De marktvrouw van Basse-Terre - Ada Rosman-Kleinjan - E-Book

De marktvrouw van Basse-Terre E-Book

Ada Rosman-Kleinjan

0,0

Beschreibung

Guadeloupe: een Franse tropische verrassing in de Carebian Zee. Waar het nooit kouder wordt dan 25 graden en waar exotische bloemen als onkruid groeien. Waar de azuurblauwe zee de bezoeker verleidt om het warme water in te stappen. Waar Frans de voertaal is en met de euro betaald kan worden. Het eiland waar een Indiase gemeenschap woont en waar het slavernijverleden nog zichtbaar is. De auteur en haar echtgenoot huurden een auto en bezochten alle uithoeken van dit tropisch paradijs waar acht moorden per jaar worden gepleegd? Acht moorden? De populaire serie Death in Paradise wordt hier opgenomen. Deze BBC-serie speelt zich af op het gefingeerde eiland Saint-Marie dat in werkelijheid Guadeloupe is. Ada en Jan vielen met hun neus in in de boter toen er opnames werden gemaakt voor de kerstspecial. Stap in, reis mee en ga samen met de auteur op verkenning.

Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:

Android
iOS
von Legimi
zertifizierten E-Readern
Kindle™-E-Readern
(für ausgewählte Pakete)

Seitenzahl: 146

Veröffentlichungsjahr: 2024

Das E-Book (TTS) können Sie hören im Abo „Legimi Premium” in Legimi-Apps auf:

Android
iOS
Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



Inhoud

Als een vlinder

Deshaies, beter bekend als Honoré

Naar Basse-Terre

Eiland van het mooie water

Kruiden en kerken

Kerkhof met een blokje

Le Moule

Zwarte stranden, rode daken en blauwe luchten

En we noemen hem Fort Louis Delgre’s

Schilderachtige muren

Ghandi en molens

Blokjes uit Madras

Fietsers en leguanen

Tempels, kerken en beelden

Bij Catherine’s

De schoonheid van verval

De weg der slaven

De waterval van de rivierkreeft

Op de filmset

Parc des Mammelles

De bananenboer

Het bokitbroodje

Maria

De vlinder is rond

Een Ier in Guadeloupe

Koffie met klontjes

Wie voortdurend reist, is altijd ergens anders – Cees Nooteboom

Als een vlinder

‘Dus we kunnen doorlopen zonder enige vorm van controle?’ zeggen we tegen elkaar en tegen niemand in het bijzonder.

Geen douane, geen paspoortcontrole, gewoon met de bagage in de hand het vliegveld aflopen. De eilandengroep Guadeloupe behoort officieel bij Frankrijk. De vlucht van de Franse hoofdstad naar Point-a-Pitre in de Atlantische Oceaan is een simpele binnenlandse vlucht. De controle van Amsterdam naar Parijs was intenser.

We lopen naar buiten; het is nog licht. De tropische warmte voelt vertrouwd aan. We gaan op zoek naar het busje van het verhuurbedrijf waar we een auto hebben gehuurd. Er komen meer mensen aan lopen. Hoppa, in de bus om een paar tellen later bij het kantoor van Rent-a-Car uit te stappen waar een prima auto voor ons klaarstaat. Een glanzend witte, 4-deurs Dacia Sandero. Jan heeft thuis de kaart bestudeerd en kent de route. De telefoon erbij - geen extra kosten omdat we in Europa zijn - en via de ene na de andere rotonde rijden we de stad uit naar het stadje Deshaies waar we een studio hebben geboekt. Aangezien het eiland slechts vier keer zo groot is als Texel, hebben we ervoor gekozen om op één locatie te verblijven. Dat geeft rust en is makkelijk reizen.

