Erhalten Sie Zugang zu diesem und mehr als 300000 Büchern ab EUR 5,99 monatlich.
Samen met haar echtgenoot reisde de auteur af naar het Midden-Oosten: Dubai en Abu Dhabi, twee van de zeven emiraten en Oman. Moderne landen in het oeroude Midden-Oosten. In enkele decennia heeft dit gebied zich razendsnel ontwikkeld, zonder daarbij hun eigen normen en waarden te verliezen. Reizen in dit gebied betekent reizen over goede wegen en waar kamelen in de bermen rondlummelen. Waar oude mannen de waan van de dag bespreken bij de moskee en waar vrouwen in hun zwarte abayas door de straten lopen. Waar de muezzin op zangerige toon de gelovige oproept voor het gebed en waar elke dag de zon schijnt. Een gebied waar de mensen gastvrijheid hoog in het vaandel heeft staan en waar de reiziger met open armen wordt ontvangen.
Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:
Seitenzahl: 133
Veröffentlichungsjahr: 2017
Das E-Book (TTS) können Sie hören im Abo „Legimi Premium” in Legimi-Apps auf:
Lange rokken en korte broeken
Honderdduizend olifanten
Oud-Dubai
Het paleis van de sjeik
De grens over…
Kamelen en moskeeën
De oudste souk van Oman
Naar Nizwa
Burqa‘s en burchten
Een nieuwe kaart
Tussen de dadels
De Grand Canyon van Oman
Naar de kust
Geniet van mijn land
Terug in Muscat
Tempels en kerken
Oman op zijn mooist
Volg ons maar
Naar Abu Dhabi
De allermooiste moskee van de wereld
Abu Dhabi
Literatuurlijst
‘Het nut van reizen is dat men de dingen ziet zoals ze zijn, in plaats van te denken hoe ze kunnen zijn’
Samuel Johnson (Engels schrijver 1709-1784)
Wanneer je vertelt dat je een reis gepland hebt naar het Midden-Oosten, worden er vele wenkbrauwen gefronst.
Mm, het Midden-Oosten ligt niet in ieders planning. Het Midden-Oosten dat vaak zo negatief in het nieuws komt, het Midden-Oosten waar altijd wel wat aan de hand is. Maar… er is ook een Midden-Oosten waar het rustig is, waar veel te genieten valt, denk aan Jordanië.
Toch komt een reiziger vaak in dit gebied, op weg naar Down Under of zuidelijk Afrika. Ook wij zijn al vele malen op de vliegvelden van Dubai, Abu Dhabi en Doha geweest. Het werd de hoogste tijd om eens van zo‘n groot internationaal vliegveld af te stappen, om verder te kijken, om zelf te ontdekken, om zelf rond te rijden.
We begonnen met Dubai, regelden daar een huurauto, om vervolgens door te reizen naar Oman en Abu Dhabi.
Kom, ga mee, stap in de auto en verwonder je, samen met ons.
Ada Rosman-Kleinjan
Ik schuif het gordijn open en kijk naar buiten om te zien wat mijn seksegenoten aan hebben. Een modern geklede vrouw, rok tot op de knieën, loopt gehaast door de straat. Ik haal de jurkjes uit mijn tas en zoek er eentje uit: vanaf vandaag elke dag rokjesdag. De lucht is smurfenblauw en de dag in Dubai komt aarzelend op gang.
We lopen de stad in waar het op een vrijdag net zo rustig is als op een Hollandse zondag. Auto’s stoppen onmiddellijk wanneer we maar een teen op het asfalt zetten. Gesluierde vrouwen lopen hand in hand met hun geliefde. Sommige westerse vrouwen dragen een korte broek, Aziatische vrouwen lopen in strakke kleding, die weinig tot niets aan de verbeelding overlaat, naar hun werk. Mijn verwarring is compleet.
‘Kleed je niet te bloot, bedek je schouders en je rok moet echt royaal over je knieën vallen,’ zegt ‘men’.
Zoals zo vaak zit ‘men’ er totaal naast. Uiteraard gaan de meeste vrouwen zo gekleed, maar de eerste uren zie ik meer vrouwen in een korte broek dan in een abaya. Nog maar een paar uur in Dubai en nu al moet ik mijn beeld bijstellen.
Moderne gebouwen, kolossen van staal, beton en glas domineren het straatbeeld. Op terrassen zitten mensen te ontbijten. Mannen gaan veelal gekleed in de lange witte jurk: de dishdasha, vaak een rood-wit geblokte hoofddoek elegant om het hoofd gedrapeerd met een zwart, dik koord dat ervoor moet zorgen dat ie netjes blijft zitten.
