Je weet maar nooit - Gerard Leerkes - E-Book

Je weet maar nooit E-Book

Gerard Leerkes

0,0
6,95 €

-100%
Sammeln Sie Punkte in unserem Gutscheinprogramm und kaufen Sie E-Books und Hörbücher mit bis zu 100% Rabatt.

Mehr erfahren.
Beschreibung

Google de naam Bertus Leerkes en je treft hem aan als lid van de Tweede Kamer. Hij was in 1994 het oudste lid, de nestor met een levensverhaal, dit verhaal. Maak kennis met zijn jeugd in Vaassen begin 20e eeuw, volg hem als 16-jarige leerling verpleger naar de St. Josephstichting in Apeldoorn, lees over de deportatie van zijn Joodse vriendin uit Het Apeldoornsche Bosch, reis mee als onderduiker naar Huize Padua in Boekel, neem een kijkje op de operatiekamer in Enschede en ervaar zijn passie voor de ambulancezorg. Stap in zijn Opel Astra als hij op 72-jarige leeftijd naar paleis Noordeinde gaat. Wanneer hij daarna in de Tweede Kamer bij de Algemene Beschouwingen zegt: "Ik heb tijdens de troonrede nog nooit horen zeggen, 'beste mensen neem het er maar eens van, we gaan een goede tijd tegemoet,'" is de toon gezet.

Das E-Book können Sie in Legimi-Apps oder einer beliebigen App lesen, die das folgende Format unterstützen:

EPUB
MOBI

Seitenzahl: 97

Veröffentlichungsjahr: 2024

Bewertungen
0,0
0
0
0
0
0
Mehr Informationen
Mehr Informationen
Legimi prüft nicht, ob Rezensionen von Nutzern stammen, die den betreffenden Titel tatsächlich gekauft oder gelesen/gehört haben. Wir entfernen aber gefälschte Rezensionen.



Je weet maar nooit

Je weet maar nooit

Van de armenbank naar het pluche

Gerard Leerkes

Auteur: Gerard Leerkes

Coverfoto: Operatiekamer Enschede (1947). Bertus (l) en dr. Van der Zijl(r)

ISBN: 9789403634616

Uitgever: mijnbestseller.nl

https://www.mijnbestseller.nl/gerardleerkes

© Gerard Leerkes (2021)

Woord vooraf

In de jaren zestig nam mijn vader, Bertus Leerkes (1922- 2000), mij mee naar Huize Padua in Boekel en de St. Josephstichting in Apeldoorn om te laten zien waar hij de oorlogsjaren als onderduiker had doorgebracht. Hij was een verteller en deelde zijn verhalen met zijn kinderen en kleinkinderen.

In augustus 2000 is hij overleden. Zijn verhalen worden af en toe nog wel aangehaald. Maar met het verstrijken van de tijd en de komst van nieuwe generaties raken ze steeds meer uit beeld. Om ze niet verloren te laten gaan heb ik dit boek geschreven. De anekdotes zijn verwerkt in de cultuurhistorische context waarbinnen het zich afspeelde. Maar verhalen zijn verhalen, die wil je graag met enig bewijs ondersteunen. Dus volgden er zoektochten langs familie- en andere archieven. Bij het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven in Agatha zocht ik naar informatie over de evacuatie van psychiatrische patiënten van Apeldoorn naar Boekel tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik trof niet alleen de transportlijsten aan, maar ook twee dagboeken: van Huize Padua in Boekel en de St. Josephstichting in Apeldoorn. De dagboeken gaan hoofdzakelijk over het leven van de Broeders Penitenten, maar geven ook een beeld van de omstandigheden waaronder Bertus werd opgeleid en werkte tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Van het één komt het ander. Zo bracht mijn nicht José mij in contact met twee zonen van Ben Bonekamp. Ben Bonekamp en Bertus Leerkes, twee Vaassense jongens die de opleiding B-verplegende volgden in Apeldoorn en samen ongewild getuige waren van de tragische ontruiming van het Apeldoornsche Bosch in de Tweede Wereldoorlog. Ze ontkwamen aan tewerkstelling in Duitsland door als onderduiker mee te reizen met psychiatrische patiënten naar Huize Padua.

Met ‘zijn Betsy’ haalde Bertus een deel van zijn jeugdjaren in tijdens de naoorlogse welvaart. Het waren vrolijke ondernemende ouders die altijd in waren voor iets nieuws: never a dull moment. Maar wel met een vangnet, je weet maar nooit.