Les Lianes De Mysore (de wijnstokken van Mysore), een groot, wit met oranje afgebiesd huis, in een gewone straat is ons onderkomen. Het gebouw herbergt vijf appartementen, drie met een mooie woonkamer erbij en twee zoals de studio die wij hebben. Groene cactussen, felroze hibiscusbloemen en een heerlijke warmte heten ons welkom wanneer we uitstappen voor het grote complex met stevige houten luiken voor de ramen. Het terras buiten is bedekt met grote, zalmroze tegels; dat wordt weer veel op blote voeten lopen. Er staan twee tuinstoelen, van die houten waar een lap stof als hangmat in hangt, die er te leuk uitzien maar voor geen meter zitten. Maar goed, daar gaat het niet om, het is kleurig, het is smaakvol en met grote cactussen als potplanten om ons heen, zit zelfs de meest ongerieflijke stoel prettig. Er zijn twee deuren. De ene gaat open en er komt een vrouw aan lopen die op ons zat te wachten. Ze heet ons hartelijk welkom.

‘Ik heet Liliane,’ zegt ze, tenminste dat is wat ik begrijp. ‘Als jullie me de code geven die jullie in de mail hebben gekregen, kan ik het sleutelkastje openmaken.’

Haar Engels is nog slechter dan mijn Frans, maar we begrijpen elkaar. Gelukkig heb ik alles bij de hand. Ik weet haar duidelijk te maken dat ik twee keer een code heb gekregen en laat ze beide zien. De nummers werken niet. Ze pakt de telefoon, voert een kort gesprek, tikt vier cijfers in en het kastje geeft de sleutel prijs. Handig. Ze doet de deur open en een smalle gang leidt naar onze studio - dat heel wat leuker klinkt dan appartement. Het ziet er nog mooier uit dan op de foto’s. Alle muren en zelfs het plafond zijn bedekt met brede, planken, koele tegels op de vloer en overal zie ik kleuren om vrolijk en blij van te worden. Op het bed liggen dikke handdoeken waar een oranje, tropische bloem op ligt. Om het bed hangt een muskietennet en zelfs een bedlampje ontbreekt niet. De kleuren azuurblauw en geel komen overal in terug. In de handdoeken, de kleedjes op de vloer in de badkamer, het prullenbakje in de badkamer en zelfs het bekertje op de wastafel Op een trapje in de badkamer meer handdoeken. Iemand met goede smaak en oog voor detail heeft alles ingericht. Op het deksel van het toilet zwemt een krab.

In de zitslaapkamer is een klein aanrechtje met een koffiezetapparaat, waterkoker, broodrooster, een koelkast, een tweepits elektrische kookplaat, potten en pannen. Het kastje in de hoek is gevuld met glazen, borden, bestek en alles wat een mens maar nodig kan hebben. Alles staat in twee kastjes terwijl ik daar thuis een aanrecht, diverse kasten en een kelder voor nodig heb. Er staat zelfs een kleine, blauwe koelbox. Nieuwsgierig trek ik het aanrechtkastje open en zie een pak aardappelpuree staan. Koffie, thee en een klein flesje rhum van het merk Damoiseau staan op het dienblad. Er ligt een citroen bij, naast de h in de rhum houdt men hier ook van citroensap in dit drankje. Rum is het exportproduct van dit eiland dat als een vlinder in het azuurblauwe water van de Caribische Zee ligt. Wat een wereldplek. Twee wit-groen gelakte houten stoelen met een bijpassende tafel staan tegen de muur. Er is een magnetron, een stofzuiger en meer schoonmaakspullen dan thuis. Ik open de achterdeur waar op een bescheiden terrasje in de hoek, onder een houten afdak, een wasmachine staat. Met temperaturen die niet onder de 25 graden Celsius komen, kan die prima buiten staan. Er staan ook twee stoeltjes met een tafel. Het is er nu nog warm en overdag moet het hier bloedheet zijn. Geen probleem, dan gaan we op het terras zitten aan de straat. We kijken elkaar tevreden aan; wat een leuke stek. De vriendelijke vrouw knikt vergenoegd wanneer ze ziet dat we blij met alles zijn.

‘Kunnen jullie koffie zetten,’ duwt ze me snel een stapel koffiefilters in mijn handen voordat ze ons een fijne avond wenst en terugloopt naar haar verblijf.