De meeste mensen zijn op weg naar de moskee. De vrijdag is de dag om de moskee te bezoeken. Kleine jongetjes zien er stoer uit in hun witte dishdasha’s en dragen vaak een wit mutsje op hun zwarte haren. Ver lopen naar een moskee is er niet bij, de keuze is reuze en overal doemt wel een moskee op. Dubai met bijna twee miljoen inwoners heeft duizenden moskeeën, gebedsruimtes in scholen en op werkplekken.
Dubai is jaren geleden de strijd met de woestijn aangegaan, de bouwlust is ongekend, en is vastbesloten om als winnaar uit de bus te komen. Het schijnt dat één op de vier hijskranen in de wereld in deze stad staat. Dubai zal alles wat nodig is inzetten om het zand de baas te blijven. Dubai is de op een na grootste van de zeven emiraten die weer met elkaar de Verenigde Arabische Emeritaten vormen. Het gebied is wat grootte betreft te vergelijken met het Spaanse eiland Mallorca.
Toch is 95 procent van Dubai nog steeds zand en dat zorgt er weer voor dat de meeste mensen in Dubai-stad en de directe omgeving wonen. Dubai is rijk, walgelijk rijk en werken laat men graag aan anderen over. Van alle inwoners is maar tien procent autochtoon. De meeste mensen zijn expats die hier werken en wonen om zo hun families thuis te kunnen onderhouden. Veel arbeiders komen uit Pakistan, Maleisië, Sri Lanka, Filippijnen, India of Egypte. De Dubainaren zijn inmiddels een minderheid in eigen land.
De stad is aangenaam schoon -er staan strenge straffen op het weggooien van afval- de stoepen zijn breed en we lopen relaxed rond. Arabische reclames, veelal vergezeld van een Engelse ondertiteling moeten de mensen verleiden om hun geld uit te geven. Iedereen heeft de nieuwste mobiel, Wi-Fi danst onzichtbaar en snel door het land. Alle grote Amerikaanse fastfoodketens zijn hier aanwezig. De kennismaking is verwarrend. Ik ben in het Midden-Oosten; de regio die vooral negatief in het nieuws komt, vaak ook terecht. Maar lopend in deze moderne stad, waar alles te koop is wat een mens maar kan bedenken, is de onrust ver weg.
De metro vervoert alle reizigers functioneel en op tijd, de muezzin roept op melodische toon de gelovige op tot het gebed en een bescheiden, zalmroze kerk staat wat verloren maar fier tussen alle gebouwen. Moslimmannen laten hun gebedskralen routineus door hun vingers glijden. Kindermeisjes uit India en Sri Lanka in hun felgekleurde sari’s duwen wandelwagens voort. Jonge, Aziatische meiden in strakke, korte broeken giechelen met elkaar. Totaal in zwart geklede vrouwen doen hun boodschappen, toeristen begeven zich overal tussendoor, de zon zorgt voor een bijzonder aangename temperatuur en schijnt voor iedereen hetzelfde, ongeacht geloof, ras of afkomst.
‘Ik zou wel kaartjes reserveren voor de Burj Khalifa,’ adviseerde vriendin Patrice. Zij is eigenaresse van Travelkid en heeft ook Dubai en Oman op haar programma-aanbod. Voor haar een kleine moeite en voor ons een prettig idee dat we niet voor een uitverkochte toren staan. Dubai bezoeken zonder op haar hoogste gebouw, op dit moment ook het hoogste gebouw van de wereld, te staan is uitgesloten. Met ons bezoek aan deze toren gaat er een lang gekoesterde wens van Jan in vervulling.
We laten voor een paar dagen een tegoed op onze metrokaartjes zetten; na één dag heeft het metrosyteem van deze stad voor Jan geen geheimen meer. Op tijd stappen we in de metro, we willen absoluut niet te laat komen. De metro brengt ons snel bij de grote Dubai Mall en dan begint het lopen pas. Het allergrootste winkelcomplex van de wereld, in Dubai gaat alles in superlatieven, moeten we bijna helemaal door. De mall waar behalve heel veel winkels, ook een groot aquarium, een skipiste en een ijsbaan zijn. Overal wordt nog gebouwd, wat ook niet echt helpt om de weg te vinden, raken daardoor soms hopeloos de weg kwijt, maar gelukkig wijzen behulpzame mensen ons weer in de juiste richting. Eindeloze gangen met rolpaden, lopen met ondersteuning zullen we maar zeggen, en een bijzondere summiere bewegwijzering zorgen er uiteindelijk toch voor dat we ons net op tijd kunnen melden. Bij de balie lever ik de vouchers in voor de tickets.
‘Vind het wel opvallend dat dit superhoge, bekende gebouw, dat door de hele stad te zien is, zo slecht aangegeven is,’ mopper ik.