Gerard Leerkes

Hongerstraat Vaassen

Het is een bewolkte dag als Bertus op dinsdagavond 22 augustus 1922 wordt geboren. Tenminste, als je de geboorteaangifte moet geloven. Er is enige twijfel of het niet een dag eerder is geweest. Hij is het zevende kind van Antonius Albertus (Toon) Leerkes en Maria Francisca (Marie) Hullegie. Ze wonen aan de Hongerstraat in Vaassen. Het oude boerderijtje staat aan een zandweg en een Veluwse beek slingert achter het huis langs. Het is de beek waarin Marie de was doet en het daarna ‘op de bleek’ legt.

Trouwfoto Antonius Albertus (Toon) Leerkes en Maria Francisca (Marie) Hullegie. Getuigen Willem Leerkes (l) en Jan Hullegie (r), beiden afkomstig uit Heeten (1910).

Bertus wordt de dag na de geboorte door pastoor Hagen gedoopt in de R.K. Martinuskerk. De pastoor vergist zich in voornamen van Toon, de vader van Bertus. In het doopregister schrijft hij Antonius Wilhelmus in plaats van Antonius Albertus. Maar daar blijft het niet bij. Bij de voornamen van Bertus noteert hij Heribertus in plaats van Herubertus.

Als dagloner werkt Toon, net als zijn vader deed, voor boeren in de omgeving en voor Staatsbosbeheer bij Paleis Het Loo in Apeldoorn. Het is zwaar werk, maar hij houdt van het buitenleven. Soms komt koningin Wilhelmina in haar rijtuig voorbij. Dan stoppen ze met werken totdat ze uit het zicht verdwijnt. Koningin Wilhelmina en prins Hendrik drukken in het begin van de twintigste eeuw een ingrijpend stempel op het Kroondomein. Tussen 1901 en 1914 verdubbelen zij de omvang van het landgoed door ruim 5000 hectare woeste heidegrond aan te kopen, die zij vervolgens voor een groot deel laten bebossen. De koningin maakt zich zorgen om het welzijn van jonge kinderen die ’s winters in de bosbouw meehelpen met het planten van bomen. Ze dringt er bij opperhoutvester Tutein Nolthenius op aan de kinderen handgeoliede manteltjes ter beschikking te stellen en chocolademelk en erwtensoep te serveren. En ze vraagt om de arme dagloners kleine hoeveelheden gratis kunstmest te geven, om ze de waarde van ‘den’ kunstmest te leren kennen. Toon kan die mest wel gebruiken voor zijn moestuin.

Toon en Marie met v.l.n.r. Henk, Anne, Bernhard, Bertus en Grade. Rechtsachter v.l.n.r. Jan en Gijs (1923).

Het inkomen van een dagloner is niet alleen gering, maar ook onzeker. Toon weet nooit of er werk is en met de komst van Bertus zijn er zeven kindermonden te voeden. Als de nieuwe IJzergieterij Vulcanus in Vaassen fabrieksarbeiders zoekt gaat Toon er in april 1922 werken. Met het wekelijkse loonzakje komt er in elk geval geregeld brood op de plank, maar over broodbeleg hoeft niemand zich al te veel illusies te maken.

'Zes dagen per week hoorde ik om vijf uur mijn vader uit bed komen. Hij molk dan eerst onze enige koe en zette de melkbus aan de straat. Dan deed hij koffie in een busje en verpakte zijn brood in een oude krant. Als de fabrieksfluit ging liep hij met de fiets over het grindpad en vertrok naar de IJzergieterij. Als ik om twaalf uur na schooltijd door de Hongerstraat liep passeerde hij mij, ook op weg naar huis. Was de kruudmoes die mijn moeder maakte nog te heet, dan ging hij eerst naar de koe. ’s Avonds zag ik hem wachten op de terugkeer van de melkbus. Als mijn moeder de melk niet al te veel had afgeroomd, was hij tevreden over de melkprijs.’

Als Toon een week vrij is, is er veel in- en om het huis te doen. Zoals het weiland voorzien van een nieuwe omheining en de beerput leeg maken. Voor hij het goed en wel in de gaten heeft is het weer maandag en gaat de fluit van de fabriek weer.

De Veluwse beek achter het huis heeft normaal gesproken helder water, je kunt er vissen vangen. Maar als de stroomopwaarts gelegen wasserij Poppe het afvalwater loost dan staat er schuim op het water en komen ratten als door wespen gestoken naar het woonhuis. ’s Nachts scharrelen ze door de stal en de woning op zoek naar voedsel. Dat leidt nog wel eens tot een nachtelijke jachtpartij.

'Ik werd wakker van gestommel. Door een kier in de bedstee-deur zag ik Jan en Gijs jacht maken op een rondrennende rat. Met een ferme klap sloegen ze het beestje dood. Toen ik ‘s morgens buiten kwam lag de dode rat achter het huis. Jan, die chauffeur was bij de wasserij, wilde indruk maken op Annemarie, de dochter van de baas. Zij had hem uitgedaagd om een rat te laten zien. Toen mijn moeder ons zag staan riep ze: ‘Weg met die rat!’ Jan reageerde direct: ‘Nee, die ga ik aan Annemarie laten zien, bij die arme stakkers hebben ze geen ratten.’ Jan wachtte die middag tevergeefs op Annemarie, ze kwam niet kijken.’