Ik pak de tropische bloem van het bed, zet het in een glas met water en voel me helemaal senang: we zijn thuis.

Deshaies, beter bekend als Honoré

‘Volgens mij wil Liliane ons een ontbijt aanbieden,’ zeg ik tegen Jan. ‘Maar we hebben een accommodatie zonder ontbijt. Ik begrijp het niet goed.’

Het is vroeg, de winkels zijn gesloten en op zondag blijft er ook veel gesloten, begrijp ik van haar. Op de veranda heeft ze de tafel gedekt met veel vers fruit: ananas, mango en meloen. Koffie, thee, brood en beleg. De kleuren van het fruit gaan bijna naadloos over in de kleuren van de tropische bloemen die in de struiken en bosjes groeien. Ze komt er gezellig bij zitten en samen eten we van alles wat op tafel staat.

‘Elke morgen rond zeven uur komt de bakker langs en kun je ter plekke vers stokbrood en croissantjes kopen,’ weet ze ons duidelijk te maken.

Ze is hartelijk, behulpzaam maar niet de eigenaar begrijp ik van haar. De dingen die ik niet begrijp, vul ik naar eigen goeddunken in, daar doe ik nooit moeilijk over. Wanneer we simpele vragen stellen begrijpen we elkaar, maar een echt gesprek lukt niet. Een goed gesprek voeren tussen mensen die elkaars taal niet spreken, is overal ter wereld lastig. Een terras aan de voorkant van de straat heeft zijn voordelen; er valt veel te bekijken. Een man jogt voorbij, hanen maken idioot veel lawaai en het wordt steeds warmer; dat belooft wat. We begeven ons letterlijk in de straat. We bedanken onze gastvrouw voor het ontbijt en maken ons klaar om Deshaies en omgeving te verkennen.

Onze zintuigen staan op scherp, een mens kan tenslotte maar eenmaal ergens een eerste indruk van krijgen. Altijd een bijzonder moment wanneer je voor het eerst kennis maakt met een totaal onbekend land, ook al is het officieel een deel van Frankrijk, het heeft net zoveel met Frankrijk te maken als Noorwegen met Spanje. De mensen praten Frans en ik kan overal met de euro betalen: ik verklaar het tot een autonoom land. De bank is het met me eens. Ik moet mijn bankpasje eerst op werelddekking zetten voordat ik geld kan pinnen. Jan houdt fanatiek onze reis bij via Polarsteps en tot zijn ergernis vindt deze app dat het eiland bij Frankrijk hoort.

‘Wat is jullie volgende bestemming?’ is een vraag die we veel horen wanneer we terug komen van een reis. ‘Guadeloupe,’ was deze keer het antwoord.

‘Waar ligt dat in vredesnaam?’ was de tweede vraag van zo ongeveer iedereen.

Als fans van de Britse detective-serie Death in Paradise vroegen we ons af of Saint Marie, zoals Guadeloupe in de serie heet, een leuke bestemming zou zijn. Tja, er was maar een manier om erachter te komen en dat was ernaartoe gaan. Het overzees gebied ligt ruim 6.000 kilometer van grote zus Frankrijk verwijderd. Alles wordt in het Frans en vaak ook in het creools aangegeven. De archipel bestaat uit vijf eilanden waar in totaal ruim een half miljoen mensen wonen. De twee grootste eilanden zijn Grand-Terre en Basse-Terre. Wanneer je de twee eilanden op de kaart bekijkt, valt direct de vlinderachtige vorm, de papillon, op.

De eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat ik alleen maar wist dat het ergens in de buurt van de Nederlandse Antillen lag en verder kwam ik niet. Januari tot begin mei wordt door veel mensen als het beste reisseizoen gezien. Dan is het orkaan- en regenseizoen zo goed als voorbij. Nu, eind mei is het groener dan groen en knetterheet maar droog. We zullen vast nog wel een keer een dikke bui scoren, maar dat is geen probleem. Daarom is het zo prettig om een leuke stek te hebben waar we zelfs als het regent heerlijk op ons eigen terras kunnen zitten met een cappuccino en waarschijnlijk in gezelschap van ontelbare muggen.