Met mijn gebrek aan richtingsgevoel zie ik eerder beren op de weg dan aanwijzingen.
In precies een minuut zoeven we geruisloos met de lift naar de 124e verdieping waar we onmiddellijk worden gegrepen door de wereld om ons heen. Door enorme ramen kijken we 454 meter naar beneden waar Dubai-stad aan onze voeten ligt en laten we het goed tot ons doordringen dat we nu op het aller, allerhoogste gebouw van de wereld staan. Een certificaat van het Guinness Book of Records hangt ingelijst aan een van de wanden.
Na jaren van bouwen werd het gebouw op 4 januari 2010 officieel geopend. Deze burj, wat toren betekent, is meer dan achthonderd meter hoog en vanaf een afstand lijkt het gebouw op een enorme blokkentoren die taps toeloopt. Een kolos van glas en staal.
De cijfers zijn indrukwekkend: 163 etages, 57 liften, veel kantoren, appartementen, clubs, restaurants, zwembaden, een hotel en natuurlijk een souvenirwinkel waar tegen belachelijke hoge prijzen (alsof men in stijl wil blijven) voor de hand liggende souvenirs worden verkocht. Ik koop een hele foute, goudkleurige kerstbal.
Wat opvalt, wanneer ik zo over deze stad heen kijk, is het gebrek aan kleur. Een gebouw, dat wel wat wegheeft van het Chryslergebouw in New York heeft een mooie turkooizen puntdak, verder overheerst het chroom, het glas en het beton. Slanke minaretten, veelal van zandkleurige moskeeën, steken als breekbare lucifershoutjes dapper in de lucht en zorgen voor een verfijnde afwisseling tussen alle kantoren en gebouwen. Op de wegen rijden grote auto’s, een zeldzame fietser beweegt zich tussen het verkeer en zo ver ik kan kijken zie ik zand, zand en nog eens zand. Conclusie: Dubai ligt gewoon in een reuze zandbak!
Het gebouw beweegt heel lichtjes, zou dit niet het geval zijn dan zou het niet meer overeind staan maar allang afgebroken zijn. Ooit heeft iemand dus het idee gekregen, kom laten we het hoogste gebouw van de wereld hier in Dubai gaan bouwen. Alles begint altijd met een idee.
Het is leuk om naar alle bezoekers te kijken. Mensen komen werkelijk overal vandaan, en wringen zichzelf in de meest onmogelijke positie om maar een zo’n gunstig mogelijke selfie te maken.
‘Mag ik een foto van uw handen maken?’ vraag ik aan een jonge moslimvrouw.
Haar handen zijn sierlijk beschilderd met henna. Ze knikt en steekt haar handen direct naar voren. Haar man vindt mijn interesse leuk. Bereidwillig draait ze haar handen zodat ik alles goed kan bekijken. Gouden armband om haar pols, ringen om haar vingers. De paarse diamant in de ene ring is niet te missen. Elke vinger is ragfijn beschilderd. Haar nagels zijn naturel, maar de eerste vingerkootjes zijn door de inkt bijna helemaal zwart. Elke hand is verschillend beschilderd. Arabische vrouwen laten handen en voeten al eeuwenlang met henna beschilderen. Uit de blaadjes van hennaplanten wordt poeder gewonnen. Dit wordt met lekker ruikende olie en limoensap tot een pasta geroerd. Dit mengsel wordt vervolgens in een spuitzakje gedaan. Ervaren mensen brengen dan gracieuze patroontjes aan op handen en voeten. Filigraanpatronen. Eenmaal aangebracht duurt het weken voordat ze verbleken om uiteindelijk helemaal te verdwijnen. Natuurlijke tatoeages die ook weer op een natuurlijke manier verdwijnen. Haar elegante handen vormen een bizar contrast met de stalen wereld om me heen.
We lopen een paar rondjes en zien iedere keer weer iets anders. Op mijn entreekaartje lees ik dat in deze toren, omgerekend, het gewicht van honderdduizend olifanten aan beton is verwerkt.
‘Hoeveel weegt een olifant?’ vraag ik aan Jan.
Daar moeten we beiden weer lang over nadenken. Je hebt de wat kleinere, Aziatische olifant, maar je hebt ook de enorme dikhuiden zoals we die zo vaak in het Etosha-park in Namibië hebben gezien. Dat is me nogal een verschil. En zo roept de ene vraag weer een andere vraag op. We laten ons weer naar beneden zoeven, gaan op zoek naar een mooi terras en vinden dat na een bezoek aan het hoogste gebouw van de wereld een cappuccino met een pistachenotengebakje wel op zijn plaats is. Er is altijd wel een excuus. Vanaf ons terras hebben we een schitterend uitzicht op het zilveren gebouw, de blauwe luchten en de glanzende zon.
