, door Margareta, Keijserinne van Romen, Gravinne van Holland, Zeeland, enz., tot wrake, van haren Heer en Broeder Grave Willem die in Vriesland verslagen was;—
„De woorden van de oude Hollandsche Cronijck, die van Gouthoeven gevolgt word, luijd aldus:
„Deze vrome Margriete, Keijserinne van Romen, Gravinne van Holland, Zeelandt, Vrieslandt, en oock Henegouwen, heeft doen Confisqueren en toestaan, alle de Goeden, Landen, en Renten der Vriezen, geestelijcke en wereldlijcke, die in Holland en Zeeland gelegen waren, omdat sij in Vrieslandt haren Broeder en gevechten Heere, hadden verslagen, deselve Goederen verkopende vele en diverse personen: onder anderen Goederen worden oock verkocht, dat Land en Dorp van Marcken, dewelcke op die tijd behoorde het Convent en Klooster van Mariëngaarde, der Ordre van de Premonstreijten, gelegen in Oost-Vrieslandt, dat welcke de Abt en de Broeders in voorleden tijden, ghekocht van Heer Claas Persijn, Heere van Waterland (Gouth. folio 381.)
„Dit moet van de eerste Claas Persijn wesen, die Ridder was, en in ’t jaar van 1250, ghestorven is: want de andere stierf Anno 1375, en nu had’ et de Munnicken al langh beseten gehadt.—
„Het is buiten twijfel, of dit Marcken is vóór ’t inbreken der Zuijderzee eene wellustige (aangename) plaatse, met Hoven versien, en aan ’t Vaste Land gheweest, waar veel Monnicken gehouden hebben: het Land daar omtrent (sij-lieden in eijgendom) ten meestendeele beseten hebben, hetwelcke veroorsaackt heeft, de namen van Munnicke-Meer, Munnickendam, Munnicke-broek, en de Munnick, die de Munnickedammers noch in hare wapen voeren en houden. ’t Kon wel zijn, dat den Dijck daar de Stad opleijd, ofte die den Dam is, was gheweest in de Hoefslagh van de Munnicken van Marcken, en daarom, de Munnickendam.”
Aangaande de wraak, welke door Margareta (?) Keijserinne van Romen, Gravinne van Holland en Zeeland, enz. over den dood haars Broeders, ten aanzien van Marken, zoude genomen zijn, lezen wij, in de Geschiedenis der Grafelijke Regering, het volgende:
„Dat Willem IV[2]., in den jare 1334, op negentienjarigen ouderdom, als Graaf gehuldigd werd over Holland en Zeeland;—dat Hij afstamde uit het Grafelijke Huis van Henegouwen;—dat deze Graaf, ten jare 1345, eenen veldtogt ondernam tegen de muitende Friezen;—en dat hij, den 26sten of 27sten September van laatstgemeld jaar, in eenen veldslag, tegen deze, sneuvelde.—
„Zijn lijk werd eerst 10 dagen daarna, gevonden, en in een Klooster, niet ver van Bolsward, begraven.—
„Zijne jeugdige Gemalin, eene dochter van Jan III., Hertog van Brabant, was over dezen dood, zoo zeer verstoord op de Friezen, dat zij het Klooster der Friesche monnicken op Marken, liet in den brand steken, en al de monnicken in zee (in den Kuil van Marken) werpen.—
„Daar Willem IV., geene kinderen naliet, werd zijne zuster, Margaretha, die met Keizer Lodewijk gehuwd was, algemeen, als Gravin, gehuldigd.”—
Hieruit blijkt dus, dat niet alleen Margaretha, maar ook, dat Willems Gemalin, zich over den dood des Graven, heeft gewroken.—
Het scheen ons, bij de Beschrijving van het Eiland Marken, in zijnen tegenwoordigen toestand, niet ongepast te zijn, onzen lezers, vooraf eenigzins bekend te maken, met den toestand waarin hetzelve zich, op het einde der voorgaande eeuw bevond. Tot dat einde, bieden wij hen de volgende Schets aan, die wij, door vriendschappelijke bezorging van een der geachtste ingezetenen dezer Gemeente, ontvingen, en die ten jare 1793 opgemaakt is door den Heer C. DE HAAS, destijds Onderwijzer op dit Eiland.—
„Het Eiland Marken ligt in deszelfs oppervlakte, omtrent gemeen met dagelijks vol-zee, en wordt bij Stormvloeden overstroomd, aangemerkt de geringe hoogte der omringkade, (hierna beschreven) waarom de Huijsen en Werven alle op Terpen of Heuvels zijn aangelegd; komende nochthans het zeewater, bij Extra Ordinaire Stormvloeden, zoo als die van 1775, 76 en 91, tot eene aanmerkelijke hoogte in de Huijsen, hetgeen de bewoners dikwerf noodzaakt, hunne woningen, ja geheele buurten te verlaten.—
„Voorts is dit Eiland doorsneden met Slooten en Vaarten, alsmede voorzien met 7 houten sluisjes ter uitwatering.—
„De zeewering dezes Eilands, bestaat uit een aarden dijk of kade, ter hoogte van ruim 4 à 5 voeten boven valzee, en Kruijnsbreedte van 3/7 op eene 2 en 3 voets vallinge.—Deze omringdijk is op vele plaatsen, aan deszelfs buitenzijde, met Steenglooijingen voorzien, als van tijd tot tijd meerder noodzakelijk wordende, uit hoofde der afslijtende rietlanden en buitenoevers.—Men vindt ook nog op eenige plaatsen, ten dien einde, paalwerken, doch dezelve worden, uit hoofde der worm en kostbaarheid nu verlaten.