Guadeloupe l'Île Papillon. La France in de tropen. De kleuren maken het tot een blij eiland. De auto’s die door de straten rijden zijn bescheiden van vorm en goed onderhouden. Af en toe een fietser en soms een motorrijder, wandelaars zien we niet. Het is geen land voor lopende mensen; te warm en te veel stijgen en dalen. De wegen zijn goed onderhouden.

‘Oh, kijk dat is het kerkje dat we in elke aflevering zien,’ wijs ik enthousiast naar Jan, net alsof het rode golfplatenpuntdak te missen zou zijn.

Het steekt parmantig boven het tropische groen uit. Deshaies heet in de serie Honoré, waar het grijze politiebureau naast de kerk staat. Deshaies is op Basse-Terre, een bescheiden plaatsje dat door de serie een wereldberoemde plek is geworden. Vandaag is er veel gesloten. Na een ritje van amper zes kilometer rijdt Jan het stadje in waar we de auto parkeren op een bijna verlaten parkeerterrein. In grote cirkels van beton groeien grote varens. De cirkels zijn beschilderd met afbeeldingen van fruit en een van de bakken wenst ons een gelukkige dag toe. Hoe een saai parkeerterrein voor vrolijkheid kan zorgen! De patisseries zijn open. Mensen staan geduldig te wachten bij Ferry Patisserie restauranu ton rapide tot ze aan de beurt zijn. Buiten en binnen staan tafels met stoeltjes waar mensen in alle rust zitten te ontbijten. In de vitrine ligt verleidelijk gebak. Ik bestel twee cappuccino’s en zoek iets lekkers uit: een tompouche met rood glazuur en een dikke koek gevuld met Nutella. Ik wil betalen. De bestelling gaat rapide genoeg, dit in tegenstelling tot de betaling.

‘Je kunt het geld in dat bakje doen,’ wijst de vrouw terwijl ze naar twee verschillende bakjes wijst.

Ik begrijp er geen hout van. Ze wijst, ze knikt en ik lach schaapachtig terug. Een man achter me wijst naar de bakjes. Ik heb nog steeds geen idee wat de mensen bedoelen. Aha, het begint in te dalen. In het ene bakje leg ik het papiergeld en in het andere bakje mijn muntgeld; ik krijg keurig mijn wisselgeld terug en pak het uit het bakje. Het is duidelijk dat het voor iedereen een heldere manier van betalen is. Zoals altijd dient de reiziger zich aan te passen en we lopen naar buiten, zoeken de schaduw op en genieten van het lekkers en de vloeistof in het papieren bekertje dat door mijn goede humeur voor een cappuccino door kan gaan.

Op deze zondag, Eerste Pinksterdag, lopen de mensen in hun allermooiste kleding naar de kerk - waar de kerkklok twee keer per dag de juiste tijd aangeeft - waar de deuren uitnodigend openstaan. Veel vrouwen zijn in smetteloze witte jurken gekleed. Op een bord staat dat het de St. Pierre en St. Paul kerk is, ik kijk rond om te zien waar de andere kerk staat. Nee, het zijn twee heiligen die hun naam aan deze ene kerk hebben gegeven. Alles wordt omringd door uitbundige groene palmbomen. Voor de kerk staat een wit marmeren graf met een omgevallen vaas met bloemen, Georges Maglont Pliri 1901-1982, tenminste dat maak ik ervan. In de loop van de jaren is het graf enkele letters kwijt geraakt. Angetrokken door de klanken van een trompetspeler loop ik het gebouw binnen. Er zitten een paar vrouwen - waar ter wereld we ook een kerk binnen lopen, we treffen er altijd een paar vrouwen aan - in de banken. Overal staan vazen gevuld met tropische bloemen en alles ziet er verzorgd uit. Ventilatoren moeten voor wat koelte zorgen. Zachtgele en witte muren, houten lambrisering, een paar beelden aan de muren en een grote schildering met tropische bloemen, geven het gebouw een liefelijke uitstraling. Jezus hangt aan zijn kruis achter de kansel. Ik kijk rond om alles goed in me op te nemen en loop weer naar buiten. Een mevrouw in het wit, hoed op haar hoofd en kralen om haar nek en polsen, poseert graag voor een foto. Zo jammer dat mijn Frans niet toereikend is om te vragen waarom zoveel vrouwen in het wit gekleed zijn.

