Erhalten Sie Zugang zu diesem und mehr als 300000 Büchern ab EUR 5,99 monatlich.
Kaapverdië: een Afrikaans land met een Caribische twist. Ada en Jan kozen voor het eiland Sal en werden aangenaam verrast. Met een huurauto werd dit eiland tot in de verste uithoeken verkend. Van de sfeervolle stad Santa Maria waar de lekkerste cappuccino werd gedronken tot aan het Schelpenkerkhof. De azuurblauwe zee, de vriendelijke mensen, de zon, het zand, het zout en de fraaie muurschilderingen. Sal zo groot als Texel en Ameland samen; je rijdt er in één dag doorheen maar je hebt weken nodig om alles te kunnen zien. Kaapverdië: waar kruiwagens een geliefd vervoermiddel zijn, waar de verse vis elke dag aan wal wordt gebracht, waar de wind bijna constant blaast, waar het het verkeer beschaafd rijdt en geen verkeerslichten nodig heeft. Een eiland waar de bezoeker een warm welkom wacht. Ada Rosman-Kleinjan reist samen met haar echtgenoot al decennia over de wereld. Inmiddels heeft ze ruim 60 landen bezocht en tientallen reisboeken op haar naam staan.
Sie lesen das E-Book in den Legimi-Apps auf:
Seitenzahl: 81
Veröffentlichungsjahr: 2024
Das E-Book (TTS) können Sie hören im Abo „Legimi Premium” in Legimi-Apps auf:
Naar Sal
Op pad
Santa Maria
Mussolini, vliegvelden en terrorisme
Straatkoffie
Stressen
Op verkenning
Pedra de Lume
Espresso met melk
Het schelpenkerkhof
In de aluger
De kunst ligt op straat
Zondagsrust
’t Is toch Afrika
Musea do Sal
Naar de kerk
Naar de haaien
– Bertus Aafjes
Het vliegtuig zet de daling in en ik zie kale rotsen, wegen die zich als lintwormen over en door de rotsen bewegen en palmbomen die ons vanaf de grond van harte welkom heten. De formaliteiten gaan vlot, we hebben alleen handbagage en de bus die de passagiers bij alle accommodaties af zal zetten is snel gevonden. We hebben mazzel; ons resort is de eerste stop, waar we, samen met een Duits echtpaar, uitstappen.
Het eiland oogt onbewoond en zo oogt het Vila Verde Resort ook. Er kunnen hier honderden mensen verblijven. Het lijkt een dorp; alleen de kerk ontbreekt. We melden ons bij de receptie, waar een vriendelijke vrouw onze komst bevestigt en vraagt om nog geduld te hebben. Ja, ze kan geld wisselen en snel wissel ik vijftig euro voor escudo’s. Misschien is het niet nodig, want je kunt bijna overal met de euro betalen, maar geld van het land zelf is prettig en meestal voordeliger. In de ruimte staan geriefelijke banken en er hangt mooie, Afrikaanse kunst aan de muren. Kleurrijke afbeeldingen uit het dagelijkse leven, zoals vrouwen die de was doen en vissers die de vangst van de dag binnenhalen.
Om de hoek is een coffeeshop; dat lijkt ons een prima plek om te wachten en ik bestel twee cappuccino’s. Om ons heen kijkend, zuigen we de eerste indrukken van een nieuw land in ons op.
Sal is een van de grootste eilanden van de tien die samen het Afrikaanse land Kaapverdië vormen. Kaapverdië is Afrika en Afrika fascineert ons. Een grote lappendeken van verschillende landen. Elk land uniek, elk land anders, elk land de moeite waard.
Ja hoor, kom maar, weet een man ons duidelijk te maken en nodigt ons uit om op een golfkar te gaan zitten, zodat hij ons weg kan brengen. Hoe groot is het hier? De kleuren knallen ons tegemoet. Kanariegele gebouwen, blauwe luchten en hardroze bloemen; het verhult bijna dat er achterstallig onderhoud is. In de tuinen liggen waterslangen die voor het nodige vocht zorgen. Oranje hibiscus bloeit frivool en een meisje met een dikke bos haar met witte strik lacht haar liefste lach naar ons. Kinderen spelen en voetballen met elkaar, het geeft ons de indruk dat er mensen permanent wonen.
De winkels op de begane grond van alle complexen staan leeg; her en der loopt een personeelslid of een gast. De pizzeria heeft lang geleden de laatste pizza verkocht. Er zijn diverse grote woonblokken die allemaal een eigen zwembad hebben. In een van de winkels op de begane grond is een makelaarskantoor gevestigd. Er worden op dit complex diverse appartementen te koop aangeboden.
Er gaat een wereld voor ons open als de man de deur van ons appartement van het slot draait in Calistemon in Bloco C. Wat een ruimte! Een grote woonkamer met een eethoek, vier stoelen, een salontafel en een grote televisie. Een prima ingerichte keuken inclusief een oven, magnetron en zelfs een wasmachine. De gang leidt naar een slaapkamer met twee uitnodigende bedden en nachtkastjes. Zouden hoteleigenaren wel weten hoe blij hun gasten worden van een simpel nachtkastje? Een badkamer met ruimte voor onze spullen en dikke, wollige, witte handdoeken. Het appartement is functioneel; kale muren, de lampen branden allemaal, het is brandschoon en schone vloertegels nodigen uit om op blote voeten te lopen. Dat is alles en voor ons meer dan voldoende.