Door de grote mall lopen we naar buiten en gaan op zoek naar een taxi die ons -volgens kenners- naar de mooiste moskee van Dubai kan brengen: de Jumeirahmoskee.
De winkels verkopen weinig dat mij aanspreekt. De westerse smaak en de Arabische smaak liggen echt ver uit elkaar. Lange jurken met bijpassende hoofddoeken. Etalagepoppen dragen jurken die allemaal weelderig zijn versierd met gouden borduursels. Veel goud met een rode glans. Een traditioneel uitziend echtpaar, hij in het wit, zij in het zwart, lopen hand in hand voorbij. Plafonds bestaan uit bogen en grote kroonluchters wiegen zachtjes heen en weer. Overal kun je wat eten en drinken. In schalen ligt felgekleurd zand zo fijn als poedersuiker. In glazen flesjes wordt met dit zand allerlei afbeeldingen gemaakt. Vind het knap handwerk maar niet iets dat mee naar huis moet.
De taxichauffeur komt uit Pakistan.
‘Is Holland dicht bij Polen?’ wil hij graag weten.
Zijn zoon studeert in Polen. ‘Duitsland is het beste land van de wereld,’ gaat hij verder.
Zijn Engels is erg slecht, de man praat erg graag en erg veel en we slaken een zucht van opluchting wanneer we er zijn.
Op het informatiebord bij de moskee staat: Open doors. Open minds... Helaas zijn voor ons de deuren gesloten.
Jammer genoeg zijn we te laat voor de rondleiding. Er zijn zo weinig moskeeën waar je als niet-moslim welkom bent, en dit schijnt van binnen een juweeltje te zijn. Het gebouw is aan de buitenkant beeldschoon; het ivoorkleurige marmer is sierlijk bewerkt. Drie kleuren domineren hier de omgeving: het ivoren gebouw, de blauwe lucht en de groene bomen.
Een oudere man zit tegen een pilaar, hij speelt met zijn telefoon. Schoenen staan netjes op een rij en mannen wassen hun voeten voordat ze naar binnen gaan. Er zijn weinig vrouwen te zien. Vrouwen belijden hun geloof veelal thuis. Een andere man in het zwart met een lange baard neemt alle tijd om foto’s te maken. Op zijn hoofd een onberispelijk wit mutsje. Deze kumma komt van oorsprong uit Zanzibar. Zoveel hoofden, zoveel verschillende hoedjes of mutsjes. Er zit verschil in kleur, patroon en zelfs hoe het op je hoofd staat kan verschillen. Met een plooi, een punt naar voren of wat nonchalant op je hoofd.
Grappig, men heeft een bepaalde klederdracht in een land en toch wil iedereen zijn of haar eigen draai eraan geven. Mensen willen zich altijd weer onderscheiden van een ander, ook al is het subtiel en lijkt veel kleding zo op het eerste oog allemaal gelijk. Hoe scherper ik kijk, hoe meer verschillen ik zie. Ik snap dat als geen ander, niemand wil er tenslotte als die ander uitzien. Ik heb alle tijd om de man van een afstandje te bekijken. Een moderne bril onderscheidt hem weer van de anderen. Het is leuk om te zien hoe creatief men binnen de regels is.
Met de bus gaan we terug. Onze metrokaart is ook geldig voor de bussen en niet veel later zitten we geriefelijk in een moderne bus en kijken naar de wereld om ons heen.
‘Als je hier blijft zitten en er komt controle dan krijg je een flinke boete,’ zegt een jonge Aziatische vrouw die tegenover ons gaat zitten, tegen Jan.
Ze wijst naar het bordje ‘Ladies & Families Only’; een bordje dat we totaal over het hoofd hebben gezien. Jan staat op en loopt naar de gemengde afdeling waar iedereen mag zitten. Een hekje scheidt ons nu van elkaar.
Als ’s avonds alle lampen aan gaan, die overdag onzichtbaar zijn, ziet het hele centrum van de stad er sprookjesachtig uit en komt ook de autochtone bevolking massaal tevoorschijn. En... zij geven geld uit, veel geld. Vraag ik me overdag wel eens af wie wat koopt in al deze winkels met veel personeel die wat rondlummelen, dan krijg ik nu het antwoord. In zwart gehulde vrouwen geven het geld uit. Sieraden zijn populair en ook mooie kleding die verborgen blijft onder de zwarte abaya.
Van sommige westerse vrouwen zou ik bijna willen dat zij zich ook in deze donkere jassen zouden kleden. Want wat lopen sommige vrouwen er toch ronduit smakeloos