We lopen naar het grijze politiebureau dat er precies zo uitziet als we op de televisie zien. Op de een of andere manier stelt me dat gerust. Honoré Police met het politielogo erboven. Net zoals in de film, hoor ik Hennie Vrienten van Doe Maar zingen. Ik ga op het bankje dat tegen de muur staat, zitten en maak mezelf wijs dat ik een belangrijk onderdeel ben in een van de afleveringen. Een beetje dagdromen kan nooit kwaad. Het is de perfecte plek om koffie te drinken en Jan haalt de spullen uit de auto. Palmbomen zorgen voor wat schaduw en als het helemaal te gek wordt, hangen er onder de overkapping rieten matten die als rolgordijnen gebruikt kunnen worden. Voor de gesloten ramen staan verrijdbare, houten plantenbakken met aquablauwe potten waar varens in groeien. Ik denk, wanneer je waar dan ook op dit eiland, een stok in de grond steekt er binnen een dag groene blaadjes aan zitten. Het knalt de grond uit.

Naar Basse-Terre

Het is even wennen, om zeven uur in de ochtend is het 25 graden. De thermos is gevuld, koffiespullen mee en rijden maar. Jan weet de weg en met mevrouw Google aan zijn zijde is verdwalen niet meer nodig. Eerst door Deshaies rijden, stel je voor dat het team van de commissaris net een nieuwe moord op hun bordje heeft gekregen? Ik blijf het te leuk vinden om de kerktoren zo eigenwijs boven alles en iedereen uit zien steken. Het is rustig in de stad. Het politiebureau heeft de deuren en de luiken gesloten. Jan rijdt naar het zuiden, naar Basse-Terre, het grootste eiland van Guadeloupe dat groen en bergachtig is. Er worden hier veel bananen verbouwd en er moet hier ook ergens een actieve vulkaan zijn. Alle reden om op onderzoek te gaan. Het is een route van 57 kilometer waar we minimaal twee uur voor nodig hebben. Aangezien ik overal wel een foto van wil maken is het de vraag of we er überhaupt zullen komen.

We rijden Point-Noire binnen, waar een paar heren op leeftijd onder een afdakje - ik heb de indruk dat het een bushalte is - genieten van een cola. Er is parkeerruimte en tijd voor koffie. Met alle spullen lopen we ernaartoe. Ze kijken even op, knikken en gaan verder met hun gesprek. Ik trakteer de heren op een koekje. Zonder schroom pakt iedereen er twee. Ik wandel naar het monument dat verderop staat. Het is om de kinderen te eren die tijdens de Eerste Wereldoorlog om zijn gekomen. Een jongeman, een kind nog, houdt in zijn linkerhand de Franse vlag vast en in zijn andere hand een ouderwets aandoend geweer. Bijna zestig namen staan in alfabetische volgorde op de oranje plaquette. Kinderen met geweren, hoe vreselijk fout kan een combinatie zijn?

Ondertussen hebben de heren gezelschap gekregen van een andere man. Ze praten allemaal tegelijk. Aangezien bij iedereen de nodige tanden ontbreken, wordt er veel geslist en vraag ik me af of ze elkaar ook begrijpen, verstaan wel maar of de woorden begrepen worden... De ene man draagt een paar dikke, zilveren kettingen om zijn hals en een rieten hoedje op zijn hoofd waar een schildpadje, een palmboom en Guadeloupe op staat. We knikken naar de heren - samen koekjes eten schept een band - leggen de koffiespullen in de auto en gaan een klein rondje lopen.

De deuren van een zachtgeel gebouw zijn gesloten. Liberté, Egalité, Fraternité