De woning aan de Hongerstraat raakt eind jaren twintig in verval. Het dakriet is aan vervanging toe en er groeit van alles en nog wat op- en door het dak. Er zitten scheuren in de muren, er is geen stromend water en het schijthuis staat buiten. Bovendien is het steenkoud in de winter. De woningwet uit 1901 biedt gemeenten de mogelijkheid om woonhuizen onbewoonbaar te verklaren. Het is de verwachting dat hun huis dit lot ook beschoren is. Om dat voor te zijn maken ze plannen voor een nieuwe woning, dat kan op eigen grond. Ze doen een beroep op de familie van Marie en lenen geld. Eind 1929 wordt iets verderop aan de Hongerstraat begonnen met de bouw van een nieuw eenvoudig woonhuis.

Ondertussen gaat aan de andere kant van de wereld in datzelfde jaar de beurs in New York op ongekende wijze onderuit. Na ‘Zwarte Donderdag’ volgt een wereldwijde economische crisis. Duitsland wordt extreem hard getroffen, omdat de vele leningen die in Amerika zijn afgesloten nu moeten worden terugbetaald. Het percentage werklozen stijgt binnen één jaar van 9 naar 16 procent. Talloze banken en bedrijven gaan failliet en de industriële productie stort in. In Duitsland profiteren twee partijen van de rampspoed: de communistische KPD en de NSDAP van Adolf Hitler.

‘Toon, mijn vader, las dagelijks de krant die hij kreeg van overbuurman Steunenberg. Het nieuws was dan weliswaar een dag oud, maar dat vond hij prima. Toen hij op de fabriek had gehoord van een beursval in Amerika vroeg hij zich af of dat effect zou kunnen hebben op de Vulcanus. Ik moest proberen de krant alvast op te halen. Toen ik op de achterdeur aanklopte en aan Steunenberg vroeg of mijn vader de nieuwste krant mocht lezen was het goed. Hij was niet geïnteresseerd in de beursval.’

Laatste foto voor het oude boerderijtje. v.l.n.r. Grade, Anne Berends, Bernhard (?) en Toon (1932).

Begin jaren dertig betrekken ze de nieuwe woning, eindelijk ‘onder de pannen.’ De oude woning blijft leeg achter. Na een zondagse kerkdienst maken ze nog een laatste foto voor het boerderijtje. Marie hoeft niet op de foto en blijft met Bertus en enkele kinderen bij het nieuwe huis. Het oude huis wordt daarna met de grond gelijk gemaakt. Het bouwafval wordt begraven in het weiland: zand erover! De nieuwe woning is een hele vooruitgang. Er is zelfs een inpandig hokje met een houten bank: de kakdoos. Op de bank staat een blok hout met een spijker. Daarop prikken ze stroken krantenpapier. Als de laatste strook gebruikt is gaat het blok mee naar de kamer en worden de kranten van Steunenberg in smalle stroken gescheurd.

'In het nieuwe huis werd mijn bedstee vervangen door een kamer met bedden. Ik sliep in een bed met twee broers. Soms hadden we last van vlooien en vlooienbeten, vooral in je hals. Voor kinderen op school was dat een teken van armoede. Dus deden we een doek om onze nek als we gingen slapen.’

De zonde van Onan

Vanaf zijn zesde jaar gaat Bertus naar de Gerardus Majella School naast de Martinuskerk. De school die onder de bezielende leiding van pastoor Hagen in 1920 in gebruik is genomen. Hij gaat graag naar school, maar wordt vaak geplaagd door honger. Een extra boterham is een luxe die niet voor hem is weggelegd. Wel voor de welgestelde kinderen, die dagelijks een boterham met kaas of een appel eten tijdens het speelkwartier. Het is niet ongebruikelijk om met enkele andere hongerigen te bedelen. Een klokhuis is al een trofee. Als een meisje hem dat belooft, maar het klokhuis voor zijn neus op de grond gooit, breekt er iets in hem. Hij neemt zich vanaf dat moment voor nooit, maar dan ook nooit meer te bedelen.

Gerardus Majella school Vaassen. Bertus 2e rij van boven, 2e van links (1930).

In plaats daarvan gaat hij op het schoolplein voetballen. Enkele jongens dragen al schoenen in plaats van klompen. Ze loten wie bij een partijtje een schoen aan mag. Als het lot Bertus gunstig gezind is krijgt hij een linkerschoen. Met de schoen links en de klomp rechts is hij een snelle, niet onverdienstelijke linkspoot.