„De kosten hiertoe worden uit ’s Eilands kas en uit de daartoe geaccordeerde Subsidiën gevonden. (Exept de Vuurtoren, Loots en Oever, door het Collegie der Pilotage.)
„De producten der Landerijen, op dit Eiland, bestaat in Hooij-, Riet- en Weijlanden. De Hooijteelt is het voornaamste product, doch levert geene groote voordeelen op—men vindt hier eenig hoornvee, schapen, doch geen paarden.
„De Hanteeringe dezer Eilanders is voornamelijk:
„1e. Door middel vanWaterschepen: ’s Lands Schepen van Oorlog, die der O. I. Comp. en der Commercie, over het Pampus[3] te sleepen of te trekken, ook de twee eerstgemelde van en na de stad Hoorn te boegseeren.
„2e. MetBotterschepen: wordt des Zomers om den Aal gevischt in de Zuiderzee, en ’s Winters ter vragt of op negotie met de Bucking of Panharing, Ook dienen dezelve, om de Ondiepste Commercieschepen over ’t Pampus te sleepen.
„3e. Gaat het grootste gedeelte der manschappen met de Buijsschepen ter haringvangst en des Winters en de Lente tot met prmo Meij, geneeren zich dezelve met de Bucking- en Panharingvisscherij, op de Zuiderzee, met hunne schuiten.”—
(Aldus opgemaakt in September 1793 door C. DE HAAS[2q].)
Bij deze „Beschrijvinge des Eilands” behoort tevens eene Lijst van de Buurten, Huijsen, Huijsgezinnen, Bewoners, enz. waarvan wij op bladz. 4 eene copij geven.—
LIJST der Buurten, Huijsen, Huijsgezinnen, Bewoners, Waterschepen, enz.
(Aldus opgemaakt in September 1793 door C. DE HAAS.)
Nevens deze Schets van de Vroegere Gesteldheid van dit Eiland, voegen wij de volgende aanmerkingen:
Betrekkelijk den juisten tijd waarop Marken van het Vaste Land gescheiden is geworden, verkeert men in het onzekere, en de opgaven dienaangaande, loopen zeer uit één.—Wel zegt men, dat zulks op het einde der 13de eeuw moet plaats gehad hebben;—doch wij meenen dat die gebeurtenis, op een later tijdstip heeft plaats gehad, en wel, omstreeks de jaren 1675–1676, als wanneer ons Vaderland, en vooral het Noordelijk gedeelte van onzen geboortegrond, door hevige stormen en zware watervloeden, zeer geteisterd werd, terwijl in het eerstgenoemde jaar (1675) het zeewater tot zulk eene ontzettende hoogte steeg, dat geheel Amsterdam onder water stond, en de zeedijk bij Hoorn als ook de IJdijk doorbraken.
Vóór omstreeks eene eeuw, was de afstand tusschen de1 Zuidelijkste punt van Marken en den vasten wal, slechts eenige voeten wijd, en liep men over een’ plank van den eenen oever op den anderen. Na dien tijd, is de afkabbeling, aan de zijde van Marken, dermate toegenomen, dat de afstand, tusschen evengenoemde landpunten, thans eene uitgestrektheid heeft van minstens één half uur.
Volgens de „Lyst der Buurten, Huijsen, enz.”, welke wij op bladz. 12 gegeven hebben, bestonden er ten jare 1793 nog elf bebouwde Terpen of Heuvels; n.l.:
De Kerkbuurt, Nieuwe Buurten, Altena, Kets, Witte Werf, Remmerswerf, Groote Werf, Rozenwerf, Heuvel, Moeniswerf en Noorderwerf. Behalve deze, kende men vóór dien tijd nog eenige andere Buurten, zoo als:
Van deze laatste is de naam nog over gebleven in de Kloostersloot.—Eveneens is dit het geval met de Kraaijenwerversloot.
Thans echter zijn van de elf bovengenoemde werven nog slechts de onderstaanden overig:
De Kerkbuurt, Nieuwe Buurten, Kets, Witte-, Groote-, Rozen- en Moeniswerf,—waarbij in den laatsten tijd nog gevoegd zijn, de Havenbuurt en de Vuurtoren.
De Heuvel verlaten en gesloopt.
De Remmerswerf afgebrand. 1810.
De Noorderwerf verlaten en gesloopt. 1825.
Altena verlaten. 1808.