Maar… het klapstuk zijn de twee balkons met goed zittende, plastic stoelen en dat is een uitzondering in Afrika. Hoe blij kan ik zijn? Dat de wind ons bijna van de balkons afwaait doet niet ter zake; hij laat de palmbomen ritselen als een regenbui. De gele en witte gebouwen met de groene luiken passen op de een of andere manier perfect bij een eiland. Eilanden zijn frivoler, alsof hier meer mag dan op het vasteland. Eilanders zijn eigenzinniger, trekken hun eigen plan, maken hun eigen regels. Ik voel me prettig op een eiland; het heeft iets beschermends.
We lopen naar de buurtsuper, die elke dag open is en letterlijk om de hoek ligt. Potten, pannen, borden, handdoeken; het aanbod is gevarieerd. Wij houden het bij broodjes, bananen, eieren, yoghurt, crackers, koekjes en een fles ranja. De etiketten op de flessen wijn zijn prachtig; plaatjes van vervlogen tijden waar mensen het land bewerken en oude landkaarten. Diverse wijnen met verschillende Cabo Verde Na Coraçon etiketten. De inhoud interesseert me niet, de etiketten des te meer. Een fles wijn met een etiket van een vogel en een fles waar een varken opstaat, het prikkelt mijn fantasie. Het leukste is echter de Calvé mayonaise met de smaak mad chips met een afbeelding van patat op de fles. Die kenden we niet.
We pakken onze weinige spullen uit en ik zet mijn koffie c.q. theedoos op het aanrecht. Alle boodschappen gaan vlot in de kastjes en ik kijk tevreden om me heen. Wij zijn thuis, dus tijd voor koffie! Maar waar is de waterkoker? Op onze reizen neem ik mijn innig geliefde waterkoker mee. In onze volledig ingerichte keuken zou er wel eentje staan, dacht ik. Geen waterkoker en geen koffiezetapparaat. Ik trek de kastjes open en haal er een gifgroene steelpannetje uit: wij hebben een ketel en ik heb thee en oploskoffie! Ik zet de ketel op het fornuis.
‘We kunnen lopend naar de stad gaan. Het is amper drie kilometer en er is een goed wandel- en fietspad,’ stel ik voor.
We voegen de daad bij het woord, wandelen het terrein af en zien de stad in de verte liggen. De auto’s zien er prima uit en houden zich aan de maximale snelheid. Ik heb niet het gevoel in een Afrikaans land te zijn. Alles ziet er zo netjes uit. Hoewel…
We steken de vierbaansweg over naar de plek waar vier auto’s tot aan het dak in het zand zijn begraven. Er staan meer gedeukte wagens op het terrein. Een of ander circuit, concludeer ik. En dan zijn we weer een beetje in Afrika, want niemand kijkt ervan op dat twee mensen deze troep op de foto zetten. De vier in een ver verleden blauwe auto’s staan keurig op een rij. De wereld bestaat hier uit twee kleuren: het bruine zand en de blauwe luchten, die naadloos overgaan in het blauw van de autokarkassen. We lopen verder en passeren een groot, oranje gebouw met groene louvredeuren. Het doet me denken aan Saint-Louis in Senegal. Niet zo gek, deze eilanden liggen zevenhonderd kilometer voor de kust van Senegal en Gambia.
Het is heerlijk lopen. De wind waait er lustig op los en zorgt voor een zanderige sfeer. Een grauwwit betegelde woning fleurt op door oranje struiken en een blauwe zwaardvis met een eng oog en de bek wijd open zwemt - verscholen achter de bloemen - op de muur voorbij.
We zijn sneller in Santa Maria dan gedacht. Grote, gekleurde letters op een rotonde heten ons van harte welkom. We lopen de stad verder in en belanden als vanzelf in de gezellige winkelstraat waar gemotoriseerd verkeer is verboden en fietsers alleen met de fiets aan de hand mogen komen. Iedereen houdt zich netjes aan de regels. Gele, plastic stoelen nodigen ons uit om op dit terras te gaan zitten. De cappuccino’s zijn groot, schuimig en belanden direct in de top tien van de lekkerste koffies ooit.
We wandelen de stad verder in en zien dat de foodtruck Hamburger Xinda de zaak niet open heeft. Het lijkt op een door een hobbyist - zonder enige ervaring - in elkaar geknutselde caravan. Alles met de hand beschilderd; simpele afbeeldingen van een snoepje, een hamburger en een omelet moeten klanten trekken. Wat is het genieten om een stad voor het eerst binnen te lopen en gelijk zoveel moois te zien. Er loopt een knappe meid voorbij met lange vlechten en een grote, oranje gasfles op haar hoofd. Maak maar een foto, lacht ze als ze me ziet kijken. In haar ene neusvleugel een gouden ringetje, in de andere een klein knopje. Ze heeft mooie tanden en een lieve lach op haar gezicht. Ze bedankt mij voor de foto als ik haar het resultaat laat zien. Bij een gesloten kledingzaak zijn twee vrouwen op hoge punthakken op de muren afgebeeld. Drie mannen spuiten - na een gewonnen wedstrijd - een fles champagne leeg op een oranje woning met een vrolijk geblokte voordeur. Het dak is de zee waar een surfer vanaf komt zeilen. Dit alles vormt een contrast met een kaal huis waar geen spatje kleur aan te ontdekken valt. De houten luiken en deur zijn gesloten en de tijd knabbelt elke dag verder aan het gebouw.
Een vrouw met een krat gevuld met boodschappen op haar hoofd loopt ons in een flink tempo voorbij. Wij eindigen op het terras met de gele stoelen en bestellen weer een grote cappuccino.
‘Als jij hier blijft, ga ik naar de bank om geld te wisselen,’ zegt Jan en loopt naar de bank.
We hebben voldoende euro’s meegenomen. Voor onverwachte, grote uitgaven hebben we de creditcard. Toen ik deze reis aan het voorbereiden was, kwam ik er snel achter dat cash wisselen het handigste en het goedkoopste is.
